Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

titels I en II van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

I. INLEIDING

(hierna te noemen "basisverordening"), die strekt tot vervanging van Verordening

1

(EEG) nr. 1408/71 .

1

Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.

Artikel 83 van de basisverordening luidt: "De bijzonderheden voor de toepassing van de

wetgevingen van bepaalde lidstaten staan in bijlage XI." Tevens is in de basis-

verordening bepaald dat de inhoud van bijlage XI moet worden vastgesteld vóór de

datum van toepassing van de verordening.

  • 2. 
    De Commissie heeft op 24 januari 2006 het in hoofde genoemde voorstel bij de Raad ingediend en vervolgens, op 31 januari 2006, een voorstel voor een verordening van het

Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van

Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de sociale-

zekerheidsstelsels (doc. 5896/06).

  • 3. 
    De voorgestelde toepassingsverordening voorziet in horizontale regels, terwijl het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI voorziet in

aanvullende bepalingen betreffende specifieke aspecten van de wetgeving van de

individuele lidstaten, teneinde ervoor te zorgen dat de basisverordening in de betrokken

lidstaten soepel kan worden toegepast. Overeenkomstig het algemene beginsel van

eenvoudiger regelgeving bevat het voorstel minder punten dan de bijlage VI van de

bestaande Verordening (EEG) nr. 1408/71.

  • 4. 
    Aangezien het voorstel als rechtsgrondslag de artikelen 42 en 308 van het Verdrag heeft, moet de Raad met eenparigheid van stemmen besluiten, overeenkomstig de

medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement.

  • 5. 
    Het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité hebben nog geen advies uitgebracht.
  • 6. 
    Gezien het onderwerp zal de aan te nemen verordening ook gelden voor de Europese Economische Ruimte.
  • 7. 
    Om voor elke titel van het voorstel voor een verordening tot toepassing van de basisverordening te bepalen of de maatregelen die nodig zijn een horizontaal karakter

hebben (indien zij gelijksoortige bijzonderheden in de socialezekerheidsstelsels van

verschillende lidstaten regelen, moeten ze in de ontwerp-toepassingsverordening aan

bod komen), dan wel specifiek zijn voor bepaalde lidstaten (in welk geval er in de

ontwerp-verordening betreffende bijlage XI specifieke vermeldingen moeten worden

opgenomen), is de Groep sociale vraagstukken op initiatief van het voorzitterschap

overeengekomen beide voorstellen samen te bespreken.

  • 8. 
    Parallel aan de bespreking van de titels I en II van het voorstel voor de toepassings verordening voor de basisverordening, heeft de Groep sociale vraagstukken derhalve

ook de desbetreffende gedeelten van het voorstel voor een verordening tot wijziging van

de basisverordening en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI besproken. De

Groep bereikte op 10 mei 2006 een principeakkoord over deze bepalingen (zie bijlage I

bij deze nota), zij het met een aantal voorbehouden voor parlementaire behandeling,

zoals hieronder aangegeven. De Groep sociale vraagstukken heeft ook brede overeen-

stemming bereikt over de tekst van de titels I en II van de toepassingsverordening

(doc. 9099/06+ ADD 1).

  • 9. 
    De Deense, de Franse en de Britse delegatie maakten een voorbehoud voor parlementaire behandeling. Alle delegaties maakten een taalvoorbehoud, aangezien de

tekst in hun taal niet beschikbaar was.

  • 10. 
    Zoals in het geval van de ontwerp-toepassingsverordening, staat in de toelichting in

bijlage II bij deze nota dat het akkoord van de Raad een voorlopig karakter heeft

aangezien:

  • het akkoord over de titels I en II van de ontwerp-toepassingsverordening een voorlopig akkoord is;
  • de tekst van de ontwerp-verordening betreffende bijlage XI slechts gedeeltelijk is besproken.
  • 11. 
    In afwachting van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing, wordt het

Comité van permanente vertegenwoordigers verzocht de Raad aan te bevelen een

algemene oriëntatie aan te nemen over het gedeelte van de ontwerp-verordening dat

betrekking heeft op de titels I en II van de ontwerp-toepassingsverordening (zie bijlage I

bij deze nota) onverminderd de in de toelichting in bijlage II gestelde voorwaarden.

____________________

BIJLAGE I

Voorstel voor

EEN VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI

2

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 883/2004 wordt als volgt gewijzigd:

  • 0. 
    De volgende overwegingen worden in de preambule ingevoegd:

"(17 bis) Zodra overeenkomstig titel II van deze verordening een wettelijke regeling op een persoon van toepassing wordt, worden de voorwaarden inzake de aansluiting en

het recht op uitkeringen bepaald door de wettelijke regeling van de bevoegde

lidstaat, met inachtneming van de communautaire wetgeving."

"(18 bis) Het beginsel van eenheid van het toepasselijke recht is zeer belangrijk en dient te worden versterkt. Dit betekent evenwel niet dat het loutere feit dat een instelling

van een lidstaat overeenkomstig deze verordening een uitkering verleent, hetgeen

voor de begunstigde het betalen van verzekeringsbijdragen en dekking door een

2

De overwegingen zullen later worden besproken. De volgende nieuwe overweging dient in de preambule te worden ingevoegd: "5 bis. Enige aan bepaalde lidstaten gewijde punten in bijlage VI van Verordening (EEG) nr.1408/71 worden thans in Verordening (EG) nr. 883/2004 bestreken door algemene bepalingen, zoals bijvoorbeeld de gelijkstelling van prestaties, inkomsten, feiten en gebeurtenissen in artikel 5, waar in dit artikel bepaald is dat indien de wetgeving van een lidstaat rechtsgevolgen toekent aan bepaalde zaken, dezelfde rechtsgevolgen moeten worden toegekend aan gelijkaardige zaken die zich in een andere lidstaat hebben voorgedaan. Dientengevolge is een aantal van de punten in Verordening (EEG) nr. 1408/71 overbodig geworden".

verzekering inhoudt, zoals het Hof van Justitie in de gevoegde Zaken C-502/01

Gaumain-Cerri en C-31/02 Barth heeft bepaald, op zich tot gevolg heeft dat de

wetgeving van die lidstaat de op die persoon van toepassing zijnde wetgeving wordt.".

  • 1. 
    Artikel 3, lid 5, wordt vervangen door:

"5. Deze verordening is niet van toepassing op:

  • a) 
    sociale en medische bijstand of
  • b) 
    prestaties waarbij de staat de aansprakelijkheid voor aan personen toegebrachte schade op zich neemt en voorziet in schadeloosstelling voor slachtoffers van

oorlogshandelingen en militair optreden of de gevolgen daarvan, voor slachtoffers

van criminaliteit, moord of terreurdaden, voor slachtoffers van schade die hun

door overheidsdienaren in functie werd toegebracht, en voor slachtoffers die om

politieke, religieuze redenen of omwille van hun afstamming nadeel werd

berokkend."

1 bis. Artikel 14, lid 4, wordt vervangen door:

"4. Indien krachtens de wetgeving van een lidstaat het recht op een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering afhankelijk is van het wonen van de verzekerde in die lidstaat

of van eerdere werkzaamheden als werknemer of zelfstandige, is artikel 5, onder b), uit-

sluitend van toepassing op personen die ooit onderworpen zijn geweest aan de wet-

geving van die lidstaat omdat zij daar al dan niet in loondienst een werkzaamheid

hebben verricht."

1 ter. Aan artikel 14 wordt het volgende lid toegevoegd:

"5. Indien krachtens de wetgeving van een lidstaat het recht op een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering afhankelijk is van de vervulling van verzekeringstijdvakken

voor het betrokken risico, geldt de in artikel 6 bedoelde samentelling van tijdvakken

alleen voor personen die op enig moment in het verleden in die lidstaat

verzekeringstijdvakken hebben vervuld."

BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 worden als volgt gewijzigd.

  • 1. 
    In Bijlage I, sectie II, wordt na de tekst onder "C. FRANKRIJK" de volgende zinsnede toe gevoegd:

", behalve wanneer deze worden uitbetaald aan een persoon die uit hoofde van artikel 12 of

artikel 16 nog steeds onder de Franse wetgeving valt."

  • 2. 
    Bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:

(p.m.: de tekst van het Commissievoorstel wordt in een latere fase besproken)

  • 3. 
    Bijlage XI wordt vervangen door de volgende tekst:

"BIJLAGE XI

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE

WETGEVING VAN DE LIDSTATEN

(artikel 51, lid 3, artikel 56, lid 1, en artikel 83)

(p.m.: de tekst van het Commissievoorstel wordt in een latere fase besproken)

D. DUITSLAND

(p.m.: de tekst van het Commissievoorstel wordt in een latere fase besproken)

  • 3. 
    Niettegenstaande artikel 5, onder a), van deze verordening en artikel 5, lid 4, punt 1, van Sozialgesetzbuch VI (Deel VI van het Sociale wetboek) kunnen personen die uit hoofde van

de wetgeving van een andere lidstaat een volledig ouderdomspensioen ontvangen, verzoeken

om verplicht verzekerd te zijn in het Duitse pensioenstelsel.

  • 4. 
    Niettegenstaande artikel 5, onder a), van deze verordening en artikel 7, leden 1 en 3, van Sozialgesetzbuch VI ( Deel VI van het Sociale wetboek) kan een persoon die verplicht

verzekerd is in een andere lidstaat of een ouderdomspensioen ontvangt uit hoofde van de wet-

geving van een andere lidstaat, zich aansluiten bij het vrijwillige verzekeringsstelsel in

Duitsland.

4 bis. Voor de toekenning van uitkeringen uit hoofde van artikel 47, lid 1, van Sozialgesetzbuch V,

artikel 47, lid 1, van Sozialgesetzbuch VII en artikel 200, lid 2 van de Reichsversicherungs-

ordnung aan in een andere lidstaat verblijvende verzekerden, wordt het netto inkomen dat de

grondslag vormt voor de uitkering door de Duitse verzekeringsstelsels berekend alsof de

verzekerde in Duitsland verbleef, tenzij deze erom verzoekt dat wordt uitgegaan van het

werkelijk ontvangen nettoloon.

4 ter. Ingezetenen van andere lidstaten die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten

Duitsland hebben en die voldoen aan de algemene voorwaarden van het Duitse

pensioenstelsel kunnen daaraan alleen vrijwillig bijdragen als zij op enig moment in het

verleden vrijwillig of verplicht bij het Duitse pensioenstelsel aangesloten geweest zijn. Dit

geldt tevens voor staatlozen en vluchtelingen die hun woonplaats of gebruikelijke

verblijfplaats in een andere lidstaat hebben. Dit geldt tevens voor staatlozen en vluchtelingen

die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in een andere lidstaat hebben.

F. GRIEKENLAND

  • 1. 
    Wet nr. 1469/84 betreffende de vrijwillige aansluiting bij het pensioenstelsel voor Griekse ingezetenen en vreemdelingen van Griekse origine is van toepassing op ingezetenen van

andere lidstaten, staatlozen en vluchtelingen wanneer deze personen, ongeacht hun woon- of

verblijfplaats op enig moment in het verleden, vrijwillig of verplicht bij het Griekse

pensioenstelsel aangesloten geweest zijn.

  • 2. 
    Onverminderd artikel 5 bis. van de verordening en artikel 34 van Wet nr. 1140/1981, kunnen personen die een uitkering wegens arbeidsongeval of beroepsziekte krachtens de wetgeving

van een andere lidstaat ontvangen, verzoeken om verplichte verzekering onder de door de

OGA toegepaste wetgeving voor zover zij een activiteit uitoefenen die binnen de

werkingssfeer van die wetgeving valt.

H. FRANKRIJK

  • 0. 
    Ingezetenen van andere lidstaten die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats buiten Frankrijk hebben en die voldoen aan de algemene voorwaarden van het Franse pensioenstelsel

kunnen daaraan alleen vrijwillig bijdragen als zij op enig moment in het verleden vrijwillig of

verplicht bij het Franse pensioenstelsel aangesloten geweest zijn. Dit geldt tevens voor

staatlozen en vluchtelingen die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in een andere

lidstaat hebben.

K. CYPRUS

Voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 6, 51 en 61 van de verordening wordt voor

tijdvakken die op of na 6 oktober 1980 aanvingen, het aantal weken van verzekering onder de

wetgeving van de Republiek Cyprus bepaald door het totale inkomen in de betreffende periode

waarover bijdragen moesten worden betaald, te delen door het wekelijkse bedrag van het basis-

inkomen waarover in het betreffende bijdragejaar bijdragen moesten worden betaald, voor zover het

aantal aldus berekende weken niet hoger uitvalt dan het aantal kalenderweken in de betreffende

periode.

R. OOSTENRIJK

  • 5. 
    (geschrapt)

Y. VERENIGD KONINKRIJK

  • 2. 
    Voor de toepassing van artikel 6 van de verordening op de bepalingen inzake het recht op de verzorgingstoelage (attendance allowance), de toelage voor de verzorging van invaliden

(carer's allowance) en de uitkering voor levensonderhoud bij arbeidsongeschiktheid

(disability living allowance), wordt een tijdvak van arbeid (als werknemer of zelfstandige) of

van wonen op het grondgebeid van een andere lidstaat dan het Verenigd Koninkrijk in aan-

merking genomen voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan de voorwaarden met

betrekking tot de vereiste tijdvakken van aanwezigheid in het Verenigd Koninkrijk vóór de

datum waarop het recht op de betreffende toelage of uitkering ontstaat.

  • 3. 
    Ten behoeve van artikel 7 van de verordening worden personen die onder de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk een invaliditeits-, ouderdoms- of overlevingspensioen, een uitkering

wegens arbeidsongeval of beroepsziekte of een uitkering bij overlijden ontvangen en die op

het grondgebied van een andere lidstaat verblijven, tijdens hun verblijf behandeld alsof zij

hun woonplaats op het grondgebied van die andere lidstaat hadden.

__________________

BIJLAGE II

TOELICHTING

De tekst die aan de Raad wordt voorgelegd bestaat alleen uit het gedeelte van het Commissie-

voorstel dat parallel met titels I en II van het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de

wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de

socialezekerheidsstelsels besproken is.

De rest van het voorstel wordt in de loop van de komende maanden besproken.

Omdat een wetgevingstekst alleen in zijn geheel definitief kan worden goedgekeurd, kan een

partieel akkoord over deze tekst uiteraard later worden herzien, afhankelijk van de ontwikkelingen

in verband met de rest van de tekst. Dit geldt met name voor artikel 14, lid 5, dat nadere bestudering

door de Administratieve Commissie behoeft.

Of de voorliggende tekst door de delegaties kan worden aanvaard, hangt bovendien af van de

definitieve goedkeuring van de ontwerp-verordening tot vaststelling van de wijze van toepassing

van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

_______________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie