Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Jeugd in Actie” voor de periode 2007 2013 - Compromistekst van het voorzitterschap

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Betreft: Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma "Jeugd in Actie" voor de periode 2007 2013 - Compromistekst van het voorzitterschap Hierbij gaat voor de delegaties een compromistekst van het voorzitterschap die in het licht van de

bespreking in de Groep Jeugdzaken van 10 oktober 2005 is opgesteld ten einde rekening te houden

met de opmerkingen en met de amendementen van de commissie Cultuur en onderwijs van het EP

die in dit stadium aanvaardbaar worden geacht.

Benadrukt wordt dat de besprekingen over het voorstel worden voortgezet zonder vooruit te lopen

op het eindresultaat van de besprekingen over de financiële vooruitzichten voor 2007-2013; de

tekstgedeelten met financiële bepalingen of financiële consequenties staan derhalve tussen haken

[...], waaronder verwijzingen naar de leeftijdscategorie van de deelnemers.

Verscheidene delegaties (DK, FR, IE, MT, SE en UK) handhaven een voorbehoud voor

behandeling door het parlement.

Vetgedrukt, vetgedrukt en onderstreept en [...] geven de wijzigingen aan ten opzichte van de

vorige tekst, te weten document 12196/05.

___________

Voorstel voor een

besluit van het Europees Parlement en de Raad

tot vaststelling van het programma "Jeugd in Actie" voor de periode 2007-2013

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 149,

lid 4,

Gezien het voorstel van de Commissie

1

,

Gezien het Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité

2

,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's

3

,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag

4

,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Verdrag stelt een burgerschap van de Unie in en bepaalt dat het optreden van de Gemeenschap erop gericht is op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding en jeugd met

name de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma' s voor jongeren en jongerenwerkers en

van een onderwijs van hoog gehalte te bevorderen.

(2) Het Verdrag van de Europese Unie berust op de beginselen van vrijheid, democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, gelijkheid tussen

vrouwen en mannen en discriminatiebestrijding. De bevordering van het actief

burgerschap van jongeren dient aan de verdere ontwikkeling van deze waarden bij te dragen.

[EP-amendement 1]

1

PB C [...] van [...], blz. [...]. 2

PB C 234 van 22.9.2005, blz. 46. 3

PB C 71 van 22.3.2005, blz. 34. 4

PB C [...] van [...], blz. [...].

(3) Bij Besluit nr. 1031/2000/EG van 13 april 2000 hebben het Europees Parlement en de Raad 5

het communautaire actieprogramma "Jeugd " vastgelegd . Aan de hand van de door middel van dit programma verworven ervaring dienen de samenwerking en de maatregelen van de

Europese Unie op dit terrein te worden voortgezet en versterkt.

(4) Bij Besluit nr. 790/2004/EG van 21 april 2004 hebben het Europees Parlement en de Raad een communautair actieprogramma ter ondersteuning van organisaties die op Europees

6

niveau actief zijn op het gebied van jeugdzaken vastgelegd .

(5) Tijdens de bijzondere bijeenkomst van de Europese Raad op 23 en 24 maart te Lissabon is een strategisch doel overeengekomen, dat onder meer actief werkgelegenheidsbeleid betreft

waarbij meer belang wordt toegekend aan onderwijs en levenslang leren, aangevuld met de

strategie voor duurzame ontwikkeling van de Europese Raad in Göteborg van 15 en

16 juni 2001.

(6) In de Verklaring van Laken die gehecht is aan de conclusies van de Europese Raad van 14 en 15 december 2001, wordt gesteld dat een van de fundamentele uitdagingen waarop de

Europese Unie een antwoord moet vinden de vraag betreft hoe de burgers, in de eerste plaats

de jongeren, nader tot het Europese project en de Europese instellingen moeten worden

gebracht.

(7) Op 21 november 2001 heeft de Commissie een witboek "Een nieuw elan voor Europa' s jeugd" goedgekeurd, waarin een kader voor samenwerking op jeugdgebied wordt

voorgesteld ter verbetering van inspraak, voorlichting en vrijwilligerswerk van jongeren en

het inzicht in de jongerenproblematiek. Het Europees Parlement heeft zich in zijn advies van

14 mei 2002 bij deze voorstellen aangesloten.

(8) In de resolutie van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de 7

lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 juni 2002 wordt met name een open coördinatiemethode vastgesteld voor de prioriteiten, participatie, informatie,

vrijwilligerswerk van jongeren en een betere kennis van jongeren; hiermee moet bij de

uitvoering van dit programma rekening worden gehouden.

5

PB L 117 van 18.5.2000, blz. 1. 6

PB L 138 van 30.4.2004, blz. 24. 7

PB C 168 van 13.7.2002, blz. 2.

8

(9) De Raad benadrukt in zijn conclusies van 5 mei 2003 de noodzaak om de bestaande, specifiek op jongeren gerichte communautaire instrumenten in stand te houden en te

ontwikkelen, aangezien zij essentieel zijn voor de ontwikkeling van de samenwerking van

de lidstaten in jeugdzaken en dat voorts de prioriteiten en doelstellingen van deze

instrumenten moeten worden afgestemd op het nieuwe kader voor Europese samenwerking

in jeugdzaken.

(9 bis) De Europese Raad heeft in de voorjaarsbijeenkomst van 22 en 23 maart 2005 een Europees

pact voor de jeugd aangenomen, als een van de instrumenten die bijdragen tot de

verwezenlijking van de doelstellingen groei en banen van Lissabon. In het Pact staan drie

gebieden centraal: werkgelegenheid, integratie en sociale promotie; onderwijs, opleiding en

9

mobiliteit; het combineren van werk en gezin .

(10) Overeenkomstig artikel 3 van het Verdrag omvat het optreden van de Gemeenschap een

bijdrage tot onderwijs en opleiding van hoog gehalte en moet het erop gericht zijn de

ongelijkheden tussen vrouwen en mannen op te heffen en de gelijkheid van vrouwen en

mannen te bevorderen. [EP-amendement 2]

(11) Er dient tegemoet te worden gekomen aan de bijzondere behoeften van mensen met een

handicap.

(12) Het is noodzakelijk het actief burgerschap te bevorderen, waarbij bij de uitvoering van de

beleidslijnen de bestrijding van alle vormen van uitsluiting en discriminatie, waaronder die

op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap,

leeftijd of seksuele geaardheid, zoals bedoeld in artikel 13 van het EG-Verdrag, moet

worden versterkt. [EP-amendement 3]

(13) De kandidaat-lidstaten van de Europese Unie en de landen van de EVA, die partij zijn bij de

EER-Overeenkomst, kunnen in overeenstemming met de met hen gesloten overeenkomsten

deelnemen aan de communautaire programma' s.

8

PB C 115 van 13.5.2003, blz. 1 9

7619/1/05. Conclusie 37.

(14) De Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 heeft "de agenda van

Thessaloniki voor de westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie" goedgekeurd,

waarin wordt vastgelegd dat landen die betrokken zijn bij het stabilisatie- en

associatieproces op basis van tussen de Gemeenschap en deze landen te sluiten

overeenkomsten kunnen deelnemen aan de communautaire programma' s.

(15) Er moeten stappen worden gedaan om het programma open te stellen voor de Zwitserse

Bondsstaat.

(16) De in 1995 tijdens de Euro-mediterrane conferentie goedgekeurde Verklaring van Barcelona

bepaalt dat uitwisselingen van jongeren een middel dienen te zijn om toekomstige generaties

voor te bereiden op een hechtere samenwerking tussen de Euro-mediterrane partners, zulks

met eerbiediging van de beginselen inzake de rechten van de mens en de fundamentele

vrijheden. [nieuwe formulering van EP-amendement 4]

(17) De Raad beschouwt in zijn conclusies van 16 juni 2003 op basis van de mededeling van de

Commissie "De grotere Europese nabuurschap: een nieuw kader voor de betrekkingen met

de oostelijke en zuidelijke buurlanden" intensivering van de culturele samenwerking,

wederzijds begrip en samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding met de

nabuurlanden als de voornaaste uitgangspunten voor de maatregelen van de EU.

(18) De tussentijdse evaluatieverslagen van het huidige programma JEUGD en de publieke

raadpleging betreffende de toekomst van de communautaire werkzaamheden op het gebied

van onderwijs, opleiding en jongeren maken duidelijk dat er een krachtige - en in sommige

opzichten groeiende - behoefte bestaat aan voortgezette samenwerkings- en

mobiliteitsactiviteiten op jeugdgebied op Europees niveau en dringen aan op een

eenvoudiger, gebruikersvriendelijker en soepeler uitvoering hiervan.

(19) Het programma dient door de Commissie en de lidstaten gezamenlijk te worden gevolgd en

regelmatig te worden geëvalueerd, zodat het kan worden aangepast, met name ten aanzien

van de prioriteiten voor de uitvoer van de maatregelen. Hierbij dienen meetbare en relevante

doelstellingen en indicatoren te worden gehanteerd.

(20) De rechtsgrondslag van het programma moet voldoende flexibel geformuleerd worden,

zodat de nodige wijzigingen kunnen worden aangebracht in de acties om te kunnen inspelen

op de veranderende behoeften tijdens de periode 2007-2013 en de onnodig gedetailleerde

bepalingen van de voorgaande programma' s te vermijden. Daarom moeten in het besluit

alleen generieke definities van de acties en van de begeleidende administratieve en

financiële bepalingen worden opgenomen.

(21) Er moet worden voorzien in bijzondere bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG,

10

Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad en de uitvoeringsmaatregelen daarvan en in afwijkingen van deze teksten die noodzakelijk zijn vanwege de kenmerken van de

deelnemers en de aard van de acties. [EP-amendement 5]

(22) Er moeten passende maatregelen worden genomen om onregelmatigheden en fraude te

voorkomen en om verloren, ten onrechte betaalde of verkeerd bestede middelen te kunnen

terugvorderen.

(23) In het besluit wordt een budget voor de gehele looptijd van het programma vastgesteld, dat

voor de begrotingsautoriteit het voornaamste referentiepunt vormt in de zin van punt 33 van

het Interinstitutioneel akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de

11

Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure .

(24) Aangezien de doelstellingen van het programma niet in voldoende mate door de lidstaten

kunnen worden verwezenlijkt, omdat daartoe multilaterale partnerschappen, transnationale

mobiliteitsmaatregelen en de uitwisseling van informatie op Europees niveau vereist zijn en

zij derhalve - met het oog op de transnationale en multilaterale dimensie van de acties en

maatregelen van dit programma - beter op communautair niveau kunnen worden

verwezenlijkt, kan de Gemeenschap in overeenstemming met het in artikel 5 van het

Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen treffen. Overeenkomstig het in

bovengenoemd artikel vastgelegde subsidiariteitsbeginsel, gaat dit besluit niet verder dan

hetgeen nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

10

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. 11

PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1.

(25) De maatregelen die voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn, dienen te worden

genomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot

vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

12

uitvoeringsbevoegdheden .

(26) Er moeten overgangsmaatregelen worden genomen ten behoeve van het toezicht op de vóór

31 december 2006 begonnen acties overeenkomstig Besluit nr. 1031/2000/EG en Besluit

nr. 790/2004/EG van 21 april 2004.

12

PB C 184 van 17.7.1999, blz. 23.

BESLUITEN:

Artikel 1

Vaststelling van het programma

  • 1. 
    Bij dit besluit wordt het communautaire actieprogramma "JEUGD IN ACTIE" (hierna "het programma" genoemd) vastgesteld, dat tot doel heeft de samenwerking op jeugdgebied in de

Europese Unie te ontwikkelen.

  • 2. 
    Het programma wordt uitgevoerd in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

Artikel 2

Algemene doelstellingen van het programma

  • 1. 
    De algemene doelstellingen van het programma zijn de volgende:
  • a) 
    bevordering van het actief burgerschap van jongeren in het algemeen en van hun Europees burgerschap in het bijzonder;
  • b) 
    ontwikkeling van de solidariteit en bevordering van de verdraagzaamheid van jongeren [...], vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese

Unie; [nieuwe formulering van EP-amendement 6]

  • c) 
    stimulering van de het wederzijds begrip tussen jongeren in verschillende landen;
  • d) 
    bijdragen tot de ontwikkeling van de kwaliteit van de systemen ter ondersteuning van de activiteiten van jongeren en van de capaciteit van de maatschappelijke organisaties op

jeugdgebied;

  • e) 
    stimulering van de Europese samenwerking op jeugdgebied.
  • 2. 
    De algemene doelstellingen vullen de doelstellingen aan die worden nagestreefd op andere actieterreinen van de Europese Unie, met name op het gebied van levenslang leren, met

inbegrip van beroepsopleiding, niet-formeel en informeel leren en op andere gebieden, zoals

cultuur, sport en werkgelegenheid.

  • 3. 
    De algemene doelstellingen van het programma dragen bij tot de ontwikkeling van het beleid van de Unie, met name met betrekking tot de erkenning van de culturele en de multiculturele

verscheidenheid en de taaldiversiteit van Europa, de bestrijding van alle vormen van

discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging,

handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid en met betrekking tot duurzame ontwikkeling. [EP-

amendement 7]

Artikel 3

Specifieke doelstellingen van het programma

De specifieke doelstellingen van het programma zijn de volgende:

  • 1. 
    In het kader van de algemene doelstelling "Bevordering van het actief burgerschap van jongeren in het algemeen en van hun Europees burgerschap in het bijzonder":
  • a) 
    jongeren en jeugdorganisaties de mogelijkheid bieden deel te nemen aan de ontwikkeling van de samenleving in het algemeen en van de Europese Unie in het

bijzonder;

  • b) 
    bij jongeren het gevoel ontwikkelen dat zij bij de Europese Unie horen;

b bis) de participatie van jongeren aan het democratische bestel van Europa aanmoedigen; [EP-amendement 8]

  • c) 
    de mobiliteit van jongeren in Europa ontwikkelen;
  • d) 
    het intercultureel leren onder jongeren ontwikkelen;
  • e) 
    de fundamentele waarden van de Unie, met name de eerbiediging van de menselijke waardigheid, gelijkheid, de eerbiediging van de mensenrechten, verdraagzaamheid en

non-discriminatie onder jongeren propageren; [EP-amendement 10]

  • f) 
    initiatief, ondernemingszin en creativiteit bij jongeren aanmoedigen;
  • g) 
    de deelname van kansarme jongeren, waaronder jonge mensen met een handicap, aan het programma bevorderen; [EP-amendement 11]
  • h) 
    erop toezien dat het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen bij de deelname aan het programma in acht wordt genomen en dat de gelijke behandeling van beide

geslachten in de acties wordt bevorderd.

h bis) het aanbieden van niet-formele en informele scholingsmogelijkheden met een

Europese dimensie en het ter beschikking stellen van innovatieve mogelijkheden in

verband met [...] het actieve burgerschap. [nieuwe formulering van EP-

amendement 12]

  • 2. 
    In het kader van de algemene doelstelling "Ontwikkeling van de solidariteit en bevordering van de verdraagzaamheid van jongeren [...], vooral met het oog op de versterking van de

sociale samenhang van de Europese Unie": [nieuwe formulering van EP-amendement 13]

  • a) 
    jongeren de mogelijkheid bieden hun persoonlijke inzet tot uitdrukking te brengen door vrijwilligerswerk op Europees en internationaal niveau;
  • b) 
    jongeren betrekken bij de acties ter bevordering van de solidariteit tussen de burgers van de Europese Unie.
  • 3. 
    In het kader van de algemene doelstelling "Stimulering van het wederzijds begrip tussen jongeren in verschillende landen": [nieuwe formulering van EP-amendement 14]
  • a) 
    de uitwisselingen en de interculturele dialoog tussen Europese jongeren en jongeren uit naburige landen ontwikkelen;
  • b) 
    in deze landen bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van de ondersteuningsstructuren voor jongeren en tot het versterken van de rol van de mensen

die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties;

  • c) 
    met andere landen thematische samenwerking ontwikkelen waarbij jongeren en mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties betrokken zijn.
  • 4. 
    In het kader van de algemene doelstelling "Bijdragen tot de ontwikkeling van de kwaliteit van de systemen ter ondersteuning van de activiteiten van jongeren en aan die van de capaciteit

van de maatschappelijke organisaties op jeugdgebied":

  • a) 
    bijdragen tot het opzetten van netwerken tussen die organisaties;
  • b) 
    de opleiding van en de samenwerking tussen mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties ontwikkelen;
  • c) 
    stimuleren van innovatie bij de ontwikkeling van activiteiten ten behoeve van jongeren;
  • d) 
    bijdragen tot een betere informatie van jongeren, met bijzondere aandacht voor de toegang [...] van jongeren met een handicap; [nieuwe formulering van EP-

amendement 16]

  • e) 
    ondersteunen van langetermijnprojecten voor jongeren en initiatieven van regionale en lokale organen;
  • f) 
    de erkenning van niet-formeel leren en de door deelname aan dit programma verworven vaardigheden van jongeren faciliteren;
  • g) 
    uitwisselen van beste praktijken.
  • 5. 
    In het kader van de algemene doelstelling "Stimulering van de Europese samenwerking op jeugdgebied", met inachtneming van het plaatselijke en regionale niveau: [EP-

amendement 17]

  • a) 
    de uitwisseling van goede praktijken en de samenwerking tussen overheden en politiek verantwoordelijken op alle niveaus aanmoedigen;
  • b) 
    de gestructureerde dialoog tussen de politiek verantwoordelijken en de jongeren aanmoedigen;
  • c) 
    de kennis en het begrip van jongeren verbeteren.
  • d) 
    bijdragen tot de samenwerking tussen nationale en internationale vrijwilligersdiensten 13

voor jongeren en diverse vormen van vrijwillige activiteiten op Europees en nationaal niveau.

13

  • In antwoord op het voorbehoud van sommige delegaties bij de opname in het programma van samenwerking tussen "vrijwillige civiele diensten" (zie ook bijlage 5.1) omdat zij moeilijk acties kunnen aanvaarden waaraan slechts weinig lidstaten kunnen deelnemen, steunt het voorzitterschap het voorstel van de Commissie om deze term te vervangen door "activiteiten". - BE, DE, DK, EE, FR, NL en SE maken een studievoorbehoud bij deze nieuwe term.
  • FI, gesteund door DK, EE en NL, verkiest punt d) te vervangen door de volgende zin: "d) bijdragen tot de samenwerking tussen de verschillende nationale en internationale vrijwillige activiteiten van jongeren." - FR stelt voor de volgende zinssnede aan punt d) toe te voegen: "..., met inbegrip van vrijwillige civiele diensten."

Artikel 4

Acties

De algemene en specifieke doelstellingen worden door middel van de volgende acties uitgevoerd,

waarvan de bijzonderheden in de bijlage worden vermeld.

  • 1) 
    Jeugd voor Europa

Deze actie beoogt:

  • de ondersteuning van uitwisselingen van jongeren ter verbetering van hun mobiliteit;
  • de ondersteuning van projecten en activiteiten die gericht zijn op hun deelname aan het democratische bestel met het oog op de ontwikkeling van het burgerschap van en het

wederzijds begrip tussen jongeren.

  • 2) 
    Europees vrijwilligerswerk

Deze actie beoogt de ondersteuning van de deelname van jongeren aan diverse vormen van vrijwilligerswerk binnen en buiten de Europese Unie.

3)

Jeugd in de wereld

Deze actie heeft ten doel:

  • de ondersteuning van projecten met de in artikel 5 van het programma vermelde partnerlanden, met name uitwisselingen van jongeren en mensen die actief zijn in

jeugdwerk en jeugdorganisaties;

  • ondersteuning van projecten die het wederzijdse begrip tussen jongeren en hun solidariteits- en verdraagzaamheidsbesef, alsmede de ontwikkeling van de

samenwerking op jeugdgebied en van maatschappelijke organisaties in deze landen

versterken. [nieuwe formulering van EP-amendement 20]

  • 4) 
    Ondersteuningssystemen voor jongeren

Deze actie beoogt de ondersteuning van de op Europees niveau op jeugdgebied werkzame organisaties, met name de werking van niet-gouvernementele organisaties voor jongeren en

het opzetten van netwerken daarvan, het verstrekken van advies aan personen die projecten

ontwikkelen, het verzekeren van kwaliteit door de uitwisseling, opleiding en oprichting van

netwerken van mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties, de stimulering van

de innovatie en de kwaliteit van de maatregelen, de informatie van jongeren en de invoering

van voor de verwezenlijking van de programmadoelstellingen benodigde structuren en

activiteiten, alsook de bevordering van partnerschappen met plaatselijke en regionale

overheden. [nieuwe formulering van EP-amendement 21]

  • 5) 
    Ondersteuning van de samenwerking op jeugdgebied

Deze actie beoogt:

  • de organisatie van de gestructureerde dialoog tussen de diverse actoren op jeugdgebied, met name jongeren, mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties en

beleidsmakers;

  • de ondersteuning van seminars voor jongeren over maatschappelijke, culturele en politieke aangelegenheden die jonge mensen interesseren; [nieuwe formulering van EP-

amendement 22]

  • bijdragen tot de ontwikkeling van de beleidssamenwerking op jeugdgebied;
  • de ontwikkeling van de nodige netwerken met het oog op het verkrijgen van een beter begrip van jongeren faciliteren;

Artikel 5

Deelname aan het programma

  • 1. 
    Aan het programma kan worden deelgenomen door de volgende landen (hierna "de programmalanden" genoemd):
  • a) 
    de lidstaten;
  • b) 
    de EVA-staten, die lid zijn van de EER, overeenkomstig de bepalingen van de EER overeenkomst;
  • c) 
    de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie in overeenstemming met de algemene beginselen en voorwaarden voor deelname van deze landen aan de

communautaire programma's, die zijn vastgelegd in de kaderovereenkomst en de

besluiten van de Associatieraden;

  • d) 
    de landen van de westelijke Balkan in overeenstemming met de met deze landen te treffen regelingen ingevolge de nog te sluiten kaderovereenkomsten betreffende hun

deelname aan de communautaire programma's;

  • e) 
    de Zwitserse Bondsstaat, als met dit land een bilaterale overeenkomst wordt gesloten.
  • 2. 
    De in de punten 2 en 3 van de bijlage vermelde acties komen in aanmerking voor samenwerking met derde landen die met de Europese Gemeenschap overeenkomsten op

jeugdgebied hebben gesloten (hierna "de partnerlanden" genoemd).

Deze samenwerking wordt in voorkomend geval gefinancierd uit aanvullende kredieten van partnerlanden volgens door deze landen nader overeen te komen procedures.

Artikel 6

Toegang tot het programma

  • 1. 
    Het programma strekt tot ondersteuning van non-profitprojecten voor jongeren, groepen jongeren, mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties, jongerenorganisaties,

non-profitorganisaties en -verenigingen en, in bepaalde gerechtvaardigde gevallen,

14

andere op jeugdgebied werkzame partners . 2.

Onverminderd de voorwaarden voor de uitvoering van de acties in de bijlage, is het

programma bestemd voor jongeren van 13 tot 30 jaar.

3.

De begunstigden dienen legaal te verblijven in een land dat deelneemt aan het programma of,

afhankelijk van de aard van de actie, in een partnerland van het programma.

4.

Alle jongeren moeten zonder onderscheid toegang kunnen krijgen tot de activiteiten van het

programma overeenkomstig de voorwaarden in de bijlage. De Commissie en de

programmalanden zorgen ervoor dat bijzondere voorzieningen worden getroffen voor

jongeren die om educatieve, sociale, lichamelijke, psychische, economische of culturele

redenen of omdat ze in een afgelegen gebied wonen bijzondere moeilijkheden ondervinden

om aan het programma deel te nemen. [komt overeen met EP-amendement 24]

5.

De programmalanden streven ernaar passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat

programmadeelnemers, overeenkomstig de bepalingen van het Gemeenschapsrecht, toegang

hebben tot de gezondheidszorg. Het land van herkomst streeft ernaar passende maatregelen te

nemen om ervoor te zorgen dat de deelnemers aan het Europese vrijwilligerswerk hun

socialezekerheidsrechten behouden. De programmalanden trachten zoveel mogelijk de

maatregelen te nemen die zij nodig en wenselijk achten om de wettelijke en

bestuursrechtelijke belemmeringen voor de toegang tot dit programma op te heffen.

14

DE: studievoorbehoud.

Artikel 7

Internationale samenwerking

In het kader van het programma is ook samenwerking mogelijk met op jeugdgebied bevoegde

internationale organisatie, met name de Raad van Europa.

Artikel 8

Uitvoering van het programma

  • 1. 
    De Commissie zorgt voor de uitvoering van de acties van het programma overeenkomstig de bijlage.
  • 2. 
    De Commissie en de programmalanden nemen passende maatregelen voor de ontwikkeling van structuren op Europees, nationaal en, voor zover van toepassing, op regionaal of lokaal

niveau ter verwezenlijking van de doelstellingen van het programma en ter optimale benutting

van de acties van het programma.

  • 3. 
    De Commissie en de programmalanden nemen passende maatregelen ter aanmoediging van de erkenning van het niet-formele en informele onderwijs aan jongeren, bijvoorbeeld door

15

middel van getuigschriften of certificaten waarmee met name de door de begunstigden verworven ervaring en de directe deelname van jongeren of mensen die actief zijn in

jeugdwerk en jeugdorganisaties aan een actie van het programma wordt erkend. Dit doel kan

door de complementariteit met andere, in artikel 11 genoemde acties van de Gemeenschap

beter worden verwezenlijkt. [EP-amendement 26]

  • 4. 
    De Commissie, in samenwerking met de programmalanden, zorgt voor een afdoende bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen door het invoeren van

doeltreffende, evenredige en afschrikkende maatregelen, administratieve controles en

sancties.

15

EL: voorbehoud bij de zinssnede "bijvoorbeeld door middel van getuigschriften of certificaten ..." en stelt voor de volgende passage in te voegen: ", zulks rekening houdend met de nationale situatie en met inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten.".

  • 5. 
    De Commissie en de programmalanden zorgen voor voldoende informatie over en publiciteit voor de door het programma ondersteunde acties.
  • 6. 
    De programmalanden:
  • a) 
    nemen maatregelen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van het programma op hun niveau door de partijen die een rol spelen bij de diverse aspecten op jeugdgebied

in overeenstemming met de nationale praktijk daarbij te betrekken;

  • b) 
    zorgen voor de oprichting of aanwijzing van en het toezicht op de nationale agentschappen voor het beheer van de uitvoering van de acties van het programma op

nationaal niveau in overeenstemming met artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening

(EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad en conform de volgende criteria:

i)

het als nationaal agentschap opgericht of aangewezen orgaan bezit

rechtspersoonlijkheid of maakt deel uit van een organisatie met

rechtspersoonlijkheid (en valt onder het nationaal recht van het programmaland)

16

Een ministerie kan niet als nationaal agentschap worden aangewezen ; ii)

het beschikt over voldoende personeel dat [...] vaardigheden bezit die

afgestemd zijn afgestemd op werkzaamheden in het kader van internationale

samenwerking, het beschikt over de geschikte structuur en functioneert in

een administratieve context die het in staat stelt [...] elk belangenconflict te

17

vermijden ; [...]

  • v) 
    het is in staat de regels voor het beheer van de financiële middelen en de contractuele bepalingen, als vastgesteld op communautair niveau, toe te

passen;

vi)

het biedt voldoende financiële waarborgen (bij voorkeur van een

overheidsinstantie) en bezit een beheerscapaciteit die berekend is op de

hoeveelheid communautaire middelen die het zal beheren.

16 BE, IT en LU: studievoorbehoud [...] bij deze bepaling.

Cie: houdt vol dat een belangenconflict als omschreven in artikel 52 van het Financieel Reglement moet worden voorkomen. 17

Cie: studievoorbehoud bij het samenvoegen van de punten 6, ii), iii) en iv) van haar oorspronkelijke voorstel.

  • c) 
    dragen de verantwoordelijkheid voor het goede beheer door de onder b) hierboven bedoelde agentschappen van de aan deze overgedragen kredieten die voor de

subsidiëring van projecten bestemd zijn. Met name zijn zij er verantwoordelijk voor dat

de nationale agentschappen de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en

niet-cumulatie met andere communautaire middelen en de verplichting tot

terugvordering van middelen die de begunstigden eventueel schuldig zijn, naleven;

  • d) 
    nemen de nodige maatregelen om audits uit te voeren en toezicht te houden op de financiën van de onder b) hierboven genoemde nationale agentschappen, en zij moeten

met name:

  • i) 
    de Commissie, voordat het nationale agentschap met zijn werkzaamheden begint, de noodzakelijke garanties bieden ten aanzien van het bestaan, de relevantie en de

goede werking van de toegepaste procedures, de controle- en boekhoudsystemen

en de procedures voor het plaatsen van opdrachten en het toekennen van subsidies

binnen het nationale agentschap overeenkomstig de regels van goed financieel

beheer.

  • ii) 
    de Commissie aan het einde van elk begrotingsjaar verzekeren dat de financiële systemen en de procedures van de nationale agentschappen betrouwbaar en hun

rekeningen correct zijn.

  • iii) 
    de aansprakelijkheid op zich nemen voor de niet-ingevorderde middelen bij aan

het onder b) hierboven bedoelde nationaal agentschap toe te schrijven gevallen

van onregelmatigheid, nalatigheid of fraude, waardoor de Commissie de fondsen

18

bij het nationale agentschap moet terugvorderen.

18

IT: voorbehoud. Stelt volgende alternatieve tekst bij voor punt d)(iii) voor: "zorgen voor volledige samenwerking met de Commissie bij de invorderingsprocedures in aan het onder b) hierboven bedoelde nationaal agentschap toe te schrijven gevallen van onregelmatigheid, nalatigheid of fraude, waardoor de Commissie de fondsen bij het nationale agentschap moet terugvorderen". Cie: Het vereiste in punt (d)(iii) moet worden gehandhaafd overeenkomstig artikel 38, lid 2, van de uitvoeringsregels van het financieel reglement.

  • 7. 
    In het kader van de in artikel 10, lid 1, vermelde procedure kan de Commissie voor elke actie in de bijlage richtsnoeren opstellen om het programma aan te passen aan de ontwikkeling van

de prioriteiten van de Europese samenwerking in jeugdzaken.

Artikel 9

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.
  • 2. 
    In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit nr. 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee

maanden.

  • 3. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
  • 4. 
    Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 10

Uitvoeringsmaatregelen

  • 1. 
    De noodzakelijke maatregelen voor de uitvoering van dit besluit, voor zover het de volgende kwesties betreft, worden overeenkomstig de in artikel 9, lid 2, bedoelde beheersprocedure

vastgesteld.

  • a) 
    de uitvoeringsbepalingen van het programma, met inbegrip van het jaarlijkse werkprogramma;
  • b) 
    het algemene evenwicht tussen de verschillende acties van het programma;
  • c) 
    de toe te passen criteria op financieel terrein (met name de jongerenpopulatie, het BBP en de geografische afstand tussen landen) voor de indicatieve verdeling van de middelen

tussen de lidstaten ten behoeve van de gedecentraliseerd beheerde acties;

  • d) 
    de regelingen voor de evaluatie van het programma;
  • e) 
    de regelingen betreffende de certificering van de deelname van jongeren aan de acties;
  • f) 
    de regelingen voor de aanpassing van de acties van het programma, als bedoeld in artikel 8, lid 7.

19

  • 2. 
    De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen met betrekking tot andere kwesties worden goedgekeurd overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 9, lid 3.

Artikel 11

Complementariteit met andere communautaire instrumenten

  • 1. 
    De Commissie zorgt voor de samenhang tussen het programma en andere communautaire actieterreinen, met name onderwijs, beroepsopleiding, cultuur, burgerschap, sport, talen,

werkgelegenheid, gezondheid, onderzoek, ondernemingbeleid, buitenlands beleid van de

Unie, sociale integratie, gelijkheid van mannen en vrouwen en discriminatiebestrijding.

  • 2. 
    Middelen van het programma en van andere communautaire instrumenten kunnen, indien verenigbaar, tezamen worden bestemd voor de uitvoering van maatregelen die zowel aan de

doelstellingen van het programma als van deze instrumenten beantwoorden.

19

IT stelt, met steun van PT [...] voor om "lijsten van projecten en hun financiering" toe te voegen.

Cie, met steun van een meerderheid van de delegaties (in het bijzonder van BE, DE, DK, FI, SE en SK), is tegen omdat de selectieprocedure hierdoor langer zou duren en de administratieve last groter zou worden. FR maakt een studievoorbehoud bij het voorstel van IT.

  • 3. 
    De Commissie en de lidstaten van de Europese Unie zorgen voor het propageren van de acties van het programma die bijdragen tot de ontwikkeling van de doelstellingen van andere

communautaire actieterreinen, zoals onderwijs, opleiding, cultuur en sport, talen, sociale

integratie, gelijkheid van vrouwen en mannen en discriminatiebestrijding. [EP-

amendement 31]

Artikel 12

Complementariteit met nationale beleidsmaatregelen en instrumenten

  • 1. 
    De programmalanden kunnen bij de Commissie een verzoek indienen om aan nationale, regionale of plaatselijke acties die met de in artikel 4 bedoelde acties overeenkomen een

Europese kwaliteitsmerk te mogen toekennen. [nieuwe formulering van EP-

amendement 32]

  • 2. 
    Een programmaland kan aan de begunstigden van het programma nationale middelen ter beschikking stellen, die volgens de voorschriften van het programma beheerd worden, en

daartoe gebruik maken van de gedecentraliseerde structuren van het programma, voor zover

dit land naar evenredigheid deelneemt aan de financiering daarvan.

Artikel 13

Algemene financiële bepalingen

  • 1. 
    De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma voor de in artikel 1 bedoelde periode worden vastgesteld op 915 miljoen euro.
  • 2. 
    De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegekend binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Artikel 14

Financiële bepalingen betreffende de begunstigden

  • 1. 
    Overeenkomstig artikel 114, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de 20

Raad kunnen de begunstigden van het programma natuurlijke personen zijn.

  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 176, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de 21

Commissie , kan de Commissie afhankelijk van de eigenschappen van de begunstigden en de aard van de acties besluiten de begunstigden vrij te stellen van de verificatie van de

beroepsbekwaamheden en ­kwalificaties die vereist zijn om de actie of het werkprogramma

tot een goed einde te brengen. De Commissie moet het proportionaliteitsbeginsel in acht

nemen bij het bepalen van de verplichtingen in verhouding tot de omvang van de financiële

steun en daarbij rekening houden met de eigenschappen van de begunstigden, met hun

leeftijd, de aard van de actie en de omvang van de financiële steun. [EP-amendement 34]

  • 3. 
    Naargelang van de aard van de actie kan de financiële steun de vorm van een subsidie of een beurs aannemen. De Commissie kan ook prijzen toekennen voor in het kader van het

programma uitgevoerde activiteiten of projecten. Overeenkomstig artikel 181 van

Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie en afhankelijk van de aard van

de actie kunnen ook forfaitaire financieringen en/of de toepassing van tarieven voor

eenheidskosten toegestaan worden.

3 bis. Opdrachten betreffende goedgekeurde projecten moeten in een periode van in de regel

twee, ten hoogste drie maanden worden gegund. [nieuwe formulering van EP-

amendement 35]

  • 4. 
    De exploitatiesubsidies die in het kader van dit programma worden toegekend aan op Europees niveau werkzame organen, als bedoeld in artikel 162 van Verordening

nr. 2342/2002 van de Commissie, hebben overeenkomstig artikel 113, lid 2, van Verordening

nr. 1605/2002 geen verplicht degressief karakter in geval van verlenging.

20

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. 21

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

  • 5. 
    Overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c) van Verordening nr. 1605/2002 kan de Commissie overheidstaken en met name taken tot uitvoering van de begroting aan de in artikel 8, lid 2,

bedoelde structuren toevertrouwen.

  • 6. 
    Overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening nr. 2342/2002 geldt de in lid 5 hierboven beschreven mogelijkheid ook voor de structuren van de programmalanden die niet onder het

recht van de lidstaten, de staten van de Europese Economische Ruimte (EER) of de

kandidaat-lidstaten van de Europese Unie vallen.

Artikel 15

Toezicht en evaluatie

  • 1. 
    De Commissie ziet erop toe dat dit programma regelmatig getoetst wordt aan de doelstellingen ervan. Dit toezicht heeft ook betrekking op de in lid 3 vermelde verslagen en

specifieke activiteiten.

  • 2. 
    De Commissie zorgt voor een regelmatige, onafhankelijke en externe evaluatie van het programma.
  • 3. 
    De programmalanden doen de Commissie uiterlijk op 30 juni 2010 een verslag over de tenuitvoerlegging van het programma en uiterlijk op 30 juni 2015 een verslag over het effect

van het programma toekomen.

  • 4. 
    De Commissie legt aan het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's het volgende voor:
  • a) 
    uiterlijk op 31 maart 2011, een tussentijds evaluatieverslag over de behaalde resultaten en over de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de uitvoering van dit programma;
  • b) 
    uiterlijk op 31 december 2011, een mededeling over de voortzetting van dit programma;
  • c) 
    uiterlijk op 31 maart 2016, een ex post-evaluatieverslag .

Artikel 16

Overgangsbepaling

De vóór 31 december 2006 op grond van Besluit nr. 1031/2000/EG en Besluit nr. 790/2004/EG van

21 april 2004 begonnen werkzaamheden worden tot de afronding ervan in overeenstemming met de

bepalingen van deze besluiten beheerd. Het in artikel 8 van Besluit nr. 1031/2000/EG bedoelde

comité wordt vervangen door het in artikel 9 van dit besluit bedoelde comité.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter o o o

BIJLAGE I

In het kader van de acties ter verwezenlijking van de algemene en specifieke doelstellingen van het

programma worden kleinschalige projecten ondersteund, die de actieve participatie van jongeren

bevorderen.

Voor de deelname van jongeren aan de diverse acties van het programma zijn geen voorafgaande

ervaring of kwalificaties vereist, behalve in bepaalde bijzondere gevallen die in de acties nader

22

aangegeven worden.

Het programma wordt op een gebruikersvriendelijke manier uitgevoerd.

Het programma moedigt het initiatief, de ondernemingszin en de creativiteit van jongeren aan,

vergemakkelijkt de deelname aan het programma door kansarme jongeren, ook jongeren met een

handicap, en zorgen ervoor dat bij deelname aan het programma het beginsel van gelijkheid van

mannen en vrouwen wordt geëerbiedigd en dat bij alle acties gendergelijkheid wordt bevorderd.

Deelname aan de acties is mogelijk mits er een afdoende verzekering is, ten einde de jongeren

bij de uitvoering van de activiteiten van het programma te beschermen.

ACTIES

De acties omvatten de volgende maatregelen:

Actie 1 ­ Jeugd voor Europa

Deze actie heeft tot doel het actieve burgerschap van en het wederzijdse begrip tussen jongeren te

bevorderen via de volgende maatregelen:

22

FI: voorbehoud bij die uitzonderingen.

1.1. Jongerenitwisselingen

Jongerenuitwisselingen maken het mogelijk dat een groep of meer groepen jongeren als gast van

een groep uit een ander land gezamenlijk aan een gemeenschappelijk activiteitenprogramma

deelnemen. [Het gaat hierbij in beginsel om jongeren tussen 13 en 25 jaar.]

Deze activiteiten, die berusten op transnationale partnerschappen tussen de verschillende bij een

project betrokken actoren, beogen de actieve participatie van jongeren en hebben tot doel hen in

staat te stellen de uiteenlopende sociale en culturele realiteiten te ontdekken en te leren kennen, van

elkaar te leren en het besef dat zij Europese burgers zijn te stimuleren. De ondersteuning is in eerste

instantie bedoeld voor multilaterale mobiliteitsactiviteiten voor groepen maar sluit bilaterale

activiteiten van dit type niet uit.

Bilaterale uitwisselingen van jongerengroepen komen vooral dan in aanmerking als het om een

eerste activiteit gaat op Europees niveau of om een activiteit van kleine of lokale organisaties

zonder Europese ervaring. Deze uitwisselingen zijn bijzonder geschikt voor kansarme jongeren, die

zo intensiever bij het programma worden betrokken.

Deze maatregel ondersteunt ook voorbereidende en vervolgactiviteiten, met name op taal- en

intercultureel gebied, die bedoeld zijn om de jongeren actiever bij de projecten te betrekken en

internationale ontmoetingen van jongeren die onderwerpen willen bespreken die voor hun toekomst

en voor de toekomst van Europa van belang zijn. [komt overeen met EP-amendement 37]

1.2. Ondersteuning van jongereninitiatieven

Bij deze maatregel worden projecten ondersteund in het kader waarvan jongeren actief en direct

door henzelf opgezette activiteiten uitvoeren en waarbij zij de hoofdrol spelen om zo eigen

initiatief, ondernemingszin en creativiteit te kunnen ontwikkelen. [Deze maatregel is in principe

bestemd voor jonge mensen tussen 18 en 30 jaar, hoewel ook jongeren vanaf 16 jaar - mits onder

adequate begeleiding - aan bepaalde initiatieven kunnen deelnemen.]

Door deze maatregel kunnen op lokaal, regionaal en nationaal niveau opgezette groepsprojecten en

de netwerkvorming met soortgelijke projecten in andere landen ondersteund worden, zodat het

Europese karakter daarvan versterkt wordt en de samenwerking en de uitwisseling van ervaringen

tussen jongeren bevorderd worden. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan kansarme jongeren.

1.3. Projecten inzake participatieve democratie

Via deze maatregel wordt de participatie van jongeren aan het democratische bestel ondersteund.

Deze projecten en activiteiten bevorderen de actieve deelname van jongeren aan het leven in hun

lokale, regionale of nationale gemeenschap, of op internationaal niveau. [nieuwe formulering van

EP-amendement 39]

[Het gaat hierbij in beginsel om jongeren tussen 13 en 30 jaar.]

Deze activiteiten of projecten worden uitgevoerd door transnationale partnerschappen, waardoor op

Europees niveau ideeën, ervaringen en goede praktijken van projecten of activiteiten op lokaal of

regionaal niveau kunnen worden gebundeld met de bedoeling de participatie van jongeren op

verschillende niveaus te verbeteren. In het kader van deze activiteiten kunnen onder meer

raadplegingen van jongeren betreffende hun behoeften en verlangens worden georganiseerd, zodat

nieuwe benaderingen ten aanzien van de actieve participatie van jongeren aan een democratisch

Europa kunnen worden ontwikkeld.

Actie 2 -Europees vrijwilligerswerk

Het vrijwilligerswerk beoogt de ontwikkeling van solidariteit en de bevordering van actief

burgerschap en wederzijds begrip tussen jongeren via de volgende maatregelen:

De jonge vrijwilliger neemt in een ander land dan het land van verblijf deel aan een niet-

winstgevende en onbezoldigde activiteit ten behoeve van de gemeenschap. Het Europese

vrijwilligerswerk mag niet tot gevolg hebben dat het aantal potentiële of bestaande betaalde banen

afneemt of daardoor wordt verdrongen.

De duur van het Europese vrijwilligerswerk bedraagt ten minste twee maanden tot uiterlijk één jaar.

In behoorlijk gemotiveerde gevallen zijn ook kortere periodes en vrijwilligersprojecten waaraan

groepen jongeren mogen deelnemen toegestaan, met name om de deelname van kansarme jongeren

te bevorderen.

Door middel van deze maatregel worden vrijwilligersprojecten ondersteund en kunnen groepen

jongeren gezamenlijk deelnemen aan activiteiten op lokaal, regionaal, nationaal, Europees of

internationaal niveau op velerlei gebied, bijvoorbeeld cultuur, sport, civiele bescherming, milieu,

ontwikkelingshulp

In uitzonderingsgevallen kan het, afhankelijk van de uit te voeren taken en de situaties waarin de

vrijwilligers worden ingezet, noodzakelijk zijn dat voor bepaalde soorten projecten kandidaten met

specifieke vaardigheden worden geselecteerd.

Deze maatregel is in principe bestemd voor jonge mensen tussen 18 en 30 jaar, hoewel ook

jongeren vanaf 16 jaar ­ mits onder adequate begeleiding ­ aan bepaalde initiatieven kunnen

deelnemen.

Deze maatregel dekt geheel of gedeeltelijk met name de vergoeding voor de vrijwilliger, de

verzekering en verblijfs- en reiskosten, plus in voorkomend geval een extra toelage aan kansarme

jongeren.

Ook worden via deze maatregel activiteiten in verband met opleiding en begeleiding van jonge

vrijwilligers en activiteiten ter coördinatie van de diverse partners ondersteund, alsmede initiatieven

die voortbouwen op de ervaring die jongeren tijdens het verrichten van Europees vrijwilligerswerk

hebben opgedaan.

De lidstaten en de Commissie zien toe op de naleving van bepaalde kwaliteitsnormen: het

vrijwilligerswerk moet een dimensie van niet-formeel onderwijs omvatten bestaande uit

scholingsactiviteiten om jongeren op persoonlijk intercultureel en technisch vlak voor te bereiden,

alsook voortdurende persoonlijke begeleiding. Partnerschap tussen de diverse bij het project

betrokken actoren en risicopreventie worden van bijzonder belang geacht.

Actie 3 - Jeugd in de wereld

Deze actie beoogt de totstandbrenging van wederzijds begrip tussen volkeren in een klimaat van

openheid, waarbij ook wordt bijgedragen tot de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige

systemen ter ondersteuning van de activiteiten van jongeren in de betrokken landen. De

partnerlanden van het programma komen in aanmerking voor deelname aan deze actie.

3.1. Samenwerking met de nabuurlanden van de Europese Unie

Deze maatregel ondersteunt projecten met de partnerlanden van het programma die overeenkomstig

de bepalingen inzake het Europese nabuurschapsbeleid van de EU en artikel 5, lid 2, als

nabuurland worden beschouwd, alsmede projecten met de Russische Federatie en de landen van

de Westelijke Balkan totdat zij voldoen aan de vereisten van artikel 5, lid 1, d). [nieuwe

formulering van EP-amendement 45]

Hierdoor worden - voornamelijk multilaterale, doch zonder uitsluiting van bilaterale -

jongerenuitwisselingen ondersteund, waardoor verscheidene groepen jongeren uit

programmalanden en naburige landen in de gelegenheid worden gesteld elkaar te ontmoeten en

samen deel te nemen aan een activiteitenprogramma. [Het gaat hierbij in beginsel om jongeren

tussen 13 en 25 jaar.] Deze activiteiten, die op transnationale partnerschappen tussen de diverse

actoren van een project berusten, omvatten de voorafgaande scholing van leidinggevend personeel

en de actieve participatie van jongeren, zodat zij de kans krijgen verschillende sociale en culturele

realiteiten te ontdekken en verder te leren kennen. Activiteiten ter bevordering van de participatie

van jongeren aan de projecten kunnen in aanmerking komen voor financiering, met name als die

bedoeld zijn om hulp te bieden op taalkundig en intercultureel gebied.

Op voorwaarde dat in de buurlanden adequate nationale beheersstructuren worden opgezet, kunnen

initiatieven die inviduele jongeren of groepen jongeren op lokaal, regionaal en nationaal niveau in

deze landen nemen, ondersteund worden indien zij tezamen met soortgelijke initiatieven in de

programmalanden worden uitgevoerd. Het betreft hier door jongeren zelf opgezette activiteiten,

waarbij zij de hoofdrol spelen. [Deze maatregel is in principe bestemd voor jonge mensen tussen 18

en 30 jaar, hoewel ook jongeren vanaf 16 jaar ­ mits onder adequate begeleiding ­ aan bepaalde

initiatieven kunnen deelnemen.]

Deze maatregel ondersteunt activiteiten ter bevordering van de vorming van netwerken en ter

versterking van de capaciteit van NGO's op het gebied van jeugdzaken waardoor de belangrijke rol

die deze organisaties bij de ontwikkeling van de civiele samenleving in de buurlanden kunnen

spelen, wordt erkend. De maatregel omvat de scholing van mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties, en de onderlinge uitwisseling van ervaringen, expertise en goede praktijken.

Voorts worden activiteiten gesteund om duurzame en kwalitatief hoogwaardige projecten en

partnerschappen te ontwikkelen.

Deze maatregel ondersteunt eveneens projecten die innovatie en kwaliteit stimuleren teneinde op

jeugdgebied vernieuwende benaderingen ingang te doen vinden, uit te voeren en te bevorderen.

Aan informatieve activiteiten voor jongeren en mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties kan financiële steun worden verleend.

Deze maatregel ondersteunt ook activiteiten ter bevordering van de samenwerking op jeugdgebied

met buurlanden, bijvoorbeeld de bevordering van samenwerking en de uitwisseling van ideeën en

goede praktijken op jeugdgebied, alsmede andere stimulerende maatregelen en maatregelen voor de

verspreiding van de resultaten van de projecten en activiteiten op jeugdgebied die in de betrokken

landen worden ondersteund.

3.2. Samenwerking met andere landen

Deze maatregel ondersteunt samenwerkingsactiviteiten op jeugdgebied met name de uitwisseling

van goede praktijken met de andere partnerlanden.

De uitwisseling en scholing van mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties en de

totstandbrenging van partnerschappen en netwerken van jongerenorganisaties worden

aangemoedigd.

Tussen deze landen en de programmalanden kunnen op thematische basis multilaterale en bilaterale

uitwisselingen plaatsvinden.

Activiteiten die blijk geven van een potentieel multiplicatoreffect, komen in aanmerking voor

financiering.

In het kader van de samenwerking met geïndustrialiseerde landen worden uit deze maatregel alleen

Europese begunstigden van de projecten gefinancierd.

Actie 4 ­ Ondersteuningssystemen voor jongeren

Deze actie beoogt de ontwikkeling van de kwaliteit van de ondersteuningsstructuren voor jongeren,

de ondersteuning van de werkzaamheden van mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties, de ontwikkeling van de kwaliteit van het programma en de aanmoediging van

jongeren om zich als burgers op Europees niveau in te zetten door steun te verlenen aan organisaties

die op Europees niveau op jeugdgebied werkzaam zijn.

4.1. Ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op jeugdgebied werkzaam zijn

Deze maatregel ondersteunt de werkzaamheden van NGO's die op Europees niveau op jeugdgebied actief zijn, en die een doelstelling van algemeen Europees belang nastreven. Hun

activiteiten moeten bijdragen tot de deelname van jongeren aan het openbare leven en de

samenleving en aan de ontwikkeling en uitvoering van Europese samenwerkingactiviteiten op

jeugdgebied in de breedste zin van het woord.

Een organisatie die in aanmerking wil komen voor een exploitatiesubsidie, dient aan de volgende bepalingen te voldoen:

  • de organisatie moet juridisch minstens een jaar bestaan; - de organisatie mag geen winstoogmerk hebben
  • de organisatie dient in een van de programmalanden overeenkomstig artikel 5, lid 1, of in 23

bepaalde Oost-Europese landen gevestigd te zijn ;

  • de organisatie dient haar activiteiten op Europees niveau uit te oefenen, hetzij alleen of binnen een of meer gecoördineerde verbanden, en haar structuur en activiteiten dienen ten

minste acht programmalanden te bestrijken; het kan een Europees netwerk betreffen, dat

organisaties vertegenwoordigt die werkzaam zijn op jeugdbeleid;

  • de activiteiten van de organisatie moeten stroken met de beginselen van het communautaire optreden op het gebied van jeugdzaken;
  • het kan een organisatie zijn waarvan de activiteiten uitsluitend op jongeren gericht zijn of een organisatie met een bredere doelstelling waarvan een deel van de activiteiten op

jongeren gericht zijn;

  • de organisatie moet de jongeren betrekken bij het beheer van de ten behoeve van hen ontwikkelde activiteiten.

De begunstigde organisaties worden aan de hand van oproepen tot het indienen van voorstellen geselecteerd. Met de geselecteerde organisaties kunnen meerjarige partnerschaps-

kaderovereenkomsten worden gesloten. Deze kaderovereenkomsten sluiten evenwel niet de

mogelijkheid uit dat er jaarlijkse oproepen tot het indienen van voorstellen voor meer

begunstigde organisaties worden gedaan.

23

Wit-Rusland, Moldavië, de Russische Federatie, Oekraïne

De belangrijkste activiteiten van jongerenorganisaties die kunnen bijdragen tot de versterking en de doelmatigheid van het communautaire optreden zijn de volgende:

  • vertegenwoordiging van de standpunten en belangen van jongeren in al hun diversiteit op Europees niveau
  • jongerenuitwisselingen en vrijwilligerswerk
  • niet-formeel en informeel leren en activiteitenprogramma's voor jongeren - bevordering van intercultureel leren en begrip
  • debatten over Europese vraagstukken, het beleid van de Europese Unie of het jongerenbeleid - verspreiding van informatie over de communautaire activiteiten
  • activiteiten ter bevordering van de participatie en het initiatief van jongeren.

In het kader van deze maatregel wordt bij de vaststelling van de exploitatiesubsidie alleen rekening gehouden met de kosten die noodzakelijk zijn voor het goede verloop van de

normale activiteiten van de geselecteerde organisatie, met name personeelskosten, algemene

kosten (huur- en huisvestingskosten, uitrusting, kantoorbenodigdheden, telecommunicatie,

portokosten, enz.), kosten van interne vergaderingen en kosten voor publicaties, voorlichting

en verspreiding.

De subsidie wordt toegekend met inachtneming van de onafhankelijkheid van de organisatie ten aanzien van de selectie van haar leden en haar autonomie wat de gedetailleerde

vaststelling van haar activiteiten betreft.

Ten minste 20% van de begroting van de betrokken organisaties moet uit andere dan communautaire bronnen komen.

4.2. Ondersteuning van het Europees Jeugdforum

In het kader van deze maatregel kunnen, met inachtneming van de onderstaande beginselen,

subsidies worden toegekend voor de ondersteuning van de permanente activiteiten van het

Europees Jeugdforum, een organisatie die een doelstelling van algemeen Europees

belang nastreeft:

  • onafhankelijkheid van het Europees Jeugdforum bij de selectie van zijn leden, waarbij een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de verschillende soorten

jeugdorganisaties gegarandeerd wordt;

  • autonomie van het Europees Jeugdforum bij de gedetailleerde vaststelling van zijn activiteiten;
  • een zo ruim mogelijke betrokkenheid bij de activiteiten van het Europees Jeugdforum van jongerenorganisaties die niet bij het Forum zijn aangesloten en van jongeren die

geen lid zijn van een organisatie;

  • een actieve bijdrage van het Europees Jeugdforum aan de politieke processen die jongeren op Europees niveau betreffen, met name door te reageren op verzoeken van de

Europese instellingen om raadpleging van het maatschappelijk middenveld en door de

standpunten van deze instellingen aan zijn leden uit te leggen.

De voor subsidiëring in aanmerking komende uitgaven van het Europees Jeugdforum

betreffen zowel zijn exploitatiekosten als de uitgaven die nodig zijn voor de uitvoering van

zijn acties. [Om de continuïteit van het Europees Jeugdforum te garanderen, wordt bij de

toekenning van de middelen van het programma rekening gehouden met de volgende

richtsnoer: de jaarlijks aan het Europees Jeugdforum toegekende middelen bedragen ten

minste 2 miljoen euro.]

De subsidies kunnen aan het Europees Jeugdforum worden toegekend tegen overlegging van

een passend werkprogramma en een passende begroting. De subsidies kunnen uit hoofde van

een partnerschaps-kaderovereenkomst met de Commissie jaarlijks worden toegekend of

kunnen worden verlengd.

Ten minste 20% van de begroting van het Forum moet uit andere dan communautaire bronnen

komen.

De belangrijkste activiteiten van het Europees Jeugdforum omvatten met name: - vertegenwoordiging van jeugdorganisaties tegenover de Europese Unie;

  • coördinatie van de standpunten van de aangesloten organisaties tegenover de Europese Unie;
  • doorgifte van informatie over jeugdzaken aan de Europese instellingen;
  • doorgifte van informatie van de Europese Unie aan nationale jeugdraden en niet gouvernementele organisaties;
  • bevordering en voorbereiding van de deelname van jongeren aan het democratische leven;
  • bijdragen aan het nieuwe samenwerkingskader op jeugdgebied waartoe op het niveau van de Europese Unie besloten is;
  • bijdragen aan de ontwikkeling van jongerenbeleid, jongerenwerk en onderwijskansen alsook aan het doorgeven van informatie over jongeren en de ontwikkeling van vertegen-

woordigende structuren voor jongeren in geheel Europa;

  • discussies en beraad over jongeren in Europa en andere delen van de wereld en over de maatregelen van de Europese Unie voor jongeren.

4.3. Scholing en vorming van netwerken van mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties

Deze maatregel ondersteunt de scholing van mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties, met name projectleiders, jongerenadviseurs en supervisors. Ook wordt

steun verleend aan de uitwisseling van ervaringen, expertise en goede praktijken tussen

mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties, alsmede aan activiteiten die kunnen

leiden tot de totstandkoming van duurzame en kwalitatief hoogwaardige projecten,

partnerschappen en netwerken. Dat kan meelopen met een collega ("job shadowing")

inhouden.

Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan activiteiten die de deelname stimuleren van die jongeren die het zeer moeilijk vinden aan communautaire acties deel te nemen.

4.4. Projecten ter stimulering van innovatie en kwaliteit

Deze maatregel ondersteunt projecten die bedoeld zijn vernieuwende benaderingen op jeugdgebied ingang te doen vinden, uit te voeren en te bevorderen. Deze vernieuwende

aspecten kunnen betrekking hebben op de inhoud en de doelstellingen in samenhang met de

ontwikkeling van het Europese samenwerkingskader op jeugdgebied, de betrokkenheid van

partners met diverse achtergronden of de verspreiding van informatie.

4.5. Informatieactiviteiten voor jongeren en mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties

Deze maatregel ondersteunt informatie en communicatie ten behoeve van jongeren door de

verbetering van hun toegang tot relevante informatie- en communicatiediensten, zodat zij in

ruimere mate kunnen deelnemen aan het openbare leven en hun potentieel als actieve en

verantwoordelijke burgers beter kunnen verwezenlijken. Met het oog hierop wordt steun

verleend aan activiteiten op Europees en nationaal niveau waardoor jongeren beter toegang

krijgen tot informatie- en communicatiediensten en waardoor de verspreiding van kwalitatief

hoogwaardige informatie en de deelname van jongeren aan de voorbereiding en verspreiding

van informatie worden bevorderd.

Deze maatregel draagt bijvoorbeeld bij tot de ontwikkeling van Europese, nationale, regionale en lokale jongerenportalen ter verspreiding van voor jongeren bestemde informatie via allerlei

informatiekanalen, in het bijzonder die welke jongeren het meest gebruiken. Ook kunnen

maatregelen worden ondersteund ter bevordering van de betrokkenheid van jongeren bij de

voorbereiding en verspreiding van begrijpelijke, gebruikersvriendelijke en gerichte informatie

en adviezen ter verbetering van de kwaliteit van de informatie en de toegang daartoe voor alle

jongeren. Alle publicaties dienen gelijkheid en diversiteit in acht te nemen. [nieuwe

formulering van EP-amendement 49]

4.6. Partnerschappen

Deze maatregel betreft de financiering van partnerschappen met regionale en lokale instanties

met de bedoeling op den duur projecten te ontwikkelen waarin diverse maatregelen van het

programma gecombineerd zijn. De financiering is gericht op projecten en

coördinatieactiviteiten.

4.7 Ondersteuning van de structuren van het programma

Deze maatregel betreft de financiering van de in artikel 8, lid 2, bedoelde structuren, met

name de nationale agentschappen. De financiering kan plaatsvinden in de vorm van een

exploitatiesubsidie van ten hoogste 50% van de in het werkprogramma van het agentschap

goedgekeurde totale subsidiabele kosten. Via deze maatregel kunnen ook gelijkgestelde

organisaties gefinancierd worden, zoals de nationale coördinatoren, de "resource centres", het

EURODESK-netwerk, het Euromediterrane platform voor jongeren en de Europese

organisaties van jonge vrijwilligers, die op nationaal niveau optreden als uitvoerend

agentschap overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c), en lid 3, van Verordening (EG,

Euratom) nr. 1605/2002.

4.8 Het programma meerwaarde geven

De Commissie kan seminars, colloquia of bijeenkomsten organiseren om de uitvoering van het programma te vergemakkelijken, alsook maatregelen nemen ten behoeve van informatie,

publicatie en verspreiding, en evaluatie en controle van het programma. Deze activiteiten

kunnen worden gefinancierd uit subsidies die verkregen zijn door middel van

overheidsopdrachten of zij kunnen rechtstreeks door de Commissie georganiseerd en

gefinancierd worden.

Actie 5 ­ Ondersteuning van Europese samenwerking inzake jongerenbeleid

Het doel van deze actie is de Europese samenwerking op jongerengebied te bevorderen.

5.1 Ontmoetingen van jongeren en gezagsdragers op gebied van het jeugdbeleid

Deze maatregel ondersteunt samenwerking en gestructureerde dialoog tussen jongeren,

personen die actief zijn in het jongerenwerk en jongerenorganisaties enerzijds en

gezagsdragers op gebied van het jeugdbeleid anderzijds. Deze activiteiten behelzen met name

de bevordering van de samenwerking en de uitwisseling van ideeën en goede praktijken op

jeugdgebied, door de voorzitterschappen van de Unie georganiseerde conferenties en andere

maatregelen ter benutting en verspreiding van de resultaten van de jeugdprojecten en -

activiteiten van de Europese Unie.

Deze maatregel heeft betrekking op de Europese jeugdweek, die activiteiten in de lidstaten en op Europees niveau inzake de werkzaamheden van de Europese instellingen kan

omvatten, alsook een dialoog tussen Europese beleidmakers en jongeren, en het toekennen

van een prijs voor de beste jeugdprojecten waaraan door het programma steun wordt

verleend. [nieuwe formulering van EP-amendement 51]

Deze maatregel kan met name de doelstellingen ondersteunen die worden nagestreefd door de open coördinatiemethode op jeugdgebied en het Europees pact voor de jeugd, alsmede

samenwerking tussen nationale en internationale vrijwilligersdiensten voor jongeren en

24

diverse vormen van "vrijwillige activiteiten" op Europees en nationaal niveau.

5.2. Ondersteuning van activiteiten ter verbetering van het begrip en de kennis van

jongerenkwesties

Deze maatregel ondersteunt specifieke projecten ter identificatie van de bestaande kennis over

de in het kader van de open coördinatiemethode vastgestelde prioritaire thema's en projecten

ter aanvulling en actualisering van deze kennis en ter vereenvoudiging van de toegang ertoe.

Deze maatregel beoogt ook de ondersteuning van de ontwikkeling van methoden voor de

analyse en vergelijking van de resultaten van studies en de kwaliteitsborging daarvan.

Het programma kan eveneens steun verlenen aan het opzetten van netwerken van de diverse actoren op jeugdgebied.

5.3. Samenwerking met internationale organisaties

Door middel van deze maatregel kan de samenwerking van de Europese Unie met voor

jongerenkwesties bevoegde internationale organisaties, met name de Raad van Europa en de

Organisatie van de Verenigde Naties of haar gespecialiseerde instellingen, ondersteund

worden.

24

[...] (Zie toelichting in voetnoot bij artikel 3, lid 5, onder d).)

INFORMATIE

Voor de presentatie van voorbeelden van goede praktijken en modelprojecten moet een databank

met informatie over bestaande ideeën betreffende jeugdactiviteiten op Europees niveau worden

opgericht. [nieuwe formulering van EP-amendement 52]

De Commissie moet een gebruikershandleiding van het programma ter beschikking stellen met

duidelijke uitleg over de wettelijke rechten en plichten van degenen die een subsidie aanvaarden.

[EP-amendement 82]

PROGRAMMABEHEER

Minimumtoewijzingen

Overeenkomstig artikel 13 van het besluit zijn de minimumbedragen die aan de acties moeten

worden toegewezen, ten opzichte van het in dat artikel bepaalde financiële kader de volgende:

Actie 1: Jeugd voor Europa [ ] % Actie 2: Europees vrijwilligerswerk [ ] %

Actie 3: Jeugd in de wereld [ ] % Actie 4: Ondersteuningssystemen voor jongeren [ ] % Actie 5: Stimulering van de Europese samenwerking op jongerengebied. [ ] %

Uit de begroting van het programma kunnen ook de uitgaven worden gefinancierd in verband met

de voorbereiding, follow-up, controle, audits en evaluatie die voor het beheer van het programma en

de verwezenlijking van de doelstellingen rechtstreeks noodzakelijk zijn, met name uitgaven voor

studies, bijeenkomsten, informatie- en publicatieactiviteiten en uitgaven in verband met IT-net-

werken voor de uitwisseling van informatie en verdere uitgaven voor administratieve en technische

bijstand, waartoe de Commissie voor het beheer van het programma kan besluiten.

CONTROLES EN AUDITS

Voor de volgens de procedure van artikel 13, lid, 2, van dit besluit geselecteerde projecten wordt

een systeem van steekproefgewijze audit ingevoerd.

De begunstigde van een exploitatiesubsidie houdt de bewijsstukken van alle uitgaven gedurende vijf

jaar na de datum van de laatste betaling ter beschikking van de Commissie. De begunstigde van een

exploitatiesubsidie moet ervoor zorgen dat bewijsstukken die in het bezit zijn van partners of leden,

ter beschikking van de Commissie worden gesteld.

De Commissie mag de aanwending van de subsidie onderwerpen aan een audit door haar eigen

personeel of door een bevoegde externe organisatie van haar keuze. Deze audits kunnen worden

uitgevoerd tijdens de volledige looptijd van de overeenkomst en tijdens een periode van vijf jaar

vanaf de datum waarop het saldo van de subsidie is betaald. De auditresultaten kunnen er in

voorkomend geval toe leiden dat de Commissie besluiten tot terugvordering neemt.

Het personeel van de Commissie en de door de Commissie gemachtigde externe personen hebben

op passende wijze toegang tot met name de kantoren van de begunstigde, evenals tot alle

noodzakelijke gegevens, ook in elektronische vorm, om deze audits uit te voeren.

De Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) hebben dezelfde

rechten als de Commissie, met name het recht van toegang.

De overeenkomstig artikel 10 door de Commissie genomen besluiten, de overeenkomsten met de

nationale agentschappen, de overeenkomsten met de derde programmalanden en de daaruit

voortvloeiende overeenkomsten en contracten voorzien met name in inspecties en financiële

controle door de Commissie of haar bevoegde vertegenwoordiger), OLAF, en de Europese

Rekenkamer, zo nodig ter plaatse. Deze controles kunnen bij de nationale agentschappen en, zo

nodig, ook bij de begunstigden plaatsvinden.

De Commissie kan bovendien overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de

Raad controles en onderzoeken ter plaatse uitvoeren.

Voor de in dit besluit bedoelde communautaire acties dient onder het in artikel 1, lid 2, van

Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 genoemde begrip "onregelmatigheid" elke inbreuk op het

Gemeenschapsrecht of een niet-nakoming van een contractuele verplichting te worden verstaan als

gevolg van een handeling of nalatigheid van een rechtspersoon waardoor de algemene begroting

van de Europese Unie of de door haar beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden

benadeeld door een onverschuldigde uitgave.

_______________

BIJLAGE II

Verklaring van de Raad

inzake

het programma "Jeugd in Actie"

"De Raad heeft een gedeeltelijk politiek akkoord bereikt over de artikelen 1 tot en met 12, en 15 tot

en met 17, alsmede over de niet tussen haken geplaatste bepalingen van de artikelen 6 en de bijlage.

De Raad verklaart dat dit akkoord een deelakkoord is en een voorlopig karakter heeft voorzover

  • het geen betrekking heeft op de bepalingen van de Commissievoorstellen betreffende het

financiële kader van het programma, die zijn opgenomen in artikel 13 van het Commissie-

voorstel,

  • het geen betrekking heeft op de tussen haken geplaatste bepalingen van artikel 6 en de bijlage,

waarvan de inhoud zal moeten worden vastgesteld in het licht van het financiële bedrag dat voor

dat programma beschikbaar zal zijn.

De bepalingen die niet onder dit gedeeltelijke politieke akkoord vallen, worden vastgesteld zodra de

financiële vooruitzichten voor 2007-2013 zijn aangenomen, en zij zullen daarmee in

overeenstemming zijn. Indien de bedragen in de financiële vooruitzichten vereisen dat andere dan

de bovenvermelde bepalingen van het programma worden gewijzigd, zal de Raad zijn politieke

akkoord over die bepalingen opnieuw bezien en deze zo nodig aanpassen."

_____________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie