Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een eigen aansprakelijkheid van Montenegro voor de langlopende leningen die de Gemeenschap uit hoofde van de Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG van de Raad aan de Statenunie van Servië en Montenegro (voorheen de Federale Republiek Joegoslavië) heeft toegekend, en tot evenredige beperking van de aansprakelijkheid van Servië voor deze leningen

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer

Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge

vertegenwoordiger, is toegezonden.

Bijlage: COM(2008) 228 definitief

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 29.4.2008 COM(2008) 228 definitief 2008/0086 (CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot vaststelling van een eigen aansprakelijkheid van Montenegro voor de langlopende

leningen die de Gemeenschap uit hoofde van de Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG

van de Raad aan de Statenunie van Servië en Montenegro (voorheen de Federale

Republiek Joegoslavië) heeft toegekend, en tot evenredige beperking van de

aansprakelijkheid van Servië voor deze leningen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

  • 1) 
    Achtergrond van het voorstel 110

· Motivering en doel van het voorstel

De Commissie stelt een nieuw Besluit van de Raad voor waarin wordt vastgesteld dat Montenegro voortaan zelf aansprakelijk is voor de aflossing van een deel van de macrofinanciële bijstand ("MFB") van de Gemeenschap aan de voormalige Federale Republiek Joegoslavië ("FRJ"), die later is omgedoopt in de Statenunie van Servië en Montenegro ("SuSeM"). Van oktober 2001 tot mei 2005 hebben de FRJ en de SuSeM uit hoofde van de inmiddels verstreken Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG van de Raad, als gewijzigd (hierna de "besluiten van de Raad" te noemen), voor in totaal 280 miljoen euro aan MFB-leningen ontvangen.

Na de onafhankelijkheidsverklaring van Montenegro in juni 2006 is de SuSeM ontbonden en heeft Servië zich op basis van artikel 60 van het constitutioneel handvest van de SuSeM uitgeroepen tot de opvolgerstaat van de SuSeM. Daardoor is Servië als opvolger van de SuSeM nu juridisch aansprakelijk voor de staatsschuld van de FRJ en de SuSeM, waaronder de bovengenoemde MFB-leningen.

Op 10 juli 2006 hebben Servië en Montenegro echter een bilaterale overeenkomst gesloten over de verdeling van de financiële verplichtingen van de inmiddels ontbonden SuSeM. Volgens deze overeenkomst neemt Servië 90% van de financiële MFB-leningsverplichtingen jegens de Europese Gemeenschap voor zijn rekening en Montenegro 10%, tenzij op grond van het eindbegunstigingsprincipe een andere verdeling wordt gehanteerd.

Als gevolg van de bilaterale overeenkomst betalen de twee landen de Commissie momenteel ieder apart rente op de leningen. Servië betaalt 90% en Montenegro 10%, met uitzondering van de rente op de grootste enkelvoudige MFB-lening van 225 miljoen euro, waarvan op grond van het eindbegunstigingsprincipe Servië 99,47% en Montenegro 0,53% voor zijn rekening neemt.

Omdat Servië de opvolgerstaat van de SuSeM is, gelden de aansprakelijkheid en de verplichtingen die zijn vastgelegd in de bestaande leningovereenkomsten tussen de Commissie en de FRJ/SuSeM, alleen voor Servië en niet voor Montenegro als onafhankelijke staat, dat momenteel echter wel een deel van de rente betaalt. Bij wanbetaling zal de Gemeenschap Servië dus moeten aanspreken, ook al heeft de niet-betaling of de te late betaling betrekking op het deel van de lening waarvoor Montenegro op grond van de bilaterale overeenkomst aansprakelijk is.

Aangezien de aflossingsperiode een lange duur heeft (de hoofdsom wordt afgelost in de periode 2012-2020) en de Europese Unie sinds de ontbinding van de SuSeM steeds nauwere politieke betrekkingen met Montenegro onderhoudt, stelt de Commissie voor dat:

  • i) 
    de Raad een nieuw besluit neemt waarbij a) voor Montenegro een eigen aansprakelijkheid jegens de Europese Gemeenschap wordt vastgesteld en b) de aansprakelijkheid van Servië jegens de Europese Gemeenschap navenant wordt beperkt;
  • ii) 
    na de vaststelling van het bijgevoegde ontwerp-besluit van de Raad een leningovereenkomst

met Montenegro wordt gesloten waarin zijn aansprakelijkheid jegens de Gemeenschap wordt vastgesteld voor het aandeel in de MFB-leningen waarvoor Montenegro zich jegens Servië aansprakelijk heeft gesteld.

Tegelijk stelt de Commissie voor om de bestaande leningovereenkomsten met Servië te wijzigen om zijn aansprakelijkheid navenant te beperken.

120

· Algemene context

Na de politieke veranderingen in de FRJ eind 2000 hebben de nationale autoriteiten aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de economische hervormingen en stabilisatie. Naast de externe financiering van internationale financiële instellingen en bilaterale donoren heeft de EG in het kader van het hervormingsproces MFB verstrekt. Daarvoor moest wel aan een aantal economische en structurele beleidsvoorwaarden zijn voldaan.

Op 16 juli 2001 is bij Besluit 2001/549/EG van de Raad de eerste MFB toegekend. Deze bestond onder meer uit een lening van 225 miljoen euro. Op 17 september 2001 is de leningovereenkomst tussen de Gemeenschap en de FRJ ondertekend en op 17 oktober 2001 is de lening in één tranche uitgekeerd. Om ervoor te zorgen dat de betalingsbalans houdbaar zou blijven, en om de nationale reserves te versterken, heeft de Gemeenschap bij Besluit 2002/882/EG van de Raad van 5 november 2002 de FRJ aanvullende MFB verstrekt, waaronder een langlopende lening van 55 miljoen euro. Deze bijstand kwam bovenop een driejarige uitgebreide financieringsfaciliteit van het IMF en een pakket leningen met zeer gunstige voorwaarden van de Wereldbank. De leningovereenkomst tussen de Gemeenschap en de FRJ is op 13 december 2002 ondertekend.

Op 4 februari 2003 is een nieuw constitutioneel handvest voor het land in werking getreden. Overeenkomstig dit handvest werd de FRJ omgedoopt in de SuSeM. De Commissie heeft de eerste twee tranches van de lening van 55 miljoen euro (10 miljoen euro en 30 miljoen euro) op 28 februari en 1 september 2003 aan de SuSeM uitgekeerd (dit op basis van de aanvullende leningovereenkomst van 25 juli 2003).

Om de door het IMF geconstateerde extra financieringsbehoeften te helpen lenigen, is de

MFB-leningcomponent bij Besluit 2003/825/EG van de Raad van

25 november 2003 verhoogd tot maximaal 80 miljoen euro. Daarop is de MFB (bij Besluit 2004/862/EG van de Raad van 7 december 2004) verlengd tot 30 juni 2006. Op grond van de aanvullende leningovereenkomst van 7 april 2005 is op 4 mei 2005 een derde leningtranche van 15 miljoen euro aan de SuSeM uitgekeerd. Omdat de externe financieringssituatie in Montenegro en Servië in 2006 sterk verbeterde, zijn de vierde en vijfde (en laatste) tranche van deze bijstand uiteindelijk niet uitgekeerd. Thans hebben de twee landen geen verdere externe MFB van de Gemeenschap nodig.

Bij de verlening van de bovengenoemde MFB aan de FRJ en vanaf 2003 aan de SuSeM vormden Servië en Montenegro nog één soevereine staat. Geleidelijk kwam verandering in deze situatie. De twee landen werden steeds autonomer. Het constitutioneel SuSeM-handvest van 4 februari 2003 opende voor beide SuSeM-landen de mogelijkheid om zich na drie jaar af te scheiden op basis van een referendum. In dat geval zou de overblijvende staat de opvolger van de SuSeM worden.

Op 21 mei 2006 is in Montenegro een referendum over onafhankelijkheid gehouden. De meerderheid van de kiezers (55,4%) sprak zich uit voor onafhankelijkheid. Op 3 juni 2006 verklaarde het Montenegrijnse parlement dat Montenegro voortaan internationaalrechtelijk

volledig onafhankelijk was. Servië erkende de onafhankelijkheid. Op 5 juni besloot het Servische parlement Servië uit te roepen tot de opvolgerstaat van de SuSeM.

Op 12 juni 2006 erkende de Raad Montenegro als een soevereine, onafhankelijke staat en nam hij kennis van het bovengenoemde besluit van het Servische parlement.

Op 10 juli 2006 sloten Servië en Montenegro een bilaterale overeenkomst over de regeling van het lidmaatschap van internationale financiële organisaties en over de verdeling van financiële activa en passiva. Volgens aanhangsel 4 aan deze overeenkomst (zie de bijlage bij deze toelichting) worden de aan de FRJ en de SuSeM verstrekte macrofinanciële leningen voor 90% toebedeeld aan Servië en voor 10% aan Montenegro, met uitzondering van de grootste Gemeenschapslening van 225 miljoen euro, waarop het eindbegunstigingsprincipe van toepassing is (99,47% voor Servië en 0,53% voor Montenegro). Op grond van deze overeenkomst hebben Servië en Montenegro daarna aan hun eigen schuldverplichtingen jegens de Gemeenschap voldaan. Ze hebben geen betalingsachterstand.

