Gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart GEMEENSCHAPPELIJKE BELEIDSLIJNEN Aanvraagtermijn overleg Bulgarije en Roemenië:11 december 2006

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD

I. Inleiding

De Commissie heeft in september 2005 een voorstel voor een verordening ingediend dat ertoe

strekt Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot

vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de

1

burgerluchtvaart te vervangen. Die verordening, die als reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten was opgesteld en aangenomen, is sedert

januari 2003 van kracht. De vervanging van Verordening (EG) nr. 2320/2002 door een

nieuwe tekst wordt noodzakelijk geacht, omdat de toepassing ervan aanleiding heeft gegeven

tot een aantal uitvoeringsproblemen.

Het Europees Parlement bracht op 15 juni 2006 zijn advies in eerste lezing uit, dat

85 amendementen bevatte.

De Raad heeft zorgvuldig overwogen of met het Europees Parlement een akkoord in eerste

lezing over de tekst van de ontwerp-verordening kon worden bereikt. Tijdens informele

contacten met vertegenwoordigers van het Europees Parlement bleek echter dat de

financiering van de beveiligingsmaatregelen zorgvuldiger moest worden bestudeerd om tot

een tekst te komen die voor alle partijen aanvaardbaar zou zijn. De Raad besloot daarom een

gemeenschappelijk standpunt vast te stellen, waarin zoveel mogelijk rekening werd gehouden

met de amendementen van het Europees Parlement in eerste lezing, en te trachten in een later

stadium met het Europees Parlement tot overeenstemming te komen.

Na de bijwerking van de volledige tekst door de juristen-vertalers heeft de Raad op [...datum]

een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld. Bij de vaststelling van het gemeenschappelijk

standpunt heeft de Raad terdege nota genomen van het advies van het Europees Parlement in

eerste lezing, en daarbij 46 amendementen aanvaard.

De Raad heeft ook nota genomen van het advies van het Economisch en Sociaal Comité.

1

PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1.

II. Analyse van het gemeenschappelijk standpunt

De Raad kan in grote lijnen instemmen met het Commissievoorstel. Op een aantal punten

heeft hij evenwel besloten de tekst te wijzigen, in het algemeen om deze duidelijker,

eenvoudiger en begrijpelijker te maken.

De voornaamste wijzigingen ten opzichte van het Commissievoorstel zijn door de Raad

aangebracht op de twee hierna vermelde gebieden.

Ten eerste heeft de Raad met betrekking tot de comitologie rekening gehouden met de nieuwe

1

voorschriften die de Raad in juli 2006 heeft vastgesteld . De nieuwe regelgevingsprocedure met toetsing die het gevolg is van deze nieuwe voorschriften en die de bevoegdheden van het

Europees Parlement versterkt, is aan de orde in artikel 4, lid 3, en in artikel 9, lid 2, van de

ontwerp-verordening. Artikel 4, lid 3, heeft betrekking op de criteria op grond waarvan de

lidstaten voor kleine luchthavens of kleine luchtvaartuigen van de algemene normen mogen

afwijken. Artikel 9, lid 2, stelt de normen vast die voor de nationale kwaliteitscontrole-

programma's van de lidstaten gelden.

Ten tweede is het de lidstaten op grond van artikel 5, lid 2, toegestaan nationale maatregelen

toe te passen die strenger zijn dan de bij de verordening vastgestelde maatregelen. De Raad is

van oordeel dat de lidstaten wegens de zaken die in het geding zijn, de ernst van de diverse

bedreigingen van de veiligheid en de snel wisselende omstandigheden waarin die

bedreigingen zich voordoen, over voldoende manoeuvreerruimte moeten beschikken om

aanvullende of bijzondere maatregelen te kunnen opleggen wanneer zij die nodig achten. De

Raad huldigt de opvatting dat dergelijke maatregelen geen bijzondere rechtvaardiging op het

niveau van de Gemeenschap vergen.

Wat de door het Europees Parlement voorgestelde amendementen betreft, waren de volgende

46 amendementen voor de Raad geheel of ten dele aanvaardbaar:

2, 4, 5, 7, 8, 11, 12, 15, 17, 18, 20, 21, 23 tot en met 30, 33, 34, 37, 40, 45 tot en met 49, 51,

1

PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11.

53 tot en met 58, 65 tot en met 68, 73, 77 tot en met 79, 82 en 84.

Een aantal van de overige amendementen was evenwel niet aanvaardbaar voor de Raad. De

voornaamste hiervan zijn de amendmenten 3, 35, 43 en 44 betreffende de financiering van

beveiligingsmaatregelen uit hoofde van de verordening. Voor de Raad is een technische

verordening zoals deze niet het geijkte instrument om voorschriften of verplichtingen inzake

financiering in op te nemen. Het subsidiariteitsbeginsel schrijft voor dat dergelijke kwesties

op nationaal niveau dienen te worden geregeld.

Een aantal andere amendementen was in het geheel of ten dele niet aanvaardbaar omdat die de

werkingssfeer van de verordening verder zouden oprekken dan voor de beoogde

veiligheidsdoeleinden noodzakelijk is. Dit geldt met name voor de amendementen 6, 9, 19,

36, 45, 57, 80 en 85. De amendementen 1, 10, 13, 14, 16, 18, 22, 31, 32, 33, 50, 52, 60, 63, 72

en 74 waren in het geheel of ten dele niet aanvaardbaar omdat zij strijdig waren met andere

onderdelen van de ontwerp-verordening, geen materiële verbetering van de tekst inhielden of

niet strookten met de gangbare terminologie inzake luchtvaartbeveiliging. De amendementen

20, 21, 38, 39, 41, 42, 59, 61, 62, 64, 69, 70, 71, 75, 76 en 83 tot slot waren in het geheel of

ten dele niet aanvaardbaar omdat zij naar het oordeel van de Raad hetzij te gedetailleerd voor

dit type verordening, hetzij niet te verenigen met de institutionele regelingen van de

Gemeenschap waren of bepalingen behelsden die voor de lidstaten of voor de betrokken

marktdeelnemers lastig uit te voeren zouden zijn.

III. Conclusie

De Raad huldigt de opvatting dat de tekst van dit gemeenschappelijk standpunt passend en

evenwichtig is. Hij ziet het gemeenschappelijk standpunt als een juiste vertolking van het

onderliggende doel van de meeste amendementen van het Parlement.

De Raad wenst te beklemtonen dat er met man en macht is gepoogd met spoed een akkoord

over deze verordening te bewerkstelligen en vertrouwt erop dat dit wetgevingsinstrument zo

snel als mogelijk is zal worden aangenomen.

___________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie