BESCHIKKING VAN DE RAAD
van
waarin Duitsland overeenkomstig artikel 104, lid 9, van het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt aangemaand
maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in
de mate die de Raad nodig acht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 9,
Gezien de aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden.
(2) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werk-
gelegenheidsschepping leidende duurzame sterke groei te verbeteren. Het stabiliteits- en
groeipact omvat ook Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de
bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buiten-
1
sporige tekorten . 2
(3) In de resolutie van de Europese Raad van Amsterdam van 17 juni 1997 over het stabili teits- en groeipact wordt alle partijen, te weten de lidstaten, de Raad en de Commissie,
dringend verzocht het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact strikt en tijdig ten uitvoer te
leggen.
3
(4) Bij Beschikking 2003/89/EG heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag vastgesteld dat er in Duitsland een buitensporig tekort bestaat.
1
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5). 2
PB C 236 van 2.8.1997, blz. 1. 3
PB L 34 van 11.2.2003, blz. 16.
(5) Overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het EG-Verdrag en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 heeft de Raad op 21 januari 2003 een aanbeveling tot Duitsland gericht
waarin Duitsland wordt verzocht om zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2004 een eind te
maken aan de heersende buitensporigtekortsituatie. De aanbeveling werd bekendgemaakt.
Zoals werd gesteld in de mededeling van de Commissie aan de Raad van
14 december 2004, waarmee de Raad op 18 januari 2005 instemde, dient in het licht van de
unieke omstandigheden waartoe de conclusies van de Raad van 25 november 2003 en het
arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 2004 aanleiding hebben gegeven, te worden
uitgegaan van 2005 als relevante uiterste termijn voor de correctie van het buitensporig
tekort.
(6) Sedert 2002 ligt het algemene overheidstekort in Duitsland ruim boven de in het Verdrag vastgestelde referentiewaarde van 3% van het BBP. De schuldquote is opgelopen van
minder dan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het BBP in 2001
tot naar schatting 69% van het BBP in 2006.
(7) Volgens de door Eurostat verstrekte gegevens bedroeg het overheidstekort in Duitsland in 2005 3,3% van het BBP. Deze gegevens, waarvan de kwaliteit nog nader moet worden
beoordeeld, zijn gebaseerd op een voorlopige kennisgeving van Duitsland overeenkomstig
Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad van 22 november 1993 betreffende de
toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte
1
Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten , op 24 februari 2006 bij de Commissie ingediend. Voorts zal afgaande op de thans beschikbare gegevens en op de
begrotingsplannen die tot nu toe door de Duitse regering zijn aangenomen, het overheids-
tekort ook in 2006 boven de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde blijven, waardoor
wordt bevestigd dat geen correctie van het buitensporig tekort heeft plaatsgevonden.
1
PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2103/2005 (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1).
(8) In artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad wordt bepaald dat indien uit feitelijke gegevens als bedoeld in Verordening (EG) nr. 3605/93 blijkt dat een
deelnemende lidstaat een buitensporig tekort niet heeft gecorrigeerd binnen de termijnen
die in een aanbeveling op grond van artikel 104, lid 7, van het Verdrag zijn voorge-
schreven, de Raad onmiddellijk een besluit neemt op grond van artikel 104, lid 9, waarbij
de lidstaat wordt aangemaand binnen een voorgeschreven termijn maatregelen te treffen
om het tekort te verminderen in de mate die de Raad nodig acht om de situatie te
verhelpen.
(9) In de najaarsprognoses 2005 van de diensten van de Commissie werd uitgegaan van een 1
tekort in 2005 van 3,9% van het BBP . Indien het beleid ongewijzigd blijft, zal het tekort volgens de prognoses van de diensten van de Commissie in 2006 en 2007 respectievelijk
3,7% en 3,3% van het BBP belopen. Naar verwachting zou de reële BBP-groei in 2005
0,8%, in 2006 1,2% en in 2007 1,6% bedragen en zou de output gap tijdens de prognose-
periode niet volledig verdwijnen. In deze context en in het licht van de nog steeds
kwetsbare economische situatie heeft de na de verkiezingen van 18 september 2005
gevormde Duitse regering, een strategie uitgestippeld om het overheidstekort tegen 2007
onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde te brengen. De regering maakte in
december 2005 een aanvang met de tenuitvoerlegging van de consolidatiestrategie door de
eerste maatregelen aan te nemen waarin deze voorziet. Op 22 februari 2006 heeft de
regering de federale ontwerpbegroting voor 2006 vastgesteld en heeft zij met name ook het
wetsontwerp aangenomen met het oog op de verhoging met ingang van 1 januari 2007 van
het standaard BTW-tarief van 16% tot 19%.
1
Dit cijfer was grotendeels in overeenstemming met het cijfer dat de Duitse autoriteiten op 1 september 2005 hebben medegedeeld (3,7% van het BBP), waarbij het grootste verschil voortkwam uit de door de pensioendienst voor voormalige postambtenaren uitgevoerde effectiseringsoperatie, die in de najaarsprognoses niet als tekortverminderend was beschouwd.
(10) Op 22 februari 2006 heeft het federale bureau voor de statistiek cijfers bekendgemaakt voor de BBP-groei en het overheidstekort in 2005, die respectievelijk 0,9% en 3,3% van
het BBP bedroegen. Het verschil met de najaarsprognoses van de diensten van de
Commissie kan grotendeels worden verklaard door het feit dat de belastinginkomsten naar
het einde van 2005 toe beter uitvielen dan verwacht. In de op 21 februari 2006 bekend-
gemaakte tussentijdse prognoses van de diensten van de Commissie wordt voorspeld dat de
reële BBP-groei in 2006 1,5% zal bedragen, waarmee de raming de lage potentiële groei
lichtjes overstijgt. Er zij op gewezen dat in deze prognose sprake is van een opwaartse
vertekening als gevolg van de verwachte anticiperende reactie van de binnenlandse vraag
op de voorgenomen verhoging van het BTW-tarief. Rekening houdend met de daaruit
voortvloeiende economische effecten wordt thans verwacht dat de BBP-groei in 2007
nagenoeg 1% zal zijn. In overeenstemming met de bovenvermelde macro-economische
prognoses wordt verwacht dat het nominale tekort in 2006 nog steeds iets meer dan 3%
van het BBP zal bedragen, maar in 2007 duidelijk onder de referentiewaarde zal dalen. Na
een verbetering van iets minder dan 0,5% tussen 2004 en 2005, zal volgens de prognoses
van de diensten van de Commissie het structurele tekort (d.w.z. het conjunctuurgezuiverde
overheidstekort, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen) tussen 2005 en 2006 als
percentage van het BBP grotendeels ongewijzigd blijven en in 2007 met ten minste 1% van
het BBP verminderen.
(11) Bij het vaststellen van de termijn voor de correctie van het buitensporig tekort dient met de volgende punten rekening te worden gehouden. Ten eerste is de begrotingsaanpassing die
thans ten uitvoer wordt gelegd, verankerd in een algemene strategie en bevindt het
goedkeuringsproces van de voorgenomen maatregelen zich reeds in een vergevorderd
stadium, waardoor de doeltreffendheid van de consolidatie met minder onzekerheid is
omgeven. Deze maatregelen zijn structureel van aard en niet eenmalig. Ten tweede zullen
naar verwachting in 2006 slechts beperkte resultaten inzake de vermindering van het
structureel tekort worden geboekt, hetgeen deels kan worden verklaard door het feit dat de
volledige uitwerking van sommige van de reeds ten uitvoer gelegde maatregelen zich
slechts met vertraging zal laten gevoelen. Ten derde kan een door de regering voorge-
nomen structurele aanpassing van ten minste 1% van het BBP in 2006 en 2007 worden
beschouwd als zijnde in overeenstemming met de bepalingen van het stabiliteits- en
groeipact, met inbegrip van het vereiste om een jaarlijkse verbetering van het conjunctuur-
gezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen, van ten
minste 0,5% van het BBP als benchmark te bewerkstelligen. Afgaande op de in over-
weging 10 vervatte algemene macro-economische prognoses zou deze aanpassing, waaraan
strikt de hand moet worden gehouden, behoren te volstaan om het buitensporig tekort op
een structurele en duurzame wijze te verhelpen.
(12) In het licht van deze factoren mag worden aangenomen dat het buitensporig tekort uiterlijk in 2007 verholpen zal zijn. In 2006 en 2007 zou de structurele verbetering van het
overheidssaldo in haar geheel genomen voldoen aan de benchmark van 0,5% van het BBP
per jaar.
(13) Ingevolge artikel 104, lid 9, tweede alinea, van het Verdrag kan de Raad Duitsland verzoeken volgens een nauwkeurig tijdschema verslag uit te brengen, teneinde na te gaan
welke aanpassingsmaatregelen in reactie op de voorliggende beschikking zijn getroffen.
Duitsland dient uiterlijk op 14 juli 2006 een verslag bij de Commissie in te dienen over de
maatregelen die het land heeft getroffen en voornemens is te treffen om zich naar deze
beschikking te voegen. Het verslag moet een budgettaire evaluatie van de met het oog op
het verhelpen van het buitensporig tekort genomen maatregelen bevatten waarbij de
effecten ervan op het begrotingsresultaat in zowel 2006 als 2007 worden gekwantificeerd,
alsook een analyse van de mogelijke risico's die aan het veronderstelde macro-
economische scenario zijn verbonden. De Commissie zal aan de hand van dit verslag
nagaan welke vooruitgang werd geboekt om het buitensporige tekort te corrigeren. Het is
wenselijk dat Duitsland aanvullende verslagen voorlegt overeenkomstig de in artikel 4 van
Verordening (EG) nr. 3605/93 genoemde termijnen voor de indiening van de gegevens
over de overheidstekorten en de overheidsschuld.
(14) Aanpassingsmaatregelen moeten een duurzame verbetering van het overheidssaldo teweeg brengen. Om de begroting duurzaam te consolideren en daarmee de middellangetermijn-
doelstelling van Duitsland te verwezenlijken om een structureel evenwicht op de begroting
te bereiken, dient na de correctie van het buitensporig tekort het structureel tekort jaarlijks
met ten minste 0,5% van het BBP te worden teruggedrongen,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
-
1.Duitsland maakt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk in 2007 een einde aan de thans bestaande buitensporigtekortsituatie.
-
2.In 2006 en 2007 bewerkstelligt Duitsland een cumulatieve verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen, van ten
minste één procentpunt.
Artikel 2
-
1.Duitsland dient uiterlijk op 14 juli 2006 een verslag in bij de Commissie over de maat regelen die werden getroffen om zich naar deze beschikking te voegen. De Commissie zal
aan de hand van dit verslag nagaan welke vooruitgang werd geboekt om het buitensporige
tekort te corrigeren.
-
2.Duitsland dient uiterlijk op 1 oktober 2006, 1 april 2007, 1 oktober 2007 en 1 april 2008 aanvullende verslagen in over de resultaten die met het oog de naleving van deze
beschikking werden geboekt.
Artikel 3
Duitsland neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de begrotingsconsolidatie in de
richting van een middellangetermijndoelstelling van een begroting die in structurele termen in
evenwicht is, wordt volgehouden; daartoe wordt na de correctie van het buitensporige tekort het
structurele tekort jaarlijks met ten minste 0,5% van het BBP teruggedrongen.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 2 mrt '05COM(2005)71 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 3605/93, wat de kwaliteit van de statistische gegevens in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten betreft
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 22 jul '93COM(1993)371 - Toepassing van het aan het verdrag tot oprichting van de EG gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten
- 22 jul '93COM(1993)371 - Afgeleid recht voor de tweede fase van de economische en monetaire unie
-
Bestaan van een buitensporig tekort in Duitsland — Toepassing van artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot oprichting van de EG

