GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT door de Raad vastgesteld op 23 januari 2006 met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (INSPIRE)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

RICHTLIJN 2005/.../EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van

tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap

(INSPIRE)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175,

lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

1

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité , Gezien het advies van het Comité van de Regio's,

2

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ,

1

PB C 221 van 8.9.2005, blz. 33. 2

Advies van het Europees Parlement van 7 juni 2005 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van ... (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van het Europees Parlement van ....

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Gemeenschap streeft er in haar milieubeleid naar een hoog niveau van milieu bescherming tot stand te brengen, rekening houdende met de uiteenlopende situaties in de

verschillende regio's van de Gemeenschap. Bovendien is informatie, inclusief ruimtelijke

informatie, nodig voor het opstellen en toepassen van dit beleid en van communautair beleid

op andere gebieden. Overeenkomstig artikel 6 van het EG-Verdrag moeten de eisen inzake

milieubescherming worden geïntegreerd in het beleid van de Gemeenschap. Om dit te

verwezenlijken moet een zekere mate van coördinatie tussen de gebruikers en leveranciers

van informatie tot stand worden gebracht, zodat informatie en kennis uit verschillende

sectoren kan worden gecombineerd.

(2) Overeenkomstig het Zesde Milieuactieprogramma, dat bij Besluit nr. 1600/2002/EG van het 1

Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2002 is vastgesteld, moet er terdege op worden toegezien dat de communautaire beleidsvorming op milieugebied op een geïntegreerde wijze

verloopt, waarbij rekening wordt gehouden met regionale en lokale verschillen. Er bestaan

een aantal problemen op het vlak van de beschikbaarheid, kwaliteit, organisatie, toeganke-

lijkheid en uitwisseling van de ruimtelijke informatie die nodig is om de doelstellingen van

het programma te verwezenlijken.

(3) Deze problemen op het vlak van de beschikbaarheid, kwaliteit, organisatie, toegankelijkheid en uitwisseling van de ruimtelijke informatie doen zich voor met betrekking tot een groot

aantal beleids- en informatiethema's en op alle overheidsniveaus. Om deze problemen op te

lossen moeten maatregelen worden genomen met betrekking tot de uitwisseling van,

toegang tot en het gebruik van interoperabele ruimtelijke gegevens en diensten op het vlak

van ruimtelijke gegevens op alle overheidsniveaus en over de grenzen van de sectoren heen.

Daarom moet een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap worden

opgericht.

1

PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1.

(4) De infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap, INSPIRE genaamd, moet dienen ter ondersteuning van de vorming van beleidsmaatregelen en activiteiten die een

directe of indirecte invloed kunnen hebben op het milieu.

(5) INSPIRE moet gebaseerd worden op de bestaande infrastructuren voor ruimtelijke informatie in de lidstaten die door gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen combineer-

baar worden gemaakt en door deze aan te vullen met maatregelen op communautair niveau.

Deze maatregelen hebben tot doel de infrastructuren voor ruimtelijke informatie in de

lidstaten combineerbaar en bruikbaar te maken in een communautaire en grensover-

schrijdende context.

(6) De infrastructuren voor ruimtelijke informatie in de lidstaten moeten zodanig zijn ontworpen dat de ruimtelijke gegevens op een passend niveau worden opgeslagen, beschikbaar worden

gemaakt en worden onderhouden, dat ruimtelijke gegevens uit verschillende bronnen in de

Gemeenschap op consistente wijze kunnen worden gecombineerd en kunnen worden uitge-

wisseld tussen verschillende gebruikers en toepassingen, dat ruimtelijke gegevens die op een

bepaald overheidsniveau zijn vergaard, kunnen worden uitgewisseld met andere overheids-

niveaus voor zover de richtlijn deze overheden verplicht ruimtelijke informatie uit te

wisselen, dat de ruimtelijke gegevens onder zodanige voorwaarden beschikbaar worden

gemaakt dat het grootschalige gebruik ervan niet onnodig wordt belemmerd, dat de beschik-

bare ruimtelijke gegevens gemakkelijk kunnen worden opgezocht, dat gemakkelijk kan

worden nagegaan of de ruimtelijke gegevens geschikt zijn voor het beoogde doel en onder

welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.

(7) De ruimtelijke informatie waarop deze richtlijn betrekking heeft en de ruimtelijke informatie waarop Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003

1

inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie betrekking heeft, overlappen elkaar in zekere mate. Deze richtlijn moet Richtlijn 2003/4/EG onverlet laten.

1

PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26.

(8) Deze richtlijn moet Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van

17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie 1 onverlet laten. De doel stellingen van Richtlijn 2003/98/EG zijn complementair aan de doelstellingen van deze richtlijn.

(9) De oprichting van INSPIRE trekt profijt van andere communautaire initiatieven, zoals Verordening (EG) nr. 876/2002 van 21 mei 2002 tot oprichting van de gemeenschappelijke

onderneming Galileo 2 en de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): Totstandbrenging van een

GMES-capaciteit tegen 2008 (Actieplan 2004-2008), en geeft op zijn beurt een aanzienlijke

toegevoegde waarde aan deze initiatieven. De lidstaten moeten overwegen om de gegevens en

diensten van Galileo en GMES te gebruiken naarmate ze beschikbaar worden, met name de

gegevens en diensten met betrekking tot de tijds- en ruimte-aanduidingen van Galileo.

(10) Op nationaal en communautair niveau worden veel initiatieven genomen om ruimtelijke informatie te vergaren en om de verspreiding en het gebruik van deze informatie te organiseren

en te harmoniseren. Deze initiatieven nemen de vorm aan van communautaire wetgeving, zoals

Beschikking 2000/479/EG van de Commissie van 17 juli 2000 inzake de totstandbrenging van

een Europees emissieregister van verontreinigende stoffen (EPER) overeenkomstig artikel 15

van Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van veront-

reiniging (IPPC) 3 , Verordening (EG) nr. 2152/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van bossen en milieu-interacties in de Gemeenschap

(Forest focus) 4 ), en worden genomen in het kader van programma's die door de Gemeenschap worden gefinancierd (bijvoorbeeld CORINE land cover, Europees informatiesysteem over het

vervoerbeleid) of vloeien voort uit initiatieven die op nationaal of regionaal niveau zijn

genomen. Deze richtlijn zal deze initiatieven niet alleen aanvullen middels het verschaffen van

een kader om ze interoperabel te maken, maar zal om doublures te vermijden, ook voortbouwen

op de opgedane ervaring en de reeds bestaande initiatieven.

1

PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90. 2

PB L 138 van 28.5.2002, blz. 1. 3

PB L 192 van 28.7.2000, blz. 36. 4

PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 788/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 17).

(11) Deze richtlijn is van toepassing op ruimtelijke gegevens die door of ten behoeve van over-

heidsinstanties worden bewaard en op het gebruik van ruimtelijke gegevens door overheids-

instanties bij de uitvoering van hun openbare taken. Onder bepaalde voorwaarden is ze

echter ook van toepassing op ruimtelijke gegevens die worden bewaard door natuurlijke

personen of rechtspersonen die geen overheidsinstantie zijn, voorzover deze natuurlijke

personen of rechtspersonen daarom vragen.

(12) In deze richtlijn worden geen eisen gesteld voor de vergaring van nieuwe gegevens of voor

de rapportage van dergelijke informatie aan de Commissie omdat deze zaken geregeld

worden in andere wetgeving met betrekking tot het milieu.

(13) De nationale infrastructuren moeten geleidelijk worden opgezet en aan de thematische

categorieën ruimtelijke gegevens die onder deze richtlijn vallen, moeten verschillende

prioriteitsniveaus worden toegekend. Bij de uitvoering moet rekening worden gehouden met

de mate waarin ruimtelijke gegevens nodig zijn voor een breed gamma aan toepassingen op

diverse beleidsgebieden, met de prioriteit van acties waarin wordt voorzien door commu-

nautaire beleidsmaatregelen die geharmoniseerde ruimtelijke gegevens nodig hebben en met

de vooruitgang die reeds geboekt is dankzij de harmonisatie-inspanningen in de lidstaten.

(14) De tijd en middelen die moeten worden geïnvesteerd in het zoeken naar bestaande

ruimtelijke informatie en in het beoordelen of deze informatie bruikbaar is voor een bepaald

doel, vormen een belangrijke belemmering voor de volledige benutting van de beschikbare

gegevens. De lidstaten moeten daarom beschrijvingen van hun verzamelingen ruimtelijke

gegevens en hun diensten op dit gebied ter beschikking stellen in de vorm van

metagegevens.

(15) De grote verscheidenheid aan indelingen en structuren waarin de ruimtelijke gegevens in de

Gemeenschap zijn georganiseerd en kunnen worden geraadpleegd vormt een belemmering

voor de efficiënte opstelling, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van communautaire

wetgeving die direct of indirect van invloed is op het milieu. Er moeten dan ook uitvoerings-

maatregelen worden genomen om het gebruik van ruimtelijke gegevens die afkomstig zijn

uit bronnen in verschillende lidstaten, te vergemakkelijken. Deze maatregelen moeten

zodanig zijn ontworpen dat ze de verzamelingen ruimtelijke gegevens interoperabel maken.

De lidstaten moeten erop toezien dat de gegevens of informatie die nodig zijn om deze

interoperabiliteit te verwezenlijken beschikbaar zijn op voorwaarden die het gebruik ervan

voor dat doel niet beperken.

(16) Er zijn netwerkdiensten nodig om ruimtelijke gegevens te kunnen uitwisselen tussen de

verschillende overheidsniveaus in de Gemeenschap. Dergelijke netwerkdiensten moeten het

mogelijk maken ruimtelijke gegevens te zoeken, te bewerken, te raadplegen en te

downloaden, diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens en e-commerce op te roepen.

De werking van de netwerkdiensten moet beantwoorden aan gezamenlijk vastgestelde

specificaties en minimum prestatievereisten, om de interoperabiliteit van de door de

lidstaten opgerichte infrastructuren te verzekeren. De netwerkdiensten moeten ook de

technische mogelijkheid omvatten die overheidsinstanties in staat stelt hun ruimtelijke

gegevens en diensten beschikbaar te maken.

(17) Bepaalde ruimtelijke gegevens en diensten die relevant zijn voor communautaire beleids-

maatregelen die direct of indirect van invloed zijn op het milieu, worden door derde partijen

bewaard en beheerd. De lidstaten moeten derde partijen de mogelijkheid bieden mee te

werken aan de nationale infrastructuren, voorzover dit niet ten koste gaat van de samenhang

en de gebruikersvriendelijkheid van de ruimtelijke gegevens en de aanverwante diensten die

onder deze infrastructuren vallen.

(18) Uit ervaringen in de lidstaten is gebleken dat een minimumaantal diensten gratis ter

beschikking van het publiek moet worden gesteld om de infrastructuur voor ruimtelijke

informatie succesvol te kunnen opbouwen. De lidstaten moeten minstens de functie

"zoeken" van verzamelingen ruimtelijke gegevens gratis ter beschikking stellen.

(19) Om de integratie van de nationale infrastructuren in INSPIRE in de Gemeenschap te

bevorderen, dienen de lidstaten via een communautair geoportaal dat door de Commissie

wordt beheerd en via toegangspunten die zij besluiten zelf te beheren, toegang te verlenen

tot hun infrastructuren.

(20) Om informatie van verschillende overheidsniveaus beschikbaar te maken, moeten de

lidstaten de praktische belemmeringen uit de weg ruimen waarmee de overheidsinstanties op

nationaal, regionaal en lokaal niveau worden geconfronteerd bij de uitoefening van openbare

taken die direct of indirect van invloed kunnen zijn op het milieu. Deze praktische

belemmeringen moeten uit de weg worden geruimd voorzover ze betrekking hebben op

informatie die voor openbare taken wordt gebruikt.

(21) De overheidsdiensten moeten bij de uitoefening van hun taken vlot toegang hebben tot de

benodigde verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten. Die toegang kan worden

belemmerd, indien telkens wanneer om toegang wordt verzocht de betrokken overheids-

instanties vooraf overleg moeten plegen. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen

om deze praktische belemmeringen voor de uitwisseling van gegevens tegen te gaan,

bijvoorbeeld door middel van vooraf tussen de overheidsinstanties gemaakte afspraken.

(22) De mechanismen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten

tussen de centrale overheid en andere overheidsinstellingen en natuurlijke of rechtspersonen

die openbare bestuursfuncties naar nationaal recht vervullen, kunnen wetten, regelingen,

vergunningen, financiële regelingen of administratieve procedures omvatten, bijvoorbeeld

om de financiële levensvatbaarheid te beschermen van overheidsinstanties die verplicht zijn

inkomsten te genereren of waarvan de gegevens bijvoorbeeld slechts gedeeltelijk door de

lidstaat worden gesubsidieerd zodat zij de ongesubsidieerde kosten moeten verhalen op de

gebruikers, of bijvoorbeeld om het onderhoud en de bijwerking van deze gegevens te

verzekeren.

(23) De lidstaten kunnen in de maatregelen die zij in hun omzettingswetgeving aannemen de

mogelijkheid bieden dat overheidsinstanties die verzamelingen ruimtelijke gegevens en

diensten verstrekken, van andere overheidsinstanties die deze gegevens en diensten

gebruiken een vergunning of een betaling verlangen.

(24) De uitvoering en toepassing van de artikelen 13, lid 1, onder f), en artikel 17, lid 1,

geschieden in volledige overeenstemming met de beginselen inzake de bescherming van

persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de

Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband

met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die

1

gegevens .

1

PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(25) Het kader voor het uitwisselen van ruimtelijke gegevens tussen overheidsinstanties die door

de richtlijn een uitwisselingsverplichting opgelegd krijgen, moet neutraal zijn ten opzichte

van de overheidsinstanties in een lidstaat, maar ook ten opzichte van de overheidsinstanties

in andere lidstaten en de communautaire instellingen. Aangezien de communautaire

instellingen en organen regelmatig ruimtelijke informatie uit alle lidstaten moeten integreren

en beoordelen, moeten zij op geharmoniseerde voorwaarden toegang kunnen krijgen tot en

gebruik kunnen maken van ruimtelijke informatie en de desbetreffende diensten.

(26) Om derde partijen aan te moedigen diensten met meerwaarde voor zowel overheidsinstanties

als het publiek te ontwikkelen, moet de toegang tot ruimtelijke gegevens over admini-

stratieve en nationale grenzen heen worden vergemakkelijkt.

(27) Om infrastructuren voor ruimtelijke informatie doeltreffend te kunnen implementeren,

moeten de inspanningen van een ieder die een belang heeft bij de oprichting van dergelijke

infrastructuren, hetzij als leverancier, hetzij als gebruiker, worden gecoördineerd. Daarom

moeten geschikte coördinatiestructuren worden opgericht, zowel op het niveau van de

lidstaten als op dat van de Gemeenschap.

(28) Om profijt te kunnen trekken van de nieuwste techniek en de meest recente ervaring van

informatiestructuren is het wenselijk dat de voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn

nodige maatregelen worden gebaseerd op internationale standaarden en op standaarden die

door Europese normalisatie-instellingen zijn goedgekeurd, overeenkomstig de procedure van

Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende

een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels

betreffende de diensten voor de informatiemaatschappij 1 .

1

PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte 2003.

(29) Aangezien het Europees Milieuagentschap dat bij Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de

Raad van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het

1

Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk is opgericht, tot taak heeft de Gemeenschap objectieve, betrouwbare en vergelijkbare milieu-informatie op communautair

niveau te verschaffen en er onder meer naar streeft de stroom van beleidsrelevante milieu-

informatie tussen de lidstaten en de communautaire instellingen te verbeteren, moet dit

agentschap een actieve bijdrage leveren tot de uitvoering van deze richtlijn.

2

(30) Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" worden de lidstaten ertoe aangespoord om voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun

eigen tabellen op te stellen die zoveel mogelijk het verband weergeven tussen deze richtlijn

en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(31) De maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze richtlijn moeten worden

vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot

vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

3

uitvoeringsbevoegdheden .

(32) In het kader van de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van

deze richtlijn en met het oog op de toekomstige ontwikkeling van INSPIRE, moet

permanent toezicht worden gehouden op de uitvoering van de richtlijn en moet hierover

regelmatig verslag worden uitgebracht.

1

PB L 120 van 11.5.1990, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1641/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 1).

2

PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1. 3

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(33) Aangezien het doel van deze richtlijn, namelijk de oprichting van INSPIRE, niet voldoende

door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de transnationale aspecten

die ermee verbonden zijn en omdat er in de Gemeenschap behoefte is aan coördinatie van de

voorwaarden voor de toegang tot en de uitwisseling van ruimtelijke informatie beter door de

Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in

artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen.

Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze

richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. 
    Het doel van deze richtlijn is het vaststellen van algemene regels voor de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie, hierna INSPIRE te noemen, ter onder-

steuning van het communautaire milieubeleid en beleidsmaatregelen of activiteiten die van

invloed kunnen zijn op het milieu.

  • 2. 
    INSPIRE bouwt voort op de infrastructuren voor ruimtelijke informatie die door de lidstaten zijn opgericht en door hen worden beheerd.

Artikel 2

Deze richtlijn laat Richtlijn 2003/4/EG en Richtlijn 2003/98/EG onverlet.

Artikel 3

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • 1. 
    "infrastructuur voor ruimtelijke informatie": metagegevens, verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens, netwerkdiensten en

-technologieën, overeenkomsten betreffende de uitwisseling van, de toegang tot en het

gebruik van de gegevens, en overeenkomstig deze richtlijn ingestelde, beheerde of

beschikbaar gemaakte mechanismen, processen en procedures voor coördinatie en

monitoring;

  • 2. 
    "ruimtelijke gegevens": gegevens die direct of indirect verwijzen naar een specifieke locatie of een specifiek geografisch gebied;
  • 3. 
    "verzameling ruimtelijke gegevens": een identificeerbare verzameling ruimtelijke gegevens;
  • 4. 
    "diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens": de verwerking van de ruimtelijke gegevens die zich in die verzamelingen bevinden of de verwerking van de aanverwante

metagegevens door middel van een computertoepassing;

  • 5. 
    "ruimtelijk object": een abstracte voorstelling van een reëel verschijnsel in relatie tot een specifieke locatie of een specifiek geografisch gebied;
  • 6. 
    "metagegevens": informatie waarin verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens worden beschreven en die het mogelijk maakt deze

gegevens en diensten te zoeken, te inventariseren en te gebruiken;

  • 7. 
    "interoperabiliteit": de mogelijkheid dat, zonder terugkerende handmatige verrichtingen, verzamelingen ruimtelijke gegevens zodanig worden gecombineerd en dat diensten

zodanig op elkaar inwerken dat het resultaat coherent is en de meerwaarde van de

verzamelingen gegevens en de diensten wordt verhoogd;

  • 8. 
    "INSPIRE-geoportaal": een internetsite, of een equivalent daarvan, die toegang verschaft tot de in artikel 11, lid 1, bedoelde diensten;
  • 9. 
    "overheidsinstantie":
  • a) 
    een regering of een andere bestuurlijke overheid, met inbegrip van openbare advies organen, op nationaal, regionaal of lokaal niveau;
  • b) 
    een natuurlijke of rechtspersoon die openbare bestuursfuncties naar nationaal recht uitoefent, met inbegrip van specifieke taken, activiteiten of diensten met betrekking

tot het milieu; en

  • c) 
    een natuurlijke of rechtspersoon die onder toezicht van een orgaan of persoon als bedoeld onder a) of b) belast is met openbare verantwoordelijkheden of functies of

openbare diensten op milieugebied verleent.

De lidstaten kunnen bepalen dat wanneer instanties of instellingen in een gerechtelijke of

wetgevende hoedanigheid optreden, zij voor de toepassing van deze richtlijn niet als

overheidsinstanties worden beschouwd;

  • 10. 
    "derde partij": natuurlijke of rechtspersoon die geen overheidsinstantie is.

Artikel 4

  • 1. 
    Deze richtlijn heeft betrekking op verzamelingen ruimtelijke gegevens die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  • a) 
    ze hebben betrekking op een gebied waar een lidstaat rechten ten aanzien van de rechtsbevoegdheid heeft en/of uitoefent;
  • b) 
    ze zijn beschikbaar in elektronisch formaat; c) ze worden bewaard door of namens:
  • i) 
    een overheidsinstantie, in de zin dat ze zijn geproduceerd of ontvangen dan wel worden beheerd of bijgewerkt door die instantie en binnen haar publieke taak

vallen;

  • ii) 
    een derde partij waaraan het netwerk ter beschikking is gesteld overeenkomstig artikel 12;
  • d) 
    ze hebben betrekking op een of meer van de in de bijlagen I, II of III vermelde thematische categorieën.
  • 2. 
    Ingeval door of namens verscheidene overheidsinstanties meerdere identieke exemplaren van dezelfde verzameling ruimtelijke gegevens worden bewaard, is deze richtlijn alleen

van toepassing op de referentieversie waaraan de verscheidene exemplaren worden

ontleend.

  • 3. 
    Deze richtlijn heeft tevens betrekking op de diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens die verband houden met gegevens die deel uitmaken van de in lid 1 bedoelde

verzamelingen ruimtelijke gegevens.

  • 4. 
    Deze richtlijn vereist niet dat nieuwe ruimtelijke gegevens worden verzameld.
  • 5. 
    In het geval van verzamelingen ruimtelijke gegevens die aan de voorwaarden van lid 1, onder c), voldoen, maar waarvan een derde partij intellectuele eigendomsrechten heeft,

mag de overheidsinstantie alleen actie ondernemen overeenkomstig deze richtlijn als de

derde partij daarmee instemt.

  • 6. 
    In afwijking van lid 1 is deze richtlijn uitsluitend van toepassing op verzamelingen ruimtelijke gegevens die worden bijgehouden door of namens een overheidsinstantie op

het laagste bestuurlijke niveau in een lidstaat, indien de lidstaat over wet- of regelgeving

die tot de verzameling of verspreiding ervan noopt beschikt.

  • 7. 
    De technische beschrijvingen van de in de bijlagen I, II en III opgesomde categorieën ruimtelijke gegevens kunnen worden aangepast overeenkomstig de procedure van

artikel 22, lid 2, om rekening te houden met de ontwikkeling van de behoeften aan

ruimtelijke gegevens ter ondersteuning van communautaire beleidsmaatregelen die van

invloed zijn op het milieu.

HOOFDSTUK II METAGEGEVENS

Artikel 5

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat metagegevens worden opgesteld en bijgewerkt voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens

die met de in de bijlagen I, II en III vermelde categorieën corresponderen.

  • 2. 
    Metagegevens hebben onder meer betrekking op:
  • a) 
    de overeenstemming van verzamelingen ruimtelijke gegevens met de uitvoerings bepalingen waarnaar in artikel 7, lid 1, wordt verwezen;
  • b) 
    de voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens en, indien van

toepassing, de daarmee samenhangende vergoedingen;

  • c) 
    de kwaliteit van ruimtelijke gegevens, inclusief of deze gevalideerd zijn;
  • d) 
    de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de oprichting, het beheer, het onderhoud en de verspreiding van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten

met betrekking tot ruimtelijke gegevens;

  • e) 
    beperkingen voor de publieke toegang en de redenen voor deze beperkingen, over eenkomstig artikel 13.
  • 3. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de metagegevens volledig en van toereikende kwaliteit zijn om aan het in artikel 3, punt 6, gestelde doel te

beantwoorden.

*

  • 4. 
    De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden uiterlijk op .......... volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. In deze bepalingen wordt rekening

gehouden met de relevante bestaande internationale standaarden en gebruikerseisen.

*

één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn

Artikel 6

De lidstaten stellen de in artikel 5 vermelde metagegevens op overeenkomstig het volgende

tijdsschema:

  • a) 
    uiterlijk 2 jaar na de datum van aanneming van de uitvoeringsbepalingen overeenkomstig artikel 5, lid 4, voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in

de bijlagen I en II vermelde thematische categorieën;

  • b) 
    uiterlijk 5 jaar na de datum van aanneming van de uitvoeringsbepalingen overeenkomstig artikel 5, lid 4, voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in

bijlage III vermelde thematische categorieën.

HOOFDSTUK III

INTEROPERABILITEIT VAN VERZAMELINGEN

RUIMTELIJKE GEGEVENS EN VAN DIENSTEN MET

BETREKKING TOT RUIMTELIJKE GEGEVENS

Artikel 7

  • 1. 
    De uitvoeringsbepalingen met de technische voorschriften voor de interoperabiliteit en, waar mogelijk, de harmonisatie van de verzamelingen van ruimtelijke gegevens en

diensten worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure. Bij het

opstellen van de uitvoeringsbepalingen wordt rekening gehouden met gebruikerseisen,

bestaande initiatieven en internationale normen om verzamelingen ruimtelijke gegevens te

harmoniseren, alsmede met de haalbaarheid en het kosten-batenaspect. Ingeval inter-

nationaalrechtelijke organisaties normen hebben vastgesteld met het oog op inter-

operabiliteit of harmonisatie van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten, worden

deze normen geïntegreerd en wordt, in voorkomend geval, in de in dit lid bedoelde

uitvoeringsbepalingen naar de bestaande technische middelen verwezen.

  • 2. 
    De Commissie verricht een analyse van de haalbaarheid en de verwachte kosten en baten, die als basis zal dienen voor de ontwikkeling van voorstellen voor deze uitvoerings-

bepalingen. De lidstaten verstrekken de Commissie desgevraagd de informatie die zij

nodig heeft om deze analyse te verrichten. Wanneer de Commissie dergelijke bepalingen

voorstelt, overlegt zij in het in artikel 22, lid 1, bedoelde comité met de lidstaten over de

resultaten van haar analyse. De vaststelling van dergelijke bepalingen brengt voor de

lidstaten geen buitensporige kosten met zich mee.

  • 3. 
    Voorzover haalbaar zorgen de lidstaten ervoor dat alle nieuw verzamelde of bijgewerkte verzamelingen van ruimtelijke gegevens en de desbetreffende diensten uiterlijk twee jaar

na de aanneming van de in lid 1 bedoelde uitvoeringsbepalingen daarmee in overeen-

stemming worden gebracht en dat andere verzamelingen van ruimtelijke gegevens en

desbetreffende diensten uiterlijk zeven jaar na de aanneming van de uitvoeringsbepalingen

daarmee in overeenstemming worden gebracht.

  • 4. 
    De in lid 1 bedoelde uitvoeringsbepalingen hebben betrekking op de definitie en classifi catie van ruimtelijke objecten die relevant zijn voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens

met betrekking tot de in de bijlagen I, II en III opgesomde thematische categorieën en de

wijze waarop deze ruimtelijke gegevens geogerefereerd zijn . 5. Vertegenwoordigers van de lidstaten op nationaal, regionaal en lokaal niveau alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen die wegens hun rol in de infrastructuur een belang

hebben bij de desbetreffende ruimtelijke gegevens, zoals gebruikers, leveranciers,

verleners van diensten met toegevoegde waarde of coördinatieorganen, krijgen de

mogelijkheid om, conform de toepasselijke procedures, vóór de bespreking door het in

artikel 22, lid 1, bedoelde comité deel te nemen aan de voorbereidende besprekingen over

de inhoud van de uitvoeringsbepalingen, als genoemd in lid 1.

Artikel 8

  • 1. 
    In het geval van verzamelingen ruimtelijke gegevens die onder een of meer van de in bijlage I of II opgesomde thematische categorieën vallen, moeten de in artikel 7, lid 1,

vermelde uitvoeringsbepalingen aan de voorwaarden van de leden 2, 3 en 4 van dit artikel

voldoen.

  • 2. 
    De uitvoeringsbepalingen moeten betrekking hebben op de volgende aspecten van ruimtelijke gegevens:
  • a) 
    oplossingen om eenduidige identificatie van ruimtelijke objecten te verzekeren, waarin identificatoren uit bestaande nationale systemen kunnen worden ingepast,

teneinde de onderlinge interoperabiliteit te waarborgen;

  • b) 
    het verband tussen ruimtelijke objecten;
  • c) 
    de belangrijkste kenmerken en de overeenkomstige meertalige thesauri die in het algemeen vereist zijn voor beleidsmaatregelen die van invloed zijn op het milieu;
  • d) 
    informatie over de tijdsdimensie van de gegevens; e) actualiseringen van de gegevens.
  • 3. 
    De uitvoeringsbepalingen worden zodanig opgesteld dat de samenhang wordt gegaran deerd tussen informatie-eenheden die naar dezelfde locatie verwijzen of tussen informatie-

eenheden die verwijzen naar hetzelfde object maar op verschillende schaal gepresenteerd

worden.

  • 4. 
    De uitvoeringsbepalingen worden zodanig opgesteld dat de informatie uit verschillende verzamelingen ruimtelijke gegevens vergelijkbaar is voor wat de in artikel 7, lid 4, en de in

lid 2 van dit artikel genoemde aspecten betreft.

Artikel 9

De in artikel 7, lid 1, vermelde uitvoeringsbepalingen worden overeenkomstig het volgende

tijdschema aangenomen:

*

  • a) 
    uiterlijk ......... voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in bijlage I vermelde thematische categorieën;

**

  • b) 
    uiterlijk .......... voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in bijlage II of bijlage III vermelde thematische categorieën.

Artikel 10

  • 1. 
    De lidstaten zien er op toe dat alle informatie, waaronder gegevens, codes en technische classificaties die nodig zijn om te voldoen aan de in artikel 7, lid 1, vermelde uitvoerings-

bepalingen, onder zodanige voorwaarden ter beschikking van overheidsinstanties of derde

partijen wordt gesteld dat die informatie zonder beperking voor dat doel kan worden

aangewend.

  • 2. 
    Om de coherentie te verzekeren van ruimtelijke gegevens die betrekking hebben op een geografisch kenmerk dat zich over twee of meer lidstaten uitstrekt, moeten de lidstaten

overeenstemming bereiken over de afbeelding en de plaats van dergelijke gemeenschap-

pelijke kenmerken.

**

2 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn **

5 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn

HOOFDSTUK IV

NETWERKDIENSTEN

Artikel 11

  • 1. 
    De lidstaten dragen zorg voor de oprichting en exploitatie van een netwerk van de volgende diensten met betrekking tot de verzamelingen ruimtelijke gegevens en de

diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens waarvoor overeenkomstig deze richtlijn

metagegevens zijn opgesteld:

  • a) 
    zoekdiensten, die het mogelijk maken verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens op te zoeken op basis van de inhoud

van de overeenkomstige metagegevens, en de inhoud van de metagegevens weer te

geven;

  • b) 
    raadpleegdiensten, die het minstens mogelijk maken raadpleegbare verzamelingen ruimtelijke gegevens weer te geven, in deze verzamelingen te navigeren, in of uit te

zoomen, panoramisch of met overlays weer te geven en om de verklaring van de

informatie en de relevantie van de metagegevens weer te geven;

  • c) 
    downloaddiensten, die het mogelijk maken kopieën van verzamelingen ruimtelijke gegevens geheel of gedeeltelijk te downloaden en er, waar praktisch mogelijk,

rechtstreeks toegang toe te hebben;

  • d) 
    verwerkingsdiensten, die het mogelijk maken verzamelingen ruimtelijke gegevens te veranderen om tot interoperabiliteit te komen;
  • e) 
    diensten die het mogelijk maken diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens op te roepen.

Deze diensten moeten rekening houden met relevante gebruikerseisen en gemakkelijk bruikbaar,

beschikbaar voor het publiek en via internet of via andere telecommunicatiemiddelen toegankelijk

zijn.

  • 2. 
    De in lid 1, onder a), bedoelde diensten moeten ten minste de volgende zoekcriteria omvatten:
  • a) 
    trefwoorden;
  • b) 
    classificering van ruimtelijke gegevens en diensten;
  • c) 
    de kwaliteit van ruimtelijke gegevens, inclusief of deze gevalideerd zijn;
  • d) 
    mate van overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen bedoeld in artikel 7, lid 1; e) geografische locatie;
  • f) 
    voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens;
  • g) 
    de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de oprichting, het beheer, het onderhoud en de verspreiding van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten

met betrekking tot ruimtelijke gegevens.

  • 3. 
    De in lid 1, onder d), vermelde verwerkingsdiensten moeten op zodanige wijze met de andere diensten van lid 1 worden gecombineerd dat al deze diensten overeenkomstig de in

artikel 7, lid 1, vermelde uitvoeringsbepalingen kunnen worden geëxploiteerd.

Artikel 12

De lidstaten dragen er zorg voor dat de overheidsinstanties de technische mogelijkheid krijgen om

hun verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens te

koppelen aan het in artikel 11, lid 1, bedoelde netwerk. Deze dienst wordt op verzoek ook ter

beschikking van derde partijen gesteld wier verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met

betrekking tot ruimtelijke gegevens voldoen aan de uitvoeringsbepalingen waarin eisen zijn

vastgesteld voor, met name, metagegevens, netwerkdiensten en interoperabiliteit.

Artikel 13

  • 1. 
    In afwijking van artikel 11, lid 1, mogen de lidstaten de publieke toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens

via de in artikel 11, lid 1, onder a) tot en met e), vermelde diensten of tot de in artikel 14,

lid 3, vermelde e-commercediensten beperken indien de toegang afbreuk zou doen aan:

  • a) 
    het vertrouwelijke karakter van handelingen van overheidsinstanties, indien deze vertrouwelijkheid bij wet is voorzien;
  • b) 
    internationale betrekkingen, openbare veiligheid of nationale defensie;
  • c) 
    de rechtsgang, de mogelijkheid voor een persoon een eerlijk proces te krijgen of de mogelijkheid voor een overheid om een onderzoek van strafrechtelijke of

disciplinaire aard in te stellen;

  • d) 
    de vertrouwelijkheid van commerciële of industriële informatie, wanneer deze vertrouwelijkheid in de nationale of de communautaire wetgeving geboden wordt om

een gewettigd economisch belang te beschermen, met inbegrip van het algemeen

belang dat met statistische en fiscale geheimhouding is gediend;

  • e) 
    intellectuele eigendomsrechten;
  • f) 
    de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en/of -dossiers met betrekking tot een natuurlijk persoon wanneer die persoon niet heeft ingestemd met bekendmaking van

de informatie aan het publiek, wanneer in deze vertrouwelijkheid is voorzien in het

nationaal of het Gemeenschapsrecht;

  • g) 
    de belangen of de bescherming van diegene die de verzochte informatie op vrijwillige basis heeft verstrekt zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn of te kunnen

worden, tenzij die persoon ermee heeft ingestemd dat de betrokken informatie wordt

vrijgegeven;

  • h) 
    de bescherming van het milieu waarop die informatie betrekking heeft, zoals de habitat van zeldzame soorten.
  • 2. 
    De in lid 1 vermelde redenen voor het beperken van de toegang dienen restrictief te worden geïnterpreteerd, waarbij rekening moet worden gehouden met het openbaar belang

dat gediend wordt met de toegang. In alle gevallen moet het openbaar belang van de

toegang worden afgewogen tegen het belang dat wordt nagestreefd door het beperken van

de toegang of het stellen van voorwaarden aan de toegang. De lidstaten mogen de toegang

tot informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu niet op grond van lid 1,

onder a), d), f), g) en h) beperken.

Wanneer de toegang evenwel wordt beperkt op grond van de punten d) of f) van lid 1, is de

eerste alinea van dit lid alleen van toepassing als de in lid 1 bedoelde toegang betrekking

heeft op milieu-informatie als omschreven in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2003/4/EG.

  • 3. 
    Binnen dit kader en voor de toepassing van lid 1, onder f), zorgen de lidstaten ervoor dat aan de vereisten van Richtlijn 95/46/EG is voldaan.

Artikel 14

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat:
  • a) 
    het publiek kosteloos gebruik kan maken van de in artikel 11, lid 1, onder a), vermelde diensten;
  • b) 
    de in artikel 11, lid 1, onder b), bedoelde diensten in de regel kosteloos voor het publiek toegankelijk zijn. Ingeval vergoedingen en/of vergunningen evenwel een

essentiële voorwaarde zijn om de verzamelingen ruimtelijke gegevens en de diensten

met betrekking tot ruimtelijke gegevens in stand te houden of om duurzaam aan de

vereisten van reeds bestaande internationale infrastructuur voor ruimtelijke gegevens

te voldoen, kunnen de lidstaten vergoedingen in rekening brengen aan en/of

vergunningen verlangen van, hetzij, de persoon die de dienst aan het publiek

aanbiedt, hetzij, wanneer de dienstverlener daarvoor kiest, het publiek.

  • 2. 
    De gegevens die beschikbaar worden gesteld via de in artikel 11, lid 1, punt b), vermelde raadpleegdiensten mogen worden geleverd in een vorm die hun hergebruik voor

commerciële doeleinden verhindert.

  • 3. 
    Indien de overheidsinstanties de in artikel 11, lid 1, onder b), c) of e), vermelde diensten tegen betaling ter beschikking stellen, moeten de lidstaten er op toezien dat e-commerce-

diensten beschikbaar zijn. Aan deze diensten kunnen bewijzen van afstand, klik-

vergunningen of vergunningen worden gekoppeld.

Artikel 15

  • 1. 
    De Commissie zal op communautair niveau een INSPIRE-geoportaal opzetten en exploiteren.
  • 2. 
    De lidstaten zullen via het in lid 1 bedoelde INSPIRE-geoportaal toegang verlenen tot de in artikel 11, lid 1, vermelde diensten. De lidstaten mogen ook via hun eigen toegangspunten

toegang verlenen tot deze diensten.

Artikel 16

Overeenkomstig de procedure van artikel 22, lid 2, worden bepalingen ter uitvoering van dit

hoofdstuk aangenomen, die met name het volgende omvatten:

  • a) 
    technische specificaties voor de in de artikelen 11 en 12, vermelde diensten en minimum prestatiecriteria voor deze diensten, rekening houdende met de bestaande rapportage-

voorschriften en de in het kader van de communautaire milieuwetgeving aangenomen

aanbevelingen, de bestaande e-commercediensten en de technologische vooruitgang;

  • b) 
    de in artikel 12 vermelde verplichtingen. HOOFDSTUK V

GEGEVENSUITWISSELING

Artikel 17

  • 1. 
    Elke lidstaat stelt maatregelen vast voor het uitwisselen van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens tussen zijn overheids-

instanties als bedoeld in artikel 3, punt 9, onder a) en b). Deze maatregelen stellen die

overheidsinstanties in staat om toegang te verkrijgen tot verzamelingen ruimtelijke

gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens en om deze verzamelingen

en diensten uit te wisselen en te gebruiken voor overheidstaken die van invloed kunnen

zijn op het milieu.

  • 2. 
    De in lid 1 vermelde maatregelen moeten voorkomen dat op de plaats van het gebruik praktische belemmeringen worden geschapen voor de uitwisseling van verzamelingen

ruimtelijke gegevens en diensten.

  • 3. 
    Lid 2 belet de overheidsdiensten die verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten verstrekken niet om een vergunning of betaling te verlangen van de overheidsdiensten of

instellingen en instanties van de Gemeenschap die deze verzamelingen ruimtelijke

gegevens en diensten gebruiken.

  • 4. 
    De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde regelingen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten staan met het oog op overheidstaken die van invloed zijn

op het milieu open voor de in artikel 3, lid 9, onder a) en b), bedoelde overheidsdiensten

van de andere lidstaten en voor de instellingen en instanties van de Gemeenschap.

  • 5. 
    De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde regelingen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten staan, met het oog op de uitvoering van taken die van

invloed zijn op het milieu, op basis van wederkerigheid en gelijkwaardigheid open voor

organen die zijn opgericht bij internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap en

de lidstaten partij zijn.

  • 6. 
    Indien de regelingen voor de uitwisseling van de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde verzame lingen ruimtelijke gegevens en diensten overeenkomstig de leden 4 en 5 ter beschikking

worden gesteld, kunnen de lidstaten voorwaarden vaststellen met betrekking tot het

gebruik daarvan.

  • 7. 
    In afwijking van dit artikel kunnen de lidstaten de uitwisseling beperken wanneer deze de rechtsgang, de openbare veiligheid, de nationale defensie of de internationale betrekkingen

in gevaar brengt.

  • 8. 
    Onverminderd lid 3, verlenen de lidstaten de instellingen en organen van de Gemeenschap overeenkomstig geharmoniseerde voorwaarden toegang tot verzamelingen ruimtelijke

gegevens en diensten. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot deze voorwaarden

worden overeenkomstig de procedure van artikel 22, lid 2, vastgesteld.

  • 9. 
    Dit artikel laat het bestaan of de eigendom van intellectuele eigendomsrechten van de over heidssector onverlet.

HOOFDSTUK VI

COÖRDINATIE EN AANVULLENDE MAATREGELEN

Artikel 18

De lidstaten zien erop toe dat passende structuren en mechanismen worden ingesteld voor de

coördinatie van de bijdragen van iedereen die een belang heeft in hun infrastructuren voor

ruimtelijke informatie.

Deze structuren coördineren de bijdragen van onder meer gebruikers, leveranciers, verleners van

diensten met toegevoegde waarde en coördinatie-instanties met betrekking tot het opsporen van

relevante verzamelingen gegevens, de vaststelling van de behoeften van gebruikers, het verstrekken

van informatie over bestaande werkwijzen en het terugkoppelen over de tenuitvoerlegging van deze

richtlijn.

Artikel 19

  • 1. 
    De Commissie is verantwoordelijk voor de coördinatie van INSPIRE op communautair niveau, en wordt hierin bijgestaan door bevoegde organisaties, met name het Europees

Milieuagentschap.

  • 2. 
    Elke lidstaat wijst een contactpunt aan, in de regel een overheidsinstantie, dat verant woordelijk is voor de contacten met de Commissie in verband met deze richtlijn.

Artikel 20

In de in deze richtlijn bedoelde uitvoeringsbepalingen wordt naar behoren rekening gehouden met

door Europese normalisatie-instellingen overeenkomstig de procedure van Richtlijn 98/34/EG

vastgestelde standaarden en met internationale standaarden.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

  • 1. 
    De lidstaten houden toezicht op de uitvoering en het gebruik van hun infrastructuren voor

ruimtelijke informatie. Zij bieden de Commissie en het publiek permanente toegang tot het resultaat van dit toezicht.

*

  • 2. 
    Uiterlijk op ... doen de lidstaten aan de Commissie een verslag toekomen met een korte beschrijving van:
  • a) 
    de coördinatie tussen leveranciers en gebruikers van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten en bemiddelende organen, alsook een beschrijving van de

relaties met derde partijen en van de organisatie van de kwaliteitsbewaking, voor-

zover haalbaar;

  • b) 
    de bijdrage die overheidsinstanties of derde partijen leveren tot de werking en coördinatie van de infrastructuur voor ruimtelijke informatie;
  • c) 
    de informatie over het gebruik van de infrastructuur voor ruimtelijke informatie; d) de overeenkomsten over gegevensuitwisseling tussen overheidsinstanties; e) de kosten en baten van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

*

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

*

  • 3. 
    Om de drie jaar en voor het eerst uiterlijk op ... doen de lidstaten aan de Commissie een verslag toekomen met bijgewerkte informatie over de in lid 2 vermelde onderwerpen.
  • 4. 
    Overeenkomstig de procedure van artikel 22, lid 2, worden nadere bepalingen voor de uitvoering van dit artikel vastgesteld.

Artikel 22

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie

maanden.

  • 3. 
    Het comité stelt zijn reglement van orde vast. Artikel 23

**

Uiterlijk op ... en daarna om de zes jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag over de uitvoering van deze richtlijn in, dat onder meer gebaseerd is op de

verslagen van de lidstaten uit hoofde van artikel 21, leden 2 en 3.

Voorzover nodig gaat het verslag vergezeld van voorstellen voor communautaire maatregelen.

*

Uiterlijk zes jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn. **

7 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.

Artikel 24

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden *

om uiterlijk op ... aan deze richtlijn te voldoen.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de

officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing

worden vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 25

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 26

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter

*

3 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen.

BIJLAGE I

IN ARTIKEL 6, ONDER A), ARTIKEL 8, LID 1, EN ARTIKEL 9, ONDER A), VERMELDE

THEMATISCHE CATEGORIEËN RUIMTELIJKE GEGEVENS

  • 1. 
    Systemen voor verwijzing door middel van coördinaten Systemen om aan ruimtelijke informatie een unieke reeks coördinaten (x, y,z) en/of

breedte, lengte en hoogte toe te kennen, gebaseerd op een horizontaal en verticaal

geodetisch datum.

  • 2. 
    Geografisch rastersysteem

Geharmoniseerde multiresolutieraster met een gemeenschappelijk beginpunt en

gestandaardiseerde plaats en grootte van de gridcellen.

  • 3. 
    Geografische namen

Namen van gebieden, regio's, plaatsen, steden, voorsteden, gemeenten, nederzettingen, of

andere geografische of topografische kenmerken van openbaar of historisch belang.

  • 4. 
    Administratieve eenheden

Door administratieve grenzen gescheiden lokale, regionale en nationale bestuurlijke

eenheden die deel uitmaken van gebieden waarover de lidstaten rechtsbevoegdheid hebben

en/of uitoefenen.

  • 5. 
    Vervoersnetwerken

Netwerken voor vervoer over de weg, per spoor, in de lucht en over het water en de aan-

verwante infrastructuur met inbegrip van koppelingen tussen verschillende netwerken en

1

het trans-Europees vervoersnetwerk, zoals gedefinieerd in Beschikking nr. 1692/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende communautaire

richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet en de latere

herzieningen van deze beschikking.

  • 6. 
    Hydrografie

Hydrografische elementen, waaronder mariene gebieden en alle andere waterlichamen en

daarmee verband houdende elementen, met inbegrip van stroomgebieden en deelstroom-

gebieden, in voorkomend geval volgens de omschrijvingen vermeld in Richtlijn

2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling

2

van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid en in de vorm van netwerken.

  • 7. 
    Beschermde gebieden

Gebieden die worden aangeduid of beheerd in het kader van internationale en communau-

taire wetgeving of wetgeving van de lidstaten om specifieke doelstellingen op het vlak van

milieubescherming te verwezenlijken.

1

PB L 228 van 9.9.1996, blz. 1. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 884/2004/EG (PB L 167 van 30.4.2004, blz. 1). 2

PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Beschikking 2455/2001/EG (PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1).

BIJLAGE II

IN ARTIKEL 6, ONDER A), ARTIKEL 8, LID 1, EN ARTIKEL 9, ONDER B), VERMELDE

THEMATISCHE CATEGORIEËN RUIMTELIJKE GEGEVENS

  • 1. 
    Hoogte

Digitale hoogtemodellen voor land-, ijs- en oceaanoppervlakken, inclusief landhoogte,

bathymetrie en kustlijn.

  • 2. 
    Adressen

Locatie van onroerende zaken, gebaseerd op adresaanduidingen, gewoonlijk aan de hand

van de straatnaam, het huisnummer en de postcode.

  • 3. 
    Kadastrale percelen

Gebieden die worden bepaald door kadastrale registers of een equivalent daarvan.

  • 4. 
    Bodemgebruik

Fysieke en biologische bedekking van het aardoppervlak, met inbegrip van kunstmatige

oppervlakken, landbouwgebieden, bossen, halfnatuurlijke gebieden, moeraslanden en

wateroppervlakken.

  • 5. 
    Orthobeeldvorming

Geogerefereerde beeldgegevens van het aardoppervlak, afkomstig van sensoren op

satellieten of vliegtuigen.

  • 6. 
    Geologie

Geologie, gekenmerkt volgens samenstelling en structuur, inclusief vast gesteente,

waterhoudende grondlagen en geomorfologie.

BIJLAGE III

IN ARTIKEL 6, ONDER B), EN ARTIKEL 9, ONDER B), VERMELDE THEMATISCHE

CATEGORIEËN RUIMTELIJKE GEGEVENS

  • 1. 
    Statistische eenheden

Eenheden voor verspreiding en gebruik van statistische informatie.

  • 2. 
    Gebouwen Geografische locatie van gebouwen.
  • 3. 
    Bodem

Bodem en ondergrond, gekenmerkt volgens diepte, textuur, structuur en inhoud van

deeltjes en organisch materiaal, steenachtigheid, erosie en, waar passend, gemiddelde

hellingsgraad en verwachte wateropslagcapaciteit.

  • 4. 
    Landgebruik

Het grondgebied, gekenmerkt volgens zijn huidige en geplande toekomstige functionele

dimensie of sociaal-economische bestemming (bv. wonen, industrieel, commercieel,

landbouw, bosbouw, recreatie).

  • 5. 
    Menselijke gezondheid en veiligheid

De geografische spreiding van ziekten (allergieën, kankers, ademhalingsziekten, enz.),

informatie over de gevolgen voor de gezondheid (biomarkers,vruchtbaarheidsdaling,

epidemieën) of het welzijn van de mens (vermoeidheid, stress, enz.) die direct (lucht-

vervuiling, chemicaliën, aantasting van de ozonlaag, lawaai, enz.) of indirect (voedsel,

genetisch gemodificeerde organismen, enz.) samenhangen met de kwaliteit van het milieu.

  • 6. 
    Nutsdiensten en overheidsdiensten

Nutsvoorzieningen zoals riolering, afvalbeheer, energievoorziening, watervoorziening,

bestuurlijke en maatschappelijke instanties van de overheid, zoals bestuurlijke overheden,

civiele bescherming, scholen en ziekenhuizen.

  • 7. 
    Milieubewakingsvoorzieningen

Locatie en werking van milieubewakingsvoorzieningen, met inbegrip van waarneming en

meting van emissies, de staat van de milieucompartimenten en van andere ecosysteem-

parameters (biodiversiteit, ecologische omstandigheden van vegetatie, enz.) door of

namens de overheidsinstanties.

  • 8. 
    Faciliteiten voor productie en industrie

Industriële productievestigingen, met inbegrip van installaties die onder Richtlijn 96/61/EG

van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van

1

verontreiniging vallen en waterontrekkingsfaciliteiten, mijnbouw, opslagplaatsen. 9. Faciliteiten voor landbouw en aquacultuur Landbouwuitrusting en productiefaciliteiten (met inbegrip van irrigatiesystemen,

broeikassen en stallen).

  • 10. 
    Spreiding van de bevolking - demografie Geografische spreiding van de bevolking, met inbegrip van bevolkingskenmerken en

activiteitsniveaus, verzameld per raster, regio, administratieve eenheid of andere

analytische eenheid.

1

PB nr. L 257 van 10.10.1996, blz. 26. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

  • 11. 
    Gebiedsbeheer, gebieden waar beperkingen gelden, gereguleerde gebieden en rapportage eenheden

Gebieden die worden beheerd, gereguleerd of gebruikt voor rapportage op internationaal,

Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, met inbegrip van stortplaatsen, gebieden

rond drinkwaterbronnen waar beperkingen gelden, nitraatgevoelige gebieden, gereguleerde

vaarwegen op zee of op grote binnenwateren, gebieden voor het storten van afval,

gebieden waar geluidsbeperkingen gelden, gebieden met toestemming voor exploratie en

mijnbouw, stoomgebieden, relevante rapportage-eenheden en gebieden voor kustbeheer.

  • 12. 
    Gebieden met natuurrisico's

Kwetsbare gebieden die worden gekenmerkt door natuurrisico's (alle atmosferische,

hydrologische, seismische, vulkanische verschijnselen en ongecontroleerde branden die

door hun locatie, hevigheid en frequentie, mogelijk ernstige maatschappelijke gevolgen

kunnen hebben), zoals overstromingen, aardverschuivingen en -verzakkingen, lawines,

bosbranden, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen.

  • 13. 
    Atmosferische omstandigheden

Fysische omstandigheden in de atmosfeer, met inbegrip van ruimtelijke gegevens die

gebaseerd zijn op metingen, modellen of een combinatie daarvan, en met inbegrip van

meetlocaties.

  • 14. 
    Meteorologische geografische kenmerken Weersomstandigheden en de meting daarvan; neerslag, temperatuur, verdamping,

windsnelheid en windrichting.

  • 15. 
    Oceanografische geografische kenmerken Fysische kenmerken van oceanen (stroming, zoutgehalte, golfhoogte, enz.).
  • 16. 
    Zeegebieden

Fysische kenmerken van zeeën en zoutwateroppervlakken, ingedeeld in regio's en

subregio's met gemeenschappelijke kenmerken.

  • 17. 
    Biogeografische gebieden

Gebieden met betrekkelijk homogene ecologische omstandigheden die gemeenschappe-

lijke kenmerken vertonen.

  • 18. 
    Habitats en biotopen

Geografische gebieden die worden gekenmerkt door specifieke ecologische omstandig-

heden, processen, structuur en (leven ondersteunende) functies die fysiek de daar levende

organismen ondersteunen, met inbegrip van volledig natuurlijke of semi-natuurlijke land-

en wateroppervlakken, onderscheiden naar geografische, abiotische en biotische

kenmerken.

  • 19. 
    Spreiding van soorten

Geografische spreiding van dier- en plantensoorten per raster, regio, administratieve

eenheid of andere analytische eenheid.

  • 20. 
    Energiebronnen

Energiebronnen met inbegrip van koolwaterstof, waterkracht, bio-energie, zon, wind enz.,

waar passend met inbegrip van diepte/hoogte-informatie over de omvang van de bron.

  • 21. 
    Minerale bronnen

Minerale bronnen met inbegrip van metaalertsen, industriële mineralen enz., waar passend

met inbegrip van diepte/hoogte-informatie over de omvang van de bron.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie