MOTIVERING VAN DE RAAD
I. INLEIDING
De Commissie heeft het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad
tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap
(INSPIRE) op 26 juli 2004 bij de Raad ingediend. Het voorstel is gebaseerd op artikel 175,
lid 1, van het Verdrag.
Het Europees Parlement heeft op 7 juni 2005 in eerste lezing advies uitgebracht.
Het Comité van de Regio's heeft op 20 september 2004 besloten geen advies uit te brengen.
Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 9 februari 2005 zijn advies
aangenomen.
De Raad heeft zijn gemeenschappelijk standpunt overeenkomstig artikel 251, lid 2, van het
Verdrag op 23 januari 2006 vastgesteld.
II. DOEL
Bij de voorgestelde richtlijn wordt een wettelijk kader gecreëerd voor de oprichting en exploitatie van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in Europa. Het doel van deze
infrastructuur is de opstelling, uitvoering en evaluatie van communautaire beleids-
maatregelen en het toezicht op deze maatregelen op alle niveaus te vergemakkelijken en
informatie te verschaffen aan de burgers.
Een van de belangrijkste doelstellingen van INSPIRE is het wegnemen van belemmeringen
tussen overheidsinstanties bij het delen van informatie, met name op milieugebied, en meer
en betere ruimtelijke informatie beschikbaar te maken, zodat alle beleidsniveaus in de
lidstaten met deze informatie rekening kunnen houden bij het opstellen en uitvoeren van
communautaire beleidsmaatregelen. INSPIRE heeft in de eerste plaats betrekking op het
milieubeleid, maar kan in de toekomst worden uitgebreid tot andere beleidsterreinen.
III. ANALYSE VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT
Algemeen
In het algemeen standpunt is het merendeel van de amendementen van het Europees Parlement in eerste lezing naar de letter, naar de geest of ten dele overgenomen. Het
gemeenschappelijk standpunt bevat met name wijzigingen die ertoe strekken de artikelen
van het oorspronkelijke Commissievoorstel te hergroeperen, de definities te stroomlijnen en
het toepassingsgebied te verduidelijken. Tevens bevat het een aantal andere wijzigingen ten
opzichte van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing en het oorspronkelijke
Commissievoorstel. Het gemeenschappelijk standpunt:
· bepaalt de voorwaarden voor de toegang van het publiek tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens en voor de uitwisseling
van gegevens tussen de overheidsinstanties in het kader van de bestaande
Gemeenschapswetgeving;
· schept duidelijkheid ten aanzien van de mogelijkheid om aan andere overheids instanties tegen betaling een vergunning te verlenen voor verzamelingen ruimtelijke
gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens; en
· voert maatregelen in om de richtlijndoelstellingen op een evenwichtige en doeltreffender wijze te verwezenlijken (rationalisering van de bepalingen inzake
toezicht en rapportage, kosten-batenanalyse).
De inhoudelijke wijzigingen worden hieronder beschreven.
Algemene bepalingen, definities, toepassingsgebied (artikelen 1 tot en met 4)
EP-amendement 6 is niet overgenomen in het gemeenschappelijk standpunt. Het doel en het toepassingsgebied van de richtlijn in artikel 1 stemmen overeen met het oorspronkelijke
Commissievoorstel en de rechtsgrondslag daarvan. In de tekst van het gemeenschappelijk
standpunt wordt niet verwezen naar "directe of indirecte" invloed op het milieu; deze
kwestie komt wel aan bod in een nieuwe overweging 4.
De Raad gaat akkoord met de inhoud van EP-amendement 7 en het bijbehorende amende-
ment 2, maar is het met de Commissie eens dat het uit juridisch oogpunt niet opportuun zou
zijn om in een richtlijn verplichtingen voor de communautaire instellingen en instanties op
te nemen.
Artikel 2 bepaalt dat de richtlijn Richtlijn 2003/4/EG inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheidsinformatie
onverlet laat.
Artikel 3 bevat aanvullende definities van de begrippen "interoperabiliteit" en "INSPIRE geoportaal" en beperkt de reikwijdte van de definitie van "overheidsinstantie".
De leden 2, 4, 5 en 6 van artikel 4 verduidelijken het toepassingsgebied van verzamelingen ruimtelijke gegevens die door de richtlijn worden bestreken. Artikel 4, lid 7, beperkt de
bevoegdheid van het comité om de thematische categorieën in de bijlagen aan te passen.
De amendementen 9 en 10 zijn niet aanvaard, omdat de Raad van oordeel is dat zij niet bijdragen tot verduidelijking van de tekst.
Metagegevens, interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten
(artikelen 5 tot en met 10)
De bestanddelen van de metagegevens en de uitvoeringsbepalingen worden verduidelijkt in
artikel 5 van het gemeenschappelijk standpunt. Het tijdsschema voor de opstelling van de
metagegevens in artikel 6 stemt overeen met het tijdsschema in EP-amendement 15, waarbij
rekening is gehouden met de nieuwe formulering van artikel 5, lid 4, van het gemeenschap-
pelijk standpunt.
Artikel 7 bevat aanvullende voorwaarden voor de opstelling van de uitvoeringsbepalingen
met de technische voorschriften voor de interoperabiliteit, met name het kosten-batenaspect,
de integratie van de normen en activiteiten op internationaal niveau en de verwijzing naar de
bestaande technische middelen. Kosten-baten- en haalbaarheidsaspecten worden onder-
steund door artikel 7, lid 2, op grond waarvan de Commissie een kosten-batenanalyse moet
uitvoeren voordat zij voorstellen ontwikkelt voor de uitvoeringsbepalingen. De vaststelling
van deze bepalingen mag voor een lidstaat geen buitensporige kosten met zich meebrengen.
Artikel 7, lid 3, houdt een verduidelijking in met betrekking tot de aanpassing van nieuw
verzamelde gegevens en andere verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met
betrekking tot ruimtelijke gegevens.
In artikel 8, lid 2, punt a), wordt "een gemeenschappelijk systeem van eenduidige
identificatoren" vervangen door "oplossingen om eenduidige identificatie van ruimtelijke
objecten te verzekeren, waarin identificatoren uit bestaande nationale systemen kunnen
worden ingepast, teneinde de onderlinge interoperabiliteit te waarborgen"; met deze
wijziging wordt voorkomen dat een bepaalde technische oplossing wordt opgelegd.
De amendementen 13,14, 16, 17, 18, 19, 21, 22 en 23 zijn volledig of gedeeltelijk aanvaard
en in de nieuwe tekst verwerkt.
Amendement 20 is niet aanvaard, omdat de verwijzing naar "indirect gevolg voor het
milieu" te vaag werd geacht (zie artikel 1).
Netwerkdiensten (artikelen 11 tot en met 16)
De uitgebreide lijst van gronden voor het beperken van de toegang in artikel 13 is identiek
aan die in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2003/4/EG inzake de toegang van het publiek tot
milieu-informatie, dit om de samenhang op het stuk van de uitvoering te waarborgen. Een
nieuw artikel 13, lid 3, bepaalt dat de toegang van het publiek tot ruimtelijke gegevens
overeenstemt met Richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen
in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van
die gegevens.
Artikel 14 van het gemeenschappelijk standpunt biedt de lidstaten de mogelijkheid kosten
aan te rekenen en/of vergunningen te verlangen voor raadpleegdiensten, wanneer zulks
noodzakelijk is voor het in stand houden van de verzamelingen ruimtelijke gegevens en de
diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens of voor het voldoen aan de vereisten van
reeds bestaande internationale infrastructuur voor ruimtelijke gegevens.
De amendementen 24, 25, 26 en 27 zijn aanvaard en in de nieuwe tekst verwerkt.
Gegevensuitwisseling (artikel 17)
Artikel 17 van het gemeenschappelijk standpunt verduidelijkt de reikwijdte van de verplichtingen inzake uitwisseling van gegevens tussen de overheidsinstanties van een
lidstaat, de overheidsinstanties van verschillende lidstaten, de instellingen en instanties van
de Gemeenschap en de bij internationale overeenkomsten opgerichte instanties. Artikel 17, lid 2, heeft ten doel praktische belemmeringen op de plaats van het gebruik te voorkomen
(bijvoorbeeld dat een werknemer van een overheidsinstantie de gegevens op zijn computer
gebruikt), terwijl op grond van artikel 17, lid 3, de instanties die gegevens verstrekken hun
kosten kunnen terugvorderen van de overheidsdiensten van de lidstaten en de instanties van
de Gemeenschap, waardoor ervoor wordt gezorgd dat de kwaliteit en de gangbaarheid van
de gegevens worden behouden. Wanneer er kosten worden aangerekend, geschiedt dit op het
niveau van de overheidsinstantie, niet op de plaats van het gebruik. De bescherming van de
intellectuele eigendomsrechten is gewaarborgd in artikel 17, lid 9. Deze aspecten komen
tevens aan bod in de nieuwe overwegingen 22, 23 en 24. Amendement 28 is verwerkt in
overweging 21.
Amendement 29 is niet aanvaard, omdat het de vereisten voor gegevensuitwisseling onnodig
uitbreidt.
Amendement 30 is achterhaald door de nieuwe formulering van artikel 17.
Het totale concept van het oorspronkelijke artikel 24 - gemeenschappelijke uitvoerings-
bepalingen voor gegevensuitwisseling - (amendement 32) is voor de Raad niet
aanvaardbaar.
Coördinatie en aanvullende maatregelen, slotbepalingen (artikelen 18 tot en met 26)
In artikel 18 en in artikel 19, lid 2, van het gemeenschappelijk standpunt wordt geen
uitdrukkelijke nadruk gelegd op de verdeling van de bevoegdheden en verantwoordelijk-
heden in de lidstaten in verband met hun desbetreffende structuur (amendementen 33, 34 en
4); de Raad legt de artikelen evenwel in die zin uit.
De nieuwe formulering van artikel 21 en de nieuwe overweging 31 van het gemeenschap-
pelijk standpunt rationaliseren de in de richtlijn opgenomen vereisten inzake toezicht en
rapportage in vergelijking met amendement 37. In artikel 24 is de omzettingsdatum lichtjes
verschoven.
De amendementen 35, 36 en 38 zijn aanvaard.
Bijlagen
De thematische categorieën ruimtelijke gegevens "geografische spreiding van verkeers-
ongevallen" (amendement 43, punt 6) en "telecommunicatie" (amendement 44, punt 7) zijn
niet opgenomen in het gemeenschappelijk standpunt, omdat zij geen verband houden met
het doel van INSPIRE.
Amendement 47 is ten dele aanvaard in bijlage III, punt 11.
De amendementen 39, 40, 41, 42, 45, 46, 48 en 49 zijn aanvaard.
IV. CONCLUSIE
De wijzigingen die door de Raad in het Commissievoorstel zijn aangebracht, beogen de verenigbaarheid met de bestaande Gemeenschapswetgeving en de duurzame verzameling
van gegevens te waarborgen. Niettegenstaande deze wijzigingen stemt het gemeenschap-
pelijk standpunt van de Raad overeen met het merendeel van de amendementen van het
Europees Parlement en vormt het een goede basis voor het verdere overleg.
______________________
- 23 jul '04COM(2004)516 - Infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de EG (INSPIRE)
- 5 jun '02COM(2002)207 - Hergebruik en de commerciële exploitatie van overheidsdocumenten
- 29 jun '00COM(2000)402; - Toegang van het publiek tot milieu-informatie
- 18 jul '90COM(1990)314 - Bescherming van personen in verband met de behandeling van persoonsgegevens

