Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling Een actieplatform

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

INGEKOMEN DOCUMENT Nr. Comv.:

COM(2005) 658 definitief/2

Betreft: Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling Een actieplatform Hierbij gaat voor de delegaties een nieuwe versie van document COM(2005) 658 definitief/2

Bijlage: COM(2005) 658 definitief/2

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 27.2.2006 COM(2005) 658 definitief/2

CORRIGENDUM : Bijlage 1

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES

PARLEMENT

Herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling

Een actieplatform

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES

PARLEMENT

Herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling

Een actieplatform

(voor de EER relevante tekst)

INHOUDSOPGAVE

  • 1. 
    Actiekader .................................................................................................................... 3 2. Zorgen voor veranderingen: focus op de belangrijkste vraagstukken ......................... 5

2.1. Klimaatverandering en schone energie ........................................................................ 6

2.2. Volksgezondheid.......................................................................................................... 7 2.3. Sociale uitsluiting, demografie en migratie ................................................................. 8

2.4. Beheer van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................ 9

2.5. Duurzaam vervoer ...................................................................................................... 11 2.6. Globale uitdagingen op het gebied van armoede en ontwikkeling ............................ 12

  • 3. 
    Bereiken van resultaten .............................................................................................. 13

3.1. Effectievere follow-up ............................................................................................... 13

3.2. Beter beleid maken..................................................................................................... 14

  • 4. 
    Conclusies .................................................................................................................. 17

BIJLAGE 1 Raad van de Europese Unie Conclusies van de Voorzitterschap DOC 10255/05 Brussel Europese Raad 16 en 17 juni 2005 Ontwerpverklaring inzake de richtlijnen voor duurzame ontwikkeling ................................................................................................................

BIJLAGE 2 DOELSTELLINGEN, STREEFCIJFERS, BELEIDSLIJNEN EN MAATREGELEN ­ VOORTGANG MET DE SDS .............................................................. 21

BIJLAGE 3 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT Herziening 2005 van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling: eerste balans en krachtlijnen voor de toekomst {COM(2005) 37} ..................................................... 34

Herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling

Europeanen hechten grote waarde aan de kwaliteit van het leven. Zij stellen prijs op welvaart, een schoon milieu, een goede gezondheid, sociale bescherming en rechtvaardigheid. Zij willen dit niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun kinderen en kleinkinderen. Omdat de wereld snel verandert ­ veranderingen kunnen zo snel gaan dat het aanpassingsvermogen van de economie, de structuur van de samenleving en de natuur sterk tekortschiet ­ moet Europa moderniseren en de veranderingen voor blijven. De uitdaging is een tempo aan te houden dat zorgt voor wederzijdse versterking van de economische groei, de sociale welvaart en de bescherming van het milieu.

Deze uitdaging en de noodzaak van verandering werden erkend door de Europese Raad van Göteborg in 2001, toen de strategie voor duurzame ontwikkeling werd goedgekeurd. Daaraan werd in 2002 door de Europese Raad van Barcelona een buitenlandse dimensie toegevoegd. De beginselen en doelstellingen van duurzame ontwikkeling ­ economische welvaart, sociale rechtvaardigheid, bescherming van het milieu en internationale verantwoordelijkheden ­ zijn in juni 2005 door de Europese Raad bevestigd met de goedkeuring van richtsnoeren voor duurzame ontwikkeling, en stonden centraal in de besprekingen van de Europese staatshoofden en regeringsleiders in Hampton Court in oktober 2005.

Europa is goed op gang waar het gaat om de toepassing van deze richtlijnen voor duurzame ontwikkeling. Er zijn goede initiatieven genomen in het kader van het vernieuwde proces van Barcelona, in de sociale sfeer en wat milieubescherming betreft. Gezien de snelle veranderingen moet Europa echter zijn inspanningen intensiveren, wil het de weg van duurzaamheid kunnen aanhouden. Als we ons sterker inzetten voor groei en banen, waarbij we Europa's sociaal en natuurlijk erfgoed vastberaden beschermen en in stand houden, kennis benutten, innovatie stimuleren, beleidsontwikkeling op geïntegreerde wijze aanpakken en daarvoor de financiële middelen vrijmaken, behoort dat tot de mogelijkheden.

De overheid zal altijd een belangrijk deel van de oplossing voor haar rekening blijven nemen, omdat zij de omgeving creëert waarbinnen burgers en bedrijven beslissingen nemen. Duurzame ontwikkeling moet echter verder gaan dan de mogelijkheden van overheden. Alle betrokkenen, met name bedrijven en burgers, moeten in staat worden gesteld en worden aangemoedigd om met nieuwe en innovatieve oplossingen voor problemen te komen en gebruik te maken van wat mogelijk is. Europa kan deze uitdagingen niet alleen aanpakken en heeft laten zien dat het met haar internationale partners wil samenwerken om wereldwijde problemen in een wereldwijd perspectief aan te pakken.

  • 1. 
    A CTIEKADER

Zoals beschreven in het Verdrag is duurzame ontwikkeling de overkoepelende doelstelling van de Europese Unie voor de lange termijn. De Europese Raad heeft om dit doel te bereiken in 2001 een strategie geformuleerd. Deze ambities zijn sindsdien omgezet in beleidsinitiatieven die op hun beurt al tot resultaten in het veld leiden.

Het actiekader is aanwezig. Wat de economie betreft: de vernieuwde Lissabon-strategie is de motor van groei en banen. De Lissabon-strategie helpt de EU zich aan te passen aan de eisen van wereldwijde concurrentie en vergrijzing. Een sterkere Europese economie is cruciaal voor en onderdeel van duurzame ontwikkeling: zij draagt bij tot het genereren van de middelen om

te investeren, bijvoorbeeld in een schoner milieu, beter onderwijs en betere zorg en sociale bescherming. Een duurzamer gebruik van natuurlijke hulpbronnen en sterkere sociale rechtvaardigheid zijn dan weer van kritiek belang voor ons economisch succes.

De EU erkent deze verbanden en benut de elkaar wederzijds versterkende elementen van het economisch beleid, het sociaal beleid en het milieubeleid. De Commissie verricht nu effectrapportages voor alle belangrijke beleidsvoorstellen om te beoordelen in hoeverre die tot duurzaamheid bijdragen. Deze geïntegreerde beleidsaanpak blijkt uit de hervorming van het landbouw- en visserijbeleid, de versterking van het beleid voor plattelandsontwikkeling en de modernisering van het cohesiebeleid. De EU heeft een beleidskader ingesteld voor het bestrijden van klimaatverandering, dat ook een ambitieus systeem bevat voor de verhandeling van CO

-emissies omvat waarmee de industrie moet worden aangemoedigd haar emissies

2

tegen de laagste kosten terug te dringen.

1

Er zijn diverse horizontale en thematische strategieën en actieplannen goedgekeurd , die vaak

gepaard gaan met specifieke streefcijfers en mijlpalen. Dit omvat gezamenlijke inspanningen op een groot aantal gebieden, zoals verhogen van de veiligheid, bestrijden van sociale uitsluiting, versterken van cohesie, tegenhouden van achteruitgang van biologische diversiteit en verbeteren van de kwaliteit van bodem, water en lucht. Lidstaten en plaatselijke en regionale overheden hebben maatregelen genomen om bijvoorbeeld sociale uitsluiting te bestrijden, de gevolgen van vergrijzing op te vangen, de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de kwaliteit van het plaatselijk openbaar vervoer te verbeteren

2

.

Bij deze herziening wordt rekening gehouden met deze prestaties en worden voor de komende jaren verdere concrete maatregelen voorgesteld. Dit is het resultaat van het toetsingsproces dat begin 2005 is ingezet en uit drie nauw samenhangende onderdelen bestaat, die gezamenlijk één pakket vormen:

­ een mededeling van de Commissie, goedgekeurd in februari 2005, waarin een eerste balans

wordt opgemaakt en eerste krachtlijnen worden voorgesteld;

­ richtsnoeren, die in juni 2005 door de Europese Raad zijn goedgekeurd;

­ deze mededeling, die zich richt op tenuitvoerlegging en maatregelen.

Bij de ontwikkeling van dit pakket heeft de Commissie breed overleg gevoerd met en het advies ingewonnen van de Raad en het Parlement, de lidstaten, NGO's, burgers en andere betrokkenen

3

. Uit deze dialoog is met name naar voren gekomen dat de herziene strategie een

sterkere focus moet hebben, dat taken duidelijker moeten worden verdeeld, dat bredere participatie en ondersteuning vereist zijn, dat de internationale dimensie sterker moet worden geïntegreerd en dat implementatie en monitoring effectiever moeten worden.

1 Een breed overzicht van de diverse EU-strategieën en -actieplannen die duurzame ontwikkeling ondersteunen, is opgenomen in bijlage II.

2 Goede voorbeelden van de bereikte vooruitgang worden genoemd in de mededeling van de Commissie van februari 2005 (COM(2005) 37). Zie ook de Eurostat-publicatie van december 2005 over indicatoren voor duurzame ontwikkeling. 3 Mededeling van de Commissie COM(2005) 37 van februari 2005. Bij haar consultaties heeft de Commissie meer dan 1100 bijdragen ontvangen.

Het doel van deze herziening is geen vervanging van de strategie voor duurzame ontwikkeling, maar verdere ontwikkeling ervan. Er moet voor worden gezorgd dat banden tussen Europese beleidsinitiatieven worden benut en dat afwegingen worden gemaakt om de doelstelling van duurzaamheid te bereiken. De herziening houdt onder meer in:

· Identificatie van belangrijke vraagstukken waar de komende jaren een sterkere impuls

nodig is;

· Suggesties om de externe dimensie van duurzame ontwikkeling (bijvoorbeeld wereldwijd

verbruik van hulpbronnen, problemen op het gebied van de internationale ontwikkeling) te integreren in de interne beleidsvorming en de impact van Europese beleidskeuzen op het gebied van wereldwijde duurzame ontwikkeling consistenter te evalueren;

· Voorstellen om de vorderingen te meten en prioriteiten regelmatig te toetsen, dit om de

coherentie van de strategieën van de lidstaten en de EU te bevorderen;

· Aanbevelingen voor een permanente dialoog met mensen en organisaties ­ topmensen in

het bedrijfsleven, regionale en plaatselijke overheden, NGO's, universiteiten en organisaties van burgers ­ die betrokkenheid tonen en veranderingen willen.

  • 2. 
    Z ORGEN VOOR VERANDERINGEN : FOCUS OP DE BELANGRIJKSTE VRAAGSTUKKEN

Deze herziening brengt een aantal belangrijke kwesties voor het voetlicht die op het hoogste politieke niveau een krachtige impuls moeten krijgen om het publiek er sterker bij te betrekken, besluitvorming en actie te versnellen op alle niveaus, coördinatie van de aanpak te bevorderen en de aanvaarding van nieuwe en betere ideeën te versnellen. De noodzaak wordt erkend om de vorderingen regelmatig te toetsen en er worden suggesties gedaan over de beste manier om dat te doen.

Om wat specifieke vraagstukken betreft vooruitgang te kunnen boeken, moet rekening worden gehouden met een aantal horizontale kwesties. De geconstateerde trends zijn onderling gekoppeld en het sectorale beleid dient daarom als geheel in een geïntegreerd kader te worden beoordeeld. De bestrijding van klimaatverandering heeft bijvoorbeeld vele facetten ­ zowel het energiebeleid als het vervoersbeleid spelen een belangrijke rol bij de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Klimaatverandering heeft ook sociale gevolgen, bijvoorbeeld omdat door natuurrampen als overstromingen en droogte de zwakste regio's en de meest kwetsbare bevolkingsgroepen vaak onevenredig sterk worden getroffen. Europa benut reeds positieve correlaties tussen beleidsgebieden. Maatregelen op het gebied van duurzame energie worden genomen om de continuïteit van de energievoorziening te verbeteren, klimaatverandering en plaatselijke luchtverontreiniging terug te dringen, armoede te verminderen en de zekerheid te vergroten, terwijl ook rurale en lokale ontwikkeling worden gestimuleerd. Er moeten evenwel afwegingen worden gemaakt. Sommige beleidskeuzen leiden tot aanpassingskosten, en voor- en nadelen moeten op optimale wijze tegen elkaar worden afgewogen.

Voor een effectieve respons zijn internationale samenwerking en solidariteit vereist. De EU heeft zich ertoe verbonden de armoede in ontwikkelingslanden te bestrijden en werkt nauw samen met de Verenigde Naties om de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bevorderen. De EU is betrokken bij een reeks multilaterale projecten voor het verwezenlijken van verbintenissen op het gebied van biodiversiteit, visbestanden, energie en water, die zijn aangegaan op de Wereldtop voor duurzame ontwikkeling en om

klimaatverandering te bestrijden. De EU zal haar invloed aanwenden om meer landen te interesseren voor een ambitieuze agenda voor duurzame ontwikkeling. Zij zal ook gebruik maken van haar eigen instrumenten, zoals handels- en samenwerkingsovereenkomsten, om veranderingen teweeg te brengen. Bovendien zal zij de externe dimensie integreren in de interne beleidsvorming.

De EU en de lidstaten moeten blijven investeren in onderzoek en technologie om nieuwe productie- en consumptiemethoden te vinden die kosteneffectief zijn en zuinig omgaan met de beschikbare hulpbronnen. Door nieuwe technologieën ­ IT en communicatie-instrumenten, alternatieve energieopwekking, producten en processen met een gering milieueffect, nieuwe brandstoffen en vervoerstechnologieën ­ te benutten, kan Europa zorgen voor een doorbraak op het gebied van zuinig omgaan met hulpbronnen, waardoor op duurzame wijze groei kan worden teweeggebracht.

Het onderwijs kan een belangrijke rol spelen door de veranderingen die onderdeel zijn van duurzame ontwikkeling te faciliteren. Onderwijs zorgt ervoor dat mensen zich kunnen aanpassen aan veranderingen op wereldwijde schaal, dat kennis wordt verspreid en dat belanghebbenden zich bij de veranderingen betrokken voelen.

2.1. Klimaatverandering en schone energie

Het klimaat is aan het veranderen. Dat kan niet worden voorkomen, maar de veranderingen kunnen op een aanvaardbaar peil worden gehouden en de negatieve gevolgen kunnen aanzienlijk worden teruggedrongen. Het gaat hier om een wereldwijd probleem dat om een oplossing op wereldwijd niveau vraagt. Er moet meer worden gedaan om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, niet alleen in de EU maar ook in andere grote emitterende landen en opkomende economieën. Ook moet de EU zich aanpassen aan klimaatverandering en met name ontwikkelingslanden helpen zich aan te passen.

De noodzakelijke veranderingen zullen sommige groepen, sectoren of landen sterker treffen dan andere. Het is van belang om mechanismen te ontwikkelen om diegenen die sterk worden getroffen te helpen en alle internationale partners te motiveren om een actief beleid inzake klimaatverandering te voeren.

Het terugdringen van klimaatverandering biedt belangrijke sociale en economische mogelijkheden en draagt bij tot het verminderen van andere, niet-duurzame ontwikkelingen. Als we ons energiegebruik aanpassen, kan de EU bijvoorbeeld ten minste 20% op haar energiegebruik besparen ­ een besparing die gelijk staat aan het gecombineerde energieverbruik van Duitsland en Finland. De EU beschikt over omvangrijke duurzame energiebronnen

(windenergie, zonne-energie, energie uit biomassa, golfenergie, waterkrachtenergie, geothermische energie) en heeft de technologie om deze te gebruiken voor een veel groter deel van de vraag naar verwarming, elektriciteit en brandstof.

Niet alleen heeft dat duidelijke economische voordelen, maar de ervaring wijst ook uit dat maatregelen om klimaatverandering terug te dringen, energie efficiënt te gebruiken en het potentieel van de EU aan duurzame energie te benutten, nog veel meer extra voordelen hebben: verbeterde continuïteit van de energievoorziening, minder uitstoot van andere verontreinigende stoffen, plaatselijke ontwikkeling en hoogwaardige arbeidsplaatsen. Ook helpt dit de EU om haar leidende positie te behouden op het gebied van innovatieve technologieën, nu de concurrentie op deze gebieden steeds sterker wordt. Bovendien kan de EU ontwikkelingslanden helpen om economische groei te verwezenlijken met gebruikmaking van de minst verontreinigende technologieën, bijvoorbeeld door het mechanisme voor schone

ontwikkeling (Kyoto-protocol) dat overdracht van deze technologieën naar ontwikkelingslanden mogelijk maakt. Het potentieel is aanwezig; het moet nu ook worden benut.

Voornaamste maatregelen:

· De EU zal streven naar verbintenissen om de uitstoot van broeikasgassen na het verstrijken

van de huidige verbintenissen in 2012 verder te verminderen, door voorstellen te ontwikkelen en toe te werken naar bredere internationale overeenkomsten die alle broeikasgassen en sectoren bestrijken; zij bevordert innovatie en werkt ook aan maatregelen voor aanpassing. De EU-regeling voor het verhandelen van emissierechten kan als model dienen voor een internationale koolstofmarkt.

· De EU zal haar toekomstig klimaatbeleid ontwikkelen via de tweede fase van het Europees

programma voor klimaatverandering. Zij werkt daartoe samen met belanghebbenden aan nieuwe maatregelen om kosteneffectieve mogelijkheden systematisch te benutten; dit betreft bijvoorbeeld auto's, luchtvaart, technologische ontwikkeling en aanpassing. De EU en de lidstaten zullen de EU-regeling voor het verhandelen van emissierechten evalueren met het oog op verdere uitwerking ervan, en uitbreiding ervan naar andere broeikasgassen en sectoren (bijvoorbeeld de luchtvaart) overwegen.

· De staatshoofden en regeringsleiders kwamen op hun informele bijeenkomst in Hampton

Court in oktober 2005 overeen de Commissie te verzoeken een versterkt duurzaam, veilig en competitief Europees energiebeleid uit te werken. De Commissie ontplooit in 2006 belangrijke initiatieven op het gebied van biomassa

4

en biobrandstoffen. Zij zal in 2006

ook een debat starten over het EU-beleid inzake hernieuwbare energie tot aan 2020, waarin ook het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het energieaanbod aan de orde zal komen. Hiermee wordt alle betrokkenen een duidelijk doel gesteld, en wordt de zekerheid geboden die bedrijven en investeerders wensen. De EU zal het wereldwijde gebruik van hernieuwbare energie blijven bevorderen.

· De Commissie zal een voorstel doen voor een actieplan voor efficiënt energiegebruik, om

de potentiële kosteneffectieve besparing van naar schatting 20% te realiseren. Er is een sterke impuls nodig voor energiebesparing in gebouwen, die verder gaat dan de huidige wetgeving inzake de energieprestaties van gebouwen voorschrijft, met name om huishoudens te helpen. De Commissie zal samenwerken met de lidstaten, met gebruikmaking van de Structuurfondsen, om de doelstellingen voor efficiënt energiegebruik te verwezenlijken; de lidstaten met het sterkste potentieel voor verbetering krijgen daarbij voorrang.

2.2. Volksgezondheid

Gezondheid is een mondiaal vraagstuk. Ziekten verspreiden zich snel over de continenten. Europa moet zijn capaciteit vergroten om grensoverschrijdende bedreigingen voor de gezondheid te bestrijden. De inspanningen van de EU moeten gepaard gaan met effectief optreden in buurlanden en op wereldwijd niveau. De bestrijding van bedreigingen voor de gezondheid vereist een snelle en effectieve respons en een goed functionerend zorgstelsel en beheers-, technologie- en infrastructuurcapaciteit. Het onvermogen van één lidstaat om in te

4 December 2005 ­ COM(2005)628.

grijpen kan de hele EU in gevaar brengen. Het overbruggen van de verschillen in gezondheidszorg binnen de EU is daarom cruciaal.

De EU heeft ook de verplichting om internationale inspanningen ter verbetering van de gezondheidszorg te ondersteunen. Momenteel lijden in de gehele wereld zo'n 40 miljoen mensen aan hiv/aids. Er zijn 24 miljoen mensen overleden, waaronder vijf miljoen kinderen. Aan malaria sterven elk jaar meer dan een miljoen mensen ­ vooral kinderen in Afrika ten zuiden van de Sahara. Een groot probleem is nog steeds dat een toenemend aantal bacteriestammen resistent is tegen antibiotica.

Door gezondheidsbevordering en voorkoming van ziekten (door op een geschikt niveau aandacht te besteden aan gezondheidsbepalende factoren) kan de economische en sociale last als gevolg van ziekten op de lange termijn worden verminderd. Bovendien kan grotere kennis van de gevolgen van verontreinigende stoffen voor de gezondheid ook verbetering brengen in maatregelen op het gebied van preventie en planning.

Voornaamste maatregelen:

De Gemeenschap en haar lidstaten moeten:

· hun actieplannen voor het omgaan met bedreigingen voor de gezondheid opwaarderen (ter

voorbereiding op een mogelijke pandemie, rekening houdend met de recentelijk bijgewerkte richtlijnen voor de voorbereiding op pandemische influenza);

· een EU-strategie voor hiv/aids overeenkomen en implementeren, onder meer door

maatregelen ter verbetering van het toezicht en ter versterking van de samenwerking tussen de lidstaten. Wat derde landen betreft moeten de inspanningen worden opgevoerd om het huidige EU-actieprogramma voor hiv/aids, tuberculose en malaria uit te voeren;

· het onderzoek naar het verband tussen milieuverontreinigende stoffen, blootstelling

daaraan en gezondheidseffecten coördineren om beter te begrijpen welke milieufactoren gezondheidsproblemen veroorzaken en hoe die het best kunnen worden voorkomen.

2.3. Sociale uitsluiting, demografie en migratie

Armoede en sociale uitsluiting in de EU aanpakken betekent niet alleen het verhogen van lage inkomens. Het houdt ook in verbeterde toegang tot werk, huisvesting, mobiliteit, gezondheidszorg, communicatie- en informatiediensten en vooral onderwijs en opleiding. Een aanzienlijk deel van de bevolking in de EU (15%) loopt risico op armoede. Ook armoede onder kinderen is zorgwekkend. Zoals besproken op de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders in Hampton Court moet aan de bestrijding van sociale uitsluiting dringend aandacht worden geschonken.

De EU staat niet alleen voor economische maar ook voor aanzienlijke sociale uitdagingen als gevolg van de vergrijzing. De vergrijzing zal tot 2040 toenemen en er in combinatie met een daling van de vruchtbaarheid toe leiden dat de beroepsbevolking afneemt. Door de dalende vruchtbaarheid en de stijgende levensverwachting zouden er in 2050 slechts twee werkenden zijn op één oudere, tegen vier op dit moment. Door deze ontwikkelingen zou de groei kunnen vertragen.

De overheid moet ervoor zorgen dat de economie en de samenleving in Europa voorbereid zijn op de vergrijzing. De productiviteit en de arbeidsparticipatie, vooral die van oudere werknemers en vrouwen, moeten worden gestimuleerd, wil duurzame economische groei

mogelijk blijven. Modernisering van de Europese stelsels voor sociale bescherming, met name pensioen en langdurige zorg, is van groot belang, evenals bevordering van actief en gezond ouder worden. Er moet meer gezinsvriendelijk beleid komen. Effectieve beheersing van migratiestromen, alsmede positieve integratie van migranten en hun gezinnen, is essentieel. Dit betekent ook dat meer en beter in menselijk kapitaal moet worden geïnvesteerd, vanuit het perspectief van de levenscyclus, teneinde de inzetbaarheid van werknemers in stand te houden. Dit houdt ook in dat de lidstaten een strategie voor levenslang leren moeten implementeren.

Voornaamste maatregelen:

· Naar aanleiding van de besprekingen van de staatshoofden en regeringsleiders in Hampton

Court in oktober 2005 zal de Commissie begin 2006 een mededeling presenteren waarin wordt bekeken hoe de EU de lidstaten kan helpen bij hun respons op de democratische uitdagingen, met name door het bevorderen van strategieën voor actief ouder worden, integratie van migranten en betere voorwaarden voor gezinnen. Zij zal de sociale partners consulteren over de vraag of nieuwe strategieën moeten worden voorgesteld ter ondersteuning van de combinatie van werk en privéleven.

· De Commissie stelt voor een Europees Jaar voor de bestrijding van armoede en sociale

uitsluiting in te stellen. In 2006 zal een stappenplan voor de gelijkheid van mannen en vrouwen worden gepresenteerd om gelijke kansen te bevorderen en ertoe bij te dragen dat de EU deze democratische uitdagingen het hoofd kan bieden. De EU steunt de inspanningen van de lidstaten om hun stelsels voor sociale bescherming te moderniseren en duurzaam te maken.

· De EU en haar lidstaten moeten blijven werken aan de ontwikkeling van een EU-beleid

voor legale migratie; zij moeten de integratie van migranten verbeteren en illegale immigratie bestrijden. De Commissie heeft voorgesteld de integratiemaatregelen van de lidstaten te ondersteunen door middel van een Europees Fonds voor de integratie van personen uit derde landen (2007­2013). Zij heeft een beleidsplan uitgevaardigd over legale migratie met inbegrip van overnameprocedures. Ook zal zij in 2006 een gemeenschappelijk beleidskader voor de bestrijding van illegale immigratie voorstellen.

2.4. Beheer van natuurlijke hulpbronnen

We zijn in hoge mate afhankelijk van natuurlijke hulpbronnen ­ voor grondstoffen, voedsel, energie en grond. We vertrouwen op natuurlijke processen om de stijgende hoeveelheid afval van het steeds grotere aantal aardbewoners (nu zo'n zes miljard) te "absorberen". Volgens de Millennium Ecosystem Assessment van de VN voor 2005 is tweederde van de ecosysteemdiensten waarvan mensen afhankelijk zijn aan het afnemen. Wat Europa van de planeet vraagt, is sinds het begin van de jaren '60 met zo'n 70% gestegen. Een Europeaan gebruikt om zijn manier van leven te ondersteunen naar schatting 4,9 hectare productieve grond (tegen 9,5 in de VS en 1,5 in China). Het gemiddelde wereldwijd is 1,8 hectare.

Bepaalde gebruikspatronen van land en zee hebben geleid tot steeds meer verkeersopstoppingen, energieverbruik en vervuiling en een groter gevaar voor

5

overstromingen en verlies van landschappen, habitats en biodiversiteit . De mondiale

patronen van het gebruik van hulpbronnen geven aanleiding tot bezorgdheid, omdat het regeneratievermogen van de aarde en de diensten die de natuur biedt erdoor worden aangetast. Het verlies aan biodiversiteit dat ten dele het gevolg is van klimaatverandering heeft economische gevolgen, onder meer voor het toerisme en voor sectoren als de landbouw, die afhankelijk zijn van ecosysteemdiensten (bestuiving, vruchtbaarheid van de bodem, beschikbaarheid en kwaliteit van water) en andere sectoren die biologische informatie benutten als bron van innovatie.

Door het voortouw te nemen bij het zoeken naar innovatieve oplossingen voor beter beheer van hulpbronnen kan de EU een economie die zuiniger met hulpbronnen omgaat bevorderen en zichzelf positioneren als wereldleider op het gebied van eco-efficiënte technologieën. Het besef groeit (niet in de laatste plaats bij het bedrijfsleven) dat investeren in eco-innovatie enorme mogelijkheden kan bieden. De markt voor duurzame producten en processen zal moeten groeien om aan de vraag van een snel groeiende wereldwijde "middenklasse" naar consumentengoederen en -diensten en ecologische kwaliteit te kunnen voldoen. Met een gecoördineerde aanpak, die anticipeert op de noodzaak om over te gaan op duurzamer productie en consumptie, kan Europa een voorsprong nemen op de concurrentie.

Om dit met succes te volvoeren speelt de overheid een belangrijke rol, doordat zij een voorspelbaar regelgevingskader voor de lange termijn kan bieden, dat door het belonen van eco-innovatie

bedrijven steunt die duurzame activiteiten willen ontwikkelen.

Overheidsinstellingen beschikken over de koopkracht om het momentum voor veranderingen teweeg te brengen. In de EU bijvoorbeeld kopen overheidsinstellingen (zoals plaatselijke autoriteiten, scholen, ziekenhuizen) ieder jaar voor 1,6 biljoen euro producten en diensten, ofwel 16% van ons BBP. Hierdoor kan de kritische massa worden gecreëerd die nodig is voor het succes van duurzame technologieën op de markt.

Voornaamste maatregelen:

· De lidstaten moeten met de Commissie ervaringen en beste praktijken uitwisselen over het

verschuiven van belastingheffing van arbeid naar consumptie en/of vervuiling op budgettair neutrale wijze, teneinde bij te dragen aan het EU-doel om de werkgelegenheid te vergroten en het milieu te beschermen. Daarnaast moeten de lidstaten effectiever gebruik maken van hun aanzienlijke koopkracht om de aanvaarding van innovatieve, energieefficiëntere en schonere toepassingen te bevorderen. De Commissie zal een voorstel doen voor een richtlijn inzake de aanschaf van groene voertuigen door de overheid.

· De EU zal samen met lidstaten en belanghebbenden werken aan de promotie van eco-

innovatie en aan uitbreiding van de markt voor eco-technologieën. De lidstaten moeten hun routekaart voor milieutechnologieën implementeren. In het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek zal de EU financiering bieden om maatregelen te ondersteunen en onderzoek en technologische ontwikkeling te stimuleren op belangrijke gebieden als waterstof en brandstofcellen.

5

In het verslag van het Europees Milieuagentschap voor 2005 over de toestand van het milieu wordt erkend dat de afgelopen dertig jaar aanzienlijke vooruitgang is geboekt. De milieusituatie blijft echter in vele opzichten onhoudbaar. Dit probleem kan alleen worden aangepakt door effectiever integratie van milieuzorg in andere beleidsgebieden.

· De Commissie zal een actieplan opstellen om duurzame productie en consumptie te

bevorderen. Daarmee wordt voortgebouwd op lopende initiatieven en instrumenten, zoals hulpbronnen- en afvalstoffenbeleid, geïntegreerd productbeleid en geïntegreerde productnormen, regelingen voor milieubeheer en innovatie- en technologiebeleid, waarvan de impact wordt vergroot en de tekortkomingen worden aangepakt. Ook wordt ervoor gezorgd dat zij bijdragen aan wereldwijde initiatieven.

· De EU en de lidstaten moeten zorgen voor voldoende financiering en beheer van het

Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden. Biodiversiteitsaspecten moeten beter worden geïntegreerd in het interne en externe beleid om zo de aantasting van biodiversiteit tegen te gaan.

2.5. Duurzaam vervoer

Iedereen profiteert van de beschikbaarheid van betaalbaar vervoer. Maar wij hebben ook geleden onder negatieve aspecten, zoals opstoppingen, gezondheidseffecten en aantasting van het milieu. Naarmate de economie groeit, neemt ook de vraag naar vervoer toe. Een sterke groei betekent dat, ondanks de aanzienlijke verbetering van de prestaties van de voertuigen, negatieve effecten optreden, en de huidige trends zijn niet duurzaam.

De voordelen van mobiliteit kunnen worden gegarandeerd met veel minder economische, sociale en milieugevolgen. Dit kan worden gedaan door de behoefte aan vervoer te verminderen (bijvoorbeeld door verandering van grondgebruik, bevordering van telewerken en videoconferenties), door beter gebruik te maken van infrastructuur en voertuigen, door een andere vervoerswijze te gebruiken, bijvoorbeeld per spoor in plaats van over de weg, fietsen en lopen voor korte afstanden, door verdere ontwikkeling van het openbaar vervoer, door schonere voertuigen in te zetten en door alternatieven voor olie te ontwikkelen, zoals biobrandstoffen en op waterstof rijdende voertuigen.

De voordelen van duurzamer vervoer zijn zeer divers en aanzienlijk: aanpak van opstoppingen, waardoor de kosten voor het bedrijfsleven worden verminderd, tijdsbesparing en verbetering van de toegang met het oog op regionale en lokale ontwikkeling, beperking van klimaatverandering en gevolgen voor biodiversiteit, verbetering van de continuïteit van de energievoorziening door de afhankelijkheid van olie te verminderen, verbetering van het lokale milieu en vermindering van de gevolgen voor de gezondheid, met name in stedelijke gebieden.

Voornaamste maatregelen:

· De EU en haar lidstaten moeten alternatieven voor het wegvervoer aantrekkelijker maken

voor vracht en passagiers, onder andere door ontwikkeling van de trans-Europese netwerken en intermodale verbindingen voor vrachtlogistiek, zodat goederen gemakkelijk kunnen wisselen tussen wegvervoer, spoorwegvervoer en vervoer over water. Dit is het thema van een belangrijk politiek debat in de tweede helft van 2006.

· De Europese Commissie zal het gebruik van infrastructuurheffingen in de EU blijven

bestuderen, daarbij bouwend op succesvolle lokale regelingen voor congestieheffingen, een in de hele EU geldende infrastructuurheffing voor vrachtverkeer en nieuwe mogelijkheden op basis van nieuwe satelliet-, informatie- en communicatietechnologieën.

· De Commissie zal een pakket maatregelen voorstellen ter verbetering van de

milieuprestaties van personenauto's door bevordering van schone en zuinige voertuigen, inclusief een richtlijn voor de aanbesteding van dergelijke voertuigen, nieuwe voertuignormen, en bevordering van het gebruik van biobrandstoffen. Zij heeft reeds voorgesteld dat de lidstaten de belasting op personenauto's differentiëren op basis van CO

-emissie.

2

2.6. Globale uitdagingen op het gebied van armoede en ontwikkeling

De globale bedreigingen voor duurzame ontwikkeling zijn allemaal onderling verbonden. Armoede, aantasting van het milieu en conflictsituaties vormen een voedingsbodem voor elkaar. Meer dan een miljard mensen leven van minder dan een dollar per dag en 2,7 miljard mensen leven van minder dan twee dollar. 2,6 miljard mensen ­ ruim 40 procent van de wereldbevolking ­ beschikken niet over schoon water, en meer dan een miljard mensen gebruiken onveilige bronnen voor drinkwater. Armoede en ongelijkheid zijn niet alleen onrechtvaardig, maar vormen ook een bedreiging voor wereldwijde ontwikkeling, welvaart op lange termijn, vrede en veiligheid. Globalisering betekent dat onze collectieve welvaart en veiligheid afhankelijk zijn van de succesvolle bestrijding van armoede.

De EU moet op alle niveaus in actie komen: bilateraal en multilateraal, en wel op een geïntegreerde manier. De EU heeft op de VN-Wereldtop in september 2005 herhaald dat zij grote waarde hecht aan wereldwijde duurzame ontwikkeling, door implementatie van de maatregelen van de Wereldtop inzake duurzame ontwikkeling, streven naar verwezenlijking van de millenniumdoelen voor ontwikkeling en voortzetting van de ontwikkelingsagenda van Doha. Om het nodige te doen aan de wereldwijde uitdagingen heeft de EU ervoor gezorgd dat haar interne en externe beleid goed op elkaar zijn afgestemd, zodat deze maximaal effect sorteren.

De EU loopt voorop bij de internationale inspanningen om armoede te bestrijden. Zij geeft meer dan de helft van alle steun wereldwijd en wil deze bijstand verder uitbreiden, zowel kwalitatief als kwantitatief. Zij heeft onlangs de "Europese consensus inzake ontwikkeling" goedgekeurd, waarin een gemeenschappelijke visie wordt aangekondigd en middelen worden uitgetrokken voor ontwikkeling.

Voornaamste maatregelen:

· De EU en haar lidstaten moeten het volume van de hulp verhogen tot 0,7% van het bruto

nationaal inkomen in 2015, en een tussentijdse doelstelling halen van 0,56% in 2010 met afzonderlijke doelstellingen van 0,51% voor EU15 en 0,17% voor EU10.

· De EU en haar lidstaten moeten de doeltreffendheid, samenhang en kwaliteit van hun

hulpbeleid in de periode 2005 ­ 2010 verbeteren door meer coördinatie tussen de lidstaten, ontwikkeling van een gemeenschappelijk EU-programmeringskader, meer gezamenlijke maatregelen en financiering van projecten en verbetering van de samenhang tussen ontwikkeling en ander beleid. Zij moeten de kwaliteit van de hulp verbeteren door doeltreffende begrotingssteun, vermindering van schuld en ontkoppeling van steun.

· De EU zal zich inzetten voor verbetering van het internationaal bestuur op milieugebied,

onder andere door de oprichting van een VN-milieuorganisatie en versterking van de multilaterale milieuovereenkomsten. Zij zal zich nog meer inspannen om ervoor te zorgen dat de internationale handel gebruikt wordt als hulpmiddel om te komen tot echte

wereldwijde duurzame ontwikkeling, zowel in sociaal-economisch als milieuopzicht. De EU zal dit zowel doen in een multilaterale context (WTO, Doharonde), als in het kader van de regionale en bilaterale betrekkingen.

  • 3. 
    B EREIKEN VAN RESULTATEN 3.1. Effectievere follow-up

Monitoring en follow-up zijn noodzakelijk. Dit kan worden bewerkstelligd zonder nieuwe procedures en zonder extra papierwerk. Wel nodig zijn:

· indiening van een voortgangsrapport door de Commissie elke twee jaar. Dit moet

gebaseerd worden op de indicatoren voor duurzame ontwikkeling die met medewerking van nationale experts zijn opgesteld en in februari 2005 door de Commissie zijn goedgekeurd

6

. Een eerste rapport met de laatste statistische gegevens is bij deze

7

mededeling gevoegd .

· besprekingen in de Europese Raad en het Europees Parlement over de voortgang, op basis

van het rapport van de Commissie, waarbij tenminste elke twee jaar prioriteiten onder de loep worden genomen en algemene richtsnoeren worden gegeven voor duurzame ontwikkeling.

· het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's moeten een

belangrijke rol spelen bij de totstandkoming van meer steun voor maatregelen, bijvoorbeeld door organisatie van regelmatig overleg met alle betrokkenen en door op te treden als katalysator voor de bevordering van het debat op nationaal niveau.

· de Europese Commissie moet toezien op herziening van de strategie voor duurzame

ontwikkeling in de loop van 2009, inclusief overleg met alle betrokkenen.

Daarnaast hebben alle lidstaten hun eigen nationale strategieën voor duurzame ontwikkeling ontwikkeld of leggen daaraan de laatste hand. De meeste lidstaten brengen regelmatig verslag uit over de geboekte vooruitgang. Tot dusver is echter nog niet voldoende van elkaar geleerd, is niet altijd geïdentificeerd welke aanpak goed heeft gewerkt en waarvoor moet worden opgepast. De verschillende nationale strategieën en de Europese strategie moeten elkaar voor zover mogelijk wederzijds versterken, zodat het geheel meer is dan de som van de afzonderlijke delen.

Derhalve wordt voorgesteld dat de lidstaten:

· hun nationale strategieën voor zover nodig herzien in het licht van de EU-strategie en deze

uiterlijk eind 2006 publiceren. De lidstaten worden aangespoord met name na te gaan op welke wijze het gebruik van hun nationale beleidsinstrumenten (zie 3.2) effectiever kan worden gemaakt en beter afgestemd op de maatregelen die op Europees niveau worden genomen of zijn voorgesteld;

6 SEC(2005) 161. 7

Maatstaven voor het meten van de vorderingen naar een meer duurzaam Europa ­ Indicatoren voor de Europese Unie met betrekking tot duurzame ontwikkeling. Europese Commissie, Eurostat Panorama van de Europese Unie, Luxemburg, Bureau voor Officiële Publicaties der Europese Gemeenschappen, 2005. ISBN 92-894-9768-8

· Op basis van de herziene nationale strategieën: intercollegiale toetsing, gericht op

specifieke thema's, waarbij met name voorbeelden worden geïdentificeerd van goed beleid en goede praktijken die door alle lidstaten kunnen worden geïmplementeerd. De intercollegiale toetsing kan een externe evaluatiedimensie omvatten, mogelijk met steun van het netwerk van nationale adviesraden voor duurzame ontwikkeling en met betrokkenheid van derde landen. De eerste experimentele herziening, onder leiding van het voorzitterschap en met medewerking van de Commissie, waarbij lidstaten betrokken kunnen worden die daarvoor vrijwilliger zijn, kan in de loop van 2006 worden gehouden.

· Voor zover deze nog niet bestaan, oprichting van onafhankelijke adviesraden voor

duurzame ontwikkeling om een goed geïnformeerd debat te stimuleren en een bijdrage te leveren aan de nationale en EU-brede voortgangsherziening.

De Commissie nodigt kandidaat-lidstaten uit hun nationale strategieën af te ronden en hun hervormingen aan te passen aan de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling. De Commissie zal hiermee in de voortgangsrapporten rekening houden.

De EU-strategie voor duurzame ontwikkeling moet dienen als bron voor internationale processen inzake duurzame ontwikkeling en de vooruitgang stimuleren met de millenniumdoelen voor ontwikkeling en het plan van implementatie van Johannesburg.

3.2. Beter beleid maken

Betere beleidscoherentie: effectbeoordeling en andere hulpmiddelen voor betere regelgeving.

De middelen om beleidsmakers te helpen de juiste benadering te identificeren bestaan, en effectieve effectbeoordeling moet vanaf de eerste stadia van beleidsontwikkeling worden toegepast. Dit stelt beleidsmakers in staat de beste opties te identificeren, gebaseerd op een evenwichtige beoordeling van de waarschijnlijke economische, sociale en milieueffecten en onderlinge links en compromissen, rekening houdende met de mening van alle betrokkenen. Effectbeoordeling van handelsvoorstellen is bijvoorbeeld een belangrijke manier om externe gevolgen te integreren in de EU-besluitvorming. Dit bevordert allemaal de integratie van verschillend beleid en dat leidt tot coherentere besluiten en betere inachtneming van de wijze waarop resultaten kunnen worden bereikt die duurzamer zijn, terwijl win-winsituaties worden benut, en effecten en compromissen worden geïdentificeerd binnen de EU en internationaal.

Voornaamste maatregelen:

· Alle EU-instellingen moeten ervoor zorgen dat belangrijke beleidsbesluiten worden

gebaseerd op voorstellen die op hun effecten zijn beoordeeld, overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord inzake betere wetgeving. De Commissie ziet erop toe dat haar belangrijkste initiatieven op hun effecten worden beoordeeld en dat afgeronde effectbeoordelingen door het publiek kunnen worden geraadpleegd wanneer besluiten eenmaal zijn genomen.

· De lidstaten moeten ook meer gebruik maken van effectbeoordeling bij de ontwikkeling

van beleid, wanneer zij overheidsmiddelen besteden en strategieën, programma's en projecten ontwikkelen. Zij moeten de aanbevelingen in de strategische richtsnoeren van de Gemeenschap ter harte nemen om ervoor te zorgen dat het Cohesiefonds en de structuurfondsen de synergie versterken tussen milieubescherming en groei.

· De effectbeoordeling moet worden aangevuld met een breder gebruik van evaluatie om de

gevolgen van het beleid achteraf te evalueren.

· De EU zal rekening houden met de externe dimensie wanneer zij de gevolgen van

beleidsvoorstellen bestudeert.

Gebruik van de meest doeltreffende mix van instrumenten

Regeringen en andere overheidsinstanties beschikken over een breed scala aan hulpmiddelen om de bevolking aan te sporen tot verandering ­ regelgeving, belasting, aanbestedingen, subsidies, investeringen, uitgaven en voorlichting. De uitdaging bestaat eruit de juiste beleidsmix te vinden, waarbij het gebruik van instrumenten en de implementatie van beleid bijdragen tot duurzame ontwikkeling. De lidstaten moeten bijvoorbeeld optimaal gebruik maken van de structuurfondsen om duurzame ontwikkeling te ondersteunen.

Misschien is de beste methode wel verandering te stimuleren, zodat de markt de juiste signalen doet uitgaan ("getting prices right"); hierdoor krijgt de bevolking een krachtige aansporing om haar gedrag te veranderen en past de markt zich vervolgens dienovereenkomstig aan. Dit kan worden bereikt door ervoor te zorgen dat we allemaal, producenten en consumenten, geconfronteerd worden met de volledige kosten en gevolgen van onze besluiten ­ als wij die besluiten nemen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de kosten die "vervuilers" opleggen aan anderen in de samenleving worden doorberekend in de prijs van het product, zoals enkele lidstaten al hebben gedaan (bijvoorbeeld door heffingen of groene belasting). Zo worden producenten aangespoord milieuvriendelijkere goederen te produceren en diensten aan te bieden, en consumenten om die vervolgens af te nemen.

Soms spelen regeringen een belangrijke rol door eenvoudigweg publiek en bedrijfsleven voor te lichten en hen te helpen betere keuzes te maken. Er bestaan goede voorbeelden van etikettering en voorlichting over energieverbruik en milieuprestaties van elektrische apparaten, huishoudelijke producten en diensten. Veel overheidsinstanties in de EU hebben effectieve communicatiestrategieën ontwikkeld om de burger aan te sporen afval te sorteren voor recycling, duurzamer te reizen of energie te besparen.

Voorlichting is een eerste vereiste om veranderingen in gedragspatronen te stimuleren. De Commissie zal de maatregelen van de lidstaten steunen op het gebied van voorlichting, investeringen in menselijk kapitaal en permanente educatie met het oog op duurzame ontwikkeling.

Voornaamste maatregelen:

· De EU streeft ernaar het volledige scala van beleidsinstrumenten in te zetten, en wil

tegelijkertijd het gebruik bevorderen van marktgebaseerde instrumenten, vanwege de flexibiliteit die deze bieden bij het voldoen aan de doelen inzake duurzame ontwikkeling. De lidstaten moeten erop toezien dat er volledig gebruik wordt gemaakt van alle instrumenten waarover de regering beschikt en dat eventuele subsidies worden gebruikt op een wijze die strookt met de doelen inzake duurzame ontwikkeling en in overeenstemming met het Verdrag.

· De Commissie zorgt ervoor dat duurzame ontwikkeling in al haar voorlichtings- en

communicatieactiviteiten een plaats krijgt, zowel in intern als extern EU-beleid. De

Commissie blijft samen met andere communautaire instellingen evenementen en fora voor de belangrijkste betrokkenen organiseren over de verschillende elementen van de strategie, om de kennis over en bekendheid met het onderwerp te stimuleren, nieuwe ideeën te verspreiden en de beste praktijken uit te wisselen. Uit enquêtes

8

blijkt nog steeds dat de

Europese burger zeer goed op de hoogte is van duurzaamheidsvraagstukken. De uitdaging bestaat erin die vertrouwdheid te vertalen in duurzamere gedragspatronen. Effectieve communicatie moet worden afgestemd op het nationale en lokale publiek, wat betekent dat de lidstaten een cruciale rol spelen.

Mobiliseren van actoren en multiplicatie van succes

De EU en haar lidstaten moeten een cruciale rol spelen, maar kunnen ­ en mogen ­ niet de enige hoeders zijn van de agenda voor duurzame ontwikkeling. Andere actoren moeten in actie komen: bedrijven, regionale en lokale autoriteiten, NGO's, sociale partners, universiteiten en scholen ­ en individuele burgers en consumenten. De vooruitgang is afhankelijk van de enorme creatieve en marktkracht van het bedrijfsleven, en van regionale en lokale instanties en autoriteiten.

Meer en meer ondernemers erkennen dat het iets oplevert om aandacht te besteden aan duurzame ontwikkeling. De meest succesvolle bedrijven zien dat aandacht schenken aan duurzame ontwikkeling een stimulans geeft aan investeringen in nieuwe technologieën, processen en producten die de consument wil kopen

9

. Zij weten dat het in bedrijfskundig

opzicht zin heeft vooruit te plannen, en weten waarin zij willen investeren voor de toekomst. Zij weten dat er kansen zijn als wij een visie hebben, bijvoorbeeld als wij streven naar een economie met een laag kooldioxidegehalte. Zij weten dat zij invloed kunnen uitoefenen op hun leveranciers. Zij hebben een stabiel regelgevend kader nodig voor actie.

Sociale partners spelen ook een cruciale rol: een actieve dialoog tussen werkgevers en werknemers is van groot belang voor de aanpak van de sociale dimensies van duurzame ontwikkeling, zoals organisatie van het werk, vaardigheden, opleiding en gelijke kansen.

Verder hebben veel regionale autoriteiten en gemeenten hun inspanningen opgevoerd om praktische oplossingen te vinden voor problemen. Aangezien zij vaak degenen zijn die openbare diensten aanbieden, van openbaar vervoer tot elektriciteitsproductie en van afvalverzameling tot armenzorg, verkeren zij in een goede positie om praktische veranderingen te bewerkstelligen. Er is genoeg ruimte om lering te trekken uit hun successen. Er zijn goede voorbeelden te over.

8 Zie Eurobarometer.

9 Zo hebben veel relevante studies het bewijs geleverd van een positief verband tussen milieubestuur en financiële prestaties. De 50 hoogst genoteerde bedrijven in termen van hun rapporten inzake duurzaamheid van het bedrijf hebben een hogere creditrating dan gemiddeld.

Voornaamste maatregelen:

De Commissie moet het volgende doen:

· een beroep doen op ondernemers en andere belangrijke betrokkenen in Europa om mee te

doen aan dringend overleg met politieke leiders over het middellange- en langetermijnbeleid dat nodig is voor duurzaamheid, en voorstellen doen voor een ambitieuze respons van het bedrijfsleven die verder gaat dan de bestaande wettelijke minimumvereisten. Een dergelijk initiatief staat op één lijn met de inspanningen van de Commissie om de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven te stimuleren en vormt een aanvulling op de dialoog met sociale partners en maatschappelijke organisaties. De Commissie zal samenwerken met het voorzitterschap om dit proces optimaal te stimuleren.

· De Commissie nodigt andere EU-instellingen en -organisaties uit voorstellen te doen voor

de beloning van de beste initiatieven voor duurzame ontwikkeling die worden genomen door regionale en lokale autoriteiten.

  • 4. 
    C ONCLUSIES

Er zijn reële kansen op een beter leven, meer sociale rechtvaardigheid en de opkomst van nieuwe innovatieve industrieën op gebieden waar Europa de wereld, met het juiste beleid, het goede voorbeeld kan geven. Wij kunnen deze kansen echter alleen benutten als wij de gevolgen die onze levenswijze voor de duurzaamheid heeft, nu aanpakken. Het welslagen van onze pogingen om niet-duurzame trends een halt toe te roepen, is broodnodig maar ook haalbaar, zoals talloze succesverhalen uit de hele wereld laten zien.

Deze herziening van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling is erop gericht de EUinstellingen, lidstaten, bedrijven en burgers en hun vertegenwoordigende organisaties te verenigen achter een duidelijke visie en politiek kader voor actie. De Commissie nodigt de Raad en het Parlement derhalve uit de voorgestelde benadering goed te keuren, teneinde de vooruitgang te boeken die dringend nodig is voor de geïdentificeerde maatregelen, nauw samen te werken in de aanloop naar de bijeenkomst van de Europese Raad in juni 2006 en te zorgen voor krachtige en brede steun voor de gezamenlijke strategie.

BIJLAGE I

VERKLARING OVER DE RICHTSNOEREN

VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Duurzame ontwikkeling is een, in het verdrag vastgelegde, hoofddoelstelling voor alle beleidsvormen van de Europese Gemeenschap. Zij beoogt een continue verbetering van de levenskwaliteit op aarde voor de huidige en toekomstige generaties. Zij moet het vermogen van de aarde om het leven in al zijn diversiteit te bevorderen, in stand houden. Zij berust op de beginselen van de democratie en de rechtsstaat, alsook op naleving van de grondrechten, met inbegrip van vrijheid en gelijke kansen voor allen. Zij waarborgt de solidariteit binnen en tussen de generaties. Zij streeft naar bevordering van een dynamische economie, volledige werkgelegenheid en een hoog niveau van onderwijs, van bescherming van de gezondheid, sociale en territoriale samenhang alsook milieubescherming in een wereld van vrede en veiligheid, waarin de culturele diversiteit wordt geëerbiedigd.

Om deze doelstellingen in Europa en op mondiaal niveau te verwezenlijken, ijveren de Europese Unie en haar lidstaten, zowel alleen als in partnerschap, voor de naleving en uitvoering van de volgende doelstellingen en beginselen:

Hoofddoelstellingen

MILIEUBESCHERMING

Het vermogen van de aarde om het leven in al zijn diversiteit te bevorderen, in stand houden, de grenzen aan de natuurlijke hulpbronnen van de planeet respecteren, en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu garanderen. Milieuvervuiling voorkomen en verminderen, en duurzame productie- en consumptiewijzen bevorderen, teneinde economische groei en achteruitgang van het milieu van elkaar los te koppelen.

S OCIALE RECHTVAARDIGHEID EN SAMENHANG

Een democratische, gezonde, veilige en rechtvaardige maatschappij bevorderen die gebaseerd is op sociale integratie en op samenhang, die de grondrechten en de culturele diversiteit respecteert, de gelijkheid van vrouwen en mannen waarborgt en elke vorm van discriminatie bestrijdt.

E CONOMISCHE WELVAART

Een welvarende, vernieuwende economie bevorderen die rijk aan kennis, concurrerend en milieu-efficiënt is en die een hoge levensstandaard, volledige werkgelegenheid en kwaliteitsvol werk in de hele Europese Unie waarborgt.

O NZE INTERNATIONALE VERANTWOORDELIJKHEID OPNEMEN

Wereldwijd de oprichting bevorderen van democratische instellingen die stoelen op vrede, veiligheid en vrijheid, en de stabiliteit van deze instellingen verdedigen. Duurzame ontwikkeling overal in de wereld actief bevorderen en erop toezien dat het interne en externe beleid van de Europese Unie verenigbaar zijn met de wereldwijde duurzame ontwikkeling en met de internationale verplichtingen van de Unie.

Richtsnoeren voor het beleid

B EVORDERING EN BESCHERMING VAN DE GRONDRECHTEN

De mens centraal stellen in het beleid van de Europese Unie, door de grondrechten te bevorderen, alle vormen van discriminatie te bestrijden en bij te dragen aan het verminderen van de armoede en het wegwerken van sociale uitsluiting in de hele wereld.

S OLIDARITEIT BINNEN EN TUSSEN DE GENERATIES

Tegemoet komen aan de behoeften van de huidige generaties zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen, in de Europese Unie en elders.

E EN OPEN EN DEMOCRATISCHE SAMENLEVING

Waarborgen dat de burgers hun recht op toegang tot informatie kunnen uitoefenen, alsook hun toegang tot de rechter. Mogelijkheden voor overleg en participatie bieden aan alle belanghebbende partijen en aan verenigingen.

P ARTICIPATIE VAN DE BURGERS

De participatie van de burgers aan de besluitvorming versterken. De publieke opinie beter voorlichten over en bewustmaken van duurzame ontwikkeling. De burgers informeren over hun invloed op het milieu en over de verschillende manieren waarop zij kunnen kiezen voor meer duurzame oplossingen.

P ARTICIPATIE VAN DE ONDERNEMINGEN EN VAN DE SOCIALE PARTNERS

De sociale dialoog, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen en de publiek-private partnerschappen versterken om de samenwerking en de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de invoering van duurzame productie- en consumptiewijzen te bevorderen.

S AMENHANG VAN DE BELEIDSVORMEN EN GOVERNANCE

De samenhang tussen alle beleidsvormen van de Europese Unie en tussen de acties op lokaal, regionaal, nationaal en mondiaal niveau bevorderen, teneinde de bijdrage ervan aan de duurzame ontwikkeling te vergroten.

I NTEGRATIE VAN DE BELEIDSVORMEN

De integratie van economische, sociale en milieu-overwegingen bevorderen, zodat zij coherent zijn en elkaar versterken, door volledig en onverkort gebruik te maken van de instrumenten die betere wetgeving beogen, zoals een evenwichtige effectbeoordeling en raadpleging van de betrokkenen.

B ENUTTEN VAN DE BESTE BESCHIKBARE KENNIS

Erop toezien dat het beleid wordt uitgewerkt, geëvalueerd en uitgevoerd op basis van de beste beschikbare kennis, en dat het beleid economisch, sociaal en ecologisch gezien gezond is en een goede kosten-batenverhouding vertoont.

V OORZORGSBEGINSEL

In geval van wetenschappelijke onzekerheid passende evaluatieprocedures toepassen en passende preventieve maatregelen treffen om schade voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.

B EGINSEL VAN " DE VERVUILER BETAALT "

Ervoor zorgen dat de prijzen een weergave zijn van de reële kosten, voor de maatschappij, van de productie- en consumptieactiviteiten, en dat de vervuiler betaalt voor de schade die hij veroorzaakt aan de menselijke gezondheid en aan het milieu.

________________________

BIJLAGE 2

DOELSTELLINGEN, STREEFCIJFERS, BELEIDSLIJNEN EN MAATREGELEN ­

VOORTGANG MET DE SDS

In deze bijlage wordt een aantal belangrijke EU-strategieën, actieplannen en andere initiatieven ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling beschreven. Waar mogelijk worden operationele doelstellingen en streefcijfers vermeld. Daarnaast hebben veel lidstaten hun eigen strategieën en actieplannen met betrekking tot duurzame ontwikkeling ontworpen. Op verschillende terreinen kunnen de lidstaten inderdaad het beste veranderingen bewerkstelligen. De EU kan de maatregelen van de lidstaten ondersteunen en aanvullen, de uitwisseling van goede praktijken bevorderen en centraal evaluaties uitvoeren en nieuwe maatregelen aanbevelen.

De strategie voor duurzame ontwikkeling vormt het strategische beleidskader waarbinnen de belangrijkste niet-duurzame ontwikkelingen het beste kunnen worden aangepakt. Een essentieel element is dat de verschillende ontwikkelingen onderling gekoppeld zijn. De belangrijkste prioriteiten die in het kerndocument worden beschreven vertonen sterke onderlinge samenhang. Een duidelijk voorbeeld daarvan is dat een toename van het gebruik van duurzame energie ook klimaatverandering zal tegengaan. Zo ook wordt de biodiversiteit beschermd als we de ruimtelijke ordening verbeteren, vervoer duurzamer maken en onze energieconsumptie veranderen. De verschillende strategieën en actieplannen moeten daarom niet los van elkaar worden gezien. Elke strategie draagt op haar eigen manier bij aan de oplossing van problemen op andere terreinen. Het is belangrijk dat de onderlinge verbanden duidelijk zijn en dat in de beleidsmatige antwoorden rekening wordt gehouden met de verschillende aspecten zodat win-winsituaties worden gecreëerd. Het aspect van onderlinge samenhang tussen ontwikkelingen moet nog nader worden uitgewerkt. De Commissie evalueert het effect van al haar nieuwe belangrijke beleidsinitiatieven.

  • 1. 
    AANPAK KLIMAATVERANDERING Algemene doelstelling

Klimaatverandering en de maatschappelijke kosten daarvan beperken

Operationele doelstellingen en streefcijfers:

· In maart 2005 herhaalde de Europese Raad zijn doelstelling dat de wereldwijde

gemiddelde temperaturen niet meer dan twee graden boven het pre-industriële niveau mogen stijgen

10

en dat dientengevolge moet worden gestreefd naar een beperking

van de CO -concentratie tot minder dan 550 ppm. 2

· De lidstaten van de EU-15 en de meeste van de EU-25 zijn in het kader van het

Kyotoprotocol verplicht de uitstoot van broeikasgassen voor 2008-2012 te beperken. De EU-15 moet de uitstoot met 8% beperken ten opzichte van 1990.

· Om dit einddoel te halen zal de EU, zoals afgesproken tijdens de Europese Raad van maart

2005, met andere partijen nagaan op welke manier deze noodzakelijke beperking kan worden gerealiseerd en zal in dit verband onderzoeken hoe de groep geïndustrialiseerde landen voor 2020 een beperking van 15-30% kan verwezenlijken ten opzichte van de in het Kyotoprotocol vastgestelde drempel.

Voorbeelden van de belangrijkste maatregelen: lopende en geplande

· Ontwikkeling van Europese strategie inzake klimaatverandering voor de periode na 2012.

Mededeling goedgekeurd in februari 2005 (COM (2005) 35). definitief).http://europa.eu.int/comm/environment/climat/future_action.htm

· Tweede fase van het Europees programma inzake klimaatverandering (ECCP). Gestart in

oktober 2005. http://europa.eu.int/comm/environment/climat/eccp.htm

· EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten. Goedgekeurd in januari 2005

(Richtlijn 2003/87/EG). http://europa.eu.int/comm/environment/climat/emission.htm

· Tienjarenimplementatieplan met betrekking tot het wereldwijde aardobservatiesysteem

(GEOSS, Global Earth Observation System of Systems), 2005-2015. http://europa.eu.int/comm/research/environment/newsanddoc/article_2211_en.htm

· Groenboek inzake energie-efficiëntie (COM (2005) 265 definitief). Goedgekeurd in juni

2005. http://europa.eu.int/comm/energy/efficiency/doc/2005_06_green_paper_book_nl.pdf

10 Bronnen: Tweede evaluatieverslag van de IPPC, Conclusies van de Raad 1996, COM (2005) definitief blz. 3, Conclusies van de Europese Raad van maart 2005.

· Actieplan energie-efficiëntie. Goedkeuring naar verwachting in 2006.

http://europa.eu.int/eur-lex/nl/com/cnc/2000/com2000_0247nl01.pdf

· Nieuwe en hernieuwbare energiebronnen. Mededeling over steun voor elektriciteit uit

hernieuwbare energiebronnen, uitgaande van de implementatie van Richtlijn 2001/77/EG. COM(2005)627. http://europa.eu.int/comm/energy/res/legislation/electricity_en.htm

· Actieplan biomassa. Goedgekeurd in december 2005.

http://europa.eu.int/comm/energy/res/biomass_action_plan/index_en.htm

· Europese campagne inzake duurzame energie.

http://www.sustenergy.org/

  • 2. 
    BEVORDERING GOEDE GEZONDHEID ­ VOLKSGEZONDHEID Algemene doelstellingen

Een goede volksgezondheid bevorderen en de bescherming tegen gezondheidsrisico's

verbeteren

Operationele doelstellingen en streefcijfers:

· Verbetering van de bescherming tegen gezondheidsrisico's door capaciteit te

ontwikkelen waarmee bedreigingen op gecoördineerde wijze kunnen worden aangepakt.

· Verdere verbetering van de wetgeving inzake voedingsmiddelen en diervoeders, en

herziening van de etikettering.

· Verdere bevordering van de strenge normen met betrekking tot diergezondheid en

dierwelzijn in de EU en daarbuiten.

· De toename van te voorkomen aan levensstijl gerelateerde ziekten afremmen door een

betere gezondheid te stimuleren en preventie.

· Ervoor zorgen dat voor 2020 chemische stoffen worden geproduceerd, verwerkt en

gebruikt op een manier die geen bedreiging vormt voor de menselijke gezondheid of het milieu.

· Betere informatie over milieuvervuiling en gezondheidsrisico's.

Voorbeelden van de belangrijkste maatregelen: lopende en geplande

· Algemene gezondheidsstrategie als vervolg op het programma voor volksgezondheid en

consumentenbescherming 2007-2013 (COM (2005) 115 definitief). http://europa.eu.int/comm/dgs/health_consumer/index_en.htm

· Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, opgezet in 2005,

overeenkomstig Verordening (EG) nr. 851/2004. http://europa.eu.int/comm/health/ph_overview/strategy/ecdc/ecdc_en.htm

· Strategie met betrekking tot HIV/aids. Goedkeuring naar verwachting eind 2005.

http://europa.eu.int/comm/development/body/theme/human_social/docs/health/Programme %20for%20Action%20(EN).pdf#zoom=100 http://europa.eu.int/comm/research/health/poverty-diseases/aids_en.html

· Mededeling over een draaiboek voor een influenzapandemie (COM (2005) 607 definitief).

http://europa.eu.int/comm/health/ph_threats/com/Influenza/COMM_PDF_COM_2005_06 07_F_EN_ACTE.pdf

· Mededeling over nauwere samenwerking bij het opstellen van draaiboeken voor

volksgezondheidscrises (COM (2005) 605 definitief). http://europa.eu.int/comm/health/ph_threats/com/Influenza/COMM_PDF_COM_2005_06 05_F_EN_ACTE.pdf

· Aanbeveling over het vergroten van de veiligheid van de patiënt door het voorkomen en

genezen van ziekenhuisbacteriën. Goedkeuring naar verwachting in 2006. http://europa.eu.int/comm/health/ph_threats/com/comm_diseases_cons01_en.htm http://europa.eu.int/eur-lex/nl/com/cnc/2004/com2004_0301nl01.pdf

· Vervolg op en implementatie van het Witboek over voedselveiligheid (COM (1999) 719).

http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/nl/com/1999/com1999_0719nl01.pdf http://europa.eu.int/comm/dgs/health_consumer/library/pub/pub06_en.pdf

· Strategie met betrekking tot diergezondheid ­ Communautair actieplan inzake de

bescherming en het welzijn van dieren 2006-2010. Wordt naar verwachting goedgekeurd in 2007. http://europa.eu.int/comm/food/animal/diseases/strategy/index_en.htm

· Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 (COM (2004) 416 definitief).

http://europa.eu.int/comm/environment/health/index_en.htm

· Verordening inzake de registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en

beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (COM (2003) 644). http://europa.eu.int/comm/environment/chemicals/reach.htm http://europa.eu.int/comm/enterprise/reach/index_en.htm

  • 3. 
    BESTRIJDING VAN SOCIALE UITSLUITING EN AANPAK VAN DE VERGRIJZING

Algemene doelstelling

Verwezenlijking van sociale integratie

Operationele doelstellingen en streefcijfers:

· Nastreven van de EU-doelstellingen om het aantal mensen dat in armoede dreigt te

vervallen voor 2010 te verkleinen, waarbij met name aandacht zal worden besteed aan armoede onder kinderen, overeenkomstig de OCM.

· Lidstaten ondersteunen in hun streven naar de modernisering van de sociale-

zekerheidsstelsels met het oog op de vergrijzing.

· Voor 2010 aanzienlijke vergroting van de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en

ouderen, overeenkomstig van tevoren vastgestelde streefcijfers, en vergroting van de arbeidsmarktparticipatie van migranten.

· Verdere ontwikkeling van een Europees beleid inzake legale migratie, in combinatie

met beleid ter versterking van de integratie van migranten en hun gezinnen.

· Levenslang leren en het aantal 18- tot 24-jarigen dat alleen lager secundair onderwijs

heeft gevolgd en geen verder onderwijs of geen verdere opleiding krijgt, moet tegen 2010 zijn gehalveerd.

Vooral de lidstaten zijn verantwoordelijk voor het verwezenlijken van deze resultaten. De EU kan de maatregelen van de lidstaten ondersteunen en aanvullen, de uitwisseling van goede praktijken bevorderen en centraal evaluaties uitvoeren en nieuwe maatregelen aanbevelen. In de Sociale Agenda worden de EU-maatregelen beschreven waarmee wordt gestreefd naar volledige werkgelegenheid en sociale integratie.

11

De Commissie en de Raad stelden een strategie op om de gevolgen van de vergrijzing voor

de begroting aan te pakken. Dit houdt in dat de lidstaten hun begrotingstekort moeten verkleinen om de gevolgen van de vergrijzing voor te zijn. Daarnaast moeten zij ingrijpende hervormingen van de arbeidsmarkt doorvoeren, waaronder de hervorming van de belasting- en sociale-zekerheidsstelsels, om de werkgelegenheid te vergroten, met name onder ouderen en vrouwen, en het pensioenstelsel drastisch wijzigen om de druk op de overheidsfinanciën beheersbaar te houden.

Voorbeelden van de belangrijkste maatregelen: lopende en geplande

· OCM inzake sociale zekerheid en integratie. Lopend.

http://europa.eu.int/comm/employment_social/social_protection/index_en.htm

· Communautair actieprogramma inzake werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit

(PROGRESS) 2007-2013. Wordt naar verwachting goedgekeurd in 2006. http://europa.eu.int/eur-lex/nl/com/pdf/2004/com2004_0488nl01.pdf

· OCM inzake onderwijs en opleiding ("Onderwijs en opleiding 2010"). Lopend.

http://europa.eu.int/eur-lex/nl/com/pdf/2004/com2004_0488nl01.pdf

· Integraal actieprogramma op het gebied van levenslang leren 2007-2013

(COM (2004) 474). Wordt naar verwachting goedgekeurd in 2006. http://europa.eu.int/comm/education/programmes/newprog/index_en.html

11 Raad van de Europese Unie (2001), "De bijdrage van de openbare financiën aan de groei en de werkgelegenheid: verbetering van kwaliteit en houdbaarheid", verslag van de Commissie en de (Ecofin) Raad aan de Europese Raad (Stockholm, 23 en 24 maart 2001), 699/01; Europese Commissie (2000), "Mededeling over de bijdrage van de openbare financiën aan de groei en de werkgelegenheid: verbetering van kwaliteit en houdbaarheid"(COM (2000) 846).

· Mededeling over de demografische ontwikkelingen in Europa. Wordt naar verwachting

goedgekeurd in 2006. http://europa.eu.int/comm/employment_social/social_situation/green_paper_en.html

· Strategie inzake gezondheid en veiligheid 2007-2012. Wordt naar verwachting

goedgekeurd in 2006. http://europa.eu.int/comm/dgs/employment_social/index_en.htm

· Draaiboek voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Mededeling wordt naar

verwachting goedgekeurd in 2006. http://europa.eu.int/comm/employment_social/gender_equality/index_en.html

· Mededeling over non-discriminatie en gelijke kansen voor iedereen (COM (2005) 224) ­

Europese Jaar 2007. http://europa.eu.int/comm/employment_social/fundamental_rights/index_en.htm

· Europees Jaar voor de aanpak van armoede en sociale uitsluiting voor 2010.

http://europa.eu.int/comm/employment_social/social_protection/index_en.htm

· De nieuwe generatie Structuur- en Cohesiefondsen, die in 2004 zijn goedgekeurd (COM

(2004) 493, COM (2004) 494, COM (2004) 495). http://europa.eu.int/comm/regional_policy/funds/2007/index_nl.htm

· Voorstel voor de oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor migratie.

Goedkeuring naar verwachting in 2005. http://europa.eu.int/comm/justice_home/doc_centre/immigration/doc_immigration_intro_e n.htm

· Groenboek over de toekomst van het Europees Migratienetwerk (COM (2005) 606).

Goedgekeurd in 2005. http://www.european-migration-network.org/

· Vervolg op de mededeling over "Een gemeenschappelijke agenda voor integratie - Kader

voor de integratie van onderdanen van derde landen in de Europese Unie" (COM (2005) 389 definitief). http://europa.eu.int/comm/justice_home/funding/inti/funding_inti_en.htm http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/nl/com/2005/com2005_0389nl01.pdf

· Actieplan tegen mensenhandel. Eind 2005 goedgekeurd.

http://europa.eu.int/comm/justice_home/fsj/crime/trafficking/fsj_crime_human_trafficking _en.htm

  • 4. 
    BETER BEHEER VAN DE NATUURLIJKE HULPBRONNEN Algemene doelstelling

Het vermogen van de aarde om alle levensvormen te ondersteunen veiligstellen, de grenzen

van de natuurlijke hulpbronnen respecteren en duurzame productie en ontwikkeling

stimuleren zodat economische groei niet langer automatisch gepaard gaat met milieuschade

Operationele doelstellingen en streefcijfers:

· De hulpbronnen productiever maken: ervoor zorgen dat elke eenheid van de

gebruikte hulpbron meer oplevert en de milieuschade (schadelijke emissies in lucht, water en bodem en overexploitatie van bodem en andere hulpbronnen) per eenheid beperken.

· Beter beheer en voorkoming van overexploitatie van hernieuwbare natuurlijke

hulpbronnen, zoals het visbestand, biodiversiteit, bossen, water, lucht, bodem en klimaat, aangetaste mariene ecosystemen voor 2015 herstellen, overeenkomstig het uitvoeringsplan van Johannesburg zoals overeengekomen tijdens de VNwereldtop over duurzame ontwikkeling, onder meer om in de visserij voor 2015 de maximale duurzame vangst (Maximum Sustainable Yield ­ MSY) te realiseren.

· Nagaan hoe het Europese energieverbruik voor 2020 kan worden beperkt,

gezien het geschatte rendabele potentieel voor energiebesparingen van 20%. De Commissie bereidt hierover een discussie voor.

· Tegen 2010 moet 12% van het energieverbruik afkomstig zijn uit duurzame

bronnen.

· Tegen 2010 moet 21% van het elektriciteitsverbruik van de EU-25 afkomstig

zijn uit duurzame bronnen. Dit vormt de grondslag voor de nationale indicatieve streefcijfers.

· Voor 2010 een halt toeroepen aan het verlies aan biodiversiteit in de EU en

daadwerkelijk bijdragen aan een aanzienlijke beperking van het verlies aan biodiversiteit in de wereld.

· Implementatie en beheer van Natura 2000: gebieden goedkeuren in 2006

(mariene gebieden in 2010); gebieden aanwijzen en effectief beheren in 2010 (mariene gebieden in 2012).

· De technologische ontwikkeling beheersbaar maken zodat economische groei

en niet langer automatisch gepaard gaat met milieuschade.

Voorbeelden van de belangrijkste maatregelen: lopende en geplande

· Het actieplan inzake milieutechnologieën (ETAP) (COM (2004) 38 definitief).

Voor 2007 moeten de voorwaarden worden gedefinieerd voor de vaststelling van de milieuprestatie-indicatoren voor belangrijke producten, in overleg met de lidstaten

en de belangrijkste betrokkenen. http://europa.eu.int/comm/environment/etap/ http://europa.eu.int/comm/environment/docum/9842sm.htm

· Actieplan duurzame productie en consumptie. Goedkeuring naar verwachting in

2007. http://europa.eu.int/comm/environment/index_nl.htm

· Thematische strategie inzake het duurzaam gebruik van hulpbronnen.

Goedgekeurd in december 2005. http://europa.eu.int/comm/environment/natres/

· Thematische strategie inzake afvalpreventie en afvalrecycling. Goedgekeurd in

december 2005.

http://europa.eu.int/comm/environment/waste/strategy.htm

· Geïntegreerd productbeleid (IPP), vervolg op COM (2003) 302. http://europa.eu.int/comm/environment/ipp/home.htm

· Overheidsaanbestedingen milieubewuster maken, waaronder een voorstel voor

een richtlijn inzake overheidsopdrachten met betrekking tot schone en milieuvriendelijke voertuigen (naar verwachting eind 2005) en onderzoek, in samenwerking met de lidstaten, naar hoe overheidsopdrachten voor andere belangrijke producten milieuvriendelijker kunnen worden gemaakt (voor 2007). http://europa.eu.int/comm/environment/gpp/index.htm

· Strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling, strategische richtsnoeren,

nationale strategieën en programma's voor plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 (COM (2005) 304). Goedgekeurd in 2005. http://europa.eu.int/comm/agriculture/capreform/rdguidelines/index_en.htm

· Thematische strategie met betrekking tot de bodem. Goedkeuring naar

verwachting in 2006.

http://europa.eu.int/comm/environment/waste/strategy.htm http://europa.eu.int/comm/environment/soil/

· Thematische strategie met betrekking tot luchtvervuiling (COM (2005) 446

definitief). Goedgekeurd in september 2005. http://europa.eu.int/comm/environment/air/cafe/

· Bescherming van het mariene klimaat, waaronder de thematische strategie inzake

de bescherming en het behoud van het mariene milieu en andere maatregelen. Goedgekeurd

in 2005.

http://europa.eu.int/comm/environment/water/marine.htm

· De Europese Kaderrichtlijn Water ­ integraal stroomgebiedbeheer voor Europa

(implementatie van richtlijn 2000/60/EG).http://europa.eu.int/comm/environment/water/waterframework/index_en.html

· Europese biodiversiteitstrategie. Goedgekeurd in 1998. Mededeling inzake

biodiversiteit: goedkeuring naar verwachting in 2006. http://europa.eu.int/comm/environment/nature/nature_conservation/natura_2000_ network/managing_natura_2000/index_en.htm

· Implementatie van multilaterale milieuverdragen. Lopend. http://europa.eu.int/comm/environment/international_issues/agreements_en.htm

· Groenboek over maritieme aangelegenheden. Goedkeuring naar verwachting

begin 2006.

http://europa.eu.int/comm/fisheries/maritime/index_en.htm

· Netwerk voor groene diplomatie. Lopend. http://europa.eu.int/comm/external_relations/env/

· EU-actieplan bosbeheer. Goedkeuring naar verwachting in 2006. http://europa.eu.int/comm/agriculture/index_nl.htm

  • 5. 
    DUURZAAM VERVOER Algemene doelstelling

Ervoor zorgen dat onze vervoerssystemen overeenkomen met de economische en sociale

behoeften van onze maatschappij terwijl ongewenste effecten op de economie, de

maatschappij en het milieu zoveel mogelijk worden beperkt.

Operationele doelstellingen en streefcijfers:

· Betere beheersing van de vraag naar vervoer zodat de negatieve effecten van een

toename van het vervoer worden beperkt.

· Het energieverbruik van de vervoerssector op een duurzaam niveau brengen dat in

overeenstemming is met andere sectoren en de uitstoot van broeikasgassen relatief sterker terugdringen dan het energiegebruik.

· De uitstoot van milieuverontreinigende stoffen in de vervoerssector terugdringen zodat

de menselijke gezondheid en het milieu zo min mogelijk schade lijden.

· Ervoor zorgen dat nieuwe auto's in 2008-2009 gemiddeld 140g/km CO uitstoten en in 2

2012 120 g/km, als onderdeel van een integrale beleidsaanpak.

· Invoering van EuroV-emissiegrenswaarden voor lichte bedrijfsvoertuigen en van Euro-

VI-emisiegrenswaarden voor zware bedrijfsvoertuigen.

· Ervoor zorgen dat in 2010 5,75% van het vervoer op basis van biobrandstoffen

plaatsvindt.

· Verkeerslawaai terugdringen, zowel aan de bron als door middel van beschermende

maatregelen waardoor de schadelijke gevolgen voor de gezondheid zo klein mogelijk worden.

· De verkeersveiligheid vergroten door het verbeteren van de wegeninfrastructuur,

weggebruikers aan te moedigen tot verantwoordelijk gedrag en door voertuigen veiliger te maken.

· Tegen 2010 moet het aantal verkeersslachtoffers in vergelijking met 2000 zijn gehalveerd.

· In 2010 moet het Europese kader voor openbaar vervoer geactualiseerd zijn om de

doelmatigheid en de prestaties ervan te vergroten.

Voorbeelden van de belangrijkste maatregelen: lopende en geplande

· Witboek "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen" en tussentijdse

evaluatie (COM (2001) 370). http://europa.eu.int/eurlex/lex/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:52001DC0370:NL:HTML

· EU-strategie inzake de CO -uitstoot van lichte bedrijfsvoertuigen. De mededeling over de 2

herziene strategie wordt naar verwachting in september 2006 goedgekeurd. http://europa.eu.int/comm/environment/co2/co2_home_nl.htm

· Bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in

het vervoer (Richtlijn 2003/30/EG). http://europa.eu.int/comm/energy/res/legislation/biofuels_en.htm http://europa.eu.int/eur-lex/pri/nl/oj/dat/2003/l_123/l_12320030517nl00420046.pdf

· Schoon stedelijk vervoer. Civitas II ging begin 2005 van start. http://europa.eu.int/comm/energy_transport/en/cut_en.html http://www.civitas-initiative.org/main.phtml?lan=en

· Thematische strategie voor het stadsmilieu. Wordt naar verwachting goedgekeurd in

januari 2006. Omvat onder meer een maatregelen inzake plannen voor duurzaam stadsvervoer. http://europa.eu.int/comm/environment/urban/home_en.htm

· Kostendoorberekening van vervoersinfrastructuur. http://europa.eu.int/comm/transport/infr-charging/charging_nl.html

· Het derde spoorwegpakket om de spoorwegen aantrekkelijker te maken. Goedgekeurd in

2004 (waaronder COM (2004) 140 definitief). http://europa.eu.int/comm/transport/rail/package2003/new_en.htm

  • 6. 
    ARMOEDEBESTRIJDING EN ONTWIKKELING Algemene doelstellingen

Actief bevorderen van duurzame ontwikkeling in de hele wereld en ervoor zorgen dat het

binnenlandse en het buitenlandse beleid van de Europese Unie in overeenstemming zijn met

mondiale duurzame ontwikkeling en haar internationale verplichtingen.

Operationele doelstellingen en streefcijfers:

De EU zal haar verplichtingen nakomen die verband houden met het internationale kader voor duurzame ontwikkeling, dat wordt gevormd door de wereldtop over duurzame ontwikkeling (Johannesburg), de consensus van Monterrey, de uitkomst van de top over de voortgang van de millenniumdoelstellingen en van de wereldtop.

De EU zal tussen nu en 2015 een wezenlijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling zijn de volgende:

· Uitroeiing van extreme armoede en honger

· Het aantal mensen dat van minder dan één dollar per dag leeft, moet worden

gehalveerd.

· Het aantal mensen dat honger lijdt, moet worden gehalveerd.

· Alle kinderen moeten basisonderwijs volgen.

· Alle jongens en meisjes moeten basisonderwijs afronden.

· Gelijke kansen voor mannen en vrouwen en vergroting van de weerbaarheid van vrouwen

· Gelijke kansen voor jongens en meisjes liefst in 2005 in basis- en middelbaar

onderwijs en op alle niveaus tegen 2015.

· Terugdringing van kindersterfte

· Het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar moet met tweederde worden

teruggebracht.

· Verbetering van de gezondheid van moeders

· De moedersterfte moet met driekwart worden teruggebracht.

· Bestrijding van HIV/aids, malaria en andere ziekten.

· De verspreiding van HIV/aids een halt toeroepen en beginnen de ziekte terug te

dringen.

· De verspreiding van malaria en andere belangrijke ziekten een halt toeroepen en

beginnen deze terug te dringen.

· Duurzaam milieu

· De beginselen van duurzame ontwikkeling integreren in de nationale beleidslijnen

en programma's en een halt toeroepen aan het verlies van natuurlijke hulpbronnen.

· Het aantal mensen zonder toegang tot schoon drinkwater moet worden

gehalveerd.

· Voor 2020 moeten de levensomstandigheden van minimaal 100 miljoen mensen

in sloppenwijken aanzienlijk worden verbeterd.

· Er komt een mondiaal samenwerkingsverband voor ontwikkeling, waaronder de

ontwikkeling van een open handels- en financieel systeem.

Daartoe zal de EU met name de volgende maatregelen nemen:

  • 1) 
    toename van de omvang van de hulp; 2) verbetering van de kwaliteit, samenhang en doelmatigheid van de hulp; 3) implementatie van de EU-strategie voor Afrika; 4) bevordering van conflictpreventie; 5) implementatie van het EU-ontwikkelingsbeleid (de Europese consensus over ontwikkeling); 6) ervoor zorgen dat de Doha-ontwikkelingsagenda met succes wordt voltooid en bijdraagt aan de MDG's en duurzame ontwikkeling; 7) implementatie van het SAP Plus; 8) ervoor zorgen dat de regionale en bilaterale handelsovereenkomsten bijdragen tot duurzame ontwikkeling; 9) mondiale duurzame ontwikkeling ondersteunen.

Maatregelen: lopende en geplande

· Sneller vorderingen boeken om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bereiken

(COM (2005) 132). http://europa.eu.int/comm/development/body/communications/communications_en.htm

· EU-strategie voor Afrika (COM (2005) 489). http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/nl/com/2005/com2005_0489nl01.pdf

· Financiering van ontwikkeling en effectiviteit van de hulp (COM (2005) 133).

http://europa.eu.int/comm/development/body/communications/docs/communication_133_e n.pdf

· Samenhang in het ontwikkelingsbeleid (COM (2005) 134). http://europa.eu.int/eur-lex/lex/LexUriServ/site/nl/com/2005/com2005_0134nl01.pdf

· Conclusies van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen (RAZEB): Het

ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie "De Europese consensus" (gebaseerd op mededeling

COM (2005) 311). http://europa.eu.int/eurlex/lex/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:52005DC0311:NL:HTML

· Doha-ontwikkelingsagenda. Lopend. http://europa.eu.int/comm/trade/issues/newround/doha_da/index_en.htm

· Bilaterale en regionale handelsovereenkomsten (bijvoorbeeld de economische

partnerschapsovereenkomsten met de ACS-landen). Lopend. http://europa.eu.int/comm/development/body/cotonou/index_en.htm http://europa.eu.int/comm/trade/issues/bilateral/index_en.htm

· De mondialisering beheersbaar maken ­

Maatregelen.http://europa.eu.int/comm/trade/issues/global/index_en.htm http://europa.eu.int/comm/trade/issues/global/sia/index_en.htm http://europa.eu.int/comm/trade/issues/global/csr/index_en.htm

· Implementatie van de EU-verplichtingen in het kader van de wereldtop over duurzame

ontwikkeling, het EU-waterinitiatief, het EU-energie-initiatief, het tienjarenimplementatieplan met betrekking tot internationale duurzame productie en consumptie.

Lopend.

http://europa.eu.int/comm/environment/wssd/index_en.html

· Internationaal programma voor de bestrijding van HIV/aids, malaria en tuberculose, 2007

(COM (2004)

726).http://europa.eu.int/comm/development/body/theme/human_social/pol_health3_en.ht m

BIJLAGE 3

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES

PARLEMENT

Herziening 2005 van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling:

eerste balans en krachtlijnen voor de toekomst

{COM (2005) 37}

Voorwoord

Duurzame ontwikkeling is niet alleen een fundamentele doelstelling van de Europese Unie, maar ook een mondiale uitdaging waarmee al haar partners over de hele wereld worden geconfronteerd. Duurzame ontwikkeling draait om de vraag hoe economische ontwikkeling, sociale cohesie, evenwicht tussen noord en zuid en bescherming van het milieu met elkaar kunnen worden verzoend. Het belang van dit thema komt tot uiting in het EU-Verdrag en de Grondwet, waarin de Unie wordt opgedragen zich in te zetten "voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei en van prijsstabiliteit, een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en van een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu".

Door de snelle demografische ontwikkelingen zullen de hulpbronnen in de wereld de komende decennia onder steeds grotere druk komen te staan, zowel op het gebied van klimaatverandering als natuurlijke rijkdommen, biodiversiteit of de welvaartskloof tussen noord en zuid. Het is zaak nu actie te ondernemen om het delicate economische, sociale en milieu-evenwicht op deze wereld te bewaren voor de toekomst.

Het is in deze wereldwijde context dat ook de toekomst van Europa moet worden bezien. De EU heeft al aanzienlijke inspanningen geleverd ter bevordering van duurzame ontwikkeling, zowel binnen de Unie als daarbuiten. Met een pro-actieve aanpak kan de EU de behoefte aan milieubescherming en sociale cohesie omzetten in mogelijkheden voor innovatie, groei en werkgelegenheid. Met de herziening van de strategie voor duurzame ontwikkeling bevestigen wij onze verbintenis om de noodzakelijke structurele veranderingen in onze economieën en samenlevingen beter te definiëren en een positieve agenda vast te stellen om dit veranderingsproces ten behoeve van een betere levenskwaliteit voor allen aan te sturen.

Deze uitdaging vereist een gecoördineerd optreden en sterk leiderschap van de Unie om oplossingen tot stand te brengen die een blijvend verschil kunnen maken voor de mensen in Europa en overal elders ter wereld.

Om deze reden heeft de Europese Unie zichzelf er bij het begin van dit millennium toe verbonden de weg van de verandering in te slaan om ervoor te zorgen dat wij niet-duurzame economische, sociale en milieu-ontwikkelingen eindelijk aanpakken. In 2000 werd met de strategie van Lissabon een ambitieuze agenda van economische en sociale hervormingen vastgesteld om een zeer dynamische en concurrerende kenniseconomie tot stand te brengen. In 2001 lanceerde de Europese Raad van Göteborg een brede strategie voor duurzame ontwikkeling, die in 2002, voorafgaand aan de VN-wereldtop over duurzame ontwikkeling in de zomer van datzelfde jaar, in Barcelona een externe dimensie kreeg. Elk van deze stappen ging gepaard met belangrijke beslissingen en acties om de aangegane verbintenissen na te komen. De vooruitgang bleef evenwel ontoereikend: van enige ombuiging van niet-duurzame ontwikkelingen is nog altijd geen sprake en internationaal staat er nog steeds veel op het spel.

Met het aantreden van een nieuwe Commissie en de installatie van een nieuw Europees Parlement is het moment aangebroken om een balans op te maken en druk uit te oefenen om het veranderingstempo op te voeren.

De eerste stappen zijn al gezet. Met haar voorstel inzake de strategische doelstellingen voor de Unie voor de komende vijf jaar heeft de Commissie laten zien dat zij zich voor duurzame ontwikkeling blijft inzetten. In de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon heeft zij voorgesteld om van een hernieuwde Lissabon-agenda onze strategie voor groei en werkgelegenheid te maken, zodat wij de drijvende kracht van een dynamischer economie kunnen inzetten voor onze bredere doelstellingen op sociaal en milieugebied. Op die manier blijft Lissabon een essentieel onderdeel van de overkoepelende doelstelling van duurzame ontwikkeling die in het Verdrag is neergelegd, dat wil zeggen de welvaart en de levensomstandigheden van de huidige en toekomstige generaties op duurzame wijze verbeteren. In haar tussentijdse evaluatie formuleerde de Commissie dit als volgt: "Zowel de Lissabon-strategie als de strategie voor duurzame ontwikkeling dragen bij aan de verwezenlijking van deze doelstelling. Beide strategieën versterken elkaar en richten zich op complementaire maatregelen, maar ze maken gebruik van verschillende instrumenten en kennen verschillende tijdspaden."

Tegelijkertijd met de herziening van de Lissabon-strategie lanceert de Commissie ook een aangepaste sociale agenda van de EU, waarin het beleid wordt uitgestippeld dat een grotere cohesie in Europa tot stand kan helpen brengen en ons sociale model verder kan helpen ontwikkelen in reactie op niet-duurzame ontwikkelingen. Zo draagt ook onze sociale agenda op zichzelf bij tot de doelstelling van duurzame ontwikkeling.

Met deze mededeling zet de Commissie haar eerste stap in de herziening van de strategie voor duurzame ontwikkeling in 2005. In dit verslag wordt een eerste evaluatie van de vooruitgang sinds 2001 gemaakt en een aantal krachtlijnen voor de toekomst geschetst, die als leidraad kunnen dienen voor de herziening van de strategie voor duurzame ontwikkeling die later dit jaar in een aparte mededeling aan het Europees Parlement en de Raad zal worden voorgelegd. Deze mededeling bouwt voort op het debat van het afgelopen jaar, waaronder het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van april jongstleden en de resultaten van een openbare raadpleging die door de Commissie werd opgezet in oktober jongstleden

12

.

De Europese Unie heeft een brede langetermijnvisie op haar toekomst. Wij geloven in de kracht en de onderliggende waarden van ons dynamische Europese model. Wij zullen ervoor zorgen dat de behoeften van de huidige en toekomstige generaties kunnen worden vervuld. Dit fundamentele doel zal tot uiting komen in alle EU-beleidsvormen. Duurzame ontwikkeling vereist dat nu actie wordt ondernomen. De Europese Unie heeft de capaciteit, de bevoegdheid en de creativiteit om de noodzakelijke veranderingen te bewerkstelligen. De Europeanen en alle andere burgers in de wereld kunnen erop rekenen dat de Unie zal ijveren voor een duurzame toekomst voor allen.

12

De resultaten van beide bijdragen worden in deel 1 en 2 van werkdocument SEC(2005)225 van de Commissiediensten nader toegelicht. Het volledige verslag van de Commissie over de resultaten van de raadpleging kan binnenkort worden geraadpleegd op

http://europa.eu.int/comm/sustainable/ pages /review_en.htm .

Deel I: Duurzame ontwikkeling ­ wat staat er op het

spel?

  • 1. 
    I NLEIDING

Duurzame ontwikkeling ­ dat wil zeggen voldoen aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van komende generaties om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen ­ is een basisdoelstelling van het Verdrag betreffende de Europese Unie

13

en de

Grondwet. Het is een overkoepelend concept dat ten grondslag ligt aan alle communautaire

beleidsvormen, acties en strategieën, en dat een economische, sociale en milieubeleidsvorming en ­uitvoering vereist met een wederzijds versterkend effect.

In een wereld waarin de globalisering steeds verder oprukt, is er behoefte aan duidelijk politiek leiderschap om een dynamisch Europees model voor deze tijd en de toekomst te stimuleren. De Commissie is een groot pleitbezorger van duurzame ontwikkeling en wil een positieve agenda voor verandering vaststellen. Onze toekomst in Europa en in de wereld vraagt om een langetermijnvisie en actie op vele beleidsterreinen. De Commissie is ervan overtuigd dat wij meer voorspoed, solidariteit en veiligheid moeten bewerkstelligen om onszelf en toekomstige generaties een betere levenskwaliteit te bieden. Wij hebben groei en meer werkgelegenheid, een schoner en een gezonder milieu nodig. Wij hebben een maatschappij nodig die sterker samenhangt en waarin voorspoed en kansen worden gedeeld in de hele Europese Unie en daarbuiten. Wij hebben meer innovatie, onderzoek en onderwijs nodig. Wij moeten onze mondiale verantwoordelijkheden en verbintenissen nakomen. Onze voorspoed en levenskwaliteit in de toekomst zullen afhangen van de mate waarin wij in staat en bereid zijn onze productie- en consumptiepatronen te wijzigen en economische groei te verwezenlijken zonder aantasting van het milieu.

Maatregelen in dit verband mogen niet stoppen aan de grenzen van de Unie. Duurzaamheid blijft een mondiale uitdaging. Daarom is het zaak dat Europa leiderschap toont op zowel het interne als het externe spoor. Dit vereist een geïntegreerde aanpak en weerspiegelt het feit dat met de globalisering en de toenemende vervlechting de EU haar belangrijkste interne prioriteiten pas ten volle kan realiseren als zij tegelijkertijd ook wereldwijd resultaat boekt. Evenzo is het van wezenlijk belang dat de EU haar mondiale verplichtingen in al haar interne beleidsvormen kan opnemen, wil zij woorden omzetten in daden en haar geloofwaardigheid als wereldleider op het gebied van duurzame ontwikkeling handhaven.

De ambtstermijn van deze Commissie verstrijkt eind 2009, maar er rust een duidelijke verplichting op haar om bij haar beleidsvorming verder in de toekomst te kijken. Willen wij onze doelstellingen voor de toekomst verwezenlijken, mogen we niet wachten tot morgen, maar moeten we nu actie ondernemen. De langetermijnvisie kan geen werkelijkheid worden als we niet nu al concrete doelstellingen vaststellen als een baken voor ontwikkelingen op de lange termijn en mechanismen instellen om de gestelde doelen te realiseren. Deze Commissie

13 Artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

heeft het belang van haar strategische kerndoelen van voorspoed, solidariteit en veiligheid voor duurzame ontwikkeling reeds bevestigd

14

.

De EU heeft zich voor eerst in juni 2001 op het streven naar duurzame ontwikkeling vastgelegd. De Europese Raad van Göteborg hechtte toen zijn goedkeuring aan de strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling op basis van een mededeling van de Commissie. In 2002 presenteerde de Commissie een tweede mededeling

15

, waarin de externe

dimensie van duurzame groei werd belicht en die werd aangenomen door de Europese Raad van Barcelona. Gezamenlijk vormen deze mededelingen de basis van de alomvattende EUstrategie voor duurzame ontwikkeling. De Commissie heeft zich ertoe verbonden om deze strategie bij het begin van de ambtstermijn van elke nieuwe Commissie te evalueren. Dit zal gebeuren in de loop van het jaar 2005 op basis van de ervaringen van de afgelopen vier jaar.

De opzet van de herziene strategie voor duurzame ontwikkeling zal moeten worden verruimd, waarbij de nadruk wordt gelegd op de structurele veranderingen die in de economie moeten worden doorgevoerd om tot duurzamere productie- en consumptiepatronen te komen, en waarbij niet-duurzame ontwikkelingen aan de orde worden gesteld. In de herziene strategie, die de nieuwe beleidsaanpak nog versterkt, zal de driedimensionale benadering worden gehandhaafd en tevens worden gegarandeerd dat de externe aspecten van duurzame ontwikkeling onverkort worden geïntegreerd en versterkt. Tot slot zal ook de in het voorstel voor de financiële vooruitzichten 2007-2013 aangegane verbintenis dat duurzame ontwikkeling een leidend beginsel zal zijn voor het EU-beleid, worden bekrachtigd.

  • 2. 
    D UURZAME ONTWIKKELING : DE BENADERING VAN DE E UROPESE U NIE De strategie voor duurzame ontwikkeling omvat de volgende componenten:

Om te beginnen wordt een algemene visie op duurzaamheid ontvouwd. De kern van de strategie is dat de economische, sociale en milieudimensies van duurzaamheid hand in hand moeten gaan en elkaar wederzijds moeten versterken: "Duurzame ontwikkeling biedt de Europese Unie een positief langetermijnperspectief voor een maatschappij die welvarender en rechtvaardiger is en welke ons een schoner, veiliger en gezonder milieu in het vooruitzicht stelt ­ een maatschappij, dus, die ons, onze kinderen en onze kleinkinderen een betere levenskwaliteit te bieden heeft"

16

. Inzicht in het belang van en de onderlinge verhouding

tussen deze drie pijlers van duurzame ontwikkeling is cruciaal.

De tweede en ontegensprekelijk meest ambitieuze component van de strategie beoogt de wijze waarop beleid wordt gemaakt, te verbeteren door de nadruk te leggen op het verbeteren van de samenhang in het beleid en mensen bewust te maken van mogelijke afwegingen tussen conflicterende doelstellingen, om tot een beleid te komen waar met kennis van zaken besluiten worden genomen. Dit betekent dat de volledige effecten van een beslissing, die ook kan inhouden dat er géén actie wordt ondernomen, nauwkeurig moeten worden bestudeerd, met name met behulp van vroegtijdige effectrapportages, en dat door een correcte prijszetting de markt de juiste signalen moet ontvangen. Ook moeten EU-

14 COM(2005) 12 van 26.1.2005: "Strategische doelstellingen 2005-2009 ­ Europa 2010: een partnerschap voor Europese vernieuwing: welvaart, solidariteit en veiligheid". 15 COM(2002) 82 van 13.2.2002: "Naar een wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling".

16 COM(2001) 264: "Duurzame ontwikkeling in Europa voor een betere wereld: Een strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling", blz. 2.

beleidsvormers rekening houden met de mondiale context en er actief naar streven dat het interne en externe beleid op elkaar aansluiten. Voorts vereist dit investeringen in wetenschap en technologie ter ondersteuning van de aanpassingen die nodig zijn voor een duurzame ontwikkeling. Tot slot legt de nieuwe beleidsaanpak de nadruk op het verbeteren van de communicatie en het mobiliseren van burgers en bedrijven.

Op de derde plaats wordt gekeken naar een beperkt aantal ontwikkelingen die duidelijk niet duurzaam zijn, zoals de vraagstukken van klimaatverandering en energiegebruik, gevaren voor de volksgezondheid, armoede en sociale uitsluiting, vergrijzende samenlevingen, beheer van natuurlijke rijkdommen, en grondgebruik en vervoer.

De mondiale dimensie tot slot gaat dieper in op een aantal internationale doelstellingen en legt de nadruk op de prioritaire doelstellingen die in kaart zijn gebracht in de EU-bijdrage aan de wereldtop over duurzame ontwikkeling (WTDO), namelijk beheersing van de globalisering, handel ten behoeve van duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding, sociale ontwikkeling, duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen en milieuhulpbronnen, verbetering van de samenhang in het EU-beleid, beter bestuur op alle niveaus en financiering van duurzame ontwikkeling.

  • 3. 
    W AAROM EEN HERZIENING ?

De Commissie heeft zich ertoe verbonden de strategie bij de aanvang van de ambtstermijn van elke nieuwe Commissie te herzien. De Europese Raad heeft zich hierover verheugd getoond, laatst nog in juni en november 2004. De behoefte aan een herziening op dit tijdstip wordt bovendien door de volgende ontwikkelingen extra benadrukt:

· de verslechterende situatie op het gebied van niet-duurzame ontwikkelingen, met name de

toenemende druk op de natuurlijke rijkdommen, de biodiversiteit en het klimaat, alsmede de aanhoudende ongelijkheid en armoede en de groeiende economische en sociale uitdagingen van de vergrijzing;

· Europa's tekortschietende economische prestaties in combinatie met nieuwe

concurrentiedruk als gevolg van de voortschrijdende globalisering en de opkomst van nieuw geïndustraliseerde landen (zoals China, India en Brazilië), wat wijst op een toegenomen economische concurrentie en mogelijke verschuivingen in de nationale productiestructuren, met de bijbehorende gevolgen voor duurzame ontwikkeling op mondiaal niveau;

· nieuwe internationale verplichtingen en onderhandelingen die mogelijkerwijs kunnen

bijdragen tot mondiale duurzame ontwikkeling, vereisen ook grotere uitvoeringsinspanningen (zoals de Doha-ontwikkelingsagenda van de WTO, het WTDOuitvoeringsplan

van Johannesburg, de Monterrey-verplichtingen inzake ontwikkelingsfinanciering en de millenniumontwikkelingsdoelstellingen);

· nieuwe veiligheidsrisico's, zoals terrorisme (aanslagen van 11 september 2001 en 11 maart

2004), natuurrampen (overstromingen) en gezondheidsrisico's (bv. sars) hebben geleid tot een verhoogd gevoel van kwetsbaarheid. Daarnaast worden mensen zich er sterker van bewust dat er moet worden opgetreden tegen de georganiseerde misdaad, corruptie en racisme;

· tot slot moet in de evaluatie rekening worden gehouden met de uitbreiding van de

Europese Unie tot 25 lidstaten, de vaststelling van nationale strategieën voor duurzame ontwikkeling in de meeste lidstaten en de grotere betrokkenheid van lokale en regionale overheden.

  • 4. 
    B ALANS VAN DE VOORUITGANG

Ofschoon er enige vooruitgang werd geboekt met de uitvoering van de strategie en er ook niet onmiddellijk resultaten kunnen worden verwacht, is het duidelijk dat er nog veel werk voor de boeg is. Er zijn maar weinig aanwijzingen dat de meeste bedreigingen voor een duurzame ontwikkeling zouden zijn afgewend. Deze bedreigingen vereisen daarom onze onverminderde en urgente aandacht. In het werkdocument van de Commissiediensten

17

wordt een nader

overzicht gegeven van de geboekte vooruitgang, maar een aantal belangrijke ontwikkelingen kan op deze plaats al worden belicht:

  • Onze wijze van beleidsvorming veranderen. In 2001 werd een "nieuwe beleidsaanpak" geïntroduceerd om het beleid coherenter te maken en de juiste voorwaarden te creëren om duurzame ontwikkeling te bevorderen.

Betere beleidscoherentie

De integratie van een aantal horizontale Verdragsbeginselen in alle EU-beleidsvormen is een centrale doelstelling. Een voorbeeld van EU-actie in dit verband is het Cardiff-proces, dat de integratie van milieuoverwegingen in het sectorale beleid stimuleert. Bij een eerste inventaris van het Cardiff-proces in 2004 is evenwel gebleken dat de vooruitgang tot dusver beperkt is gebleven.

Eén van de instrumenten die de beleidscoherentie moeten helpen verbeteren, is het nieuwe mechanisme voor effectrapportage dat in 2003 bij de Commissie werd ingevoerd en dat is opgezet om de economische, sociale en milieu-effecten van belangrijke beleidsvoorstellen op een geïntegreerde wijze te evalueren en de afwegingen tussen concurrerende doelstellingen scherper te stellen. Tot dusver heeft de Commissie meer dan 50 effectbeoordelingen verricht op een brede waaier van beleidsterreinen, gaande van voorstellen voor de herverzekeringsrichtlijn tot beleidsrichtsnoeren voor de gemeenschappelijke marktordening voor suiker en de financiering van Natura 2000. Wat de externe component betreft, werden duurzaamheidseffectrapportages op de rails gezet voor alle grote handelsonderhandelingen.

Ontwikkeling van de methode van open coördinatie

De open-coördinatiemethode kan een krachtig instrument zijn om de uitwisseling van goede praktijken te stimuleren, belanghebbenden in het proces te betrekken en te mobiliseren, en druk uit te oefenen op de lidstaten om op een strategischere en geïntegreerdere wijze te werk te gaan en efficiënter beleid te gaan voeren. Zo hebben de Commissie en de lidstaten gemeenschappelijke doelstellingen en gemeenschappelijke indicatoren vastgelegd op het gebied van sociale integratie en pensioenen. De meeste lidstaten hebben meetbare doelen vastgesteld voor de vermindering van de armoede en de sociale uitsluiting.

Juiste prijzen, goede prikkels

17 SEC(2005) 225.

Door ervoor te zorgen dat de marktprijzen een afspiegeling zijn van de werkelijke kosten van economische activiteiten voor de samenleving, wordt een stimulans gegeven om de productie- en consumptiepatronen te wijzigen. Marktconforme instrumenten zoals milieugerelateerde belastingen, emissiehandelsystemen en subsidies kunnen in dit verband een effectieve aanvulling vormen op klassieke regelgevende maatregelen. Er is de afgelopen jaren op dit gebied vooruitgang geboekt op EU-niveau, ofschoon de besluitvorming soms nog moeilijk verloopt, met name wat belastingen betreft, als gevolg van de vereiste unanimiteit in de Raad. Voorbeelden van de toepassing van marktconforme instrumenten door de EU zijn onder andere de energiebelastingrichtlijn van 2003, die het communautaire stelsel van minimumbelastingtarieven uitbreidt van minerale oliën tot andere energieproducten, en de EU-brede regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, die sinds 2005 in werking is om de reductiedoelstellingen van Kyoto te helpen bereiken.

Investeringen in wetenschap en technologie

Vooruitgang op het gebied van kennis en technologie is van cruciaal belang voor het bereiken van een evenwicht tussen economische groei en sociale en milieuduurzaamheid. Er kunnen talrijke synergieën worden benut tussen innovatie die kwaliteit en prestatie beoogt te verbeteren en innovatie die energiegebruik, afvalstromen en veiligheid beoogt te optimaliseren. Energie-efficiëntere toestellen verbruiken bijvoorbeeld minder natuurlijke hulpbronnen en leiden tot een lagere uitstoot. Investeringen in nieuwe technologieën zullen ook groei en werkgelegenheid creëren. De EU-actie op dit gebied voorziet onder meer in de duurzame ontwikkeling van activiteiten onder het zesde kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Het actieplan inzake milieutechnologieën bevordert technologieplatforms op waterstof- en brandstofcellen, fotovoltaïsche energie, duurzame chemie, watervoorziening en sanitatie. De EU stimuleert ook het gebruik van technologieën die een impact hebben op onze sociale stelsels, zoals de gezondheidsstelsels

18

.

Communicatie met en mobilisatie van burgers en bedrijven

De civiele samenleving en de particuliere sector spelen een belangrijke rol bij duurzame ontwikkeling. Op EU-niveau werden verschillende initiatieven genomen om deze groepen aan te zetten tot actieve betrokkenheid en om de raadplegingsprocessen en de mobilisatie van belanghebbenden te verbeteren. De Commissie heeft onder andere minimumnormen vastgesteld voor de raadpleging van belanghebbenden en voor betere informatieverstrekking over en participatie in milieubesluitvorming. Zij heeft ook diverse initiatieven genomen ter bevordering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen.

  • Niet-duurzame ontwikkelingen

Klimaatverandering en schone energie

In de afgelopen 100 jaar is de temperatuur in Europa sneller gestegen dan het mondiale gemiddelde (0,95°C in Europa in vergelijking met 0,7°C mondiaal); 8 van de 9 gletsjers trekken zich sterk terug; er is een toename van extreme weersgebeurtenissen

19

, zoals droogtes,

hittegolven en overstromingen. Om te voorkomen dat de mondiale temperatuursstijging een

18

Zie bijvoorbeeld het onlangs aangenomen actieplan voor e-gezondheidszorg: "Een betere gezondheidszorg voor de burgers van Europa: een actieplan voor een Europese Ruimte voor egezondheidszorg", COM(2004) 356. 19 EMA-rapport "Impacts of Europe's changing climate", augustus 2004.

niveau bereikt waarop gevaarlijker gevolgen van de klimaatverandering waarschijnlijk worden, moeten de broeikasgasemissies wereldwijd sterk worden verminderd. Volgens sommige schattingen hebben extreme gebeurtenissen in 2002 tot een schadepost van 25 miljard euro

20

geleid. Een betrouwbare en betaalbare energievoorziening is helemaal geen

gemeengoed in de ontwikkelingslanden, waar meer dan 2 miljard mensen afhankelijk zijn van biomassa (hout, afval enz.) als primaire energiebron en 1,6 miljard mensen geen toegang hebben tot elektriciteit.

Het Europees programma inzake klimaatverandering (ECCP) heeft een sleutelrol gespeeld bij de strijd tegen klimaatverandering in Europa. Dit programma herbergt cruciale energieinitiatieven

en het onlangs opgezette EU-brede handelssysteem voor

broeikasgasemissierechten, dat op 1 januari 2005 in werking is getreden. De EU stimuleert ook via haar regionale fondsen een aantal maatregelen die de klimaatverandering helpen aanpakken. Ofschoon uit de laatst beschikbare gegevens blijkt dat de EU15 tegen 2002 de broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 met 2,9% had teruggedrongen, moet er toch nog veel meer worden gedaan om het streefcijfer van Kyoto, namelijk een vermindering van 8% ten opzichte van het ijkjaar 1990 in de periode 2008-2012, te bereiken. Internationaal is de EU ook een leidende rol blijven spelen bij het ijveren voor de ratificatie van Kyoto en het uitvoeren van de verplichtingen die op de wereldtop over duurzame ontwikkeling (WTDO) van 2002 in Johannesburg zijn aangegaan. In dit verband heeft de EU zich via de coalitie voor hernieuwbare energie van Johannesburg ingezet voor het mondiale gebruik van hernieuwbare energieën. Het EU-energie-initiatief, dat de toegang tot adequate, duurzame en betaalbare energiediensten op het platteland alsook in en rondom steden beoogt te verbeteren, is een bijdrage aan de WTDO.

In Europa wordt via een nieuw initiatief inzake energie-efficiency met vernieuwde inzet gestreefd naar echte vooruitgang op het gebied van energie-efficiency.

Volksgezondheid

Sinds 2001 zijn de gevaren voor de volksgezondheid in de EU alleen maar toegenomen. Lifestyle-gerelateerde en chronische ziekten nemen wereldwijd een hoge vlucht, waarbij zwaarlijvigheid (met een toename van 10-40% in de afgelopen 10 jaar in de meeste EUlanden) de grootste zorgen baart. De hiv-/aidsepidemie heeft wereldwijd haar hoogtepunt bereikt wat het aantal besmettingen ooit betreft (39,4 miljoen) en het aantal nieuwe meldingen van hiv-besmettingen is in Europa sinds 1996 meer dan verdubbeld. Door toegenomen contacten en mobiliteit over de hele wereld zijn de gezondheidsrisico's ingevolge overdraagbare ziekten zoals vogelpest en sars gestegen. Bioterrorisme is een andere nieuwe factor. In ontwikkelingslanden werden recente vorderingen op het gebied van gezondheid en ontwikkeling tenietgedaan en de verspreiding van ernstige infectieziekten vormt een grote bedreiging voor hun ontwikkeling. Volgens ramingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sterven wereldwijd jaarlijks meer dan 5 miljoen kinderen als gevolg van een ongezonde omgeving.

Voorbeelden van sinds 2001 genomen beleidsmaatregelen zijn onder meer de financiering van genoomonderzoek om de resistentie tegen antibiotica te bestrijden, de opzet van gezamenlijke EU-netwerken voor surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten, de vaststelling van een voorstel voor een nieuw EU-regelgevingskader voor chemische stoffen (REACH), de

20 Münchener Rück, GeoRisikoForschung, januari 2004.

vaststelling van het Europees actieplan voor milieu en gezondheid 2004-2010 en de oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en een Europees Centrum voor overdraagbare ziekten.

In internationaal verband heeft de EU de financiële middelen om ziekten zoals hiv/aids, tuberculose en malaria te bestrijden, fors verhoogd. Ook zijn bijdragen geleverd om de prijs van essentiële farmaceutische producten voor de ontwikkelingslanden te verlagen.

Armoede en sociale uitsluiting

Armoede en sociale uitsluiting vormen een toenemend probleem. In de EU wordt circa 15% van de bevolking geconfronteerd met het risico van inkomensarmoede. In enkele nieuwe lidstaten is de situatie bijzonder zorgwekkend. Andere verontrustende tendenzen zijn de overdracht van armoede en uitsluiting tussen generaties en de onevenredig hoge last die op sommige bevolkingsgroepen (zoals werklozen, alleenstaande ouders, mensen met een handicap, etnische minderheden) rust. Wereldwijd moeten 2,8 miljard mensen op een totale wereldbevolking van 6 miljard overleven met minder dan 2 euro per dag.

De EU-lidstaten zijn overeengekomen om hun beleid ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting te coördineren door gemeenschappelijke doelen vast te stellen, nationale actieplannen op te zetten en deze te evalueren met behulp van gemeenschappelijke voortgangsindicatoren. De Europese Commissie ondersteunt dit coördinatieproces. Aan de verwezenlijking van deze doelstelling wordt ook bijgedragen met middelen uit het Europees regionaal beleid, bijvoorbeeld via investeringen in onderwijs, opleiding en lokale werkgelegenheid.

Om het probleem op mondiaal niveau aan te pakken, heeft de EU van de aanzienlijke vermindering en uiteindelijk de uitroeiing van armoede het hoofddoel van haar ontwikkelingsbeleid gemaakt. In het kader van het nieuwe mondiale partnerschap voor de uitroeing van armoede en duurzame ontwikkeling dat op de topontmoetingen van Doha, Monterrey en Johannesburg tot stand is gebracht, werd een brede waaier van acties opgezet.

Een vergrijzende samenleving

Berekeningen geven aan dat de bevolkingsgroei in de EU tot stilstand zal komen en dat een krimpende en vergrijzende beroepsbevolking een toenemend aantal ouderen zal moeten ondersteunen. De afhankelijkheidsratio van ouderen zou stijgen van 24% in 2004 tot 47% in 2050.

Ofschoon een toenemende levensverwachting een belangrijke verwezenlijking is, werpt Europa's vergrijzende samenleving ook een aantal duurzaamheidsvragen op waarop een antwoord moet worden gevonden. Migratie noch een snelle stijging van de geboortecijfers kan voorkomen dat het aandeel ouderen in de bevolking in de komende twintig jaar fors zal stijgen.

Samen met de lidstaten werkt de Commissie aan de modernisering van de stelsels van sociale bescherming om ervoor te zorgen dat zij betaalbaar blijven en aan de behoeften van de samenleving voldoen. Een van de maatregelen bestaat erin het arbeidzame leven van oudere werkenden te verlengen. Het door de Europese Raad van Barcelona vastgestelde streefdoel is dat 50% van de groep van 55- tot 64-jarigen tegen 2010 nog aan het werk is en dat de effectieve uittredingsleeftijd tegen 2010 met vijf jaar wordt verhoogd. Wat de zorgstelsels

betreft, moet niet alleen het financiële plaatje op orde worden gebracht, maar zijn er ook aanpassingen nodig om de verwachte toename van de vraag als gevolg van het grotere aantal ouderen te kunnen opvangen, waarbij met name de toegang tot de zorg wordt verbeterd. De Unie faciliteert de gestructureerde samenwerking op dit gebied alsook de uitwisseling van goede praktijken.

Beheer van natuurlijke rijkdommen

Door de snelle groei van de wereldbevolking zullen er tegen 2010 al 400 miljoen mensen meer op aarde wonen dan nu het geval is, vooral in stedelijke gebieden. In een wereld waarin de wederzijdse afhankelijkheid almaar groter wordt, kunnen we niet blijven produceren en consumeren zoals vandaag. De biodiversiteit wordt bedreigd. Wereldwijd worden 15 500 plant- en diersoorten sterk met uitsterven bedreigd. In de afgelopen decennia hebben nagenoeg alle vormen van ecosystemen en alle soorten (dieren, planten, bossen, zoet water, vruchtbare grond enz.) al zeer zwaar te lijden gehad. Ook zoet water is een van de kostbare natuurlijke rijkdommen die onder druk staat. Algemeen vormt de mondiale watercrisis een bedreiging voor mensenlevens en duurzame ontwikkeling en uiteindelijk ook voor vrede en veiligheid.

Tot de beleidsmaatregelen die werden genomen om de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2010 een halt toe te roepen - een doel dat de EU zichzelf heeft gesteld -, behoren de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid, en de oprichting van het Natura 2000-netwerk. Een mededeling waarin wordt bekeken hoe de achteruitgang van de biodiversiteit tegen 2010 een halt kan worden toegeroepen, is in voorbereiding. Tot de maatregelen ter bevordering van het efficiënte gebruik van de hulpbronnen behoren de EU-richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en mededelingen van de Commissie over geïntegreerd productbeleid. In de periode 2000-2006 zet de Europese Unie ook aanzienlijke bedragen uit de structuurfondsen en het cohesiefonds in voor de medefinanciering van investeringen ten behoeve van milieu- infrastructuur en de sanering en het onderhoud van industrie-, stads- en natuurgebieden.

Onder de internationale initiatieven valt het EU-waterinititatief "Water for Life", dat een vervolg is op de wereldtop over duurzame ontwikkeling. De EU speelt ook een toonaangevende rol bij het Verdrag inzake biologische diversiteit en bij de werkzaamheden die tot doel hebben een tienjarenkader van programma's inzake duurzame productie en consumptie op te stellen.

Grondgebruik en vervoer

Ondanks de nagestreefde ontkoppeling van vervoer en BBP is de vervoerstoename nog altijd groter dan de stijging van het BBP. Dit heeft gevolgen op heel wat gebieden, gaande van verkeersfiles en gezondheidsproblemen als gevolg van luchtvervuiling tot verhoogde CO

-

2

emissies, die de EU-streefcijfers inzake klimaatverandering negatief beïnvloeden.

De EU heeft een aantal beleidsinitiatieven opgezet om de negatieve effecten van de vervoerstoename te beperken. Zij stimuleert de overschakeling van wegvervoer naar andere vervoerswijzen waarbij het milieu minder zwaar wordt belast, zoals het gebruik van schone bussen en vervoer over het water en per spoor. De Commissie heeft ook voorgesteld dat de lidstaten infrastructuurheffingen invoeren om de vraag naar vervoer te beïnvloeden, met name door de omstandigheden te creëren waarin de prijzen die de gebruikers van vervoer betalen,

de volledige kosten voor de samenleving weerspiegelen (bv. de richtlijn betreffende het Eurovignet), maar dit gebeurt slechts in beperkte mate. Daarnaast werd, onder impuls van EU-wetgeving en ­initiatieven, aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van voertuig- en brandstoftechnologie, ofschoon deze werd tenietgedaan door de toename in de vraag naar en het volume van het vervoer. Tot slot worden acties ondernomen ter verbetering van het beheer van de stedelijke omgeving en het grondgebruik, bijvoorbeeld via het EUstructuurfondsprogramma Urban II en het kaderprogramma voor onderzoek. Daarnaast werkt de Commissie aan een thematische strategie voor het stadsmilieu, die in 2005 zal worden gepubliceerd.

Externe aspecten van duurzame ontwikkeling

Behalve op het gebied van de hierboven beschreven niet-duurzame ontwikkelingen heeft de EU met onder meer de volgende acties geijverd voor duurzame ontwikkeling op mondiaal niveau:

Beheersing van de globalisering

Globalisering is de nieuwe context waarin duurzame ontwikkeling tot stand moet worden gebracht. Ofschoon globalisering een belangrijke prikkel kan vormen voor duurzame ontwikkeling, zijn de voordelen die eruit voortvloeien al te vaak ongelijk verdeeld tussen en binnen landen en kan integratie zonder flankerende regelgeving negatieve effecten sorteren op het milieu en de maatschappij als geheel.

De EU ondersteunt een coherente en geïntegreerde aanpak van globaliseringsvraagstukken in de WTO, de internationale financiële instellingen (IFI's) en alle VN-organen. Zij wil ook de rol van cruciale organen, zoals bijvoorbeeld de Internationale Arbeidsorganisatie, versterken.

De lopende WTO-onderhandelingen ­ de Doha-ontwikkelingsagenda ­ zijn van wezenlijk belang voor een effectieve en billijke integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie. Op een groot aantal punten waarover sinds 2002 in de Doha-ronde wordt onderhandeld, heeft de EU zich steeds ingezet voor de verwezenlijking van haar doelstellingen inzake de bevordering van mondiale duurzame ontwikkeling over de hele linie. Aangezien de inspanningen van de ontwikkelingslanden om zich in het mondiale handelssysteem te integreren, effectief moeten worden ondersteund, heeft de EU ook besloten om

handelsgerelateerde bijstand prioriteit te geven in haar ontwikkelingssamenwerkingsbeleid en werd deze dimensie geïntegreerd in alle relevante niveaus van besluitvorming over de toewijzing van middelen.

Daarnaast heeft de EU, na afloop van de WTDO, nog belangrijke stappen gezet om ondersteunende activiteiten uit te voeren die betrekking hebben op handelsbeleid dat buiten de Doha-ontwikkelingsagenda valt; zo heeft zij zich verder ingespannen om een belangrijke plaats in te ruimen voor duurzame ontwikkeling in alle lopende of toekomstige bilaterale of regionale onderhandelingen.

Beter bestuur op mondiaal niveau

Goed bestuur en de bevordering van democratie zijn kritieke factoren voor de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen. In de millenniumverklaring is bepaald dat de totstandbrenging van een klimaat dat bevorderlijk is voor ontwikkeling en voor de uitroeiing

van armoede, onder meer afhankelijk is van goed bestuur binnen elk land, goed bestuur op internationaal niveau en transparantie in de financiële, monetaire en handelssystemen.

Institutionele capaciteitsopbouw, goed bestuur en de rechtsstaat zijn door de Commissie aan de orde gesteld in een mededeling over bestuur en ontwikkeling, die was gewijd aan de opbouw van instituties en de dialoog over bestuur in de uiteenlopende situaties waarin een land zich kan bevinden. Voorts werden inspanningen geleverd om duurzame ontwikkeling te stimuleren in alle bestaande regionale en internationale samenwerkingsovereenkomsten en beleidsinstrumenten. Daarnaast heeft het streven naar een sterker internationaal bestuur ten behoeve van duurzame ontwikkeling altijd centraal gestaan in de inspanningen van de EU om een effectief multilateralisme tot stand te brengen.

  • Ontwikkelingsfinanciering

De millenniumontwikkelingsdoelstellingen kunnen niet worden verwezenlijkt zonder de noodzakelijke financiële middelen. Het VN-streefcijfer dat landen 0,7% van hun bruto binnenlands product (BBP) aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) besteden, wordt evenwel nog lang niet bereikt.

De EU heeft haar bijdrage aan het "proces van ontwikkelingsfinanciering" in acht expliciete verbintenissen vastgelegd, die op 14 maart 2002 door de Europese Raad van Barcelona zijn goedgekeurd. Volgens het laatste monitoringverslag zou de ontwikkelingshulp van de uitgebreide Unie (25 lidstaten) als geheel het tussentijdse streefcijfer van 0,39% ODA/BBP overschrijden en tegen 2006 tot 0,42% ODA/BBP oplopen, wat overeenstemt met een bedrag van circa 38,5 miljard euro. In de periode 2002­2006 wordt in totaal een bedrag van 19 miljard euro aan bijkomende middelen vrijgemaakt.

Deel II: De uitdagingen aanpakken

  • 5. 
    K RACHTLIJNEN VOOR DE TOEKOMST

Gelet op de aanhoudende uitdagingen moet de Unie niet alleen vasthouden aan haar streven naar een langetermijnbenadering van duurzame ontwikkeling en een betere levenskwaliteit, maar moet zij ook de middelen vinden om deze uitdagingen effectiever aan te pakken.

5.1. Bevestiging van de basisbeginselen van de strategie van de Europese Unie voor duurzame ontwikkeling

In het voorwoord zijn het concept duurzame ontwikkeling en de complementariteit tussen de strategie voor duurzame ontwikkeling en de strategie van Lissabon uiteengezet.

In de herziene strategie zal het fundamentele driedimensionale karakter van duurzame ontwikkeling als hoeksteen van de strategie worden gehandhaafd, dat wil zeggen dat een dergelijke ontwikkeling slechts kan worden bewerkstelligd als economische groei, sociale integratie en milieubescherming hand in hand gaan, zowel in Europa als elders in de wereld.

In de herziene strategie zal ook de bijdrage van de EU aan mondiale duurzame ontwikkeling worden meegenomen, enerzijds door de internationale aspecten van de zes in de strategie opgenomen niet-duurzame ontwikkelingen in aanmerking te nemen, anderzijds door het externe EU-beleid dat bijdraagt aan mondiale duurzame ontwikkeling, in de strategie te integreren. Op die manier zal de EU haar verbintenis om een leidende rol te spelen als aanjager van de duurzame-ontwikkelingsagenda op mondiaal niveau, bevestigen en versterken.

5.2. Bevestiging van de nieuwe aanpak inzake beleidsvorming en beleidscoherentie

In de herziene strategie zal de `nieuwe beleidsaanpak' worden bekrachtigd als het voornaamste instrument om duurzame ontwikkeling centraal te plaatsen in de EUbeleidsvorming. De toekomstige EU-strategie voor duurzame ontwikkeling zal met name een verdere stimulans geven aan de verschillende onderdelen van de EU-agenda voor betere regelgeving,

waaronder effectbeoordeling, raadpleging van belanghebbenden en vereenvoudiging van de regelgeving.

Dit betekent dat een duurzame en kosteneffectieve beleidsvorming ook in de toekomst zal worden ondersteund door betere regelgeving, onder meer via een effectievere toepassing van een evenwichtig effectbeoordelingsmechanisme met betrekking tot nieuwe initiatieven van de Commissie op het gebied van zowel intern als extern beleid. Bij belangrijke handelsakkoorden zullen ook in de toekomst duurzaamheidseffectrapportages worden verricht. Ofschoon dit instrument onlangs werd verfijnd in het licht van de eerste lessen die uit de toepassing ervan werden getrokken

21 , , zal er verder worden gezocht naar mogelijkheden om de methode nog te verbeteren, met name wat betreft de economische, sociale en

21 Zie "Impact Assessment: Next Steps ­ in support of Competitiveness and Sustainable Development", SEC(2004) 1377 van 21.10.2004.

milieuaspecten van duurzame ontwikkeling. In dit verband is de Commissie ook van plan om de wijze waarop belanghebbenden over EU-beleid worden geraadpleegd, te verbeteren. Voorts zal er aandacht worden besteed aan de noodzaak om werk te maken van een passende follow-up van het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven

22 (bv. om ervoor te zorgen

dat het Europees Parlement en de Raad dezelfde beginselen en normen inzake effectbeoordeling toepassen wanneer zij Commissievoorstellen ingrijpend willen wijzigen en de effecten daarvan beoordelen).

In de nieuwe aanpak is ook de open-coördinatiemethode opgenomen, met name op het gebied van sociale integratie, toegang tot de arbeidsmarkt en sociale bescherming, waar deze methode een sleutelrol vervult bij de modernisering van de stelsels van sociale bescherming.

Als onderdeel van de nieuwe beleidsaanpak zal de Commissie zich blijven inzetten voor het gebruik van marktconforme instrumenten die de werkelijke kosten weerspiegelen van het gebruik van hulpbronnen en de milieu-effecten ervan voor de samenleving. Aan de lidstaten zal bijvoorbeeld worden gevraagd te onderzoeken hoe zij de belastingdruk op arbeid kunnen verminderen en deze naar milieuschadelijke factoren kunnen verschuiven. De herziene strategie zal ook het belang van investeringen in wetenschap en technologie voor duurzame ontwikkeling blijven benadrukken. Milieu-innovaties kunnen onder meer verder worden gestimuleerd via het EU-programma voor onderzoek, het innovatiebeleid van de Commissie en overheidsopdrachten. Ook de uitwisseling van informatie over duurzaam onderzoek en duurzame wetenschap en technologie met externe partners zal worden bevorderd.

5.3. Blijvende aandacht voor essentiële niet-duurzame ontwikkelingen en nader

onderzoek van de verbanden tussen niet-duurzame ontwikkelingen

Ook de herziene strategie zal gericht zijn op belangrijke ontwikkelingen die een bedreiging vormen voor duurzame ontwikkeling. Vele hiervan kunnen slechts door langdurige en onafgebroken actie worden bestreden en dit zal ingrijpende structurele aanpassingen vereisen in de wijze waarop onze samenlevingen en economieën functioneren. Dat mag evenwel geen excuus zijn om op de korte termijn geen actie te ondernemen.

Daarom zullen bij de evaluatie de niet-duurzame ontwikkelingen die in de huidige strategie worden aangepakt, grondig worden doorgelicht teneinde doelstellingen en noodzakelijke maatregelen voor de komende jaren in kaart te brengen. De in 2001 vastgestelde prioriteitsgebieden moeten ook in overeenstemming worden gebracht met de internationale verbintenissen die de EU is aangegaan op de wereldtop over duurzame ontwikkeling

en de VN-conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, de VN-

millenniumverklaring en andere daarmee verband houdende multilaterale overeenkomsten en toezeggingen van de EU. Voorts zullen zij worden bijgewerkt in het licht van de toetreding van de tien nieuwe EU-lidstaten ­ en het vooruitzicht van verdere uitbreiding in een nabije toekomst ­ die nieuwe uitdagingen stelt aan de capaciteit van de EU om de niet-duurzame ontwikkelingen aan te pakken. In dit verband zal bij de evaluatie ook worden nagegaan of het dienstig is een beperkt aantal nieuwe of niet eerder in aanmerking genomen ontwikkelingen, waaronder economisch niet-duurzame ontwikkelingen, aan de herziene strategie toe te voegen.

22 Interinstitutioneel akkoord - "Beter wetgeven" (PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1).

Ten slotte zal in de herziene strategie meer aandacht worden besteed aan het in kaart brengen

van onderlinge verbanden tussen de geselecteerde niet-duurzame

ontwikkelingen. Er zal worden gestreefd naar maximale positieve synergieën en minder compromissen. Door bijvoorbeeld een verschuiving te stimuleren van het vervoer over de weg naar het vervoer per spoor kan de uitstoot van broeikasgassen worden verminderd en tegelijkertijd de verkeerscongestie worden bestreden (en zo een `win/win'-situatie worden gecreëerd). Of door te investeren in fundamentele technologische wijzigingen kan de concurrentiekracht worden vergroot en kunnen tegelijkertijd de kwaliteit van het milieu en de sociale cohesie worden verbeterd.

5.4. Vaststelling van doelstellingen, streefcijfers en mijlpalen

Bij de in 2001 opgezette strategie werden voor elk van de niet-duurzame ontwikkelingen hoofddoelstellingen op de middellange termijn vastgesteld alsook een aantal maatregelen om deze ontwikkelingen aan te pakken. In de herziene strategie zal worden bevestigd dat er duidelijker doelstellingen, streefcijfers en daarmee samenhangende termijnen moeten komen om de aandacht te richten op het ondernemen van actie op prioriteitsgebieden en om de vooruitgang te kunnen meten.

Ofschoon de ontwikkelingen langdurige problemen betreffen die om langdurige oplossingen vragen, is de enige manier om er zeker van te zijn dat de maatschappij de goede richting uitgaat, het vaststellen van duidelijke tussentijdse streefdoelen en het meten van de vooruitgang. Het vaststellen van langetermijndoelstellingen mag derhalve geen voorwendsel zijn om actie uit te stellen.

Daarom zullen in de herziene strategie nieuwe hoofddoelstellingen worden opgenomen voor elk van de niet-duurzame ontwikkelingen, en tussentijdse mijlpalen worden gedefinieerd aan de hand waarvan de EU de werkelijke vooruitgang kan meten. De operationele doelstellingen en actieplannen zullen worden vastgesteld in het kader van het relevante interne of externe sectorale beleid, dat ook het belangrijkste instrument wordt voor de tenuitvoerlegging en de monitoring van de beleidsinitiatieven, inclusief internationale verbintenissen uit hoofde van de millenniumverklaring en de topontmoetingen van Barcelona en Monterrey.

5.5. Effectieve monitoring

Het besluit van Göteborg om de strategie ieder jaar op de voorjaarsontmoeting te evalueren, heeft de verwachtingen niet ingelost. In de herziene strategie zal een versterkt rapportagemechanisme worden opgezet, dat de nadruk zal leggen op de verwezenlijking van de strategiedoelstellingen op de korte en de middellange termijn, waarbij de huidige verslagen over duurzame ontwikkelingsthema's zoveel mogelijk worden gecombineerd en vereenvoudigd. Tevens zullen de verantwoordelijkheden van de verschillende instellingen (in het bijzonder de rol van de Europese Raad en het Europees Parlement) in het monitoringproces worden verduidelijkt.

De monitoring zal met name worden verricht op basis van door de Commissie ontwikkelde indicatoren voor duurzame ontwikkeling. Deze zullen onder meer voortbouwen op de diverse indicatoren die werden ontwikkeld in het kader van de sectorale beleidsprocessen en op de reeks structurele indicatoren waarin deze al werden gebundeld en waarmee werd toegezien op de vooruitgang bij de verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen. Ter ondersteuning van een effectieve monitoring zullen er ook meer inspanningen worden geleverd om nieuwe

modellen te ontwikkelen, voorspellingen te doen en wetenschappelijke gegevens te verzamelen.

5.6. Meer eigen inbreng en een sterkere samenwerking met publieke en particuliere actoren op alle niveaus

Er moet verdere actie worden ondernomen om belanghebbenden op alle niveaus bewust te maken, te mobiliseren en in het proces te betrekken. Het moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor welke actie op welk tijdstip. Om dat te bereiken zal de Commissie nagaan hoe effectieve partnerschappen kunnen worden opgezet met het bedrijfsleven, de vakbonden, niet-gouvernementele organisaties en consumentenorganisaties, met name om samen te zoeken naar mogelijkheden om de niet-duurzame ontwikkelingen die in de context van de herziene strategie in kaart werden gebracht, te helpen terug te dringen.

Er zal worden gestreefd naar grotere overeenstemming tussen EU-, mondiale, nationale, regionale en lokale initiatieven ter bevordering van duurzame ontwikkeling. In dit verband kan worden gedacht aan het vaststellen van gemeenschappelijke prioriteiten voor elk van de hoofddoelstellingen, het op gang brengen van een proces waarin lidstaten en/of regio's van elkaar leren, of het opzetten van mechanismen voor de permanente uitwisseling van informatie over best practice.

De EU zal ook haar inspanningen moeten opvoeren om andere delen van de wereld, zowel industrie- en transitielanden als ontwikkelingslanden, tot verdere actie te bewegen. De Commissie zal ernaar streven de dialoog over duurzame ontwikkelingsdoelstellingen met partners van buiten de EU te ontwikkelen, met name overheidsdiensten en de civiele samenleving in derde landen alsook internationale organisaties en ngo's die zich bezighouden met globaliseringsvraagstukken.

  • 6. 
    V OLGENDE STAPPEN

De Commissie verzoekt de Europese Raad, de Raad, het Europees Parlement, de lidstaten, regionale overheden en alle geledingen van de civiele samenleving om opmerkingen te maken op de voorgestelde krachtlijnen voor de strategie. Een eerste gelegenheid voor debat dient zich aan met het forum van belanghebbenden, dat door het Europees Economisch en Sociaal Comité wordt georganiseerd op 14 en 15 april 2005. De Commissie zal vervolgens later dit jaar een voorstel voor een herziene EU-strategie voor duurzame ontwikkeling presenteren.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie