I. INLEIDING
-
1.De Commissie heeft het bovengenoemde voorstel, dat gebaseerd is op artikel 95 van het 1
Verdrag, op 15 januari 2008 bij de Raad en het Europees Parlement ingediend . De voorgestelde verordening dient ter vervanging van de huidige Verordening (EG) nr. 258/97
betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten, die sinds
15 mei 1997 van kracht is.
1
Doc. 5431/08 (COM(2007) 872 def.)
Met het voorstel wordt beoogd de voedselveiligheid te waarborgen, de menselijke gezondheid
en de consumentenbelangen te beschermen en te zorgen voor een goed werkende interne markt.
Daartoe heeft de Commissie voorgesteld het toepassingsgebied van de verordening aan te passen
en te verduidelijken. De eerste stap in dit verband was de aanneming van Verordening (EG)
nr. 1829/2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarmee
genetisch gemodificeerde levensmiddelen buiten het toepassingsgebied van de huidige
Verordening (EG) nr. 258/97 werden geplaatst. De Commissie stelde voor om 15 mei 1997 als
ijkdatum te gebruiken om te bepalen of een voedingsmiddel nieuw is.
Voor het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen die geen traditionele voedings-
middelen uit derde landen zijn, zou een centrale procedure op communautair niveau worden
opgezet overeenkomstig Verordening (EG) nr. XXX/XXXX [uniforme toelatingsprocedure]
(hierna "toekomstige verordening inzake de uniforme toelatingsprocedure" genoemd). Daarnaast
heeft de Commissie het begrip "traditionele levensmiddelen uit een derde land" ingevoerd als
een categorie van nieuwe levensmiddelen die in de EU via de kennisgevingsprocedure in de
handel kunnen worden gebracht zolang er geen op gegevens gebaseerde veiligheidsbezwaren
van de kant van de lidstaten en/of de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)
bestaan. Beide procedures komen in de plaats van de bestaande procedure waarbij de risico-
beoordeling in eerste instantie op nationaal niveau plaatsvindt.
Aanvragergebonden toelatingen zouden in de regel worden afgeschaft. In specifieke gevallen
mogen aanvragers echter een verzoek indienen om door eigendomsrechten beschermde
gegevens en/of nieuwe wetenschappelijke gegevens die ter ondersteuning bij toelatings-
aanvragen worden gevoegd, te beschermen.
-
2.Het voorstel en de bijbehorende effectbeoordeling zijn nadat ze door de Commissie waren ingediend in zeven vergaderingen van de Groep levensmiddelen (hierna "de groep" genoemd)
besproken.
De groep heeft positief gereageerd op het verordeningsvoorstel en steunt de hoofddoelstellingen.
Sommige lidstaten handhaven echter een algemeen of een parlementair studievoorbehoud. De
Commissie handhaaft een algemeen studievoorbehoud bij alle amendementen op haar
oorspronkelijke voorstel.
-
3.Het Europees Parlement heeft mevrouw Kartika Liotard tot rapporteur benoemd en verwacht zijn ontwerp-advies in eerste lezing in december 2008 in de ENVI-commissie te kunnen
aannemen en daarover in januari 2009 in de plenaire vergadering van het EP te kunnen
stemmen.
II. STAND VAN ZAKEN
Tijdens de bespreking van de tekst door de groep is een aantal wijzigingen op het Commissie-
voorstel naar voren gebracht die voornamelijk ten doel hadden de tekst duidelijker te maken.
-
A)Wat de inhoud betreft, kan momenteel gesteld worden dat er brede overeenstemming is over de volgende vraagstukken:
-
1)Centrale procedure voor risicobeoordeling
Een van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het bestaande systeem is dat de huidige procedure - te weten eerste risicobeoordeling op nationaal niveau, met indien nodig
een tweede risicobeoordeling door EFSA - in dit voorstel wordt vervangen door één enkele
gecentraliseerde risicobeoordelingsprocedure door EFSA, die gebruikt wordt voor alle
nieuwe levensmiddelen die geen traditionele levensmiddelen uit derde landen zijn. Deze
werkwijze is goedgekeurd door de lidstaten.
-
2)Toepassingsgebied
Er moet voor worden gezorgd dat alle levensmiddelen waarvoor een toelating vereist is, onder de respectieve sectorale levensmiddelenverordeningen vallen. Met betrekking tot dit
punt heeft de groep verduidelijkt dat nieuwe voedingsmiddelen waarbij het gaat om
vitaminen en mineralen die onder de specifieke wetgeving inzake vitaminen en mineralen
vallen, niet geregulariseerd moeten worden door middel van de voorgestelde verordening
nieuwe voedingsmiddelen, tenzij deze worden verkregen uit nieuwe bronnen of via een
productieproces waarmee geen rekening is gehouden toen zij onder de respectieve
wetgeving werden toegelaten.
-
3)Verduidelijking van definities
Omdat er herhaaldelijk problemen zijn met de interpretatie van de definities, zijn de lidstaten
het erover eens dat de definities in het voorstel (zoals "nieuwe voedingsmiddelen" in het
algemeen en "traditionele levensmiddelen uit een derde land") moeten worden verduidelijkt.
Daarom is de groep overeengekomen dat er nadere criteria moeten worden ontwikkeld om uit
te maken of een voedingsmiddel vóór 15 mei 1997 in de Gemeenschap in significante mate
voor menselijke voeding is gebruikt. De vraag of dit gedaan moet worden voordat de
voorgestelde verordening in werking treedt, staat nog open. Ook andere begrippen als
"significante wijziging", "normaal voedingspatroon" en "groot deel van de bevolking" moeten
misschien worden gebaseerd op overeengekomen criteria.
-
4)Vaststelling of het gaat om een nieuw voedingsmiddel Exploitanten van levensmiddelenbedrijven zijn in de regel gehouden om aan te geven of een
product vóór 15 mei 1997 in de Gemeenschap in significante mate als voedingsmiddel is
gebruikt. Indien nodig zijn het echter de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor
nieuwe voedingsmiddelen, die de door de exploitanten van levensmiddelenbedrijven
verstrekte gegevens over de nieuwheidsstatus van de voedingsmiddelen moeten verifiëren. In
geval van twijfel over de nieuwheid van een voedingsmiddel moet een besluit worden
genomen via de regelgevingsprocedure. Om deze besluitvorming te bevorderen, zou de
Commissie de mogelijkheid moeten krijgen om aan de hand van de informatie van lidstaten
en/of bedrijfsexploitanten vast te stellen in welke mate een voedingsmiddel vóór 15 mei 1997
voor menselijke voeding is gebruikt, en om de door bedrijven verstrekte informatie bij de
lidstaten te verifiëren. Daarnaast zouden toepassingsmaatregelen kunnen worden vastgesteld
(b.v. over het resultaat van het onderzoek).
-
5)Validering van een verzoek
Een verzoek om toelating van een nieuw voedingsmiddel zou alleen in behandeling mogen
worden genomen als het voedingsmiddel waarvoor toelating gevraagd wordt, voldoet aan de
definitie van "nieuw voedingsmiddel". De Raad vindt dat de Commissie binnengekomen
aanvragen moet valideren. De regels voor het valideren van aanvragen worden vastgesteld
via de toepassingsmaatregelen van artikel 9 van de voorgestelde verordening over de
uniforme toelatingsprocedure, en in het kader van die validering wordt nagegaan of het
voedingsmiddel voldoet aan de definitie van "nieuw voedingsmiddel".
-
6)Lijst van nieuwe voedingsmiddelen die in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht
Algemeen wordt ingezien dat het van het grootste belang is dat alle nieuwe voedingsmiddelen
die in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht, op één enkel referentiepunt op
een lijst komen te staan. In verband met de verschillende procedures (toelating en
kennisgeving) waarin de voorgestelde verordening voorziet, is de beste oplossing (één enkele
lijst voor de gehele Gemeenschap) niet mogelijk. Als alternatief is ervoor gekozen om de lijst
van nieuwe voedingsmiddelen die in het kader van de aangekondigde verordening over de
uniforme toelatingsprocedure worden toegelaten, en de lijst van kennisgevingen voor
traditionele levensmiddelen uit derde landen, samen te publiceren op een daartoe bestemde
pagina van de website van de Commissie.
De groep heeft besloten dat met het oog op de rechtszekerheid ieder jaar in het Publicatieblad
van de Europese Unie een overzicht van kennisgevingen van nieuwe voedingsmiddelen uit
derde landen moet worden gepubliceerd.
-
7)Algemene voorwaarden voor het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen De groep heeft besloten de algemene voorwaarden voor het in de handel brengen van nieuwe
voedingsmiddelen in de Gemeenschap te laten gelden voor alle nieuwe voedingsmiddelen,
inclusief traditionele levensmiddelen uit derde landen.
-
8)Samenhang tussen de voorgestelde verordening en de toekomstige verordening inzake de uniforme toelatingsprocedure
Aangezien de toepassing van de voorgestelde verordening afhangt van de datum waarop de
toekomstige verordening inzake de uniforme toelatingsprocedure van toepassing wordt, is
gekozen voor een oplossing waarbij de periode waarin de voorgestelde verordening
betreffende nieuwe voedingsmiddelen van toepassing wordt, te verlengen tot 24 maanden na
de inwerkingtreding. Dat dekt de maximumperiode waarbinnen de toekomstige verordening
inzake de uniforme toelatingsprocedure van toepassing wordt. Tijdens deze periode
ingediende verzoeken om toelating moeten worden afgehandeld overeenkomstig de huidige
verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen (Verordening (EG) nr. 258/97).
-
9)Aanvullende etiketteringsvoorschriften
De lidstaten zijn het eens dat bij nieuwe voedingsmiddelen in bepaalde gevallen aanvullende
informatie op het etiket nodig kan zijn, in het bijzonder in verband met de beschrijving, de
oorsprong of de gebruiksvoorwaarden van de levensmiddelen.
Of er daarnaast nog andere etiketteringsvoorschriften in verband met ethische overwegingen
of andere consumentenwensen moeten komen, moet nog nader worden besproken.
-
B)De volgende vraagstukken moeten nader worden besproken om de Raad in staat te stellen een definitief akkoord te bereiken:
-
1.Traditionele levensmiddelen uit derde landen Momenteel geldt voor traditionele levensmiddelen uit derde landen dezelfde toelatings-
procedure als voor andere soorten nieuwe voedingsmiddelen. De Commissie heeft voor-
gesteld de procedure voor traditionele levensmiddelen uit derde landen te vereenvoudigen als
er voldoende historische gegevens zijn over het veilig gebruik van die levensmiddelen in het
land van herkomst.
Sommige lidstaten hebben bedenkingen bij het gebruik van deze kennisgevingsprocedure. In
dit verband zijn ook andere bezwaren geopperd over het toepassingsgebied van de definitie
van deze levensmiddelen, en ook rees de vraag of de definitie niet alleen voor groenten en
fruit zou moeten gelden.
-
2.Geneesmiddelen
Onder de voorgestelde verordening vindt de toelating van nieuwe voedingsmiddelen op
communautiar niveau plaats. Daarentegen zijn het in grensgevallen de lidstaten die besluiten
of een product als geneesmiddel wordt aangemerkt. Het probleem zou kunnen rijzen dat
hetzelfde product op communautair niveau als nieuw voedingsmiddel wordt toegelaten,
terwijl het door een lidstaat als geneesmiddel wordt beschouwd. Voorlopig staat in de tekst
alleen dat door de harmonisatie van geneesmiddelen een situatie kan ontstaan waarin een
lidstaat die overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG vaststelt dat een stof een geneesmiddel is,
het op de markt brengen van een dergelijk product op grond van de communautaire wetgeving
kan beperken.
-
3.Commissie ethiek en nieuwe technologie
Er is voorgesteld een extra bepaling op te nemen waarin zou staan dat de Commissie de
genoemde commissie zou kunnen raadplegen over ethische vraagstukken in verband met
wetenschappen en nieuwe technologieën met grote ethische implicaties die gebruikt zouden
kunnen worden bij de vervaardiging van nieuwe voedingsmiddelen. Sommige lidstaten
stelden voor om in voorkomend geval het advies van de Commissie ethiek en nieuwe
technologie als criterium voor het toelaten van nieuwe voedingsmiddelen te hanteren. Dit
voorstel kreeg echter geen steun van andere delegaties en de Commissie.
-
4.Gegevensbescherming
De lidstaten hebben aanvaard dat nieuwe onderzoeksgegevens en/of door intellectuele
eigendom beschermde wetenschappelijke data moeten worden beschermd om de innovatie in
het bedrijfsleven te stimuleren. Er wordt nog besproken of in de voorgestelde verordening
soortgelijke criteria moeten worden opgenomen als in artikel 21 van Verordening (EG)
nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims.
De groep van de Raad zal verder gaan met de bespreking van het voorstel om tot een akkoord te
komen. De Raad zou het op prijs stellen als over dit wetsvoorstel in eerste lezing overeenstemming
kon worden bereikt met het Europees Parlement, maar de vaststelling van het gemeenschappelijk
standpunt van de Raad hangt af van het resultaat van de eerste lezing van het voorstel door het
Europees Parlement en de daaropvolgende discussie tussen de Raad en het Europees Parlement.
________________
- 14 jan '08COM(2007)872 - Nieuwe voedingsmiddelen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. XXX/XXXX [uniforme procedure] [SEC(2008) 12] [SEC(2008) 13]
- 28 jun '99COM(1999)315 - Gemeenschappelijk wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik -
- 7 jul '92COM(1992)295 - Nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten
-
Nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten

