Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (INSPIRE) - Politiek akkoord

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (INSPIRE) - Politiek akkoord

Hierbij gaat voor de delegaties de tekst van de preambule, waarover tijdens de vergadering van de

Groep Milieu op 7 juli 2005 overeenstemming is bereikt. Deze preambule zal tezamen met de tekst

van het politiek akkoord aan de juristen-vertalers worden voorgelegd voor de opstelling van de tekst

van het gemeenschappelijk standpunt.

_____________________

BIJLAGE

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap

(INSPIRE)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175,

lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie, 1

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, 2 Gezien het advies van het Comité van de Regio's, 3

Overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag, 4 Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het communautaire milieubeleid moet erop gericht zijn een hoog niveau van milieubescherming tot stand te brengen, rekening houdende met de uiteenlopende situaties in

de diverse regio's van de Gemeenschap. Bovendien is informatie, inclusief ruimtelijke

informatie, nodig voor het opstellen en toepassen van dit beleid en van communautair beleid

op andere gebieden. Overeenkomstig artikel 6 van het EG-Verdrag moeten de eisen inzake

milieubescherming immers worden geïntegreerd in het beleid van de Gemeenschap. Om dit

te verwezenlijken moet een zekere mate van coördinatie tussen de gebruikers en leveranciers

van informatie tot stand worden gebracht, zodat de informatie en kennis uit verschillende

sectoren kan worden gecombineerd.

1

PB C [...] van [...] , blz. [...] . 2

PB C [...] van [...] , blz. [...] . 3

PB C [...] van [...] , blz. [...] . 4

PB C [...] van [...] , blz. [...] .

(2) Overeenkomstig het Zesde Milieuactieprogramma, dat bij Besluit nr. 1600/2002/EG van het 5

Europees Parlement en de Raad is vastgesteld, moet er terdege op worden toegezien dat de communautaire beleidsvorming op milieugebied op een geïntegreerde wijze verloopt, waarbij

rekening wordt gehouden met regionale en lokale verschillen. Er bestaan een aantal

problemen op het vlak van de beschikbaarheid, kwaliteit, organisatie, toegankelijkheid en

uitwisseling van de ruimtelijke informatie die nodig is om de doelstellingen van het Zesde

Milieuactieprogramma te verwezenlijken.

(3) Deze problemen op het vlak van de beschikbaarheid, kwaliteit, organisatie, toegankelijkheid en uitwisseling van de ruimtelijke informatie doen zich voor met betrekking tot een groot

aantal beleids- en informatiethema's en op alle overheidsniveaus. Om deze problemen op te

lossen moeten maatregelen worden genomen met betrekking tot de uitwisseling van, toegang

tot en het gebruik van interoperabele ruimtelijke gegevens en diensten op het vlak van

ruimtelijke gegevens op alle overheidsniveaus en over de grenzen van de sectoren heen.

Daarom moet een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap worden

opgericht.

(4) De infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Europese Gemeenschap, INSPIRE genaamd, moet dienen ter ondersteuning van de beleidsvorming in verband met

beleidsmaatregelen en activiteiten die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag kunnen

hebben op het milieu.

(5) INSPIRE moet tot stand worden gebracht door gemeenschappelijke uitvoeringsregels op te leggen voor de bestaande infrastructuren voor ruimtelijke informatie in de lidstaten en deze

aan te vullen met maatregelen op communautair niveau. Deze maatregelen hebben tot doel de

infrastructuren voor ruimtelijke informatie in de lidstaten compatibel en bruikbaar te maken

in een communautaire en een grensoverschrijdende context.

5

PB L 242 van 10.9.2002, blz. 1.

(6) De infrastructuren voor ruimtelijke informatie in de lidstaten moeten zodanig zijn ontworpen dat de ruimtelijke gegevens op een passend niveau worden opgeslagen, beschikbaar worden

gemaakt en worden onderhouden, dat ruimtelijke gegevens uit verschillende bronnen in de

Gemeenschap op consistente wijze kunnen worden gecombineerd en kunnen worden

uitgewisseld tussen verschillende gebruikers en toepassingen, dat ruimtelijke gegevens die op

een bepaald overheidsniveau zijn vergaard, kunnen worden uitgewisseld met andere

overheidsniveaus (voor zover de richtlijn deze overheden verplicht ruimtelijke informatie uit

te wisselen), dat de ruimtelijke gegevens zodanig beschikbaar worden gemaakt dat het

grootschalige gebruik ervan niet onnodig wordt belemmerd, dat de beschikbare ruimtelijke

gegevens gemakkelijk kunnen worden opgezocht, dat gemakkelijk kan worden nagegaan of

de ruimtelijke gegevens geschikt zijn voor het beoogde doel en onder welke voorwaarden

deze gegevens mogen worden gebruikt.

(7) De ruimtelijke informatie waarop deze richtlijn betrekking heeft en de ruimtelijke informatie waarop Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003

inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie 6 betrekking heeft, overlappen elkaar in zekere mate. Deze richtlijn moet Richtlijn 2003/4/EG onverlet laten.

(8) Deze richtlijn moet Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7

17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie onverlet laten. De doelstellingen van Richtlijn 2003/98/EG zijn complementair aan de doelstellingen van deze

richtlijn.

(9) De oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Europese Gemeenschap trekt profijt van andere communautaire initiatieven, zoals

Verordening (EG) nr. 876/2002 van 21 mei 2002 tot oprichting van de gemeenschappelijke

onderneming Galileo 8 en Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): 9

Totstandbrenging van een GMES-capaciteit tegen 2008 , en geeft op een zijn beurt een aanzienlijke toegevoegde waarde aan deze initiatieven. De lidstaten moeten overwegen om

de gegevens en diensten van Galileo en GMES te gebruiken naarmate ze beschikbaar

worden, met name de gegevens en diensten met betrekking tot de tijds- en ruimtereferenties

van Galileo.

6

PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26. 7

PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90. 8

PB L 138 van 28.5.2002, blz. 1. 9

COM(2004) 65 def.

(10) Op nationaal en communautair niveau worden veel initiatieven genomen om ruimtelijke informatie te vergaren en om de verspreiding en het gebruik van deze informatie te

organiseren en te harmoniseren. Deze initiatieven nemen de vorm aan van communautaire

wetgeving (bijvoorbeeld Beschikking 2000/479/EG van de Commissie van 17 juli 2000

inzake de totstandbrenging van een Europees emissieregister van verontreinigende stoffen

(EPER) overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 96/61/EG van de Raad inzake geïntegreerde

preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC) 10 , Verordening (EG) nr. 2152/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van bossen

en milieu-interacties in de Gemeenschap (Forest focus) 11 ), en worden genomen in het kader van programma's die door de Gemeenschap worden gefinancierd (bijvoorbeeld CORINE land

cover, Europees informatiesysteem over het vervoerbeleid) of vloeien voort uit initiatieven

die op nationaal of regionaal niveau zijn genomen. Deze richtlijn zal deze initiatieven niet

alleen aanvullen middels een kader om ze interoperabel te maken, maar zal om doublures te

vermijden, ook voortbouwen op de opgedane ervaring en de reeds bestaande initiatieven.

(11) Deze richtlijn is van toepassing op ruimtelijke gegevens die door of ten behoeve van overheidsinstanties worden bewaard en op het gebruik van ruimtelijke gegevens door

overheidsinstanties bij de uitvoering van hun openbare taken. Onder bepaalde voorwaarden is

ze echter ook van toepassing op ruimtelijke gegevens die worden bewaard door natuurlijke

personen of rechtspersonen die geen overheidsinstantie zijn, voorzover deze natuurlijke

personen of rechtspersonen daar om vragen.

(12) In deze richtlijn worden geen eisen gesteld voor de vergaring van nieuwe gegevens of voor de rapportage van dergelijke informatie aan de Commissie. Deze zaken zijn geregeld in

andere wetgeving met betrekking tot het milieu.

(13) De nationale infrastructuren moeten geleidelijk worden opgezet en aan de thematische categorieën ruimtelijke gegevens die onder deze richtlijn vallen, moeten verschillende

prioriteitsniveaus worden toegekend. Bij de uitvoer moet rekening worden gehouden met de

mate waarin ruimtelijke gegevens nodig zijn voor een breed gamma aan toepassingen op

diverse beleidsgebieden, met de prioriteit van acties waarin wordt voorzien door

communautaire beleidsmaatregelen die geharmoniseerde ruimtelijke gegevens nodig hebben

en met de vooruitgang die reeds geboekt is dankzij de harmonisatie-inspanningen in de

lidstaten.

10

PB L 192 van 28.7.2000, blz. 36. 11

PB L 324 van 11.12.2003, blz. 1.

(14) De tijd en middelen die moeten worden geïnvesteerd in het zoeken naar bestaande ruimtelijke informatie en in het beoordelen of deze informatie bruikbaar is voor een bepaald doel,

vormen een belangrijke belemmering voor de volledige exploitatie van de beschikbare

gegevens. De lidstaten moeten daarom beschrijvingen van hun verzamelingen ruimtelijke

gegevens en hun diensten op dit gebied ter beschikking stellen in de vorm van metagegevens.

(15) De grote verscheidenheid aan formaten en structuren waarin de ruimtelijke gegevens in de Gemeenschap zijn georganiseerd en kunnen worden geraadpleegd vormt een obstakel voor de

efficiënte opstelling, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van communautaire

wetgeving die direct of indirect van invloed is op het milieu. Er moeten dan ook

uitvoeringsmaatregelen worden genomen om het gebruik van ruimtelijke gegevens die

afkomstig zijn uit bronnen in verschillende lidstaten, te vergemakkelijken. Deze maatregelen

moeten zodanig zijn ontworpen dat ze de verzamelingen ruimtelijke gegevens interoperabel

maken. De lidstaten moeten erop toezien dat de gegevens of informatie die nodig zijn om

deze interoperabiliteit te verwezenlijken beschikbaar zijn op voorwaarden die het gebruik

ervan voor dat doel niet beperken.

(16) Er zijn netwerkdiensten nodig om ruimtelijke gegevens te kunnen uitwisselen tussen de verschillende overheidsniveaus in de Gemeenschap. Dergelijke netwerkdiensten moeten het

mogelijk maken ruimtelijke gegevens te zoeken, te bewerken, te raadplegen en te

downloaden, ruimtelijke gegevens op te roepen en e-commercediensten te gebruiken. De

werking van de netwerkdiensten moet beantwoorden aan algemeen geldende specificaties en

de interoperabiliteit van de door de lidstaten opgerichte infrastructuren moet aan minimale

prestatievereisten voldoen. De netwerkdiensten moeten ook de technische mogelijkheid

omvatten die overheidsinstanties in staat stelt hun ruimtelijke gegevens en diensten

beschikbaar te maken.

(17) Bepaalde ruimtelijke gegevens en diensten die relevant zijn voor communautaire beleidsmaatregelen die direct of indirect van invloed zijn op het milieu, worden door derde

partijen bewaard en beheerd. De lidstaten moeten derde partijen de mogelijkheid bieden mee

te werken aan de nationale infrastructuren, voorzover dit niet ten koste gaat van de cohesie en

de gebruikersvriendelijkheid van de ruimtelijke gegevens en de aanverwante diensten die

onder deze infrastructuren vallen.

(18) Uit ervaringen in de lidstaten is gebleken dat een minimumaantal diensten gratis ter beschikking van het publiek moet worden gesteld om de infrastructuur voor ruimtelijke

informatie succesvol te kunnen opbouwen. De lidstaten moeten minstens de functie "zoeken"

van verzamelingen ruimtelijke gegevens gratis ter beschikking stellen.

(19) Om de integratie van de nationale infrastructuren in de infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap te bevorderen, dienen de lidstaten via een communautair

geoportaal dat door de Commissie wordt beheerd en via alle toegangspunten die zij zelf

beheren, toegang te verlenen tot hun infrastructuren.

(20) Om informatie van verschillende overheidsniveaus beschikbaar te maken, moeten de lidstaten de praktische belemmeringen uit de weg ruimen waarmee de overheidsinstanties op

nationaal, regionaal en lokaal niveau worden geconfronteerd bij de uitoefening van openbare

taken die direct of indirect van invloed kunnen zijn op het milieu. Deze praktische

belemmeringen moeten uit de weg worden geruimd voorzover ze betrekking hebben op

informatie die voor openbare taken wordt gebruikt.

(21) De overheidsdiensten moeten bij de uitoefening van hun taken vlot toegang hebben tot de

benodigde verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke

gegevens. Die toegang kan worden belemmerd, indien telkens wanneer om toegang wordt

verzocht de betrokken instanties vooraf overleg moeten plegen. De lidstaten moeten de nodige

maatregelen nemen om deze praktische belemmeringen voor de uitwisseling van gegevens

tegen te gaan, bijvoorbeeld door middel van vooraf door de overheidsinstanties gemaakte

afspraken.

(22) De mechanismen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten

met betrekking tot ruimtelijke gegevens tussen de centrale overheid en andere

overheidsinstellingen en natuurlijke of rechtspersonen die openbare bestuursfuncties naar

nationaal recht vervullen, kunnen wetten, reglementen, vergunningen, financiële regelingen of

administratieve procedures omvatten, bijvoorbeeld om de financiële levensvatbaarheid te

beschermen van overheidsinstanties die verplicht zijn inkomsten te genereren of waarvan de

gegevens bijvoorbeeld slechts gedeeltelijk door de lidstaat worden gesubsidieerd zodat zij

ongesubsidieerde kosten moeten verhalen op de gebruikers, of bijvoorbeeld om te zorgen voor

het onderhoud en de bijwerking van deze gegevens.

(23) De lidstaten zouden in de maatregelen die zij voor hun omzettingswetgeving aannemen de

mogelijkheid kunnen bieden dat overheidsinstanties die verzamelingen ruimtelijke gegevens

en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens verstrekken, van andere

overheidsinstanties die deze gegevens en diensten gebruiken een vergunning of een betaling

verlangen.

(24) De uitvoering en toepassing van de artikelen 13, lid 1, onder f), en artikel 17, lid 1, geschieden

in volledige overeenstemming met de beginselen inzake de bescherming van

persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad

van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de

verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

(25) Het kader voor het uitwisselen van ruimtelijke gegevens tussen overheidsinstanties die door de

richtlijn een uitwisselingsverplichting opgelegd krijgen, moet neutraal zijn ten opzichte van de

overheidsinstanties in een lidstaat, maar ook ten opzichte van de overheidsinstanties in andere

lidstaten en de communautaire instellingen. Aangezien de communautaire instellingen en

organen regelmatig ruimtelijke informatie uit alle lidstaten moeten integreren en beoordelen,

moeten zij op geharmoniseerde voorwaarden toegang kunnen krijgen tot en gebruik kunnen

maken van ruimtelijke informatie en de desbetreffende diensten.

(26) Om derde partijen aan te moedigen diensten met meerwaarde voor zowel overheidsinstanties

als het brede publiek te ontwikkelen, moet de toegang tot ruimtelijke gegevens over

administratieve en nationale grenzen heen worden vergemakkelijkt.

(27) Om infrastructuren voor ruimtelijke informatie doeltreffend te kunnen implementeren, moeten

de inspanningen van een ieder die een belang heeft bij de oprichting van dergelijke

infrastructuren, hetzij als leverancier, hetzij als gebruiker, worden gecoördineerd. Daarom

moeten geschikte coördinatiestructuren worden opgericht, zowel op het niveau van de lidstaten

als op dat van de Gemeenschap.

(28) Om profijt te kunnen trekken van de nieuwste techniek en de meest recente ervaring van

informatiestructuren is het wenselijk dat de maatregelen die nodig zijn voor de

tenuitvoerlegging van deze richtlijn worden gebaseerd op internationale normen en op normen

die door Europese normalisatie-instellingen zijn goedgekeurd, overeenkomstig de procedure

van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende

een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften 12 . (29) Aangezien het Europees Milieuagentschap dat bij Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad

van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het Europees Milieuagentschap en het Europees

milieuobservatie- en -informatienetwerk 13 is opgericht, tot taak heeft de Gemeenschap objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie op communautair niveau te verschaffen en

er onder meer naar streeft de stroom van beleidsrelevante milieu-informatie tussen de lidstaten

en de communautaire instellingen te verbeteren, moet dit agentschap een actieve bijdrage

leveren tot de uitvoering van deze richtlijn.

(30) Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" worden de

lidstaten aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen

op te stellen die voorzover mogelijk het verband weergeven tussen de richtlijn en de

omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.

(31) De goedkeuring van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze richtlijn dient

te geschieden overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot

vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

14

uitvoeringsbevoegdheden .

(32) In het kader van de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van deze

richtlijn en met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de infrastructuur voor ruimtelijke

informatie in de Gemeenschap, moet permanent toezicht worden gehouden op de uitvoering

van de richtlijn en moet hierover regelmatig verslag worden uitgebracht.

12

PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. 13

PB L 120 van 11.5.1990, blz. 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1641/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 1).

14

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(33) Het doel van deze richtlijn, namelijk de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke

informatie in de Gemeenschap, kan niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt

vanwege de transnationale aspecten die ermee verbonden zijn en omdat er in de Gemeenschap

behoefte is aan coördinatie van de voorwaarden voor de toegang tot en de uitwisseling van

ruimtelijke informatie. Aangezien dit doel beter op het niveau van de Gemeenschap kan

worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag

neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde

artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze

doelstelling te verwezenlijken.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie