AANBEVELING VAN DE RAAD aan de Tsjechische Republiek om het buitensporig overheidstekort te verhelpen - Toepassing van artikel 104, lid 7, van het Verdrag

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

AANBEVELING VAN DE RAAD

AAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK

van

om het buitensporig overheidstekort te verhelpen - Toepassing

van artikel 104, lid 7, van het Verdrag

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,

lid 7,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 104 van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige overheids tekorten te vermijden.

(2) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegen-

heidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren. Het stabiliteits- en groeipact

omvat onder meer Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de

bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buiten-

1

sporige tekorten , die is aangenomen om een snelle correctie van buitensporige overheids tekorten te bevorderen.

2

(3) Bij Beschikking 2005/185/EG van de Raad van 5 juli 2004 is na een aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag vastgesteld dat er in de

Tsjechische Republiek een buitensporig tekort bestond.

1

PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5). 2

PB L 62 van 9.3.2005, blz. 20.

(4) Op 5 juli 2004 richtte de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 op basis van een aanbeveling van de

Commissie de aanbeveling tot de autoriteiten van de Tsjechische Republiek zo spoedig

mogelijk een einde te maken aan het buitensporig tekort en binnen een middellange-

termijnkader maatregelen te nemen om het tekort in 2008 op geloofwaardige en duurzame

wijze tot onder de 3% van het BBP terug te dringen overeenkomstig het traject voor

tekortreductie dat in het in mei 2004 door de autoriteiten ingediende en in het advies van

1

de Raad van 5 juli 2004 goedgekeurde convergentieprogramma was aangegeven. Daarbij waren de jaarlijkse streefcijfers: 5,3% van het BBP in 2004, 4,7% van het BBP in 2005,

3,8% van het BBP in 2006 en 3,3% van het BBP in 2007. De Raad stelde 5 november 2004

vast als uiterste datum voor het zetten van doeltreffende stappen ten aanzien van de maat-

regelen die gepland waren om de tekortdoelstelling voor 2005 te halen. De Tsjechische

Republiek stemde ermee in om de aanbeveling openbaar te maken.

1

PB C 320 van 24.12.2004, blz. 1.

(5) Op 10 juli 2007 stelde de Raad bij beschikking overeenkomstig artikel 104, lid 8, vast dat de maatregelen die de Tsjechische Republiek had genomen in reactie op de aanbeveling

die de Raad op 5 juli 2004 overeenkomstig artikel 104, lid 7, had gedaan, ontoereikend

1

waren gebleken om het buitensporig tekort uiterlijk in 2008 te verhelpen . In de beschikking is ervan uitgegaan dat het tekort van 2007 - volgens de voorjaarsprognoses

2007 van de diensten van de Commissie - ruim boven het streefcijfer in de aanbeveling van

de Raad van 5 juli 2004 zou liggen en dat het tekort van 2008 met het huidige beleid

duidelijk boven de referentiewaarde van 3% van het BBP zou uitkomen, dit terwijl de voor

de openbare financiën relevante economische ontwikkelingen sinds de vaststelling van de

aanbeveling duidelijk gunstiger waren uitgevallen dan verwacht (met name het beter dan

verwachte begrotingsresultaat in de periode 2004-2006 en de opwaarts bijgestelde groei-

vooruitzichten). In zijn advies over het convergentieprogramma van maart 2007 kwam de

Raad dan ook tot de conclusie dat het geplande uitstel van de correctie van het buitensporig

tekort voortvloeide uit het feit dat voor 2007 een expansieve begrotingskoers werd beoogd

die met name berustte op een discretionaire stijging van de sociale uitgaven, zonder dat

2

daar inkomsten- of uitgavenmaatregelen op andere gebieden tegenover stonden .

(6) Momenteel is de Tsjechische Republiek een lidstaat met een derogatie in de zin van artikel 122, lid 1, van het Verdrag, hetgeen inhoudt dat het buitensporige tekorten dient te

vermijden, maar dat artikel 104, leden 9 en 11, van het Verdrag niet op het land van

toepassing is. Tot de Tsjechische Republiek kunnen alleen verdere aanbevelingen op basis

van artikel 104, lid 7, worden gericht.

1

PB L 260 van 5.10.2007, blz. 13. 2

PB C 204 van 1.9.2007, blz. 1.

(7) Overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 dient in een aan beveling overeenkomstig artikel 104, lid 7, te worden vermeld dat de betrokken lidstaat

binnen een termijn van ten hoogste zes maanden daaraan effectief gevolg moet geven en

dat het buitensporig tekort, behoudens bijzondere omstandigheden, binnen het jaar nadat

het is geconstateerd verholpen moet zijn.

(8) Toen de Raad zijn aanbeveling van juli 2004 overeenkomstig artikel 104, lid 7, tot de Tsjechische Republiek richtte, werd aangenomen dat er speciale omstandigheden heersten

(namelijk de omvang van het tekort en de zich voltrekkende structurele veranderingen in

de economie), waardoor een correctie binnen een middellangetermijnkader, namelijk

uiterlijk in 2008, toelaatbaar was. Aangezien de feitelijke tekorten in de periode 2004-2006

fors lager zijn uitgevallen dan de streefcijfers in de overeenkomstig artikel 104, lid 7, vast-

gestelde aanbeveling van de Raad van juli 2004 en de Tsjechische economie zeer sterk

blijft groeien (sterker dan ten tijde van de aanbeveling werd verwacht), is er geen reden om

de termijn voor de correctie van het buitensporig tekort te verlengen.

(9) Volgens het geactualiseerde convergentieprogramma van maart 2007, dat de periode 2006-2009 bestrijkt, loopt het tekort over 2007 op tot 4,0% van het BBP. Dit komt door

een discretionaire stijging van de sociale uitgaven, waartoe het vorige parlement al had

besloten en waaraan het nieuwe parlement met de begroting van 2007 heeft vastgehouden.

In de actualisering zijn de tekortdoelstellingen voor 2008 en 2009 3,5% en 3,2% van het

BBP. Uit de voorjaarsprognoses 2007 van de diensten van de Commissie is gebleken dat

het tekort in 2007 oploopt tot 3,9% van het BBP. Recente informatie op basis van omvang-

rijke belastinginkomsten wijst erop dat het tekort in 2007 waarschijnlijk lager zal uitvallen,

hetgeen een gunstig effect zal hebben voor 2008. Het structurele tekort verslechtert in 2007

met 1¼ procentpunt van het BBP (dit terwijl het in 2005 en 2006 ook al is verslechterd).

Inmiddels is een "stabilisatiepakket" vastgesteld, dat al in de actualisering van het

convergentieprogramma was aangekondigd en dat volgens de ramingen van de Tsjechische

autoriteiten voor 2008 een tekortverlagend effect van zo'n 0,3% van het BBP heeft.

Daardoor zou het tekort in dat jaar teruglopen tot 3,2% van het BBP (en in 2009 tot 2,8%

van het BBP). Het geraamde tekortverlagende effect in 2008 lijkt plausibel, maar met

name gezien de omvang van de fiscale hervormingen blijft de situatie behoorlijk onzeker.

Het tekortverlagende effect doet zich aan de uitgavenzijde voor en de uitgavenmaatregelen

bestaan voornamelijk uit bezuinigingen op sociaal gebied en uit een verlaging van de

loonkosten. Ook bevat het pakket een verlaging van de vennootschaps- en de inkomsten-

belasting, die alleen in 2008 door een btw-verhoging gecompenseerd wordt, maar daarna

een tekortverhogend effect heeft. Ondanks de goedkeuring van het stabilisatiepakket lijkt

de oorspronkelijk voor 2012 beoogde verwezenlijking van de middellangetermijn-

doelstelling (MTD) voor de begrotingssituatie, een structureel tekort van 1% van het BBP,

vertraging op te lopen.

(10) In artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt ook bepaald dat in een aanbeveling tot een lidstaat om een buitensporig tekort te verhelpen de Raad deze lidstaat

dient te verzoeken om een minimale jaarlijkse verbetering van het structurele begrotings-

saldo (ofwel het conjunctuurgezuiverde tekort, ongerekend eenmalige en tijdelijke maat-

regelen) van ten minste 0,5% van het BBP als benchmark te bewerkstellingen. Gezien de al

redelijk ver gevorderde uitvoering van de expansieve begroting voor 2007 zal het struc-

turele saldo in 2007 niet verbeteren, maar juist fors verslechteren. Deze verslechtering zou

zoveel mogelijk binnen de perken moeten worden gehouden. Voorts kan het tekort,

uitgaande van de huidige prognoses van de diensten van de Commissie waarin met de

meest recente gegevens voor 2007 rekening wordt gehouden, in 2008 alleen tot onder de

drempelwaarde van 3% van het BBP worden teruggedrongen als het structurele saldo ten

opzichte van 2007 met ten minste 3/4% van het BBP verbetert.

(11) De schuldquote heeft sinds 2000 gemiddeld circa 30% van het BBP bedragen en zal naar verwachting in de door het convergentieprogramma van maart 2007 bestreken periode licht

stijgen tot 32,2% van het BBP in 2009, hetgeen min of meer aansluit bij de voorjaars-

prognoses 2007 van de diensten van de Commissie. Bij gebrek aan maatregelen om de

gevolgen van de vergrijzing voor de begroting op te vangen, mag worden aangenomen dat

de quote in de komende decennia duidelijk zal stijgen.

(12) Algemeen genomen zouden maatregelen ter consolidering van de begroting moeten leiden tot een duurzame verbetering van het overheidssaldo, tot een grotere kwaliteit van de

openbare financiën, tot een betere houdbaarheid ervan op lange termijn en tot een sterker

economisch groeipotentieel,

BEVEELT AAN:

  • 1. 
    De Tsjechische autoriteiten houden de budgettaire verslechtering in 2007 nog beter binnen de perken en maken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk in 2008 een einde aan het buiten-

sporig tekort. De Raad stelt 9 april 2008 vast als uiterste datum voor de Tsjechische

autoriteiten om effectief gevolg te geven aan deze aanbeveling.

  • 2. 
    De Tsjechische autoriteiten dringen het overheidstekort op geloofwaardige en duurzame wijze terug tot onder de referentiewaarde van 3% van het BBP. Daartoe zorgen zij er op

basis van de huidige prognoses voor dat het structurele saldo (ofwel het conjunctuur-

gezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen) in 2008 ten opzichte

van 2007 met ten minste 3/4% van het BBP verbetert.

  • 3. 
    Daarnaast verzoekt de Raad de Tsjechische Republiek ervoor te zorgen dat de begrotings consolidatie in de richting van zijn middellangetermijndoelstelling (MTD) voor de

begrotingssituatie, namelijk een structureel tekort van 1% van het BBP, wordt volge-

houden nadat het buitensporig tekort is gecorrigeerd, en de MTD uiterlijk in 2012, de

oorspronkelijke termijn, te verwezenlijken.

Deze aanbeveling is gericht tot de Tsjechische Republiek.

Gedaan te Luxemburg, 9 oktober 2007

Voor de Raad

De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie