Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

Interinstitutioneel dossier: 2007/0022 (COD)

Brussel, februari 2008 (26.02) (OR. en)

6572/08

LIMITE

DROIPEN 14 ENV 96 CODEC 213

NOTA

van aan:

het voorzitterschap

de Groep materieel strafrecht

nr. vorig doc.: 5587/08 DROIPEN 3 PI 30 CODEC 78

nr Comv.:           6297/07 DROIPEN 10 ENV 95 SAN 20 CONSOM 7 CODEC 113 +ADD1+ADD

2 COM(2007) 51 def

Betreft:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

Naar aanleiding van de vergadering van de Groep materieel strafrecht op 31 januari/1 februari 2008 dient het voorzitterschap, teneinde een consensus mogelijk te maken, een ontwerptekst van de voorgestelde richtlijn in, met bijzondere aandacht voor de nog niet opgeloste punten in deze richtlijn. Deze ontwerpteksten stoelen op de debatten die tijdens bovengenoemde vergadering zijn gehouden en op schriftelijke opmerkingen van de delegaties.

De ontwerptekst van Bijlage I bij de ontwerprichtlijn, voortgekomen uit de debatten tijdens bovengenoemde vergadering en de opmerkingen die de lidstaten schriftelijk hebben ingediend, komt in een afzonderlijk document te staan samen met Bijlage II bij de voorgestelde richtlijn, zoals opgenomen in doc. 16413/1/07. Deze bijlage II is nog niet besproken.

6572/08

DG H 2B

ons/IL/fb                          1

LIMITE NL

Indien de Groep materieel strafrecht tijdens zijn vergadering op 25 februari 2008 niet tot een consensus komt over de nog onopgeloste punten in het regelgevend deel van de richtlijn, worden deze punten voorgelegd aan de Raad JBZ van 28 februari 2008.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          2

DG H 2B                      LIMITE NL

BIJLAGE Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175,

lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie1,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité2,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's3,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      Overeenkomstig artikel 174, lid 2, van het Verdrag dient de Gemeenschap in haar milieubeleid te streven naar een hoog niveau van bescherming.

(2)      De Gemeenschap is verontrust over het toenemende aantal milieudelicten en de gevolgen ervan, die steeds vaker de grenzen overschrijden van de staten waar de delicten worden gepleegd. Zulke delicten vormen een bedreiging voor het milieu en derhalve moet er op passende wijze tegen worden opgetreden.

(3)      De ervaring heeft aangetoond dat de bestaande sanctiesystemen ontoereikend zijn om een volledige naleving van de milieubeschermingswetgeving te garanderen. Deze naleving kan en moet worden aangescherpt door het beschikbaar zijn5 van strafrechtelijke sancties die een sociale afkeuring uitdrukken die kwalitatief verschilt van het effect van administratieve sancties of van een compensatieregeling naar burgerlijk recht.

(4)      Gemeenschappelijke regels inzake strafrechtelijke sancties maken de toepassing van doeltreffender onderzoekmethoden en ondersteuning binnen en tussen lidstaten mogelijk6 [...].

PB C [...] van [...], blz. [...]. PB C [...] van [...], blz. [...]. PB C [...] van [...], blz. [...]. PB C [...] van [...], blz. [...]. Tekstvoorstel van UK. Geschrapt op voorstel van UK.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          3

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

(5)      [Indien het opleggen van sancties aan de gerechtelijke in plaats van aan de administratieve instanties wordt toevertrouwd, betekent dit dat de verantwoordelijkheid voor het toezicht op en de handhaving van de milieuregelgeving komt te liggen bij instanties die onafhankelijk zijn van de instanties die exploitatie- en lozingsvergunningen verlenen.]1

(6)      Om te komen tot een doeltreffende bescherming van het milieu is er met name behoefte aan meer afschrikkende sancties voor activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu, die veelal aanzienlijke schade veroorzaken of kunnen veroorzaken aan de lucht, met inbegrip van de stratosfeer, de bodem, het water en dieren of planten, met inbegrip van de instandhouding van soorten.

(6bis) [De in de bijlagen bij deze richtlijn genoemde wetgeving bevat bepalingen waarvoor aan het

strafrecht gerelateerde maatregelen gelden om te bewerkstelligen dat de regels inzake

milieubescherming volledig doeltreffend zijn2. (6ter) De verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn hebben alleen betrekking op de

wetgevingsbepalingen in de bijlagen bij de richtlijn die inhouden dat de lidstaten bij de

uitvoering van die wetgeving in verbodsmaatregelen voorzien. ]3.

(7)      Niet-naleving van een wettelijke verplichting om handelend op te treden kan hetzelfde effect hebben als een actieve handeling en derhalve dienen daarop ook dezelfde sancties van toepassing te zijn.

(8)      Bedoelde gedragingen dienen bijgevolg in heel de Gemeenschap als strafbare feiten te worden aangemerkt als zij opzettelijk dan wel uit grove nalatigheid worden begaan.

(9)      Om te komen tot een doeltreffende bescherming van het milieu moeten ook deelneming aan en aanstichting tot dergelijke activiteiten als strafbare feiten worden aangemerkt.

(9bis) In de richtlijn wordt voor de lidstaten de verplichting ingevoerd om in hun wetgeving sancties op te nemen voor ernstige inbreuken op de communautaire milieubeschermingsbepalingen. Deze richtlijn gaat niet nader in op de wijze waarop zulke wetgeving [of een andere beschikbaar systeem van wetshandhaving] moet worden toegepast ten aanzien van specifieke gevallen van dergelijke inbreuken4.

(9ter) 5Inbreuken die worden behandeld in de richtlijn inzake verontreiniging vanaf schepen, vallen niet binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn.

1       UK wenst deze overwegingen te schrappen.

2       Nieuwe formulering naar aanleiding van opmerkingen van UK.

3       Nieuw voorstel van UK voor een overweging. In de Engelse versie is "should" vervangen naar aanleiding van opmerkingen van ES. "Sanctions" is naar aanleiding van Finse opmerkingen vervangen door "verbod".

4       Nieuwe, door NL voorgestelde overweging. Deze ontwerptekst is een combinatie van schriftelijke opmerkingen van NL en tekstvoorstellen van de JDR.

5       Nieuwe, door DE voorgestelde overweging, gesteund door BE die de volgende tekst voorstelt: "Deze richtlijn geldt niet voor inbreuken, genoemd in Richtlijn 2005/35/EG inzake verontreiniging vanaf schepen, die betrekking heeft op illegale lozing van verontreinigende stoffen vanaf schepen.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          4

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

(10)     [...]

(11)     [...]

(12)     [...]

(13)     Aangezien deze richtlijn voorziet in minimumregels, staat het de lidstaten vrij strengere bepalingen vast te stellen of te handhaven met het oog op de doeltreffende strafrechtelijke bescherming van het milieu1.

(13bis) Het Euratom-verdrag en het daarvan afgeleide recht regelen de milieubescherming wat

betreft nucleaire activiteiten en ioniserende straling. Daarom moeten in deze richtlijn

milieudelicten in verband met nucleaire activiteiten en ioniserende straling uitsluitend

worden gedefinieerd aan de hand van het EURATOM-verdrag en het daarvan afgeleide recht2.

(14)     De lidstaten moeten de Commissie informatie verstrekken over de uitvoering van deze richtlijn, teneinde haar in staat te stellen het effect van de richtlijn te beoordelen.

(15)     Daar de doelstellingen van het overwogen optreden, namelijk het garanderen van een doeltreffender bescherming van het milieu, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(16)   Deze richtlijn is opgesteld met inachtneming van de grondrechten en de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd,

1       Voorbehoud voor nadere bestudering van UK, omdat deze tekst het bereik van artikel 176 VEG zou kunnen beperken.

2       Geformuleerd naar het voorbeeld van de in de schriftelijke opmerkingen van UK genoemde mogelijkheid.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          5

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 1 Onderwerp

Deze richtlijn stelt maatregelen vast op strafrechtelijk gebied teneinde het milieu doeltreffender te beschermen.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • a) 
    "wederrechtelijk":

(i) in strijd met op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

aangenomen wetgeving die is opgenomen in bijlage A, en

(ii) wat betreft onder het EURATOM-Verdrag vallende activiteiten, de op grond van het

EURATOM-verdrag aangenomen wetgeving, die is opgenomen in bijlage B, of

(iii) een wettelijke bepaling, een bestuursrechtelijk voorschrift van een lidstaat of een besluit van

een bevoegde autoriteit van een lidstaat, ter uitvoering van dat Gemeenschapsrecht, bedoeld in (i)

en (ii);

  • b) 
    "beschermde in het wild levende dier- en plantensoorten":
  • 1) 
    in artikel 3, onder f), die welke voorkomen in
  • bijlage IV van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;
  • bijlage I en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand 1, en
  • 2) 
    in artikel 3, onder g), die welke voorkomen in
  • de bijlagen A of B van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van

9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer2

1       HU stelt de volgende formulering voor: "vogelsoorten genoemd in artikel 1 en artikel 5, van Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand."

2       ES stelt een nieuw streepje 2.b.3 voor in plaats van 2c: "beschermde in het wild levende dier- en plantensoorten": in artikel 3, onder (h):

  • de soorten in bijlage II of IV van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;
  • de soorten in bijlage I bij, of genoemd in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand;
  • de soorten die leven, broeden of rusten in een speciale beschermingszone genoemd in bijlage I van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna."

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          6

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Mogelijkheid 1

  • c) 
    "beschermde habitat": een habitat van soorten waarvoor een gebied is aangewezen als speciale beschermingszone overeenkomstig artikel 4, lid 1 of lid 2, van Richtlijn 79/409/EEG van

2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand en elke natuurlijke habitat of een habitat van soorten waarvoor een gebied is aangewezen als speciale beschermingszone overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna 1.

Mogelijkheid 2

Definitie in artikel 2, onder c) geschrapt.

  • d) 
    "rechtspersoon": juridische entiteit die deze hoedanigheid krachtens het toepasselijke nationale recht bezit, met uitzondering van staten of andere publiekrechtelijke lichamen bij de uitoefening van hun openbare macht, en van publiekrechtelijke internationale organisaties.

Artikel 3 Delicten

De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende handelingen een strafrechtelijk delict vormen als zij onwettelijk en opzettelijk of ten minste uit grove nalatigheid worden begaan2: a) het lozen, uitstoten of anderszins introduceren van een hoeveelheid materie3 of ioniserende straling4 in de lucht, de grond of het water, waardoor de dood van of ernstig letsel5 aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;

De meerderheid van de delegaties geeft de voorkeur aan deze redactie of kan er uit

compromisbereidheid mee akkoord gaan. ES stelt bij wijze van compromis een andere tekst

voor artikel 2, onder b), punt 3 voor.

UK kan als compromis de volgende formulering aanvaarden:

  • c) 
    "beschermd gebied": een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone

overeenkomstig artikel 4, lid 1 of lid 2, van Richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 inzake het

behoud van de vogelstand, of als speciale beschermingszone overeenkomstig artikel 4, lid 4,

van Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke

habitats en de wilde flora en fauna.

HU en EL willen "grove" schrappen.

LV wil in plaats daarvan spreken van "stoffen".

LV wil in plaats daarvan spreken van "radioactieve stoffen".

Voorbehoud van UK net als in doc. 5587/08.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          7

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

  • b) 
    het beheren van afvalstoffen of het achterlaten, dumpen of ongecontroleerd beheren van afvalstoffen, met inbegrip van gevaarlijke afvalstoffen, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;
  • c) 
    het exploiteren van een bedrijf waar een gevaarlijke activiteit wordt verricht of waar gevaarlijke stoffen of preparaten worden opgeslagen of gebruikt, waardoor buiten het bedrijf de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;
  • d) 
    het overbrengen van afvalstoffen, indien deze activiteit valt binnen de werkingssfeer van artikel 2, punt 35, van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad, om het gewin en in niet verwaarloosbare hoeveelheden, ongeacht of de overbrenging tot stand komt door één enkele dan wel door meerdere, kennelijk met elkaar in verband staande verrichtingen;
  • e) 
    het vervaardigen, verwerken, opslaan, gebruiken, vervoeren, uitvoeren of invoeren van kernmateriaal of andere gevaarlijke radioactieve stoffen1, waardoor de dood van of ernstig letsel aan personen dan wel aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, grond of water of aan dieren of planten wordt veroorzaakt dan wel dreigt te worden veroorzaakt;

Mogelijkheid 12 3

(h) elke handeling die aanzienlijke schade aan een beschermde habitat veroorzaakt4;

1       NL, gesteund door DE, stelt voor "of chemische stoffen" toe te voegen. SE kan hiermee instemmen. UK niet. De meeste lidstaten maken bij dit voorstel een voorbehoud voor nadere bestudering.

2       De meerderheid van de delegaties kan met deze mogelijkheid instemmen.

3       Het voorzitterschap stelt als alternatief voor: "elke handeling die aanzienlijke schade aan een beschermde habitat veroorzaakt door de verwezenlijking van de doelstelling ervan, namelijk instandhouding, te belemmeren.".

4       EE wenst: "Elke handeling die aanzienlijke schade toebrengt aan of leidt tot de vernietiging van een beschermde habitat.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          8

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Mogelijkheid 2

  • h) 
    elk gedrag dat de verwezenlijking van de doelstelling van iedere beschermde habitat, namelijk

instandhouding, in aanzienlijke mate belemmert1.

  • i) 
    het verhandelen, produceren, op de markt brengen of gebruiken van ozonafbrekende stoffen 2.

[Artikel 3bis]

3

De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende handelingen een strafrechtelijk delict vormen als zij

onwettelijk en opzettelijk worden begaan:

  • f) 
    het bezitten, vangen of zich toe-eigenen]4, doden of vernietigen van specimens van beschermde in

het wild levende dier- en plantensoorten5, behalve in gevallen waarin6 de handeling betrekking heeft

op een verwaarloosbare hoeveelheid van zulke specimina en een verwaarloosbaar effect heeft op de

staat van instandhouding van de soort;

[g) het verhandelen van specimens van beschermde in het wild levende dier- en plantensoorten of

delen of afgeleide producten daarvan, tenzij de handeling betrekking heeft op een verwaarloosbare

hoeveelheid van deze specimens en een verwaarloosbaar effect heeft op de staat van instandhouding

van de soort;]7

1       De meeste delegaties maakten hier een voorbehoud voor nadere bestudering bij. ES, UK en DE aanvaardden het. IE geeft de voorkeur aan deze mogelijkheid. BE, NL en PT zijn ertegen. Negatief studievoorbehoud van Commissie. SE geeft voorkeur aan "h) Elke handeling die aanzienlijke schade toebrengt aan een natuurlijke habitat of een habitat van de soorten waarvoor de beschermingszone is aangewezen."

In het kader van een compromis zei UK akkoord te kunnen gaan met: "Elke handeling die aanzienlijke schade aan een habitat binnen een beschermd gebied veroorzaakt."

2       HU stelt, gesteund door PL, voor om minder ernstige gevallen uit te sluiten, en wel als volgt: "het verhandelen, produceren of op de markt brengen van ozonafbrekende stoffen tenzij het een verwaarloosbare hoeveelheid betreft." AT maakt een algemeen studievoorbehoud bij het voorstel.

3       De meeste delegaties maakten een voorbehoud voor nadere bestudering bij artikel 3bis. SE is tegen de opsplitsing van artikel 3 in twee delen.

4       Deze twee handelingen moeten worden geschrapt, aangezien zij, gelet op de de habitatrichtlijn, alleen als nalatigheid kunnen worden beschouwd. SE is tegen deze aanpak. CZ stelt dat de strafbaarstelling alleen kan worden veroorzaakt door "het verhandelen".

5       PT betreurt de schrapping van "delen of afgeleide producten daarvan"

6       Wijzigingen naar aanleiding van tekstvoorstellen van LV.

7       NL zou g) liever in artikel 3 zetten, evenals de passage "het bezitten, vangen of zich toeeigenen van specimens van beschermde in het wild levende dier- en plantensoorten".

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                          9

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 4 Uitlokking, hulp en medeplichtigheid

De lidstaten zorgen ervoor dat uitlokking van, en hulp en medeplichtigheid aan, de in artikel 3 en artikel 3 bis bedoelde opzettelijke handelingen strafbaar gesteld worden als strafrechtelijk delict.

Artikel 5 Sancties

Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat op de in de artikelen 3, 3 bis1 en 4 bedoelde delicten doeltreffende, evenredige en afschrikkende strafrechtelijke sancties staan.

Artikel 6 Aansprakelijkheid van rechtspersonen

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de in de artikelen 3 en 4 genoemde delicten die te hunnen voordele worden gepleegd door individueel of als lid van een orgaan van de rechtspersoon handelende personen die in de rechtspersoon een leidende positie bekleden op grond van:
  • a) 
    de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, of
  • b) 
    de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen, of
  • c) 
    de bevoegdheid om binnen de rechtspersoon controle uit te oefenen.
  • 2. 
    De lidstaten zorgen er eveneens voor dat een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld wanneer, als gevolg van gebrekkig toezicht of gebrekkige controle door een in lid 1 bedoelde persoon, een in de artikelen 3 en 4 genoemd delict ten voordele van de rechtspersoon kon worden gepleegd door een persoon die onder diens gezag staat.
  • 3. 
    De aansprakelijkheid van een rechtspersoon krachtens de leden 1 en 2 sluit niet de strafrechtelijke vervolging uit van natuurlijke personen die als dader, aanstichter of medeplichtige bij de in artikel 3 genoemde delicten betrokken zijn.

1 3 bis vermelden indien er een nieuw artikel 3 bis komt.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                        10

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 7 Sancties voor rechtspersonen

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om tegen een rechtspersoon die volgens artikel 6 aansprakelijk is gesteld, sancties te kunnen treffen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 8 Verslaglegging [...] geschrapt.

Artikel 9 Omzetting

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op […] aan deze richtlijn te voldoen.[...]

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                        11

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

Artikel 11 Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op

Voor het Europees Parlement                     Voor de Raad

De voorzitter                                             De voorzitter

6572/08                                                                                            ons/IL/fb                        12

BIJLAGE                                  DG H 2B                      LIMITE NL

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie