Economische en Financiële Zaken
Luxemburg, 11 oktober 2005
Voorzitter de heer Gordon Brown Minister van Financiën (Chancellor of the Exchequer) van het Verenigd Koninkrijk P E R S
W e t s t r a a t 1 7 5 B 1 0 4 8 B R U S S E L T e l . : + 3 2 ( 0 ) 2 2 8 5 6 0 8 3 / 6 3 1 9 F a x : + 3 2 ( 0 ) 2 2 8 5 8 0 2 6
Voornaamste resultaten van de Raadszitting
1
INHOUD
DEELNEMERS.................................................................................................................................. 4
BESPROKEN PUNTEN
AARDBEVING IN ZUID AZIE........................................................................................................................6
PROCEDURE BIJ BUITENSPORIGE TEKORTEN........................................................................................7
Hongarije follow up van de aanbeveling van de Raad uit hoofde van artikel 104, lid 7 .........................7
ECONOMISCHE REVITALISERING VAN DE WESTELIJKE JORDAANOEVER EN DE GAZASTROOK .................................................................................................................................................8
DIALOOG MET DE VERENIGDE STATEN ..................................................................................................9
MEDEDINGINGSBELEID ENQUÊTES INZAKE FINANCIËLE DIENSTEN EN ENERGIE ................10
FINANCIËLE DIENSTEN FOLLOW UP VAN HET GROENBOEK VAN DE COMMISSIE.................11
FINANCIËLE MARKTEN EN DIENSTEN: betere regelgeving ...................................................................13
ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN
ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN
Nieuwe vereisten inzake kapitaaltoereikendheid voor banken en beleggingsondernemingen .............................. 14
Regels ter verhoging van de betrouwbaarheid van rekeningen van ondernemingen ............................................. 15 Financiële ondersteuning op middellange termijn van de lidstaten Conclusies van de Raad ............................. 15
Stabiliteits en groeipact Gedragscode Conclusies van de Raad....................................................................... 16 BELASTINGEN
BTW Duitsland en Nederland Grensoverschrijdende brug............................................................................... 17 EXTERNE BETREKKINGEN
Indonesië Waarnemingsmissie van de EU in Atjeh ............................................................................................ 17
1 Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens. De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad http://ue.eu.int.
Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.
DEELNEMERS
De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:
België: de heer Jan DE BOCK
permanent vertegenwoordiger
Tsjechische Republiek de heer Tomás PROUZA
onderminister van Financiën
Denemarken: de heer Thor PEDERSEN
minister van Financiën
Duitsland: de heer Wilhelm SCHÖNFELDER
permanent vertegenwoordiger
Estland: de heer Aivar SÕERD
minister van Financiën
Griekenland: de heer Georgios ALOGOSKOUFIS
minister van Nationale Economie en Financiën
Spanje: de heer Pedro SOLBES MIRA
tweede vice minister president en minister van Economische Zaken en Financiën
Frankrijk: de heer Pierre SELLAL
permanent vertegenwoordiger
Ierland: Mr Bobby McDONAGH
permanent vertegenwoordiger
Italië: de heer Rocco Antonio CANGELOSI
permanent vertegenwoordiger
Cyprus: de heer Michalis SARRIS
minister van Financiën
Letland: de heer Oskars SPURDZINS
minister van Financi÷n
Litouwen: de heer Zigmantas BALCYTIS
minister van Financiën
Luxemburg: mevrouw Martine SCHOMMER
permanent vertegenwoordiger
Hongarije de heer János VERES
minister van Financiën
Malta: de heer Tonio FENECH
parlementair secretaris, ministerie van Financiën
Nederland: de heer Gerrit ZALM
vice minister president, minister van Financiën
Oostenrijk: de heer Karl Heinz GRASSER
minister van Financiën
Polen: de heer Miroslaw GRONICKI
minister van Financiën
Portugal: de heer Fernando TEIXEIRA DOS SANTOS
minister van Financiën en Overheidsdienst
Slovenië: de heer Ziga LAVRIC
staatssecretaris, ministerie van Financiën
Slowakije: de heer Ivan MIKLOS
vice minister president, minister van Financiën
Finland: de heer Eero HEINÄLUOMA
vice minister president, minister van Financiën
Zweden: de heer Pär NUDER
minister van Financiën
Verenigd Koninkrijk: de heer Gordon BROWN
minister van Financiën (Chancellor of the Exchequer)
mevrouw Dawn PRIMAROLO Thesaurier Generaal
Commissie: de heer Joaquín ALMUNIA
lid
mevrouw Neelie KROES lid
de heer Charlie McCREEVY lid
Overige deelnemers: de heer Jean Claude TRICHET
president van de Europese Centrale Bank
de heer Philippe MAYSTADT president van de Europese Investeringsbank
de heer Caio Kai KOCH WESER voorzitter van het Economisch en Financieel Comité de heer Joe GRICE voorzitter van het Comité van Economische Politiek
De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:
Bulgarije de heer Plamen ORESHARSKI
minister van Financiën
Roemenië: de heer Sebstian VLADESCU
minister van Openbare Financiën
BESPROKEN PUNTEN
AARDBEVING IN ZUID-AZIE
De Raad nam nota van de volgende verklaring van het voorzitterschap:
"Wij zijn allen diep geschokt door de verschrikkelijke aardbeving waardoor Zuid Azië zaterdag morgen is getroffen. De EU heeft onmiddellijk gereageerd. Zodra zondag duidelijk werd dat de aardbeving tragische gevolgen had, zegde de Commissie onmiddellijke humanitaire steun toe. Zij bestudeert momenteel met spoed wat ze na de eerste alarmfase kan doen. Ook de regeringen van de lidstaten hebben hulp en ondersteuning geboden, onder andere in de vorm van gespecialiseerde reddingsploegen.
Als voorzitter willen wij namens deze Raad van deze plaats een boodschap sturen, niet alleen van medeleven, solidariteit en steun jegens alle getroffenen, maar ook van onze bereidheid om als Gemeenschap én als nationale regeringen de verdere steun te verlenen die nodig is om de gevolgen van deze humanitaire ramp te verlichten en mee te helpen bij de wederopbouw. Wij roepen de Wereldbank, het IMF en de VN organen op al het mogelijke te doen voor de bijstandsverlening en de wederopbouw van het land."
PROCEDURE BIJ BUITENSPORIGE TEKORTEN
Hongarije follow-up van de aanbeveling van de Raad uit hoofde van artikel 104, lid 7
De Raad nam nota van de situatie in verband met het Hongaarse tekort op de overheidsbegroting, en van het voornemen van de Commissie om voor te stellen over te gaan tot de volgende stap in de buitensporig tekortprocedure van de EU.
Volgens de Commissie is Hongarije er niet in geslaagd gevolg te geven aan de opeenvolgende aan bevelingen van de Raad in het kader van artikel 104, lid 7 van het Verdrag, aangaande de maat regelen die genomen moeten worden om het begrotingstekort van de overheid onder de referentie waarde van 3% van het bruto binnenlands product (BBP) te brengen. Zij is derhalve voornemens met een aanbeveling te komen op grond waarvan de Raad in de zitting van 8 november een besluit kan nemen waarin hij overeenkomstig artikel 104, lid 8, van het Verdrag vaststelt dat geen effectief gevolg is gegeven aan zijn aanbeveling.
De Raad heeft in juli 2004 en in maart 2005 reeds aanbevelingen gedaan in de context van artikel 104, lid 7, en in januari 2005 een besluit genomen overeenkomstig artikel 104, lid 8, waarin werd vastgesteld dat er nog geen efficiënte maatregelen genomen waren als reactie op de eerste van deze aanbevelingen.
ECONOMISCHE REVITALISERING VAN DE WESTELIJKE JORDAANOEVER EN DE GAZASTROOK
De Raad werd door de Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) ingelicht over de stand van de voorbereiding van de steun die de EU in samenwerking met andere landen en organisaties die in de regio actief zijn gaat leveren aan de economische revitalisering van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, na de gedeeltelijke terugtrekking van Israël uit deze gebieden.
De voorzitter van de Raad, Gordon Brown, deelde mee dat hij binnenkort een bezoek zal brengen aan de regio, in gezelschap van Commissaris Joaquín Almunia en EIB president Philippe Maystadt.
DIALOOG MET DE VERENIGDE STATEN
De Raad ging na of de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) nauwer betrokken zou moeten worden bij de voorbespreking van de economische en financiële aspecten van de top ontmoetingen EU VS, en bij de dialoog met de Amerikaanse autoriteiten over een aantal kwesties inzake samenwerking bij regelgeving, financiële diensten en innovatie.
De voorzitter concludeerde dat de Raad positief staat tegenover het initiatief dat het Britse voorzitterschap samen met de komende Oostenrijkse en Finse voorzitterschappen heeft genomen; hij beklemtoonde het belang van de als doel gestelde groeiende betrokkenheid van de Raad Ecofin bij deze processen en nam nota van de conclusies van het document van de drie voorzitterschappen:
· Hij sprak zijn waardering uit voor de inzet van de Commissie, de Raad Algemene Zaken en
Externe Betrekkingen en de werkgroepen EU VS, en wees erop dat de lidstaten en de Commissie nauw moeten samenwerken.
· Op gebieden waarop er voor de EU voordelen vallen te behalen, kunnen de bestaande processen
versterkt en aangevuld worden door Ecofin overleg.
· Hij juichte het toe dat er gestreefd wordt naar samenwerking bij regelgeving, en benadrukte dat
die mogelijkheden optimaal benut moeten worden om de transatlantische economische betrekkingen uit te bouwen.
· De Raad ziet uit naar de informatie van de Commissie aan de ministers van Financiën over de
vooruitgang in de economische samenwerking die geboekt is in de aanloop naar de EU VS Top van 2006, ook met betrekking tot samenwerking bij regelgeving, waarmee open, concurrentiële financiële markten en innovatie moeten worden bevorderd.
MEDEDINGINGSBELEID - ENQUÊTES INZAKE FINANCIËLE DIENSTEN EN ENERGIE
De Raad werd door de Commissie ingelicht over de enquêtes die op 13 juni van start zijn gegaan betreffende eventuele obstakels voor de concurrentie in de retail bankingsector (inclusief de betaal kaart), de bedrijfsverzekeringssector en de gas en elektriciteitsmarkten.
1
De enquêtes zijn bedoeld om
· na te gaan of er, hetzij door de Commissie, hetzij door de nationale mededingingsautoriteiten, op
grond van artikel 81 of artikel 82 van het Verdrag, mededingingsbeperkende praktijken en misbruiken van dominante marktposities aangepakt kunnen worden,
· de transparantie van prijsstelling en andere handelspraktijken te vergroten zodat de consument
een beter onderbouwde keuze kan maken, en de dienstverlener gedwongen is zijn gedrag aan te passen.
De termijn voor het reageren op het verzoek van de Commissie om informatie was medio september en de enquêtes zijn nu de volgende fase ingegaan. De Raad ziet uit naar de informatie van de Commissie aan de ministers van Financiën over de ontwikkelingen.
1
http://europa.eu.int/comm/competition/antitrust/others/sector_inquiries/financial_services/co mmunication_en.pdf
FINANCIËLE DIENSTEN - FOLLOW-UP VAN HET GROENBOEK VAN DE COMMISSIE
De Raad werd door de Commissie ingelicht over de follow up van het actieplan voor financiële diensten en nam de volgende conclusies aan:
"De Raad
IS INGENOMEN met het overzicht van het beleid van de Commissie op het gebied van finan
ciële diensten voor 2005 2010, zoals dat in het groenboek van de Commissie wordt gepresenteerd;
NEEMT ER NOTA VAN dat het groenboek grotendeels spoort met zijn conclusies van 2 juni en
16 november 2004;
BENADRUKT opnieuw dat de volledige en coherente uitvoering en de daadwerkelijke hand
having van alle maatregelen van het actieplan financiële diensten thans prioriteit moeten krijgen; ONDERSTREEPT dat de lidstaten hun rol moeten vervullen door de in het kader van het actie plan financiële diensten overeengekomen teksten tijdig om te zetten en toe te passen, dat de EU regelgevers en toezichthouders de nodige bevoegdheden inzake het toezicht moeten worden verleend en dat zij moeten helpen bij het consequent dagelijks toepassen van en toezicht houden op de voorschriften;
BENADRUKT dat het momentum moet worden vastgehouden om belangrijke lopende initia
tieven, zoals de voorbereiding van het project "Solvabiliteit II" in de verzekeringssector af te ronden; IS INGENOMEN MET de aanpak van de Commissie gericht op een verdere integratie op basis van een systematische analyse van de resterende belemmeringen en van de effecten, per geval, van het wegnemen van die belemmeringen.
BEKLEMTOONT het belang van de aanpak inzake de betere regelgeving die door de
Commissie zal worden toegepast op alle nieuwe initiatieven, waaronder open en transparant overleg op alle niveaus waarbij ook de consumenten op passende wijze worden betrokken, grondige economische effectenbeoordelingen vooraf en evaluaties achteraf, dit alles op basis van een duidelijke en transparante methodologie.
ONDERSTREEPT dat de lidstaten eveneens naar hun beste vermogen moeten bijdragen tot het
totstandbrengen van betere regelgeving en VERBINDT ZICH ERTOE effectbeoordelingen uit te voeren met betrekking tot ingrijpende amendementen van de Raad op wetgevingsvoorstellen;
BEKLEMTOONT dat een geïntegreerde EU markt voor financiële diensten verdere uitdagingen
voor het financiële toezicht in Europa inhoudt, vooral wat betreft het toezicht op grens overschrijdende groepen en entiteiten, en MOEDIGT het CFD derhalve AAN de lopende werk zaamheden ter versterking van de toezichtregelingen van de EU voort te zetten, en ZIET in het bijzonder UIT naar diens beoordeling van verdere beleidsprioriteiten bij de ontwikkeling van het financieel toezicht in de EU;
IS INGENOMEN met de voortdurende inspanningen van de Commissie, het CFD en het EFC op
het gebied van financiële stabiliteit en crisisbeheersing, en VERZOEKT de Commissie om na te gaan welke obstakels de informatie uitwisseling tussen de toezichthoudende autoriteiten, de centrale banken en de ministeries van Financiën in de EU in de weg staan, en om de huidige regelingen voor depositogarantiestelsels te evalueren;
ONDERSCHRIJFT het standpunt van de Commissie dat verwacht kan worden dat de synergieën
met andere beleidsgebieden, in het bijzonder met het mededingingsbeleid en het consumenten beleid, in de toekomst zullen toenemen;
IS HET EENS met de Commissie dat het wereldwijde concurrentievermogen van de EU van
belang is, en VERZOEKT de Commissie derhalve om de dialoog tussen toezichthouders en regelgevers van de EU en de VS en andere belangrijke handelspartners verder te ontwikkelen door die dialoog proactiever en toekomstgerichter te maken; en
ONDERSTREEPT dat hij voornemens is tijdens de zitting van december de strategie die de
Commissie na het actieplan financiële diensten zal volgen, verder te evalueren in het licht van het Witboek van de Commissie."
FINANCIËLE MARKTEN EN DIENSTEN: betere regelgeving
De Raad werd door de voorzitters van het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER), het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen (CETVB) en het Comité van Europese bankentoezichthouders (CEBT) ingelicht over de lopende werkzaamheden ter verbetering van de Europese financiële wetgeving en de samenwerking tussen toezichthouders; hij gaf hun opdracht hun werk voort te zetten.
Het CEER, het CETVB en het CEBT hebben praktische stappen voor ogen om nationale regel gevers ertoe aan te zetten gezamenlijk te werken aan de vergroting van hun efficiëntie door de regelgeving uit te dunnen, nu de Europese financiële markten meer en meer geïntegreerd raken.
Implementatie en supervisie nemen tevens een prominente plaats in in het Groenboek van de Commissie over het beleid op het gebied van financiële diensten voor de periode 2005 2010.
*
* *
Tijdens de lunch werden de ministers ingelicht over het resultaat van het Eurogroepoverleg van 10 oktober, en over de recente bijeenkomsten van de G7 en het IMF in Washington.
Zij bespraken de financiële consequenties van de hervorming van de gemeenschappelijke markt ordening in de EU van de suikersector, en werden ingelicht over het resultaat van de informele besprekingen tussen de deskundigen van de lidstaten over de gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie over directe belasting.
ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN
ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN
Nieuwe vereisten inzake kapitaaltoereikendheid voor banken en beleggingsondernemingen
De Raad nam nota van de overeenstemming over twee ontwerp richtlijnen ter invoering van nieuwe vereisten inzake kapitaaltoereikendheid voor banken en beleggingsondernemigen, en aanvaardde alle amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing had aangenomen (11545/05 en 12831/05). Zodra de teksten zijn bijgewerkt, kunnen beide richtlijnen zonder debat op een komende Raadszitting worden aangenomen.
De nieuwe eisen moeten bijdragen aan de financiële stabiliteit en het vertrouwen in het financieel stelsel vergroten door een beter risicobeheer van financiële instellingen te stimuleren. Ze vormen een onderdeel van het actieplan van de EU inzake financiële diensten en zijn bedoeld om de concurrentiepositie van de Europese economie te verbeteren door middel van een verlaging van de kapitaalkosten voor bedrijven.
1
De nieuwe eisen volgen de internationale richtsnoeren die in juni 2004 (Bazel II overeenkomst)
zijn opgesteld door het Bazels Comité voor bankentoezicht, en die normen en richtsnoeren voor toezicht bevatten en de beste praktijken voor bankentoezicht aanbevelen.
Zie voor meer details Persmededeling 13166/05.
1
Dat Comité bestaat uit vertegenwoordigers van België, Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Luxemburg, Nederland, Spanje, Zweden, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De lidstaten worden vertegenwoordigd door hun centrale bank en door hun met het bedrijfseconomisch toezicht op het bankwezen belaste autoriteiten.
Regels ter verhoging van de betrouwbaarheid van rekeningen van ondernemingen
De Raad nam nota van de overeenstemming over de ontwerp richtlijn voor het actualiseren van de regels voor accountantscontroles op rekeningen van bedrijven en aanvaardde alle amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing had aangenomen. hij aanvaardde alle amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing had aangenomen. Zodra de tekst is bijgewerkt kan de richtlijn zonder debat in een komende Raadszitting worden aangenomen (7677/04 en 12617/05).
Doel van de richtlijn is de jaarrekeningen van bedrijven betrouwbaarder te maken door minimum voorschriften op te stellen voor de wettelijke accountantscontrole van de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekeningen.
Het toepassingsgebied van de EU wetgeving (Richtlijn 84/253/EEG) wordt verruimd door de taken van de met de wettelijke controle belaste accountants, hun onafhankelijkheid en ethische houding te omschrijven, regels in te voeren voor externe kwaliteitsborging, een beter extern toezicht op het beroep van accountant en een betere samenwerking tussen de toezichtinstanties in de EU. Tevens worden de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG inzake accountants gewijzigd.
Zie voor meer details Persmededeling 13165/05.
Financiële ondersteuning op middellange termijn van de lidstaten - Conclusies van de Raad
De Raad nam de volgende conclusies aan:
"Op 18 februari 2002 heeft de Raad een communautair mechanisme ingesteld voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de lidstaten die de euro niet hebben aangenomen en die zich voor feitelijke of ernstig dreigende moeilijkheden met betrekking tot de lopende rekening van de betalingsbalans of het kapitaalverkeer gesteld zien (Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad).
Aangezien drie jaar zijn verstreken sinds de verordening is vastgesteld, heeft de Commissie een mededeling opgesteld (doc. 11589/05 ECOFIN 259 COM(2005) 331 def.) die dienst doet als verslag aan de Raad over de werking van het mechanisme. Het EFC heeft op 30 september advies uitgebracht.
De Raad heeft het verslag van de Commissie en het advies van het EFC zorgvuldig bestudeerd. De Raad:
· is van oordeel dat het beginsel van het mechanisme en de aan de instelling ervan ten grondslag
liggende redenering nog steeds relevant zijn, hoewel er sinds de vaststelling van de verordening nog geen beroep op het mechanisme is gedaan;
· acht het thans geldende maximum hoog genoeg om tegelijkertijd aan de behoeften van meerdere
lidstaten te voldoen;
· is ingenomen met de actualisering van het "European medium term note" programma
(EMTN programma) als kaderovereenkomst betreffende de emissie van obligaties.
De Raad is derhalve van oordeel dat het mechanisme in dit stadium niet behoeft te worden
gewijzigd."
Stabiliteits- en groeipact - Gedragscode - Conclusies van de Raad
De Raad nam de volgende conclusies aan:
"De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan een gedragscode betreffende specificaties inzake de uitvoering van het stabiliteits en groeipact en richtsnoeren inzake de inhoud en de vorm van stabiliteits en convergentieprogramma's.
Deze gedragscode actualiseert en vervangt het advies van het Economisch en Financieel Comité over de inhoud en de vorm van de stabiliteits en convergentieprogramma's, bekrachtigd door de Raad op 10 juli 2001. De gedragscode is geactualiseerd overeenkomstig het verslag van de Raad Ecofin van 20 maart 2005 "De uitvoering van het stabiliteits en groeipact verbeteren", bekrachtigd door de Europese Raad van 22 23 maart 2005, en de twee Verordeningen nr. 1055/05 en nr. 1056/05 tot wijziging van de Verordeningen nr. 1466/97 en nr. 1467/97, die zijn aangenomen op 27 juni 2005 en het pact aanvullen.
De Raad bevestigt dat het stabiliteits en groeipact een essentieel onderdeel van het macro econo misch kader van de Economische en Monetaire Unie is. De Raad is van mening dat deze herziene gedragscode de richtsnoeren bevat voor een consistente, evenwichtige uitvoering van het stabiliteits en groeipact, alsmede voor de inhoud en de vorm van de stabiliteits en convergentie programma's."
BELASTINGEN
BTW - Duitsland en Nederland - Grensoverschrijdende brug
De Raad heeft een beschikking gegeven waarbij Duitsland en Nederland gemachtigd worden af te wijken van de EU regels inzake omzetbelasting ter vereenvoudiging van de procedure voor het heffen van belasting op de bouw van een grensoverschrijdende brug (12036/05).
Voor belastingdoeleinden zal de brug over de Rodebach tussen Selfkant (ten noorden van Millen, Duitsland) en Echt Susteren (ten noorden van Sittard, Nederland), wat betreft de levering van goederen en diensten, intracommunautaire verwervingen en invoer van goederen bestemd voor de bouw, het herstel en de renovatie van de brug, beschouwd worden als liggende op Duits grond gebied.
De Nederlandse en de Duitse autoriteiten hebben deze maatregel in oktober 2004 aangevraagd.
EXTERNE BETREKKINGEN
Indonesië - Waarnemingsmissie van de EU in Atjeh
De Raad stemde in met de sluiting van overeenkomsten met Brunei, Singapore, Maleisië, Thailand en de Filippijnen aangaande de deelneming van die landen aan de EU Waarnemingsmissie in Atjeh (Indonesië).
- 25 jul '05COM(2005)331 - Evaluatie van het op grond van artikel 119 van het Verdrag ingestelde mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de lidstaten
- 20 apr '05COM(2005)154 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 9 mrt '01COM(2001)113 - Instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (COM(2001) 113 def. — 2001/0062(CNS))
- 16 okt '96COM(1996)496 - Versterking van het toezicht op en de coordinatie van begrotingssituaties
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 21 apr '78COM(1978)168 - Erkenning van personen, belast met de wettelijke controle van de jaarrekening van kapitaalvennootschappen
- 28 apr '76COM(1976)170 - Concernjaarrekening
- 10 nov '71COM(1971)1232 - Coordineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in de vennootschappen als van derden met betrekking tot de indeling en de inhoud van de jaarrekening en het jaaroverzicht, de waarderingsmethoden alsmede de openbaarmaking van deze stukken

