Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

I. INLEIDING

De Commissie heeft in juli 2006 bovengenoemd voorstel aangenomen, dat deel uitmaakt van een pakket, waarvan een thematische strategie inzake het duurzame gebruik van pesticiden en

het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een

kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van

1

pesticiden de andere onderdelen zijn.

Voorgestelde verordening komt in de plaats van de bestaande wetgeving op dit gebied

(Richtlijn 91/414/EEG van de Raad), en beoogt een grondige herziening van de procedures

voor het beoordelen van de veiligheid van werkzame stoffen, en voor het toelaten van

gewasbeschermingsmiddelen . Het bevat met name een verplichte wederzijdse erkenning van

1

Deze zijn besproken door de Groep milieu (doc. 16242/06)

toelatingen in lidstaten die tot dezelfde klimaatzone behoren, gedetailleerde bepalingen inzake intellectuele-eigendomrechten en transparantie, alsmede bepalingen voor de vergelijkende

evaluatie van pesticiden, teneinde de vervanging van gevaarlijke stoffen door veiliger

alternatieven te stimuleren. In het voorstel wordt de rol van de Europese Autoriteit voor

voedselveiligheid (EFSA) op dit gebied nauwkeurig uiteengezet.

II. STAND VAN ZAKEN

Het Europees Parlement heeft mevrouw Hiltrud Breyer (Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie) aangewezen als rapporteur; de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en

voedselveiligheid zal naar verwachting begin volgend jaar beginnen aan de bespreking van de

tekst.

De Groep landbouwvraagstukken (pesticiden/gewasbeschermingsmiddelen) besprak het voorstel op 11 en 20 september, 9 en 10 oktober, 16 en 17 november en 11 december 2006.

Na een rondje algemene opmerkingen waarin de delegaties hun waardering uitspraken voor het initiatief van de Commissie, heeft de Groep de artikelen 1 tot en met 43 onder de loep

genomen. Er werd een lijstje opgesteld van belangrijke kwesties die nader beraad vergen (zie

1

de punten A - F).

De Commissievertegenwoordiger bleef achter het voorstel staan, maar gaf toch een eerste positieve reactie op een aantal suggesties van de delegaties. Hij wees er echter op dat de meer

gedetailleerde bepalingen voor verscheidene onderwerpen aangevuld moeten worden met

uitvoeringsmaatregelen en richtsnoeren. Hij benadrukte tevens dat het gebruiken van de

comitologie voor de nodige flexibiliteit zorgt, en memoreerde dat verlichting van de

administratieve lasten en vereenvoudiging van de wetgeving tot de doelstellingen van het

verordeningsvoorstel behoren.

1

Enkele delegaties deelden mee dat zij zich nog buigen over bepaalde aspecten van het voorstel. DE, DK, MT en UK handhaafden vooralsnog een voorbehoud voor parlementaire behandeling.

  • A) 
    Tijdschema's en voorlopige nationale toelatingen

In zijn toelichting op de beoogde procedures benadrukte de Commissievertegenwoordiger dat besluiten over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen dankzij die procedures tijdig

genomen kunnen worden.

Een aantal delegaties was echter bezorgd over de tijd die in de praktijk nodig zal zijn om met de voorgestelde regeling gewasbeschermingsmiddelen toe te staan. Aangezien een goed

functionerende procedure noodzakelijk is, stelden zij voor voorlopige nationale toelatingen

toe te staan, in elk geval tijdens een overgangsperiode. Voor de Commissievertegenwoordiger

was dat idee onaanvaardbaar. Hij herinnerde de delegaties aan de context waarin de

verordening uiteindelijk zal worden toegepast, zodra de lopende evaluatie van de werkzame

stoffen is afgerond.

  • B) 
    Zones, wederzijdse erkenning en plaatselijke omstandigheden

Het voorstel verdeelt de Europese Unie in drie geografische zones. De lidstaten zullen de toelatingen moeten erkennen die door andere lidstaten van dezelfde zone zijn afgegeven.

Een grote meerderheid van de delegaties steunde in beginsel het idee van de wederzijdse erkenning, vooral als middel om het werk te verdelen, maar vond dat de voorgestelde

bepalingen nader besproken moesten worden. Veel delegaties wensten meer flexibiliteit,

zodat er op nationaal niveau met specifieke plaatselijke omstandigheden rekening gehouden

kan worden, vooral wat het milieu betreft. Sommige delegaties wilden een facultatieve

regeling en een aantal wenste een mechanisme waarmee de lidstaten in bepaalde gevallen

aanvragen kan afwijzen. Er waren delegaties die ook, waar nodig, de wederzijdse erkenning

buiten de zones wilden vergemakkelijken, met name tussen buurlanden.

De Commissievertegenwoordiger zou de verschillende suggesties onderzoeken, maar bleef achter het voorstel staan.

  • C) 
    Vergelijkende evaluatie

Er waren meningsverschillen over de bepalingen voor de vergelijkende evaluatie, bedoeld om potentieel gevaarlijkere stoffen (stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen)

door veiligere alternatieven te vervangen. Sommige delegaties waren ingenomen met de

voorgestelde aanpak, andere wezen erop dat het moeilijk is vervangende stoffen te vinden.

  • D) 
    Parallelle invoer

Veel delegaties wensen bepalingen voor parallelle invoer in de verordening opgenomen te zien, met het oog op een geharmoniseerde aanpak. (In het geval dat eenzelfde gewas­

beschermingsmiddel in twee of meer lidstaten is toegelaten, betekent parallelle invoer de

invoer van dat middel uit één lidstaat in een andere, waarbij het prijsverschil tussen de

lidstaten de prikkel is).

De Commissievertegenwoordiger kon deze suggestie niet aanvaarden.

  • E) 
    Comitologie

De Commissie heeft een raadgevend comité voorgesteld voor bepaalde taken, zoals het vaststellen van de vereiste gegevens (artikel 8, lid 3) en om de uniforme beginselen voor de

beoordeling en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (artikel 29, lid 6), gebaseerd op

de huidige bepalingen.

Enkele delegaties wilden de comitologiebepalingen nog verfijnen; sommige zagen liever een regelgevend dan een raadgevend comité.

De Commissievertegenwoordiger zou een alternatieve formulering zoeken, maar legde uit dat het alleen de bedoeling was het raadgevend comité in te schakelen om de bestaande

bepalingen zonder ingrijpende wijzigingen in de nieuwe verordening op te nemen.

  • F) 
    Andere punten
  • Enkele delegaties wezen op de noodzaak van interne coherentie van de verordening en 1 2

consistentie met de overige wetgeving, zoals REACH , de richtlijn plantenziekten , de 3

biocidenrichtlijn , de grondwaterrichtlijn, en met de thematische strategie en de bijbehorende kaderrichtlijn.

  • Sommige delegaties wilden bepaalde definities verduidelijkt zien en enkele definities toevoegen, zoals van parallelle invoer.
  • Er waren delegaties die de rol van de lidstaten wilden verduidelijken, met name wat de regels inzake vertrouwelijkheid betreft, alsmede de toetsing en verlenging van de

toelatingen.

  • Bepaalde delegaties vonden enkele termijnen voor de beoordeling van aanvragen en informatie onredelijk kort, en vreesden dat er onzekerheid ontstaat als er geen termijn is

vastgesteld ("stilzetten van de klok"). Andere zagen voordelen in soepele bepalingen.

  • Veel delegaties twijfelden eraan of het voorstel verlengingen met een open einde voor de toelating van werkzame stoffen garandeert; andere waren blij met deze

vereenvoudiging.

  • Een grote meerderheid was ingenomen met de afzonderlijke bepalingen voor stoffen met een laag risico, en vond dat die stoffen duidelijker gedefinieerd moeten worden.
  • Volgens verscheidene delegaties vergen de bepalingen inzake de beoordeling van de gelijkwaardigheid nader beraad.

1

Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de registratie en beoordeling van en vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen 2

Richtlijn 2000/29/EG. 3

Richtlijn 98/8/EG.

  • Verschillende delegaties zetten vraagtekens bij de voorgestelde mogelijkheid om voor basisstoffen van de toelatingseisen af te wijken.
  • Volgens enkele delegaties moet de werklast in verband met de beoordeling van de aanvragen eerlijk verdeeld worden.
  • Sommige delegaties vonden dat het in bepaalde gevallen mogelijk moet zijn in een aanvraag voor toelating van werkzame stoffen gegevens uit studies betreffende de mens op te nemen.
  • Een aantal delegaties wenste opheldering over de indeling van stoffen en de verplichting om buren in te lichten over het gebruik van pesticiden, en pleitte voor een nadere bespreking van

het voorstel om in 2014 een geïntegreerde gewasbescherming in te voeren.

  • Er waren delegaties die de bepalingen omtrent de EFSA wilden verfijnen.
  • Voor enkele delegaties moest het doel van de milieubescherming in de verordening, onder meer in artikel 1 en in de rechtsgrondslag, een prominentere plaats krijgen.

______________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie