AANBEVELING VAN DE RAAD
van
om het buitensporige overheidstekort in Italië te verhelpen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 7,
Gezien de aanbeveling van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 104 van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige overheids tekorten te vermijden.
(2) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werk-
gelegenheidsschepping leidende krachtige duurzame groei te verbeteren.
(3) In het voor de Europese Raad bestemde verslag van de Raad (Ecofin) met als titel "De uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren", dat op 22 maart 2005 door de
Europese Raad is bekrachtigd, wordt bevestigd dat het stabiliteits- en groeipact een
essentieel deel vormt van het macro-economische kader van de Economische en Monetaire
Unie en worden voorstellen gedaan voor de versterking en verduidelijking van de uitvoering
van het pact.
(4) De Raad heeft overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag op 28 juli 2005 besloten dat er in Italië een buitensporig tekort bestaat.
(5) Na te hebben besloten dat er in Italië een buitensporig tekort bestaat, dient de Raad overeen komstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1467/97
van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoer-
1
legging van de procedure bij buitensporige tekorten tegelijkertijd aanbevelingen te richten tot de betrokken lidstaat opdat deze binnen een bepaalde termijn een einde maakt aan deze
situatie. In de aanbeveling van de Raad dient een termijn te worden bepaald waarbinnen
Italië daaraan effectief gevolg moet geven; tevens dient een termijn te worden bepaald voor
het corrigeren van het buitensporige tekort, dat behoudens bijzondere omstandigheden
binnen het jaar nadat het is geconstateerd, verholpen moet zijn. Op 20 maart 2005 is de Raad
overeengekomen dat bij het bepalen van het bestaan van bijzondere omstandigheden
rekening dient te worden gehouden met een evenwichtige algehele evaluatie van andere
relevante factoren.
(6) Bij het nagaan of er bijzondere omstandigheden bestaan, moet met de volgende elementen rekening worden gehouden.
(7) Het lijkt van essentieel belang dat het buitensporige tekort in Italië snel wordt verholpen gezien de hoge schuldquote en het hoge structurele tekort (het conjunctuurgezuiverde tekort
ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen) en in het licht van het feit dat aan-
houdende budgettaire onevenwichtigheden het vertrouwen ondermijnen en uiteindelijk een
negatief effect op de productiegroei sorteren. De afgelopen jaren heeft zich een geleidelijke
verslechtering van de begrotingssituatie van Italië voorgedaan. Met name het primaire saldo
is snel teruggelopen van 5% van het BBP in 1999 tot minder dan 2% van het BBP in 2004.
Gezien de hoge schuld, maakt deze ontwikkeling, die slechts tot op zekere hoogte aan de
economische neergang toe te schrijven is, een duurzame verbetering van de openbare
financiën noodzakelijk. Bij de bepaling van het aanpassingstraject moet evenwel ook
aandacht worden geschonken aan de heersende economische situatie en de omvang van de
vereiste begrotingscorrectie. Hoewel begrotingsconsolidatie, vooral indien deze op de juiste
mix van maatregelen berust en het vertrouwen versterkt, in het geval van Italië van
essentieel belang is voor de groei op middellange termijn, kan een te grote inspanning in een
te korte periode een hoge economische kostprijs hebben, vooral gezien de huidige zwakke
conjunctuur.
1
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1056/2005 (PB L 174 van 7.7.2005, blz. 5).
(8) Op basis van recente economische gegevens, waaruit blijkt dat het BBP eind 2004 en begin 2005 twee kwartalen op rij is gedaald, wordt voor 2005 thans uitgegaan van een BBP-groei
van om en bij de 0%, tegen 1,2% in 2004, een stagnatie die tegenover het groeicijfer van
1,2% staat dat in de voorjaarsprognoses 2005 van de Commissie nog werd voorspeld. Als
gevolg van de sterk verslechterde groeivooruitzichten, de opwaartse bijstelling van het
tekort voor 2004 en de herziening van de bijdrage van de tijdelijke maatregelen van de
aanvankelijk geplande 0,75% van het BBP tot ongeveer 0,4% van het BBP wordt
momenteel verwacht dat het tekort in 2005 op meer dan 4% van het BBP zal uitkomen,
terwijl in de voorjaarsprognoses van de Commissie van een tekort van 3,6% werd uitgegaan.
In de veronderstelling dat in 2005 geen aanvullende maatregelen worden genomen en dat de
BBP-groei in 2006 aantrekt tot 1,5%, zou het terugdringen van het tekort in 2006 tot minder
dan 3% een structurele aanpassing ten opzichte van 2005 van meer dan 1,5% van het BBP
vereisen.
(9) In het licht van een evenwichtige algehele beoordeling van alle relevante factoren, met name de huidige laagconjunctuur in Italië, in combinatie met de omvang van de vereiste aan-
passing om het tekort tegen 2006 tot onder de referentiewaarde van 3% van het BBP terug te
dringen, is de Raad al met al van oordeel dat er bijzondere omstandigheden bestaan en dat
het gerechtvaardigd is om de termijn voor de correctie van het buitensporige tekort tot 2007
te verlengen.
(10) In het algemeen moeten de maatregelen ter consolidering van de begroting een duurzame
verbetering van het overheidssaldo teweegbrengen en er tegelijkertijd op gericht zijn de
kwaliteit van de overheidsfinanciën te bevorderen en het groeipotentieel van de economie te
versterken. In het geval van Italië dient de correctie van het buitensporige tekort te worden
ingepast in een veelomvattende hervormingsstrategie die erop gericht is de diepgewortelde
structurele problemen aan te pakken waaronder de Italiaanse economie de afgelopen tien
jaar gebukt ging.
(11) Om het aanpassingstraject geloofwaardig te maken dient de Italiaanse regering: i) de
begroting voor 2005 strikt uit te voeren; indien wordt uitgegaan van een nulgroei en van een
vermindering van de tijdelijke maatregelen van 1,4% van het BBP in 2004 tot 0,4% van het
BBP in 2005, dan zou het nominale tekort in 2005 ten hoogste 4,3% van het BBP bedragen
en het structurele tekort iets lager uitkomen dan in 2004; en ii) de nodige maatregelen te
nemen om in de jaren 2006 en 2007 een cumulatieve reductie van het structurele tekort met
minimaal 1,6% ten opzichte van 2005 te bewerkstelligen, waarbij ten minste de helft van
deze correctie in 2006 moet plaatsvinden. Indien de BBP-groei aantrekt tot ongeveer 1,5%
in 2006 en 2007 en de helft van de correctie in 2006 plaatsvindt, dan zou het tekort terug-
lopen tot beduidend minder dan 4% in 2006 en 3% in 2007.
(12) De hoge overheidsschuld en het langzame dalingstempo van deze schuld vormen reden tot
bezorgdheid. Tegen de achtergrond van een lage groei van de potentiële productie moet
opnieuw een adequaat primair overschot worden gerealiseerd en moeten de factoren die,
naast het nettofinancieringstekort, in het verleden tot de verandering in het schuldniveau
hebben bijgedragen (zoals schuldverhogende operaties onder de lijn), voortdurend aan-
gepakt worden om ervoor te zorgen dat de bruto schuldquote van de overheid in voldoende
mate afneemt en de referentiewaarde in een bevredigend tempo benadert.
(13) De statistische bijstellingen voor de periode 2000-2004 van de meegedeelde begrotings-
gegevens duiden erop dat, bij het verzamelen en verwerken van algemene gegevens over de
overheidssector, in de nationale rekeningen van Italië, de transparantie moet worden
vergroot,
BEVEELT AAN:
-
1.dat de Italiaanse autoriteiten conform artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2007 een einde maken aan de thans
bestaande buitensporigtekortsituatie. Conform deze verordening stelt de Raad
12 januari 2006 vast als uiterste datum voor de Italiaanse regering om de daartoe vereiste
maatregelen te nemen;
-
2.dat de Italiaanse autoriteiten het overheidstekort tegen 2007 op een geloofwaardige en duurzame wijze terugdringen tot minder dan 3% van het BBP, met name door:
-
a)de begroting voor 2005 strikt uit te voeren;
-
b)de nodige maatregelen te nemen om in de jaren 2006 en 2007 een cumulatieve reductie van het, voor de conjunctuur gecorrigeerde, tekort, zonder eenmalige en
andere tijdelijke maatregelen, met minimaal 1,6% van het BBP ten opzichte van
2005 te bewerkstelligen, waarbij ten minste de helft van deze correctie in 2006
plaatsvindt;
-
3.dat de Italiaanse autoriteiten er daarnaast op toezien dat de bruto schuldquote van de overheid in voldoende mate afneemt en de referentiewaarde in een bevredigend tempo
benadert, in overeenstemming met de correctie van het buitensporige tekort, door op
middellange termijn opnieuw een adequaat primair overschot te realiseren. Voorts moeten
de Italiaanse autoriteiten bijzondere aandacht besteden aan de factoren die, naast het
nettofinancieringstekort, tot de verandering in het schuldniveau bijdragen, zoals operaties
onder de lijn.
-
4.Voorts verzoekt de Raad de Italiaanse autoriteiten de begrotingsconsolidatie voort te zetten om te bereiken dat de openbare financiën op middellange termijn vrijwel in evenwicht zijn
of een overschot vertonen, door middel van een vermindering van het conjunctuur-
gezuiverde tekort ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen met ten minste
0,5% van het BBP per jaar nadat het buitensporige tekort is verholpen.
-
5.De Raad dringt er bij de Italiaanse autoriteiten op aan om het verzamelen en verwerken van algemene gegevens over de overheidssector verder te verbeteren.
Deze aanbeveling is gericht tot Italië.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten

