LUCHTVAART Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart - Voorbereiding van de informele trialoog

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart

  • Voorbereiding van de informele trialoog

1.

De Raad TTE heeft, in afwachting van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement,

op 27 maart 2006 een algemene oriëntatie (AO) over het bovengenoemde voorstel bereikt (zie

doc. 7910/06).

  • 2. 
    Het Europees Parlement heeft op 15 juni 2006 zijn advies in eerste lezing uitgebracht, dat 85 amendementen bevat (zie doc. 10377/06 + COR 1).
  • 3. 
    Gezien de recente veiligheidsincidenten in het Verenigd Koninkrijk acht het voorzitterschap een spoedig akkoord met het Europees Parlement over het bovengenoemde voorstel uiterst

wenselijk. Derhalve heeft het voorzitterschap, na de bespreking van de amendementen in de

Groep luchtvaart, op 5 september 2006 te Straatsburg een informeel contact gehad met de

rapporteur van het EP, de heer Paolo Costa.

  • 4. 
    Tijdens deze bijeenkomst, die plaatshad in een geest van openheid, heeft de rapporteur van het EP onderstreept eveneens voorstander te zijn van een spoedig akkoord. Zonder beloften te

doen, deelde hij mee open te staan voor formuleringsvoorstellen - met name betreffende het

omstreden punt van de financiering - die tot een interinstitutioneel compromis over de tekst

kunnen leiden. Hij maakte echter duidelijk dat de tekst over de financiering in de verordening

moet worden opgenomen (en niet in een verklaring).

  • 5. 
    Gezien de positieve sfeer tijdens de bijeenkomst werden voorlopige regelingen getroffen voor een informele trialoog op dinsdag 26 september 2006 te Straatsburg.
  • 6. 
    Naar aanleiding van de bijeenkomst heeft het voorzitterchap een nieuwe overweging 18 bis opgesteld waarmee tot op grote hoogte tegemoetgekomen wordt aan de amendementen 35, 43

en 44 van het EP over de financieringskwestie.

  • 7. 
    De Groep luchtvaart heeft deze ontwerp-overweging op 18 september 2006 besproken en is overeengekomen dat deze overweging, behoudens een paar wijzigingen, aanvaardbaar kan

zijn in het kader van een algemeen compromisakkoord met het Europes Parlement. De Groep

was ook van mening dat de rest van de tekst, als vervat in de bijlage bij dit verslag, aanvaard-

baar kan zijn voor de Raad.

  • 8. 
    Met het oog op de geplande informele trialoog met het Europees Parlement wordt het Coreper verzocht te bevestigen dat de tekst in de bijlage, met de daarin vermelde amendementen, voor

de Raad aanvaardbaar is als algemeen compromispakket en dat deze tekst een mandaat voor

het voorzitterschap vormt om met het Europees Parlement tot een akkoord te komen.

  • 9. 
    Onderstreept wordt dat de amendementen van het Europees Parlement slechts worden aan vaard indien er een algemeen akkoord wordt bereikt over de volledige tekst van de ontwerp-

verordening. "Er is geen akkoord zolang niet over alles een akkoord is bereikt".

________________________

BIJLAGE

Ontwerp

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80,

lid 2,

1

Gezien het voorstel van de Commissie , 2

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité , 3

Gezien het advies van het Comité van de Regio's , 4

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ,

5

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Met het oog op de bescherming van personen en goederen in de Europese Unie moeten gemeenschappelijke regels voor de beveiliging van de burgerluchtvaart worden opgesteld om

wederrechtelijke daden die gericht zijn tegen burgerluchtvaartuigen en die een gevaar vormen

voor de veiligheid van de burgerluchtvaart te voorkomen. Daartoe moeten gemeenschappe-

lijke regels en normen voor de beveiliging van de luchtvaart worden vastgesteld en

mechanismen voor het toezicht op de naleving van deze regels en normen worden opgezet.

(am. 1 aanvaardbaar)

(2) Met het oog op de beveiliging van de burgerluchtvaart in het algemeen is het wenselijk de basis te leggen voor een gemeenschappelijke interpretatie van bijlage 17 (versie van april

2002) van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op

7 december 1944 is gesloten.

1

PB C [...] van [...], blz. [...]. 2

PB C [...] van [...], blz. [...]. 3

PB C [...] van [...], blz. [...].

4 PB C [...] van [...], blz. [...]. 5

Afgezien van de overwegingen 7 bis, 17 bis, 18 en 19 zijn de overwegingen nog niet behandeld. Er wordt een aantal wijzigingen voorgesteld om de overwegingen beter op het dispositief te laten aansluiten. De overwegingen kunnen verder worden verfijnd in het kader van het (politiek akkoord over het) gemeenschappelijk standpunt van de Raad.

(3) Naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten is Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van

16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de

6

beveiliging van de burgerluchtvaart goedgekeurd.

(4) De inhoud van Verordening (EG) nr. 2320/2002 moet worden herzien in het licht van de opgedane ervaring en de verordening moet worden vervangen door een nieuw besluit

waarin gestreefd wordt naar vereenvoudiging, harmonisering en verduidelijking van de

bestaande regels en naar verbetering van het beveiligingsniveau.

(5) Om tegemoet te komen aan de evoluerende risicobeoordelingen en om de introductie van nieuwe technologieën mogelijk te maken, is er behoefte aan meer flexibiliteit bij het vast-

stellen van beveiligingsmaatregelen en ­procedures; in het nieuwe besluit moeten daarom

de basisbeginselen worden vastgelegd voor de maatregelen die genomen moeten worden

om de burgerluchtvaart te beveiligen tegen wederrechtelijke daden, zonder dat evenwel

technische en procedurele bijzonderheden worden vastgesteld ten aanzien van de wijze

waarop deze beginselen moeten worden toegepast.

(6) Het nieuwe besluit moet van toepassing zijn op burgerluchthavens op het grondgebied van een lidstaat, op exploitanten die diensten aanbieden op deze luchthavens en op

entiteiten die goederen en/of diensten aan of via deze luchthavens leveren.

(7) Onverminderd het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Tokio, 1963), het Verdrag tot bestrijding van het weder-

rechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen (Den Haag, 1970) en het Verdrag ter

bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burger-

luchtvaart (Montreal, 1971), moet het nieuwe besluit ook betrekking hebben op

beveiligingsmaatregelen aan boord van luchtvaartuigen of tijdens vluchten van commu-

nautaire luchtvaartmaatschappijen. (am. 2 aanvaardbaar)

(7 bis) Iedere lidstaat mag zelf beslissen of er meereizende beveiligingsagenten worden ingezet op luchtvaartuigen die in die lidstaat geregistreerd zijn en op luchtvaartuigen van lucht-

vaartmaatschappijen die een vergunning van die lidstaat hebben gekregen.

6

PB L 355 van 30.12.2002, blz. 1.

(8) De bedreiging is niet even groot voor de verschillende types burgerluchtvaart. Bij het vaststellen van gemeenschappelijke normen voor de beveiliging van de luchtvaart moet

rekening worden gehouden met de grootte van het luchtvaartuig, de aard van de

exploitatie en/of de frequentie van de activiteiten op luchthavens, zodat eventueel

afwijkingen kunnen worden toegestaan.

(9) De lidstaten moeten ook toestemming krijgen om, op basis van een risicobeoordeling, striktere normen toe te passen dan de nog vast te stellen gemeenschappelijke normen. [...]

(am. 3 over "onderscheid voor de financiering" is niet aanvaardbaar; overweging

gewijzigd met het oog op samenhang met het dispositief, zie artikel 5)

(9 bis) Er moet onderscheid worden gemaakt tussen post en traditionele vracht. Ook voor post moeten gemeenschappelijke veiligheidsmaatregelen worden genomen, die rekening

houden met de bijzondere kenmerken van post. (am. 4 aanvaardbaar)

(10) Het is mogelijk dat derde landen vragen dat andere dan de in dit besluit vastgestelde maatregelen worden toegepast voor vluchten vanuit een luchthaven van een lidstaat naar

of over dat derde land. Onverminderd de bilaterale overeenkomsten die de Gemeenschap

heeft gesloten, moet de Commissie de door het derde land vereiste maatregelen kunnen

bestuderen. [...]. (overweging gewijzigd met het oog op samenhang met het dispositief,

zie artikel 10, lid 2)

(11) Hoewel het mogelijk is dat in een en dezelfde lidstaat twee of meer organen betrokken zijn bij de beveiliging van de luchtvaart, moet elke lidstaat één autoriteit aanwijzen die de

toepassing van de beveiligingsnormen moet coördineren en toezicht moet houden op de

toepassing van deze normen.

(12) Teneinde vast te stellen wie verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de gemeen-

schappelijke normen en te beschrijven welke maatregelen de exploitanten en andere entiteiten

daartoe moeten nemen, moet elke lidstaat een nationaal programma voor de beveiliging van

de burgerluchtvaart opstellen. Voorts moeten alle luchthavenexploitanten, luchtvaart-

maatschappijen en entiteiten die de normen voor de beveiliging van de luchtvaart toepassen

een beveiligingsprogramma opstellen, toepassen en instandhouden om zowel aan het nieuwe

besluit als aan alle toepasselijke nationale programma's voor de beveiliging van de burger-

luchtvaart te voldoen.

(13) Om toezicht te kunnen houden op de naleving van het nieuwe besluit en het nationale

programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, moet elke lidstaat een nationaal

programma opstellen om de mate en de kwaliteit van de beveiliging van de burgerluchtvaart

te controleren en ervoor zorgen dat dit programma wordt toegepast. (am. 5 betreffende de

invoeging van "de mate" is aanvaardbaar, maar "kwaliteit" blijft ook staan)

(14) Om toezicht te kunnen houden op de toepassing van het nieuwe besluit door de lidstaten en

om aanbevelingen ter verbetering van de beveiliging van de luchtvaart te kunnen doen, moet

de Commissie inspecties uitvoeren, waaronder onaangekondigde inspecties.

(am. 6 waarin een nieuwe overweging 14 bis over het EASA wordt voorgesteld, is niet aan-

vaardbaar, aangezien het EASA niet bevoegd is op het gebied van de beveiliging van de

burgerluchtvaart)

(15) Uitvoeringsbesluiten waarin de gemeenschappelijke maatregelen en procedures voor de

tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke normen worden vastgesteld en gevoelige

beveiligingsinformatie is opgenomen, de inspectieverslagen van de Commissie en de

antwoorden van nationale autoriteiten moeten worden beschouwd als "gerubriceerde EU-

gegevens" in de zin van Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van

7

29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde . Deze gegevens mogen niet worden bekendgemaakt; ze mogen alleen ter beschikking worden gesteld van exploitanten en

entiteiten die er een gewettigd belang bij hebben.

7

PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1.

(16) De maatregelen en procedures ter uitvoering van deze verordening moeten worden aan genomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vast-

stelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uit-

8

voeringsbevoegdheden .

(17) Er dient te worden gestreefd naar "one stop security" voor alle vluchten binnen de Europese Unie. (am. 7 is aanvaardbaar, maar alleen indien het wordt vernummerd tot

een nieuwe overweging 17, aangezien de vroegere overweging 17 wordt geschrapt met

het oog op samenhang met het dispositief)

[...]

(17 bis) Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van veiligheidsmaatregelen in de

luchtvaart, met inbegrip van de maatregelen betreffende het vervoer van gevaarlijke

goederen.

(18) Er moeten sancties worden vastgesteld voor overtredingen van de bepalingen van deze verordening. Die sancties, die van civiel- of bestuursrechtelijke aard kunnen zijn, moeten

doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(18 bis) In voorkomend geval, en in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht, kunnen de

lidstaten samen met de gebruikers bijdragen in de kosten van specifieke maatregelen

ter bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden. De heffingen

en vergoedingen, die met het oog op de financiering van die kosten worden geheven,

moeten transparant zijn. De Commissie wordt verzocht een initiatief betreffende de

financiering van beveiligingsmaatregelen op Europese luchthavens te overwegen ten-

einde eventuele concurrentievervalsing op dit gebied aan te pakken. (door de Raad

voorgestelde tekst om recht te doen aan de amendementen 35, 43 en 44)

8

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(19) Op 2 december 1987 hebben het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk in Londen

overeenstemming bereikt over regelingen voor meer samenwerking inzake het gebruik van de

luchthaven van Gibraltar, in de vorm van een gezamenlijke verklaring van de ministers van

Buitenlandse Zaken van beide landen. Deze regelingen moeten nog van toepassing worden,

(am. 8 reeds aanvaard in AO)

(am. 9 betreffende de instelling van een "solidariteitsmechanisme" is niet aanvaardbaar,

aangezien het buiten het toepassingsgebied van de verordening valt)

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doelstellingen

  • 1. 
    In deze verordening worden gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid

van de burgerluchtvaart. (am. 10 aanvaardbaar)

In deze verordening wordt ook de basis gelegd voor een gemeenschappelijke interpretatie van

bijlage 17 van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op

7 december 1944 is gesloten.

  • 2. 
    De doelstellingen van lid 1 worden bereikt door middel van:
  • a) 
    het vaststellen van gemeenschappelijke regels en gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de luchtvaart;
  • b) 
    mechanismen voor toezicht op de naleving van deze regels en basisnormen.

Artikel 2

Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze verordening is van toepassing op:
  • a) 
    alle luchthavens of delen van luchthavens op het grondgebied van een lidstaat die niet uitsluitend voor militaire doeleinden worden gebruikt; (am. 11 reeds aanvaard in AO)
  • b) 
    alle exploitanten, inclusief luchtvaartmaatschappijen, die diensten verlenen op de onder a) bedoelde luchthavens;
  • c) 
    alle entiteiten die normen voor de beveiliging van de luchtvaart toepassen en die werk zaam zijn vanuit plaatsen die binnen of buiten luchthavens zijn gevestigd en goederen

en/of diensten leveren aan of via de onder a) bedoelde luchthavens.

  • 2. 
    De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechts opvattingen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk betreffende het geschil in-

zake de soevereiniteit over het grondgebied waarop de luchthaven gelegen is, onverlet.

(am. 12 reeds aanvaard in AO)

  • 3. 
    De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar wordt opgeschort tot de datum waarop de regelingen van de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buiten-

landse Zaken van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk van 2 december 1987

van toepassing worden. De regeringen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk

stellen de Raad van die datum in kennis.

Artikel 3

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

(1) "burgerluchtvaart": alle luchtvaartactiviteiten van burgerluchtvaartuigen, behalve activiteiten die worden uitgevoerd door de in artikel 3 van het Verdrag van Chicago inzake de inter-

nationale burgerluchtvaart uit 1944 vermelde staatsluchtvaartuigen;

(2) "beveiliging van de luchtvaart": de combinatie van maatregelen en menselijke en materiële hulpbronnen, bedoeld om de burgerluchtvaart te [...] beschermen tegen wederrechtelijke

daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart; (am. 13 aan-

vaardbaar)

(am. 14 betreffende de invoeging van een definitie van "luchthaven" is niet aanvaardbaar)

(3) "exploitant": een persoon, organisatie of onderneming die betrokken is of wil worden bij een luchtvervoersactiviteit;

(4) "luchtvaartmaatschappij": een luchtvervoersonderneming met een geldige exploitatie vergunning of een equivalent ervan; (am. 15 reeds aanvaard in AO)

(5) "communautaire luchtvaartmaatschappij": een luchtvaartmaatschappij met een door een 9

lidstaat overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2407/92 afgegeven geldige exploitatie vergunning;

(5 bis) "entiteit": een andere persoon, organisatie of onderneming dan de in punt 3 bedoelde exploitant;

(6) "verboden voorwerpen": wapens, explosieven of andere gevaarlijke apparaten, voor werpen of stoffen die kunnen worden gebruikt om een wederrechtelijke daad te stellen die

een gevaar vormt voor de veiligheid van de burgerluchtvaart; (am. 16 aanvaardbaar in

licht herziene vorm)

(7) "beveiligingsonderzoek": de toepassing van technische en andere middelen die tot doel hebben verboden voorwerpen te identificeren en/of te detecteren;

(8) "beveiligingscontrole ": de toepassing van middelen om het binnenbrengen van verboden voorwerpen te kunnen voorkomen;

(9) "toegangscontrole": de toepassing van middelen om de toegang van onbevoegde personen of verboden voertuigen, of beide, te kunnen voorkomen (am. 17 reeds aanvaard in AO);

(10) "luchtzijde": de zone van een luchthaven waar de vliegtuigbewegingen plaatsvinden, de aangrenzende terreinen en gebouwen of delen daarvan; de toegang tot deze zone is

beperkt;

(11) "landzijde": de zone van een luchthaven, de aangrenzende terreinen en de gebouwen of delen daarvan die niet tot de luchtzijde behoren;

9

PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1.

(12) "om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone": het gedeelte van de luchtzijde waartoe

niet alleen de toegang beperkt is, maar waar ook andere normen voor de beveiliging van de

luchtvaart van toepassing zijn;

(13) "afgebakende zone": een zone aan de luchtzijde die door middel van toegangscontroles

afgescheiden is van ofwel om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones ofwel, als de

afgebakende zone zelf een om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone is, van andere

om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van een luchthaven; (am. 18 is aan-

vaardbaar in gewijzigde vorm; de vroegere formulering blijft eveneens behouden)

(14) "achtergrondcontrole": een geregistreerde controle van de identiteit van een persoon, met

inbegrip van een eventueel strafblad, als deel van de beoordeling of die persoon in aan-

merking komt voor niet-begeleide toegang tot zones met een om beveiligingsredenen beperkte

toegang; (am. 19 met betrekking tot de schrapping van het laatste gedeelte en de toevoeging

van "gegevens van inlichtingendiensten" is niet aanvaardbaar)

(15) "transferpassagiers, -bagage, -vracht of -post": passagiers, bagage, vracht of post die

vertrekken/vertrekt met een ander luchtvaartuig dan dat van aankomst; (am. 20 reeds gedeel-

telijk aanvaard in AO, de rest "met hetzelfde luchtvaartuig, maar met een vlucht met een

ander vluchtnummer" is niet aanvaardbaar)

(16) "transitpassagiers, -bagage, -vracht of -post": passagiers, bagage, vracht of post die

vertrekken/vertrekt met hetzelfde luchtvaartuig als dat van aankomst; (am. 21 reeds gedeelte-

lijk aanvaard in AO, de rest "met hetzelfde vluchtnummer" is niet aanvaard)

(17) "passagier die de orde kan verstoren": een uitgewezen persoon, een persoon die om

immigratieredenen het land niet mag binnenkomen of een persoon in wettelijke hechtenis;

(am. 22 met betrekking tot een uitbreiding van de definitie is niet aanvaardbaar, omdat

"weerspannige passagiers" een andere categorie vormen)

(18) "cabinebagage": bagage die bestemd is om in de cabine van een luchtvaartuig te worden

vervoerd;

(19) "ruimbagage": bagage die bestemd is om in het ruim van een luchtvaartuig te worden

vervoerd;

(20) "begeleide ruimbagage": bagage die wordt vervoerd in het ruim van een luchtvaartuig en die voor een vlucht is ingecheckt door een passagier die met diezelfde vlucht reist;

(21) "bedrijfspost van een luchtvaartmaatschappij": post die als afzender en als geadresseerde een luchtvaartmaatschappij heeft;

(22) "bedrijfsmaterieel van een luchtvaartmaatschappij": materieel dat als origine en als bestemming een luchtvaartmaatschappij heeft of dat door een luchtvaartmaatschappij

wordt gebruikt;

(22 bis) "post": zendingen van correspondentie en andere voorwerpen die aangeboden worden

door en bedoeld zijn voor levering aan postdiensten overeenkomstig de regels van de

Wereldpostunie (UPU); (am. 23+25 aanvaard in licht gewijzigde vorm, zoals overeen-

gekomen in AO)

(23) "vracht": goederen, met uitzondering van bagage, post, bedrijfspost van een luchtvaart maatschappij, bedrijfsmaterieel van een luchtvaartmaatschappij en vluchtbenodigdheden,

die bestemd zijn voor vervoer in een luchtvaartuig; (am. 24 reeds aanvaard in AO)

(24) "erkend agent": een luchtvaartmaatschappij, agent, expediteur of andere entiteit die overeenkomstig deze verordening zorg draagt voor de beveiligingscontroles met

betrekking tot vracht of post; (am. 26 reeds aanvaard in AO)

(25) "bekende afzender": een afzender die voor eigen rekening vracht of post voor vervoer aanbiedt en wiens procedures in voldoende mate aan de gemeenschappelijke beveiligings-

regels en -normen beantwoorden om deze vracht of post met om het even welk lucht-

vaartuig te vervoeren; (am. 27 reeds aanvaard in AO, maar in een enigszins andere

formulering)

(26) "accountafzender": een afzender die voor eigen rekening vracht of post voor vervoer aan biedt en wiens procedures in voldoende mate aan de gemeenschappelijke beveiligings-

regels en -normen beantwoorden om deze vracht met om het even welk vrachtvliegtuig of

post met om het even welk postvliegtuig te vervoeren; (am. 28 reeds aanvaard in AO,

maar in een enigszins andere formulering)

(27) "beveiligingscontrole van een luchtvaartuig": een inspectie van die delen van de binnenkant

van een vliegtuig waartoe passagiers zich toegang kunnen hebben verschaft en een inspectie

van het ruim om verboden voorwerpen en wederrechtelijke daden die een gevaar vormen

voor de veiligheid van het luchtvaartuig op te sporen; (am. 29 reeds gedeeltelijk aanvaard in

AO en gedeeltelijk aanvaard in deze nieuwe tekst)

(28) "beveiligingsdoorzoeking van een luchtvaartuig": een inspectie van de binnenkant en de toe-

gankelijke delen van de buitenkant van het luchtvaartuig om verboden voorwerpen en weder-

rechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van het luchtvaartuig op te

sporen; (am. 30 reeds gedeeltelijk aanvaard in AO en gedeeltelijk aanvaard in deze nieuwe

tekst)

(29) "meereizend beveiligingsagent": persoon die door een staat is aangesteld en die meereist aan

boord van luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die een vergunning van die staat

hebben gekregen teneinde die luchtvaartuigen en de inzittenden ervan te beschermen tegen

wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de vlucht. (am. 31

aanvaard in AO)

(am. 32 met betrekking tot "voortdurende willekeurige controle"is niet aanvaard, aan-

gezien deze term niet voorkomt in de verordening)

Artikel 4

Gemeenschappelijke basisnormen

  • 1. 
    De gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart,

zijn vastgesteld in de bijlage. (am. 33 reeds gedeeltelijk aanvaard in AO, gedeeltelijk in deze

nieuwe tekst)

  • 2. 
    Volgens de procedure van artikel 16, lid 2, worden gedetailleerde maatregelen vastgesteld voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen. (am. 34 reeds

aanvaard in AO)

(am. 35 betreffende "financiering" wordt behandeld in de nieuwe overweging 18 bis)

Deze maatregelen hebben met name betrekking op:

  • a) 
    methodes voor het uitvoeren van beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles en andere beveiligingscontroles;
  • b) 
    methodes om beveiligingscontroles en beveiligingsdoorzoekingen van luchtvaartuigen uit te voeren;
  • c) 
    verboden voorwerpen;
  • d) 
    prestatiecriteria en acceptatietests voor apparatuur; e) rekrutering van personeel en opleidingseisen;
  • f) 
    de definiëring van kritieke delen van om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones;
  • g) 
    de verplichtingen van en de valideringsprocedures voor erkende agenten, bekende afzenders en accountafzenders;
  • h) 
    categorieën van personen, goederen en luchtvaartuigen die om objectieve redenen speciale beveiligingsprocedures moeten doorlopen of worden vrijgesteld van

beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingscontroles.

(am. 36 betreffende "achtergrondcontroles" is niet aanvaardbaar)

  • 3. 
    De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 16, lid 2, criteria vast om de lidstaten toe te staan af te wijken van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen en op basis

van een plaatselijke risicobeoordeling beveiligingsmaatregelen vast te stellen die een passend

beschermingsniveau bieden. Deze alternatieve maatregelen worden gemotiveerd met redenen

die te maken hebben met de grootte van het luchtvaartuig, of met redenen die te maken

hebben met de aard, de schaal of de frequentie van de luchtvaart- of andere relevante activi-

teiten. (am. 37 reeds aanvaard in AO)

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van deze maatregelen.

(am. 38 betreffende "risico- en effectbeoordelingen" is niet aanvaardbaar, aangezien

individuele maatregelen niet aan risico- en effectbeoordelingen dienen te worden onder-

worpen. De Adviesgroep van belanghebbenden kan daarvoor een geschikt forum zijn)

  • 4. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen op hun grondgebied worden toegepast. Wanneer een lidstaat reden heeft om aan te nemen dat door

een inbreuk op de beveiliging afbreuk is gedaan aan het beveiligingsniveau, zorgt hij ervoor

dat er onmiddellijk passende maatregelen worden genomen om die inbreuk ongedaan te

maken en te waarborgen dat de burgerluchtvaart beveiligd blijft. (am. 40 in vergelijkbare

termen reeds aanvaard in AO)

(am. 39, waarbij een nieuw lid 5 wordt ingevoegd betreffende "vermelding van kosten in verband met de beveiliging in de prijs van het ticket" is niet aanvaardbaar)

Artikel 5

Strengere maatregelen van lidstaten

De lidstaten mogen maatregelen toepassen die strenger zijn dan de in artikel 4 bedoelde gemeen-

schappelijke basisnormen. Zij gaan daarbij te werk op basis van een risicobeoordeling en overeen-

komstig de communautaire regelgeving. Strengere maatregelen moeten relevant, objectief en niet-

discriminerend zijn en in verhouding staan tot het bestreden risico.

De lidstaten stellen de Commissie zo spoedig mogelijk na de toepassing van die maatregelen daar-

van in kennis. Na ontvangst van een dergelijke kennisgeving geeft de Commissie deze informatie

door aan de andere lidstaten. (am. 41 betreffende "overleg met het comité" - dat betrekking lijkt te

hebben op artikel 5 en niet op artikel 4 - is niet aanvaardbaar; am. 42 betreffende de "mede-

deling aan het comité" is niet aanvaardbaar)

De lidstaten behoeven de Commissie niet in kennis te stellen van maatregelen die beperkt blijven

tot een welbepaalde vlucht op een specifieke datum.

(am. 43 betreffende "kosten die met strengere maatregelen gepaard gaan" wordt behandeld in de

nieuwe overweging 18 bis)

(am. 44 betreffende de invoeging van een nieuw artikel 5 bis betreffende "Oormerking van

veiligheidsheffingen en -vergoedingen" wordt behandeld in de nieuwe overweging 18 bis)

Artikel 6

Door derde landen vereiste beveiligingsmaatregelen

  • 1. 
    Onverminderd de bilaterale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap partij is, stelt een lid staat de Commissie in kennis van door derde landen vereiste maatregelen voorzover deze

afwijken van de in artikel 4 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen voor vluchten vanuit

een luchthaven van een lidstaat naar of over dat derde land.

  • 2. 
    Op verzoek van de betrokken lidstaat of op eigen initiatief onderzoekt de Commissie de toe passing van de overeenkomstig lid 1 meegedeelde maatregelen en kan zij volgens de proce-

dure van artikel 16, lid 2, een passend antwoord aan het betrokken derde land opstellen.

(am. 45 reeds gedeeltelijk aanvaard in AO, zonder overleg met derde land)

  • 3. 
    De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer:
  • a) 
    de betrokken lidstaat de desbetreffende maatregelen overeenkomstig artikel 5 toepast; of
  • b) 
    de vereiste van het derde land beperkt blijft tot een welbepaalde vlucht op een speci fieke datum.

Artikel 7

Bevoegde autoriteit

Als in een en dezelfde lidstaat twee of meer organen betrokken zijn bij de beveiliging van de lucht-

vaart, duidt die lidstaat één autoriteit aan (hierna "de bevoegde autoriteit" genoemd) die verant-

woordelijk is voor de coördinatie van en het toezicht op de toepassing van de in artikel 4 bedoelde

gemeenschappelijke basisnormen. (am. 46 reeds aanvaard in AO)

Artikel 8

[Geschrapt]

Artikel 9

Nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart

  • 1. 
    Elke lidstaat moet een nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart opstellen, toepassen en instandhouden.

In dat programma worden de verantwoordelijkheden voor de toepassing van de in artikel 4

bedoelde gemeenschappelijke basisnormen vastgesteld en worden de daartoe door de exploi-

tanten en entiteiten te nemen maatregelen beschreven. (am. 47 reeds aanvaard in AO)

  • 2. 
    De bevoegde autoriteit stelt de exploitanten en entiteiten die er naar haar mening een gewettigd belang bij hebben, op een "need-to-know"-basis schriftelijk in kennis van de

passende delen van het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart

(am. 48 reeds aanvaard in AO)

Artikel 9 bis

Nationaal kwaliteitscontroleprogramma

  • 1. 
    Elke lidstaat moet een nationaal kwaliteitscontroleprogramma opstellen, toepassen en instand houden.

Dat programma stelt de lidstaten in staat de kwaliteit van de beveiliging van de burgerlucht-

vaart te controleren en na te gaan of aan deze verordening en aan het nationaal programma

voor beveiliging van de burgerluchtvaart is voldaan.

  • 2. 
    De specificaties van het nationaal kwaliteitscontroleprogramma worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16, lid 2.

Het programma maakt het mogelijk tekortkomingen snel op te sporen en te corrigeren. Het programma bepaalt ook dat alle luchthavens, exploitanten en entiteiten die verantwoordelijk

zijn voor de toepassing van beveiligingsnormen en die op het grondgebied van de betrokken

lidstaat zijn gevestigd, geregeld rechtstreeks door of onder toezicht van de bevoegde autoriteit

worden gecontroleerd. (am. 49 reeds aanvaard in AO)

Artikel 10

Programma voor beveiliging van de luchthaven

  • 1. 
    Elke luchthavenexploitant moet een programma voor beveiliging van de luchthaven opstellen, toepassen en instandhouden.

In dat programma wordt beschreven welke methodes en procedures de luchthavenexploitant

dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor

beveiliging van de burgerluchtvaart dat is opgesteld door de lidstaat waarin de luchthaven is

gevestigd.

Het programma omvat bepalingen inzake interne kwaliteitscontrole waarin wordt beschreven

hoe de luchthavenexploitant toezicht houdt op de naleving van deze methodes en procedures.

  • 2. 
    Het programma voor luchthavenbeveiliging wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit, die indien nodig verdere maatregelen kan nemen.

Artikel 11

Programma voor beveiliging van de luchtvaartmaatschappij

  • 1. 
    Elke luchtvaartmaatschappij moet een programma voor beveiliging van de luchtvaartmaat schappij opstellen, toepassen en instandhouden. (am. 50 is niet aanvaardbaar, aangezien de

verantwoordelijkheid ten onrechte van de luchtvaartmaatschappijen naar de lidstaten wordt

verlegd)

In dat programma wordt beschreven welke methodes en procedures de luchtvaartmaatschappij

dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor

beveiliging van de burgerluchtvaart dat is opgesteld door de lidstaat van waaruit hij diensten

verleent.

Het programma omvat bepalingen inzake interne kwaliteitscontrole waarin wordt beschreven

hoe de luchtvaartmaatschappij toezicht houdt op de naleving van deze methodes en

procedures.

  • 2. 
    Op verzoek wordt het programma voor beveiliging van de luchtvaartmaatschappij ingediend bij de bevoegde autoriteit, die indien nodig verdere maatregelen kan nemen.
  • 3. 
    Wanneer een programma voor beveiliging van een communautaire luchtvaartmaatschappij is gevalideerd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de exploitatievergunning verleent,

wordt de luchtvaartmaatschappij door alle andere lidstaten erkend als een maatschappij die

voldoet aan de eisen van lid 1. Dit doet geen afbreuk aan het recht van een lidstaat om van een

luchtvaartmaatschappij nadere bijzonderheden te verlangen inzake de uitvoering door die

maatschappij van:

  • a) 
    de beveiligingsmaatregelen die deze lidstaat uit hoofde van artikel 5 voorschrijft;

en/of

  • b) 
    plaatselijke procedures die van toepassing zijn op de luchthavens waarop zij vliegt.

(am. 51 reeds in beginsel aanvaard in AO; de formulering van de AO wordt gehandhaafd)

Artikel 12

Programma voor beveiliging van de entiteit

(am. 52, dat de invoering van "erkend agent" vereist, is niet aanvaardbaar)

  • 1. 
    Alle entiteiten die volgens het in artikel 9 bedoelde nationale programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart normen voor de beveiliging van de luchtvaart moeten toepassen,

moeten een beveiligingsprogramma opstellen, toepassen en instandhouden. (am. 53 reeds

aanvaard in AO)

In dat programma wordt beschreven welke methodes en procedures de entiteit dient te volgen

om te voldoen aan het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart van de

lidstaat wat betreft zijn activiteiten in die lidstaat. (am. 54 niet aanvaardbaar)

Het programma omvat bepalingen inzake interne kwaliteitscontrole waarin wordt beschreven

hoe de entiteit zelf toezicht dient te houden op de naleving van deze methodes en procedures.

  • 2. 
    Op verzoek wordt het programma voor beveiliging van de entiteit die normen inzake beveiliging van de luchtvaart toepast, ingediend bij de bevoegde autoriteit, die indien nodig

verdere maatregelen kan nemen. (am. 55 reeds aanvaard in AO)

Artikel 13

[thans artikel 9 bis]

(am. 56 reeds aanvaard in AO)

Artikel 14

Inspecties door de Commissie

  • 1. 
    In samenwerking met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat voert de Commissie inspecties uit, inclusief inspecties van luchthavens, exploitanten en entiteiten die normen voor

de beveiliging van de luchtvaart toepassen, teneinde toezicht te houden op de toepassing van

deze verordening door de lidstaten en indien nodig aanbevelingen te doen om de beveiliging

van de luchtvaart te verbeteren. Hiertoe stelt de bevoegde autoriteit de Commissie schriftelijk

in kennis van alle burgerluchthavens op haar grondgebied, behalve de luchthavens die onder

artikel 4, lid 3, vallen.

De procedures voor de uitvoering van inspecties door de Commissie worden vastgesteld

volgens de procedure van artikel 16, lid 2.

(am. 57 reeds gedeeltelijk aanvaard in AO; de gedeelten met betrekking tot het EASA

worden niet aanvaard, aangezien het EASA niet bevoegd is voor beveiliging)

  • 2. 
    De inspecties door de Commissie van luchthavens, exploitanten en entiteiten die normen voor de beveiliging van de luchtvaart toepassen, vinden onaangekondigd plaats. De Commissie

licht de bij een inspectie betrokken lidstaten daar tijdig van tevoren over in.

  • 3. 
    Elk inspectieverslag van de Commissie wordt aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat meegedeeld; in haar antwoord moet deze autoriteit aangeven welke maatregelen

worden genomen om eventuele vastgestelde tekortkomingen te corrigeren.

Het verslag van de Commissie en het antwoord van de bevoegde autoriteit worden vervolgens

ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat. (am. 58 reeds aan-

vaard in AO)

(am. 59, volgens hetwelk alle luchthavens ten minste eenmaal om de vier jaar moeten

worden geïnspecteerd, is onrealistisch, niet aanvaardbaar)

Artikel 15

Verspreiding van informatie

Met het oog op Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom worden de volgende documenten beschouwd

als "gerubriceerde EU-gegevens", die niet openbaar mogen worden gemaakt:

  • a) 
    de in artikel 4, lid 2, artikel 5, eerste alinea, en artikel 6, lid 1, vermelde maatregelen en procedures, als deze gevoelige beveiligingsinformatie bevatten;
  • b) 
    inspectieverslagen van de Commissie en antwoorden van de bevoegde autoriteiten, als bedoeld in artikel 14, lid 3.

Artikel 15 bis

Verslag

De Commissie doet het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten jaarlijks een verslag toe-

komen over de toepassing van deze verordening en de daarmee bereikte resultaten bij verbetering

van de beveiliging van de luchtvaart. (am. 60 aanvaardbaar in gewijzigde vorm)

(am. 62 over "de opstelling van besluiten door de Commissie" is niet aanvaardbaar)

Artikel 16

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité (hierna "het Comité" genoemd).
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op een

maand.

  • 3. 
    Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 16 bis

Adviesgroep van belanghebbenden

Onverminderd de rol van het in artikel 16 bedoelde Comité moet de Commissie een Adviesgroep

van belanghebbenden inzake luchtvaartbeveiliging oprichten, bestaande uit Europese represen-

tatieve organisaties die betrokken zijn bij of rechtstreeks gevolgen ondervinden van de beveiliging

van de luchtvaart. De rol van deze groep is uitsluitend beperkt tot het adviseren van de

Commissie. Het in artikel 16 bedoelde Comité houdt de Adviesgroep van belanghebbenden inzake

luchtvaartbeveiliging tijdens het gehele regelgevingsproces op de hoogte. (am. 61 eventueel aan-

vaardbaar in het kader van een algemeen compromispakket)

Artikel 17

[Geschrapt]

(am. 63, waarbij artikel 17 wordt gewijzigd, is niet aanvaard)

Artikel 18

Sancties

De lidstaten stellen regels vast betreffende de sancties die gelden voor overtredingen van deze

verordening en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat ze worden toegepast. De

sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Artikel 19

Intrekking

Verordening (EG) nr. 2320/2002 wordt ingetrokken.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op ..... (*).

Ze is van toepassing vanaf ... (**), behalve artikel 4, lid 2, artikel 9 bis, lid 2, artikel 14, lid 1, en

artikel 16, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter

(*) De twintigste dag volgende op die van de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(**) Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de verordening (am. 64, waarin één jaar

wordt voorgesteld, is niet aanvaardbaar)

Bijlage bij de BIJLAGE

GEMEENSCHAPPELIJKE BASISNORMEN VOOR DE BEVEILIGING VAN DE BURGER-

LUCHTVAART TEGEN WEDERRECHTELIJKE DADEN (ARTIKEL 4)

  • 1. 
    VEILIGHEID VAN LUCHTHAVENS

1.1 Eisen in verband met het ontwerp van de luchthaven

  • 1. 
    Bij het ontwerp en de bouw van nieuwe luchthaveninstallaties of de verbouwing van bestaande luchthaveninstallaties moet ten volle rekening worden gehouden met de eisen voor

de toepassing van de in deze bijlage en in de uitvoeringsbesluiten vermelde gemeenschappe-

lijke basisnormen.

  • 2. 
    Luchthavens worden ingedeeld in de volgende zones:
  • a) 
    landzijde;
  • b) 
    luchtzijde;
  • c) 
    om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones; en
  • d) 
    kritieke delen van om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones.

1.2 Toegangscontrole

  • 1. 
    De toegang tot de luchtzijde wordt beperkt om onbevoegde personen en verboden voertuigen te beletten deze zones binnen te komen. (am. 65 reeds aanvaard in AO)
  • 2. 
    De toegang tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones wordt gecontroleerd om te waarborgen dat geen onbevoegde personen en verboden voertuigen deze zones binnen-

komen.

  • 3. 
    Personen en voertuigen krijgen alleen toegang tot de luchtzijde en tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones als ze aan de vereiste veiligheidsvoorwaarden beantwoorden.
  • 4. 
    Personen, met inbegrip van bemanningsleden, moeten met succes een achtergrondcontrole hebben doorlopen alvorens ze een bemanningsidentificatiekaart of een luchthaven-

identificatiekaart krijgen die niet-begeleide toegang verleent tot zones met een om

beveiligingsredenen beperkte toegang. [Een bevoegde autoriteit kan besluiten in een andere

lidstaat afgegeven identificatiekaarten te erkennen.] (am. 66 aanvaardbaar in gewijzigde

vorm; am. 67 reeds aanvaard in AO, zij het in gewijzigde vorm)

1.3 Beveiligingsonderzoeken van personen die geen passagier zijn en van de voorwerpen die

zij bij zich dragen

  • 1. 
    Personen die geen passagier zijn en de voorwerpen die zij bij zich dragen, worden door middel van voortdurende steekproeven onderzocht bij het binnenkomen van om beveiligings-

redenen beperkt toegankelijke zones teneinde te voorkomen dat verboden voorwerpen in deze

zones worden binnengebracht.

  • 2. 
    Alle personen die geen passagier zijn en de voorwerpen die zij bij zich dragen, worden onder zocht bij het binnenkomen van kritieke delen van om beveiligingsredenen beperkt toeganke-

lijke zones teneinde te voorkomen dat verboden voorwerpen in deze kritieke delen worden

binnengebracht.

1.4 Onderzoek van voertuigen

Voertuigen die een om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone binnenkomen, worden

onderzocht teneinde te voorkomen dat verboden voorwerpen in deze zones worden binnengebracht.

1.5 Bewaking, patrouilles en andere fysieke controles

In luchthavens en, indien nodig, in aangrenzende gebieden die openbaar toegankelijk zijn, vinden

bewaking, patrouilles en andere fysieke controles plaats om verdachte gedragingen en zwakke

punten die kunnen worden misbruikt om wederrechtelijke daden te stellen, op te sporen, en om

personen te beletten dergelijke daden te stellen.

  • 2. 
    AFGEBAKENDE ZONES VAN LUCHTHAVENS

Luchtvaartuigen die geparkeerd zijn in afgebakende zones van luchthavens waarop de in artikel 4,

lid 3, bedoelde alternatieve maatregelen van toepassing zijn, worden gescheiden van lucht-

vaartuigen waarop de in de bijlage vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen volledig van toe-

passing zijn om ervoor te zorgen dat de veiligheidsnormen die worden toegepast op de laatst-

genoemde luchtvaartuigen en op hun passagiers, bagage, vracht en post niet in het gedrang komen.

(am. 68 reeds aanvaard in AO)

  • 3. 
    BEVEILIGING VAN LUCHTVAARTUIGEN
  • 1. 
    Voor het vertrek wordt een luchtvaartuig onderworpen aan een beveiligingscontrole of een beveiligingsdoorzoeking van vliegtuigen om te garanderen dat zich geen verboden voor-

werpen aan boord bevinden. Een luchtvaartuig in transit mag aan alternatieve maatregelen

worden onderworpen.

(am. 69 waarbij bepaalde vluchten vanuit de EU kunnen worden vrijgesteld, is niet aanvaardbaar - kan worden behandeld in de uitvoeringswetgeving)

(am. 70 is niet aanvaardbaar; deze kwestie is reeds behandeld in punt 4.1.3, onder b), van de bijlage - en kan ook worden behandeld in de uitvoeringswetgeving)

  • 2. 
    Elk luchtvaartuig wordt beschermd tegen manipulatie door onbevoegden.

(am. 71 is niet aanvaardbaar omdat dit beter kan worden behandeld in de uitvoerings wetgeving)

  • 4. 
    PASSAGIERS EN CABINEBAGAGE

4.1 Beveiligingsonderzoek van passagiers en cabinebagage

  • 1. 
    Alle passagiers die voor een eerste vlucht vertrekken, alsmede de transfer- en transitpassagiers en hun cabinebagage worden aan een beveiligingsonderzoek onderworpen om te voorkomen

dat verboden voorwerpen in om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones of aan boord

van luchtvaartuigen worden gebracht.

  • 2. 
    Transferpassagiers en hun cabinebagage kunnen worden vrijgesteld van deze beveiligingsonderzoeken als:
  • a) 
    ze aankomen uit een lidstaat, tenzij de Commissie of die lidstaat informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat die passagiers en hun cabinebagage niet kunnen worden

beschouwd als onderzocht volgens de gemeenschappelijke basisnormen; of

  • b) 
    ze aankomen uit een derde land waar beveiligingsnormen worden toegepast die volgens de procedure van artikel 16, lid 2, zijn erkend als gelijkwaardig aan de communautaire

normen.

  • 3. 
    Transitpassagiers en hun cabinebagage kunnen worden vrijgesteld van deze beveiligings onderzoeken als:
  • a) 
    ze aan boord van het luchtvaartuig blijven; of
  • b) 
    ze zich niet mengen met onderzochte vertrekkende passagiers, met uitzondering van passagiers die hetzelfde luchtvaartuig nemen; of
  • c) 
    ze aankomen uit een lidstaat, tenzij de Commissie of die lidstaat informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat die passagiers en hun cabinebagage niet kunnen worden

beschouwd als onderzocht volgens de gemeenschappelijke basisnormen; of

  • d) 
    ze aankomen uit een derde land waar beveiligingsnormen worden toegepast die volgens de procedure van artikel 16, lid 2, zijn erkend als gelijkwaardig aan de communautaire

normen.

4.2 Bescherming van passagiers en cabinebagage

  • 1. 
    Passagiers en hun cabinebagage worden beschermd tegen manipulatie door onbevoegden vanaf het ogenblik waarop ze zijn onderzocht tot het vertrek van het luchtvaartuig waarmee ze

worden vervoerd.

  • 2. 
    Onderzochte vertrekkende passagiers mogen zich niet met aankomende passagiers mengen, behalve wanneer:
  • a) 
    de passagiers aankomen uit een lidstaat, tenzij de Commissie of die lidstaat informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat die passagiers en hun cabinebagage niet kunnen

worden beschouwd als onderzocht volgens de gemeenschappelijke basisnormen; of

  • b) 
    de passagiers aankomen uit een derde land waar beveiligingsnormen worden toegepast die volgens de procedure van artikel 16, lid 2, zijn erkend als gelijkwaardig aan de

communautaire normen.

4.3 Passagiers die de orde kunnen verstoren

Passagiers die de orde kunnen verstoren worden vóór vertrek aan passende beveiligingsmaatregelen

onderworpen.

  • 5. 
    RUIMBAGAGE

5.1 Beveiligingsonderzoek van ruimbagage

  • 1. 
    Alle ruimbagage wordt onderzocht alvorens ze in het luchtvaartuig wordt geladen, om te voorkomen dat verboden voorwerpen in om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones

of aan boord van luchtvaartuigen worden gebracht.

  • 2. 
    Ruimbagage van transferpassagiers kan worden vrijgesteld van deze beveiligingsonderzoeken als:
  • a) 
    ze aankomt uit een lidstaat, tenzij de Commissie of die lidstaat informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat die ruimbagage niet kan worden beschouwd als onderzocht volgens de

gemeenschappelijke basisnormen; of

  • b) 
    ze aankomt uit een derde land waar beveiligingsnormen worden toegepast die volgens de procedure van artikel 16, lid 2, zijn erkend als gelijkwaardig aan de communautaire

normen.

  • 3. 
    Ruimbagage van transitpassagiers kan worden vrijgesteld van deze beveiligingsonderzoeken als ze aan boord van het luchtvaartuig blijft.

5.2 Bescherming van ruimbagage

Ruimbagage die bestemd is om in een luchtvaartuig te worden vervoerd, wordt beschermd tegen

manipulatie door onbevoegden vanaf het ogenblik waarop ze wordt onderzocht of het ogenblik

waarop de luchtvaartmaatschappij de ruimbagage onder zich neemt, indien dit vroeger is, tot het

vertrek van het luchtvaartuig waarin de ruimbagage zal worden vervoerd.

5.3 Controle op ruimbagage in relatie tot de passagiers

  • 1. 
    Elk stuk ruimbagage wordt geïdentificeerd als begeleid of onbegeleid.
  • 2. 
    Onbegeleide ruimbagage wordt niet vervoerd, tenzij die bagage van de passagier gescheiden is door factoren waarover de passagier geen controle heeft of de bagage aan [...] passende

beveiligingscontroles is onderworpen. (am. 72 aanvaardbaar in gewijzigde vorm; "aan-

vullende" is vervangen door "passende".

  • 6. 
    VRACHT EN POST (am. 73 aanvaard)

6.1 Beveiligingscontroles voor vracht en post

  • 1. 
    Alle vracht en post wordt aan beveiligingscontroles onderworpen alvorens in het luchtvaartuig te worden geladen. Een luchtvaartmaatschappij aanvaardt geen vracht of post voor vervoer in

een luchtvaartuig tenzij zij zelf beveiligingscontroles heeft uitgevoerd of de uitvoering ervan

bevestigd en verantwoord is door een erkend agent, een bekende afzender of een account-

afzender. (am. 74 waarbij "een andere luchtvaartmaatschappij" wordt ingevoegd, is niet

aanvaardbaar)

  • 2. 
    Transfervracht en transferpost mogen worden onderworpen aan in een uitvoeringsbesluit

gespecificeerde alternatieve beveiligingscontroles. (am. 75 is niet aanvaardbaar, aangezien het te gedetailleerd reguleert - moet aan de uitvoeringswetgeving worden overgelaten)

  • 3. 
    Transitvracht en transitpost kunnen worden vrijgesteld van beveiligingscontroles als ze aan boord van het luchtvaartuig blijven.

(am. 76 betreffende "post" is niet aanvaardbaar, aangezien dit reeds wordt bestreken door

de wijziging van de titel "vracht en post". Opgemerkt zij ook dat de Commissie op het

ogenblik dat de AO is bereikt, een verklaring over "post" heeft afgelegd waarin deze

kwestie eveneens aan de orde komt)

6.2 Bescherming van vracht en post

  • 1. 
    Vracht en post die bestemd zijn om in een luchtvaartuig te worden vervoerd, worden beschermd tegen manipulatie door onbevoegden vanaf het ogenblik waarop de beveiligings-

controles zijn uitgevoerd tot het vertrek van het luchtvaartuig waarmee de vracht of de post

zal worden vervoerd.

  • 2. 
    Vracht en post die, nadat de beveiligingscontroles zijn uitgevoerd, niet afdoende beschermd zijn tegen manipulatie door onbevoegden, worden onderzocht.
  • 7. 
    BEDRIJFSPOST VAN EEN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ EN BEDRIJFSMATERIEEL VAN EEN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ

Om te voorkomen dat verboden voorwerpen aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht,

worden bedrijfspost en bedrijfsmaterieel van een luchtvaartmaatschappij aan beveiligingscontroles

onderworpen en vervolgens beschermd tot ze in het luchtvaartuig worden geladen.

  • 8. 
    VLUCHTBENODIGDHEDEN

Om te voorkomen dat verboden voorwerpen aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht,

worden vluchtbenodigdheden, inclusief cateringmateriaal, die bestemd zijn voor vervoer of gebruik

in een luchtvaartuig, aan beveiligingscontroles onderworpen en vervolgens beschermd tot ze in het

luchtvaartuig worden geladen.

  • 9. 
    LUCHTHAVENBENODIGDHEDEN

Benodigdheden die in om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van luchthavens worden

verkocht of gebruikt, inclusief leveringen voor belastingvrije winkels en restaurants, worden aan

beveiligingscontroles onderworpen om te voorkomen dat verboden voorwerpen in deze zones

worden binnengebracht.

  • 10. 
    BEVEILIGINGSMAATREGELEN TIJDENS DE VLUCHT
  • 1. 
    Onverminderd de toepasselijke veiligheidsmaatregelen in de luchtvaart:
  • a) 
    krijgen onbevoegde personen tijdens een vlucht geen toegang tot de bemanningscabine;
  • b) 
    worden passagiers die de orde kunnen verstoren tijdens een vlucht aan passende beveiligingsmaatregelen onderworpen. (am. 77 en 78, waarin kleine redactionele

wijzigingen worden voorgesteld, zijn aanvaardbaar)

  • 2. 
    Er worden passende beveiligingsmaatregelen genomen, zoals opleiding van het cockpit personeel en het cabinepersoneel, om wederrechtelijke daden gedurende de vlucht te voor-

komen.

  • 4. 
    In de cabine of de cockpit van een luchtvaartuig mogen geen wapens worden gedragen, tenzij de betrokken staten hiervoor overeenkomstig hun respectieve nationale recht toestemming

hebben verleend. (am. 79 is aanvaard, behoudens reeds in de AO aanvaarde

herformulering)

  • 5. 
    Punt 4 is ook van toepassing op meereizende beveiligingsagenten indien zij wapens dragen.

(am. 80, betreffende de schrapping van punt 6, is niet aanvaardbaar)

(am. 81 over "de afbakening van verantwoordelijkheden" is niet aanvaardbaar)

  • 11. 
    RECRUTERING EN OPLEIDING VAN PERSONEEL
  • 1. 
    Personen die beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingscontroles uitvoeren of verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan, worden gerekruteerd, opgeleid

en, in voorkomend geval, gecertificeerd teneinde te garanderen dat ze geschikt zijn voor deze

werkzaamheden en bevoegd zijn om de hen toegewezen taken uit te voeren. (am. 82 reeds

aanvaard in AO)

  • 2. 
    Andere personen dan passagiers die toegang moeten hebben tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones, moeten een beveiligingsopleiding volgen alvorens ze een lucht-

havenidentificatiekaart of een bemanningsidentificatiekaart krijgen. (am. 83 niet aanvaard-

baar)

  • 3. 
    De in de punten 1 en 2 vermelde opleiding moet een basisopleiding en geregelde herhalings opleidingen omvatten.
  • 4. 
    De instructeurs die de in de punten 1 en 2 vermelde opleiding verstrekken, moeten over de nodige kwalificaties beschikken.
  • 12. 
    BEVEILIGINGSUITRUSTING

De uitrusting die gebruikt wordt voor beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles en andere

beveiligingscontroles moet [...] voldoen aan de bepaalde specificatie en geschikt zijn om de

beveiligingscontroles uit te voeren. (am. 84 is aanvaardbaar, behoudens vervanging van "goed-

gekeurde" door "bepaalde")

(am. 85 betreffende "achtergrondcontroles" is niet aanvaardbaar)

__________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie