BESCHIKKING VAN DE RAAD
van
waarbij overeenkomstig artikel 104, lid 8, van het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap wordt vastgesteld dat de maatregelen die Polen
in reactie op de aanbeveling van de Raad op grond van artikel 104, lid 7,
van het Verdrag heeft genomen, ontoereikend blijken te zijn
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 8,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 104 van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden.
(2) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werk-
gelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren. Het stabiliteits- en
groeipact omvat onder meer Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997
over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij
1
buitensporige tekorten , die is aangenomen om een snelle correctie van buitensporige overheidstekorten te bevorderen.
(3) In de resolutie van de Europese Raad van Amsterdam van 17 juni 1997 betreffende het
stabiliteits- en groeipact 2 worden alle partijen, te weten de lidstaten, de Raad en de Commissie, dringend verzocht om het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact strikt en
tijdig ten uitvoer te leggen.
1
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5). 2
PB C 236 van 2.8.1997, blz. 1.
(4) Overeenkomstig het Eurostatbesluit van 2 maart 2004 over de sectorale indeling van 1
pensioenregelingen mag een op kapitaaldekking berustende toegezegde-bijdragenregeling niet bij de socialezekerheidsregelingen worden ingedeeld. Een dergelijke regeling mag
derhalve niet als een onderdeel van de overheidssector worden beschouwd. Het betrof een
kaderbesluit waarover eerst bilaterale besprekingen met de lidstaten moesten worden
gevoerd voordat het kon worden geïmplementeerd. Tijdens deze besprekingen erkende
Eurostat dat "sommige lidstaten eventueel een overgangsperiode nodig konden hebben om
dit besluit toe te passen en om verstoringen bij het voeren van hun begrotingsbeleid te
2
vermijden" . Deze door Eurostat toegestane overgangsperiode zal aflopen bij de eerste begrotingskennisgeving van 2007, die vóór 1 april 2007 moet plaatsvinden. Polen heeft
besloten van deze overgangsperiode gebruik te maken. Sociale bijdragen en andere
ontvangsten (en uitgaven) uit hoofde van op kapitaaldekking berustende toegezegde-
bijdragenregelingen worden derhalve als overheidsontvangsten (en uitgaven) geboekt,
hetgeen tot gevolg heeft dat het tekortcijfer en de schuldquote lager uitvallen dan anders
het geval zou zijn.
3
(5) Bij Beschikking 2005/183/EG van de Raad van 5 juli 2004 is overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag vastgesteld dat er in Polen een buitensporig tekort bestaat.
1
Eurostat News Releases nr. 30/2004 van 2 maart 2004 en nr. 117/2004 van 23 september 2004, alsook Chapter I.1.3 Classification of funded pension schemes and impact on government finance van het Handboek overheidstekort en overheidsschuld van Eurostat, Engelse versie beschikbaar op: http://epp.eurostat.ec.europa.eu/cache/ITY_OFFPUB/KS-BE-04-002/EN/KS-BE-04-002EN.PDF. 2
Ibidem. 3
PB L 62 van 9.3.2005, blz. 18.
(6) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het EG-Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 richtte de Raad op 5 juli 2004 tevens een aanbeveling aan de Poolse
autoriteiten met het verzoek zo spoedig mogelijk een einde te maken aan de bestaande
buitensporigtekortsituatie en binnen een middellange-termijnkader maatregelen te nemen
om het tekort in 2007 op geloofwaardige en duurzame wijze tot onder de 3% van het BBP
terug te dringen overeenkomstig het traject voor tekortreductie dat in het in mei 2004 door
de autoriteiten ingediende en in het advies van de Raad van 5 juli 2004 goedgekeurde
convergentieprogramma was aangegeven, waarbij de jaarlijkse streefcijfers de volgende
waren: 5,7% van het BBP in 2004, 4,2% van het BBP in 2005, 3,3% van het BBP in 2006
en 1,5% van het BBP in 2007. De Raad stelde 5 november 2004 vast als uiterste datum
voor het ondernemen van doeltreffende stappen "ten aanzien van de maatregelen die zijn
gepland om het voor 2005 vastgestelde streefcijfer voor het tekort te halen".
(7) In het kader van het op 5 juli 2004 door de Raad onderschreven pad voor tekortreductie is geen rekening gehouden met de kosten van de pensioenhervorming die in 1999 is door-
gevoerd. Ongeveer 20% van de ontvangsten uit hoofde van pensioenbijdragen is van het
omslagstelsel naar de op kapitaaldekking berustende toegezegde-bijdragenregelingen
gekanaliseerd. Toen de aanbeveling overeenkomstig artikel 104, lid 7, werd aangenomen,
hield de Raad uitdrukkelijk rekening met het feit dat de tekortdoelstellingen opwaarts
zouden moeten worden herzien, waarbij de jaarlijkse kosten van de Poolse pensioen-
hervorming op circa 1½% van het BBP werden geraamd. In het licht hiervan en rekening
houdend met de negatieve risico's die aan de strategie ter consolidering van de begroting
verbonden waren, wees de Raad er in zijn advies over het convergentieprogramma van
mei 2004 op dat "de budgettaire opstelling in het programma wellicht niet toereikend is om
het tekort in de loop van de programmaperiode (d.w.z. tegen 2007) tot onder 3% van het
BBP terug te dringen".
(8) Na het verstrijken van de uiterste datum van 5 november 2004 die in de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, was vastgesteld, concludeerde de Commissie in
haar mededeling aan de Raad van 14 december 2004 dat er geen verdere stappen in het
kader van de buitensporigtekortprocedure ten aanzien van Polen meer behoefden te worden
ondernomen, aangezien de Poolse regering doeltreffende stappen had ondernomen ten
aanzien van de maatregelen die waren gepland om het voor 2005 vastgestelde streefcijfer
voor het tekort te halen.
(9) Op 17 februari 2005 heeft de Raad advies uitgebracht over het in november 2004 ingediende geactualiseerde convergentieprogramma van Polen. In de actualisering werd de
tekortdoelstelling voor 2007 opwaarts herzien tot 2,2% van het BBP (tegen 1,5% in het
convergentieprogramma van mei 2004), hetgeen neerkomt op een streefcijfer van ongeveer
3,7% van het BBP indien met de kosten van de pensioenhervorming rekening wordt
gehouden. Deze opwaartse herziening vond plaats in weerwil van een aanhoudend
krachtige groei (die in het programma op gemiddeld ruim 5% per jaar werd geschat),
terwijl de feitelijke tekorten/tekortprognoses voor de jaren 2004, 2005 en 2006 allemaal in
neerwaartse zin werden bijgesteld, vanwege door de regering genomen maatregelen,
sterkere economische groei en statistische correcties. De Raad merkte op dat het risico
bestond dat de budgettaire aanpassingsmaatregelen met vertraging of onvolledig zouden
worden uitgevoerd. Verwijzend naar de negatieve risico's die aan de strategie ter
consolidering van de begroting waren verbonden, verzocht de Raad Polen onder meer de
aanpassing van de begroting na 2005 te intensiveren en de tekortdoelstelling voor 2007 te
verlagen. In realiteit werd slechts een klein aantal maatregelen uitgevoerd. Dit neemt niet
weg dat het feitelijke begrotingstekort voor 2005 met 2,5% van het BBP beter uitviel dan
verwacht.
(10) Op 14 maart 2006 heeft de Raad advies uitgebracht over het in januari 2006 ingediende geactualiseerde convergentieprogramma van Polen. In de actualisering werd ernaar
gestreefd het overheidstekort in een langzaam tempo (namelijk met gemiddeld circa 0,3%
van het BBP per jaar in de periode 2006-2008) terug te dringen, zodat aan het einde van de
legislatuur (d.w.z. eind 2009) aan het convergentiecriterium op begrotingsgebied zou
worden voldaan. Daar komt nog bij dat in het programma de feitelijke tekorten en
tekortprognoses voor de jaren 2004, 2005 en 2006 wederom in neerwaartse zin waren
herzien, vanwege door de regering genomen maatregelen, sterkere economische groei en
statistische correcties, terwijl de tekortdoelstelling van 2,2% van het BBP voor 2007
(exclusief de kosten van de pensioenhervorming) werd gehandhaafd. Gezien de opwaartse
bijstelling van de kosten van de pensioenhervorming tot 2%, vanwege betere arbeidsmarkt-
ontwikkelingen dan verwacht en grotere deelname aan het nieuwe pensioenstelsel, was de
tekortdoelstelling voor 2007 met inbegrip van deze kosten 0,4 procentpunt van het BBP
hoger dan in de vorige actualisering (4,1% van het BBP, tegen 3,7% van het BBP). De
Raad heeft gewezen op de diverse risico's die aan de strategie ter consolidering van de
begroting verbonden waren, zoals onder meer de relatief hoge groeiprognoses voor het
laatste jaar van de programmaperiode (2008), de vrij optimistische veronderstellingen met
betrekking tot belastingelasticiteiten en mogelijke problemen om de uitgaven te beheersen
als gevolg van de sociale druk om de uitgaven te verhogen. De Raad concludeerde dat "met
het convergentieprogramma enige vooruitgang, maar geen effectieve correctie van het
buitensporige tekort in 2007 wordt beoogd". Voorts merkte de Raad op dat het de
bedoeling was dat het structurele saldo (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde saldo,
ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, dat door de diensten van de
Commissie op basis van de in het programma vervatte gegevens volgens de algemeen
aanvaarde methode wordt berekend) gedurende de programmaperiode met gemiddeld ¼%
van het BBP per jaar zou verbeteren.
(11) In de ontwerpbegroting voor 2007, die op 27 september 2006 is aangenomen, wordt het tekort voor 2006 (exclusief de kosten van de pensioenhervorming) op 2,1% van het BBP
geraamd, terwijl in het geactualiseerde convergentieprogramma van januari 2006 een
streefcijfer van 2,6% van het BBP werd gehanteerd (en aan de aanbeveling die de Raad in
juli 2004 overeenkomstig artikel 104, lid 7, had gedaan, een doelstelling van 3,3% ten
grondslag lag). Dat het feitelijke tekort gunstiger uitviel, was toe te schrijven aan hogere
ontvangsten (met name uit hoofde van de personenbelasting) als gevolg van de hoger dan
verwachte groei, alsook aan een beperktere uitgavenstijging, en met name lager dan
geplande overheidsinvesteringen. In de ontwerpbegroting voor 2007 worden de volgende
tekortdoelstellingen voor de komende jaren gehanteerd: 1,7% in 2007, 1,2% in 2008 en
0,5% in 2009.
(12) De beoordeling van de maatregelen die Polen in reactie op de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, heeft genomen om het buitensporige tekort tegen 2007 te
verhelpen, leidt tot de volgende conclusies:
de in de ontwerpbegroting voor 2007 opgenomen herziene tekortdoelstelling voor 2007 van 1,7% van het BBP (exclusief de kosten van de pensioenhervorming) is
hoger dan het streefcijfer van 1,5% van het BBP dat de Raad had onderschreven in
zijn aanbeveling van 5 juli 2004 om het buitensporige tekort te verhelpen; de
herziening van het tekort voor 2007 vond plaats tegen de achtergrond van veel lager
uitvallende feitelijke tekorten in de periode 2004-2006 dan die waarvan in de
aanbeveling werd uitgegaan;
de overgangsperiode voor de toepassing van het Eurostatbesluit van 2 maart 2004 betreffende de indeling van op kapitaaldekking berustende pensioenregelingen zal
aflopen bij de eerste kennisgeving in 2007, die vóór 1 april moet plaatsvinden. De
inaanmerkingneming van de kosten van de pensioenhervorming die hoger uitvallen
dan geraamd, resulteert in een tekortdoelstelling voor 2007 van circa 3,7% van het
BBP;
in de najaarsprognoses 2006 van de diensten van de Commissie wordt voorspeld dat het tekort voor 2007 0,3% van het BBP hoger zal uitkomen dan het streefcijfer dat
door de Poolse autoriteiten wordt gehanteerd; met name de opbrengsten van de
directe belastingen zullen vermoedelijk lager uitvallen dan de autoriteiten
verwachten, terwijl de sociale uitgaven en de overheidsinvesteringen waarschijnlijk
hoger zullen uitkomen.
(13) Dit leidt tot de conclusie dat de begrotingssituatie weliswaar is verbeterd en dat Polen tot nu toe beter dan zijn begrotingsdoelstellingen heeft gepresteerd, maar dat het tekort voor
2007 op basis van de huidige informatie duidelijk de referentiewaarde van 3% van het BBP
zal overschrijden, hetgeen niet in overeenstemming is met de aanbeveling van de Raad om
het buitensporige tekort uiterlijk in 2007 te verhelpen.
Overeenkomstig de resolutie van de Europese Raad van Amsterdam betreffende het stabiliteits- en
1
groeipact heeft Polen ermee ingestemd de aanbeveling van de Raad van 5 juli 2004 openbaar te maken,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
De maatregelen die Polen heeft genomen in reactie op de aanbeveling die de Raad op 5 juli 2004
overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag heeft gedaan, blijken ontoereikend te zijn om het
buitensporige tekort binnen de in de aanbeveling vastgestelde uiterste termijn te verhelpen.
1
Zie: http://register.consilium.eu.int/pdf/nl/04/st11/st11220.nl04.pdf.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Republiek Polen.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De Voorzitter
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
-
Bestaan van een buitensporig tekort in Polen

