Voor de delegaties gaat hierbij de tekst van een beschikking van de Raad betreffende het bestaan
van een buitensporig tekort in het Verenigd Koninkrijk - toepassing van artikel 104, lid 6, van het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap - die door de Raad ECOFIN op
24 januari 2006 is aangenomen.
_______________
Bijlage
BIJLAGE
BESCHIKKING VAN DE RAAD
van 24 januari 2006
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in het Verenigd Koninkrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 6,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Gezien de opmerkingen van het Verenigd Koninkrijk,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Artikel 104 van het Verdrag voorziet in een buitensporigtekortprocedure (BTP) om erop toe te zien dat lidstaten buitensporige overheidstekorten vermijden of deze tekorten corrigeren
wanneer zij zich voordoen.
(2) Ingevolge punt 5 van het Protocol betreffende enkele bepalingen met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland is de verplichting uit hoofde
van artikel 104, lid 1, van het Verdrag om buitensporige overheidstekorten te vermijden niet
van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, tenzij het land tot de derde fase van de
Economische en Monetaire Unie overgaat. Het Verenigd Koninkrijk bevindt zich in de
tweede fase en is derhalve overeenkomstig artikel 116, lid 4, van het Verdrag verplicht
ernaar te streven buitensporige overheidstekorten te voorkomen.
(3) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werk-
gelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.
(4) De buitensporigtekortprocedure van artikel 104 van het Verdrag, die nader wordt omschreven in Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en
1
verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten , die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact, voorziet in een besluit betreffende het
bestaan van een buitensporig tekort. Het aan het Verdrag gehechte protocol betreffende de
procedure bij buitensporige tekorten bevat nadere bepalingen betreffende de toepassing van
2
de buitensporigtekortprocedure. Verordening (EG) nr. 3605/93 bevat gedetailleerde regels en definities voor de toepassing van de bepalingen van genoemd protocol.
(5) Krachtens artikel 104, lid 5, van het Verdrag moet de Commissie advies uitbrengen aan de Raad indien zij van oordeel is dat er in een lidstaat een buitensporig tekort bestaat of kan
ontstaan. Rekening houdend met haar verslag overeenkomstig artikel 104, lid 3, van het
Verdrag en gezien het advies van Economisch en Financieel Comité overeenkomstig artikel
104, lid 4, van het Verdrag, de najaarsprognoses 2005 van de diensten van de Commissie en
het Pre-Budget Report van december 2005 van het Verenigd Koninkrijk, kwam de
Commissie tot de conclusie dat in het Verenigd Koninkrijk een buitensporig tekort bestaat.
De Commissie heeft derhalve op 11 januari 2006 een advies in die zin over het Verenigd
Koninkrijk aan de Raad uitgebracht.
(6) In artikel 104, lid 6, van het Verdrag wordt bepaald dat de Raad rekening moet houden met de opmerkingen die de betrokken lidstaat eventueel wenst te maken, alvorens, na een
algehele evaluatie te hebben gemaakt, te besluiten of er al dan niet een buitensporig tekort
bestaat. In het geval van het Verenigd Koninkrijk leidt deze algehele evaluatie tot de
volgende conclusies.
1
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5). 2
PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2103/2005 van de Raad (PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1).
(7) Sedert de intrekking van de vorige buitensporigtekortprocedure ten aanzien van het Verenigd Koninkrijk in mei 1998 is het saldo van de overheidsbegroting van het Verenigd
Koninkrijk omgeslagen van een ruim overschot eind jaren negentig in een tekort van 3,2%
3
van het BBP in 2003/2004 . Deze ontwikkeling stemde overeen met een wijziging van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo van ongeveer 4 procentpunten van het BBP in de
periode 1999/2000-2003/2004. In deze jaren nam de uitgavenquote van de overheid ook toe
van minder dan 40% van het BBP tot ongeveer 43% van het BBP. Tijdens dezelfde periode
namen de bruto overheidsinvesteringen in vaste activa toe van 1,2% tot 1,6% van het BBP;
de bruto schuldquote van de overheid daalde tot 37,6% van het BBP in 2002/2003 maar laat
sindsdien een stijging zien. In combinatie met het renteverloop leidde deze ontwikkeling
ertoe dat de rentebetalingen in deze periode terugliepen van 2,9% tot 2,0% van het BBP.
3
BTP-kennisgeving van augustus 2005, neerwaarts herzien van 3,3% van het BBP. De Britse gegevens van augustus werden op 26 september 2005 door Eurostat gevalideerd.
(8) Volgens de in augustus 2005 door het Verenigd Koninkrijk medegedeelde BTP-gegevens, bleef het overheidstekort in het begrotingsjaar 2004/2005 onveranderd op 3,2% van het BBP, hetgeen
opnieuw meer dan maar toch dicht in de buurt was van de in het Verdrag vastgestelde
referentiewaarde van 3% van het BBP. De overschrijding van de referentiewaarde van 3% van
het BBP was niet uitzonderlijk. De overschrijding werd met name niet veroorzaakt door een
buiten de macht van de Britse autoriteiten vallende ongewone gebeurtenis, en zij was evenmin
het gevolg van een ernstige economische neergang. Volgens prognoses zou de groei van 3,2% in
2004 het potentiële groeicijfer hebben overtroffen, hetgeen ook gold voor de groei in het
begrotingsjaar 2004/2005. Geraamd wordt dat de output gap in 2004 positief was, hetgeen
betekent dat het begrotingstekort over het geheel genomen structureel van aard was. De over-
schrijding van de referentiewaarde door het tekort kan dan ook niet worden aangemerkt als
zijnde een gevolg van een ernstige economische neergang. De overschrijding van de in het
Verdrag vastgestelde referentiewaarde van 3% van het BBP kan evenmin als tijdelijk worden
aangemerkt op basis van de najaarsprognoses van de diensten van de Commissie voor 2005. In
2004 en 2005 bleven de bruto overheidsinvesteringen in vaste activa toenemen, tot 1,8% van het
BNP, en zij zullen volgens het Britse Pre-Budget Report in 2006/2007 2,2% en in 2007/2008
2,3% bereiken. Ervan uitgaande dat het aangekondigde begrotingsbeleid van het Verenigd
Koninkrijk geen wijzigingen zou ondergaan, werd verwacht dat het tekort zou toenemen tot iets
minder dan 3,5% van het BBP in 2005/2006 en in 2006/2007 hoger zou blijven dan 3% van het
BBP. Op basis van deze prognoses kon de overschrijding van de referentiewaarde noch als
uitzonderlijk, noch als tijdelijk in de zin van het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact worden
aangemerkt, al blijft het tekort dicht bij de referentiewaarde. Nadat de najaarsprognoses 2005
van de diensten van de Commissie waren gepubliceerd, heeft de Britse regering in het op
5 december bij het Parlement ingediende Pre-Budget Report beleidsbesluiten aangekondigd. Per
saldo zouden deze maatregelen volgens de door de Britse autoriteiten opgestelde kostenbepaling
ervan in vergelijking met het basisscenario van het aangekondigde beleid (waarmee in de
najaarsprognoses van de diensten van de Commissie rekening werd gehouden) neerkomen op
een versoepeling van het beleid met 0,1 procentpunt van het BBP in het lopende begrotingsjaar
en een verstrakking van het beleid met 0,1 procentpunt van het BBP in 2006/2007. Vergeleken
met een ongewijzigd beleid voorziet het Pre-Budget Report in een, naar verwacht blijvende,
verstrakking van 0,2 procentpunt van het BBP in 2007/2008. In het Pre-Budget Report gaan de
Britse autoriteiten ervan uit dat het tekort in 2006/2007 onder 3% zal uitkomen en in 2007/2008
tot 2,4% zal dalen. Ondanks deze maatregelen, die allemaal van structurele aard zijn, blijft het
oordeel van de Commissie onveranderd en wordt nog steeds verwacht dat het tekort in het
begrotingsjaar 2006/2007 met ongeveer 3,1% van het BBP de referentiewaarde van 3% van het
BBP zal overschrijden en bijgevolg niet van tijdelijke aard is. Er lijkt dus niet te worden voldaan
aan het tekortcriterium van het Verdrag.
(9) De schuldquote van de overheid blijft daarentegen ruimschoots onder de referentiewaarde van 60% van het BBP (in de BTP-gegevens van augustus wordt melding gemaakt van een
schuldquote van 40,8% van het BBP in het begrotingsjaar 2004/2005). Wegens de omvang
van de feitelijke en geraamde primaire tekorten is de schuldquote evenwel aan het stijgen.
Volgens de najaarsprognoses van de Commissie zou zij in 2007/2008 ongeveer 44,5% van
het BBP bedragen. Dat betekent dat ruimschoots wordt voldaan aan het schuldcriterium in
het Verdrag.
(10) Overeenkomstig artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 kunnen "relevante factoren" alleen in aanmerking worden genomen in de overeenkomstig artikel 104, lid 6,
vastgestelde beschikking van de Raad over het al dan niet bestaan van een buitensporig
tekort indien volledig is voldaan aan de tweeledige voorwaarde, namelijk dat het tekort dicht
bij de referentiewaarde blijft en dat de overschrijding door de tekort van de referentiewaarde
van tijdelijke aard is. In het geval van het Verenigd Koninkrijk is aan deze tweeledige voor-
waarde niet voldaan. Derhalve wordt in deze beschikking geen rekening gehouden met
andere relevante factoren,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uit een algehele evaluatie volgt dat er in het Verenigd Koninkrijk een buitensporig tekort bestaat.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De Voorzitter
_______________
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 2 mrt '05COM(2005)71 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 3605/93, wat de kwaliteit van de statistische gegevens in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten betreft
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 22 jul '93COM(1993)371 - Toepassing van het aan het verdrag tot oprichting van de EG gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten
- 22 jul '93COM(1993)371 - Afgeleid recht voor de tweede fase van de economische en monetaire unie