Op 18 januari 2007 is Montenegro lid geworden van het IMF en de Wereldbank. Op 22 januari 2007 is de Raad bij Besluit 2007/49/EG een nieuw Europees partnerschap met Montenegro aangegaan. Op 15 oktober 2007 is de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Montenegro anderzijds ondertekend (COM(2007) 350).

139

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Er bestaan nog geen bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied.

140

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

Het voorstel sluit aan bij de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 12 juni 2006, volgens welke de Europese Unie en haar lidstaten hebben besloten dat zij hun betrekkingen met Montenegro als soevereine, onafhankelijke staat verder zullen uitbouwen. Voorts sluit het aan bij Besluit 2007/49/EG van de Raad van 22 januari 2007 inzake de beginselen, prioriteiten en voorwaarden van het Europees partnerschap met Montenegro. Daarin wordt "de voltooiing van de oprichting van de nodige juridische en institutionele structuren van een onafhankelijk land, met inbegrip van de ondertekening en ratificatie van de internationale instrumenten waarbij de SuSeM aangesloten was" als belangrijkste kortetermijnprioriteit aangemerkt.

  • 2) 
    Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling · Raadpleging van belanghebbende partijen

211 Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van

de respondenten

De diensten van de Commissie hebben bij de uitwerking van het voorliggende voorstel contact gehad met de Servische en Montenegrijnse autoriteiten. Voorts heeft de Commissie het Economisch en Financieel Comité vóór de indiening van het voorstel bij de Raad op de hoogte gebracht van de hoofdpunten ervan.

212 Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden

Er zijn geen bezwaren gerezen bij de leden van het Economisch en Financieel Comité of bij de Servische en Montenegrijnse autoriteiten.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

229 Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. 230

· Effectbeoordeling

Na de onafhankelijkheid van Montenegro heeft Servië zich uitgeroepen tot de opvolgerstaat van de SuSeM. Daarmee heeft het de juridische aansprakelijkheid voor de aflossing van de MFB-leningen op zich genomen. Eind 2006 heeft de Commissie een in het Engels vertaalde versie van de bilaterale overeenkomst ontvangen die de twee landen op 10 juli 2006 hebben gesloten. Daarin stond dat de financiële aansprakelijkheid voor de aflossing van de leningen tussen de twee landen was opgesplitst. Voorts achtte de Commissie het gezien het feit dat tegenwoordig twee aparte rentebetalingen op de MFB-leningen worden ontvangen en niet, zoals vroeger, één betaling van de centrale bank van Servië, beter om de juridische situatie wat de uitstaande leningen betreft in overeenstemming te brengen met de bilaterale opsplitsingsovereenkomst.

Als alternatief is overwogen om Servië schriftelijk uitdrukkelijk te laten bevestigen dat het als land ondanks de bilaterale overeenkomst van 10 juli 2006 met Montenegro aansprakelijk zou blijven voor de schulden en zorg zou blijven dragen voor alle betalingen in verband met de leningen, inclusief het Montenegrijnse deel ervan. Gezien de lange aflossingsperiode en het feit dat de Gemeenschap met beide landen betrekkingen opbouwt, wordt het voor de Gemeenschap echter beter geacht om de bilateraal overeengekomen opsplitsing van de schuld te formaliseren. Daarvoor is ook gekozen bij de opsplitsing van Tsjecho-Slowakije (Besluit 94/61/EG van de Raad van 24 januari 1994).

Met een nieuwe leningovereenkomst met Montenegro ontstaat duidelijkheid over de juridische situatie van de Gemeenschap wat betreft de aflossing van de MFB-leningen: voor Montenegro wordt een eigen aansprakelijkheid vastgesteld en ten aanzien van Servië is dan alleen nog een aanpassing van de bestaande leningovereenkomsten nodig. Dit kan per post met de Servische autoriteiten worden geregeld.

  • 3) 
    Juridische elementen van het voorstel 305

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Overeenkomstig artikel 1 van het voorstel neemt Montenegro 6 703 388,62 euro over

van de in totaal 280 miljoen euro aan leningen die de FRJ/SuSeM van de Gemeenschap heeft ontvangen, en wordt het voortaan zelf aansprakelijk voor de aflossing van de hoofdsom, rentebetalingen en kosten in verband met dit bedrag. Daartoe mag de Commissie een nieuwe leningovereenkomst sluiten met de autoriteiten van Montenegro op basis van de aan Montenegro toebedeelde bedragen en de hoofdvoorwaarden van de bestaande leningovereenkomsten.

Overeenkomstig artikel 2 van het voorstel wordt de uit de bestaande leningovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen die Servië als opvolgerstaat van de SuSeM jegens de Gemeenschap heeft, na de ondertekening van de nieuwe leningovereenkomst tussen de Gemeenschap en Montenegro navenant beperkt. De Commissie mag met Servië afspraken maken over de wijziging van de bestaande leningovereenkomsten.

Overeenkomstig artikel 3 van het voorstel komen alle kosten die de Gemeenschap maakt bij het treffen en uitvoeren van hetgeen in artikel 1 en 2 is geregeld, ten laste van respectievelijk Montenegro en Servië.

De twee landen hebben op grond van het voorgestelde besluit van de Raad geen recht op extra MFB-uitkeringen van de Gemeenschap. Het besluit wordt van kracht op de derde dag na bekendmaking ervan in het Publicatieblad.

310

· Rechtsgrondslag

Artikel 308 van het EG-Verdrag.

329

· Subsidiariteitsbeginsel

Met het voorstel wordt de bestaande MFB van de Gemeenschap aangepast aan de nieuwe situatie. Alleen de Gemeenschap zelf mag dit doen.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

331 Voorgesteld wordt om een nieuwe leningovereenkomst met Montenegro te sluiten en de bestaande leningovereenkomst met Servië via een briefwisseling met de Servische autoriteiten te wijzigen. 332 Daarmee blijven de administratieve lasten voor de Gemeenschap en de nationale overheden tot een minimum beperkt en staan ze in verhouding tot het doel van het voorstel. · Keuze van instrumenten

342 Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn.

De bestaande leningovereenkomsten met de FRJ/SuSeM zijn gesloten op basis van besluiten van de Raad. Aangezien deze besluiten zijn verstreken en de Commissie zelf geen MFB-overeenkomst met Montenegro mag sluiten en evenmin zelf mag regelen

dat de aansprakelijkheid van Servië als opvolgerstaat van de FRJ/SuSeM wordt beperkt, is een nieuw besluit van de Raad nodig om de voorgestelde actie te kunnen ondernemen.

  • 4) 
    Gevolgen voor de begroting

409 Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. BIJLAGE

OVEREENKOMST

TUSSEN DE REPUBLIEK SERVIË ENERZIJDS EN MONTENEGRO ANDERZIJDS

INZAKE DE REGELING VAN HET LIDMAATSCHAP VAN INTERNATIONALE

FINANCIËLE ORGANISATIES EN INZAKE DE VERDELING VAN FINANCIËLE ACTIVA EN PASSIVA

(niet-officiële vertaling)

De Republiek Servië enerzijds en Montenegro anderzijds hebben op 13 juni 2006 in Belgrado en op 28 juni 2006 in Podgorica besprekingen en onderhandelingen gevoerd.

Zij hebben hun bereidheid kenbaar gemaakt om in het belang van hun land en burgers en in goed vertrouwen een oplossing te vinden voor de kwesties aangaande het lidmaatschap van internationale financiële organisaties en om een besluit te nemen over een eerlijke verdeling van financiële activa en passiva.

Zij hebben de volgende overeenkomst gesloten:

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze overeenkomst geldt het volgende:

[...]

  • met "FRJ" wordt bedoeld: de voormalige Federale Republiek Joegoslavië;
  • met "SuSeM" wordt bedoeld: de voormalige Statenunie van Servië en Montenegro;

[...]

Financiële activa en passiva

Financiële activa

[...]

Financiële passiva

Artikel 12

[...]

Het in aanhangsel 4 opgenomen overzicht van de externe schulden van de SuSeM uit hoofde van de contracten die de voormalige FRJ en de SuSeM hebben gesloten, vormt een integrerend onderdeel van deze overeenkomst. [...]

[...]

Artikel 16

De Republiek Servië en Montenegro zijn overeengekomen om de financiële MFBleningsverplichtingen jegens de Europese Commissie na te blijven komen. Daarbij neemt Servië 90% en Montenegro 10% voor zijn rekening.

[...]

Belgrado, 10 juli 2006

Getekend voor en namens de Republiek Servië

Getekend voor en namens Montenegro

[...]

AANHANGSEL 4 OVERZICHT VAN DE EXTERNE SCHULD VAN DE SuSeM

UIT HOOFDE VAN OVEREENKOMSTEN DIE DE FRJ EN DE SuSeM HEBBEN GESLOTEN

Peildatum: 21 mei 2006 In USD op basis van de op 30 juni 2006 geldende wisselkoerslijst nr. 121

BASIS VALUTA SERVIË MONTENEGRO TOTAAL INTERNATIONALE FINANCIËLE ORGANISATIES EN EU

[...] [...] [...] [...] [...] EU EU - 225 miljoen EUR 223 796 611,38 1 203 388,62 225 000 000,00

EU - 55 miljoen EUR 49 500 000,00 5 500 000,00 55 000 000,00 [...] EUR

EUR 273 296 611,38 6 703 388,62 280 000 000,00 [...]

Totaal in USD 342 686 679,19 8 405 380,42 351 092 059,60

2008/0086 (CNS)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot vaststelling van een eigen aansprakelijkheid van Montenegro voor de langlopende

leningen die de Gemeenschap uit hoofde van de Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG

van de Raad aan de Statenunie van Servië en Montenegro (voorheen de Federale

Republiek Joegoslavië) heeft toegekend, en tot evenredige beperking van de

aansprakelijkheid van Servië voor deze leningen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 308,

1

Gezien het voorstel van de Commissie , 2

Gezien het advies van het Europees Parlement , Overwegende hetgeen volgt:

(1) Uit hoofde van Besluit 2001/549/EG van de Raad van 16 juli 2001 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië 3

heeft de

Gemeenschap de Federale Republiek Joegoslavië een langlopende lening van maximaal 225 miljoen euro verstrekt om bij te dragen tot een houdbare betalingsbalanspositie en tot de versterking van de reservepositie van het land. De Commissie heeft in oktober 2001 de gehele lening in één tranche uitgekeerd.

(2) Uit hoofde van Besluit 2002/882/EG van de Raad van 5 november 2002 tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië 4

heeft de Gemeenschap de Federale Republiek Joegoslavië een lening van

maximaal 55 miljoen euro verstrekt om bij te dragen tot een houdbare betalingsbalanspositie en tot de versterking van de reservepositie van het land. De Commissie heeft de gehele lening in drie tranches uitgekeerd: 10 miljoen euro in februari 2003, 30 miljoen euro in september 2003 en 15 miljoen euro in april 2005.

(3) Overeenkomstig het constitutioneel handvest van 4 februari 2003 is de Federale Republiek Joegoslavië omgedoopt in de Statenunie van Servië en Montenegro.

1 PB C [...] van [...], blz. [...]. 2 PB C [...] van [...], blz. [...]. 3

PB L 197 van 21.7.2001, blz. 38. Besluit gewijzigd bij Besluit 2001/901/EG van de Raad (PB L 334 van 18.12.2001, blz. 30).

4 PB L 308 van 9.11.2002, blz. 25. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2004/862/EG van de Raad (PB L 370 van 17.12.2004, blz. 81).

(4) Na het Montenegrijnse referendum van 21 mei 2006 heeft het parlement van Montenegro op basis van artikel 60 van het constitutioneel handvest van de Statenunie van Servië en Montenegro op 3 juni 2006 een verklaring aangenomen waarbij Montenegro wordt uitgeroepen tot een onafhankelijke staat met volledige rechtspersoonlijkheid volgens het internationaal recht. (5) Op 5 juni 2006 besloot het Servische parlement Servië uit te roepen tot de opvolgerstaat van de Statenunie van Servië en Montenegro.

(6) De Raad heeft in zijn conclusies van 12 juni 2006 kennis genomen van de verklaring van het parlement van Montenegro en het besluit van het parlement van Servië en verklaard dat de Europese Unie en de lidstaten hadden besloten betrekkingen op te bouwen met Montenegro als soevereine, onafhankelijke staat.

(7) Op 10 juli 2006 zijn Montenegro en Servië een overeenkomst aangegaan over de regeling van het lidmaatschap van internationale financiële organisaties en over de verdeling van financiële activa en passiva. Daarin is bepaald dat de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de macrofinanciële bijstandsleningen die zijn toegekend aan de Federale Republiek Joegoslavië en aan de Statenunie van Servië en Montenegro, nagekomen blijven worden, en wel in de verhouding 90% voor Servië en 10% voor Montenegro, tenzij op grond van het eindbegunstigingsprincipe een andere verdeling wordt gehanteerd. (8) Tot dusver hebben Montenegro en Servië via hun centrale banken de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de Gemeenschapsleningen, volledig nageleefd.

(9) Overeenkomstig aanhangsel 4 aan de overeenkomst van 10 juli 2006 tussen Montenegro en Servië is een totale schuld van 6 703 388,62 euro uit de macrofinanciële bijstandsleningen toebedeeld aan Montenegro.

(10) De twee landen voldoen aan hun schuldverplichtingen in de onderling overeengekomen verhouding 10:90, met uitzondering van één maatregel, waarbij het eindbegunstigingsprincipe wordt gevolgd (99,47% voor Servië en 0,53% voor Montenegro). (11) Gezien de betrekkingen die, met name in het kader van het Europees partnerschap uit hoofde van Besluit 2007/49/EG 5

, zijn opgebouwd tussen de Europese Unie en

Montenegro als onafhankelijke staat en gezien de lange aflossingsperiode moet de Commissie worden gemachtigd actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat de verplichtingen die voortvloeien uit de leningen die bij de Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG van de Raad zijn toegekend, over Montenegro en Servië worden verdeeld in de verhouding die de twee landen onderling zijn overeengekomen.

(12) Montenegro en Servië hebben uit hoofde van het voorliggende besluit geen recht op extra uitkeringen van macrofinanciële bijstand. (13) Vóór de indiening van haar voorstel heeft de Commissie het Economisch en Financieel Comité om advies gevraagd.

5 PB L 20 van 27.1.2007, blz. 16.

(14) In het Verdrag zijn voor de goedkeuring van het voorliggende besluit geen andere bevoegdheden voorzien dan die van artikel 308, BESLUIT:

Artikel 1

  • 1. 
    Montenegro is wat de betaling van rente en aflossing en eventuele kosten betreft

voortaan zelf aansprakelijk voor 6 703 388,62 euro van de 280 miljoen euro aan langlopende Gemeenschapsleningen die uit hoofde van de Besluiten 2001/549/EG en 2002/882/EG van de Raad aan de Statenunie van Servië en Montenegro (de voormalige Federale Republiek Joegoslavië) zijn uitgekeerd.

  • 2. 
    Daartoe wordt de Commissie gemachtigd om na advies van het Economisch en

Financiële Comité een aparte leningovereenkomst te sluiten met de autoriteiten van Montenegro op basis van de aan Montenegro toebedeelde bedragen en de hoofdvoorwaarden van:

­ de leningovereenkomst van 17 september 2001 tussen de Europese Gemeenschap

en de Federale Republiek Joegoslavië;

­ de leningovereenkomst van 13 december 2002 tussen de Europese Gemeenschap

en de Federale Republiek Joegoslavië;

­ de aanvullende leningovereenkomst van 25 juli 2003 tussen de Europese

Gemeenschap en de Statenunie van Servië en Montenegro;

­ de aanvullende leningovereenkomst van 7 april 2005 tussen de Europese

Gemeenschap en de Statenunie van Servië en Montenegro.

Met name het rentetarief en de vervaldagen voor de betaling van de rente en de

aflossing van de hoofdsom komen overeen met die welke zijn vastgelegd in de leencontracten die gevoegd zijn bij de overeenkomsten die in dit lid worden genoemd.

  • 3. 
    Montenegro heeft uit hoofde van voorliggend besluit geen recht op extra uitkeringen van macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap.

Artikel 2

  • 1. 
    Na de ondertekening van de in artikel 1, lid 2, bedoelde aparte leningovereenkomst

tussen de Gemeenschap en Montenegro worden de verplichtingen die Servië als opvolgerstaat van de Statenunie van Servië en Montenegro jegens de Gemeenschap heeft, navenant beperkt.

  • 2. 
    De Commissie wordt gemachtigd om met Servië een regeling te treffen om de bestaande, in artikel 1, lid 2, genoemde leningovereenkomsten te wijzigen.
  • 3. 
    Servië heeft uit hoofde van voorliggend besluit geen recht op extra uitkeringen van macrofinanciële bijstand van de Gemeenschap.

Artikel 3

  • 1. 
    Alle kosten die de Gemeenschap maakt bij het treffen en uitvoeren van de in artikel 1 bedoelde regeling komen ten laste van Montenegro.
  • 2. 
    Alle kosten die de Gemeenschap maakt bij het treffen en uitvoeren van de in artikel 2 bedoelde regeling komen ten laste van Servië.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de derde dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM Beleidsterrein: Titel 01 ­ Economische en financiële zaken

Activiteit: 03 - Internationale economische en financiële kwesties

B ENAMING VAN HET VOORSTEL : V OORSTEL VOOR EEN BESLUIT VAN DE R AAD TOT VASTSTELLING VAN EEN EIGEN AANSPRAKELIJKHEID VAN

M ONTENEGRO

  • 1. 
    BEGROTINGSONDERDEEL + OMSCHRIJVING Artikel 01 03 02 -- Macro-economische bijstand
  • 2. 
    ALGEMENE CIJFERS 2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B) Het voorliggende initiatief heeft geen financiële gevolgen.

2.2. Duur Niet van toepassing. Eenmalige maatregel.

2.3. Meerjarenraming van de uitgaven

  • a) 
    Indicatief tijdschema vastleggings-/ betalingskredieten (financiering, zie onder 6.1.1) in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

2007 2008 2009 Totaal VK 0 0 0 0 BK 0 0 0 0 b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (zie onder 6.1.2)

VK 0 0 0 0 BK 0 0 0 0

Subtotaal a + b VK 0 0 0 0 BK 0 0 0 0 c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere administratieve uitgaven (zie onder 7.2 en 7.3)

VK/BK 0 0 0 0

TOTAAL a+b+c VK 0 0 0 0 BK 0 0 0 0 2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten Het voorstel heeft geen financiële gevolgen.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

  • 3. 
    BEGROTINGSKENMERKEN

Soort uitgave Nieuw Bijdrage EVA Bijdrage Rubriek kandidaat- financiële

lidstaten vooruitzichten

Niet- Gesplitste NEE NEE NEE Nr. 4 verplicht kredieten

  • 4. 
    RECHTSGRONDSLAG Artikel 308 van het Verdrag.
  • 5. 
    OMSCHRIJVING EN MOTIVERING 5.1. Doel van het communautaire optreden 5.1.1. Nagestreefde doelen Met het voorliggende voorstel:

­ worden voor Montenegro de eigen verplichtingen jegens de Gemeenschap

vastgesteld die overeenkomen met en in de plaats treden van zijn aandeel in de bestaande EG-leningen in het kader van de macrofinanciële bijstand (MFB) aan de voormalige Statenunie van Servië en Montenegro (SuSeM);

­ wordt het huidige totale bedrag aan verplichtingen die Servië juridisch moet

nakomen uit hoofde van eerdere besluiten van de Raad en uit hoofde van het feit dat het zichzelf heeft uitgeroepen tot opvolgerstaat van de SuSeM, navenant beperkt.

Met name wordt het eenvoudiger om in de toekomst eventueel herfinancierings- of herstructureringsmaatregelen te nemen om de rente op de leningen te verlagen of een vervroegde aflossing voor een van de twee landen mogelijk te maken.

5.1.2. Genomen maatregelen in verband met de evaluatie vooraf Geen (er zijn geen financiële gevolgen).

5.1.3. Genomen maatregelen na de evaluatie achteraf

De Commissie heeft externe deskundigen al opdracht gegeven een evaluatie achteraf te verrichten van de MFB die de Gemeenschap in het verleden aan de SuSeM heeft verstrekt. Deze evaluatie loopt nog.

5.2. Voorgenomen acties en financiering uit de begroting

De huidige rechtsgrondslag biedt geen rechtszekerheid meer over de macrofinanciële bijstandsleningen van de Gemeenschap aan de voormalige Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) en de SuSeM omdat de bestaande besluiten, wat aansprakelijkheid of contractuele verplichtingen betreft, niet van toepassing zijn op Montenegro. Daarom stelt de Commissie een besluit van de Raad voor waarbij voor Montenegro een eigen aansprakelijkheid wordt vastgesteld en de aansprakelijkheid van Servië voor de langlopende Gemeenschapsleningen aan de SuSeM navenant wordt beperkt.

Overeenkomstig het voorstel neemt Montenegro 6 703 388,62 euro over van de in totaal 280 miljoen euro aan leningen die de FRJ/SuSeM van de Gemeenschap heeft ontvangen, en wordt het voortaan zelf aansprakelijk voor de aflossing van de hoofdsom, rentebetalingen en kosten in verband met dit bedrag. Daartoe mag de Commissie een nieuwe leningovereenkomst met de autoriteiten van Montenegro sluiten op basis van de aan Montenegro toebedeelde bedragen en de hoofdvoorwaarden van de bestaande leningovereenkomsten.

Tegelijk worden de uit de bestaande leningovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen die Servië als SuSeM-opvolgerstaat jegens de Gemeenschap heeft, na de ondertekening van de nieuwe leningovereenkomst tussen de Gemeenschap en Montenegro navenant beperkt. De Commissie mag met Servië afspraken maken over de wijziging van de bestaande leningovereenkomsten. Een en ander kan per post met de Servische autoriteiten worden geregeld.

Alle kosten die de Gemeenschap maakt bij het treffen en uitvoeren van de in het nieuwe voorstel vervatte regeling komen ten laste van Montenegro en Servië.

De twee landen hebben op grond van het voorgestelde besluit van de Raad geen recht op extra MFB-uitkeringen van de Gemeenschap. Het besluit treedt in werking op de derde dag na bekendmaking ervan in het Publicatieblad.

5.3. Uitvoering

De bijstand staat onder het gecentraliseerd rechtstreeks beheer van de Commissie, die daartoe statutair personeel inzet.

  • 6. 
    FINANCIËLE GEVOLGEN 6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B (voor de hele programmeringsperiode)

Er zijn geen financiële gevolgen.

6.1.1. Financiering VK, in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Soort uitgave 2007 2008 2009 Totaal Gifttranches aan Montenegro 0 0 0 0

TOTAAL 0 0 0 0 6.1.2. Technische en administratieve bijstand, ondersteuningsuitgaven en IT-uitgaven (VK)

2007 2008 2009 Totaal

  • 1) 
    Technische en 0 0 0 0 administratieve bijstand:
  • a) 
    bureaus voor technische 0 0 0 0 bijstand
  • b) 
    andere technische en 0 0 0 0 administratieve bijstand: - intern
  • extern

waarvan voor het opzetten en onderhouden van geautomatiseerde beheerssystemen

Subtotaal 1 0 0 0 0

  • 2) 
    Ondersteuningsuitgaven: 0 0 0 0 a) studies (operationele 0 0 0 0 beoordelingen)
  • b) 
    vergaderingen van 0 0 0 0 deskundigen
  • c) 
    informatie en publicaties 0 0 0 0 Subtotaal 2 0 0 0 0 TOTAAL 0 0 0 0

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode) 6

VK, in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Soort uitgave Soort output Aantal (output) Gemiddelde Totale kosten (projecten, kosten per

(totaal voor de (totaal voor de

dossiers e.d.) eenheid jaren 1 t/m n) jaren 1 t/m n)

1 2 3 4 = (2X3) Actie 1

  • Maatregel 1
  • Maatregel 2 Actie 2
  • Maatregel 1
  • Maatregel 2
  • Maatregel 3

enz.

TOTALE KOSTEN 0 0 0 0

  • 7. 
    GEVOLGEN VOOR DE PERSONELE EN ADMINISTRATIEVE UITGAVEN 7.1. Gevolgen voor de personele middelen Geen.

Aan het beheer van de actie toe te Omschrijving van de taken die uit de

wijzen huidige of extra personeelsleden actie voortvloeien Soort post Totaal Vast Tijdelijk

A B C

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Ander personeel Totaal 7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen

Soort personeel Bedrag in euro Berekening* 0 1/3 x gemiddelde jaarlijkse uitgaven voor een ambtenaar van graad A*5 ­ A*12 Ambtenaren

Tijdelijk personeel

Ander personeel

Totaal 0 De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende twaalf maanden.

6 Voor nadere informatie: zie de toelichting.

7.3. Andere administratieve uitgaven die uit de actie voortvloeien Begrotingsonderdeel

Bedrag in euro Berekening (nummer en omschrijving)

Totale toewijzing (Titel A7) A0701 ­ Dienstreizen A07030 ­ Vergaderingen A07031 ­ Verplichte vergaderingen van de comités A07032 ­ Niet-verplichte vergaderingen van de comités A07040 ­ Conferenties A0705 ­ Studies en adviezen 0 Overige uitgaven ­ een evaluatie achteraf

0 Informatiesystemen (A-5001/A-4300)

Andere uitgaven - Deel A 0 Totaal 0 De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende twaalf maanden.

I. Jaartotaal (7.2 + 7.3) 0 Eenmalige

II. Duur van de actie actie

III. Totale kosten van de actie (I × II) 0

  • 8. 
    TOEZICHT EN EVALUATIE 8.1. Toezicht

Het is de bedoeling dat een nieuwe leningovereenkomst tussen de Gemeenschap en Montenegro wordt gesloten. Ook mag de Commissie met Servië afspraken maken over de wijziging van de bestaande leningovereenkomsten. Een en ander kan per post met de Servische autoriteiten worden geregeld.

De Commissie zal periodiek controleren of de hand wordt gehouden aan het overeengekomen aflossingsschema.

8.2. Procedure en tijdschema van de voorgeschreven evaluatie

Het voorstel voor een besluit van de Raad voorziet in een jaarlijks bij het Europees Parlement en de Raad in te dienen verslag over de tenuitvoerlegging van deze bijstandsmaatregel. De Commissie heeft externe deskundigen al opdracht gegeven een evaluatie achteraf te verrichten van de MFB die de Gemeenschap in het verleden heeft verstrekt aan de SuSeM. Deze evaluatie loopt nog.

  • 9. 
    FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

De middelen zijn al vrijgegeven. Er wordt van uitgegaan dat de aflossing volgens schema plaatsvindt. Op de besteding van de MFB blijven de verificatie-, controle- en auditprocedures onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van

het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, gewoon van toepassing.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie