VOORBEREIDING VAN DE ZITTING VAN DE RAAD (WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID, VOLKSGEZONDHEID EN CONSUMENTENZAKEN) VAN 9 EN 10 JUNI 2008 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. XXX/XXXX [uniforme procedure] - Voortgangsverslag [Openbare beraadslaging overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder c), van het reglement van orde van de Raad]

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

I. INLEIDING

  • 1. 
    De Commissie heeft het bovengenoemde voorstel, dat gebaseerd is op artikel 95 van het 1

Verdrag, op 15 januari 2008 bij de Raad en het Europees Parlement ingediend . De voorgestelde verordening dient ter vervanging van de huidige Verordening (EG) nr. 258/97

betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten, die sinds

15 mei 1997 van kracht is.

1

Doc. 5431/08 (COM(2007) 872 def.)

Met het voorstel wordt beoogd de voedselveiligheid te waarborgen, de menselijke gezondheid

en de consumentenbelangen te beschermen en te zorgen voor een goed werkende interne markt.

Daartoe heeft de Commissie voorgesteld het toepassingsgebied van de verordening aan te passen

en te verduidelijken. De eerste stap in dit verband was de aanneming van Verordening (EG)

nr. 1829/2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarmee

genetisch gemodificeerde levensmiddelen buiten het toepassingsgebied van de huidige

Verordening (EG) nr. 258/97 werden geplaatst. De Commissie stelde voor om 15 mei 1997 als

ijkdatum te gebruiken om te bepalen of een voedingsmiddel nieuw is.

Voor het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen die geen traditionele voedings-

middelen uit derde landen zijn, zou een centrale procedure op communautair niveau worden

opgezet overeenkomstig Verordening (EG) nr. XXX/XXXX [uniforme toelatingsprocedure]

(hierna "toekomstige verordening inzake de uniforme toelatingsprocedure" genoemd). Daarnaast

heeft de Commissie het begrip "traditionele levensmiddelen uit een derde land" ingevoerd als

een categorie van nieuwe levensmiddelen die in de EU via de kennisgevingsprocedure in de

handel kunnen worden gebracht zolang er geen op gegevens gebaseerde veiligheidsbezwaren

van de kant van de lidstaten en/of de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

bestaan. Beide procedures komen in de plaats van de bestaande procedure waarbij de risico-

beoordeling in eerste instantie op nationaal niveau plaatsvindt.

Aanvragergebonden toelatingen zouden in de regel worden afgeschaft. In specifieke gevallen

mogen aanvragers echter een verzoek indienen om door eigendomsrechten beschermde

gegevens en/of nieuwe wetenschappelijke gegevens die ter ondersteuning bij toelatings-

aanvragen worden gevoegd, te beschermen.

  • 2. 
    Het voorstel en de bijbehorende effectbeoordeling zijn nadat ze door de Commissie waren ingediend in zeven vergaderingen van de Groep levensmiddelen (hierna "de groep" genoemd)

besproken.

De groep heeft positief gereageerd op het verordeningsvoorstel en steunt de hoofddoelstellingen.

Sommige lidstaten handhaven echter een algemeen of een parlementair studievoorbehoud. De

Commissie handhaaft een algemeen studievoorbehoud bij alle amendementen op haar

oorspronkelijke voorstel.

  • 3. 
    Het Europees Parlement heeft mevrouw Kartika Liotard tot rapporteur benoemd en verwacht zijn ontwerp-advies in eerste lezing in december 2008 in de ENVI-commissie te kunnen

aannemen en daarover in januari 2009 in de plenaire vergadering van het EP te kunnen

stemmen.

II. STAND VAN ZAKEN

Tijdens de bespreking van de tekst door de groep is een aantal wijzigingen op het Commissie-

voorstel naar voren gebracht die voornamelijk ten doel hadden de tekst duidelijker te maken.

  • A) 
    Wat de inhoud betreft, kan momenteel gesteld worden dat er brede overeenstemming is over de volgende vraagstukken:
  • 1) 
    Centrale procedure voor risicobeoordeling

Een van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het bestaande systeem is dat de huidige procedure - te weten eerste risicobeoordeling op nationaal niveau, met indien nodig

een tweede risicobeoordeling door EFSA - in dit voorstel wordt vervangen door één enkele

gecentraliseerde risicobeoordelingsprocedure door EFSA, die gebruikt wordt voor alle

nieuwe levensmiddelen die geen traditionele levensmiddelen uit derde landen zijn. Deze

werkwijze is goedgekeurd door de lidstaten.

  • 2) 
    Toepassingsgebied

Er moet voor worden gezorgd dat alle levensmiddelen waarvoor een toelating vereist is, onder de respectieve sectorale levensmiddelenverordeningen vallen. Met betrekking tot dit

punt heeft de groep verduidelijkt dat nieuwe voedingsmiddelen waarbij het gaat om

vitaminen en mineralen die onder de specifieke wetgeving inzake vitaminen en mineralen

vallen, niet geregulariseerd moeten worden door middel van de voorgestelde verordening

nieuwe voedingsmiddelen, tenzij deze worden verkregen uit nieuwe bronnen of via een

productieproces waarmee geen rekening is gehouden toen zij onder de respectieve

wetgeving werden toegelaten.

  • 3) 
    Verduidelijking van definities

Omdat er herhaaldelijk problemen zijn met de interpretatie van de definities, zijn de lidstaten

het erover eens dat de definities in het voorstel (zoals "nieuwe voedingsmiddelen" in het

algemeen en "traditionele levensmiddelen uit een derde land") moeten worden verduidelijkt.

Daarom is de groep overeengekomen dat er nadere criteria moeten worden ontwikkeld om uit

te maken of een voedingsmiddel vóór 15 mei 1997 in de Gemeenschap in significante mate

voor menselijke voeding is gebruikt. De vraag of dit gedaan moet worden voordat de

voorgestelde verordening in werking treedt, staat nog open. Ook andere begrippen als

"significante wijziging", "normaal voedingspatroon" en "groot deel van de bevolking" moeten

misschien worden gebaseerd op overeengekomen criteria.

  • 4) 
    Vaststelling of het gaat om een nieuw voedingsmiddel Exploitanten van levensmiddelenbedrijven zijn in de regel gehouden om aan te geven of een

product vóór 15 mei 1997 in de Gemeenschap in significante mate als voedingsmiddel is

gebruikt. Indien nodig zijn het echter de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor

nieuwe voedingsmiddelen, die de door de exploitanten van levensmiddelenbedrijven

verstrekte gegevens over de nieuwheidsstatus van de voedingsmiddelen moeten verifiëren. In

geval van twijfel over de nieuwheid van een voedingsmiddel moet een besluit worden

genomen via de regelgevingsprocedure. Om deze besluitvorming te bevorderen, zou de

Commissie de mogelijkheid moeten krijgen om aan de hand van de informatie van lidstaten

en/of bedrijfsexploitanten vast te stellen in welke mate een voedingsmiddel vóór 15 mei 1997

voor menselijke voeding is gebruikt, en om de door bedrijven verstrekte informatie bij de

lidstaten te verifiëren. Daarnaast zouden toepassingsmaatregelen kunnen worden vastgesteld

(b.v. over het resultaat van het onderzoek).

  • 5) 
    Validering van een verzoek

Een verzoek om toelating van een nieuw voedingsmiddel zou alleen in behandeling mogen

worden genomen als het voedingsmiddel waarvoor toelating gevraagd wordt, voldoet aan de

definitie van "nieuw voedingsmiddel". De Raad vindt dat de Commissie binnengekomen

aanvragen moet valideren. De regels voor het valideren van aanvragen worden vastgesteld

via de toepassingsmaatregelen van artikel 9 van de voorgestelde verordening over de

uniforme toelatingsprocedure, en in het kader van die validering wordt nagegaan of het

voedingsmiddel voldoet aan de definitie van "nieuw voedingsmiddel".

  • 6) 
    Lijst van nieuwe voedingsmiddelen die in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht

Algemeen wordt ingezien dat het van het grootste belang is dat alle nieuwe voedingsmiddelen

die in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht, op één enkel referentiepunt op

een lijst komen te staan. In verband met de verschillende procedures (toelating en

kennisgeving) waarin de voorgestelde verordening voorziet, is de beste oplossing (één enkele

lijst voor de gehele Gemeenschap) niet mogelijk. Als alternatief is ervoor gekozen om de lijst

van nieuwe voedingsmiddelen die in het kader van de aangekondigde verordening over de

uniforme toelatingsprocedure worden toegelaten, en de lijst van kennisgevingen voor

traditionele levensmiddelen uit derde landen, samen te publiceren op een daartoe bestemde

pagina van de website van de Commissie.

De groep heeft besloten dat met het oog op de rechtszekerheid ieder jaar in het Publicatieblad

van de Europese Unie een overzicht van kennisgevingen van nieuwe voedingsmiddelen uit

derde landen moet worden gepubliceerd.

  • 7) 
    Algemene voorwaarden voor het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen De groep heeft besloten de algemene voorwaarden voor het in de handel brengen van nieuwe

voedingsmiddelen in de Gemeenschap te laten gelden voor alle nieuwe voedingsmiddelen,

inclusief traditionele levensmiddelen uit derde landen.

  • 8) 
    Samenhang tussen de voorgestelde verordening en de toekomstige verordening inzake de uniforme toelatingsprocedure

Aangezien de toepassing van de voorgestelde verordening afhangt van de datum waarop de

toekomstige verordening inzake de uniforme toelatingsprocedure van toepassing wordt, is

gekozen voor een oplossing waarbij de periode waarin de voorgestelde verordening

betreffende nieuwe voedingsmiddelen van toepassing wordt, te verlengen tot 24 maanden na

de inwerkingtreding. Dat dekt de maximumperiode waarbinnen de toekomstige verordening

inzake de uniforme toelatingsprocedure van toepassing wordt. Tijdens deze periode

ingediende verzoeken om toelating moeten worden afgehandeld overeenkomstig de huidige

verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen (Verordening (EG) nr. 258/97).

  • 9) 
    Aanvullende etiketteringsvoorschriften

De lidstaten zijn het eens dat bij nieuwe voedingsmiddelen in bepaalde gevallen aanvullende

informatie op het etiket nodig kan zijn, in het bijzonder in verband met de beschrijving, de

oorsprong of de gebruiksvoorwaarden van de levensmiddelen.

Of er daarnaast nog andere etiketteringsvoorschriften in verband met ethische overwegingen

of andere consumentenwensen moeten komen, moet nog nader worden besproken.

  • B) 
    De volgende vraagstukken moeten nader worden besproken om de Raad in staat te stellen een definitief akkoord te bereiken:
  • 1. 
    Traditionele levensmiddelen uit derde landen Momenteel geldt voor traditionele levensmiddelen uit derde landen dezelfde toelatings-

procedure als voor andere soorten nieuwe voedingsmiddelen. De Commissie heeft voor-

gesteld de procedure voor traditionele levensmiddelen uit derde landen te vereenvoudigen als

er voldoende historische gegevens zijn over het veilig gebruik van die levensmiddelen in het

land van herkomst.

Sommige lidstaten hebben bedenkingen bij het gebruik van deze kennisgevingsprocedure. In

dit verband zijn ook andere bezwaren geopperd over het toepassingsgebied van de definitie

van deze levensmiddelen, en ook rees de vraag of de definitie niet alleen voor groenten en

fruit zou moeten gelden.

  • 2. 
    Geneesmiddelen

Onder de voorgestelde verordening vindt de toelating van nieuwe voedingsmiddelen op

communautiar niveau plaats. Daarentegen zijn het in grensgevallen de lidstaten die besluiten

of een product als geneesmiddel wordt aangemerkt. Het probleem zou kunnen rijzen dat

hetzelfde product op communautair niveau als nieuw voedingsmiddel wordt toegelaten,

terwijl het door een lidstaat als geneesmiddel wordt beschouwd. Voorlopig staat in de tekst

alleen dat door de harmonisatie van geneesmiddelen een situatie kan ontstaan waarin een

lidstaat die overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG vaststelt dat een stof een geneesmiddel is,

het op de markt brengen van een dergelijk product op grond van de communautaire wetgeving

kan beperken.

  • 3. 
    Commissie ethiek en nieuwe technologie

Er is voorgesteld een extra bepaling op te nemen waarin zou staan dat de Commissie de

genoemde commissie zou kunnen raadplegen over ethische vraagstukken in verband met

wetenschappen en nieuwe technologieën met grote ethische implicaties die gebruikt zouden

kunnen worden bij de vervaardiging van nieuwe voedingsmiddelen. Sommige lidstaten

stelden voor om in voorkomend geval het advies van de Commissie ethiek en nieuwe

technologie als criterium voor het toelaten van nieuwe voedingsmiddelen te hanteren. Dit

voorstel kreeg echter geen steun van andere delegaties en de Commissie.

  • 4. 
    Gegevensbescherming

De lidstaten hebben aanvaard dat nieuwe onderzoeksgegevens en/of door intellectuele

eigendom beschermde wetenschappelijke data moeten worden beschermd om de innovatie in

het bedrijfsleven te stimuleren. Er wordt nog besproken of in de voorgestelde verordening

soortgelijke criteria moeten worden opgenomen als in artikel 21 van Verordening (EG)

nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims.

De groep van de Raad zal verder gaan met de bespreking van het voorstel om tot een akkoord te

komen. De Raad zou het op prijs stellen als over dit wetsvoorstel in eerste lezing overeenstemming

kon worden bereikt met het Europees Parlement, maar de vaststelling van het gemeenschappelijk

standpunt van de Raad hangt af van het resultaat van de eerste lezing van het voorstel door het

Europees Parlement en de daaropvolgende discussie tussen de Raad en het Europees Parlement.

________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie