(Brussel, 22-23 juni 2005)
I. INLEIDING
De rapporteur, de heer Petr DUCHON (EEP/DE, CS) presenteerde namens de Commissie
begrotingscontrole een verslag met 12 amendementen op het Commissievoorstel.
II. STEMMING
Overeenkomstig artikel 131 van het Reglement van het Europees Parlement, is dit verslag zonder
debat aangenomen op 23 juni 2005. De aangenomen amendementen zijn als volgt:
Amendement 1 Visum 3 bis (nieuw) - advies van de Europese Toezichthouder voor gegevens-
bescherming;
Amendement 2 Artikel 2, lid 1, alinea 1 bis (nieuw) - toepassing van de verordening op activiteiten
die in derde landen worden ontplooid;
Amendement 3 Artikel 3, lid 1, letter a) en Amendement 4 Artikel 3, punt 2, letter a) - toepassing
van de verordening op directe en indirecte communautaire financiering;
Amendement 5 Artikel 3, punt 2, letter b) - toepassing van de verordening op enkelvoudige of
meervoudige verrichtingen;
Amendement 6 Artikel 4, lid 1, letter a), punt iii) - uitwisseling van informatie;
Amendement 7 Artikel 4, lid 2 bis (nieuw) - register van de aan de samenwerking overeenkomstig
het voorstel deelnemende autoriteiten;
Amendement 8 Artikel 11, lid 1, alinea 1 - uitwisseling van informatie over de BTW;
Amendement 9 Artikel 19, lid 2 bis (nieuw) - rol van OLAF;
Amendement 10 Artikel 20 bis (nieuw) wijziging van bestaande wettelijke bepalingen;
Amendement 11 Titel II bis (nieuw) en Artikel 20 ter (nieuw) en Amendement 12 Artikel 20 quater
(nieuw) - uitbreiding van de mogelijkheid om onwettig verkregen voordelen in te vorderen, en
invorderingsmiddelen.
De tekst van de aangenomen amendementen en van de wetgevingsresolutie van het EP gaat in
1
bijlage dezes.
___________________
1
Er zij op gewezen dat de Engelse versie van de door het Europees Parlement aangenomen amendementen overlappingen bevat.
BIJLAGE
(23.06.2005)
Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap ***I
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende wederzijdse administratieve bijstand ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap tegen fraude en andere onwettige activiteiten (COM(2004)0509 C6-0125/2004 2004/0172(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement ,
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad
2
(COM(2004)0509) ,
gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 280, lid 4 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het
voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0125/2004),
gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0156/2005),
-
1.hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
-
2.verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende
wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
-
3.verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de
Commissie.
2
Nog niet in het PB gepubliceerd.
Door de Commissie voorgestelde tekst Amendementen van het Parlement Amendement 1
Visum 3 bis (nieuw)
Gezien het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 1 ,
____________ 1 PB C 301 van 7.12.2004, blz. 4.
Amendement 2
Artikel 2, lid 1, alinea 1 bis (nieuw)
Daartoe behoren ook gevallen waarin de onwettige activiteiten geheel of ten dele in staten buiten de Gemeenschap worden ontplooid. Amendement 3
Artikel 3, punt 1, letter a)
-
a)elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht die voortvloeit uit een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer, met inbegrip van contractbreuk in de zin van het Gemeenschapsrecht, waardoor de algemene begroting van de Gemeenschap of de door de Gemeenschap beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden benadeeld, hetzij door de vermindering of het achterwege blijven van ontvangsten uit de eigen middelen die rechtstreeks voor rekening van de Gemeenschap worden geïnd, hetzij door een onverschuldigde uitgave; a) elke inbreuk op het Gemeenschapsrecht die voortvloeit uit een handeling of een nalaten van een marktdeelnemer, met inbegrip van contractbreuk in de zin van het Gemeenschapsrecht alsmede bij de uitvoering van zowel directe als indirecte communautaire financiering, waardoor de algemene begroting van de Gemeenschap of de door de Gemeenschap beheerde begrotingen worden of zouden kunnen worden benadeeld, hetzij door de vermindering of het achterwege blijven van ontvangsten uit de eigen middelen die rechtstreeks voor rekening van de Gemeenschap worden geïnd, hetzij door een onverschuldigde uitgave;
Amendement 4
Artikel 3, punt 2, letter a)
-
a)die vertakkingen hebben of zouden kunnen hebben in andere lidstaten of waarbij sprake is van een concreet verband met verrichtingen in andere lidstaten; en a) die vertakkingen hebben of zouden kunnen hebben in andere lidstaten of waarbij sprake is van een concreet verband met verrichtingen in andere lidstaten of in gevallen van communautaire uitgaven (directe en indirecte) ten aanzien waarvan geen specifieke bepalingen inzake wederzijdse bijstand van toepassing zijn; en Amendement 5
Artikel 3, punt 2, letter b)
-
b)waarvan het totale fiscale nadeel voor de betrokken lidstaten wordt geraamd op meer dan 500 000 EUR als het gaat om BTW of, in de andere gevallen waarop deze verordening betrekking heeft, waarvan de schade aan de financiële belangen van de Gemeenschap op meer dan 100 000 EUR wordt geraamd; indien het om het witwassen van geld gaat, heeft de drempelwaarde betrekking op het basisdelict. b) die het resultaat zijn van verrichtingen- ongeacht de vraag of de constatering enkelvoudige of meervoudige verrichtingen betreft - en waarvan het totale fiscale nadeel voor de betrokken lidstaten wordt geraamd op meer dan 500 000 EUR als het gaat om BTW of, in de andere gevallen waarop deze verordening betrekking heeft, waarvan de schade aan de financiële belangen van de Gemeenschap op meer dan 100 000 EUR wordt geraamd; indien het om het witwassen van geld gaat, heeft de drempelwaarde betrekking op het basisdelict.
Amendement 6
Artikel 4, lid 1, letter a), punt iii)
-
iii)die zijn genoemd in Verordening (EG) nr. 1798/2003, de overeenkomstig die verordening aangewezen centrale verbindingsbureaus en verbindingsdiensten, andere autoriteiten voor belastingonderzoek die bevoegd zijn BTW-fraude te onderzoeken, of de in Richtlijn 92/12/EEG van de Raad bedoelde autoriteiten, voor zover de verzamelde informatie het bewijs van BTW-fraude kan leveren; iii) die zijn genoemd in Verordening (EG) nr. 1798/2003, de overeenkomstig die verordening aangewezen centrale verbindingsbureaus en verbindingsdiensten, andere autoriteiten voor belastingonderzoek die bevoegd zijn BTW-fraude te onderzoeken, of de in Richtlijn 92/12/EEG van de Raad bedoelde autoriteiten, voor zover de verzamelde informatie het bewijs van BTW-fraude kan leveren; dit sluit rechtstreekse contacten, uitwisseling van informatie of samenwerking tussen de ambtenaren van de verschillende lidstaten en de in dit artikel genoemde autoriteiten niet uit; Amendement 7
Artikel 4, lid 2 bis (nieuw)
2 bis. De Commissie houdt een register bij van alle aan de samenwerking overeenkomstig deze verordening deelnemende autoriteiten, dat permanent geactualiseerd en via internet toegankelijk gemaakt wordt.
Amendement 8
Artikel 11, lid 1, alinea 1
-
1.Met het oog op het verlenen van operationele en technische bijstand en waar nodig om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij te staan bij het opsporen en onderzoeken van onregelmatigheden in de zin van artikel 3, punt 1, onder b), van deze Verordening wordt de Commissie toegang verleend tot de gegevens die de lidstaten hebben opgeslagen in de in artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 bedoelde gegevensbanken. 1. Met het oog op het verlenen van operationele en technische bijstand en waar nodig om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij te staan bij het opsporen en onderzoeken van onregelmatigheden in de zin van artikel 3, punt 1, onder b), van deze Verordening delen de lidstaten de Commissie onverwijld de navolgende informatie mee uit de gegevens die de lidstaten hebben opgeslagen in de in Verordening (EG) nr. 1798/2003 bedoelde gegevensbanken: - de BTW-identificatienummers die zijn
toegekend door de lidstaat die de
inlichtingen ontvangt;
-
-de totale waarde van alle intracommunautaire leveringen van goederen aan de personen aan wie die nummers zijn toegekend, door alle in de lidstaat die de inlichtingen verschaft voor BTW-doeleinden geïdentificeerde handelaren.
Amendement 9
Artikel 19, lid 2 bis (nieuw)
2 bis. In dit verband speelt het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) een coördinerende rol.
Amendement 10
Artikel 20 bis (nieuw)
Artikel 20 bis
Wijziging van bestaande wettelijke bepalingen
De Commissie dient de nodige voorstellen in tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1798/2003 en van Besluit 2000/642/JBZ. Amendement 11
Titel II bis (nieuw) en artikel 20 ter (nieuw)
TITEL II BIS INVORDERING
Artikel 20 ter
Uitbreiding van de mogelijkheid om onwettig verkregen voordelen in te
vorderen en informatieplicht
-
1.Ter vergemakkelijking van de inning van vorderingen die voortvloeien uit onregelmatigheden als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, verstrekken instellingen en personen als bedoeld in artikel 2 bis van Richtlijn 91/308/EEG de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op een desbetreffend verzoek en overeenkomstig lid 2 alle relevante financiële informatie welke die autoriteiten in staat stelt om de maatregelen als bepaald in artikel 20 quater toe te passen. 2. Desbetreffende verzoeken gaan vergezeld van een verklaring met een uiteenzetting van de relevante feiten die de verzoekende autoriteit als bedoeld in lid 1, of de Commissie bekend zijn, alsmede de gronden welke bestaan voor ernstige verdenking. De betrokken kredietinstellingen en/of financiële instellingen verzekeren dat deze informatie vertrouwelijk blijft.
Amendement 12
Artikel 20 quater (nieuw)
Artikel 20 quater
Invorderingsmiddelen
-
1.Ter waarborging van een doeltreffende invordering gaan de lidstaten, zonodig na het verkrijgen van toestemming van een gerechtelijke autoriteit, over tot het in beslag nemen en bevriezen van onwettig verkregen voordelen die de financiële belangen van de Gemeenschap schaden. Deze bepaling is van toepassing op de opbrengsten van elke onregelmatigheid waarbij het gaat om bedragen van meer dan 50 000 EUR of om eigendom, als bedoeld in artikel 1, letter D van Richtlijn 91/308/EEG waarvan de waarde met een dergelijke opbrengst correspondeert. 2. De in lid 1 bedoelde maatregelen kunnen worden opgelegd aan een natuurlijke of een rechtspersoon die de onregelmatigheid heeft begaan of ervan wordt verdacht deze te hebben begaan, of die heeft bijgedragen tot het begaan van de onregelmatigheid of ervan wordt verdacht daartoe te hebben bijgedragen. Deze maatregelen kunnen ook worden toegepast op een natuurlijke of een rechtspersoon die profiteert van de opbrengsten van de onregelmatigheid.
___________________
- 20 jul '04COM(2004)509 - Wederzijdse administratieve bijstand ter bescherming van de financiële belangen van de EG tegen fraude en andere onwettige activiteiten
- 18 jun '01COM(2001)294 - Administratieve samenwerking op het gebied van de btw
- 16 dec '99JAI(1999)5 - 2000/642/JBZ : Besluit van de Raad van 17 oktober 2000 inzake een regeling voor samenwerking tussen de financiële inlichtingeneenheden van de lidstaten bij de uitwisseling van gegevens
- 7 nov '90COM(1990)431 - Algemene regeling voor aan accijns onderworpen produkten, het voorhanden hebben en het verkeer ervan
- 23 mrt '90COM(1990)106 - Voorkoming van het gebruik van het financiele systeem voor witwassen van geld

