I. INLEIDING
De rapporteur, de heer COSTA (ALDE-IT), heeft namens de Commissie vervoer en toerisme een
verslag met 81 amendementen op het verordeningsvoorstel ingediend. Andere Parlementsleden
hebben tijdens de plenaire vergadering nog eens 6 amendementen ingediend.
II. DEBAT
Commissielid BARROT, die de Commissie vertegenwoordigde, opende het debat en verklaarde dat
het Commissievoorstel ten doel heeft de burgers te beschermen tegen terroristische dreigingen. De
bestaande wetgeving is aangenomen als een noodmaatregel na de gebeurtenissen van
11 september 2001 en moet worden verbeterd om de doeltreffendheid ervan te vergroten. Volgens
het Commissielid is deze harmonisatie van regels op het gebied van de beveiliging van de burger-
luchtvaart nodig en volledig in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Met de geplande
comitologieregeling kan snel worden ingespeeld op nieuwe omstandigheden.
Aangezien het initiatief van de Commissie grotendeels wordt onderschreven in het ontwerp-verslag,
sprak het Commissielid de hoop uit dat spoedig een akkoord kan worden bereikt.
De heer COSTA (ALDE-IT) bevestigde dat het Commissievoorstel belangrijk is en dat een enkele
beveiligingsregeling voor zowel luchthavens als luchtvaartmaatschappijen moet worden ingesteld,
teneinde alle burgers te beschermen. Hoewel het Commissievoorstel in het algemeen goed is, moet
het toch op een aantal punten worden verbeterd.
Ten eerste is er de financieringsbron voor beveiligingssystemen. Deze kwestie wacht sinds 2002 op
een oplossing. Het bestaande financieringssysteem is niet correct. Met amendement 35 wordt
gestreefd naar een evenwichtige spreiding van de economische last over beide financierings-
bronnen, namelijk enerzijds de middelen van de overheid voor de financiering van algemene
beveiligingsmaatregelen tegen terreuraanslagen en anderzijds de bij de gebruikers in rekening
gebrachte particuliere bijdrage wanneer aanvullende maatregelen nodig zijn. In dit amendement
wordt de Commissie verzocht technische oplossingen voor deze problematiek voor te stellen. De
financiering moet transparant zijn zodat de burger kan zien welke bijdrage aan beveiliging wordt
besteed en hoe deze bijdrage wordt gebruikt.
De rapporteur voegde eraan toe te beseffen dat dit een zeer gevoelige kwestie is voor de Raad, maar
dat het waarborgen van de veiligheid een prioriteit moet zijn.
Tot slot wordt met betrekking tot de veiligheid aan boord in het verslag voorgesteld om het dragen
van wapens in vliegtuigen te verbieden, tenzij hiervoor op bijzondere gronden toestemming is
verleend.
De heer LA RUSSA nam het woord namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en
binnenlandse zaken, en was van oordeel dat de lidstaten de vrijheid moeten krijgen om strengere
beveiligingsmaatregelen toe te passen, op voorwaarde dat de burgerlijke vrijheden niet worden
geschonden. De Commissie moet enkel minimumregels vaststellen. De spreker verwees hierbij
specifiek naar het amendement van zijn commissie betreffende de ruime definitie van "gevaarlijke
passagier".
De volgende Parlementsleden namen het woord namens de fracties:
De heer BRADBOURN (PPE-DE UK) toonde zich tevreden met het Commissievoorstel, maar
maakte de volgende bezwaren:
De Commissie verleent zichzelf te veel bevoegdheden. Aanvullende maatregelen om nood-
situaties op te lossen, moeten volgens hem door de lidstaten worden genomen.
Beveiligingsmaatregelen aan boord moeten eveneens door de lidstaten en de luchtvaartmaat-
schappijen worden genomen.
Met sommige wijzigingen wordt gepoogd de bevoegdheid van het EASA te verruimen, hetgeen
niet correct is aangezien dit agentschap is opgericht om de technische beveiliging te evalueren,
en geen andere vormen van beveiliging.
Gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart worden
toegejuicht, maar een gedetailleerde verordening is niet nodig.
De heer EL KHADRAOUI (PSE, BE) herinnerde eraan dat beveiliging een belangrijk thema voor
de openbare diensten is, maar dat zij moeten zorgen voor transparantie met betrekking tot de
genomen maatregelen en de financiering ervan.
De groep van deskundigen waarnaar amendement 61 verwijst, mag geen "carte blanche" krijgen.
Voorts moet worden verduidelijkt wie de genomen maatregelen financiert.
Met betrekking tot de beveiliging aan boord was de heer EL KHADRAOUI van oordeel dat alleen
de lidstaten kunnen beslissen over de aanwezigheid van gewapend personeel aan boord.
Harmonisatie op Europees niveau moet zich evenmin inlaten met gedetailleerde maatregelen, maar
eerder meer algemeen blijven (zoals bijvoorbeeld gemeenschappelijke procedures). Wat de
financiering van de maatregelen betreft is het van belang te bepalen wie voor wat verantwoordelijk
is. Hij stelde tot slot voor dat de uitvoering van de verordening jaarlijks moet worden geëvalueerd,
en herinnerde eraan dat de PSE wacht op het initiatief inzake de beveiliging van vervoer dat de
Commissie voor de zomer heeft aangekondigd.
De heer MATSAKIS (ALDE-CY) sprak zijn steun uit voor het verslag van de heer COSTA.
Niettemin wenste hij de nadruk te leggen op een aantal aspecten van het verslag, zoals de definitie
van een mogelijk gevaarlijke passagier. Een dergelijke definitie, hoewel correct, houdt geen
rekening met het grootste gevaar, dat zal blijven bestaan zolang men aan boord alcohol blijft
schenken. Het gevaarlijkste wapen is bovendien een gebroken glazen fles en aan boord wordt nog
steeds opgediend in glazen flessen. Voorts is het dragen van wapens door veiligheidsagenten
ongeacht het type, onaanvaardbaar.
Mevrouw LICHTENBERGER (VERTS/ALE-AT) stelde dat basismaatregelen nodig zijn om de
veiligheid te waarborgen, zelfs indien misbruiken mogelijk zijn. De financiering van dergelijke
maatregelen moet transparant zijn voor de burgers van de EU.
In dit verband merkte zij op dat het voor het debat dienstig zou zijn indien de Commissie-
documenten over het evaluatieproces beschikbaar waren. Met betrekking tot de aanwezigheid van
gewapend personeel aan boord, was zij van oordeel dat dit een bijkomend gevaar zou kunnen
vormen.
De heer MEIJER (GUE/NGL-NL) verwees naar de groep van deskundigen die volgens hem haar
deskundigheid niet alleen ten dienste van de Commissie, maar ook van de passagiers en van de
luchtvaartmaatschappijen moet stellen. Het Parlement moet tevens worden betrokken bij de
besluitvormingsprocedure van het voorgestelde comité. Wat betreft de aanwezigheid van gewapend
personeel aan boord twijfelde hij aan de doeltreffendheid van een dergelijke maatregel om de
veiligheid te verbeteren.
De heer JANOWSKI (UEN-PL) stelde dat de Commissie geen volledige oplossing voor het
veiligheidsprobleem kan aanreiken. In de plaats daarvan moeten de lidstaten beveiligings-
programma's uitwerken en moeten de exploitanten de technische middelen ontwikkelen om deze in
de praktijk om te zetten. De spreker was van oordeel dat met het ontwerp-verslag aanzienlijke
verbeteringen in het voorstel worden aangebracht. Hij steunde met name het geamendeerde artikel
17 betreffende overeenkomsten met derde landen. Tot slot moeten de maatregelen doeltreffend zijn
en geen moeilijkheden voor de passagiers met zich meebrengen.
Verscheidene Parlementsleden namen tijdens het debat het woord om hun standpunt toe te lichten.
Daarbij werden de volgende punten aan de orde gesteld:
-
-de financiering van de maatregelen en de noodzaak om de kosten te spreiden over de lidstaten, de passagiers en ook de luchthavens (de heer JARZEMBOWSKY (PPE/DE), mevrouw
SEGELSTRÖM (PSE), mevrouw AYALA SENDER (PSE-ES), mevrouw DE VEYRAC
(PPE-DE), de heer LIBERADZKI (PSE).
-
-de noodzaak om in het kader van beveiligingsmaatregelen de fundamentele vrijheden van de burgers te waarborgen (mevrouw SEGELSTRÖM, de heer TRIANTAPHYLLIDES
(GUE/NGL-CY)
-
-het afwijzen van gewapend personeel aan boord (de heer JALOWSCKI (PPE-DE-PL)
-
-voor passagiers op doorreis in Europa moet worden voorzien in één enkele veiligheidscontrole (JARZEMBOWSKY (PPE/DE-DE)
-
-beveiliging mag geen negatieve gevolgen hebben zoals een verslechtering van de werking van de postdiensten of een beperkte toegang voor gehandicapten (mevrouw SEGELSTRÖM
(PSE-SE)
-
-bepaalde twijfels bij de doeltreffendheid van het raadgevend comité (mevrouw DE VEYRAC (PPE/DE-FR)
-
-het subsidiariteitsbeginsel wordt niet volledig in acht genomen aangezien de Commissie te veel macht behoudt;
-
-de wijzigingen met betrekking tot Gibraltar: Mevrouw AYALA SENDER (PSE-ES) verwees naar de langlopende onderhandelingen over het conflict inzake de luchthaven van Gibraltar die
nu in een definitief stadium zijn aanbeland en die door de uitvoering van de verordening in
gevaar zouden kunnen worden gebracht. Met de amendementen 8 en 12 wordt gepoogd dit
conflict op te lossen.
Commissielid BARROT lichtte de volgende punten toe:
-
-Wapens aan boord zijn in bepaalde omstandigheden toegestaan mits de betrokken lidstaat hiermee vooraf heeft ingestemd.
-
-Terreurdreigingen hebben niet alleen betrekking op de luchtvaart, maar ook op andere vervoers middelen. De Commissie zal in de zomer een voorstel indienen om de veiligheid van de burgers
te waarborgen en tegelijkertijd de werking van de interne markt te vrijwaren.
-
-Wat de financiering betreft, zei het Commissielid dat de meeste uitgaven in verband met beveiliging thans door de passagiers worden gedragen. Op dit stuk is transparantie nodig. Het
Commissievoorstel heeft echter veeleer betrekking op technische kwesties en de aanneming
ervan mag niet worden vertraagd door problemen van andere aard. Om die reden is de
Commissie geen voorstander van de amendementen 35 en 43.
-
-De Commissie kan geen amendementen steunen waarmee wordt gepoogd meer bevoegdheid toe te kennen aan het EASA, dat reeds moeilijkheden ondervindt bij het vervullen van zijn huidige
taken.
-
-Het Commissielid bevestigde echter dat de meest amendementen kunnen worden aanvaard. Het standpunt van de Commissie over de door het Parlement aangenomen amendementen zou na de
stemming worden bekendgemaakt. Tot slot sprak het Commissielid de hoop uit dat spoedig een
akkoord zou worden bereikt.
III. STEMMING
De plenaire vergadering nam 81 van de 87 ingediende amendementen aan. Het standpunt van de
Commissie ten aanzien van de aangenomen amendementen is als volgt:
-
1.Geheel of gedeeltelijk, dan wel na passende herformulering aanvaarde amendementen
Amendement 1, overweging 1
Amendement 4, overweging 9 bis (nieuw)
Amendement 7, overweging 17 bis (nieuw)
Amendement 8, overweging 19 bis (nieuw)
Amendement 10, artikel 1, lid 1, eerste alinea
Amendement 11, artikel 2, letter a)
Amendement 12, artikel 2, lid 1 bis (nieuw)
Amendement 13, artikel 3, punt 2
Amendement 15, artikel 3, punt 4
Amendement 16, artikel 3, punt 6
Amendement 17, artikel 3, punt 9
Amendement 24, artikel 3, punt 23
Amendement 26, artikel 3, punt 24
Amendement 27, artikel 3, punt 25
Amendement 28, artikel 3, punt 26
Amendement 29, artikel 3, punt 27
Amendement 30, artikel 3, punt 28
Amendement 31, artikel 3, punt 29
Amendement 33, artikel 4, lid 1
Amendement 34, artikel 4, lid 2, eerste alinea
Amendement 37, artikel 4, lid 2, derde alinea
Amendement 40, artikel 4 ter, eerste alinea (nieuw)
Amendement 46, artikel 7
Amendement 47, artikel 9, lid 1, tweede alinea
Amendement 48, artikel 9, lid 2
Amendement 49, artikel 9 bis (nieuw)
Amendement 53, artikel 12, lid 1, eerste alinea
Amendement 55, artikel 12, lid 2
Amendement 56, artikel 13
Amendement 58, artikel 14, lid 3, tweede alinea
Amendement 60, artikel 15 bis (nieuw)
Amendement 61, artikel 16 bis (nieuw)
Amendement 65, Bijlage, hoofdstuk 1, afdeling 1.2, punt 1
Amendement 66, Bijlage, hoofdstuk 1, afdeling 1.2, punt 4
Amendement 67, Bijlage, hoofdstuk 1, afdeling 1.2, punt 5
Amendement 68, Bijlage, hoofdstuk 2
Amendement 73, Bijlage, hoofdstuk 6, titel
Amendement 77, Bijlage, hoofdstuk 10, punt 1
Amendement 78, Bijlage, hoofdstuk 10, punt 2
Amendement 82, Bijlage, hoofdstuk 11, punt 1
-
2.Niet aanvaarde amendementen
Amendement 2, overweging 7
Amendement 3, overweging 9
Amendement 6, overweging 14 bis (nieuw)
Amendement 19, artikel 3, punt 14
Amendement 22, artikel 3, punt 17
Amendement 32, artikel 3, punt 29 bis (nieuw)
Amendement 35, artikel 4, lid 1 bis (nieuw)
Amendement 36, artikel 4, lid 2, tweede alinea, letter h bis) (nieuw)
Amendement 38, artikel 4, lid 3 bis (nieuw)
Amendement 41, artikel 4 ter, tweede alinea (nieuw)
Amendement 43, artikel 5, lid 3 bis (nieuw)
Amendement 44, artikel 5 bis (nieuw)
Amendement 45, artikel 6, lid 2, eerste alinea
Amendement 50, artikel 11, lid 1, eerste alinea
Amendement 52, artikel 12, titel
Amendement 54, artikel 12, lid 1, tweede alinea
Amendement 59, artikel 14, lid 3 bis (nieuw)
Amendement 62, artikel 16 ter (nieuw)
Amendement 63, artikel 17
Amendement 69, Bijlage, hoofdstuk 3, punt 1
Amendement 70, Bijlage, hoofdstuk 3, punt 1 bis (nieuw)
Amendement 71, Bijlage, hoofdstuk 3, punt 2
Amendement 74, Bijlage, hoofdstuk 6, afdeling 6.1, punt 1
Amendement 75, Bijlage, hoofdstuk 6, afdeling 6.1, punt 2
Amendement 76, Bijlage, hoofdstuk 6, afdeling 6.1 bis (nieuw)
Amendement 80, Bijlage, hoofdstuk 10, punt 6
Amendement 83, Bijlage, hoofdstuk 11, punt 2
Amendement 85, Bijlage, hoofdstuk 12 bis (nieuw)
-
3.In beginsel aanvaarde amendementen
Amendement 9, overweging 19 ter (nieuw)
Amendement 14, artikel 3, punt 2 bis (nieuw)
Amendement 23 + 25, artikel 3, punt 22 bis (nieuw)
Amendement 39, artikel 4 bis (nieuw)
Amendement 42, artikel 5, lid 1, tweede alinea
Amendement 51, artikel 11, lid 2 bis (nieuw)
Amendement 64, artikel 20, tweede alinea
Amendement 72, Bijlage, hoofdstuk 5, afdeling 5.3, punt 2
Amendement 79, Bijlage, hoofdstuk 10, punt 4
Amendement 81, Bijlage, hoofdstuk 10, punt 6 bis (nieuw)
Amendement 84, Bijlage, hoofdstuk 12
-
4.Gedeeltelijk aanvaarde amendementen
Amendement 5, overweging 13
Amendement 20, artikel 3, punt 15
Amendement 21, artikel 3, punt 16
Amendement 57, artikel 14, lid 1, eerste alinea
Amendement 18, artikel 3, punt 13
BIJLAGE
(15.6.2006)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (COM(2005)0429 C6-0290/2005 2005/0191(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad
1
(COM(2005)0429) ,
gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 80, lid 2 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel
door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0290/2005),
gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Commissie
burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0194/2006),
-
1.hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
-
2.verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende
wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
-
3.verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de
Commissie.
1
Nog niet in het PB gepubliceerd.
Amendementen van het Parlement
Amendement 1 Overweging 1
(1) Met het oog op de bescherming van personen en goederen in de Europese Unie moeten gemeenschappelijke regels voor de beveiliging van de burgerluchtvaart worden opgesteld om wederrechtelijke daden tegen burgerluchtvaartuigen te voorkomen. Dit doel moet worden nagestreefd door gemeenschappelijke regels en normen voor de beveiliging van de luchtvaart vast te stellen en mechanismen voor het toezicht op de naleving van deze regels en normen op te zetten. (1) Met het oog op de bescherming van personen en goederen in de Europese Unie moeten gemeenschappelijke regels voor de beveiliging van de burgerluchtvaart worden opgesteld om wederrechtelijke daden tegen burgerluchtvaartuigen die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart te voorkomen. Dit doel moet worden nagestreefd door gemeenschappelijke regels en normen voor de beveiliging van de luchtvaart vast te stellen en mechanismen voor het toezicht op de naleving van deze regels en normen op te zetten. Amendement 2 Overweging 7
(7) Onverminderd het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Tokio, 1963), het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen (Den Haag, 1970) en het Verdrag ter bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart (Montreal, 1971), moet het nieuwe besluit betrekking hebben op beveiligingsmaatregelen aan boord van luchtvaartuigen of tijdens vluchten van communautaire luchtvaartmaatschappijen. (7) Onverminderd het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Tokio, 1963), het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen (Den Haag, 1970) en het Verdrag ter bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart (Montreal, 1971), moet het nieuwe besluit ook betrekking hebben op beveiligingsmaatregelen aan boord van luchtvaartuigen of tijdens vluchten van communautaire luchtvaartmaatschappijen. Amendement 3
Overweging 9
(9) De lidstaten moeten ook de toestemming krijgen om, op basis van een risicobeoordeling, striktere normen toe te passen (9) De lidstaten moeten ook de toestemming krijgen om, op basis van een risicobeoordeling, striktere normen toe te passen
dan de nog vast te stellen gemeenschappelijke normen. De Commissie moet deze striktere normen echter kunnen bestuderen en beslissen of een lidstaat ze mag blijven toepassen. dan de nog vast te stellen gemeenschappelijke basisnormen. Er moet evenwel een onderscheid worden gemaakt tussen gemeenschappelijke basisnormen en striktere normen, en er moet ook een vergelijkbaar onderscheid gelden voor de financiering daarvan. Amendement 4 Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis) Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen post en traditionele vracht. Ook voor post moeten gemeenschappelijke veiligheidsmaatregelen worden genomen, die rekening houden met de bijzondere kenmerken van post. Amendement 5 Overweging 13
(13) Om toezicht te kunnen houden op de naleving van het nieuwe besluit en het nationale programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, moet elke lidstaat een nationaal programma opstellen om de kwaliteit van de beveiliging van de burgerluchtvaart te controleren en ervoor zorgen dat dit programma wordt toegepast. (13) Om toezicht te kunnen houden op de naleving van het nieuwe besluit en het nationale programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, moet elke lidstaat een nationaal programma opstellen om de mate van beveiliging van de burgerluchtvaart te controleren en ervoor zorgen dat dit programma wordt toegepast. Amendement 6 Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis) In verband met de verwachte uitbreiding van zijn bevoegdheden moet het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart geleidelijk worden betrokken bij het toezicht op de naleving van de gemeenschappelijke bepalingen inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart. Amendement 7
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis) De doelstelling van "one stop security" voor alle vluchten binnen de Europese Unie moet worden nagestreefd.
Amendement 8
Overweging 19 bis (nieuw)
(19 bis) Op 2 december 1987 hebben het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk in Londen overeenstemming bereikt over regelingen voor meer samenwerking inzake het gebruik van de luchthaven van Gibraltar, in de vorm van een gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen; deze regelingen moeten nog van toepassing worden. Amendement 9 Overweging 19 ter (nieuw)
(19 ter) Er moet worden gedacht aan de instelling van een solidariteitsmechanisme op grond waarvan bijstand kan worden verleend na terroristische handelingen met grote gevolgen in de vervoerssector. Amendement 10 Artikel 1, lid 1, eerste alinea
-
1.In deze verordening worden gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden. 1. In deze verordening worden gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart. Amendement 11
Artikel 2, letter a)
(a) alle burgerluchthavens op het grondgebied van de lidstaten; (a) alle, voor bediening van de burgerluchtvaart, luchthavens of gedeelten daarvan op het grondgebied van de lidstaten; Amendement 12
Artikel 2, lid 1 bis (nieuw)
1 bis. De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk betreffende het geschil inzake
de soevereiniteit over het grondgebied waarop de luchthaven gelegen is, onverlet.
Amendement 13 Artikel 3, punt 2
-
2."beveiliging van de luchtvaart": de combinatie van maatregelen en menselijke en natuurlijke hulpbronnen, bedoeld om de burgerluchtvaart te beveiligen tegen wederrechtelijke daden; 2. "beveiliging van de luchtvaart": de combinatie van maatregelen en menselijke en natuurlijke hulpbronnen, bedoeld om de burgerluchtvaart te beveiligen tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart; Amendement 14
Artikel 3, punt 2 bis (nieuw)
2 bis. "luchthaven": elk stuk land [of water] dat speciaal is aangepast zodat vliegtuigen kunnen landen, opstijgen en manouvreren, met inbegrip van hulpinstallaties die deze operaties mee kunnen brengen ten behoeve van het luchtverkeer en de bijbehorende dienstverlening, waaronder installaties voor bijstand aan commerciële luchtvaartdiensten. Amendement 15 Artikel 3, punt 4
-
4."luchtvaartmaatschappij": een luchtvervoersonderneming met een geldige exploitatievergunning; 4. "luchtvaartmaatschappij": een luchtvervoersonderneming met een geldige exploitatievergunning of iets wat daaraan gelijkwaardig is; Amendement 16 Artikel 3, punt 6
-
6."verboden voorwerpen": wapens, explosieven of andere gevaarlijke apparaten, voorwerpen of stoffen die kunnen worden gebruikt om een wederrechtelijke daad te stellen; 6. "verboden voorwerpen": wapens, explosieven of andere gevaarlijke apparaten, voorwerpen of stoffen die kunnen worden gebruikt om een wederrechtelijke daad te stellen die een gevaar vormt voor de veiligheid; Amendement 17
Artikel 3, punt 9
-
9."toegangscontrole": de toepassing van middelen om de toegang van onbevoegde personen of verboden voertuigen, of beide, te voorkomen; 9. "toegangscontrole": de toepassing van middelen die de toegang van onbevoegde personen of verboden voertuigen, of beide, kunnen voorkomen; Amendement 18 Artikel 3, punt 13
-
13."afgebakende zone": een zone die door middel van toegangscontroles afgescheiden is van ofwel om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones ofwel, als de afgebakende zone zelf een om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone is, van andere om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van een luchthaven; 13. "afgebakende zone": een zone die niet toegankelijk is voor het publiek en die afgescheiden is van om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones ofwel, als de afgebakende zone zelf een om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone is, van andere om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van een luchthaven; Amendement 19 Artikel 3, punt 14
-
14."achtergrondcontrole": een verifieerbare controle van de identiteit van een persoon, met inbegrip van een eventueel strafblad, als deel van de beoordeling of die persoon in aanmerking komt voor niet-begeleide toegang tot zones met een om beveiligingsredenen beperkte toegang; 14. "achtergrondcontrole": een verifieerbare controle van de identiteit van een persoon, met inbegrip van een eventueel strafblad en gegevens van inlichtingendiensten; Amendement 20
Artikel 3, punt 15
-
15."transferpassagiers, -bagage of -vracht": passagiers, bagage of vracht die vertrekken met een ander luchtvaartuig dan dat waarmee ze zijn aangekomen; 15. "transferpassagiers, -bagage, -vracht of -post": passagiers, bagage, vracht of post die vertrekken met een ander luchtvaartuig dan dat waarmee ze zijn aangekomen, of met hetzelfde luchtvaartuig, maar met een vlucht met een ander vluchtnummer; Amendement 21 Artikel 3, punt 16
-
16."transitpassagiers, -bagage of vracht": passagiers, bagage of vracht die vertrekken met hetzelfde luchtvaartuig als dat waarmee ze zijn aangekomen; 16. "transitpassagiers, -bagage, vracht of -post": passagiers, bagage, vracht of post die vertrekken met hetzelfde luchtvaartuig en met hetzelfde vluchtnummer als dat
waarmee ze zijn aangekomen;
Amendement 22
Artikel 3, punt 17
-
17."passagier die de orde kan verstoren": een uitgewezen persoon, een persoon die om immigratieredenen het land niet mag binnenkomen of een persoon in wettelijke hechtenis; 17. "passagier die de orde kan verstoren": een persoon waarvan het duidelijk abnormale gedrag wordt beschouwd als een potentieel risico voor de veiligheid van de vlucht, of een uitgewezen persoon, een persoon die om immigratieredenen het land van herkomst niet mag binnenkomen of een persoon in wettelijke hechtenis; Amendementen 23 en 25
Artikel 3, punt 22 bis (nieuw)
22 bis. "post": brieven, pakketten, zendingen van correspondentie, en andere goederen die bestemd zijn om te worden afgeleverd aan postbedrijven die verantwoordelijk zijn voor de afhandeling daarvan in overeenstemming met de voorschriften van de Wereldpostunie (UPU). Amendement 24
Artikel 3, punt 23
-
23."vracht": goederen, met uitzondering van bagage, bedrijfspost van een luchtvaartmaatschappij, bedrijfsmaterieel van een luchtvaartmaatschappij en vluchtbenodigdheden, die bestemd zijn voor vervoer in een luchtvaartuig; 23. "vracht": goederen, met uitzondering van bagage, post, bedrijfspost van een luchtvaartmaatschappij, bedrijfsmaterieel van een luchtvaartmaatschappij en vluchtbenodigdheden, die bestemd zijn voor vervoer in een luchtvaartuig; Amendement 26
Artikel 3, punt 24
-
24."erkend agent": een luchtvaartmaatschappij, agent, expediteur of andere persoon die overeenkomstig deze verordening zorg draagt voor de beveiligingsmaatregelen met betrekking tot vracht; 24. "erkend agent": een luchtvaartmaatschappij, agent, expediteur of andere persoon die overeenkomstig deze verordening voor de beveiligingsmaatregelen met betrekking tot vracht of post zorgt; Amendement 27
Artikel 3, punt 25
-
25."bekende expediteur": een expediteur die voor eigen rekening vracht voor vervoer aanbiedt en wiens procedures in voldoende mate aan de gemeenschappelijke beveiligingsregels en normen beantwoorden om deze vracht zonder verder beveiligingsonderzoek met om het even welk luchtvaartuig te vervoeren; 25. "bekende expediteur": een expediteur die voor eigen rekening vracht of post voor vervoer aanbiedt en wiens procedures in voldoende mate aan de gemeenschappelijke beveiligingsregels en -normen beantwoorden om deze vracht of post met om het even welk luchtvaartuig te vervoeren; Amendement 28
Artikel 3, punt 26
-
26."expediteur voor rekening van anderen": een expediteur die voor rekening van anderen vracht voor vervoer aanbiedt en wiens procedures in voldoende mate aan de gemeenschappelijke beveiligingsregels en -normen beantwoorden om deze vracht zonder verder beveiligingsonderzoek te vervoeren met om het even welk luchtvaartuig dat exclusief voor vrachtvervoer is bestemd; 26. "expediteur voor rekening van anderen": een expediteur die voor rekening van anderen vracht of post voor vervoer aanbiedt en wiens procedures in voldoende mate aan de gemeenschappelijke beveiligingsregels en -normen beantwoorden om deze vracht te vervoeren met om het even welk luchtvaartuig dat exclusief voor vracht- of postvervoer is bestemd; Amendement 29
Artikel 3, punt 27
-
27."controle van een luchtvaartuig": een inspectie van die delen van de binnenkant van een vliegtuig waartoe passagiers zich toegang kunnen hebben verschaft en een inspectie van het ruim om verboden voorwerpen en wederrechtelijke daden tegen het luchtvaartuig op te sporen; 27. "beveiligingscontrole van een luchtvaartuig": een inspectie van die delen van de binnenkant van een vliegtuig waartoe passagiers zich toegang kunnen hebben verschaft en een inspectie van het ruim om verboden voorwerpen en wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van het luchtvaartuig op te sporen; Amendement 30
Artikel 3, punt 28
-
28."doorzoeking van een luchtvaartuig": een inspectie van de binnenkant en de toegankelijke delen van de buitenkant van het luchtvaartuig om verboden voorwerpen en wederrechtelijke daden tegen het luchtvaartuig op te sporen; 28. "beveiligingsdoorzoeking van een luchtvaartuig": een inspectie van de binnenkant en de toegankelijke delen van de buitenkant van het luchtvaartuig om verboden voorwerpen en wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van het luchtvaartuig op te sporen;
Amendement 31 Artikel 3, punt 29
-
29."meereizend beveiligingsagent": persoon die door een lidstaat is aangesteld en die meereist aan boord van luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die een vergunning van die lidstaat hebben gekregen teneinde die luchtvaartuigen en de inzittenden ervan te beschermen tegen wederrechtelijke daden. 29. "meereizend beveiligingsagent": persoon die door een lidstaat is aangesteld en die meereist aan boord van luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen die een vergunning van die lidstaat hebben gekregen teneinde die luchtvaartuigen en de inzittenden ervan te beschermen tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de vlucht .
Amendement 32
Artikel 3, punt 29 bis (nieuw)
29 bis. "voortdurende willekeurige controle": een controle die tijdens de hele activiteitsperiode en willekeurig wordt uitgevoerd; Amendement 33 Artikel 4, lid 1
-
1.De gemeenschappelijke normen voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden zijn vastgesteld in de bijlage. 1. De gemeenschappelijke basisnormen voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden die een gevaar vormen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, zijn vastgesteld in de bijlage. Amendement 35 Artikel 4, lid 1 bis (nieuw)
1 bis. De lidstaten en de gebruikers delen de kosten van de toepassing van de gemeenschappelijke normen voor het bestrijden van wederrechtelijke daden. Ter voorkoming van verstoring van de mededingingsverhoudingen tussen lidstaten en tussen luchthavens, luchtvaartmaatschappijen en andere betrokken organisaties in de Gemeenschap evenals tussen lidstaten en derde landen, dient de Commissie zo spoedig mogelijk een voorstel in voor een uniforme regeling voor de financiering van deze beveiligingsmaatregelen.
Amendement 34 Artikel 4, lid 2, eerste alinea
-
2.Overeenkomstig de procedure van artikel 16, lid 2, worden gedetailleerde maatregelen en procedures vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke normen. 2. Overeenkomstig de procedure van artikel 16, lid 2, worden gedetailleerde maatregelen en procedures vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen. Amendement 36
Artikel 4, lid 2, tweede alinea, letter h bis) (nieuw)
h bis) achtergrondcontroles Amendement 37 Artikel 4, lid 2, derde alinea
Bij wijze van uitzondering op de gemeenschappelijke normen van lid 1, kunnen de maatregelen en procedures ook betrekking hebben op beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingsmaatregelen die een afdoende niveau van bescherming bieden in luchthavens of afgebakende zones van luchthavens. Dergelijke alternatieve maatregelen zijn gerechtvaardigd om redenen die te maken hebben met de grootte van het luchtvaartuig, de aard van de activiteiten en/of de frequentie van de activiteiten in de betrokken luchthavens. De Commissie stelt in overeenstemming met de procedure van artikel 16, lid 2, criteria vast op grond waarvan de lidstaten uitzonderingen kunnen maken op de gemeenschappelijke basisnormen van lid 1 en beveiligingsmaatregelen kunnen nemen die een afdoende niveau van bescherming bieden in luchthavens of afgebakende zones van luchthavens op basis van een beoordeling van de risico's ter plaatse. Dergelijke alternatieve maatregelen zijn gerechtvaardigd om redenen die te maken hebben met de grootte van het luchtvaartuig, de aard van de activiteiten en/of de frequentie van de activiteiten in de betrokken luchthavens. Amendement 38 Artikel 4, lid 3 bis (nieuw)
3 bis. Elk van de gedetailleerde maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen wordt vastgesteld op basis van een risico- en effectbeoordeling. In deze beoordeling dienen ook de te verwachten kosten te worden betrokken. Amendement 39 Artikel 4 bis (nieuw)
Artikel 4 bis Transparantie ten aanzien van de kosten
Wanneer kosten in verband met de beveiliging op de luchthaven of aan boord in de prijs van een vliegticket zijn inbegrepen, moeten die kosten afzonderlijk worden vermeld op het ticket of op andere wijze aan de passagier kenbaar worden gemaakt. Amendement 40
Artikel 4 ter, alinea 1 (nieuw)
Artikel 4 ter
Te nemen maatregelen in het geval van een inbreuk op de beveiliging
Wanneer lidstaten vermoeden dat het beveiligingsniveau door een inbreuk op de beveiliging in het gedrang is gekomen, moeten zij ervoor zorgen dat er onmiddellijk de nodige actie wordt ondernomen om deze inbreuk te herstellen en de constante beveiliging van de burgerluchtvaart te verzekeren. Amendement 41
Artikel 4 ter, alinea 2 (nieuw)
De lidstaten moeten met het in het artikel 16 bedoelde comité overleggen voordat zij dergelijke maatregelen toepassen. Amendement 42 Artikel 5, lid 1, tweede alinea
De lidstaten moeten de genomen maatregelen aan de Commissie meedelen. De lidstaten moeten de genomen maatregelen voorafgaand aan de toepassing ervan aan de Commissie en het in artikel 16 bedoelde comité meedelen. Amendement 43
Artikel 5, lid 3 bis (nieuw)
3 bis. De lidstaten moeten instaan voor de kosten die met de toepassing van de in lid 1 bedoelde strengere maatregelen gepaard gaan.
Amendement 44 Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis Oormerking van veiligheidsheffingen en -
vergoedingen
Veiligheidsheffingen en -vergoedingen, ongeacht of deze door de lidstaten of door luchtvaartmaatschappijen of entiteiten worden geheven, dienen transparant te zijn, mogen uitsluitend worden aangewend voor de kosten van beveiliging van de luchthaven of het vliegtuig en mogen de kosten voor de toepassing van de in artikel 4 bedoelde gemeenschappelijke basisnormen niet te boven gaan. Amendement 45
Artikel 6, lid 2, alinea 1
-
2.Op verzoek van de betrokken lidstaat of op eigen initiatief onderzoekt de Commissie de toepassing van lid 1 en beslist, na raadpleging van het in artikel 16, lid 1, vermelde comité, of de lidstaat, exploitant of andere betrokken entiteit deze maatregelen mag blijven toepassen. 2. Op verzoek van de betrokken lidstaat of op eigen initiatief onderzoekt de Commissie de toepassing van de overeenkomstig lid 1 meegedeelde maatregelen en kan zij conform de procedure in artikel 16, lid 2 en na raadpleging van het derde land een passend antwoord aan het derde land opstellen.
Amendement 46
Artikel 7
Als in een en dezelfde lidstaat twee of meer organen betrokken zijn bij de beveiliging van de luchtvaart, duidt die lidstaat één autoriteit aan (hierna "de nationale autoriteit" genoemd) die verantwoordelijk is voor de coördinatie van en het toezicht op de toepassing van de in artikel 4 vermelde gemeenschappelijke normen. Als in een en dezelfde lidstaat twee of meer organen betrokken zijn bij de beveiliging van de luchtvaart, duidt die lidstaat één autoriteit aan (hierna "de bevoegde autoriteit" genoemd) die verantwoordelijk is voor de coördinatie van en het toezicht op de toepassing van de in artikel 4 vermelde gemeenschappelijke basisnormen. Amendement 47
Artikel 9, lid 1, alinea 2
In dat programma zijn de verantwoordelijkheden voor de toepassing van de in artikel 4 vermelde In dat programma zijn de verantwoordelijkheden voor de toepassing van de in artikel 4 vermelde
gemeenschappelijke normen vastgesteld en zijn de door de exploitanten en andere entiteiten te nemen maatregelen beschreven. gemeenschappelijke basisnormen vastgesteld en zijn de door de exploitanten en andere entiteiten te nemen maatregelen beschreven. Amendement 48
Artikel 9, lid 2
-
2.De nationale autoriteit stelt de exploitanten en entiteiten die er een gewettigd belang in stellen, schriftelijk in kennis van de passende delen van zijn nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart. 2. De bevoegde autoriteit stelt de exploitanten en entiteiten die er een gewettigd belang in stellen, op een "need to know"-basis schriftelijk in kennis van de passende delen van zijn nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart. Amendement 49
Artikel 9 bis (nieuw)
Artikel 9 bis Nationaal kwaliteitscontroleprogramma
-
1.Elke lidstaat moet een nationaal kwaliteitscontroleprogramma opstellen, toepassen en instandhouden.
Dat programma stelt de lidstaten in staat de kwaliteit van de beveiliging van de burgerluchtvaart te controleren en na te gaan of aan deze verordening en aan het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart is voldaan. 2. De specificaties van het nationaal kwaliteitscontroleprogramma worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16, lid 2.
Het programma maakt het mogelijk tekortkomingen snel op te sporen en te corrigeren. Het programma bepaalt ook dat alle luchthavens, exploitanten en andere entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van beveiligingsnormen en die op het grondgebied van de betrokken lidstaat zijn gevestigd, geregeld worden gecontroleerd door of onder toezicht van de nationale autoriteit.
Amendement 50
Artikel 11, lid 1
-
1.Elke luchtvaartmaatschappij moet een programma voor beveiliging opstellen, toepassen en instandhouden. 1. Elke lidstaat moet ervoor zorgen dat luchtvaartmaatschappijen die vanuit die staat diensten verstrekken, een programma voor beveiliging van luchtvaartmaatschappijen toepassen en instandhouden dat aan de vereisten van de nationale programma's voor de beveiliging van de burgerluchtvaart voldoet. Amendement 51
Artikel 11, lid 2 bis (nieuw)
2 bis. Wanneer een programma voor beveiliging van een luchtvaartmaatschappij binnen de Gemeenschap door de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de exploitatievergunning verleent, is goedgekeurd, moet dit door alle andere lidstaten worden erkend. Deze goedkeuring en erkenning is niet van toepassing op die delen van het programma die betrekking hebben op strengere maatregelen die moeten worden toegepast in een lidstaat buiten de lidstaat die de exploitatievergunning verleent. Amendement 52 Artikel 12, titel
Programma voor de beveiliging van een entiteit die de normen inzake luchtvaartbeveiliging toepast Programma voor de beveiliging van een erkend agent die de normen inzake luchtvaartbeveiliging toepast Amendement 53
Artikel 12, lid 1, alinea 1
-
1.Elke entiteit die de normen inzake luchtvaartbeveiliging toepast, moet een nationaal beveiligingsprogramma opstellen, toepassen en instandhouden. 1. Elke entiteit die volgens het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart de normen inzake luchtvaartbeveiliging moet toepassen, moet een beveiligingsprogramma opstellen, toepassen en instandhouden.
Amendement 54
Artikel 12, lid 1, alinea 2
In dat programma is beschreven welke methodes en procedures de entiteit moet volgen om te beantwoorden aan deze verordening en aan het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart dat is opgesteld door de lidstaat waarin ze is gevestigd. In dat programma is beschreven welke methodes en procedures de entiteit moet volgen om te beantwoorden allereerst aan het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart dat is opgesteld door de desbetreffende lidstaat met betrekking tot haar activiteiten in die lidstaat en daarnaast aan deze verordening. Amendement 55
Artikel 12, lid 2
Op verzoek moet het programma voor beveiliging van de entiteit die de normen inzake beveiliging van de luchtvaart toepast bij de nationale autoriteit worden ingediend. Op verzoek moet het programma voor beveiliging van de entiteit die de normen inzake beveiliging van de luchtvaart toepast bij de bevoegde autoriteit worden ingediend. Amendement 56
Artikel 13
Artikel 13 Schrappen
Nationaal kwaliteitscontroleprogramma
-
1.Elke lidstaat moet een nationaal kwaliteitscontroleprogramma opstellen, toepassen en instandhouden.
Dat programma stelt de lidstaten in staat de kwaliteit van de beveiliging van de burgerluchtvaart te controleren en na te gaan of aan deze verordening en aan het nationaal programma voor beveiliging van de burgerluchtvaart is voldaan.
-
2.De specificaties van het nationaal kwaliteitscontroleprogramma worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16, lid 2.
Het programma maakt het mogelijk tekortkomingen snel op te sporen en te corrigeren. Het programma bepaalt ook dat alle luchthavens, exploitanten en andere entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van beveiligingsnormen en die op het
grondgebied van de betrokken lidstaat zijn gevestigd, geregeld worden gecontroleerd door of onder toezicht van de nationale autoriteit.
Amendement 57
Artikel 14, lid 1, alinea 1
-
1.In samenwerking met de nationale autoriteit voert de Commissie inspecties uit, inclusief inspecties van luchthavens, exploitanten en entiteiten die normen voor de beveiliging van de luchtvaart toepassen, teneinde toezicht te houden op de toepassing van deze verordening door de lidstaten, zwakke plekken in de beveiliging van de luchtvaart op te sporen. Hiertoe stelt de nationale autoriteit de Commissie schriftelijk in kennis van alle burgerluchthavens op haar grondgebied, behalve de luchthavens die onder artikel 4, lid 2, derde alinea, vallen. 1. De Commissie draagt het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart op om in samenwerking met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat inspecties uit te voeren, inclusief inspecties van luchthavens, exploitanten en entiteiten die normen voor de beveiliging van de luchtvaart toepassen, teneinde toezicht te houden op de toepassing van deze verordening door de lidstaten, zwakke plekken in de beveiliging van de luchtvaart op te sporen en, indien nodig, aanbevelingen te doen om de beveiliging van de luchtvaart te verbeteren. Hiertoe stelt de bevoegde autoriteit de Commissie schriftelijk in kennis van alle burgerluchthavens op haar grondgebied, behalve de luchthavens die onder artikel 4, lid 2, derde alinea, vallen. Amendement 58
Artikel 14, lid 3, alinea 2
Het verslag van de Commissie en het antwoord van de nationale autoriteit worden vervolgens meegedeeld aan alle andere nationale autoriteiten. Het verslag van de Commissie en het antwoord van de bevoegde autoriteit worden vervolgens meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten. Amendement 59 Artikel 14, lid 3 bis (nieuw)
3 bis. De Commissie zorgt ervoor dat iedere Europese luchthaven die onder deze verordening valt, binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ten minste eenmaal wordt geïnspecteerd. Amendement 60 Artikel 15 bis (nieuw)
Artikel 15 bis Verslag
De Commissie doet het Europees Parlement, de Raad, de lidstaten en de nationale parlementen jaarlijks een verslag toekomen over de toepassing van deze verordening en de impact ervan op de verbetering van de beveiliging van de luchtvaart, maar ook over eventuele zwakke punten en tekortkomingen die bij controles en inspecties van de Commissie aan het licht zijn gebracht. Amendement 61
Artikel 16 bis (nieuw)
Artikel 16 bis
Adviesgroep van belanghebbenden
Onverminderd de rol van het in artikel 16 bedoelde Comité moet de Commissie een "Adviesgroep van belanghebbenden inzake luchtvaartbeveiliging" oprichten, met Europese representatieve organisaties die betrokken zijn bij of rechtstreeks worden beïnvloed door beveiliging van de luchtvaart. De rol van deze groep is uitsluitend beperkt tot het adviseren van de Commissie. Het in artikel 16 bedoelde Comité houdt de Adviesgroep van belanghebbenden inzake luchtvaartbeveiliging tijdens het gehele regelgevingsproces op de hoogte. Amendement 62
Artikel 16 ter (nieuw)
Artikel 16 ter
Publicatie van informatie
Elk jaar moet de Commissie besluiten van de inspectieverslagen opstellen en conform Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie 1
een verslag publiceren over
de toepassing van deze verordening en over de situatie in de Gemeenschap
betreffende beveiliging van de luchtvaart.
_______________
1
PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.
Amendement 63 Artikel 17
Overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag kunnen de Gemeenschap en een derde land overeenkomsten sluiten waarin erkend wordt dat de in het derde land toegepaste beveiligingsnormen gelijkwaardig zijn aan de communautaire normen. Overeenkomsten waarin erkend wordt dat de in het derde land toegepaste beveiligingsnormen gelijkwaardig zijn aan de communautaire normen moeten overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag worden opgenomen in internationale luchtvaartovereenkomsten tussen de Gemeenschap en een derde land, teneinde verwezenlijking van de doelstelling van "one-stop security" op alle vluchten tussen de Europese Unie en derde landen dichterbij te brengen. Amendement 64
Artikel 20, alinea 2
Ze is van toepassing vanaf [...], behalve artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 14, lid 1, en artikel 16, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding. Ze is van toepassing vanaf [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Verordening], behalve artikel 4, lid 2, artikel 13, lid 2, artikel 14, lid 1, en artikel 16, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding. Amendement 65 Bijlage, hoofdstuk 1, afdeling 1.2, punt 1
-
1.De toegang tot de luchtzijde wordt beperkt om te beletten dat onbevoegde personen en verboden voertuigen deze zones binnenkomen. (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.) Amendement 66
Bijlage, hoofdstuk 1, afdeling 1.2, punt 4
-
4.Alvorens bemanningsleden van een communautaire luchtvaartmaatschappij een bemanningsidentificatiekaart krijgen, moeten zij met succes een achtergrondcontrole hebben doorlopen die wordt uitgevoerd door de lidstaat die de vergunning verleent. Schrappen
Amendement 67 Bijlage, hoofdstuk 1, afdeling 1.2, punt 5
-
5.Alvorens personeelsleden van een luchthaven een luchthavenidentificatiekaart krijgen die hen toegang verleent tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones, moeten zij met succes een achtergrondcontrole hebben doorlopen die wordt uitgevoerd door de lidstaat waarin de luchthaven is gevestigd 5. Alle personeelsleden, met inbegrip van de bemanningsleden, moeten met succes een achtergrondcontrole hebben doorlopen voordat zij een luchthavenidentificatiekaart krijgen die hen zonder begeleiding toegang verleent tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones. Identificatiekaarten kunnen worden erkend door andere bevoegde autoriteiten dan de afgever van de betrokken identificatiekaart. . Dit is niet van
toepassing op bemanningsleden die overeenkomstig lid 4 een bemanningsidentificatiekaart hebben gekregen.
Amendement 68
Bijlage, hoofdstuk 2
Luchtvaartuigen die geparkeerd zijn in afgebakende zones van luchthavens waarop de in artikel 4, lid 2, derde alinea, vermelde alternatieve maatregelen van toepassing zijn, worden gescheiden van luchtvaartuigen waarop alle in de bijlage vastgestelde gemeenschappelijke normen van toepassing zijn om te voorkomen dat de veiligheidsnormen die worden toegepast op de luchtvaartuigen van de tweede categorie en op hun passagiers, bagage en vracht in het gedrang zouden komen. Luchtvaartuigen die geparkeerd zijn in afgebakende zones van luchthavens waarop de in artikel 4, lid 2, derde alinea, vermelde alternatieve maatregelen van toepassing zijn, worden gescheiden van luchtvaartuigen waarop alle in de bijlage vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen van toepassing zijn om te
verzekeren dat de veiligheidsnormen die worden toegepast op de luchtvaartuigen van de tweede categorie en op hun passagiers, bagage en vracht niet in het gedrang komen.
Amendement 69 Bijlage, hoofdstuk 3, punt 1
-
1.Wanneer de passagiers zijn uitgestapt, wordt het luchtvaartuig gecontroleerd alvorens het weer vertrekt om te garanderen dat zich geen verboden voorwerpen aan boord bevinden. 1. Wanneer de passagiers zijn uitgestapt, wordt het luchtvaartuig aan een beveiligingscontrole onderworpen alvorens het weer vertrekt om te garanderen dat zich geen verboden voorwerpen aan boord bevinden. Een luchtvaartuig kan van deze controle worden vrijgesteld wanneer het vanuit een andere lidstaat arriveert, tenzij de Commissie of de betrokken lidstaat aanwijzingen heeft verschaft waaruit blijkt dat de passagiers en hun cabinebagage niet kunnen worden geacht te zijn gecontroleerd in de zin van de
gemeenschappelijke basisnormen bedoeld in artikel 4.
Amendement 70 Bijlage, hoofdstuk 3, punt 1 bis (nieuw)
1 bis. Passagiers die op een erkende luchthaven vanwege technische problemen uit een luchtvaartuig zijn gestapt en vervolgens in een beveiligde zone van die luchthaven verblijven, moeten niet opnieuw aan een beveiligingsonderzoek worden onderworpen. Amendement 71
Bijlage, hoofdstuk 3, punt 2
-
2.Elk luchtvaartuig wordt beschermd tegen manipulatie door onbevoegden. 2. Elk luchtvaartuig wordt beschermd tegen manipulatie door onbevoegden. De aanwezigheid van een luchtvaartuig in de kritieke delen van de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone wordt geacht een voldoende bescherming te vormen. Amendement 72 Bijlage, hoofdstuk 5, afdeling 5.3, punt 2
-
2.Onbegeleide ruimbagage wordt niet vervoerd, tenzij die bagage van de passagier gescheiden is door factoren waarover de passagier geen controle heeft of de bagage aan aanvullende beveiligingsmaatregelen is onderworpen. 2. Onbegeleide ruimbagage wordt niet vervoerd, tenzij die bagage van de passagier gescheiden is door factoren waarover de passagier geen controle heeft of de bagage aan afdoende beveiligingsmaatregelen is onderworpen. Amendement 73 Bijlage, hoofdstuk 6, titel
VRACHT VRACHT EN POST Amendement 74
Bijlage, hoofdstuk 6, afdeling 6.1, punt 1
-
1.Alle vracht wordt aan beveiligingsmaatregelen onderworpen alvorens in het luchtvaartuig te worden geladen. Een luchtvaartmaatschappij aanvaardt geen vracht voor vervoer in een 1. Alle vracht wordt aan beveiligingsmaatregelen onderworpen alvorens in het luchtvaartuig te worden geladen. Een luchtvaartmaatschappij aanvaardt geen vracht voor vervoer in een
luchtvaartuig als de beveiligingsmaatregelen niet bevestigd zijn door een erkend agent, een bekende expediteur of een expediteur voor rekening van anderen. luchtvaartuig als de beveiligingsmaatregelen niet bevestigd zijn door een erkend agent van een andere luchtvaartmaatschappij, een bekende expediteur of een expediteur voor rekening van anderen. Amendement 75 Bijlage, hoofdstuk 6, afdeling 6.1, punt 2
-
2.Transfervracht wordt onderworpen aan de in het uitvoeringsbesluit gespecificeerde beveiligingsmaatregelen. 2. Transfervracht wordt onderworpen aan de in het uitvoeringsbesluit gespecificeerde beveiligingsmaatregelen. Transfervracht kan worden vrijgesteld van de beveiligingsmaatregelen: a) als ze aankomt uit een lidstaat, tenzij de Commissie of die lidstaat informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat die vracht volgens de gemeenschappelijke basisnormen van artikel 4 niet als onderzocht kan worden beschouwd; of
-
b)als ze aankomt uit een derde land waarmee de Gemeenschap een in artikel 17 bedoelde overeenkomst heeft gesloten waarin wordt erkend dat deze transfervracht onderzocht is volgens normen die gelijkwaardig zijn aan de communautaire normen; of c) in de in een uitvoeringsbesluit nader te bepalen gevallen.
Amendement 76 Bijlage, hoofdstuk 6, afdeling 6.1 bis (nieuw)
6.1 bis. Beveiligingsmaatregelen voor post 1. Alle post wordt aan beveiligingsmaatregelen onderworpen
alvorens in het luchtvaartuig te worden
geladen. Een luchtvaartmaatschappij
aanvaardt geen post voor vervoer in een
luchtvaartuig als niet is bevestigd dat de in
een uitvoeringsbesluit nader te bepalen
geschikte beveiligingsmaatregelen voor
post zijn genomen.
-
2.Transferpost wordt onderworpen aan de in het uitvoeringsbesluit gespecificeerde
beveiligingsmaatregelen. Transferpost kan
worden vrijgesteld van de
beveiligingsmaatregelen op grond van de
vrijstellingscriteria als bedoeld in afdeling
5.1, punt 2.
-
3.Transitpost kan worden vrijgesteld van beveiligingsmaatregelen als ze aan boord
van het luchtvaartuig blijft.
Amendement 77
Bijlage, hoofdstuk 10, punt 1
-
1.Onverminderd de toepasselijke veiligheidsmaatregelen in de luchtvaart, krijgen onbevoegde personen tijdens een vlucht geen toegang tot de bemanningscabine. Onverminderd de toepasselijke veiligheidsmaatregelen in de luchtvaart: 1. krijgen onbevoegde personen tijdens een vlucht geen toegang tot de bemanningscabine; Amendement 78
Bijlage, hoofdstuk 10, punt 2
-
2.Onverminderd de toepasselijke veiligheidsmaatregelen in de luchtvaart 2. worden passagiers die de orde kunnen verstoren tijdens een vlucht aan passende beveiligingsmaatregelen onderworpen; ,
worden passagiers die de orde kunnen verstoren tijdens een vlucht aan passende beveiligingsmaatregelen onderworpen.
Amendement 79
Bijlage, hoofdstuk 10, punt 4
-
4.Aan boord van een luchtvaartuig mogen geen wapens worden gedragen, tenzij de betrokken lidstaat hiervoor toestemming heeft verleend en aan de vereiste veiligheidsvoorwaarden is voldaan. 4. mogen aan boord van een luchtvaartuig geen wapens worden gedragen (met uitzondering van wapens die als vracht zijn aangegeven), tenzij aan de vereiste veiligheidsvoorwaarden is voldaan, en a) de lidstaat de betrokken
luchtvaartmaatschappij hiervoor toestemming heeft verleend; en
-
b)de lidstaat van vertrek, de lidstaat van aankomst en, indien van toepassing, alle lidstaten waar overheen wordt gevlogen of waar een tussenstop wordt gemaakt, van tevoren goedkeuring hebben verleend; Amendement 80 Bijlage, hoofdstuk 10, punt 6
-
6.Leden 1 tot en met 5 zijn alleen van toepassing op luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap. 6. Punten 1 tot en met 5 zijn van toepassing op luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap en luchtvaartmaatschappijen die hun hoofdvestiging in een of meer lidstaten hebben. Amendement 81
Bijlage, hoofdstuk 10, punt 6 bis (nieuw)
6 bis. De verantwoordelijkheden voor het nemen van de nodige maatregelen in geval van wederrechtelijke handelingen aan boord van een burgerluchtvaartuig of tijdens een vlucht worden duidelijk afgebakend, onverminderd het beginsel van de overkoepelende bevoegdheid van de gezagvoerder. Amendement 82
Bijlage, hoofdstuk 11, punt 1
-
1.Personen die beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingsmaatregelen toepassen of verantwoordelijk zijn voor de toepassing ervan, worden gerecruteerd, opgeleid en gecertificeerd teneinde te garanderen dat ze geschikt zijn voor deze werkzaamheden en bevoegd zijn om de hen toegewezen taken uit te voeren. 1. Personen die beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles of andere beveiligingsmaatregelen toepassen of verantwoordelijk zijn voor de toepassing ervan, worden gerecruteerd, opgeleid en, in voorkomend geval, gecertificeerd teneinde te garanderen dat ze geschikt zijn voor deze werkzaamheden en bevoegd zijn om de hen toegewezen taken uit te voeren. Amendement 83
Bijlage, hoofdstuk 11, punt 2
-
2.Indien het nodig is dat andere personen dan passagiers toegang krijgen tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke 2. Indien het nodig is dat andere personen dan passagiers en begeleide personen met een luchthavenpas voor korte duur
zones, moeten deze personen een beveiligingsopleiding volgen alvorens ze een luchthavenidentificatiekaart of een bemanningidentificatiekaart krijgen. toegang krijgen tot om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones, moeten deze personen een beveiligingsopleiding volgen alvorens ze een luchthavenidentificatiekaart of een bemanningidentificatiekaart krijgen, tenzij zij permanent begeleid worden door een of meer personen in het bezit van een luchthavenidentificatiekaart of een bemanningidentificatiekaart. Amendement 84
Bijlage, hoofdstuk 12
De uitrusting die gebruikt wordt voor beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles en andere beveiligingsmaatregelen moet geschikt zijn om de beveiligingsmaatregelen uit te voeren. De uitrusting die gebruikt wordt voor beveiligingsonderzoeken, toegangscontroles en andere beveiligingsmaatregelen moet voldoen aan de goedgekeurde specificatie en geschikt zijn om de beveiligingsmaatregelen uit te voeren. Amendement 85 Bijlage, hoofdstuk 12 bis (nieuw)
12 bis. ACHTERGRONDCONTROLES
Alle piloten en aanvragers van een vliegbrevet voor gemotoriseerde vliegtuigen worden onderworpen aan uniforme achtergrondcontroles, die met geregelde tussenpozen worden herhaald. De besluiten van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot deze achtergrondcontroles worden op grond van dezelfde criteria genomen.

