BESCHIKKING VAN DE RAAD
van
tot intrekking van Beschikking 2003/487/EG
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 12,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Beschikking 2003/487/EG 1 werd op aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag besloten dat er in Frankrijk een buitensporig tekort
bestond. De Raad merkte op dat het overheidstekort in 2002 3,1% van het BBP bedroeg en
daarmee de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het BBP overschreed,
en dat zowel de Franse autoriteiten als de diensten van de Commissie ervan uitgingen dat
het tekort ook in 2003 boven de 3% van het BBP zou uitkomen. Hij wees er tevens op dat
de bruto overheidsschuld 58,2% van het BBP beliep en in 2003 naar alle waarschijnlijk-
heid de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% zou overschrijden.
(2) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3, lid 4, van Veror dening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduide-
2
lijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten heeft de Raad op 3 juni 2003 op aanbeveling van de Commissie een aanbeveling tot Frankrijk
gericht waarin het land werd verzocht om uiterlijk in 2004 aan de heersende buitensporig-
tekortsituatie een einde te maken. De aanbeveling werd openbaar gemaakt.
1
PB L 165 van 3.7.2003, blz. 29. 2
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5).
(3) In oktober 2003 oordeelde de Commissie dat de door Frankrijk genomen maatregelen ontoereikend waren om zich naar de aanbeveling van 3 juni 2003 te voegen en beval zij
aan verdere stappen te ondernemen in het kader van de buitensporigtekortprocedure. In
plaats daarvan heeft de Raad op 25 november 2003 zijn goedkeuring gehecht aan
conclusies waarin Frankrijk werd aanbevolen het buitensporige tekort uiterlijk in 2005 te
verhelpen. Deze conclusies werden op 13 juli 2004 door het Hof van Justitie van de
1
Europese Gemeenschappen nietig verklaard . Op 14 december 2004 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een mededeling aan de Raad, waarin werd geconcludeerd
dat 2005 als de relevante termijn voor de correctie diende te worden beschouwd. Tevens
werd geconcludeerd dat de tot dan toe door Frankrijk genomen maatregelen grotendeels
spoorden met het streven om het buitensporige tekort tegen 2005 te corrigeren, op basis
van een conjunctuurgezuiverde aanpassing van circa 1% van het BBP in de loop van 2004
en 2005. Op 18 januari 2005 heeft de Raad zich bij dit standpunt aangesloten.
(4) Overeenkomstig artikel 104, lid 12, van het Verdrag wordt een beschikking van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort ingetrokken indien de Raad van
oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd.
(5) Overeenkomstig het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten worden de voor de toepassing van de procedure benodigde
gegevens door de Commissie verstrekt. In het kader van de toepassing van dit protocol
dienen de lidstaten overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3605/93 van de
Raad van 22 november 1993 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij
2
buitensporige tekorten de Commissie tweemaal per jaar, namelijk vóór 1 april en vóór 1 oktober, gegevens te verstrekken over het overheidstekort en de overheidsschuld, alsook
over andere, daarmee samenhangende variabelen.
1
Zaak C-27/04, Commissie tegen Raad, Jurispr. 2004, blz. I-6649. 2
PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2103/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1).
(6) Uit de gegevens die de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 8 G, lid 1, van Veror dening (EG) nr. 3605/93 na de kennisgeving van Frankrijk vóór 1 oktober 2006 heeft
verstrekt en uit de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie kunnen de
volgende conclusies worden getrokken:
Nadat het overheidstekort was gestegen van 3,2% van het BBP in 2002 tot 4,2% van het BBP in 2003, werd het teruggedrongen tot 3,7% van het BBP in 2004 en tot 2,9%
van het BBP in 2005, wat lager is dan de voor het tekort geldende referentiewaarde
van 3% van het BBP;
Over de periode 2004-2005 heeft de structurele aanpassing (d.w.z. de verbetering van het conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke
maatregelen) 1 procentpunt van het BBP bedragen: 0,4% in 2004 en 0,6% in 2005.
De in 2005 bewerkstelligde reductie van het nominale tekort tot onder de in het
Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% was immers niet alleen te danken aan
aanzienlijke eenmalige ontvangsten en hoger dan verwachte belastinginkomsten,
maar ook aan het feit dat de uitgaven op het niveau van de staat en in de sector van
de gezondheidszorg beter onder controle werden gehouden. Zo was er met name
sprake van een sterke vertraging van de jaarlijkse uitgavenstijging in de sector van de
gezondheidszorg in vergelijking met de voorgaande jaren naarmate de in het kader
van de hervorming van de gezondheidszorg van 2004 genomen maatregelen vruchten
begonnen af te werpen;
Volgens de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie zou het tekort in 2006 verder worden teruggedrongen tot 2,7% van het BBP, wat beter is dan het in
het geactualiseerde stabiliteitsprogramma van januari 2006 gehanteerde streefcijfer
van 2,9% van het BBP. Verwacht wordt dat de tekortreductie zal worden bewerk-
stelligd door het verder terugschroeven van het jaarlijkse stijgingstempo van de uit-
gaven in de sector van de gezondheidszorg en door een verdere beheersing van de
uitgaven op het niveau van de staat, die zijn streven om een volumegroei van de uit-
gaven van 0% te realiseren, naar verwachting zal verwezenlijken. Het beroep op
eenmalige maatregelen zou beperkt blijven (¼% van het BBP). In de najaars-
prognoses wordt uitgegaan van een verdere daling van het tekort tot 2,6% van het
BBP in 2007 (waarbij het beroep op eenmalige maatregelen beperkt zou blijven tot
0,05% van het BBP) en 2,2% van het BBP in 2008 (bij ongewijzigd beleid en zonder
eenmalige maatregelen). Dit wijst erop dat het tekortcijfer op een geloofwaardige en
duurzame wijze tot onder de limiet van 3% van het BBP is teruggedrongen. De
verbetering van het structurele saldo (het conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend
eenmalige maatregelen) wordt voor 2006, 2007 en 2008 op respectievelijk 0,5%,
0,3% en 0,6% van het BBP geraamd. Dit moet ook worden gezien tegen de achter-
grond van de vorderingen die moeten worden gemaakt in de richting van de door de
Franse autoriteiten vastgestelde middellangetermijndoelstelling van een even-
wichtige structurele begrotingssituatie;
Na te zijn gestegen van 58,2% van het BBP in 2002 tot 66,6% van het BBP in 2005 en in 2003 de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het BBP te
hebben overschreden, is de schuldquote in het tweede kwartaal van 2006 tot 65,4%
van het BBP teruggelopen. Volgens de najaarsprognoses 2006 van de diensten van
de Commissie zou de bruto overheidsschuld verder dalen tot 64,7% van het BBP in
2006 en circa 63% van het BBP tegen 2008 (in de veronderstelling dat het beleid
ongewijzigd blijft).
(7) Volgens de Raad is het buitensporige tekort in Frankrijk verholpen en dient Beschikking 2003/487/EG derhalve te worden ingetrokken,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uit een algehele evaluatie volgt dat het buitensporige tekort in Frankrijk is gecorrigeerd.
Artikel 2
Beschikking 2003/487/EG wordt hierbij ingetrokken.
Artikel 3
Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 2 mrt '05COM(2005)71 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 3605/93, wat de kwaliteit van de statistische gegevens in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten betreft
- 22 jul '93COM(1993)371 - Toepassing van het aan het verdrag tot oprichting van de EG gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten
- 22 jul '93COM(1993)371 - Afgeleid recht voor de tweede fase van de economische en monetaire unie
-
Bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk — Toepassing van artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot oprichting van de EG

