Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende gewasstatistieken

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.

Bijlage: COM(2008) 210 definitief

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 21.4.2008 COM(2008)210 definitief

2008/0079 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende gewasstatistieken

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

(1) A CHTERGROND VAN HET VOORSTEL 120

· Motivering en doel van het voorstel

Gewasstatistieken zijn van essentieel belang voor het beheer van de EU-markten. Ook is het zeer belangrijk dat naast statistieken van granen en andere akkerlandgewassen ook statistieken van groenten en meerjarige teelten in de wetgeving worden opgenomen.

· Algemene context

Dit voorstel voldoet aan de doelstellingen van betere wetgeving, vereenvoudiging en vermindering van de lasten voor de respondenten.

· Bestaande bepalingen

Met dit voorstel wordt beoogd de huidige bepalingen te vereenvoudigen en deze aan te passen aan de nieuwe behoeften van de Europese Unie. De bestaande wetgeving, namelijk Verordening (EEG) nr. 837/90 van de Raad van 26 maart 1990 inzake door de lidstaten te verstrekken statistische informatie over de graanproductie, en Verordening (EEG) nr. 959/93 van de Raad van 5 april 1993 betreffende door de lidstaten te verstrekken statistische informatie over andere gewassen dan granen, moeten derhalve worden ingetrokken.

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU

De onder dit voorstel vallende statistieken zijn van wezenlijk belang voor het beheer en de evaluatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

De voorgestelde verordening is in overeenstemming met het nieuwe beleid van de Commissie inzake vereenvoudiging van de wetgeving en betere regelgeving, zoals beschreven in de mededeling van 14 november 2006 betreffende "betere regelgeving in de Europese Unie: een strategische evaluatie"

1

en "verlichting van de responslast,

vereenvoudiging en prioritering op het gebied van communautaire statistieken", en de mededeling van 24 januari 2007 betreffende een "actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten in de Europese Unie"

2

.

1 Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, COM(2006) 689 definitief: "Betere regelgeving in de Europese Unie: een strategische evaluatie".

2 Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, COM(2007) 23 definitief: "Actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten in de Europese Unie".

(2) R AADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING · Raadpleging van belanghebbende partijen

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten

Het voorstel is besproken met de gegevensverstrekkers (vertegenwoordigers van de nationale bureaus voor de statistiek) en de diensten van de Commissie (DG AGRI, JRC) in werkgroepen en het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek.

Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden

Het voorstel is het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen alle betrokken partijen.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Betrokken kennisgebieden

De nationale vertegenwoordigers bij de vergaderingen van de werkgroep "Bodemgebruik- en gewasstatistieken" van DG Eurostat waren deskundigen met kennis van de bestaande wetgeving en van de nationale systemen voor de verzameling en opstelling van statistieken van plantaardige producten. Tot de vertegenwoordigers van de Commissie behoorden deskundigen op het gebied van beleidsanalyse.

Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigen

De deskundigen waren afkomstig van de nationale bureaus voor de statistiek, DG AGRI en JRC. Het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek en de daartoe behorende werkgroep "Bodemgebruik- en gewasstatistieken" zijn er intensief bij betrokken en veel geraadpleegd.

Ontvangen en gebruikte adviezen

De reacties waren zeer positief. Er zijn geen mogelijk ernstige risico's met onomkeerbare gevolgen genoemd.

Aangezien het voorstel een aanzienlijke vereenvoudiging van de bestaande wetgeving inhoudt, zijn geen risico's vastgesteld.

Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiek

Werkdocumenten en notulen van de bijeenkomsten van het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek en de werkgroep zijn verkrijgbaar via CIRCA.

(3) J URIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL · Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Deze verordening heeft als doel de lidstaten statistieken van bodemgebruik en gewassen te verschaffen.

· Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor de communautaire statistiek is artikel 285 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Volgens dit artikel moet de Raad op basis van de medebeslissingsprocedure maatregelen voor de opstelling van statistieken nemen, wanneer dit voor de vervulling van de taken van de Gemeenschap nodig is. Als eisen waaraan bij de productie van communautaire statistieken moet worden voldaan, noemt dit artikel onpartijdigheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding.

· Subsidiariteitsbeginsel

Het doel van dit voorstel, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor de systematische productie van communautaire statistieken van bodemgebruik en gewassen, kan niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt.

Dit kan beter gebeuren op basis van communautaire wetgeving, omdat alleen de Commissie de noodzakelijke harmonisering van statistische informatie op Gemeenschapsniveau kan coördineren, terwijl het verzamelen van gegevens en de opstelling van vergelijkbare statistieken van bodemgebruik en gewassen door de lidstaten kunnen worden georganiseerd. De Gemeenschap kan derhalve maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag vervatte subsidiariteitsbeginsel.

· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel beperkt deze verordening zich tot het minimum dat nodig is om haar doel te verwezenlijken en gaat zij niet verder. Deze verordening schrijft niet voor elke lidstaat de mechanismen voor het verzamelen van gegevens voor, maar stelt slechts de te verschaffen gegevens vast om zo een geharmoniseerde structuur en een geharmoniseerd tijdschema te verzekeren.

De lidstaten zijn niet verplicht tot wijziging van de productie van statistieken van bodemgebruik en gewassen, die nu nog onder de Verordeningen (EEG) nr. 837/90 en (EEG) nr. 959/93 vallen. De enige nieuwe onderwerpen die in deze verordening worden voorgesteld, zijn groenten en meerjarige teelten, waarover op EU-niveau reeds gegevens worden verzameld op grond van een gentlemen's agreement.

Door statistieken in plaats van enquêteresultaten te verlangen, voor bepaalde gegevens de indieningsfrequentie te verlagen en de mogelijkheid te bieden om meer gebruik te maken van andere bronnen dan enquêtes (bv. administratieve bronnen) moeten de financiële en administratieve lasten voor de nationale autoriteiten worden verminderd.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn:

Welk rechtsinstrument het meest geschikt is, hangt af van het doel van de wetgeving. Gezien de informatiebehoeften op Europees niveau wordt voor basisbesluiten over de communautaire statistiek gewoonlijk gekozen voor verordeningen in plaats van

richtlijnen. Een verordening verdient de voorkeur omdat hierdoor in de gehele Gemeenschap dezelfde regels gelden en de lidstaten deze niet onvolledig of selectief kunnen toepassen. Een verordening is rechtstreeks van toepassing en hoeft dus niet in nationaal recht te worden omgezet. Richtlijnen daarentegen hebben tot doel de nationale wetgevingen te harmoniseren; zij zijn voor de lidstaten bindend wat hun doelstellingen betreft, maar de nationale instanties kunnen zelf bepalen hoe en in welke vorm zij deze willen bereiken. Richtlijnen moeten ook in nationaal recht worden omgezet. Een verordening is sinds 1997 de voor statistische besluiten gebruikelijke vorm.

(4) G EVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

(5) A ANVULLENDE INFORMATIE · Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van de wetgeving, vereenvoudiging van administratieve procedures voor overheidsinstanties (EU of nationaal) en vereenvoudiging van administratieve procedures voor private partijen.

De minder gedetailleerde indeling van gegevens naar regio, de ontheffingen voor lidstaten met een bebouwd areaal onder een bepaalde drempel en de geharmoniseerde indieningstermijnen zullen het werk voor de communautaire en nationale autoriteiten vereenvoudigen.

Door het gebruik van administratieve bronnen in plaats van enquêtes zal de last voor de respondenten afnemen.

Het voorstel is opgenomen in het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie, onder referentie 2007/ESTAT/029.

· Intrekking van bestaande wetgeving

De goedkeuring van het voorstel heeft de intrekking van bestaande wetgeving tot gevolg.

· Europese Economische Ruimte

De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-Overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte.

2008/0079 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende gewasstatistieken

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 1,

3

Gezien het voorstel van de Commissie , 4

Gezien het advies van het Europees Parlement , 5

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag , Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EEG) nr. 837/90 van de Raad van 26 maart 1990 inzake door de lidstaten te verstrekken statistische informatie over de graanproductie 6

, en

Verordening (EEG) nr. 959/93 van de Raad van 5 april 1993 betreffende door de lidstaten te verstrekken statistische informatie over andere gewassen dan granen

7

, zijn

meermaals gewijzigd. Aangezien er nu verdere wijzigingen en vereenvoudigingen nodig zijn, moeten deze richtlijnen om redenen van duidelijkheid worden vervangen.

(2) Gewasstatistieken zijn van essentieel belang voor het beheer van de EU-markten. Ook is het zeer belangrijk dat naast statistieken van granen en andere akkerlandgewassen ook statistieken van groenten en meerjarige teelten in de wetgeving worden opgenomen.

(3) Om ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid naar behoren wordt beheerd, heeft de Commissie behoefte aan regelmatige gegevens over het areaal, de opbrengst en de productie van gewassen. (4) Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad van 29 februari 1988 houdende organisatie

van communautaire enquêtes inzake de structuur van de 8

landbouwbedrijven voorziet in een programma van communautaire enquêtes om tot 2007 statistieken van de structuur van landbouwbedrijven te verschaffen.

3 PB C [...] van [...], blz. [...]. 4 PB C [...] van [...], blz. [...]. 5 PB C [...] van [...], blz. [...].

6 PB L 88 van 3.4.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1). 7

PB L 98 van 24.4.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

8 PB L 56 van 2.3.1988, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1890/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 386 van 29.12.2006, blz. 12).

(5) Krachtens Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) 9

moet voor alle statistieken die de

lidstaten aan de Commissie toezenden en die naar territoriale eenheden zijn ingedeeld, de NUTS worden gebruikt. Met het oog op de opstelling van vergelijkbare regionale statistieken moeten de territoriale eenheden daarom worden gedefinieerd overeenkomstig de NUTS.

(6) Om de last voor de lidstaten te beperken, mogen de eisen ten aanzien van de regionale gegevens niet verder gaan dan de eisen van de vroegere wetgeving (tenzij in de tussentijd nieuwe regionale niveaus zijn verschenen).

(7) Teneinde de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken, is nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie noodzakelijk: met name in het kader van het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, dat is opgericht bij Besluit 72/279/EEG van de Raad 10

.

(8) Om een soepele overgang vanuit de krachtens de Verordeningen (EEG) nr. 837/90 en (EEG) nr. 959/93 toepasselijke regelingen mogelijk te maken, moet deze verordening een overgangsperiode van maximaal een jaar mogelijk maken, die aan lidstaten kan worden toegekend wanneer de toepassing van deze verordening op hun nationale statistische systeem ingrijpende aanpassingen met zich mee zou brengen en tot aanzienlijke praktische problemen zou leiden.

(9) Aangezien het doel van de voorgestelde maatregel, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor de systematische productie van statistieken van bebouwd areaal, opbrengst en productie van granen en andere gewassen dan granen, niet voldoende kan worden verwezenlijkt op nationaal niveau en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is om haar doelstelling te bereiken. (10) Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek 11

biedt een referentiekader voor deze verordening. Zij

verlangt met name dat bij de opstelling van statistieken bepaalde normen inzake onpartijdigheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding in acht worden genomen.

(11) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden 12

.

(12) Met name moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om de indieningstabellen aan te passen. Aangezien het maatregelen van algemene strekking

9 PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 176/2008 (PB L 61 van 5.3.2008, blz. 1). 10 PB L 179 van 7.8.1972, blz. 1. 11

PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

12 PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 1).

betreft, die bedoeld zijn om niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen of hieraan nieuwe niet-essentiële onderdelen toe te voegen, moeten zij worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing zoals voorgeschreven in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG van de Raad.

(13) Het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek is geraadpleegd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1 Onderwerp

Deze verordening stelt een gemeenschappelijk kader vast voor de systematische productie van communautaire statistieken van het bodemgebruik en de gewasproductie.

Artikel 2

Definities

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a) "oogstjaar": het kalenderjaar waarin de oogst begint;
  • b) 
    "oppervlakte cultuurgrond": het areaal zoals gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad.
  • 2. 
    De definities in bijlage I bij deze verordening gelden alleen voor de toepassing van bijlage II bij deze verordening. Artikel 3

Dekking

  • 1. 
    De lidstaten produceren statistieken van de in bijlage II genoemde gewassen die op de oppervlakte cultuurgrond op hun grondgebied worden geproduceerd. 2. De statistieken dekken ten minste 95% van de volgende arealen (zoals vermeld in bijlage II): a) areaal aan akkerlandgewassen (tabel 1);
  • b) 
    geoogst areaal aan groenten, meloenen en aardbeien (tabel 2);
  • c) 
    productieareaal met meerjarige teelten (tabel 3);
  • d) 
    oppervlakte cultuurgrond (tabel 4).
  • 3. 
    Variabelen die in een lidstaat weinig of niet voorkomen, mogen van de statistieken worden uitgesloten, mits de lidstaat de Commissie op de hoogte stelt van alle desbetreffende gewassen in het kalenderjaar dat onmiddellijk aan elk van de referentieperioden voorafgaat. Artikel 4

Frequentie en referentieperiode

De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks de in bijlage II bedoelde gegevens. De referentieperiode is het oogstjaar. Het eerste referentiejaar is 2010.

Artikel 5

Nauwkeurigheid

Lidstaten die steekproefenquêtes houden, nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens van tabel 1 voldoen aan de nauwkeurigheidseisen in bijlage II bij deze verordening.

Bij gebruik van andere bronnen dan enquêtes zien de lidstaten erop toe dat de kwaliteit van deze informatie ten minste gelijk is aan die van informatie uit statistische enquêtes.

Artikel 6

Indiening bij de Commissie

De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) de in bijlage II bedoelde gegevens binnen de voor elke tabel voorgeschreven termijn.

De in bijlage II bedoelde indieningstabellen mogen door de Commissie worden aangepast (met uitzondering van de nauwkeurigheidseisen). Maatregelen die bedoeld zijn om nietessentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure.

Artikel 7

Regionale statistieken

  • 1. 
    De met "R" gemarkeerde gegevens in bijlage II worden uitgesplitst naar de territoriale eenheden op NUTS-1- en NUTS-2-niveau, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1059/2003. Bij wijze van uitzondering hoeven zij voor Duitsland en het Verenigd Koninkrijk alleen voor territoriale eenheden op NUTS-1niveau te worden verstrekt. 2. Variabelen die weinig of niet voorkomen, mogen van de regionale statistieken worden uitgesloten, mits de lidstaat de Commissie op de hoogte stelt van alle desbetreffende gewassen in het kalenderjaar dat onmiddellijk aan elke van de referentieperioden voorafgaat. Artikel 8

Kwaliteitscontrole en verslag

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening zijn de volgende aspecten van de kwaliteitscontrole van toepassing op de in te dienen statistieken: (a) "relevantie" heeft betrekking op de mate waarin statistieken voldoen aan de huidige en potentiële behoeften van de gebruikers; (b) "nauwkeurigheid" heeft betrekking op de mate waarin de schattingen de onbekende werkelijke waarden benaderen;

(c) "tijdigheid" heeft betrekking op de tijdspanne tussen de beschikbaarheid van de informatie en de gebeurtenis die of het verschijnsel dat door de informatie wordt beschreven; (d) "punctualiteit" heeft betrekking op de tijdspanne tussen de datum van publicatie van de gegevens en de datum waarop ze hadden moeten worden gepubliceerd;

(e) "toegankelijkheid" en "duidelijkheid" hebben betrekking op de voorwaarden waaronder de gebruikers de gegevens kunnen verkrijgen, gebruiken en interpreteren;

(f) "vergelijkbaarheid" heeft betrekking op de meting van het effect van verschillen in de toegepaste statistische begrippen, meetinstrumenten en meetprocedures wanneer statistieken tussen geografische gebieden, sectoren of in de tijd worden vergeleken; (g) "coherentie" heeft betrekking op de mate waarin de gegevens op betrouwbare wijze op verschillende manieren en voor verschillende doeleinden kunnen worden gecombineerd.

  • 2. 
    De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) elke drie jaar, en voor de eerste keer achttien maanden na de datum van toepassing van deze verordening, een verslag over de kwaliteit van de toegezonden gegevens.
  • 3. 
    De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke methodologische of andere verandering die de kwaliteit van de statistieken aanzienlijk beïnvloedt, en wel uiterlijk drie maanden nadat deze verandering is doorgevoerd. 4. Indien andere bronnen dan enquêtes worden gebruikt, stellen de lidstaten de Commissie vooraf in kennis van de gebruikte methodes en de kwaliteit van de gegevens. 5. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de ingediende gegevens. Artikel 9

Comitéprocedure

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, dat is opgericht bij Besluit 72/279/EEG van de Raad.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De termijn bedoeld in artikel 4, lid 3, van dat besluit wordt op drie maanden vastgesteld.

  • 3. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit. Artikel 10

Overgangsperiode

  • 1. 
    Voor de uitvoering van deze verordening kan aan de lidstaten waar de toepassing van deze verordening op hun nationale statistische systeem grote aanpassingen vereist en wellicht tot aanzienlijke praktische problemen leidt, volgens de procedure van artikel 9, lid 2, een overgangsperiode van een volledig kalenderjaar worden toegestaan, die uiterlijk één jaar na de datum van toepassing van de verordening eindigt. 2. Uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening dienen de lidstaten daartoe een met redenen omkleed verzoek in bij de Commissie.

Artikel 11

Intrekking

  • 1. 
    Onverminderd lid 3 worden de Verordeningen (EEG) nr. 837/90 en (EEG) nr. 959/93 van de Raad op 1 januari 2010 ingetrokken. 2. Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen moeten worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening.
  • 3. 
    In afwijking van artikel 12, lid 2, blijven de lidstaten waaraan een afwijking overeenkomstig artikel 10 is toegestaan, de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 837/90 en (EEG) nr. 959/93 van de Raad gedurende de toegestane overgangsperiode toepassen. Artikel 12

Inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. 2. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2010.
  • 3. 
    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE I

DEFINITIES

Voor de toepassing van bijlage II bij deze verordening zijn de volgende definities van toepassing:

. A) Tabellen 1, 2 en 3 van bijlage II

­ "beteeld areaal": tot de oogst is het beteelde areaal gelijk aan het ingezaaide areaal met

uitzondering van vernietigd areaal; na de oogst is het beteelde areaal gelijk aan het geoogste areaal;

­ "geoogst areaal": het gedeelte van het ontwikkelde areaal dat wordt geoogst. Dit kan

daarom gelijk zijn aan of kleiner zijn dan het ontwikkelde areaal;

­ "productieareaal": voor meerjarige teelten het areaal dat in aanmerking komt om in het

referentie-oogstjaar te worden geoogst. Uitgesloten zijn alle niet-productieve oppervlakten, zoals nieuwe aanplant die nog niet productief is;

­ "geoogste productie": de verloren gegane hoeveelheden, de direct op de boerderij

geconsumeerde hoeveelheden en de in de handel gebrachte hoeveelheden, uitgedrukt in gewichtseenheden van het basisproduct. De geoogste productie van granen, drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen en van oliehoudende gewassen (koolzaad, zonnebloempitten, lijnzaad, sojabonen, katoenzaad en andere oliehoudende zaden) wordt vermeld in drooggewicht.

­ "opbrengst": de geoogste productie per beteeld areaal;

­ "elkaar opvolgende gewassen" heeft betrekking op een perceel bouwland dat tijdens een

bepaald oogstjaar meer dan eens, maar voor slechts één gewas tegelijk wordt gebruikt. Beide arealen gelden als beteeld areaal voor elk van beide gewassen (de begrippen hoofdareaal en nevenareaal zijn in dit verband niet van toepassing);

­ "gecombineerde gewassen" heeft betrekking op een combinatie van gewassen die

tegelijkertijd een perceel bouwland innemen. Het beteelde areaal wordt in dit geval proportioneel verdeeld naar het grondoppervlak dat zij innemen (de begrippen hoofdareaal en nevenareaal zijn in dit verband niet van toepassing);

­ "gewassen met een tweeledig doel" worden volgens de afspraak ingedeeld als primair

gewas voor hun hoofdgebruik en als secundair gewas voor hun nevengebruik;

­ "gewassen onder glas of andere (betreedbare) beschermingsafdekking" zijn gewassen die

gedurende de gehele vegetatieve cyclus of voor het grootste deel daarvan onder staand glas of onder een andere hoge afdekking (met glas of met hard of zacht plastic folie, vast of verplaatsbaar) worden geteeld. Hieronder vallen niet het bedekken van grond met plastic folie en gewassen onder stolpen of in niet-betreedbare tunnels of onder draagbare glazen ramen.

Arealen met gewassen die tijdelijk onder glas en verder in de open lucht worden

geteeld, worden uitsluitend bij de oppervlakte onder glas in aanmerking genomen, behalve wanneer ze maar een zeer korte tijd onder staand glas staan.

­ B) Tabel 4 van bijlage II

­ De rubrieken zijn gedefinieerd in Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad.

­ "Hoofd- en nevenarealen" worden als volgt geclassificeerd:

  • 1. 
    Voor algemeen gebruik: het hoofdareaal van een bepaald perceel wordt doorgaans, wanneer het perceel gedurende een oogstjaar slechts voor één gewas wordt gebruikt, ondubbelzinnig bepaald door dat gebruik. (In dat geval bedraagt het nevenareaal van dat perceel nul.) 4. Bijzondere gevallen

4.1. Elkaar opvolgende gewassen

"Hoofdareaal": indien een perceel bouwland tijdens een bepaald oogstjaar meer dan eens wordt gebruikt (elkaar opvolgende gewassen), maar voor slechts een gewas tegelijk, is het gewas met de hoogste waarde het hoofdareaal. indien uit de waarde van de productie niet blijkt wat het hoofdareaal is, wordt het gewas dat de grond het langst in beslag neemt als het hoofdgewas aangemerkt.

"Nevenareaal": in dat geval worden alle andere toepassingen als nevenareaal beschouwd.

4.2. Gecombineerde gewassen

"Hoofdareaal": indien een perceel bouwland tijdens het teeltseizoen van een bepaald oogstjaar wordt gebruikt voor dezelfde vaste combinatie van gewassen (gecombineerde gewassen), wordt het hoofdareaal pro rata verdeeld tussen de betrokken gewassen.

"Nevenareaal": in dat geval is er geen nevenareaal.

4.3. Combinatie van elkaar opvolgende en gecombineerde gewassen

"Hoofdareaal": indien een perceel bouwland tijdens een gegeven oogstjaar meer dan eens wordt gebruikt voor een combinatie van elkaar opvolgende en gecombineerde gewassen, wordt elke combinatie van gewassen die het land gedurende hetzelfde tijdvak innemen afzonderlijk gewaardeerd, en wordt de combinatie of het enkele gewas met de hoogste waarde als het hoofdareaal aangemerkt. Wanneer dat areaal voor gecombineerde gewassen wordt gebruikt, wordt het hoofdareaal pro rata verdeeld tussen de betrokken gewassen.

"Nevenareaal": in dat geval worden alle andere toepassingen als nevenareaal beschouwd.

BIJLAGE II

INDIENINGSTABELLEN

X: gegevens die op nationaal niveau dienen te worden verstrekt

R: gegevens die op regionaal en nationaal niveau dienen te worden verstrekt

-: die niet behoeven te worden ingediend

n.e.g.: niet elders geclassificeerd

Tabel 1 Akkerlandgewassen

Beteeld areaal Geoogste productie (1000 hectare) (1000 ton)

31 jan. 31 mei 30 jun. 31 aug. 30 sep. 31 jan. 30 sep. 30 sep. 31 okt. 31 jan. 30 sep. Indieningstermijnen

jaar n jaar n jaar n jaar n jaar n jaar n +1 jaar n+1 jaar n jaar n jaar n +1 jaar n+1 schattingen schattingen schattingen schattingen schattingen schattingen schattingen schattingen schattingen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Granen voor korrelwinning (inclusief zaden) * - - - - - X R - - X R Granen (met uitzondering van rijst) - - - - - X X - - X X Zachte tarwe en spelt, waarvan: X X X X X X R X X X R Wintertarwe X X X X X X X X X X X

Harde tarwe X X X X X X R X X X R

Rogge en mengkoren X X X X X X R X X X R Gerst, waarvan: X X X X X X R X X X R Wintergerst X X X X X X X X X X X Haver - X X X X X X X X X X

Andere graanmengsels dan mengkoren - - - - - X X - - X X Korrelmaïs en zaad-spil-mengsel - X X X X X R X X X R Rijst, waarvan: - X X X X X X X X X X Indica - - - - - X X - - X X

Japonica - - - - - X X - - X X

Andere granen, n.e.g. waarvan: - - - - - X X - - X X Sorghum - X X X X X X X X X X

Triticale X X X X X X X X X X X

Gierst, boekwijt, kanariezaad - - - - - X X - - X X Drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor

korrelwinning *

(inclusief zaden en mengsels van granen en peulvruchten) - - - - - X R - - X X Erwten - X X X X X X X X X X

Tuin- en veldbonen - X X X X X X - X X X

Niet-bittere lupinen - - - - - X X - - X X

Andere drooggeoogste peulvruchten, n.e.g. - - - - - X X - - X X Hakvruchten - - - - - X X - - X X

Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen) - X X X X X X - X X X Suikerbieten (exclusief zaaizaad) - X X X X X R - X X R Andere hakvruchten, n.e.g. - - - - - X X - - X X

Gewassen voor industrieel gebruik - - - - - X X - - X X

Kool- en raapzaad * X X X X X X R X X X R Zonnebloempitten * - X X X X X R X X X R Lijnzaad * - - - - - X R - - X X

Sojabonen * - X X X X X R X X X R Katoenzaad * - - - - - - - - - X X

Andere oliehoudende gewassen * - - - - - X X - - X X Vezelvlas - - - - - X R - - X X Hennep - - - - - X X - - X X

Katoenvezel - - - - - X R - - X X

Andere vezelgewassen - - - - - X X - - X X Hop - - - - - X X - - X X

Tabak - - - - - X R - - X R

Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen - - - - - X X - - X X Andere gewassen voor industrieel gebruik, n.e.g., waarvan: - - - - - X X - - X X Energiegewassen, n.e.g. - - - - - X X - - X X Groen geoogste gewassen - - - - - X X - - - -

Eenjarige groen geoogste gewassen - - - - - X X - - X X Snijmaïs - X X X X X X X X X X

Andere eenjarige groen geoogste gewassen, waarvan: - - - - - X X - - X X Groen geoogste granen - - - - - X X - - X X Peulvruchten - - - - - X X - - - -

Tijdelijk grasland en begrazing - - - - - X X - - - * De voortbrenging van deze producten wordt vermeld in droog

De kolommen 1, 3, 4 en 13 zijn facultatief indien de gemiddelde nationale productie (in drooggewicht) gedurende de laatste drie jaren minder bedroeg dan 2 580 000 ton voor zachte tarwe, 860 000 ton voor harde tarwe, 770 000 ton voor gerst, 80 000 ton voor rogge en mengkoren, 1 290 000 ton voor korrelmaïs, 170 000 ton voor triticale, 130 000 ton voor haver, sorghum en rijst, 60 000 ton voor erwten, 40 000 ton voor veldbonen, 270 000 ton voor raapzaad, 180 000 ton voor zonnebloempitten, 50 000 ton voor soja per jaar. De kolommen 1, 3, 4 en 13 zijn facultatief indien de gemiddelde nationale productie gedurende de laatste drie jaren minder bedroeg dan 700 000 ton aardappelen, 2 500 000 ton suikerbieten of 4 500 000 ton snijmaïs per jaar. De kolommen 2 en 12 zijn facultatief.

Nauwkeurigheidseisen

De variatiecoëfficiënt van de gegevens die vóór 30 september van jaar n + 1 moeten worden ingediend, is (op nationaal niveau) niet groter dan 3% voor het totale beteelde areaal voor elke van de volgende groepen hoofdgewassen: granen voor korrelwinning (met inbegrip van zaaizaad), drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten), hakvruchten, handelsgewassen en groen geoogste gewassen

Tabel 2 Groenten, meloenen en aardbeien

Geoogst areaal

(1000 hectare)

Totaal gewassen onder glas of hoge (betreedbare) afdekking

31 mrt. 30 sep. 30 sep. 31 mrt. Indieningstermijnen

jaar n+1 jaar n+1 jaar n+1 jaar n+1 1 2 3

Groenten, meloenen en aardbeien X X Kool X X -

Bloemkool en broccoli X X Witte kool X X -

Blad- en stengelgroenten X X Selderij X X Prei X X Sla X X X

Andijvie X X Spinazie X X Asperges X X Witloof X X -

Artisjokken X X -

Groenten geteeld voor hun vruchten X X Tomaten, waarvan: X X -

Tomaten voor verse consumptie - X X Komkommers X X X Augurken X X Meloenen X X -

Watermeloenen X X Aubergines X X Courgettes X X -

Rode peper, capsicum X X X

Wortel-, knol- en bolgewassen X X Wortels X X -

Knoflook X X Uien X X -

Sjalotten X X -

Knolselderij X X Radijs X X -

Peulvruchten X X Erwten X X Bonen X X -

Andere groenten, n.e.g. X X Aardbeien X X X

Gekweekte paddestoelen * X X -

De kolommen 1 en 4 zijn facultatief indien de gemiddelde nationale productie per jaar gedurende de laatste drie jaren minder bedroeg dan 100 000 ton voor kool, blad- en stengelgroenten, wortel- knol- en bolgewassen, minder dan 500 000 ton voor groenten geteeld voor hun vruchten, minder dan 40 000 ton voor peulvruchten en gekweekte paddestoelen en minder dan 12 000 ton voor aardbeien.

Tabel 3 Meerjarige teelten

Productieareaal Geoogste productie (1000 hectare) (1000 ton)

30 sep. 31 mrt. 30 sep. Indieningstermijnen

jaar n+1 jaar n+1 jaar n+1 1 2 3

Meerjarige teelten X X X

Fruit van gematigde breedten X X X

Appels, waarvan: X X X Appels voor verse consumptie - - X Peren X X X

Perziken X X X

Abrikozen X X X

Nectarines X X X

Kersen, waarvan: X X X Zure kersen X X X Pruimen X X X

Kleinfruit, waarvan: X X X Zwarte aalbessen X X X Frambozen X X X Noten X X X

Walnoten X X X

Hazelnoten X X X Amandelen X X X Kastanjes X X X

Fruit van subtropische breedten, waarvan: X X X Vijgen X X X Kiwi's X X X

Avocado's X X X

Citrusvruchten X X X

Pompelmoezen en pomelo's X X X Citroenen, limoenen X X X Sinaasappelen X X X

Kleine citrusvruchten X X X Satsuma's X X X

Clementines X X X Druiven X X X

Druiven voor wijn: X X X

Wijn met beschermde oorsprongsbenaming X X X

Wijn met beschermde geografische aanduiding X X X Andere wijn X X X

Tafeldruiven X X X Rozijnen X X X Olijven X X X

Tafelolijven X X X

Olijven voor het vervaardigen van olie X X X Andere meerjarige teelten, n.e.g. X - -

50 000 ton voor peren, perziken, nectarines, kiwi's en avocado's, minder dan 10 000 ton voor abrikozen, kersen, pruimen, kleinfruit, noten en vijgen per jaar.

De kolommen 1, 2 en 3 zijn facultatief indien het nationale productieareaal minder dan 500 hectare bedraagt voor citrusfruitbomen, wijnstokken en olijfbomen.

Tabel 4 Bodemgebruik

Hoofdareaal:

(1000 hectare)

30 sep.

Indieningstermijn

jaar n+1

Oppervlakte cultuurgrond R Bouwland R

Granen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad) X

Drooggeoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaden en mengsels van granen en peulvruchten)

X

Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen) X Suikerbieten (exclusief zaaizaad) X

Voederhakvruchten (exclusief zaaizaad) X Gewassen voor industrieel gebruik X

Verse groenten, meloenen en aardbeien X

Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) X Groen geoogste gewassen X

Zaaizaad en zaailingen op bouwland X Overige gewassen op bouwland X Braakland R

Tuinen voor eigen gebruik X Blijvend grasland R

Meerjarige teelten,waarvan: X Boomgaarden en kleinfruit R Olijfboomgaarden R Wijngaarden R

Meerjarige teelten onder glas X

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie