Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI a) Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 b) Bijlage VIII c) Onderdelen van het voorstel tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI die verband houden met titel III, hoofdstuk I, van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. - Partiële algemene oriëntatie

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 883/2004

  • b) 
    Bijlage VIII c) Onderdelen van het voorstel tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI die verband houden met titel III, hoofdstuk I, van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels. - Partiële algemene oriëntatie

INLEIDING

1

aangenomen, die Verordening (EEG) nr. 1408/71 moet vervangen.

1

Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen. PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1992/2006 (PB L 392 van 30.12.2006, blz. 1).

Artikel 83 van de basisverordening luidt: "De bijzonderheden voor de toepassing van de

wetgevingen van bepaalde lidstaten staan in bijlage XI.". Tevens is in de basisverordening

bepaald dat de inhoud van bijlage XI moet worden vastgesteld vóór de datum van toepassing

van de verordening.

  • 2. 
    De Commissie heeft op 24 januari 2006 het in hoofde genoemde voorstel bij de Raad ingediend en vervolgens, op 31 januari 2006, een voorstel voor een verordening van het

Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening

(EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (doc. 5896/06).

  • 3. 
    De voorgestelde toepassingsverordening voorziet in horizontale regels, terwijl het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI voorziet in aanvullende

bepalingen betreffende specifieke aspecten van de wetgeving van de individuele lidstaten,

teneinde ervoor te zorgen dat de basisverordening in de betrokken lidstaten vlot kan worden

toegepast. Overeenkomstig het algemene beginsel van eenvoudiger regelgeving bevat het

voorstel minder punten dan de overeenkomstige bijlage VI van de bestaande Verordening

(EEG) nr. 1408/71.

  • 4. 
    Aangezien het voorstel de artikelen 42 en 308 van het Verdrag als rechtsgrondslag heeft, moet de Raad met eenparigheid van stemmen besluiten, overeenkomstig de

medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement.

  • 5. 
    Het Europees Parlement heeft nog geen advies uitgebracht. Het Economisch en Sociaal Comité heeft op 14 maart 2007 advies uitgebracht.
  • 6. 
    Gezien het onderwerp zal de aan te nemen verordening ook gelden voor de Europese Economische Ruimte.
  • 7. 
    De Groep sociale vraagstukken heeft op voorstel van het Oostenrijkse voorzitterschap besloten de twee voorstellen tezamen te bespreken, teneinde voor iedere titel van het voorstel

voor een verordening tot uitvoering van de basisverordening vast te stellen of de

noodzakelijke maatregelen van horizontale aard zijn (d.w.z. of zij gelijksoortige

bijzonderheden in de socialezekerheidsstelsels van verschillende lidstaten regelen; in dat

geval moeten ze in de ontwerp-toepassingsverordening aan bod komen), dan wel specifiek

zijn voor afzonderlijke lidstaten (en dus afzonderlijk aan bod moeten komen in de ontwerp-

verordening betreffende bijlage XI).

  • 8. 
    Overeenkomstig deze procedure is de Raad op 1 juni 2006 tot een partiële algemene oriëntatie gekomen betreffende de titels I en II van de ontwerp-toepassingsverordening en de des-

betreffende onderdelen van de ontwerp-verordening tot wijziging van Verordening (EG)

nr. 883/2004 (doc. 9584/06 ADD 1 en 9613/06).

  • 9. 
    Op 1 december 2006 is de Raad tot een partiële algemene oriëntatie gekomen betreffende titel III, hoofdstuk IV, van de ontwerp-toepassingsverordening en de desbetreffende

onderdelen van de ontwerp-verordening tot wijziging van de basisverordening (doc. 15600/06

en 15596/06).

  • 10. 
    Op initiatief van het Duitse Voorzitterschap heeft de Groep sociale vraagstukken de volgende

delen van het voorstel nader besproken:

  • verschillende wijzigingen van de basisverordening; -

bijlage VIII;

-

de desbetreffende onderdelen van het voorstel tot vaststelling van de inhoud van

bijlage XI van de basisverordening, parallel aan de bespreking van titel III, hoofdstuk I

(uitkeringen bij ziekte en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschaps-

uitkeringen) van het voorstel voor een verordening tot uitvoering van de basis-

verordening.

  • 11. 
    Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft in de vergadering van 16 mei 2007 een

principeakkoord over deze bepalingen bereikt (zie bijlage I). Het heeft ook een

principeakkoord bereikt over de tekst van titel III, hoofdstuk I, van de ontwerp-

toepassingsverordening (doc. 9752/07).

  • 12. 
    De Deense delegatie handhaafde een voorbehoud voor parlementaire behandeling.

Alle delegaties handhaafden een taalvoorbehoud.

  • 13. 
    Zoals in het geval van de ontwerp-toepassingsverordening, staat in de toelichting in bijlage II

bij deze nota dat het akkoord van de Raad een voorlopig karakter heeft aangezien:

  • het akkoord over titel III, hoofdstuk I, van de ontwerp-toepassingsverordening zelf een voorlopig akkoord is;
  • de tekst van de ontwerp-verordening betreffende bijlage XI slechts gedeeltelijk is besproken.
  • 14. 
    In afwachting van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing verzoekt het Comité

van permanente vertegenwoordigers de Raad derhalve tot een partiële algemene oriëntatie te

komen over het gedeelte van de ontwerp-verordening dat verband houdt met titel III,

hoofdstuk I, van de ontwerp-toepassingsverordening, zoals weergegeven in bijlage I,

onverminderd de in de toelichting in bijlage II gestelde voorwaarden.

____________________

BIJLAGE I

Ontwerp

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI

2

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt als volgt gewijzigd:

0 bis. Aan artikel 1 wordt de volgende definitie toegevoegd:

(v1) worden onder "verstrekkingen" in de zin van titel III, hoofdstuk I (prestaties bij ziekte

en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen) verstaan

verstrekkingen waarin voorzien wordt door de wetgeving van een lidstaat en welke

bedoeld zijn om de kosten van medische verzorging en de met deze verzorging

verbonden producten en diensten te verstrekken, beschikbaar te stellen, rechtstreeks te

betalen of terug te betalen. Daartoe behoren uitkeringen bij langdurige zorg."

  • 1. 
    (pm).

2

Aan de preambule toe te voegen nieuwe overweging: " (7 bis) Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 883/2004 moet worden gewijzigd om het toepassingsgebied ervan duidelijker af te bakenen en ervoor te zorgen dat gezinsleden van voormalige grensarbeiders ook in aanmerking kunnen komen voor de mogelijkheid om een medische behandeling voort te zetten in het voormalige land van arbeid van de verzekerde na diens pensionering, tenzij de lidstaat waar de grensarbeider zijn activiteiten uitoefende, is opgenomen in bijlage III."

1 bis. Artikel 18, lid 2, wordt vervangen door de volgende tekst:

"2. De gezinsleden van een grensarbeider hebben tijdens hun verblijf in de bevoegde lidstaat recht op verstrekkingen. Wanneer de bevoegde lidstaat wordt vermeld in bijlage

III, hebben de gezinsleden van een grensarbeider die in dezelfde lidstaat als de

grensarbeider verblijven, echter alleen recht op verstrekkingen in de bevoegde lidstaat

onder de in artikel 19, lid 1, bepaalde voorwaarden."

1 ter. Artikel 28, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst:

"1. Een grensarbeider die met ouderdoms- of invaliditeitspensioen gaat, blijft bij ziekte recht hebben op verstrekkingen in de lidstaat waar hij het laatst zijn werkzaamheden, al

dan niet in loondienst, heeft verricht, voor zover zulks betrekking heeft op de

voortzetting van een in die lidstaat gestarte behandeling. Onder "voortzetting van een

behandeling" wordt verstaan dat een ziektegeval verder wordt onderzocht,

gediagnosticeerd en behandeld voor de volledige duur ervan.

De bovenstaande bepaling is van dienovereenkomstige toepassing op de gezinsleden

van de voormalige grensarbeider, tenzij de lidstaat waar de grensarbeider het laatst zijn

werkzaamheden uitoefende, is opgenomen in bijlage III."

  • 2. 
    (pm).
  • 3. 
    (pm).
  • 4. 
    (pm).
  • 5. 
    (pm).

Artikel 2

(pm)

BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 worden als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    (pm).
  • 2. 
    Bijlage VIII wordt vervangen door:

"BIJLAGE VIII

Gevallen waarin wordt afgezien van berekening pro rata of waarin deze niet van toepassing is

(Artikel 52, lid 4, en artikel 52, lid 5)

Deel 1: Gevallen waarin van berekening pro rata wordt afgezien op grond van artikel 52, lid 4

A. DENEMARKEN

Alle aanvragen om pensioenen als bedoeld in de wet op het sociaal pensioen, met

uitzondering van de in bijlage IX vermelde pensioenen.

B. IERLAND

Alle aanvragen om overheidspensioenen (overgangsregeling), (op bijdrage of premiebetaling

berustende) overheidspensioenen, (op bijdrage of premiebetaling berustende)

weduwepensioenen en (op bijdrage of premiebetaling berustende) weduwnaarspensioenen.

C. CYPRUS

Alle aanvragen om ouderdoms-, invaliditeits-, weduwe- en weduwnaarspensioenen.

D. LETLAND

  • 1) 
    Alle aanvragen om invaliditeitspensioenen (Wet overheidspensioenen van 1 januari 1996).
  • 2) 
    Alle aanvragen om nabestaandenpensioenen (Wet overheidspensioenen van 1 januari 1996; Wet van 1 juli 2001 op de door de overheid gefinancierde pensioenen).

E. LITOUWEN

Alle aanvragen om nabestaandenpensioenen op grond van de nationale sociale verzekering,

berekend aan de hand van het basisbedrag van het nabestaandenpensioen (Wet sociale-

verzekeringspensioenen).

F. NEDERLAND

Alle aanvragen om ouderdomspensioenen krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW).

G. OOSTENRIJK

  • 1) 
    Alle aanvragen om uitkeringen uit hoofde van de federale wet van 9 september 1955 inzake de sociale verzekering (Allgemeines Sozialversicherungsgesetz - ASVG), de

federale wet van 11 oktober 1978 inzake sociale verzekering voor zelfstandigen in de

handel en het handwerk (Gewerbliches Sozialversicherungsgesetz - GSVG), de federale

wet van 11 oktober 1978 betreffende de sociale verzekering voor boeren (Bauern-

Sozialversicherungsgesetz - BSVG) en de federale wet van 30 november 1978 inzake

sociale verzekering voor zelfstandigen en vrije beroepen (Freiberuflichen-Selbständigen

Sozialversicherungsgesetz - FSVG).

  • 2) 
    Alle aanvragen om invaliditeitspensioenen gebaseerd op pensioenrekeningen op grond

van de algemene pensioenwet (APG) van 18 november 2004.

  • 3) 
    Alle aanvragen om nabestaandenpensioenen gebaseerd op pensioenrekeningen op grond van de algemene pensioenwet (APG) van 18 november 2004, voor zover geen

verhoging van de uitkering op basis van aanvullende verzekeringsmaanden berekend

dient te worden overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de APG.

  • 4) 
    Alle aanvragen om invaliditeits- en nabestaandenpensioenen van de Oostenrijkse provinciale artsenkamers [Landesärztekammer], gebaseerd op een basisregeling (basis-

en aanvullende uitkering, of basispensioen).

  • 5) 
    Alle aanvragen om blijvende beroepsinvaliditeitssteun en nabestaandensteun uit het pensioenfonds van de Oostenrijkse kamer van dierenartsen.
  • 6) 
    Alle aanvragen om uitkeringen om beroepsinvaliditeits-, weduwe- of wezenpensioenuitkeringen volgens de statuten van de instellingen van sociale zekerheid van de

Oostenrijkse orde van advocaten, deel A.

H. POLEN

Alle aanvragen om invaliditeitspensioenen, ouderdomspensioenen op grond van vaste-

uitkeringsregelingen en nabestaandenpensioenen.

I. PORTUGAL

Alle aanvragen om invaliditeits-, ouderdoms- en nabestaandenpensioenen, met uitzondering

van de gevallen waarin het totale aantal verzekeringstijdvakken die krachtens de wetgeving

van meer dan een lidstaat zijn vervuld, 21 kalenderjaren of meer bedraagt, het aantal nationale

tijdvakken van verzekering 20 jaar of minder bedraagt en de berekening is gebaseerd op

artikel 11 van Wetsdecreet nr. 35/2002 van 19 februari.

J. SLOWAKIJE

  • 1) 
    Alle aanvragen om nabestaandenpensioenen (weduwe-, weduwnaars- en wezenpensioenen) die volgens de wetgeving welke voor 1 januari 2004 van kracht was,

worden berekend op basis van het bedrag van een pensioen dat eerder aan de overledene

werd betaald.

  • 2) 
    Alle aanvragen om pensioenen die worden berekend op basis van Wet nr. 461/2003 op de sociale verzekering, zoals gewijzigd.

K. ZWEDEN

Alle aanvragen om een gegarandeerd pensioen in de vorm van een ouderdomspensioen

(Wet 1998:702) en om een ouderdomspensioen in de vorm van een aanvullend pensioen

(Wet 1998:674).

L. VERENIGD KONINKRIJK

Alle aanvragen om ouderdoms- en weduwepensioenen en uitkeringen bij overlijden, met

uitzondering van de aanvragen waarvoor:

  • a) 
    tijdens een belastingjaar aanvangende op of na 6 april 1975:

(i) de betrokkene krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk en een andere lidstaat tijdvakken van verzekering, van arbeid of van wonen heeft vervuld, en

(ii) één (of meer) onder i) bedoelde belastingjaren niet beschouwd wordt (worden) als

een rechtverstrekkend jaar in de zin van de wetgeving van het Verenigd

Koninkrijk;

(iii) de krachtens de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk vóór 5 juli 1948 vervulde

verzekeringstijdvakken in aanmerking zouden worden genomen om artikel 52,

lid 1, onder b), toe te passen, door rekening te houden met tijdvakken van

verzekering, van arbeid of van wonen die vervuld zijn krachtens de wetgeving van

een andere lidstaat.

Alle aanvragen om aanvullende pensioenuitkeringen uit hoofde van de Social Security

Contributions and Benefits Act 1992 (wet socialezekerheidsbijdragen en -uitkeringen),

Section 44, en de Social Security Contributions and Benefits (Northern Ireland) Act 1992,

Section 44.".

Deel 2: Gevallen waarin artikel 52, lid 5, van toepassing is

A.FRANKRIJK

Basis- of aanvullende regelingen waarin ouderdomspensioenen worden berekend op basis van

pensioenpunten.

B.LETLAND

Ouderdomspensioenen (Wet overheidspensioenen van 1 januari 1996. Wet van 1 juli 2001 op

de door de overheid gefinancierde pensioenen).

C.HONGARIJE

Pensioenuitkeringen gebaseerd op lidmaatschap van private pensioenfondsen.

D. OOSTENRIJK

  • 1) 
    Ouderdomspensioenen gebaseerd op pensioenrekeningen op grond van de algemene pensioenwet (APG) van 18 november 2004.
  • 2) 
    Verplichte uitkeringen uit hoofde van artikel 41 van de federale wet van 28 december 2001, BGBl I Nr. 154, inzake het algemeen inkomensfonds van de

Oostenrijkse apothekers [Pharmazeutische Gehaltskasse für Österreich].

  • 3) 
    Ouderdomspensioenen en vervroegde pensioenen van de Oostenrijkse provinciale artsenkamers, gebaseerd op een basisregeling (basis- en aanvullende uitkering, of

basispensioen), en alle pensioenuitkeringen van de Oostenrijkse provinciale

artsenkamers, gebaseerd op een aanvullende regeling (aanvullend of individueel

pensioen).

  • 4) 
    Ouderdomssteun uit het pensioenfonds van de Oostenrijkse kamer van dierenartsen.
  • 5) 
    Uitkeringen volgens de statuten van de instellingen van sociale zekerheid van de Oostenrijkse orde van advocaten, delen A en B, met uitzondering van aanvragen om

invaliditeits-, weduwe- of wezenpensioenuitkeringen volgens de statuten van de

instellingen van sociale zekerheid van de Oostenrijkse orde van advocaten, deel A.

  • 6) 
    Uitkeringen bij de instellingen van sociale zekerheid van de federale kamer van architecten en raadgevende ingenieurs op grond van de Oostenrijkse wet inzake de

kamer van civiele ingenieurs (Ziviltechnikerkammergesetzt) van 1993 en de statuten

van de instellingen van sociale zekerheid, met uitzondering van de uitkeringen op grond

van beroepsinvaliditeit en nabestaandenuitkeringen uit hoofde van laatstgenoemde

uitkeringen.

E. POLEN

Ouderdomspensioenen van het op vaste bijdragen gebaseerde stelsel.

F. SLOVENIË

Pensioen van de verplichte aanvullendpensioenverzekering.

G. SLOWAKIJE

Verplicht ouderdomspensioensparen.

H.ZWEDEN

Inkomensgerelateerde pensioenen en op premie gebaseerde pensioenen (Wet 1998:674)

I.VERENIGDKONINKRIJK

Getrapte pensioenuitkeringen uit hoofde van de National Insurance Act 1965 (nationale

verzekeringswet), Sections 36 en 37, en de National Insurance Act (Northern Ireland) 1966,

Sections 35 en 36."

  • 3. 
    Bijlage XI wordt vervangen door:

"BIJLAGE XI

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE WETGEVING

VAN DE LIDSTATEN

(artikel 51, lid 3, artikel 56, lid 1, en artikel 83)

C. DENEMARKEN

  • 1. 
    (geschrapt)

D. DUITSLAND

  • 1. 
    (geschrapt)
  • 2. 
    (geschrapt)

H. FRANKRIJK

  • 1. 
    Voor personen die verstrekkingen ontvangen in Frankrijk uit hoofde van de artikelen 17, 24 of 26 van de verordening en die woonachtig zijn in een van de Franse

departementen Haut-Rhin, Bas-Rhin of Moselle, omvatten namens een orgaan van een

andere lidstaat, die de kosten daarvan dient te dragen, geboden verstrekkingen ook

verstrekkingen van de kant van het algemene ziekteverzekeringstelsel en het verplichte

aanvullende plaatselijke ziekteverzekeringsstelsel van Alsace-Moselle.

I. IERLAND

  • 1. 
    Niettegenstaande artikel 21, lid 2, en artikel 62, wordt voor de berekening van het berekenbare wekelijkse referentie-inkomen van een verzekerde met het oog op de

toekenning van een uitkering wegens ziekte of werkloosheid onder de Ierse wetgeving,

een bedrag gelijk aan het gemiddelde weekloon van werknemers in het betreffende

referentiejaar toegerekend aan de verzekerde voor iedere week die hij gedurende dat

referentiejaar als werknemer onder de wetgeving van een andere lidstaat gewerkt heeft.

Q. NEDERLAND

  • 1. 
    Zorgverzekering
  • a) 
    Wat betreft het recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving worden voor de toepassing van de hoofdstukken 1 en 2 van titel III van de verordening onder

"rechthebbenden op verstrekkingen" verstaan:

  • i) 
    personen die overeenkomstig artikel 2 van de Zorgverzekeringswet verplicht zijn zich te verzekeren bij een zorgverzekeraar;

en

  • ii) 
    voor zover niet reeds begrepen onder i), personen die in een andere lidstaat woonachtig zijn en krachtens de verordening ten laste van Nederland recht hebben

op geneeskundige zorg in hun woonland;

  • b) 
    Personen als bedoeld in punt a), onder i), moeten zich overeenkomstig de Zorgverzekeringswet verzekeren bij een zorgverzekeraar; personen als bedoeld in

punt a), onder ii), moeten zich registreren bij het College voor zorgverzekeringen;

  • c) 
    De bepalingen van de Zorgverzekeringswet en de Algemene wet bijzondere ziektekosten betreffende de verschuldigdheid van premies zijn van toepassing op personen als

bedoeld in punt 1a) en hun gezinsleden. Wat gezinsleden betreft, worden de premies

geheven bij degene van wie het recht op zorg is afgeleid.

  • d) 
    De bepalingen van de Zorgverzekeringswet betreffende te late verzekering zijn van overeenkomstige toepassing op te late registratie van personen als bedoeld in punt 1(a),

onder ii), bij het College voor zorgverzekeringen.

  • e) 
    Personen die recht hebben op verstrekkingen ingevolge de wetgeving van een andere lidstaat dan Nederland en die in Nederland wonen of tijdelijk in Nederland verblijven,

hebben recht op verstrekkingen overeenkomstig de aan verzekerden in Nederland

aangeboden polis van het orgaan van de woon- of verblijfplaats, met inachtneming van

artikel 11, leden 1, 2 en 3, en artikel 19, lid 1, van de Zorgverzekeringswet, en op

verstrekkingen ingevolge de Algemene wet bijzondere ziektekosten;

  • f) 
    Voor de toepassing van de artikelen 23 tot en met 30 van de verordening worden de volgende uitkeringen (naast de pensioenen bedoeld in titel III, hoofdstukken 4 en 5)

gelijkgesteld met krachtens de Nederlandse wetgeving verschuldigde pensioenen:

­ pensioenen ingevolge de Wet van 6 januari 1966 houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de burgerlijke ambtenaren en hun nabestaanden (Algemene

burgerlijke pensioenwet);

­ pensioenen ingevolge de Wet van 6 oktober 1966 houdende nieuwe regeling van de pensioenen van militairen en hun nabestaanden (Algemene militaire

pensioenwet);

­ arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen van 7 juni 1972;

­ pensioenen ingevolge de Wet van 15 februari 1967 houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de personeelsleden van de NV Nederlandse Spoorwegen en

hun nabestaanden (Spoorwegpensioenwet);

­ pensioenen ingevolge het Reglement Dienstvoorwaarden Nederlandse Spoorwegen;

­ uitkeringen die bij pensionering vóór de leeftijd van 65 jaar worden verstrekt ingevolge een pensioenregeling die de verzorging van de gewezen werknemers bij

ouderdom ten doel heeft, of een uitkering bij vervroegde uittreding uit het arbeids-

proces ingevolge een van rijkswege of bij collectieve arbeidsovereenkomst

vastgestelde regeling voor vervroegde uittreding uit het arbeidsproces voor

personen van 55 jaar of ouder;

­ uitkeringen die aan militairen en ambtenaren worden verstrekt ingevolge een regeling in het geval van overtolligheid, functioneel leeftijdsontslag en vervroegde

pensionering.

  • g) 
    Voor de toepassing van de hoofdstukken 1 en 2 van titel III van deze verordening wordt de no-claimteruggave waarin de Nederlandse wettelijke regeling voorziet in geval van

beperkt zorggebruik, beschouwd als een uitkering bij ziekte.

  • h) 
    (geschrapt)."

______________________

BIJLAGE II

TOELICHTING

De aan de Raad voor te leggen tekst is alleen het relevante gedeelte van het Commissievoorstel voor

een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG)

nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de

inhoud van bijlage XI. Dit gedeelte is parallel aan titel III, hoofdstuk I, van het Commissievoorstel

voor een verordening tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG)

nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels behandeld.

De behandeling van de andere delen van het voorstel zal in de komende maanden worden

voortgezet.

Aangezien een wetgevingstekst alleen in zijn geheel definitief kan worden goedgekeurd, is een

partieel akkoord over deze tekst per definitie vatbaar voor herziening, afhankelijk van de wijze

waarop de besprekingen over de rest van het besluit verlopen.

Bovendien is de instemming van de delegaties met deze tekst gekoppeld aan de uiteindelijke

goedkeuring van de ontwerp-verordening tot vaststelling van de wijze van toepassing van

Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie