BESCHIKKING VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2003/89/EG betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Duitsland

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van

tot intrekking van Beschikking 2003/89/EG

betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Duitsland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,

lid 12,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

1

(1) Bij Beschikking 2003/89/EG van de Raad werd op aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag besloten dat er in Duitsland een

buitensporig tekort bestond. De Raad merkte op dat het overheidstekort in 2002 3,7% van

het BBP bedroeg en daarmee de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van

het BBP aanzienlijk overschreed, terwijl de bruto overheidsschuld naar verwachting op

60,9% van het BBP zou uitkomen, wat iets hoger is dan de in het Verdrag vastgelegde

referentiewaarde van 60%.

(2) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van

2

de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten heeft de Raad op 21 januari 2003 een aanbeveling tot Duitsland gericht waarin het land werd verzocht om zo

spoedig mogelijk en uiterlijk in 2004 aan de heersende buitensporigtekortsituatie een einde

te maken. De aanbeveling is openbaar gemaakt. In het licht van de unieke omstandigheden

waartoe de conclusies van de Raad van 25 november 2003 en het arrest van het Hof van

3

Justitie van 13 juli 2004 aanleiding hadden gegeven, diende te worden uitgegaan van 2005 als relevante uiterste termijn voor de correctie van het buitensporige tekort.

1

PB L 34 van 11.2.2003, blz. 16. 2

PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5). 3

Zaak C-27/04, Commissie tegen Raad, Jurispr. 2004, blz. I-6649.

(3) Overeenkomstig het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten worden de voor de toepassing van de procedure benodigde

gegevens door de Commissie verstrekt. In het kader van de toepassing van dit protocol

dienen de lidstaten overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3605/93 van de

Raad van 22 november 1993 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot

oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij

1

buitensporige tekorten de Commissie tweemaal per jaar, namelijk vóór 1 april en vóór 1 oktober, gegevens te verstrekken over het overheidstekort en de overheidsschuld, alsook

over andere, daarmee samenhangende variabelen.

(4) Op basis van een voorlopige kennisgeving door Duitsland in februari 2006 bleek uit feitelijke gegevens van de Commissie (Eurostat) dat het buitensporige tekort in 2005 niet

was verholpen. Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1467/97 en op

aanbeveling van de Commissie heeft de Raad op 14 maart 2006 onmiddellijk een beschik-

king vastgesteld waarin Duitsland overeenkomstig artikel 104, lid 9, van het Verdrag werd

aangemaand maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig werd

geacht om de buitensporigtekortsituatie zo spoedig mogelijk doch uiterlijk in 2007 te

2

verhelpen. De Raad heeft met name besloten dat Duitsland in 2006 en 2007 een cumulatieve verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en

tijdelijke maatregelen, van ten minste één procentpunt diende te bewerkstelligen.

(5) Overeenkomstig artikel 104, lid 12, van het Verdrag wordt een beschikking van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort ingetrokken indien de Raad van

oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd.

1

PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2103/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1). 2

Beschikking 2006/344/EG van de Raad van 14 maart 2006 (PB L 126 van 13.5.2006, blz. 20).

(6) Uit de gegevens die de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 8 G, lid 1, van Verordening (EG) nr. 3605/93 na de kennisgeving van Duitsland vóór 1 april 2007 heeft

verstrekt en uit de voorjaarsprognoses 2007 van de diensten van de Commissie kunnen de

volgende conclusies worden getrokken:

­ nadat het overheidstekort was gestegen van 3,7% van het BBP in 2002 tot 4,0% van het BBP in 2003, werd het teruggedrongen tot 3,7% van het BBP in 2004 en tot 3,2%

van het BBP in 2005, en uiteindelijk tot 1,7% van het BBP in 2006. Dit is lager dan

de in het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van februari 2006 vastgelegde

doelstelling van 3,3% van het BBP en tevens veel minder dan de referentiewaarde

voor het tekort van 3% van het BBP, en dat een jaar vóór de door de Raad vast-

gestelde uiterste termijn;

­ in eerdere jaren had er een gunstig conjunctuurklimaat geheerst, maar Duitsland heeft toen onvoldoende budgettaire manoeuvreerruimte geschapen voor het

opvangen van de lange periode van trage groei tussen 2002 en 2005, die gekenmerkt

werd door een gemiddelde reële BBP-groei van 0,5% per jaar. De begroting kwam

verder onder druk te staan door een reeks belastingverlagingen waarvan de uit-

voering tot 2005 duurde, terwijl de compenserende maatregelen aan de uitgavenzijde

pas met enige vertraging werden doorgevoerd. De consolidatiemaatregelen omvatten

onder meer een beperking van de stijging van de ambtenarensalarissen (die vergezeld

ging van een inkrimping van het personeelsbestand), de hervorming van het stelsel

van de gezondheidszorg in 2004 en een vermindering van subsidies en overheids-

investeringen, maar ook het feit dat de pensioenuitgaven werden getemperd door de

lage loonstijgingen in de particuliere sector. Bovendien hebben de directe

belastingen, en met name de winstbelastingen, in 2006 meer opgebracht dan de

economische ontwikkelingen lieten vermoeden. Vanaf 2002 verbeterde het

conjunctuurgezuiverde saldo zonder dat op noemenswaardige eenmalige maatregelen

een beroep is gedaan. Met name in 2006 is het geraamde structurele saldo (d.w.z. het

conjunctuurgezuiverde saldo ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen)

als percentage van het BBP met bijna één procentpunt van het BBP verbeterd;

­ volgens de voorjaarsprognoses 2007 van de diensten van de Commissie zou het tekort in 2007 verder worden teruggedrongen tot 0,6% van het BBP, onder invloed

van de krachtig blijvende BBP-groei en met name de verhoging van het normale

BTW-tarief van 16% tot 19% vanaf januari 2007 (er zijn geen eenmalige maat-

regelen gepland). In de voorjaarskennisgeving van 2007 raamden de Duitse autori-

teiten het tekort voor 2007 op 1,2% van het BBP. Bovendien voorspellen de diensten

van de Commissie dat het structurele saldo als percentage van het BBP in 2007 met

¾ procentpunt zou verbeteren. Duitsland lijkt derhalve gevolg te hebben gegeven aan

de aanbeveling om in 2006 en 2007 een cumulatieve verbetering van het structurele

saldo van ten minste één procentpunt te bewerkstelligen. Volgens de voorjaars-

prognoses zou het tekort in 2008 bij ongewijzigd beleid verder afnemen tot 0,3% van

het BBP. Dit wijst erop dat het tekort op een geloofwaardige en duurzame wijze is

teruggedrongen tot onder de limiet van 3% van het BBP. Indien het beleid onge-

wijzigd blijft, zou het structurele tekort in 2008 slechts een minieme daling vertonen.

Deze ontwikkeling moet worden gezien tegen de achtergrond van de vorderingen die

moeten worden gemaakt in de richting van de middellangetermijndoelstelling voor

de begrotingssituatie, die voor Duitsland de verwezenlijking van een structureel

begrotingsevenwicht is;

­ na te zijn toegenomen van 60,3% van het BBP in 2002 tot een hoogtepunt van 67,9% van het BBP in 2005, is de schuldquote in 2006 gestabiliseerd en zou zij volgens de

voorjaarsprognoses 2007 van de diensten van de Commissie teruglopen tot naar

schatting ongeveer 65,4% van het BBP en 63½% in 2008 (bij ongewijzigd beleid),

waardoor zij sneller in de buurt van de referentiewaarde zal komen dan in de

recentste actualisering van het stabiliteitsprogramma is voorspeld.

(7) Volgens de Raad is het buitensporige tekort in Duitsland verholpen en dient Beschikking 2003/89/EG derhalve te worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uit een algehele evaluatie volgt dat het buitensporige tekort in Duitsland is gecorrigeerd.

Artikel 2

Beschikking 2003/89/EG wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Luxemburg, 5 juni 2007

Voor de Raad De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie