Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma "JEUGD IN ACTIE" voor de periode 2007-2013 – Resultaat van de eerste lezing van het Europees Parlement (Straatsburg, 24 tot en met 27 oktober 2005)

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

I. INLEIDING

De rapporteur, mevrouw GRÖNER (PSE-DE), heeft namens de Commissie cultuur en onderwijs

een verslag met 53 amendementen op het voorstel voor een besluit ingediend. De fracties hebben

tijdens de plenaire vergadering nog eens 20 amendementen ingediend.

II. DEBAT

Tijdens het debat in de plenaire vergadering onderstreepte de rapporteur het belang van het

voorgestelde programma voor de ontwikkeling en de integratie van jonge Europese burgers. Zij

beklemtoonde dat de Gemeenschap moet voorzien in een budget voor de uitvoering van het

programma, met dien verstande dat enige flexibiliteit bij de toewijzing van de middelen mogelijk

moet zijn. Volgens haar moeten de acties die uit hoofde van het programma worden ondernomen,

vooral gericht zijn op de leeftijdsgroep van 15 tot 28 jaar, waar de behoeften het grootst zijn. Voorts

onderstreepte de rapporteur dat discriminatie van bepaalde groepen jongeren moet worden

bestreden en beklemtoonde zij het belang van een snelle uitbetaling van subsidies voor gekozen

projecten.

Vervolgens brachten de fracties hun standpunten naar voren. De EVP/ED beklemtoonde dat er

behoefte is aan een efficiënt en gericht jeugdbeleid op Europese schaal. Deze fractie verwoordde

het standpunt dat achtergestelde jonge Europeanen de doelgroep van dit programma moeten zijn en

dat de administratieve rompslomp tot een minimum moet worden herleid. De PSE-fractie trad de

EVP/ED bij in haar oproep tot drastische vereenvoudiging van de administratieve procedures,

zowel voor wat betreft de eisen voor (en de behandeling van) aanvragen als de uitbetaling van

bedragen. De PSE vestigde tevens de aandacht op het feit dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar

de behoeften van achtergestelde groepen.

De heer FIGEL wees er namens de Commissie op dat het nieuwe programma ten doel heeft de

continuïteit van de bestaande activiteiten te waarborgen en nieuwe activiteiten te ontwikkelen op

gebieden van bijzonder belang. Hij benadrukte dat met het programma ernaar wordt gestreefd

solidariteit en burgerschapszin bij jonge Europeanen te ontwikkelen en tegelijkertijd de

betrokkenheid bij diverse vormen van participatieve democratie aan te moedigen. Het Commissielid

benadrukte dat de zorgen van het Parlement in verband met de specifieke behoeften van jongeren

met minder kansen door het voorgestelde nieuwe programma worden ondervangen. De heer FIGEL

deelde evenwel mee niet te zullen ingaan op het in het verslag van mevrouw GRÖNER vervatte

verzoek om gedetailleerdere uitvoeringsbepalingen. Hij wees erop dat al te gebiedende bepalingen

betreffende de uitvoering van het programma tegen het subsidiariteitsbeginsel ingaan. Met

betrekking tot het budgettaire vraagstuk deelde hij mede dat hij de voorgestelde toewijzing in dit

stadium niet kon steunen, omdat de onderhandelingen over de nieuwe financiële vooruitzichten nog

niet zijn afgerond.

III. STEMMING

De plenaire vergadering nam 54 van de 73 ingediende amendementen aan. De amendementen 62 en

63 werden ingetrokken. De Commissie heeft haar standpunt ten aanzien van elk specifiek

amendement niet kenbaar gemaakt.

De tekst van de aangenomen amendementen en de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement

staan in de bijlage bij deze nota.

____________________

BIJLAGE

(25.10.2005)

Programma "Jeugd in actie" (2007-2013) ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma "JEUGD IN ACTIE" voor de periode 2007-2013 (COM(2004)0471 ­ C6-0096/2004 ­ 2004/0152(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

­ gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad

1

(COM(2004)0471) ,

­ gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 149, lid 4 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het

voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0096/2004),

­ gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

­ gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Commissie

buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6-0263/2005),

  • 1. 
    hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
  • 2. 
    wijst erop dat de kredieten die in het voorstel voor een besluit zijn vermeld van louter

indicatieve aard zijn en afhankelijk zijn van het besluit over het volgende meerjarig financieel kader;

  • 3. 
    verzoekt de Commissie om, zodra het volgende meerjarig financieel kader is goedgekeurd,

indien nodig, een voorstel in te dienen tot aanpassing van de financiële referentiebedragen;

  • 4. 
    verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende

wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

  • 5. 
    verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de

Commissie.

1 Nog niet in het PB gepubliceerd.

Door de Commissie voorgestelde tekst Amendementen van het Parlement

Amendement 1 Overweging 2

(2) Het Verdrag van de Europese Unie berust op de beginselen van vrijheid, democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. De bevordering van het actief burgerschap van jongeren dient aan de verdere ontwikkeling van deze waarden bij te dragen. (2) De Europese Unie berust op de beginselen van vrijheid, democratie, de eerbiediging van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, de gelijkheid van vrouwen en mannen en de bestrijding van discriminatie. De bevordering van het actief burgerschap van jongeren dient aan de verdere ontwikkeling van deze waarden bij te dragen. Amendement 2 Overweging 10

(10) Overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag omvat het optreden van de Gemeenschap een bijdrage tot onderwijs en opleiding van hoog gehalte en moet het erop gericht zijn de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van man en vrouw te bevorderen. (10) Overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag omvat het optreden van de Gemeenschap een bijdrage tot onderwijs en opleiding van hoog gehalte en moet het erop gericht zijn de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen. Amendement 3 Overweging 12

(12) Het is noodzakelijk het actief burgerschap te bevorderen en zich meer in te zetten voor de bestrijding van alle vormen van uitsluiting, waaronder racisme en vreemdelingenhaat. (12) Het is noodzakelijk het actief burgerschap te bevorderen, waarbij bij de uitvoering van de beleidslijnen de bestrijding van alle vormen van uitsluiting en discriminatie, waaronder op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, zoals bedoeld in artikel 13 van het EG-Verdrag, moet worden versterkt. Amendement 4 Overweging 16

(16) De in 1995 tijdens de Euro-mediterrane conferentie goedgekeurde Verklaring van Barcelona bepaalt dat uitwisselingen van jongeren een middel dienen te zijn om toekomstige generaties voor te bereiden op een hechtere samenwerking tussen de Euromediterrane partners. (16) De in 1995 tijdens de Euro-mediterrane conferentie goedgekeurde Verklaring van Barcelona bepaalt dat uitwisselingen van jongeren een middel dienen te zijn om toekomstige generaties voor te bereiden op een hechtere samenwerking tussen de Euromediterrane partners, ook op basis van universele menselijke waarden.

Amendement 5 Overweging 21

(21) Er moet worden voorzien in bijzondere bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad en de uitvoeringsmaatregelen daarvan en in afwijkingen van deze teksten die noodzakelijk zijn vanwege de kenmerken van de begunstigden en de aard van de acties. (21) Er moet worden voorzien in bijzondere bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad en de uitvoeringsmaatregelen daarvan en in afwijkingen van deze teksten die noodzakelijk zijn vanwege de kenmerken van de deelnemers en de aard van de acties. (De wijziging van "begunstigden" in "deelnemers" geldt voor de gehele wettekst; goedkeuring van dit amendement impliceert conforme aanpassingen in de gehele tekst.)

Amendement 6

Artikel 2, lid 1, letter (b)

  • b) 
    ontwikkeling van de solidariteit van jongeren, vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese Unie; b) ontwikkeling van de solidariteit en bevordering van de tolerantie van jongeren ten opzichte van diversiteit, vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese Unie; Amendement 7

Artikel 2, lid 3

  • 3. 
    De algemene doelstellingen van het programma dragen bij tot de ontwikkeling van het beleid van de Unie, met name met betrekking tot de erkenning van de culturele en multiculturele verscheidenheid van Europa, de bestrijding van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid en met betrekking tot de duurzame ontwikkeling. 3. De algemene doelstellingen van het programma dragen bij tot de ontwikkeling van het beleid van de Unie, met name met betrekking tot de erkenning van de culturele, multiculturele en taalkundige verscheidenheid van Europa, de bestrijding van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid en met betrekking tot de duurzame ontwikkeling. Amendement 8

Artikel 3, punt 1, letter b bis (nieuw)

b bis) bevorderen van de participatie van jongeren aan het democratische leven in Europa;

Amendement 9

Artikel 3, punt 1, letter d

  • d) 
    het intercultureel leren onder jongeren ontwikkelen; d) het intercultureel leren en leren van talen onder jongeren ontwikkelen; Amendement 10 Artikel 3, punt 1, letter e)
  • e) 
    propageren van de fundamentele waarden van de Unie onder jongeren; e) propageren van de fundamentele waarden van de Unie onder jongeren, met name eerbied voor de menselijke waardigheid, gelijkheid, eerbied voor de mensenrechten, tolerantie en non-discriminatie; Amendement 54

Artikel 3, punt 1, letter f bis) (nieuw)

f bis) bevorderen van sport en culturele activiteiten als middel om sociale integratie, verdraagzaamheid en non-discriminatie te stimuleren; Amendement 11

Artikel 3, punt 1, letter g

  • g) 
    de deelname van de meest kansarme jongeren aan het programma bevorderen; g) de deelname van de meest kansarme jongeren, inclusief jonge mensen met een handicap, aan het programma bevorderen; Amendement 12

Artikel 3, punt 1, letter h bis (nieuw)

h bis) het aanbieden van informele scholingsmogelijkheden met een Europese dimensie en het ter beschikking stellen van innovatieve mogelijkheden in verband met de uitoefening van het actieve burgerschap. Amendement 13 Artikel 3, punt 2, inleidende formulering

  • 2. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Ontwikkeling van de solidariteit van jongeren, vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese Unie»: 2. In het kader van de algemene doelstelling «Ontwikkeling van de solidariteit en bevordering van de tolerantie van jongeren ten opzichte van diversiteit, vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese Unie»:

Amendement 14 Artikel 3, punt 3, inleidende formule

  • 3. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Stimulering van het wederzijds begrip tussen de volkeren via de jongeren»: 3. In het kader van de algemene doelstelling «Stimulering van het wederzijds begrip tussen de jongeren van verschillende landen»:

Amendement 15

Artikel 3, punt 4, letter b)

  • b) 
    de opleiding en de samenwerking van jongerenwerkers ontwikkelen; b) de opleiding en de samenwerking van gekwalificeerde personen die actief zijn in het jeugdwerk en in jeugdorganisaties ontwikkelen;

(De wijziging van "jongerenwerkers" in "gekwalificeerde personen die actief zijn in het jeugdwerk en in jeugdorganisaties" geldt voor de gehele wettekst; goedkeuring van dit amendement impliceert conforme aanpassingen in de gehele tekst.)

Amendement 16

Artikel 3, punt 4, letter d)

  • d) 
    bijdragen tot een betere informatie van jongeren; d) bijdragen tot een betere informatie van jongeren, met bijzondere aandacht voor de toegang tot betere informatie van jongeren met een handicap; Amendement 17

Artikel 3, punt 5, inleidende formulering

  • 5. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Stimulering van de Europese samenwerking op het terrein van het jeugdbeleid»: 5. In het kader van de algemene doelstelling «Stimulering van de Europese samenwerking op het terrein van het jeugdbeleid», met inachtneming van het plaatselijke en regionale niveau:

Amendementen 19 en 20 Artikel 4, punt 3

  • 3) 
    Jeugd voor de wereld 3) Jeugd in de wereld

Deze actie beoogt de ondersteuning van projecten met de in artikel 5 van het programma vermelde partnerlanden, met name uitwisselingen van jongeren en jongerenwerkers, ondersteuning van projecten die het wederzijdse begrip tussen jongeren en hun solidariteitsbesef versterken en de ontwikkeling van de samenwerking op jeugdgebied en van maatschappelijke organisaties in deze landen. Deze actie beoogt de ondersteuning van projecten met de in artikel 5 van het programma vermelde partnerlanden, met name uitwisselingen van jongeren en gekwalificeerde personen die actief zijn in het jeugdwerk en in jeugdorganisaties, ondersteuning van projecten die het wederzijdse begrip tussen jongeren en hun solidariteits- en tolerantiebesef versterken en de ontwikkeling van de samenwerking op jeugdgebied en van maatschappelijke organisaties in deze landen.

Amendement 21 Artikel 4, punt 4

  • 4) 
    Jongerenwerkers en 4) Gekwalificeerde personen die actief zijn in het jeugdwerk en in jeugdorganisaties en ondersteuningssystemen ondersteuningssystemen

Deze actie beoogt de ondersteuning van de op Europees niveau op jeugdgebied werkzame organisaties, met name de werking van niet-gouvernementele organisaties en het opzetten van netwerken daarvan, de uitwisseling, opleiding en oprichting van netwerken van jongerenwerkers, de stimulering van de innovatie en de kwaliteit van de maatregelen, de informatie van jongeren en de invoering van voor de verwezenlijking van de programmadoelstellingen benodigde structuren en activiteiten. Deze actie beoogt de ondersteuning van de op Europees niveau op jeugdgebied werkzame organisaties, met name de werking van niet-gouvernementele organisaties en het opzetten van netwerken daarvan, de ondersteuning van projectindieners bij het organiseren van Europese jongerenprojecten en het verzekeren van kwaliteit door de uitwisseling, opleiding en oprichting van netwerken van gekwalificeerde personen die actief zijn in het jongerenwerk en in jeugdorganisaties, de stimulering van de innovatie en de kwaliteit van de maatregelen, de informatie van jongeren en de invoering van voor de verwezenlijking van de programmadoelstellingen benodigde structuren en activiteiten, alsook de bevordering van partnerschappen met plaatselijke en regionale overheden.

Amendement 22 Artikel 4, punt 5

  • 5) 
    Ondersteuning van beleidssamenwerking 5) Ondersteuning van beleidssamenwerking

Deze actie beoogt de organisatie van de dialoog tussen de diverse actoren op jeugdgebied, met name jongeren, jongerenwerkers en de politiek verantwoordelijken, het bijdragen aan de ontwikkeling van de beleidssamenwerking op jeugdgebied, het uitvoeren van de nodige werkzaamheden en het opzetten van de nodige netwerken met het oog op het verkrijgen van een beter inzicht in jongerenkwesties. Deze actie beoogt de organisatie van de dialoog tussen de diverse actoren op jeugdgebied, met name jongeren, gekwalificeerde personen die actief zijn in het jongerenwerk en in jeugdorganisaties en de politiek verantwoordelijken, de ondersteuning van jeugdseminars over sociale, culturele en politieke thema's die jonge mensen interesseren, het bijdragen aan de ontwikkeling van de beleidssamenwerking op jeugdgebied, het uitvoeren van de nodige werkzaamheden en het opzetten van de nodige netwerken met het oog op het verkrijgen van een beter inzicht in jongerenkwesties. Amendement 23 Artikel 6, lid 2

  • 2. 
    Onverminderd de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de acties in de bijlage, is het programma bestemd voor jongeren van 13 tot 30 jaar. 2. Onverminderd de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de acties in de bijlage, is het programma bestemd voor jongeren van 13 tot 30 jaar. De voornaamste doelgroep zijn echter jongeren van 15 tot 28 jaar. Amendementen 24 en 25

Artikel 6, lid 5

  • 5. 
    De programmalanden nemen passende maatregelen om de belemmeringen voor de mobiliteit van de deelnemers op te heffen, hun toegang te bieden tot de gezondheidszorg, hen in staat te stellen hun socialezekerheidsrechten te behouden en in het gastland te reizen en te verblijven. Hierbij gaat het met name om het recht op binnenkomst en verblijf en het vrije verkeer. De programmalanden nemen ­ voor zover nodig ­ passende maatregelen om het verblijf van begunstigden uit derde landen op hun grondgebied mogelijk te maken. 5. De programmalanden nemen passende maatregelen om de belemmeringen voor de mobiliteit van de deelnemers op te heffen, hun toegang te bieden tot de gezondheidszorg, hen in staat te stellen hun socialezekerheidsrechten te behouden en in het gastland te reizen en te verblijven. Hierbij gaat het met name om het recht op binnenkomst en verblijf en het vrije verkeer. De programmalanden nemen ­ voor zover nodig ­ passende maatregelen om het verblijf van deelnemers uit derde landen op hun grondgebied mogelijk te maken, om elke vorm van discriminatie te vermijden en personen met een handicap hulp te kunnen bieden.

Amendement 26

Artikel 8, lid 3

  • 3. 
    De Commissie en de programmalanden nemen passende maatregelen ter bevordering van de erkenning van het nietformele en informele onderwijs aan jongeren, met name door afgifte van een getuigschrift of certificaat van nationaal of Europees niveau, waarmee met name de door de begunstigden verworven ervaring en de directe deelname van jongeren of jongerenwerkers aan een actie van het programma wordt erkend. 3. De Commissie en de programmalanden nemen passende maatregelen ter bevordering van de erkenning van het nietformele en informele onderwijs aan jongeren, met name door afgifte van een getuigschrift of certificaat van nationaal of Europees niveau, waarmee met name de door de begunstigden verworven ervaring en de directe deelname van jongeren of gekwalificeerde personen die actief zijn in het jongerenwerk en in jeugdorganisaties aan een actie van het programma wordt erkend. Dit doel kan door de complementariteit met andere, in artikel 11 genoemde acties van de Gemeenschap beter worden verwezenlijkt. Amendement 27

Artikel 8, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. De Commissie en de deelnemende landen raadplegen het Europees Parlement, jongeren, jeugdorganisaties en andere organisaties die met de uitvoering van projecten zijn belast met het oog op de vaststelling van de doelstellingen van het programma en de evaluatie. Amendement 28

Artikel 8, lid 6, letter b), punt iii)

  • iii) 
    het beschikt over een adequate infrastructuur, met name wat betreft informaticavoorzieningen en communicatiemiddelen; iii) het beschikt over een adequate infrastructuur, met name wat betreft informaticavoorzieningen en communicatiemiddelen, die ook voldoet aan de voorwaarden voor toegang van mensen met een handicap;

Amendement 29 Artikel 8, lid 6, letter b), punt iii bis) (nieuw)

iii bis) het beschikt over personeel dat voldoende gekwalificeerd is op het gebied van jeugdwerk en jeugdbeleid en over de capaciteit om ondersteuning van de gebruikers van het programma te garanderen; Amendement 30 Artikel 8, lid 6, letter b), punt vi)

  • vi) 
    het biedt voldoende financiële waarborgen (bij voorkeur van een overheidsinstantie) en bezit een beheerscapaciteit die berekend is op de hoeveelheid communautaire middelen die het zal beheren. vi) het bezit een beheerscapaciteit die berekend is op de hoeveelheid communautaire middelen die het zal beheren. Amendement 67

Artikel 8, lid 6, letter d bis) (nieuw)

d bis) wat de te verstrekken documenten en aanvullende informatie betreft, inzonderheid volgens de onder b), vi) en d) vastgestelde criteria, het evenredigheidsbeginsel naleven. Amendement 68

Artikel 8, lid 7 bis (nieuw)

7 bis. De Commissie stelt een databank op van de onder d) bedoelde documenten. Amendement 31 Artikel 11, lid 3

  • 3. 
    De Commissie en de lidstaten van de Europese Unie zorgen voor de valorisatie van de acties van het programma die bijdragen aan de ontwikkeling van de doelstellingen van andere communautaire actieterreinen zoals met name onderwijs, opleiding, cultuur en sport. 3. De Commissie en de lidstaten van de Europese Unie zorgen voor de valorisatie van de acties van het programma die bijdragen aan de ontwikkeling van de doelstellingen van andere communautaire actieterreinen zoals met name onderwijs, opleiding, cultuur, sport, talen, sociale integratie, gelijkheid van vrouwen en mannen, gelijke kansen en bestrijding van discriminatie.

Amendement 32

Artikel 12, lid 1

  • 1. 
    De programmalanden kunnen een Europese kwaliteitsmerk ontvangen voor nationale of regionale acties die met de in artikel 4 bedoelde acties overeenkomen. 1. De programmalanden kunnen een Europese kwaliteitsmerk ontvangen voor nationale, regionale of plaatselijke acties die met de in artikel 4 bedoelde acties overeenkomen. Amendementen 64 en 69

Artikel 13, lid 1

  • 1. 
    De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma voor de in artikel 1 bedoelde periode worden vastgesteld op 915 miljoen euro. 1. Het indicatief financieel kader voor de uitvoering van dit programma voor de in artikel 1 bedoelde periode van zeven jaar te beginnen vanaf 1 januari 2007 wordt vastgesteld op 1 128 miljoen EUR.

Amendement 34

Artikel 14, lid 2

  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 176, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie, kan de Commissie afhankelijk van de kenmerken van de begunstigden en de aard van de acties besluiten of deze vrijgesteld kunnen worden van de verificatie van de benodigde beroepsbekwaamheden en ­kwalificaties om de actie of het werkprogramma tot een goed einde te brengen. 2. Overeenkomstig artikel 176, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie, kan de Commissie afhankelijk van de kenmerken van de deelnemers en de aard van de acties besluiten of deze vrijgesteld kunnen worden van de verificatie van de benodigde beroepsbekwaamheden en -kwalificaties om de actie of het werkprogramma tot een goed einde te brengen. De Commissie moet het principe van proportionaliteit respecteren bij het bepalen van de verplichtingen in verhouding tot de grootte van de financiële steun, daarbij rekening houdend met de eigenschappen van de deelnemers, met hun leeftijd, de aard van de actie en de omvang van de financiële steun.

Amendementen 55 en 70

Artikel 14, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. De steunprocedure is zo kort mogelijk en de organisaties worden zo snel mogelijk in kennis gesteld van het resultaat. De Commissie waarborgt dat er niet meer dan vier maanden verstrijken tussen de officiële ontvangst van een aanvraag van een organisatie en de eerste betaling op de rekening van de begunstigde, vooropgesteld dat de aanvraag wordt gehonoreerd. Dit is niet van toepassing op de acties 4.1 en 4.2 van het programma. Amendement 36

Bijlage, actie 1, alinea 1 bis (nieuw)

De indicatieve financiële middelen voor Actie 1 bedragen niet minder dan 30% van het totale bedrag, dat voor alle vijf acties (voor de periode 2007-2013) beschikbaar is.

Amendement 37 Bijlage, actie 1, punt 1.1, alinea 4 bis (nieuw)

Activiteiten ter voorbereiding en opvolging, met name op taalkundig en intercultureel gebied, die de actieve deelname van jongeren aan projecten beogen te versterken, worden in het kader van deze actie ondersteund.

Amendement 38

Bijlage, actie 1, punt 1.2, alinea 1

Bij deze maatregel worden projecten ondersteund, in het kader waarvan jongeren actief en direct door henzelf opgezette activiteiten uitvoeren en waarbij zij de hoofdrol spelen om zo eigen initiatief, ondernemingszin en creativiteit te kunnen ontwikkelen. Deze maatregel is in principe bestemd voor jonge mensen tussen 18 en 30 jaar, hoewel ook jongeren vanaf 16 jaar ­ mits onder adequate begeleiding ­ aan bepaalde initiatieven kunnen deelnemen. Bij deze maatregel worden projecten ondersteund, in het kader waarvan jongeren actief en direct door henzelf opgezette activiteiten uitvoeren en waarbij zij de hoofdrol spelen om zo eigen initiatief, ondernemingszin en creativiteit te kunnen ontwikkelen. Deze maatregel is in principe bestemd voor jonge mensen tussen 16 en 30 jaar. Amendement 39 Bijlage, actie 1, punt 1.3, alinea 1

Via deze maatregel worden projecten of activiteiten ondersteund die bedoeld zijn om de participatie van jongeren aan het democratische bestel te bevorderen. Deze projecten en activiteiten zijn gericht op de actieve deelname van jongeren aan het leven in hun lokale, regionale of nationale gemeenschap. Via deze maatregel worden projecten of activiteiten ondersteund die bedoeld zijn om de participatie van jongeren aan het democratische bestel te bevorderen. Deze projecten en activiteiten zijn gericht op de actieve deelname van jongeren aan het leven in hun lokale, regionale of nationale gemeenschap en op internationaal niveau. Amendement 40

Bijlage, actie 2, alinea 1 bis (nieuw)

De indicatieve financiële middelen voor Actie 2 bedragen niet minder dan 23% van het totale bedrag dat voor alle vijf acties (voor de periode 2007-2013) beschikbaar is. Amendement 41 Bijlage, actie 2, punt 2.2, alinea 1

Door middel van deze maatregel worden vrijwilligersprojecten ondersteund die dezelfde kenmerken hebben als de in punt 2.1 beschreven projecten en worden groepen jongeren in staat gesteld gemeenschappelijk deel te nemen aan activiteiten van Europees of internationaal belang op de terreinen cultuur, sport, civiele bescherming, milieu, ontwikkelingshulp, enz. Door middel van deze maatregel worden vrijwilligersprojecten ondersteund die dezelfde kenmerken hebben als de in punt 2.1 beschreven projecten en worden groepen jongeren in staat gesteld gemeenschappelijk deel te nemen aan activiteiten die op lokaal, regionaal, nationaal, Europees of internationaal niveau zijn opgezet.

Amendement 42 Bijlage, actie 2, punt 2.2, alinea 3

Afhankelijk van de uit te voeren taken en de situaties waarin de vrijwilligers worden ingezet, kan het noodzakelijk zijn dat voor bepaalde soorten projecten kandidaten met specifieke vaardigheden worden geselecteerd. Schrappen

Amendement 43 Bijlage, actie 3, titel

Actie 3 - Jeugd voor de wereld Actie 3 - Jeugd in de wereld Amendement 44

Bijlage, actie 3, alinea 1 bis (nieuw)

De indicatieve financiële middelen voor Actie 3 bedragen niet minder dan 4% van het totale bedrag dat voor alle vijf acties (voor de periode 2007-2013) beschikbaar is. Amendement 45 Bijlage, actie 3, punt 3.1, alinea 1

Via deze maatregelen worden partnerlanden van het programma ondersteund, die nabuurlanden van het uitgebreide Europa zijn. Via deze maatregelen worden partnerlanden van het programma ondersteund, die overeenkomst de bepalingen inzake het Europese nabuurschapsbeleid van de Unie en overeenkomstig artikel 5, lid 2 als nabuurlanden worden beschouwd. ______________

1

Onder voorbehoud van toekomstige ontwikkelingen _______________

worden als nabuurlanden beschouwd: Wit-Rusland, Moldavië, de Russische Federatie, Oekraïne, Algerije, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, de Palestijnse gebieden, Syrië en Tunesië.

2

Onder voorbehoud van toekomstige ontwikkelingen

worden als nabuurlanden beschouwd: Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië, de Russische Federatie, Oekraïne, Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, de Palestijnse gebieden, Syrië en Tunesië.

Amendement 46

Bijlage, actie 4, alinea 1 bis (nieuw)

De indicatieve financiële middelen voor Actie 4 bedragen niet minder dan 15% van het totale bedrag dat voor alle vijf acties (voor de periode 2007-2013) beschikbaar is.

Amendement 47

Bijlage, actie 4, punt 4.1, alinea 6 bis (nieuw)

De Commissie moet een gebruikershandleiding ter beschikking stellen met eenduidige uitleg over de wettelijke rechten en plichten van degenen die een toegekende subsidie aanvaarden.

Amendement 48 Bijlage, actie 4, punt 4.1, alinea 7 bis (nieuw)

Met het oog op de duurzaamheid en continuïteit van de conform Besluit nr. 790/2004/EG opgerichte jeugdorganisaties bedraagt het jaarlijks onder Actie 4.1 toegekende subsidiebedrag minimaal 2,6 miljoen EUR. Amendement 49

Bijlage, actie 4, punt 4.2, alinea 2

De voor subsidiëring in aanmerking komende uitgaven van het Europees Jeugdforum betreffen zowel zijn exploitatiekosten als de uitgaven die nodig zijn voor de uitvoering van zijn acties. Om de continuïteit van het Europees Jeugdforum te garanderen, wordt bij de toekenning van de middelen van het programma rekening gehouden met de volgende richtsnoer: de jaarlijks aan het Europees Jeugdforum toegekende middelen bedragen niet minder dan 2 miljoen EUR. De voor subsidiëring in aanmerking komende uitgaven van het Europees Jeugdforum betreffen zowel zijn exploitatiekosten als de uitgaven die nodig zijn voor de uitvoering van zijn acties. Om de continuïteit van het Europees Jeugdforum te garanderen, wordt bij de toekenning van de middelen van het programma rekening gehouden met de volgende richtsnoer: de jaarlijks aan het Europees Jeugdforum toegekende middelen bedragen niet minder dan 2,2 miljoen EUR.

Amendement 50 Bijlage, actie 4, punt 4.5

In het kader van deze maatregel worden de informatie en communicatie ten behoeve van jongeren ondersteund door de verbetering van hun toegang tot relevante informatie en communicatiediensten, zodat zij in grotere mate kunnen deelnemen aan het openbare leven en hun potentieel als actieve en verantwoordelijke burgers beter kunnen verwezenlijken. Met het oog hierop wordt steun verleend aan activiteiten op Europees en nationaal niveau waardoor jongeren beter toegang verkrijgen tot informatie en communicatiediensten, waardoor de verspreiding van kwalitatief hoogwaardige informatie en de deelname van jongeren aan de voorbereiding en verspreiding van informatie worden bevorderd. Met name draagt deze maatregel bij aan de totstandkoming van Europese, nationale, regionale en lokale jongerenportalen ter verspreiding van voor jongeren bestemde informatie via allerlei ­ in het bijzonder de door jongeren meest gebruikte ­ informatiekanalen. Ook kunnen op deze wijze maatregelen worden ondersteund ter bevordering van de medewerking van jongeren bij de formulering en verspreiding van begrijpelijke, gebruikersvriendelijke en gerichte adviezen en informatie ter verbetering van de kwaliteit van de informatie en de toegang van jongeren hiertoe. In het kader van deze maatregel worden de informatie en communicatie ten behoeve van jongeren ondersteund door de verbetering van hun toegang tot relevante informatie en communicatiediensten, zodat zij in grotere mate kunnen deelnemen aan het openbare leven en hun potentieel als actieve en verantwoordelijke burgers beter kunnen verwezenlijken. Met het oog hierop wordt steun verleend aan activiteiten op Europees en nationaal niveau waardoor jongeren beter toegang verkrijgen tot informatie en communicatiediensten, waardoor de verspreiding van kwalitatief hoogwaardige informatie en de deelname van jongeren aan de voorbereiding en verspreiding van informatie worden bevorderd. Met name draagt deze maatregel bij aan de totstandkoming van Europese, nationale, regionale en lokale jongerenportalen ter verspreiding van voor jongeren bestemde informatie via allerlei ­ in het bijzonder de door jongeren meest gebruikte ­ informatiekanalen. Ook kunnen op deze wijze maatregelen worden ondersteund ter bevordering van de medewerking van jongeren bij de formulering en verspreiding van begrijpelijke, gebruikersvriendelijke en gerichte adviezen en informatie ter verbetering van de kwaliteit van de informatie en de toegang van jongeren hiertoe. In alle publicaties moet expliciet en duidelijk met gendergelijkheid rekening worden gehouden en geslachtsspecifieke taal gebruikt worden. Amendement 51

Bijlage, actie 5, alinea 1 bis (nieuw)

De indicatieve financiële middelen voor Actie 5 bedragen niet minder dan 4% van het totale bedrag, dat voor alle vijf acties (voor de periode 2007-2013) beschikbaar is.

Amendement 59

Bijlage, actie 5, punt 5.1.

Via deze maatregel worden activiteiten ondersteund waardoor beleidssamenwerking en de gestructureerde dialoog tussen jongeren en hun organisaties en de politiek verantwoordelijken mogelijk worden gemaakt. Met name beogen deze activiteiten de bevordering van de samenwerking en de uitwisseling van ideeën en goede praktijken op jeugdgebied, de door de voorzitterschappen van de Unie georganiseerde conferenties en andere maatregelen ter benutting en verspreiding van de resultaten van de projecten en activiteiten op jeugdterrein van de Europese Unie. Via deze maatregel worden activiteiten ondersteund waardoor beleidssamenwerking en de gestructureerde dialoog tussen jongeren en hun organisaties en de politiek verantwoordelijken mogelijk worden gemaakt. Met name beogen deze activiteiten de bevordering van de samenwerking en de uitwisseling van ideeën en goede praktijken op jeugdgebied, de door de voorzitterschappen van de Unie georganiseerde conferenties, de ondersteuning van jeugdseminaries die de betrokkenheid van jongeren in Europa als politiek, sociaal en culturele gemeenschap aanmoedigen en ondersteunen en andere maatregelen ter benutting en verspreiding van de resultaten van de projecten en activiteiten op jeugdterrein van de Europese Unie. Amendementen 58 en 73

Bijlage, actie 5, punt 5.1 bis (nieuw)

5.1 bis. Europese Week van de Jeugd In deze context wordt de Europese Week van de Jeugd als vast onderdeel van het Europese jeugdbeleid een steeds terugkerend evenement. Een team jongeren moet meehelpen bij de planning en organisatie van de activiteiten, zodat de participatie van jongeren daadwerkelijk het hart van deze week vormt. De volgende activiteiten moeten tijdens de Europese Week van de Jeugd op gecentraliseerde en gedecentraliseerde basis plaatsvinden: - informatieverstrekking over het werk van de Europese instellingen; - activiteiten waarbij jongeren de parlementsleden kunnen aanspreken op de dingen die hen bezighouden; - een prijsuitreiking voor de beste door het jeugdprogramma gestimuleerde jeugdprojecten.

Amendement 53 Bijlage, punt 6, alinea 1 bis (nieuw)

Voor de presentatie van praktijkervaringen en modelprojecten moet een database met alle informatie over bestaande ideeën betreffende jeugdactiviteiten op Europees niveau worden gemaakt.

_______________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie