Milieu en volksgezondheid - Ontwerp-conclusies van de Raad

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

  • 1. 
    De Commissie heeft de mededeling over de Tussentijdse evaluatie van het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 op 11 juni 2007 voorgelegd.
  • 2. 
    Op basis van die documenten heeft het voorzitterschap ontwerp-conclusies van de Raad voor gelegd voor de verdere integratie van milieu- en gezondheidsaspecten in het EU-beleid.
  • 3. 
    Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft op 4 december 2007 zijn goedkeuring gehecht aan de ontwerp-conclusies in bijlage dezes.
  • 4. 
    De Raad wordt verzocht de ontwerp-conclusies te onderschrijven en in de zitting op 20 december 2007 aan te nemen.

___________________

BIJLAGE

Milieu en volksgezondheid

Ontwerp-conclusies van de Raad

De Raad van de Europese Unie,

  • 1. 
    BEZORGD over de gezondheidsproblemen waarmee milieudeterminanten gepaard gaan, zo als ademhalingsaandoeningen, astma en allergieën, neurologische ontwikkelingsstoornissen,

1

kanker, en hormoonontregeling , en met name die welke kwetsbare bevolkingsgroepen treffen, zoals kinderen in de verschillende stadia van hun ontwikkeling, zwangere vrouwen,

ouderen en sociaal-economisch zwakkeren;

  • 2. 
    CONSTATEREND dat nauwere samenwerking op alle niveaus nodig is om de effecten beter te beoordelen, passende reacties voor te bereiden en vooruitgang te boeken op het gebied van

ziektepreventie en gezondheidsbevordering;

2

  • 3. 
    HERINNEREND aan de hernieuwde duurzame ontwikkelingsstrategie van de EU (EU SDS) waarin de volksgezondheid één van de speerpunten is van de algemene doelstelling om een

goede volksgezondheid onder gelijke voorwaarden te bevorderen en de bescherming tegen

gezondheidsbedreigingen te verbeteren, onder andere door maatregelen op het gebied van

milieu en gezondheid;

3

  • 4. 
    VERWIJZEND NAAR het zesde milieuactieprogramma van de Gemeenschap dat tot doel heeft bij te dragen tot een hoog niveau van levenskwaliteit en maatschappelijk welzijn voor de

burgers door een omgeving te scheppen waarin de mate van vervuiling geen schadelijke

gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu heeft;

1

EMA-verslag nr. 10/2005. 2

Doc. 10117/06 van de Raad van de Europese Unie, 9 juni 2006. 3

Besluit 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 (PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1).

4

  • 5. 
    HERINNEREND AAN de Europese strategie voor milieu en gezondheid en het actieplan 5

2004-2010 ter verbetering van de informatieketen die inzicht moet bieden in de verbanden tussen verontreinigingsbronnen en gezondheidseffecten ter overbrugging van de kenniskloof

door het onderzoek te versterken, nieuwe problemen inzake milieu en gezondheid aan te

pakken, beleidsmaatregelen te herzien en de communicatie te verbeteren;

  • 6. 
    NOTA NEMEND van de mededeling van de Commissie "Tussentijdse evaluatie van het 6

Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010" , waarin de geboekte vooruitgang wordt geëvalueerd en waarin wordt aangegeven welke gebieden in de toekomst bijzondere

aandacht moeten krijgen;

  • 7. 
    GEZIEN de door de Raad in november 2006 aangenomen conclusies over gezondheid op alle 7

beleidsgebieden , waarin werd verzocht om de opstelling van een plan voor gezondheid op alle beleidsgebieden en om vergroting van de kennis van gezondheidsdeterminanten, de

tendensen ter zake, en de ongelijkheden op gezondheidsgebied;

  • 8. 
    NOTA NEMEND VAN het onlangs aangenomen "Samen werken aan gezondheid: een EU 8

strategie voor 2008-2013" , voor het bevorderen van een goede gezondheid in een vergrijzend Europa, het beschermen van de burgers tegen gezondheidsbedreigingen en het

steunen van dynamische gezondheidsstelsels en nieuwe technologieën;

  • 9. 
    VERWIJZEND NAAR het tweede communautair actieprogramma op het gebied van gezond 9

heid (2008-2013) , dat dient ter aanvulling en ondersteuning van het beleid van de lidstaten en dat beleid een meerwaarde geeft, en bijdraagt tot een grotere solidariteit en welvaart in de

Europese Unie door het beschermen en bevorderen van de gezondheid en veiligheid van de

mens, en het verbeteren van de volksgezondheid;

4

COM(2003) 338 def. van 11 juni 2003. 5

COM(2004) 416 def. van 9 juni 2004.

6 COM(2007) 314 def. van 11 juni 2007. 7

Doc. 16167/06. 8

COM(2007) 630 def. 9

Besluit 1350/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 (PB L 301 van 20.11.2007, blz. 3).

  • 10. 
    INGENOMEN MET het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor

10

onderzoek en technologische ontwikkeling , dat specifieke acties op het gebied van milieu en gezondheid omvat;

  • 11. 
    het belang ERKENNEND van de vier ministeriële conferenties van de Wereldgezondheids-

organisatie (WHO), die tot de aanneming van het Europees Handvest inzake Milieu en

11 12 13

Volksgezondheid (1989), de verklaringen van Helsinki (1994), Londen (1999) en 14

Boedapest (2004), en de intergouvernementele tussentijdse evaluatie (2007) hebben geleid;

  • 12. 
    het belangrijke werk ERKENNEND dat gedaan is in het kader van het actieplan voor Europa

"Kind, milieu en gezondheid" (CEHAPE) 15 , benadrukt in de intergouvernementele tussen 16

tijdse evaluatie (2007) , alsmede de noodzaak erkennend om dat werk in de toekomst te intensiveren;

  • 13. 
    VERWIJZEND NAAR het EMA-verslag nr. 10/2005 over milieu en gezondheid, en naar het

verslag "Health and the Environment in the WHO European Region: situation and policy at

the beginning of the 21st century" (Gezondheid en milieu in Europa: situatie en beleid aan het

17

begin van de 21e eeuw) , waarin de situatie en het beleid op het gebied van volksgezondheid en milieu worden geanalyseerd.

  • 14. 
    NOTA NEMEND van de verklaring "Building bridges to the future" (Bruggen bouwen naar

de toekomst) afgelegd op de zesde ministeriële conferentie "Milieu voor Europa" van de

Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, die het streven weerspiegelt

om de huidige en de toekomstige generaties in Europa een gezonder milieu te verschaffen;

10

Besluit 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1). 11

WHO doc. EUR/ICP/RUD 113. 12

WHO doc. EUR/ICP/RUD 212.

13 WHO doc. EUR/ICP/EHCO 02 02 05/18 Rev.5. 14

WHO doc. EUR/04/5046267/6. 15

WHO doc. EUR/04/5046267/7. 16

http://www.euro.who.int/IMR2007. 17

WHO doc. EUR/04/5046267/BD/5.

  • 15. 
    ERKENNENDE dat er verbanden bestaan tussen milieu en volksgezondheid, en dat de werk-

zaamheden van het UNEP en de multilaterale milieu-overeenkomsten belangrijk zijn voor de

bescherming van het milieu en daarmee de volksgezondheid;

  • 16. 
    VERZOEKT de Commissie en de lidstaten MET AANDRANG:
  • de integratie van de milieu- en gezondheidsaspecten (M&G) in alle beleidsmaatregelen, strategieën, plannen en programma's te versterken;
  • verder te gaan met de uitvoering van het actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 en zich daarbij te concentreren op de prioriteiten en middelen die nodig zijn

om de doelen tijdig te bereiken;

  • te erkennen dat er snel actie nodig is om de M&G-problemen op te lossen, en dat er preventieve en voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden;
  • door te gaan met en de middelen te verhogen voor onderzoeksprogramma's, met inbegrip van demonstratie- en bewustmakingsinitiatieven, waarmee wordt beoogd te

voorzien in een meer doeltreffende preventie van en reactie op gevaren/risico's alsook in

efficiënte en wetenschappelijk verantwoorde ondersteuning van planning en besluit-

vorming;

  • instrumenten te ontwikkelen voor het voorzien en voorkomen van en het reageren op potentiële dreigingen van nieuwe en opnieuw opduikende M&G-vraagstukken, zoals

klimaatverandering, de veiligheid en beveiliging van biologische en chemische stoffen

en pesticiden, allergene en irriterende stoffen, hormoonontregelaars, persistente orga-

nische verontreinigende stoffen, en antimicrobiële resistentie;

  • verder te gaan met het steunen en ontwikkelen van specifieke risicobeoordelingen, zoals het Wetenschappelijke Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's (WCNG) concludeerde

in zijn advies aangaande de mogelijke milieu-, gezondheids- en veiligheidseffecten van

nanomateriaal en nanoproducten, opdat het publiek de voordelen plukt van de daaruit

voortvloeiende vernieuwingen en er geen nadeel van ondervindt;

  • de betrokkenheid van alle belanghebbenden te vergroten met sectordoorsnijdende partnerschappen op alle niveaus, ook door een engagement tussen en binnen de

generaties, teneinde het bewustzijn en de kennis te vergroten en innovaties en een doel-

treffender deelneming tot stand te brengen;

  • 17. 
    VERZOEKT de Commissie:
  • door te gaan met het ontwikkelen van een alomvattend milieu- en gezondheidsinformatiesysteem om gevaren te signaleren, prioriteiten voor de planning

te bepalen en de vooruitgang en de veranderingen in de milieukwaliteit en de gezond-

heidsstatus te meten, teneinde internationale vergelijkingen en evaluatie van beleids-

maatregelen te vergemakkelijken;

  • in nauwe samenwerking met de lidstaten de invoering van een Europees milieu- en gezondheidsnetwerk te bevorderen ter ondersteuning van de ontwikkeling van een

gegevensbank betreffende gezondheidsproblemen die verband houden met het milieu,

zulks met het oog op een beter begrip van de multicausale verbanden tussen M&G;

  • steun te verlenen aan de verdere ontwikkeling van instrumenten en leidraden voor het beoordelen, voorkomen en beheersen van en communiceren over milieu- en gezond-

heidsrisico's, in nauwe samenwerking met de lidstaten;

  • te zorgen voor voldoende middelen voor het EU-proefproject inzake menselijke biomonitoring (HBM), dat goedgekeurd is bij de tussentijdse evaluatie, teneinde dat

project zo spoedig mogelijk uit te voeren en het Europees actieplan voor milieu en

gezondheid 2004-2010 na te komen, door gegevens te verstrekken om milieubeleid te

ontwikkelen, aan te passen en te beoordelen;

  • de financiering van onderzoeksactiviteiten ter versterking van de wetenschappelijke basis voor verbanden tussen milieu en gezondheid te verhogen, met het oog op een

betere empirisch onderbouwde beleidsvorming;

  • de methoden verder te ontwikkelen en harmoniseren van de kosten-batenanalyse voor M&G die, waar nodig, op nieuwe beleidsmaatregelen moet worden toegepast, met

speciale aandacht voor WHO- en OESO-initiatieven op dit gebied, teneinde de uit-

voering ervan efficiënter te maken;

  • de richtsnoeren betreffende gezonde en veilige binnenmilieus te consolideren, met speciale aandacht voor bouwmaterialen, energieprestaties van gebouwen, gas- en

verwarmingsapparatuur, chemische stoffen, ecodesign, uitrusting en meubelen, alsmede

de milieuomstandigheden buiten;

  • informatie te verzamelen over milieudeterminanten met positieve effecten op de gezondheid, zoals biodiverse milieus, ongemotoriseerde vervoermiddelen en huis-

vesting;

  • in nauwe samenwerking met de lidstaten prioriteiten, middelen en, zo nodig, bijbe horende rapportageverplichtingen te omschrijven voor een tweede fase in de EU-

strategie inzake M&G, en actief te blijven op WHO-niveau, met name de vijfde ministe-

riële conferentie in 2009;

  • 18. 
    VERZOEKT de lidstaten:
  • bij de besluitvorming terdege rekening te houden met de kosten en baten, voor milieu en gezondheid, van de voorgestelde acties;
  • het verzamelen van gegevens over milieu- en gezondheidsaspecten te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van vrijwilligersmonitoringprogramma's,en daarbij deelname

van burgers onder technische/wetenschappelijke begeleiding te bevorderen;

  • informatie en deelneming van het publiek aan milieu- en gezondheidsaangelegenheden actief te bevorderen en de toegang ertoe te garanderen door sensibilisering en het

creëren van een effectief milieu- en gezondheidsbewustzijn;

  • integratie van basiskennis op het gebied van milieu en gezondheid in school programma's voor kinderen vanaf zeer jonge leeftijd aan te moedigen, hetgeen leidt tot

responsabilisering van de burgers via levenslang leren en bijdraagt tot gezonde

persoonlijke keuzes en het aannemen van een gezond gedrag;

  • de opleiding in milieu- en gezondheidskwesties van beroepskrachten in relevante sectoren te verbeteren;
  • ervaringen en beproefde methoden uit te wisselen ter ondersteuning van een betere planning en omschrijving van prioriteiten.

____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie