BESCHIKKING VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2004/917/EG betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Griekenland

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van

tot intrekking van Beschikking 2004/917/EG

betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Griekenland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,

lid 12,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

1

(1) Bij Beschikking 2004/917/EG van de Raad werd op aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag besloten dat er in Griekenland een

buitensporig tekort bestond. De Raad merkte op dat het overheidstekort in 2003 3,2% van

het bbp bedroeg en daarmee de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van

het bbp overschreed, terwijl de bruto-overheidsschuld 103% van het bbp beliep, ruim

boven de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het bbp. De cijfers

over het overheidstekort en de bruto-overheidsschuld voor 2003 werden herhaaldelijk

herzien sinds Beschikking 2004/917/EG. Volgens de laatste gegevens bedroegen het tekort

en de schuld respectievelijk 6,2% van het bbp en 107,8% van het bbp.

(2) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van

2

de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten heeft de Raad op 6 juli 2004 een aanbeveling tot Griekenland gericht waarin het land werd verzocht om

uiterlijk in 2005 aan de buitensporigtekortsituatie een einde te maken. De aanbeveling

werd openbaar gemaakt.

1

PB L 389 van 30.12.2004, blz. 25. 2

PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5).

1

(3) Op 19 januari 2005 besloot de Raad bij Beschikking 2005/334/EG overeenkomstig artikel 104, lid 8, op aanbeveling van de Commissie dat Griekenland geen doeltreffende

actie had ondernomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad uit hoofde van

2

artikel 104, lid 7. Op 17 februari 2005 besloot de Raad bij Beschikking 2005/441/EG op aanbeveling van de Commissie, overeenkomstig artikel 104, lid 9, Griekenland aan te

manen maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die de Raad nodig

achtte om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen, en verlengde hij de termijn voor de

correctie met één jaar, tot 2006.

(4) Volgens artikel 104, lid 12, van het Verdrag moet een beschikking van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort worden ingetrokken indien de Raad van oordeel is

dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd.

(5) Overeenkomstig het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten verstrekt de Commissie de voor de toepassing van de procedure

benodigde gegevens. In het kader van de toepassing van dit protocol dienen de lidstaten

ingevolge artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad van 22 november 1993

betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese

3

Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten de Commissie tweemaal per jaar, namelijk vóór 1 april en vóór 1 oktober, gegevens te

verstrekken over het overheidstekort en de overheidsschuld, alsook over andere, daarmee

samenhangende variabelen.

1

PB L 107 van 28.4.2005, blz. 24. 2

PB L 153 van 16.6.2005, blz. 29. 3

PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2103/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1).

(6) Uit de gegevens die de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 8 G, lid 1, van Verordening (EG) nr. 3605/93 na de kennisgeving van Griekenland op 1 april 2007 heeft

verstrekt en uit de voorjaarsprognose 2007 van de diensten van de Commissie kunnen de

volgende conclusies worden getrokken:

­ het overheidstekort is teruggedrongen van 7,9% van het bbp in 2004 tot 2,6% van het bbp in 2006 en is daarmee onder de referentiewaarde van 3% van het bbp

gekomen. Dit is identiek aan het in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van

december 2005 gestelde doel;

­ de ontvangsten en de uitgaven droegen in bijna gelijke mate bij aan de nominale correctie van het bbp met bijna 3 procentpunten ten opzichte van het tekort van 5,5%

in 2005. De totale ontvangsten namen met 1,5 procentpunt van het bbp toe, waarvan

0,5 procentpunt voor rekening van de indirecte belastingen komt. De resterende

1 procentpunt betreft de toename van de sociale premies en andere ontvangsten,

waaronder kapitaaloverdrachten (EU-overdrachten). De totale uitgaven namen af met

1,25 procentpunt van het bbp, vooral door lagere primaire uitgaven (0,5% van het

bbp) en lagere rentelasten (0,25% van het bbp). De kapitaaluitgaven waren ook

ongeveer 0,5 procentpunt van het bbp lager. De eenmalige ontvangsten bedroegen

0,6% van het bbp. De verbetering van het structurele saldo (d.w.z. het conjunctuur-

gezuiverde saldo, zonder eenmalige en andere tijdelijke maatregelen) wordt voor

2006 geschat op 2,25% van het bbp. De bijstelling van het tekort-schuldcijfer met

2,3% van het bbp wordt grotendeels toegelicht;

­ volgens de voorjaarsprognose 2007 van de diensten van de Commissie zal het tekort in 2007 verder dalen, tot 2,4% van het bbp. Dit is in overeenstemming met de

officiële tekortdoelstelling van 2,4% van het bbp die in het geactualiseerde stabili-

teitsprogramma van december 2006 is vastgelegd. De prognose van de diensten van

de Commissie gaan evenwel ook uit van aanvullende eenmalige ontvangsten ter

hoogte van 0,25% van het bbp en van permanente bezuinigingsmaatregelen ter

hoogte van 0,25% van het bbp, beide aangekondigd op de afsluitingsdatum voor de

voorjaarsprognose 2007 van de diensten van de Commissie en derhalve nog niet in

aanmerking genomen in de officiële doelstelling van december 2006. Desondanks is

de voorjaarsprognose 2007 voor het tekort niet beter dan de doelstelling omdat het

effect van deze nieuwe maatregelen teniet wordt gedaan door zowel voorzichtiger

groeihypotheses als het feit dat de voor 2007 geplande permanente maatregelen

volgens de Commissie de afname van de eenmalige ontvangsten niet volledig

compenseren. Zonder eenmalige ontvangsten komt het tekort met 2,9% van het bbp

nog steeds onder de referentiewaarde. Volgens de voorjaarsprognose zal het tekort

in 2008 bij ongewijzigd beleid verder afnemen tot 2,7% van het bbp waarbij voor

2008 geen eenmalige ontvangsten in aanmerking zijn genomen. Dit wijst erop dat het

tekort op geloofwaardige en duurzame wijze is teruggedrongen tot onder het plafond

van 3% van het bbp. Volgens de prognose verbetert het structurele saldo in 2007 met

ongeveer 0,25 procentpunt van het bbp en bij ongewijzigd beleid in 2008 nog eens

marginaal. Dit moet worden gezien tegen de achtergrond van de vorderingen die

moeten worden gemaakt in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor

de begrotingssituatie, die voor Griekenland de verwezenlijking van een evenwichtige

structurele begrotingssituatie is;

­ de overheidsschuld is gedaald van 108,5% van het bbp in 2004 tot 104,50% in 2006. Volgens de voorjaarsprognose 2007 zal de schuldquote in de loop van 2008 verder

teruglopen tot ongeveer 97,5%, wat nog wel ruim boven de referentiewaarde van

60% van het bbp ligt. De schuldquote kan worden geacht voldoende te dalen in de

richting van de referentiewaarde van 60% van het bbp.

(7) De Griekse statistische autoriteiten hebben hun procedures verbeterd, wat leidde tot een aanzienlijke vermindering van de statistische discrepanties en een over het algemeen betere

kwaliteit van de algemene overheidsgegevens. De Griekse autoriteiten streven ernaar het

actieplan ter verbetering van de statistieken betreffende de overheidsfinanciën volledig uit

te voeren. Dientengevolge heeft Eurostat zijn reserves ten aanzien van de kwaliteit van de

gemelde gegevens ingetrokken.

(8) Volgens de Raad is het buitensporige tekort in Griekenland gecorrigeerd en dient Beschikking 2004/917/EG derhalve te worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Uit een algehele evaluatie volgt dat het buitensporige tekort in Griekenland is gecorrigeerd.

Artikel 2

Beschikking 2004/917/EG wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Helleense Republiek.

Gedaan te Luxemburg, 5 juni 2007

Voor de Raad De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie