Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET

PUIGARNAU, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris generaal/hoge vertegen

woordiger, is toegezonden.

Bijlage: COM(2008) 124 definitief

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 3.3.2008 COM(2008) 124 definitief

2008/0050 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders

{SEC(2008) 275} {SEC(2008) 276}

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

  • 1. 
    A CHTERGROND VAN HET VOORSTEL Algemene context

Dierlijke productie maakt bijna de helft van de landbouwproductie in de EU uit. Diervoeders zijn de voornaamste kostenfactor voor de vijf miljoen veehouders in de Gemeenschap. De afzetvoorwaarden van diervoeders zijn van beslissende invloed op het concurrentievermogen van de veehouderij. Daarnaast is de afzet van voeders voor gezelschapdieren belangrijk: meer dan 60 miljoen huishoudens in de EU waar gezelschapsdieren

worden gehouden koopt deze voeders regelmatig. De mengvoedersector van de EU, met inbegrip van voeders voor gezelschapsdieren, kent een jaarlijkse omzet van bijna 50 miljard euro, waarbij de sector voedermiddelen niet is meegerekend.

Het etiket is enerzijds bedoeld voor handhaving, traceerbaarheid en controle en anderzijds om de gebruiker informatie te verstrekken. Aangezien etikettering het belangrijkste communicatiemiddel tussen verkoper en afnemer is, dient deze zo eenvoudig en duidelijk mogelijk te zijn. Bij de gestelde eisen moet worden nagegaan welke informatie de gemiddelde gebruiker nodig heeft om een weloverwogen keuze te kunnen maken. De etikettering van diervoeders moeten worden gezien in de bredere context van de informatie voor de gebruiker. De aankoop van veevoeders is tegenwoordig een business to businessactiviteit.

Doelstellingen van het voorstel

Het project maakt deel uit van het lopend programma van de Commissie voor vereenvoudiging. Vooropgesteld dat de in de Gemeenschap bereikte hoge mate aan veiligheid van diervoeders en levensmiddelen gehandhaafd blijft, zijn daarom de algemene doelstellingen de consolidatie, herziening en actualisering van de richtlijnen betreffende het verkeer en de etikettering van voedermiddelen. De vereenvoudiging van de huidige voorschriften mag het hoge niveau van de bescherming van de diergezondheid niet in gevaar brengen. Dit voorstel dient juridische duidelijkheid te verschaffen, te leiden tot een geharmoniseerde uitvoering en de goede werking van de interne markt te bevorderen. Met het oog op een beter concurrentievermogen van de diervoeder en landbouwsector moeten de technische voorschriften worden vereenvoudigd en moet een einde worden gemaakt aan onnodige administratieve rompslomp. Voorts dienen de gebruikers van diervoeders in staat te worden gesteld om een weloverwogen keuze te maken zonder te worden misleid.

Concreet: de operationele doelstelling in verband met de kwestie van de lijst van voedermiddelen is gericht op de goede werking van de interne markt door middel van duidelijke benamingen en deugdelijke informatie voor de gebruiker. Bij vergunningsprocedures moet worden gegarandeerd dat de voorwaarden van de vergunningen voorafgaande aan het in de handel brengen in de juiste verhouding tot de risico's staan en dat nieuwe voedermiddelen adequaat gespecificeerd worden, zodat zij op correcte wijze worden gebruikt. Op het gebied van mengvoeders dient de afschaffing van onnodige etiketteringsvoorschriften tot meer innovatie en een groter concurrentievermogen te leiden. Bij de operationele doelstelling voor voeder voor

gezelschapsdieren gaat het om betrouwbaarder etiketten, zodat de koper niet misleid wordt door de etikettering.

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Bij Richtlijn 79/373/EEG van de Raad zijn regels vastgesteld voor het verkeer in mengvoeders in de Gemeenschap. Bij Richtlijn 93/74/EEG van de Raad worden voor een speciaal soort mengvoeder de beginselen vastgelegd betreffende diervoeders met bijzonder voedingsdoel ("dieetvoer"). Richtlijn 96/25/EG bevat de algemene voorschriften voor het verkeer en gebruik van voedermiddelen. Bij Richtlijn 82/471/EEG worden de voorwaarden vastgesteld voor het in de handel brengen van de zogenaamde bio eiwitten (bepaalde in diervoeding gebruikte producten), die tot de categorie voedermiddelen behoren. Voorts voorziet Richtlijn 93/113/EG in voorschriften betreffende het gebruik en het in de handel brengen van voor diervoeding bestemde enzymen, micro organismen en hun preparaten; de bepalingen voor de etikettering van in mengvoeder verwerkte toevoegingsmiddelen zijn vastgesteld krachtens het nog steeds geldige artikel 16 van Richtlijn 70/524/EEG van de Raad, die voor het overige is ingetrokken.

Deze wettelijke bepalingen worden ten uitvoer gelegd bij Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie houdende machtiging om, in bepaalde gevallen, mengvoeders in de handel

te brengen in niet gesloten verpakkingen of recipiënten, Richtlijn

82/475/EEG van de Commissie tot vaststelling van de categorieën van ingrediënten die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van mengvoeders voor huisdieren, Richtlijn 94/39/EG van de Commissie tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie tot goedkeuring van een lijst van materialen waarvan het verkeer en het gebruik in de diervoeding is verboden ("negatieve lijst").

In dit voorstel worden de bovengenoemde bepalingen gestroomlijnd, vereenvoudigd en geactualiseerd.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU

Het voorstel is in overeenstemming met het beleid van de Commissie inzake betere regelgeving en met de Lissabonstrategie. De nadruk ligt op vereenvoudiging van het regelgevingsproces, waardoor de administratieve rompslomp wordt gereduceerd en de concurrentiekracht van de Europese levensmiddelenindustrie wordt vergroot; tegelijkertijd moet de voedselveiligheid worden gewaarborgd, het hoge niveau van bescherming van de volksgezondheid worden gehandhaafd en moet er recht worden gedaan aan mondiale aspecten.

  • 2. 
    R AADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING Raadpleging van belanghebbende partijen

Sinds 2002 is tijdens diverse raadplegingen, vergaderingen en in het kader van bilaterale

contacten steeds vaker advies ingewonnen van de lidstaten, vertegenwoordigers van derde landen en de belanghebbende partijen

In 2003 heeft de Commissie een externe contractant opdracht gegeven om een studie uit

te voeren naar een herziening van bepaalde gedeelten van de diervoederwetgeving. Het definitieve verslag "Evaluatie van de mogelijke goedkeuring van een nieuw voorstel tot herschikking van de wetgeving inzake

voederetikettering en tot wijziging van de toelatings /intrekkingprocedure voor sommige categorieën van voedermiddelen" werd in juni 2004 aangeboden.

In november 2005 heeft de Commissie in het kader van de interactieve beleidsvorming de aanzet gegeven tot een raadpleging van het algemene publiek om informatie te verzamelen over de mogelijke gevolgen van de belangrijkste beoogde wijzigingen van de huidige wetgeving.

In januari en februari 2007 vonden er paneldiscussies met de lidstaten plaats in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en met de belanghebbende partijen die waren vertegenwoordigd in de Adviesgroep voor de voedselketen en de gezondheid van dieren en planten. In juni en juli 2007 is tijdens twee eendaagse werkgroepvergaderingen met de lidstaten overleg gepleegd over bepaalde aspecten van het ontwerpwetgevingsvoorstel.

Effectbeoordeling

Voor elk van in de ontwerpverordening voorgestelde belangrijke beleidsmaatregelen waarvoor dit nuttig werd geacht, zijn diverse opties onderzocht op hun economische, sociale en milieueffecten voor de verschillende belanghebbenden en instanties. Deze varieerden van intrekking van de voorschriften (deregulering), handhaving van de status quo, invoering van nieuwe dwingende maatregelen tot het delegeren van verantwoordelijkheden aan de diverse belanghebbende partijen en autoriteiten (coregulering).

Het rapport over de door de Commissie uitgevoerde effectbeoordeling wordt samen met dit voorstel ingediend als een werkdocument van de diensten van de Commissie. Het

kan eveneens worden geraadpleegd op http://ec.europa.eu/food/food/animalnutrition/labelling/index_en.htm

  • 3. 
    J URIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

Goedkeuring van een verordening van het Europees Parlement en de Raad met voorschriften voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders. De verordening komt in de plaats van de huidige wetgeving inzake het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde diervoeders en vereenvoudigt en actualiseert de bepalingen, zodat adequate informatie voor de gebruikers en consumenten wordt gegarandeerd en tegelijkertijd de goede werking van de interne markt op basis van de bescherming van de volksgezondheid wordt gewaarborgd.

Rechtsgrondslag

Artikel 37 en artikel 152, lid 4, van het EG Verdrag

Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen.

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende redenen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt:

Het optreden van de Gemeenschap heeft als voornaamste doel de vaststelling van de voorwaarden voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders binnen de Gemeenschap; de lidstaten afzonderlijk zijn niet in staat dit op adequate wijze te verwezenlijken zonder dat aan de goede werking van de gemeenschappelijke interne markt afbreuk wordt gedaan. De ervaring heeft geleerd dat verschillen bij de omzetting

van de richtlijnen door de lidstaten een geharmoniseerde gemeenschappelijke markt, d.w.z. het vrije verkeer van diervoeders, in de weg staan. Voorts heeft de Europese Unie het recht op te treden om door middel van uniforme productievoorwaarden de productiviteit en het inkomen van de Europese landbouw te verbeteren.

Individueel optreden door de lidstaten kan leiden tot uiteenlopende niveaus van veiligheid van diervoeders en levensmiddelen, en consumenten in verwarring brengen. Zo zou volledig geharmoniseerde wetgeving inzake het in de handel brengen van diervoeders het gemakkelijker maken om deze na constatering van een risico terug te roepen.

Het optreden van de EU is bij het streven naar een doelmatige werking van de interne markt bij het in de handel brengen en gebruik van diervoeders gerechtvaardigd in verband met het concurrentievermogen van de Europese diervoedersector en veehouderij. Voorts zijn geharmoniseerde voorschriften in het belang van een adequate voorlichting van de Europese gebruikers van diervoeders.

Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel:

Het voorstel harmoniseert het regelgevend kader voor het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde diervoeders en draagt derhalve bij tot het functioneren van de diervoedersector in de EU. Gezien de absolute verplichting tot waarborging van de veiligheid van diervoeders en levensmiddelen, zijn de verwachte voor en nadelen van de voorgestelde wettelijke maatregelen grondig onderzocht. Bovendien is op ieder gebied nauwgezet nagegaan of de maatregelen niet tot buitensporige of ongerechtvaardigde lasten leiden.

Zonder harmonisatie zouden afzonderlijke nationale voorwaarden voor het in de handel brengen en de productie gehandhaafd blijven. De administratieve rompslomp wordt beperkt.

Keuze van instrumenten

Voorgesteld(e) instrument(en): één verordening

Daar vereenvoudiging een cruciaal element van het voorstel is, wordt de toepassing van verordeningen in het algemeen geacht tot vereenvoudiging bij te dragen, aangezien zo wordt gegarandeerd dat alle belanghebbende partijen tegelijkertijd aan

dezelfde regels zijn onderworpen (mededeling van de Commissie betreffende de vereenvoudiging van de regelgeving COM(2005) 535 definitief).

Andere instrumenten zouden om de volgende redenen ongeschikt zijn.

De Commissie heeft uitgebreide voorschriften voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders uitgewerkt. Deze zijn thans nog vastgelegd in verscheidene richtlijnen, met talloze kruisverwijzingen en overlappingen als gevolg. De voorschriften zijn echter vastgesteld als hetzij een weinig samenhangende reactie op de behoeften van de interne markt, hetzij om te voldoen aan de communautaire doelstelling tot verbetering van de veiligheid van diervoeders en levensmiddelen. Dit heeft geresulteerd in een reeks uiteenlopende regelingen, hetgeen slechts om historische redenen kan worden gerechtvaardigd.

Verder heeft de nationale tenuitvoerlegging van de richtlijnen geleid tot niet geharmoniseerde afzetvoorwaarden, die belemmeringen in de handel binnen de EU tot gevolg hebben gehad, zoals blijkt uit verscheidene bij het Europese Hof van Justitie aangespannen zaken. Het bedrijfsleven en nationale en EU autoriteiten, waaronder de gerechtelijke instanties, moeten voortdurend aandacht en tijd besteden aan het probleem van de uiteenlopende omschrijvingen van bepaalde diervoeders. Zolang de communautaire voorschriften zijn vastgelegd in richtlijnen, kan er geen sprake zijn van een uniforme classificatie.

Ten slotte waren de diverse wijzigingen van de desbetreffende richtlijnen zodanig geformuleerd, dat er voor de lidstaten niet veel speelruimte overbleef bij de omzetting, zodat deze meer in de geest van verordeningen dan in die van richtlijnen plaatsvond. Het was nu juist de bedoeling om een verschillende toepassing door de lidstaten

te vermijden. Gedurende verscheidene jaren wordt de Gemeenschapswetgeving inzake diervoeding op deze wijze geformuleerd en komt zij tegemoet aan de door de marktdeelnemers en ook dikwijls door de lidstaten verlangde rechtszekerheid.

Kortom, een nieuwe, alomvattende verordening zou in de gehele diervoedersector in de EU voor consistentie en duidelijkheid kunnen zorgen.

  • 4. 
    GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

  • 5. 
    A ANVULLENDE INFORMATIE Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van wetgeving en administratieve procedures voor overheidsinstanties (EU of nationaal) en private partijen.

Door intrekking van onnodige mogelijkheden voor de lidstaten om in nationaal opzicht van de algemene bepalingen af te wijken en door opwaardering van nuttige afwijkingen tot verplichtingen op EU niveau wordt de wetgeving gestroomlijnd en wordt de transparantie voor de betrokken partijen vergroot. De formulering wordt geactualiseerd en verduidelijkt.

Het voorstel maakt deel uit van het lopend programma voor vereenvoudiging van de Commissie en haar wetgevings en werkprogramma voor 2007, onder referentie 2007/SANCO/004.

Europese Economische Ruimte

De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte.

Nadere uitleg van het voorstel

Hoofdstuk I ­ Inleidende bepalingen

De bepalingen voor het in de handel brengen en het gebruik van voedermiddelen en mengvoeders moeten het benodigde veiligheidsniveau voor diervoeders en levensmiddelen en tegelijkertijd een moderne markt voor de belanghebbende partijen waarborgen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de bestaande horizontale en bijzondere wetgeving op aanverwante terreinen. Duidelijke definities van de verschillende soorten diervoeders en aanduidingen zijn van cruciaal belang om de doelstellingen te verwezenlijken.

Hoofdstuk 2 ­ Algemene eisen

Voor alle diervoeders moeten algemene veiligheids en handelsverplichtingen

worden vastgesteld. Er worden speciale verplichtingen voor de producenten en andere marktdeelnemers vastgelegd met het oog op adequate controles en maatregelen ten behoeve van de diervoederveiligheid.

De Commissie wordt gemachtigd om een lijst van voedermiddelen, waarvoor een verbod op het in de handel brengen geldt, te beheren en bij te houden.

Hoofdstuk 3 ­ In de handel brengen van specifieke soorten diervoeders

Er moeten onzuiverheidscriteria voor voedermiddelen worden vastgelegd en de Commissie moet worden gemachtigd om richtsnoeren vast te stellen aan de hand waarvan

voedermiddelen van andere soorten diervoeders kunnen worden onderscheiden.

Van bijzonder belang is een verduidelijking ten aanzien van aanvullende diervoeders en het maximumgehalte aan toevoegingsmiddelen.

De bepalingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel ("dieetvoer") worden gehandhaafd, waarbij de mogelijkheid wordt opengelaten om de lijst van toelatingen bij te werken in het kader van de comitéprocedure, zo nodig na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.

Hoofdstuk 4 ­ Etikettering, aanbiedingsvorm en verpakking

De algemene etiketteringsvoorschriften voor alle voedermiddelen en mengvoeders dienen te waarborgen dat de etikettering nauwkeurig en adequaat is. De verantwoordelijkheid voor de juistheid van de etikettering tijdens de gehele

voedselketen dient te worden verduidelijkt. Op verzoek van de controleautoriteiten moeten claims wetenschappelijk onderbouwd worden.

De algemene verplichte etiketteringsvoorschriften moeten identiek zijn voor voedermiddelen en mengvoeders. De vermelding van toevoegingsmiddelen moet berusten op een veiligheidsclassificatie. Bij voeders voor gezelschapsdieren moet een flexibele aanpak voorkomen dat de gebruiker in verwarring wordt gebracht door de op de etikettering vermelde toevoegingsmiddelen.

Er worden deugdelijke en specifieke verplichte etiketteringsvoorschriften vastgelegd voor voedermiddelen, mengvoeders en dieetvoer.

De gebruiker van diervoeders moet het recht hebben om ­ naast de verplichte etiketteringsgegevens ­ op verzoek aanvullende informatie te verkrijgen.

Voor verontreinigde diervoeders moeten speciale etiketteringsvoorschriften worden vastgesteld.

Afwijkingen van de normale en bijzondere etiketteringsvoorschriften moeten op basis van eerdere positieve ervaringen mogelijk zijn.

Er zal een kader worden vastgelegd voor facultatieve etikettering van mengvoeders voor voedselproducerende dieren en voor voeders voor gezelschapsdieren.

Wat betreft de verpakking van diervoeders: mogelijkerwijze zal van het voorschrift kunnen worden afgeweken dat deze alleen in hermetisch gesloten recipiënten in de handel worden gebracht.

De beginselen voor de etikettering zijn zowel op de aanbiedingsvorm van als op de reclame voor diervoeders van toepassing.

Hoofdstuk 5 ­ Communautaire lijst van voedermiddelen en gedragscodes voor etikettering

Een vollediger lijst van voedermiddelen met een goede productidentificatie zou gunstig voor de markttransparantie zijn. Aangezien een lijst met specificaties van voedermiddelen niet van invloed is op de voedselveiligheid en de belanghebbende partijen het beste weten wat de prioriteiten bij de producten zijn en hoe gedetailleerd de informatie moet zijn, ligt het voor de hand om deze taak aan hen te delegeren.

Op basis van de positieve ervaring die is opgedaan met de opstelling van sectorale gedragsregels

voor diervoederhygiëne en de begrijpelijke wens van de belanghebbende partijen om bij dit gebied betrokken te worden, moeten deze parttijen aangemoedigd worden om in het kader van de facultatieve etikettering communautaire gedragscodes voor etikettering uit te werken.

De Commissie moet bij de ontwikkeling van de vrijwillige communautaire lijst en de gedragscodes een adviserende rol spelen en moet er uiteindelijk haar goedkeuring aan hechten. Er moet op worden toegezien dat alle daartoe in aanmerking komende partijen betrokken zijn bij de ontwikkeling van deze hulpmiddelen.

Hoofdstuk 6 ­ Algemene en slotbepalingen

De uitvoeringbepalingen voor de in de verordening voorgestelde maatregelen zullen door de Commissie worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van Besluit 1999/468/EG van de Raad.

De etikettering van voormengsels overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van Verordening 1831/2003 moet worden gewijzigd om een aantal inconsequenties recht te zetten.

Bijlagen: met het oog op de benodigde specificaties moeten technische voorschriften voor de etikettering van diervoeders worden vastgesteld. Hiertoe behoren duidelijke verplichte en facultatieve etiketteringsgegevens betreffende voedermiddelen en mengvoeders.

Voorts moeten de toleranties voor de controle van de etiketteringsgegevens worden vastgelegd.

2008/0050 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37 en artikel 152, lid 4, onder b),

1

Gezien het voorstel van de Commissie , 2

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité , 3

Gezien het advies van het Comité van de Regio's , 4

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag , Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het streven naar een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid van mensen en dieren is een van de fundamentele doelstellingen van de levensmiddelenwetgeving, zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor 5

voedselveiligheidsaangelegenheden . In die verordening werd ook de benadering "van

boer tot bord" vastgelegd, waarbij diervoeders worden aangewezen als de meest gevoelige fase aan het begin van de voedselketen.

(2) Diervoeders kunnen worden ingedeeld in voedermiddelen, mengvoeders, toevoegingsmiddelen en gemedicineerde diervoeders. De voorschriften voor het in de handel brengen van toevoegingsmiddelen in diervoeding zijn uiteengezet in Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding

6

en die voor

1 PB C [...] van [...], blz. [...]. 2 PB C [...] van [...], blz. [...]. 3 PB C [...] van [...], blz. [...]. 4 PB C [...] van [...], blz. [...]. 5

PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 575/2006 van de Commissie (PB L 100 van 8.4.2006, blz. 3).

6 PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

gemedicineerde diervoeders in Richtlijn 90/167/EEG van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking

7

.

(3) De bestaande wetgeving inzake het verkeer en het gebruik van voedermiddelen en mengvoeders, waartoe ook voeders voor gezelschapsdieren behoren, namelijk Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het verkeer van mengvoeders 8

, Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende

9

diervoeders met bijzonder voedingsdoel ("dieetvoer"), Richtlijn 96/25/EG van de 10

Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer en het gebruik van voedermiddelen

en Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten

11

("bio eiwitten"), moet worden geactualiseerd. Door

de vervanging van die richtlijnen moet Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie van 2 mei 1980 houdende machtiging om, in bepaalde gevallen, mengvoeders in de handel te brengen in niet gesloten verpakkingen of recipiënten

12

worden vervangen.

(4) Als gevolg van de vervanging van Richtlijn 79/373/EEG dient Richtlijn 93/113/EG van de Raad van 14 december 1993 betreffende het gebruik en het in de handel brengen van voor de diervoeding bestemde enzymen, micro organismen en hun preparaten 13

eveneens te worden vervangen. Voorts brengt de intrekking van Richtlijn

79/373/EEG met zich mee dat artikel 16 van Richtlijn 70/524/EEG, dat na de intrekking van Richtlijn 70/524/EEG bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 van kracht is gebleven, moet worden vervangen door bepalingen betreffende de etikettering van in mengvoeder verwerkte toevoegingsmiddelen.

(5) Daar water niet valt onder de definitie van diervoeders overeenkomstig de communautaire levensmiddelen en diervoederwetgeving en niet op de markt wordt gebracht voor gebruik in diervoeding, dient deze verordening geen voorwaarden voor in diervoeding gebruikt water te bevatten. In plaats daarvan valt het gebruik van water door diervoederbedrijven onder Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne 14

.

(6) Naast de voorschriften voor diervoeders overeenkomstig de artikelen 15 en 16 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 183/2005 dienen er speciale veiligheids en handelsbepalingen voor voeders voor niet

voedselproducerende dieren te worden vastgesteld.

7

PB L 92 van 7.4.1990, blz. 42.

8

PB L 86 van 6.4.1979, blz. 30. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).

9 PB L 237 van 22.9.1993, blz. 23. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1). 10 PB L 125 van 23.5.1996, blz. 35. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003.

11 PB L 213 van 21.7.1982, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/116/EG van de Commissie (PB L 379 van 24.12.2004, blz. 81). 12 PB L 126 van 21.5.1980, blz. 14. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 98/67/EG (PB L 261 van 24.9.1998, blz. 10). 13 PB L 334 van 31.12.1993, blz. 17. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 97/40/EG (PB L 180 van 9.7.1997, blz. 21). 14 PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1.

(7) De verantwoordelijkheden van de exploitanten van diervoederbedrijven zijn vastgelegd in de artikelen 17, 18 en 20 van Verordening (EG) nr. 178/2002. Deze artikelen hebben geen betrekking op diervoeders voor niet voedselproducerende dieren. Recentelijk is gebleken dat deze voeders de veiligheid van diervoeders en levensmiddelen kunnen ondermijnen. Daarom moet erin worden voorzien dat deze artikelen tot voeders voor niet voedselproducerende dieren worden uitgebreid. (8) Met het oog op de naleving van deze verordening moeten de lidstaten officiële controles uitvoeren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn 15

. Die controles dienen niet alleen de verplichte maar

ook de facultatieve etiketteringsgegevens te omvatten. Om controles van de gegevens over de samenstelling mogelijk te maken, dienen er aanvaardbare toleranties voor de op de etikettering vermelde waarden te worden bepaald.

(9) Voor de beheersing van risico's voor de voederveiligheid moet de bij Beschikking 2004/217/EG 16

van de Commissie vastgestelde lst van materialen waarvan het in de

handel brengen voor diervoeding is verboden, gehandhaafd blijven. Het bestaan van een dergelijke lijst hoeft niet te betekenen dat alle niet op de lijst voorkomende producten als veilig kunnen worden beschouwd.

(10) Het onderscheid tussen voedermiddelen, toevoegingsmiddelen en diergeneesmiddelen heeft gevolgen voor de voorwaarden voor het in de handel brengen. Voedermiddelen worden in de eerste plaats gebruikt om te voorzien in de behoeften van dieren, bijvoorbeeld aan energie, voedingsstoffen, mineralen of voedingsvezels. In de regel zijn zij chemisch niet duidelijk omschreven, met uitzondering van de primaire, in de voedermiddelen aanwezige bestanddelen. Effecten die aan de hand van

wetenschappelijke beoordelingen te verdedigen zijn en die voorbehouden zijn aan toevoegingsmiddelen of diergeneesmiddelen, dienen te worden uitgesloten van de objectieve toepassingen van voedermiddelen. Er dienen richtsnoeren te worden opgesteld aan de hand waarvan de soorten producten van elkaar kunnen worden onderscheiden.

(11) De definitie van aanvullende diervoeders in Richtlijn 79/373/EEG heeft in verscheidene lidstaten problemen bij de toepassing opgeleverd. Aanvullende diervoeders moeten in het belang van een uniforme toepassing van de wetgeving geen toevoegingsmiddelen boven een bepaald gehalte bevatten.

(12) Richtlijn 82/471/EEG beoogde het aanbod van eiwithoudende diervoeders in de Gemeenschap te verbeteren. Die richtlijn stelt een vergunningsprocedure voor het in de handel brengen van alle mogelijke bio eiwitten verplicht. In het verleden zijn slechts een gering aantal vergunningen verleend en er bestaat nog steeds een duidelijk tekort aan eiwitrijke diervoeders. Het algemene vereiste van vergunningen voorafgaande aan het in de handel brengen bleek aldus een onoverkomelijke belemmering te vormen en veiligheidsrisico's kunnen in plaats daarvan worden 15 PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1). 16 PB L 67 van 5.3.2004, blz. 31.

aangepakt door een verbod op gevaarlijke producten op basis van markttoezicht. Indien het resultaat van de risicobeoordeling van bio eiwitten negatief was of is, moet het verkeer en het gebruik ervan worden verboden. Derhalve moet de speciale verplichting tot een algemene vergunningsprocedure voor bio eiwitten worden afgeschaft, zodat het veiligheidssysteem voor deze producten identiek is aan dat van alle andere voedermiddelen.

(13) De bij Richtlijn 94/39/EG tot vaststelling van de lijst van bestemmingen voor diervoeders met bijzonder voedingsdoel 17

ten uitvoer gelegde bepalingen van Richtlijn

93/74/EEG bleken goed te functioneren en dienen in een geactualiseerde vorm te blijven gehandhaafd. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid ("de Autoriteit") dient te worden geraadpleegd in verband met de werkzaamheid en veiligheid van dergelijke voeders, indien er op grond van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens redenen zijn om te veronderstellen dat het gebruik van het specifieke voeder wellicht niet aan het bijzondere voedingsdoel voldoet of een negatieve uitwerking heeft op de gezondheid van dieren en mensen, het milieu en dierenwelzijn.

(14) Etikettering heeft enerzijds handhaving, traceerbaarheid en controle tot doel en anderzijds voorlichting van de gebruiker. De etikettering dient voorts de gebruikers de informatie te verstrekken waardoor zij een keuze kunnen maken die optimaal aansluit bij hun behoeften, en eveneens samenhangend, duidelijk, transparant en begrijpelijk te zijn. Aangezien de afnemers, met name de veehouders, hun keuze niet alleen op het verkooppunt maken waar zij de verpakking van de diervoeders kunnen bestuderen, moeten de vereisten betreffende de informatie op de etikettering niet slechts de etiketten op de producten betreffen, maar ook andere vormen van communicatie tussen verkoper en afnemer. Deze beginselen dienen ook voor de aanbiedingsvorm van en de reclame voor de diervoeders te gelden. (15) De etikettering biedt verplichte, facultatieve en aanvullende informatie. Tot de verplichte informatie moeten niet alleen minimumvereisten voor etikettering, maar ook specifieke vereisten voor respectievelijk voedermiddelen en mengvoeders en aanvullende vereisten voor dieetvoeder behoren.

(16) De bestaande regel dat alleen bepaalde toevoegingsmiddelen van een etiket moeten worden voorzien zodra zij in voedermiddelen en mengvoeders worden gebruikt, blijkt goed te hebben gefunctioneerd. Zowel de indeling naar categorie uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als het feit dat in het bijzonder eigenaren van gezelschapsdieren in verwarring kunnen worden gebracht door de etikettering van sommige toevoegingsmiddelen, maken actualisering en modernisering noodzakelijk.

(17) In 2002 is als gevolg van de BSE en de dioxinecrisis de verplichting ingevoerd om het gewichtspercentage van alle in mengvoeders verwerkte voedermiddelen te vermelden. Daarnaast is de mate aan veiligheid van diervoeders en levensmiddelen aanzienlijk verbeterd dankzij de Verordeningen (EG) nr. 178/2002 en (EG) nr. 183/2005 en de uitvoeringsmaatregelen daarvan, en wel in het bijzonder met betrekking tot de nadruk op de verantwoordelijkheid van exploitanten van levensmiddelen en diervoederbedrijven, het verbeterde traceerbaarheidssysteem, en 17 PB L 207 van 10.8.1994, blz. 20.

de invoering van het HACCP beginsel en de gidsen voor goede hygiënische praktijken in diervoederbedrijven. Deze positieve ontwikkelingen, die hun neerslag vonden in het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders, zouden de afschaffing rechtvaardigen van de verplichting om het gewichtspercentage van alle in mengvoeders verwerkte voedermiddelen te vermelden. De exacte percentages zouden op vrijwillige basis kunnen worden verstrekt.

(18) Met het oog op adequate informatie voor de afnemer en om te voorkomen dat deze misleid wordt, zou de vermelding van het exacte gewichtspercentage verplicht moeten worden gesteld indien het voedermiddel in kwestie nadrukkelijk wordt vermeld op het etiket van een mengvoeder. (19) Op bepaalde gebieden waar de producent niet verplicht is om bijzonderheden op het etiket te vermelden, dient de afnemer de mogelijkheid te worden geboden om aanvullende informatie te verlangen. Niettemin verschaft de vermelding van de in mengvoeders verwerkte voedermiddelen in dalende volgorde van hun

gewichtspercentage, reeds belangrijke informatie over de samenstelling. In het licht van de recente ontwikkelingen op het gebied van de Gemeenschapswetgeving, die geleid hebben tot strengere garanties ten aanzien van HACCP, traceerbaarheid, stringenter hygiënevoorschriften en de invoering van communautaire gidsen voor goede hygiënische praktijken, moet de producent de mogelijkheid worden gelaten om het verzoek van de hand te wijzen als hij van oordeel is dat de verlangde onthulling van informatie een inbreuk vormt op zijn intellectuele eigendomsrechten. Dit zou niet van invloed zijn op de levensmiddelen

en diervoederveiligheid, aangezien de

bevoegde autoriteiten altijd het recht hebben om de exacte percentages van alle voedermiddelen te verlangen.

(20) Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding 18

bevat geen voorschriften betreffende een te hoog

gehalte aan ongewenste stoffen. Daarom moeten er dienaangaande toereikende voorschriften worden vastgesteld.

(21) Er moet worden voorzien in afwijkingen van de algemene etiketteringsverplichtingen, voor zover de toepassing van deze verplichtingen niet noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van mens en dier of de consumentenbelangen en een te zware belasting vormt voor de voor de vermelding van de etiketteringsgegevens verantwoordelijke producenten of exploitanten van levensmiddelenbedrijven.

Dergelijke afwijkingen zouden op basis van de ervaring mogelijk moeten zijn voor diervoeders die door een veehouder aan een andere veehouder worden geleverd voor gebruik op zijn bedrijf, voor kleine hoeveelheden, voor mengvoeder dat niet uit meer dan drie voedermiddelen bestaat en voor mengsels van gehele graanplanten.

(22) In de regel dient mengvoeder in hermetisch gesloten recipiënten in de handel te worden gebracht, maar er zouden passende afwijkingen mogelijk moeten zijn.

(23) Deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG en de bijlage bij Richtlijn 82/471/EEG bevatten lijsten met benamingen, beschrijvingen en etiketteringsbepalingen voor 18 PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2006/77/EG van de Commissie (PB L 271 van 30.9.2006, blz. 53).

bepaalde voedermiddelen. Door deze lijsten wordt de uitwisseling van informatie over de producteigenschappen tussen de producent en de afnemer vergemakkelijkt. Toch zijn deze lijsten niet volledig. Dit betekent dat niet in de lijst opgenomen voedermiddelen ook in de handel kunnen worden gebracht. Voorts zijn er al jarenlang geen nieuwe voedermiddelen in de lijst opgenomen, zodat het aandeel van in de handel zijnde voedermiddelen die op de lijsten staan, is afgenomen. Die lijsten dienen met name ten aanzien van nieuwe voedermiddelen te worden uitgebreid ten behoeve van de belanghebbende partijen, die profijt hebben van juiste productomschrijvingen.

(24) De ervaring die is opgedaan met de inschakeling van de belanghebbende partijen bij de vaststelling van normen door middel van communautaire richtsnoeren op het gebied van de diervoederhygiëne is in alle opzichten positief geweest. De opstelling van uitgebreider lijsten door de belanghebbende partijen zou flexibeler kunnen zijn en meer afgestemd op de informatiebehoeften van de gebruiker dan wanneer zulks door de wetgever wordt gedaan. De belanghebbende partijen kunnen ­ afhankelijk van de waarde van een lijst van voedermiddelen ­ beslissen hoeveel tijd en energie zij hieraan zullen besteden. De huidige lijsten van voedermiddelen in de Richtlijnen 96/25/EG en 82/471/EEG moeten de eerste versie van de communautaire lijst van voedermiddelen worden die de belanghebbende partijen overeenkomstig hun belangen zullen voltooien. Het gebruik van de lijst dient facultatief te zijn; om te voorkomen dat de afnemer wordt misleid ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product, dient de producent kenbaar te maken of hij benamingen uit de lijst gebruikt zonder deze evenwel toe te passen. (25) Moderne etikettering bevordert een concurrerende markt waar dynamische, efficiënte en innovatieve marktdeelnemers ten volle gebruik kunnen maken van etikettering om hun producten te verkopen. Gelet op zowel de business to businessrelatie tussen bedrijven bij het op de markt brengen van veevoer als de relatie tussen de producent en de afnemer van voeders voor gezelschapsdieren, zouden gedragscodes voor etikettering voor deze beide gebieden nuttige hulpmiddelen kunnen zijn om de doelstellingen van de moderne etikettering te verwezenlijken. In deze codes kan het kader voor facultatieve etikettering geïnterpreteerd worden. (26) De participatie van alle betrokken partijen is een cruciale voorwaarde voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van de lijst en de codes voor etikettering. In het bijzonder moeten de belangen van de gebruikers in aanmerking worden genomen, zodat hun recht op juiste informatie verbeterd wordt. De Commissie kan hiervoor zorg dragen door de lijst en de codes goed te keuren. (27) Aangezien de doelstellingen van voeder en voedselveiligheid en een soepele werking van de interne markt voor diervoeders niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen vaststellen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zoals omschreven in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(28) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot

vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden

19

.

(29) De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om beslissingen te nemen over producten waarvan het gebruik als diervoeders is verboden, om diervoeders met bijzonder voedingsdoel toe te laten, om een lijst van etiketteringscategorieën van voedermiddelen voor niet voedselproducerende dieren vast te stellen, om de lijst van facultatieve etiketteringsgegevens te wijzigen en om de bijlagen in het licht van de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft, die bedoeld zijn om niet essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen dan wel aan te vullen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing.

(30) In artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 worden de bepalingen voor de etikettering en verpakking van toevoegingsmiddelen en voormengsels vastgesteld. In het bijzonder de voorschriften inzake voormengsels hebben voor de sector en de bevoegde autoriteiten praktische problemen opgeleverd. Met het oog op een consequentere etikettering van voormengsels dient dit artikel te worden gewijzigd. (31) De Richtlijnen 79/373/EEG, 80/511/EEG, 82/471/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG dienen derhalve te worden ingetrokken.

(32) De lidstaten moeten de regels vaststellen voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en moeten alle maatregelen nemen om te waarborgen dat zij worden toegepast. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk 1

Inleidende bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening heeft overeenkomstig de algemene beginselen van Verordening (EG) nr. 178/2002 tot doel de voorwaarden voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders te harmoniseren, zodat adequate informatie voor de gebruikers en consumenten wordt gegarandeerd en de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd.

19 PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

Artikel 2

Toepassingsgebied

  • 1. 
    In deze verordening worden de voorschriften vastgesteld voor het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders binnen de Gemeenschap, waaronder voorschriften inzake etikettering, verpakking en aanbiedingsvorm. 2. De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing onverminderd andere communautaire bepalingen die op het gebied van de diervoeding gelden, namelijk: a) Richtlijn 90/167/EEG;
  • c) 
    Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën 20

;

;

; en

.

  • 3. 
    Deze verordening is niet van toepassing op water, hetzij door de dieren rechtstreeks tot zich genomen, hetzij met opzet in diervoeders verwerkt. Artikel 3

Definities

PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

21 PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1. 22 PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

23 PB L 268 van 18.10.2003, blz. 24.

  • a) 
    'voedselproducerende dieren': alle dieren die worden gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet geconsumeerd worden, maar die behoren tot soorten die in de regel kunnen worden geconsumeerd in de Gemeenschap; b) 'niet voedselproducerende dieren': dieren die worden gehouden of gefokt, maar niet

voor menselijke consumptie worden gebruikt, zoals pelsdieren, gezelschapsdieren en dieren die in laboratoria, dierentuinen of circussen worden gehouden;

  • c) 
    `pelsdieren': dieren die worden gehouden of gefokt voor de productie van bont en die niet worden gebruikt voor menselijke consumptie;
  • d) 
    `gezelschapsdieren': dieren die behoren tot soorten die worden gevoed, gefokt en gehouden, maar in de regel niet door mensen in de Gemeenschap worden geconsumeerd;
  • e) 
    'voedermiddelen': de verschillende producten van plantaardige of dierlijke oorsprong, waarvan het hoofddoel is te voldoen aan de voedingsbehoeften van dieren, in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, de afgeleide producten van de industriële verwerking ervan, alsmede organische of anorganische stoffen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd om te worden gebruikt voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na bewerking, voor de bereiding van mengvoeders of als draagstoffen bij voormengsels; f) 'mengvoeders': mengsels van voedermiddelen, met of zonder toevoegingsmiddelen, bestemd voor vervoedering in de vorm van volledige diervoeders of aanvullende diervoeders;
  • g) 
    'volledige diervoeders': mengvoeders die door hun samenstelling toereikend zijn als dagrantsoen;
  • h) 
    'aanvullende diervoeders': mengvoeders met ten minste een voedermiddel met een hoog gehalte aan bepaalde stoffen, die door hun samenstelling echter slechts toereikend zijn als dagrantsoen indien zij samen met andere diervoeders worden gebruikt, i) `minerale diervoeders': aanvullende diervoeders die ten minste 40% as bevatten;
  • j) 
    `melkvervangers': mengvoeders die in droge staat of na oplossing in een bepaalde hoeveelheid vloeistof worden toegediend en bestemd zijn voor het voederen van jonge dieren, zulks als aanvulling of ter vervanging van de moedermelk na de biestperiode dan wel voor het voederen van slachtkalveren, lammeren of geitenlammeren;
  • k) 
    `draagstoffen': stoffen die gebruikt worden om een toevoegingsmiddel op te lossen, te verdunnen, te dispergeren of op een andere wijze fysisch te wijzigen zonder de technologische functie daarvan te veranderen en zonder zelf enig technologisch effect uit te oefenen om de verwerking, de toepassing of het gebruik van het toevoegingsmiddel te vergemakkelijken;
  • l) 
    'bijzonder voedingsdoel': het voldoen aan de specifieke voedingsbehoeften van bepaalde

categorieën dieren waarvan het spijsverterings of het absorptiemechanisme, dan wel het metabolisme, verstoord is of tijdelijk of onherstelbaar verstoord kan zijn, en die derhalve baat kunnen hebben bij een met hun toestand overeenstemmende inname van diervoeders;

  • m) 
    'diervoeders met bijzonder voedingsdoel': diervoeders die aan een bijzonder voedingsdoel kunnen voldoen en die zich op grond van hun bijzondere samenstelling of het bijzondere, bij hun vervaardiging toegepaste procedé duidelijk onderscheiden van gewone diervoeders. Tot de diervoeders met een bijzonder voedingsdoel behoren niet de diervoeders met een medicinale werking in de zin van Richtlijn 90/167/EEG; n) 'minimumhoudbaarheid': de datum tot welke de producent garandeert dat de diervoeders ten minste hun specifieke eigenschappen behouden indien zij in passende omstandigheden worden bewaard;
  • o) 
    'partij': een eenheid productie van een bedrijf dat bij de productie gebruik maakt van uniforme parameters of een aantal van dergelijke eenheden, die direct na elkaar worden geproduceerd en samen worden opgeslagen. De partij bestaat uit een identificeerbare hoeveelheid diervoeder waarbij gemeenschappelijke kenmerken zijn vastgesteld, zoals herkomst, soort, type verpakking, verpakker, verzender of etikettering;
  • p) 
    `etikettering': alle woorden, gegevens, fabrieks of handelsmerken, afbeeldingen of tekens die op een diervoeder betrekking hebben en op informatiedragers,

zoals verpakking, recipiënt, kennisgeving, etiket, schriftstuk, band, label of het internet, zijn aangebracht of vermeld, en die betrekking hebben op dergelijk diervoeder en dit vergezellen;

  • q) 
    'etiket': elk(e) label, merknaam, merkteken of afbeelding of ander beschrijvend materiaal, geschreven, gedrukt, gestencild, als merkteken aangebracht, in reliëf uitgevoerd of ingeperst op of bevestigd aan een recipiënt van diervoeder; r) 'aanbiedingsvorm': de vorm, het uiterlijk of de verpakking en het voor het diervoeder gebruikte verpakkingsmateriaal, de wijze waarop zij worden gepresenteerd, alsmede de omgeving waarin zij worden uitgestald. Hoofdstuk 2

Algemene eisen

Artikel 4

Veiligheids- en handelsvoorschriften

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening zijn de artikelen 15 en 16 van Verordening (EG) nr. 178/2002 en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 183/2002 van overeenkomstige toepassing op diervoeders voor niet voedselproducerende dieren. 2. Diervoeders mogen alleen in de handel worden gebracht en gebruikt indien:
  • a) 
    zij gezond, deugdelijk, geschikt voor het beoogde doel en van gebruikelijke handelskwaliteit zijn; b) zij niet rechtstreeks een nadelig effect op het milieu of het dierenwelzijn hebben;
  • c) 
    zij, naar gelang het geval overeenkomstig het bepaalde in deze verordening, in Richtlijn 90/167/EEG en in Verordening (EG) nr. 1831/2003 worden geëtiketteerd, verpakt en aangeboden. 3. Diervoeders voldoen aan de technische voorschriften inzake verontreinigingen en chemische determinanten als bedoeld in bijlage I. Artikel 5

Verantwoordelijkheid en verplichtingen van de diervoederbedrijven

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening zijn de artikelen 17, 18 en 20 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van overeenkomstige toepassing op diervoeders voor niet voedselproducerende dieren.
  • 2. 
    Producenten van diervoeders stellen de voor de uitvoering van officiële controles verantwoordelijke autoriteiten alle gegevens ter beschikking betreffende de samenstelling of de geclaimde eigenschappen van de diervoeders die zij in de handel brengen, waardoor kan worden nagegaan of de op de etikettering aangebrachte informatie juist is. Artikel 6

Verbod

  • 1. 
    Diervoeders bestaan geheel of gedeeltelijk niet uit stoffen waarvan het in de handel brengen of het gebruik voor diervoeding is verboden.
  • 2. 
    In het licht van met name wetenschappelijke gegevens, de technologische vooruitgang, meldingen in het kader van het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders of de bevindingen van officiële controles overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004, stelt de Commissie een lijst van stoffen vast, waarvan het in de handel brengen of het gebruik voor diervoeding is verboden. Die maatregelen, die niet essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Hoofdstuk 3

In de handel brengen van specifieke soorten diervoeders

Artikel 7

Kenmerken van soorten voeders

Overeenkomstig de procedure van artikel 29, lid 2, kan de Commissie richtsnoeren vaststellen ter verduidelijking van het onderscheid tussen voedermiddelen, toevoegingsmiddelen en diergeneesmiddelen.

Artikel 8

Gehalte aan toevoegingsmiddelen in aanvullende diervoeders

Onverminderd de gebruiksvoorwaarden overeenkomstig de vergunningsverordening voor de respectieve toevoegingsmiddelen, mogen aanvullende diervoeders geen toevoegingsmiddelen bevatten die met een gehalte van meer dan honderd maal het desbetreffende vastgestelde maximumgehalte in volledige diervoeders, of vijf maal in het geval van coccidiostatica en histomonostatica, zijn verwerkt.

Artikel 9

In de handel brengen van diervoeders met een bijzonder voedingsdoel

Diervoeders met een bijzonder voedingsdoel mogen slechts als zodanig in de handel worden gebracht, indien zij voldoen aan de essentiële voedingskenmerken voor het desbetreffende bijzondere voedingsdoel, oftewel voor de bestemming die is toegelaten en opgenomen in de lijst overeenkomstig artikel 10.

Artikel 10

Toelating van bestemmingen

  • 1. 
    De toelatingen voor bestemmingen kunnen op aanvraag van een in de Gemeenschap gevestigd persoon of op verzoek van een lidstaat worden verleend. Dergelijke aanvragen of verzoeken worden bij de Commissie ingediend.
  • 2. 
    De aanvrager stelt een dossier samen waaruit blijkt dat het specifieke diervoeder voldoet aan het beoogde bijzondere voedingsdoel en dat het geen nadelige uitwerking heeft op de gezondheid van dieren en mensen, het milieu en het dierenwelzijn. 3. De Commissie stelt dit aanvraagdossier ter beschikking van de lidstaten.
  • 4. 
    Indien er op grond van de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens redenen zijn om te veronderstellen dat het gebruik van het specifieke voeder wellicht niet aan het bijzondere beoogde voedingsdoel voldoet of een negatieve uitwerking heeft op de gezondheid van dieren en mensen, het milieu en dierenwelzijn, dient de Commissie binnen drie maanden een verzoek om een beoordeling, vergezeld van het dossier, in bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna "de Autoriteit"

genoemd). De Autoriteit brengt binnen zes maanden na ontvangst van het verzoek advies uit. Die termijn wordt verlengd wanneer de Autoriteit aanvullende informatie van de aanvrager verlangt.

  • 5. 
    Binnen zes maanden nadat zij de lidstaten het dossier heeft doen toekomen, of ­ in voorkomend geval ­ nadat zij advies van de Autoriteit heeft ontvangen, stelt de Commissie een verordening vast waarmee de desbetreffende toelating wordt verleend of afgewezen en stelt zij dienovereenkomstig een in artikel 9 bedoelde lijst op. Die maatregelen, die niet essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
  • 6. 
    De oorspronkelijke aanvrager of een lidstaat mag verzoeken een op de lijst opgenomen bestemming in te trekken. Het verzoek gaat vergezeld van een dossier waarmee de intrekking gestaafd wordt. De Commissie kan de intrekkingsprocedure ook openen indien zij over een zodanige hoeveelheid gegevens beschikt om een dossier dienaangaande te kunnen samenstellen. 7. De Commissie doet de lidstaten en de oorspronkelijke aanvrager het dossier toekomen voor commentaar. De procedure van de leden 4 en 5 is van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 4

Etikettering, documentatie en verpakking

Artikel 11

Algemene beginselen

  • 1. 
    De etikettering en de aanbiedingsvorm van het diervoeder zijn niet misleidend voor de consument
  • a) 
    wat betreft de bestemming of de kenmerken van het diervoeder, met name de aard, het bij de vervaardiging of productie toegepaste procedé, de identiteit, eigenschappen, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid en het soort of de categorie dieren waarvoor het is bedoeld; b) door aan het diervoeder effecten of kenmerken toe te schrijven die het niet bezit, of door te suggereren dat het bijzondere kenmerken vertoont, hoewel alle soortgelijke diervoeders dezelfde kenmerken bezitten. c) wat betreft de naleving bij de etikettering van de communautaire lijst en de communautaire gedragscodes als bedoeld in de artikelen 25 en 26.
  • 2. 
    Voedermiddelen of mengvoeders die onverpakt of in niet gesloten verpakkingen of recipiënten overeenkomstig artikel 23, lid 2, in de handel worden gebracht, gaan vergezeld

van een document met alle verplichte etiketteringsgegevens overeenkomstig deze verordening.

  • 3. 
    Wanneer diervoeders te koop worden aangeboden door middel van een techniek voor communicatie op afstand zoals omschreven in artikel 2 van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad 24

, zijn de door deze verordening verlangde

etiketteringgegevens op informatiedrager van de verkoop op afstand vermeld.

  • 4. 
    Bijlage II bevat aanvullende etiketteringsvoorschriften.
  • 5. 
    Bijlage III bevat de toleranties voor afwijkingen tussen op de etikettering vermelde waarden betreffende de samenstelling van een voedermiddel of mengvoeder en de bij de officiële controles overeenkomstig Verordening (EG) nr. 882/2004 vastgestelde waarden. Artikel 12

Verantwoordelijkheid

  • 1. 
    De diervoederproducent is verantwoordelijk voor de op het etiket vermelde gegevens en waarborgt de aanwezigheid en inhoudelijke nauwkeurigheid ervan.
  • 2. 
    Indien het diervoeder in de handel wordt gebracht onder de naam of handelsnaam van een andere exploitant van een diervoederbedrijf dan de producent, is deze exploitant

van het diervoederbedrijf verantwoordelijk voor de etiketteringsvoorschriften.

  • 3. 
    Voor zover de activiteiten van de exploitant van een diervoederbedrijf van invloed zijn op de etikettering binnen het bedrijf onder zijn leiding, ziet hij erop toe dat de ongeacht via welk medium verstrekte informatie aan de voorschriften van deze verordening voldoet. 4. Een exploitant van een diervoederbedrijf die verantwoordelijk is voor activiteiten met betrekking tot de detailhandel of distributie die niet van invloed zijn op de etikettering,

draagt naar beste vermogen bij tot de naleving van de etiketteringsvoorschriften, met name door geen diervoeders te leveren waarvan hij weet of op grond van de hem ter beschikking staande gegevens beroepshalve had moeten concluderen dat deze niet aan die voorschriften voldoen.

  • 5. 
    In het bedrijf onder zijn leiding draagt een exploitant van een diervoederbedrijf er zorg voor dat verplichte etiketteringsgegevens in alle stadia van de voedselketen kunnen worden doorgegeven, zodat de eindgebruiker in overeenstemming met deze verordening over de benodigde informatie kan beschikken. Artikel 13

Claims

  • 1. 
    De etikettering en de aanbiedingsvorm van diervoeders kunnen de aandacht vestigen op de aanwezigheid of het ontbreken van een stof in het diervoeder, op een specifiek voedingskenmerk of procedé of op een specifieke daarmee samenhangende functie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 24 PB L 144 van 4.6.1997, blz. 19.
  • a) 
    de claim is objectief, verifieerbaar door de bevoegde autoriteiten en begrijpelijk voor de gebruiker van het diervoeder; en b) de voor de etikettering verantwoordelijke persoon stelt op verzoek van de bevoegde

autoriteit een wetenschappelijke onderbouwing van de

betrouwbaarheid van de claim ter beschikking, hetzij door middel van algemeen beschikbare wetenschappelijke gegevens, hetzij op basis van met bewijsstukken gestaafd onderzoek van het bedrijf. De wetenschappelijke onderbouwing is beschikbaar op het tijdstip dat het diervoeder in de handel wordt gebracht.

  • 2. 
    Onverminderd lid 1 zijn claims betreffende de optimalisering van de voeding en de ondersteuning of bescherming van de fysiologische toestanden toegestaan, voor zover zij niet op een farmacologische of immunologische werking berusten. 3. De etikettering en de aanbiedingsvorm van het diervoeder mogen niet de suggestie wekken dat het a) een ziekte voorkomt, behandelt of geneest; of
  • b) 
    een bijzonder voedingsdoeleinde heeft en andere kenmerken bezit dan de in de lijst overeenkomstig artikel 9 vermelde kenmerken. Artikel 14

Presentatie van verplichte etiketteringsgegevens

  • 1. 
    De verplichte etiketteringsgegevens worden volledig op een opvallende plaats op de verpakking, de recipiënt of een daaraan bevestigd etiket duidelijk, goed leesbaar en onuitwisbaar vermeld in ten minste de taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar het diervoeder in de handel wordt gebracht. 2. De verplichte etiketteringsvoorschriften zijn gemakkelijk herkenbaar en worden niet door andere informatie aan het oog onttrokken. Zij worden in een kleur, lettersoort en grootte aangebracht waardoor geen enkel gedeelte van de informatie aan het oog

onttrokken of benadrukt wordt, tenzij deze afwijking tot doel heeft om de aandacht op voorzorgsmaatregelen te vestigen.

  • 3. 
    In de communautaire gedragscodes overeenkomstig artikel 26 kunnen specificaties van de in de leden 1 en 2 bedoelde voorschriften worden opgenomen. Artikel 15

Algemene verplichte etiketteringsvoorschriften

Een voedermiddel of een mengvoeder wordt alleen in de handel gebracht indien de volgende gegevens op de etikettering vermeld worden:

  • a) 
    het soort diervoeder: 'voedermiddel', 'volledig diervoeder' of 'aanvullend diervoeder', naar gelang van het geval;

bij 'aanvullend diervoeder' kunnen eventueel de volgende benamingen worden gebruikt:

'mineraal diervoeder', `volledige melkvervanger' of 'aanvullende melkvervanger';

voor andere gezelschapsdieren dan katten en honden kan 'volledig diervoeder' of 'aanvullend diervoeder' worden vervangen door 'mengvoeder';

  • b) 
    de naam of handelsnaam en het adres van de voor de etiketteringsgegevens verantwoordelijke exploitant van het diervoederbedrijf;
  • c) 
    indien beschikbaar, het erkenningnummer van het bedrijf dat overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1774/2002 of artikel 10 van Verordening (EG) nr. 183/2005 toegekend is. Indien een producent over verscheidene nummers beschikt, gebruikt hij het in het kader van Verordening (EG) nr. 183/2005 verkregen nummer; d) het referentienummer van de partij;
  • e) 
    de nettohoeveelheid, uitgedrukt in massa eenheden voor vaste producten en in massa of volume eenheden voor vloeibare producten;
  • f) 
    de lijst van toevoegingsmiddelen, voorafgegaan door de naam en het gehalte overeenkomstig hoofdstuk I van bijlage V of VI, naar gelang van het geval, en onverminderd de etiketteringsvoorschriften van de vergunningsverordening voor de respectieve toevoegingsmiddelen; g) het vochtgehalte overeenkomstig punt 6 van bijlage I. Artikel 16

Specifieke verplichte etiketteringsvoorschriften voor voedermiddelen

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in artikel 15 wordt op de etikettering van voedermiddelen ook de benaming van het voedermiddel aangebracht, vergezeld van de verplichte vermelding bij de desbetreffende categorie van de lijst in bijlage IV.
  • 2. 
    De gegevens overeenkomstig lid 1 kunnen worden vervangen door de in de communautaire lijst overeenkomstig artikel 25 vermelde gegevens.
  • 3. 
    Indien de gebruikte benaming van het voedermiddel overeenstemt met een van de in de communautaire lijst overeenkomstig artikel 25 opgenomen benamingen en de voor de etikettering verantwoordelijke persoon de bepalingen daarvan niet toepast, wordt dit duidelijk aangegeven op het etiket. Artikel 17

Specifieke verplichte etiketteringsvoorschriften voor mengvoeders

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in artikel 15 bevat de etikettering van mengvoeders ook het volgende: a) de diersoort of categorie dieren waarvoor het mengvoeder is bestemd;
  • b) 
    de gebruiksaanwijzing met vermelding van de bestemming van het diervoeder;
  • c) 
    indien de producent niet de voor de etiketteringsgegevens verantwoordelijke persoon is, worden de volgende gegevens verstrekt: ­ de naam of handelsnaam en het adres van de producent; of

­ het krachtens artikel 19 van Verordening (EG) nr. 183/2005 toegekende identificatienummer; wanneer een dergelijk identificatienummer niet beschikbaar

is, wordt op verzoek van de producent een registratienummer toegekend in het overeenkomstig het in hoofdstuk II van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 183/2005 voorgeschreven formaat;

  • d) 
    de vermelding van de minimumhoudbaarheid overeenkomstig de volgende voorschriften:

­ `te gebruiken tot...', gevolgd door de datum van een bepaalde dag voor door afbraakprocessen zeer bederfelijke diervoeders; ­ `ten minste houdbaar tot...', gevolgd door de vermelding van een bepaalde maand voor andere diervoeders.

Als de datum van vervaardiging op het etiket wordt vermeld, kan dit eveneens worden aangegeven als `... (termijn in dagen of maanden) na de datum van vervaardiging';

  • e) 
    de lijst van de voedermiddelen waaruit het diervoeder bestaat, onder het opschrift "samenstelling", waarbij de naam van iedere voedermiddel in dalende volgorde van gewicht wordt vermeld; die lijst kan ook het gewichtspercentage bevatten. f) in voorkomende gevallen de verplichte vermeldingen overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage V of VI.
  • 2. 
    Voor de in lid 1, onder e), bedoelde lijst gelden de volgende bepalingen:
  • a) 
    de naam en het gewichtspercentage van een voedermiddel worden vermeld indien de aanwezigheid ervan in woord of beeld of als grafische voorstelling op het etiket is aangegeven of wordt benadrukt;
  • b) 
    indien de gewichtspercentages van de in mengvoeder verwerkte

voedermiddelen voor voedselproducerende dieren niet op het etiket worden vermeld, stelt de producent op verzoek informatie ter beschikking betreffende de kwantitatieve samenstelling binnen een bereik van +/ 15% van de waarde volgens de voederformulering, tenzij hij van oordeel is dat deze informatie vanuit een commercieel oogpunt gevoelig is en dat de onthulling ervan een inbreuk kan vormen op zijn intellectuele eigendomsrechten;

  • c) 
    In het geval van voor niet voedselproducerende dieren bestemd mengvoeder kan de vermelding van de specifieke benaming van het voedermiddel worden

vervangen door de benaming van de categorie waartoe het voedermiddel behoort.

  • 3. 
    Voor de toepassing van lid 2, onder c), stelt de Commissie een lijst van categorieën voedermiddelen op, die in plaats van de afzonderlijke voedermiddelen op de etikettering van diervoeders voor niet voedselproducerende dieren kunnen worden vermeld. Die maatregelen, die niet essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 18

Aanvullende etiketteringsvoorschriften voor diervoeders met een bijzonder voedingsdoel

Onverminderd de algemene verplichte voorschriften overeenkomstig artikel 15, 16 of 17, wordt op het etiket ook de volgende informatie vermeld:

  • a) 
    de kwalificatie 'dieet', die uitsluitend is bestemd voor diervoeders met een bijzonder voedingsdoel, in combinatie met de benaming van het diervoeder overeenkomstig artikel 15, onder a); b) de voor de desbetreffende bestemmingen in kolom 1, 2, 3, 4, 5 en 6 van de lijst overeenkomstig artikel 9 voorgeschreven gegevens;
  • c) 
    de vermelding dat voor het gebruik van het diervoeder of voor de verlenging van de gebruikstermijn het advies van een voedingsdeskundige moet worden ingewonnen. Artikel 19

Aanvullende etiketteringsvoorschriften voor voeders voor gezelschapsdieren

Op het etiket van voeders voor gezelschapsdieren wordt een gratis telefoonnummer vermeld, zodat de koper naast de verplichte gegevens aanvullende informatie kan ontvangen over:

  • a) 
    de in het voeder voor gezelschapsdieren verwerkte toevoegingsmiddelen; en
  • b) 
    de verwerkte voedermiddelen waarvan de categorie overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder c), wordt vermeld. Artikel 20

Aanvullende etiketteringsvoorschriften voor verontreinigde diervoeders

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in de artikelen 15, 16, 17 en 18 worden diervoeders met een hoger gehalte aan ongewenste stoffen dan het gehalte dat op grond van Richtlijn 2002/32/EG is toegestaan, voorzien van de vermelding `diervoeder met een te hoog gehalte aan... (benaming van de ongewenste stof(fen) overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG), uitsluitend bestemd voor erkende decontaminatiebedrijven'. De erkenning van deze bedrijven berust op artikel 10, punt 2 of 3, van Verordening (EG) nr. 183/2005.
  • 2. 
    Indien het de bedoeling is om de verontreiniging te verminderen of geheel te verwijderen door reinigen, wordt het verontreinigde diervoeder voorzien van de vermelding 'diervoeder met een te hoog gehalte aan... (benaming van de ongewenste stof(fen) overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2002/32/EG), uitsluitend na grondige reiniging te gebruiken als diervoeder'. Artikel 21

Afwijkingen

  • 1. 
    De gegevens overeenkomstig artikel 15, onder c), d) en e), en artikel 16, lid 2, hoeven niet te worden vermeld indien de koper vóór elke transactie schriftelijk heeft afgezien van deze informatie. Een transactie kan uit verscheidene zendingen bestaan.
  • 2. 
    Op verpakte diervoeders mogen de gegevens overeenkomstig artikel 15, onder c), d) en e), en artikel 17, lid 1, onder c), d) en e), op de verpakking buiten het etiket overeenkomstig artikel 14, lid 1, worden aangebracht. In dergelijke gevallen wordt vermeld waar deze gegevens te vinden zijn.
  • 3. 
    Onverminderd bijlage I bij Verordening (EG) nr. 183/2005 zijn de in artikel 15, onder c), d) en e), en artikel 16, lid 2, bedoelde gegevens niet verplicht voor voedermiddelen die geen toevoegingsmiddelen bevatten, met uitzondering van conserveringsmiddelen en inkuiladditieven, en die door een exploitant van een diervoederbedrijf worden geproduceerd en overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 183/2005 aan een gebruiker van diervoeders in het stadium van de primaire productie voor gebruik in zijn eigen bedrijf worden geleverd. 4. Voor mengsels van gehele graanplanten zijn de verplichte vermeldingen overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder f), niet vereist.
  • 5. 
    In het geval van mengvoeder dat uit niet meer dan drie voedermiddelen bestaat, zijn de gegevens overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder a) en b), niet nodig als uit de beschrijving duidelijk blijkt welke voedermiddelen gebruikt zijn.
  • 6. 
    Wanneer het gaat om voedermiddelen van niet meer dan 20 kg of om mengvoeder, bestemd voor de eindgebruiker en onverpakt verkocht, mogen de in de artikelen 15, 16 en 17 bedoelde gegevens onder de aandacht van de koper worden gebracht door middel van een daartoe bestemde kennisgeving op de plaats van verkoop. In dit geval worden de gegevens overeenkomstig artikel 15, onder a), artikel 16, lid 1, of artikel 17, lid 1, onder a) en b), naar gelang van het geval, voor de klant op zijn laatst op de factuur afgedrukt. 7. Wanneer het gaat om hoeveelheden voeder voor gezelschapsdieren die niet meer dan het dagrantsoen voor de desbetreffende diersoort vormen en in verpakkingen met meer recipiënten worden verkocht, hoeven de gegevens overeenkomstig artikel 15, onder b), c) en f), en artikel 17, lid 1, onder c), e) en f), alleen op de verpakking te worden aangebracht in plaats van op iedere recipiënt. 8. In afwijking van de bepalingen van deze verordening kunnen de lidstaten nationale bepalingen toepassen voor diervoeders die bestemd zijn voor dieren die voor wetenschappelijke of experimentele doeleinden worden gehouden, mits deze

bestemming duidelijk op het etiket vermeld is. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van die bepalingen.

Artikel 22

Facultatieve etikettering

  • 1. 
    Onverminderd de verplichte etiketteringsvoorschriften mag de etikettering van mengvoeders ook facultatieve etiketteringsvoorschriften omvatten, mits de in artikel 11 vastgelegde algemene beginselen in acht worden genomen. 2. De aanvullende facultatieve etikettering mag alleen de volgende gegevens omvatten: a) facultatieve vermeldingen overeenkomstig bijlage V of VI; b) het land van productie of fabricage;
  • c) 
    de handelsbenaming of het handelsmerk van het product;
  • d) 
    een vermelding betreffende de toestand waarin het voeder zich bevindt of de bijzondere behandeling die het heeft ondergaan; e) het vochtgehalte;
  • f) 
    de datum van vervaardiging;
  • g) 
    bijzondere opslagomstandigheden; h) de prijs van het product.
  • 3. 
    De Commissie kan de lijst van de in lid 2 vastgestelde gegevens wijzigen. Die maatregelen, die niet essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen,

worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 23

Verpakking

  • 1. 
    Diervoeders mogen slechts in verzegelde verpakkingen of recipiënten in de handel worden gebracht. De verpakkingen of recipiënten worden zodanig verzegeld dat bij de opening van de verpakking of de recipiënt het zegel wordt beschadigd en niet opnieuw kan worden gebruikt. 2. In afwijking van lid 1 mogen de volgende diervoeders onverpakt of in niet gesloten verpakkingen of recipiënten in de handel worden gebracht: a) voedermiddelen;
  • b) 
    mengvoeders, uitsluitend verkregen door het vermengen van hele granen of vruchten;
  • c) 
    onderlinge leveringen tussen producenten van mengvoeders;
  • d) 
    rechtstreekse leveringen van mengvoeders aan de gebruiker van het diervoeder; e) leveringen van producenten van mengvoeders aan verpakkingsbedrijven;
  • f) 
    hoeveelheden mengvoeders met een gewicht van ten hoogste 50 kg, die bestemd zijn voor de eindgebruiker en die rechtstreeks afkomstig zijn uit een verzegelde verpakking of recipiënt; g) likstenen. Artikel 24

Verandering van de verpakking

  • 1. 
    Indien een partij tijdens het verkeer in deelpartijen wordt opgesplitst, moeten de in deze verordening bedoelde verplichte etiketteringsgegevens, met een verwijzing naar de oorspronkelijke partij, worden overgenomen op de verpakking, de recipiënt of het geleidedocument van iedere deelpartij.
  • 2. 
    Indien de samenstelling van een diervoeder wordt veranderd nadat het in de handel is gebracht, worden de verplichte etiketteringsgegevens dienovereenkomstig aangepast onder verantwoordelijkheid van de voor de verandering van het diervoeder verantwoordelijke exploitant van het diervoederbedrijf. Hoofdstuk 5

Communautaire lijst van voedermiddelen en communautaire

gedragscodes voor etikettering

Artikel 25

Communautaire lijst van voedermiddelen

  • 1. 
    Er wordt een communautaire lijst van voedermiddelen (hierna "de lijst" genoemd) opgesteld als hulpmiddel ter verbetering van de etikettering van voedermiddelen. De lijst bevat voor ieder opgenomen voedermiddel: a) de benaming;
  • b) 
    het identificatienummer;
  • c) 
    een beschrijving van het voedermiddel, zo nodig met inbegrip van het productieproces;
  • d) 
    specifieke gegevens betreffende de samenstelling van het diervoeder vanuit nutritioneel oogpunt, die in de etikettering overeenkomstig artikel 16, lid 2, wordt vermeld;
  • e) 
    een glossarium met de definities van de diverse vermelde procedés en technische begrippen.
  • 2. 
    Als eerste voedermiddelen worden de in deel B van de bijlage bij Richtlijn 96/25/EG en in de bijlage bij Richtlijn 82/471/EEG vermelde voedermiddelen in de lijst opgenomen overeenkomstig de procedure van artikel 29, lid 2. 3. Voor wijzigingen van de lijst is de procedure van artikel 27 van toepassing.
  • 4. 
    De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing onverminderd de veiligheidsvoorschriften van artikel 4 van deze verordening.

Artikel 26

Communautaire gedragscodes voor etikettering

  • 1. 
    De Commissie moedigt de opstelling van twee communautaire gedragscodes voor etikettering (hierna "gedragscodes" genaamd) aan, waarvan een voor voeders voor gezelschapsdieren en een voor diervoeders voor voedselproducerende dieren. Zij betreffen het toepassingsgebied van de facultatieve etikettering overeenkomstig artikel 22 en dragen bij tot de verbetering van de deugdelijkheid van de etikettering. 2. Voor de opstelling en voor wijzigingen van de gedragscodes is de procedure van artikel 27 van toepassing. Artikel 27

Opstelling van de lijst en de gedragscodes

  • 1. 
    Wanneer de lijst en de gedragscodes worden opgesteld, worden zij, zo nodig, verder ontwikkeld en gewijzigd door vertegenwoordigers van de verschillende sectoren van de Europese diervoederbranche: a) in overleg met andere belanghebbende partijen, zoals de gebruikers van diervoeders;
  • b) 
    in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en, zo nodig, de Autoriteit;
  • c) 
    met inachtneming van de ervaringen op dit gebied aan de hand van adviezen van de Autoriteit en van de ontwikkeling van de wetenschappelijke of technische kennis.
  • 2. 
    De Commissie keurt de lijst, de ontwerpgedragscodes en de ontwerpwijzigingen daarvan goed overeenkomstig de in artikel 29, lid 2, bedoelde procedure, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) zij zijn in overeenstemming met lid 1 opgesteld;
  • b) 
    de inhoud ervan is in de gehele Gemeenschap bruikbaar voor de sectoren waarop zij betrekking hebben; en
  • c) 
    zij voldoen aan de respectieve doelstellingen.
  • 3. 
    De Commissie publiceert de titels en referenties van de lijst en de gedragscodes in de C reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie. Hoofdstuk 6

Algemene en slotbepalingen

Artikel 28

Wijzigingen van de bijlagen en uitvoeringsmaatregelen

  • 1. 
    De Commissie kan de bijlagen I tot en met VI wijzigen om ze in het licht van de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen aan te passen. Die maatregelen, die niet essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen,

worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 2. 
    De voor de toepassing van deze verordening benodigde uitvoeringsmaatregelen kunnen volgens de in artikel 29, lid 3, bedoelde procedure worden vastgesteld. Artikel 29

Comité

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

  • 4. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit. Artikel 30

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003

Artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 wordt als volgt gewijzigd:

(1) Lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • a) 
    het bepaalde onder d) wordt vervangen door:

'd) indien van toepassing, het erkenningsnummer van het bedrijf dat het toevoegingsmiddel of het voormengsel overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1831/2005 van het Europees Parlement en de Raad* vervaardigt of in de handel brengt; * PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1.',

  • b) 
    de volgende alinea wordt toegevoegd:

`In het geval van voormengsels is het bepaalde onder b), d) e) en g), niet van toepassing op de verwerkte toevoegingsmiddelen.'

(2) Lid 3 wordt vervangen door:

`3. Naast de in lid 1 genoemde gegevens worden op de verpakking of recipiënt van een toevoegingsmiddel behorende tot een in bijlage III vermelde functionele groep of van een voormengsel dat een toevoegingsmiddel bevat behorende tot een in bijlage III vermelde functionele groep de in die bijlage genoemde gegevens goed zichtbaar, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar aangebracht.' (3) Lid 4 wordt vervangen door:

`4. In geval van voormengsels wordt het woord 'voormengsel' in hoofdletters op het etiket vermeld en worden de draagstoffen aangegeven in het geval van voedermiddelen overeenkomstig artikel 17, lid 1, onder e), van Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad [betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders]*. * PB L ... .'. Artikel 31

Intrekking

De Richtlijnen 79/373/EEG, 80/511/EEG, 82/471/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG worden ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VII.

Artikel 32

Sancties

De lidstaten stellen de voorschriften inzake geldelijke sancties vast die van toepassing zijn wanneer de bepalingen van deze verordening worden geschonden en treffen alle maatregelen

die nodig zijn om de daadwerkelijke toepassing van die sancties te verzekeren. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op [datum van toepassing] van deze bepalingen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.

Artikel 33

Overgangsmaatregelen

Overgangsmaatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 3, bedoelde procedure.

Artikel 34

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op [de twintigste dag] volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van twaalf maanden na de datum van haar bekendmaking.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE I

TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN INZAKE

ONZUIVERHEDEN, MELKVERVANGERS, VOEDERMIDDELEN OM TE BINDEN

EN DENATUREREN, HET AS- EN VOCHTGEHALTE OVEREENKOMSTIG DE

ARTIKEL 4

  • 1. 
    Voedermiddelen moeten volgens de goede productiepraktijken van Verordening (EG) nr. 183/2005 vrij zijn van chemische onzuiverheden die het gevolg zijn van het productieproces en technische hulpstoffen, tenzij er een specifiek maximumgehalte in de lijst overeenkomstig artikel 25 is vastgesteld.
  • 2. 
    De botanische zuiverheid van voedermiddelen moet ten minste 95% bedragen, tenzij er een ander gehalte is vastgesteld in de lijst overeenkomstig artikel 25. Botanische onzuiverheden zijn bijvoorbeeld onzuiverheden van plantaardig materiaal die geen nadelige uitwerking hebben op de dieren, zoals stro, zaden van andere geteelde soorten en onkruidzaden. Botanische onzuiverheden zoals resten van andere oliehoudende zaden of vruchten, afkomstig van een eerdere be of verwerking, mogen voor ieder soort oliehoudend zaad en oliehoudende vrucht niet meer dan 0,5% bedragen. 3. Het ijzergehalte in melkvervangers voor kalveren met een levend gewicht van minder dan of gelijk aan 70 kg moet ten minste 30 mg per kg van het volledige voeder bij een vochtgehalte van 12% bedragen.
  • 4. 
    Wanneer voedermiddelen worden gebruikt om andere voedermiddelen te binden of te denatureren, kan het product nog steeds als voedermiddel worden beschouwd. De benaming, aard en hoeveelheid van het voor het binden of denatureren gebruikte voedermiddel moeten op het etiket worden aangegeven. Als een voedermiddel door een ander voedermiddel wordt gebonden, mag het percentage van dit laatste voedermiddel niet meer bedragen dan 3% van het totale gewicht. 5. Het gehalte aan in zoutzuur onoplosbare as mag niet meer dan 2,2% van de droge stof bedragen. Het gehalte van 2,2% mag echter worden overschreden bij ­ voedermiddelen;

­ mengvoeders die toegestane minerale bindmiddelen bevatten; ­ minerale mengsels;

­ mengvoeders die voor meer dan 50% uit bijproducten van rijst of suikerbiet bestaan; ­ mengvoeders voor gekweekte vissen, met een gehalte aan vismeel van meer dan 15%, mits het gehalte op het etiket wordt vermeld.

  • 6. 
    Voor zover er in bijlage III of de in artikel 25 genoemde lijst geen ander gehalte is vastgelegd, moet het vochtgehalte van het diervoeder worden aangegeven, indien het hoger is dan: ­ 5% in het geval van mineraal diervoeder dat geen organische stoffen bevat;

­ 7% in het geval van melkvervangers en andere mengvoeders met een gehalte aan zuivelcomponenten van meer dan 40%; ­ 10% in het geval van mineraal diervoeder dat organische stoffen bevat; ­ 14% bij overige diervoeders.

BIJLAGE II

ALGEMENE ETIKETTERINGSVOORSCHRIFTEN OVEREENKOMSTIG

ARTIKEL 11, LID 4

  • 1. 
    De aangegeven of de te vermelden gehalten hebben betrekking op het gewicht van het diervoeder, tenzij anders is vermeld. 2. Het opschrift van de lijst van toevoegingsmiddelen luidt: 'toevoegingsmiddelen per kg'.
  • 3. 
    Bij de numerieke vermelding van data wordt de volgorde dag, maand en jaar aangehouden, tenzij anders vermeld op de etikettering. 4. Synonieme begrippen in bepaalde talen:
  • a) 
    In het Duits kan de benaming "Futtermittel Ausgangserzeugnis" worden vervangen door "Einzelfuttermittel", in het Grieks kan " " worden vervangen door " " en in het Italiaans kan "materie prime per alimenti degli animali" worden vervangen door "mangime semplice";
  • b) 
    bij de benaming van voeders voor gezelschapsdieren zijn de volgende begrippen toegestaan: in het Nederlands "samengesteld voeder"; in het Engels `pet food'; in het Hongaars "állateledel"; in het Italiaans "alimento"; in het Pools "karma"; in het Sloveens "hrane za hisne zivali"; in het Spaans "alimento"; 5. Bij de gebruiksaanwijzing voor aanvullende diervoeders die een hoger gehalte aan toevoegingsmiddelen bevatten dan de voor volledige diervoeders vastgestelde maximumgehalten, wordt de maximumhoeveelheid aan aanvullende diervoeders in gram of kilogram per dier per dag aangegeven.
  • 6. 
    Onverminderd de analysemethoden kan het begrip "ruw eiwit'" worden vervangen door "eiwit", "ruw vet" kan worden vervangen door "vetgehalte" en "ruwe as" kan worden vervangen door "asrest" of "anorganische stof".

BIJLAGE III

TOLERANTIES VOOR DE ETIKETTERINGSGEGEVENS BETREFFENDE DE

SAMENSTELLING VAN VOEDERMIDDELEN EN MENGVOEDERS

OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 11, LID 5

  • 1. 
    De in deze bijlage vastgestelde toleranties omvatten technische en analyse afwijkingen.

Zodra op Gemeenschapsniveau analytische toleranties voor meetonzekerheden en procedurevarianten zijn vastgesteld, moeten de in lid 2 vastgelegde waarden dienovereenkomstig worden aangepast, zodat zij slechts de technische toleranties betreffen.

  • 2. 
    Wanneer geconstateerd wordt dat er een zodanig verschil bestaat tussen de samenstelling van een voedermiddel of een mengvoeder en de op het etiket aangegeven samenstelling dat de waarde ervan verminderd wordt, zijn de volgende toleranties toegestaan: a) voor ruw eiwit, suikers, zetmeel en inuline;

­ 3 eenheden voor opgegeven gehalten van 30 % of meer,

­ 10 % van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van minder dan 30 % (tot 10 %); ­ 1 eenheid voor opgegeven gehalten van minder dan 10%; b) voor ruwe celstof en ruw vet;

­ 2,2 eenheden voor opgegeven gehalten van 15% of meer,

­ 15% van het opgegeven gehalte voor opgegeven gehalten van minder dan 15% (tot 5%); ­ 0,8 eenheid voor opgegeven gehalten van minder dan 5 %.

  • c) 
    voor vocht, ruwe as, in zoutzuur onoplosbare as en als NaCl uitgedrukte chloriden, totaal fosfor, natrium, calciumcarbonaat, calcium, magnesium, zuurgetal en in petroleumether onoplosbare bestanddelen: ­ 1,5 eenheid voor opgegeven gehalten (waarden) van 15% (15) en meer, naar gelang van het geval,

­ 10% van het (de) opgegeven gehalte (waarde) voor opgegeven gehalten (waarden) van minder dan 15% (15) (tot 2% (2)), naar gelang van het geval, ­ 0,2 eenheid voor opgegeven gehalten (waarden) van minder dan 2% (2), naar gelang van het geval, d) voor de energiewaarde 5% en voor de eiwitwaarde 10%;

25

  • e) 
    voor toevoegingsmiddelen ;

­ 10% indien het opgegeven gehalte 1 000 eenheden en meer bedraagt;

­ 100 eenheden voor opgegeven gehalten van minder dan 1 000 eenheden (tot 500 eenheden); ­ 20% van de opgegeven gehalten van minder dan 500 eenheden (tot 1 eenheid);

­ 0,2 eenheid voor opgegeven gehalten van minder dan 1 eenheid (tot 0,5 eenheid); ­ 40% van het opgegeven gehalte van minder dan 0,5 eenheid.

Deze toleranties zijn ook van toepassing op de maximumgehalten van toevoegingsmiddelen in mengvoeders.

  • 3. 
    Zolang de vastgelegde maximumgehalten aan toevoegingsmiddelen niet worden overschreden, mag het verschil van het opgegeven gehalte maximaal het drievoudige van de tolerantie overeenkomstig punt 2 bedragen. 4. Voor de tot de groep van de micro organismen behorende toevoegingsmiddelen komt de aanvaardbare bovengrens overeen met het vastgelegde maximumgehalte.

25 In deze alinea betekent 1 eenheid 1 mg, 1 000 IU, 1x110 9 kve of 100 enzymactiviteitseenheden van het desbetreffende toevoegingsmiddel.

BIJLAGE IV

VERPLICHTE ETIKETTERINGSGEGEVENS VOOR VOEDERMIDDELEN

OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 16, LID 1

Voedermiddel bestaande uit Verplichte vermelding van

  • 1. 
    Voedergewassen en ruwvoedergewassen Ruw eiwit, indien > 10 % Ruwe celstof 2. Granen
  • 3. 
    Van granen afgeleide producten en bijproducten Zetmeel, indien > 20 % Ruw eiwit, indien > 10 % Ruw vet, indien > 5 % Ruwe celstof 4. Oliehoudende zaden, oliehoudende vruchten
  • 5. 
    Van oliehoudende zaden en oliehoudende vruchten afgeleide producten en bijproducten Ruw eiwit, indien > 10 % Ruw vet, indien > 5 % Ruwe celstof 6. Zaden van peulvruchten
  • 7. 
    Van zaden van peulvruchten afgeleide producten en bijproducten Ruw eiwit, indien > 10 % Ruwe celstof 8. Knollen, wortels
  • 9. 
    Van knollen en wortels afgeleide producten en bijproducten Zetmeel Ruwe celstof In HCl onoplosbare as, indien > 3,5 %
  • 10. 
    Producten en bijproducten van de suikerbietverwerkende Ruwe celstof, indien > 15 % Totaal suikers (als sacharose) In HCl onoplosbare as, indien > 3,5 % industrie
  • 11. 
    Producten en bijproducten van de suikerrietverwerkende Ruwe celstof, indien > 15 % Totaal suikers (als sacharose) industrie
  • 12. 
    Overige zaden en vruchten en daarvan afgeleide producten en Ruw eiwit Ruwe celstof Ruw vet, indien > 10 % bijproducten
  • 13. 
    Overige planten en daarvan afgeleide producten en bijproducten Ruw eiwit, indien > 10 % Ruwe celstof 14. Melkproducten en bijproducten Ruw eiwit Vochtgehalte, indien > 5 % Lactose, indien > 10 %
  • 15. 
    Van landdieren afgeleide producten en bijproducten Ruw eiwit, indien > 10 % Ruw vet, indien > 5 % Vochtgehalte, indien > 8 %
  • 16. 
    Vis, andere zeedieren en daarvan afgeleide producten en Ruw eiwit, indien > 10 % Ruw vet, indien > 5 % Vochtgehalte, indien > 8 % bijproducten
  • 17. 
    Mineralen Calcium Natrium Fosfor Overige relevante mineralen
  • 18. 
    Diverse Ruw eiwit, indien > 10 % Ruwe celstof Ruw vet, indien > 10 % Zetmeel, indien > 30 % Totaal suikers (als sacharose), indien > 10 % In HCl onoplosbare as, indien > 3,5 %

BIJLAGE V

ETIKETTERINGSVOORSCHRIFTEN VOOR VOEDSELPRODUCERENDE

DIEREN

Hoofdstuk I: Toevoegingsmiddelen voor diervoeding als bedoeld in artikel 15, onder f), en artikel 22, lid 2

  • 1. 
    De volgende toevoegingsmiddelen worden vermeld met hun benaming, toegevoegde hoeveelheid, identificatienummer en functionele groep overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 of de categorie in het geval van 'coccidiostatica en histomonostatica': a) toevoegingsmiddelen waarvoor een maximumgehalte is vastgesteld,
  • b) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de categorieën 'zoötechnische toevoegingsmiddelen' en 'coccidiostatica en histomonostatica',
  • c) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep 'ureum en zijn derivaten' van de categorie 'nutritionele toevoegingsmiddelen' overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. 2. Niet in lid 1 vermelde toevoegingsmiddelen voor diervoeding kunnen facultatief in dezelfde volledige vorm of gedeeltelijk worden aangegeven.
  • 3. 
    De exploitant van het diervoederbedrijf die het diervoeder in de handel brengt, deelt de klant op zijn verzoek de niet in lid 1 vermelde namen mee.
  • 4. 
    Als een nutritioneel toevoegingsmiddel overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 facultatief op het etiket vermeld wordt, wordt het toegevoegde gehalte aangegeven. 5. Als een toevoegingsmiddel tot meer dan een functionele groep behoort, wordt de groep vermeld die past bij de voornaamste functie ervan in het desbetreffende diervoeder.

Hoofdstuk II: Analytische bestanddelen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f), en artikel 22, lid 2

Diersoort of categorie van voedselproducerende

Analytische

dieren

Diervoeders bestanddelen en Verplichte

gehalten Facultatieve vermeldingen vermeldingen

Volledige diervoeders Ruw eiwit Ruwe celstof Ruw vet Ruwe as Zetmeel Totaal suikers (als Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten

sacharose)

Totaal suikers met Alle diersoorten zetmeel

Energiewaarde* Eiwitwaarde* Vezelfracties Lysine Alle diersoorten Alle diersoorten Herkauwers Andere diersoorten dan varkens en pluimvee Andere diersoorten dan varkens en pluimvee Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Varkens en pluimvee Varkens

Methionine en pluimvee

Overige aminozuren Vitaminen Spoorelementen Calcium Natrium Fosfor Kalium Magnesium

Aanvullende diervoeders ­ mineraalmengsels Ruw eiwit Ruwe celstof Ruw vet Ruwe as Zetmeel Totaal suikers (als Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten sacharose)

Totaal suikers met Alle diersoorten zetmeel

Energiewaarde* Eiwitwaarde* Vezelfracties Lysine Alle diersoorten Alle diersoorten Herkauwers Andere diersoorten dan varkens en pluimvee Andere diersoorten dan varkens en pluimvee Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Varkens en pluimvee Varkens

Methionine en pluimvee

Overige aminozuren Vitaminen Spoorelementen Calcium Natrium Fosfor Kalium Magnesium

Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten

Alle diersoorten Andere diersoorten dan herkauwers

Herkauwers

Aanvullende diervoeders ­ andere Ruw eiwit Ruwe celstof Ruw vet Ruwe as Zetmeel Totaal suikers (als Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten

sacharose)

Totaal suikers met Alle diersoorten zetmeel

Energiewaarde* Eiwitwaarde* Vezelfracties Lysine Alle diersoorten Alle diersoorten Herkauwers Andere diersoorten dan varkens en pluimvee Andere diersoorten dan varkens en pluimvee Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Varkens en pluimvee Varkens

Methionine en pluimvee

Overige aminozuren Vitaminen Spoorelementen Calcium

5 % < 5 % Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten

Natrium Fosfor

2 % < 2 % Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Andere diersoorten dan herkauwers

Kalium Magnesium

Herkauwers

  • De waarde moet volgens de EG methode, voor zover beschikbaar, of volgens de desbetreffende officiële nationale methode in de lidstaat waar het diervoeder in de handel is gebracht, voor zover beschikbaar, worden vermeld.

BIJLAGE VI

ETIKETTERINGSVOORSCHRIFTEN VOOR NIET-VOEDSELPRODUCERENDE

DIEREN

Hoofdstuk I: Toevoegingsmiddelen voor diervoeding als bedoeld in artikel 15, onder f), en artikel 22, lid 2

  • 1. 
    De volgende toevoegingsmiddelen worden vermeld met hun benaming en/of identificatienummer, toegevoegde hoeveelheid, en de desbetreffende functionele groep overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 of de categorie in het geval van 'coccidiostatica en histomonostatica': a) toevoegingsmiddelen waarvoor een maximumgehalte is vastgesteld,
  • b) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de categorieën 'zoötechnische toevoegingsmiddelen' en 'coccidiostatica en histomonostatica',
  • c) 
    toevoegingsmiddelen die behoren tot de functionele groep 'ureum en zijn derivaten' van de categorie 'nutritionele toevoegingsmiddelen' overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. 2. Niet in lid 1 vermelde toevoegingsmiddelen voor diervoeding kunnen facultatief in dezelfde volledige vorm of gedeeltelijk worden aangegeven.
  • 3. 
    Als een nutritioneel toevoegingsmiddel overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 facultatief op het etiket vermeld wordt, wordt het toegevoegde gehalte aangegeven. 4. Als een toevoegingsmiddel tot meer dan een functionele groep behoort, wordt de groep vermeld die past bij de voornaamste functie ervan in het desbetreffende diervoeder.

Hoofdstuk II: Analytische bestanddelen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder f), en artikel 22, lid 2

Analytische Diersoort of categorie van niet-voedselproducerende dieren

Diervoeders bestanddelen en Verplichte vermeldingen Facultatieve vermeldingen

gehalten

Eiwit Voedingsvezels Ruw vet Ruwe as Zetmeel Totaal suikers Honden en katten Honden en katten Honden en katten Honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Alle diersoorten Alle diersoorten Volledige diervoeders

(als sacharose)

Totaal suikers Alle diersoorten met zetmeel

Energiewaarde* Aminozuren Vitaminen Spoorelementen Calcium Natrium Fosfor Kalium Magnesium Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Aanvullende diervoeders Eiwit Voedingsvezels Ruw vet Ruwe as Zetmeel Totaal suikers Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten mineraalmengsels

(als sacharose)

Totaal suikers Alle diersoorten met zetmeel

Energiewaarde* Aminozuren Vitaminen Spoorelementen Calcium Natrium Fosfor Kalium Magnesium Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten

Alle diersoorten Alle diersoorten

Aanvullende diervoeders ­ andere Eiwit Voedingsvezels Ruw vet Ruwe as Zetmeel Totaal suikers Honden en katten Honden en katten Honden en katten Honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Andere diersoorten dan honden en katten Alle diersoorten Alle diersoorten (als sacharose)

Totaal suikers Alle diersoorten met zetmeel

Energiewaarde* Aminozuren Vitaminen Spoorelementen Calcium Natrium Fosfor Kalium Magnesium Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten Alle diersoorten

BIJLAGE VII

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 79/373/EEG Richtlijn 96/25/EEG Andere besluiten: Deze verordening Richtlijnen 80/511/EEG

(1), 82/471/EEG (2),

93/74/EEG (3) of

93/113 EG (4)

Artikel 1

Artikel 1 Artikel 1 (2), (4): Artikel 1 (3): Artikel 4 Artikel 2 Artikel 2 Artikel 2 (2), (3): Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4, lid 1

Artikel 3 Artikel 3 (3): Artikel 1, lid 2 Artikel 4, lid 2 Artikel 4 Artikel 4, lid 3 Artikel 5, lid 1

Artikel 12 (3): Artikel 10, lid 2 Artikel 5, lid 2

Artikel 10 bis, lid 3 Artikel 11, onder b) (2): Artikel 8 Artikel 6 Artikel 7

Artikel 8

(3): Artikel 3 Artikel 9

(3): Artikel 6 Artikel 10

Artikel 5 sexies Artikel 11, lid 1

Artikel 5, lid 2 Artikel 5, lid 1 (2): Artikel 5, lid 2 Artikel 11, lid 2 Artikel 11, lid 3

Artikel 5, lid 6 Artikel 4 en artikel 6, lid 4 Artikel 11, lid 4 Artikel 6 Artikel 4 Artikel 11, lid 5

Artikel 5, lid 1 Artikel 5, lid 1 Artikel 12

Artikel 5 sexies Artikel 5, lid 2 (3): Artikel 5, lid 6 Artikel 13 Artikel 5, lid 1, artikel 11 Artikel 5, lid 1, artikel 9 Artikel 14

Artikel 5, lid 1, en artikel 5, lid 5, onder c) Artikel 5, lid 1 (4): Artikel 7, lid 1, onder e), en Richtlijn 70/524/EEG: Artikel 16 Artikel 15

Artikel 5, lid 1, onder c) en d), en artikel 7 Artikel 16

Artikel 5, lid 1, artikel 5 quater en artikel 5 quinquies Artikel 17, lid 1 Artikel 17, lid 2

Artikel 5 quater, lid 3 Artikel 17, lid 3

(3): Artikel 5, punt 1, 4, en 7 en artikel 6, onder a) Artikel 18 Artikel 19

Artikel 8 Artikel 20

Artikel 6, lid 1, onder a) Artikel 21, lid 1 Artikel 5, lid 5, onder d) Artikel 21, lid 2 Artikel 6, lid 3, onder a) Artikel 21, lid 3 Artikel 5, lid 5, onder b) Artikel 21, lid 4 Artikel 5, lid 5, onder a) Artikel 21, lid 5

Artikel 5, lid 2 Artikel 5, lid 3, onder b). artikel 6, lid 1, onder b) Artikel 21, lid 6 Artikel 21, lid 7

Artikel 14, onder c) Artikel 21, lid 8

Artikel 5, lid 3, artikel 5 quater, lid 3. en artikel 5 quinquies Artikel 5, lid 2 Artikel 22 Artikel 4, lid 1 (1): Artikel 1 Artikel 23 Artikel 5, lid 4 Artikel 24 Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 10 Artikel 11 Artikel 28

Artikel 13 Artikel 13 (2): Artikel 13 en 14 (3): Artikel 9 Artikel 29 Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Bijlage, deel A, punt 2, 3 en 4 Bijlage, deel A, II en VI Bijlage I

Bijlage, deel A, punt 1 en artikel 5, lid 6 Artikel 6, lid 4 Bijlage II Bijlage, deel A, punt 5 en 6 Bijlage, deel A, VII Bijlage III Bijlage, deel C Bijlage IV Bijlage, deel B Bijlage V

Bijlage, deel B Bijlage VI

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie