Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (INSPIRE) - Politiek akkoord

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Hierbij gaat voor de delegaties de tekst van het politiek akkoord dat op 24 juni 2005 in de Raad

(Milieu) is bereikt.

_____________________

BIJLAGE

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap

(INSPIRE)

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. 
    In deze richtlijn worden de algemene regels voor de oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap vastgesteld, ter ondersteuning van het

*

communautaire milieubeleid en beleidsmaatregelen die van invloed zijn op het milieu.

  • 2. 
    De infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap bouwt voort op de infrastructuren voor ruimtelijke informatie die door de lidstaten zijn opgericht en door hen

**

worden beheerd.

Artikel 2

*

Aanvullende overweging: "De INSPIRE-infrastructuur zou dienen ter ondersteuning van de beleidsvorming in verband met beleidsmaatregelen en activiteiten die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag kunnen hebben op het milieu. Tevens zou deze infrastructuur het ruimtebeheer ten goede komen.". **

De Cie is voornemens een verklaring af te leggen met betrekking tot artikel 1: "De Commissie is het er volledig mee eens dat de INSPIRE-infrastructuur verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens op communautair niveau dient te omvatten met het oog op samenhang tussen de in de lidstaten opgerichte infrastructuur voor ruimtelijke informatie en ruimtelijke informatie op communautair niveau. De Commissie zal daartoe alles in het werk stellen en, in voorkomend geval, een wetgevingsvoorstel indienen waarin de invoering van de onderdelen van INSPIRE binnen de bevoegde Gemeenschapsinstellingen en -instanties wordt geregeld.".

Artikel 3

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

(1) "infrastructuur voor ruimtelijke informatie": metagegevens, verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens, netwerkdiensten en -techno-

logieën, overeenkomsten betreffende de uitwisseling, de raadpleging en het gebruik van

de gegevens, en overeenkomstig deze richtlijn ingestelde, beheerde en/of beschikbaar

gemaakte mechanismen, processen en procedures voor coördinatie en monitoring;

(2) "ruimtelijke gegevens": alle gegevens die direct of indirect verwijzen naar een specifieke locatie of een specifiek geografisch gebied;

(3) "verzameling ruimtelijke gegevens": een identificeerbare verzameling ruimtelijke gegevens;

(4) "diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens": de verwerking van de ruimtelijke gegevens die zich in die verzamelingen bevinden of de verwerking van de aanverwante

metagegevens door middel van een computertoepassing;

(5) "ruimtelijk object": een abstracte voorstelling van een reëel verschijnsel in relatie tot een specifieke locatie of een specifiek geografisch gebied;

(6) "metagegevens": informatie waarin verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens worden beschreven en die het mogelijk maakt deze

gegevens en diensten te zoeken, te inventariseren en te gebruiken;

(7) "interoperabiliteit": de mogelijkheid dat, zonder terugkerende handmatige verrichtingen, verzamelingen ruimtelijke gegevens zodanig worden gecombineerd en dat diensten

zodanig op elkaar inwerken dat het resultaat coherent is en de meerwaarde van de

verzamelingen gegevens en de diensten wordt verhoogd;

(8) "INSPIRE-geoportaal": een internetsite, of een equivalent daarvan, die toegang verschaft tot de in artikel 11, lid 1, bedoelde diensten;

(9) "overheidsinstantie":

  • a) 
    een regering of een andere bestuurlijke overheid, zoals een openbaar adviesorgaan, op nationaal, regionaal of lokaal niveau;
  • b) 
    een natuurlijke of rechtspersoon die openbare bestuursfuncties naar nationaal recht uitoefent, met inbegrip van specifieke taken, activiteiten of diensten met betrekking

tot het milieu; en

  • c) 
    een natuurlijke of rechtspersoon die onder toezicht van een orgaan of persoon als bedoeld onder a) of b) belast is met openbare verantwoordelijkheden of functies of

openbare diensten op milieugebied verleent.

De lidstaten kunnen bepalen dat deze begripsomschrijving niet van toepassing is op

instellingen of organen die optreden in een rechterlijke of wetgevende hoedanigheid;

(10) "derde partij": natuurlijke of rechtspersoon die geen overheidsinstantie is.

Artikel 4

  • 1. 
    Deze richtlijn heeft betrekking op verzamelingen ruimtelijke gegevens die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  • a) 
    ze hebben betrekking op een gebied waar een lidstaat rechten ten aanzien van de rechtsbevoegdheid heeft en/of uitoefent;
  • b) 
    ze zijn beschikbaar in elektronisch formaat;
  • c) 
    ze worden gehouden door of namens:
  • i) 
    een overheidsinstantie, in de zin dat ze zijn geproduceerd of ontvangen dan wel worden beheerd of bijgewerkt door die instantie en onder de taak van de

overheid vallen;

  • ii) 
    een derde partij waaraan het netwerk ter beschikking is gesteld overeenkomstig artikel 12;
  • d) 
    ze hebben betrekking op een of meer van de in de bijlagen I, II of III vermelde thematische categorieën.
  • 2. 
    Ingeval door of namens verscheidene overheidsinstanties meerdere identieke exemplaren van dezelfde verzameling ruimtelijke gegevens worden gehouden, is deze richtlijn alleen

van toepassing op de referentieversie waaraan de verscheidene exemplaren zijn ontleend.

  • 3. 
    Deze richtlijn heeft tevens betrekking op diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens die verband houden met gegevens die deel uitmaken van de in lid 1 bedoelde verzame-

lingen ruimtelijke gegevens.

  • 4. 
    Deze richtlijn schrijft niet voor dat nieuwe ruimtelijke gegevens worden verzameld.
  • 5. 
    In het geval van verzamelingen ruimtelijke gegevens die aan de voorwaarden van lid 1, onder c), voldoen, maar waarop een derde partij intellectuele eigendomsrechten kan doen

gelden, mag de overheidsinstantie alleen actie ondernemen overeenkomstig deze richtlijn

als de derde partij daarmee instemt.

  • 6. 
    In afwijking van lid 1 is deze richtlijn uitsluitend van toepassing op verzamelingen ruimtelijke gegevens die worden bijgehouden door of namens een overheidsinstantie op

het laagste bestuurlijke niveau in een lidstaat, indien de lidstaat over wet- of regelgeving

die tot de verzameling of verspreiding ervan noopt beschikt.

  • 7. 
    De technische beschrijvingen van de in de bijlagen I, II en III opgesomde categorieën ruimtelijke gegevens kunnen worden aangepast overeenkomstig de procedure van

artikel 22, lid 2, om rekening te houden met de ontwikkeling van de behoeften aan

ruimtelijke gegevens ter ondersteuning van communautaire beleidsmaatregelen die van

invloed zijn op het milieu.

HOOFDSTUK II

METAGEGEVENS

Artikel 5

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat metagegevens worden opgesteld en bijgewerkt voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens

die met de in de bijlagen I tot en met III vermelde categorieën corresponderen.

  • 2. 
    Metagegevens hebben onder meer betrekking op:
  • a) 
    de overeenstemming van verzamelingen ruimtelijke gegevens met de in artikel 7, lid 1, vermelde uitvoeringsbepalingen;
  • b) 
    de voorwaarden voor het gebruik van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens en, indien van toepassing, de

overeenkomstige vergoedingen;

  • c) 
    de kwaliteit van ruimtelijke gegevens, inclusief de validiteit ervan;
  • d) 
    de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de oprichting, het beheer, het onderhoud en de verspreiding van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten

met betrekking tot ruimtelijke gegevens;

  • e) 
    beperkingen voor de publieke toegang en de redenen voor deze beperkingen, overeenkomstig artikel 13.
  • 3. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de metagegevens volledig zijn en van toereikende kwaliteit om aan het in artikel 3, lid 6, gestelde doel te

beantwoorden.

  • 4. 
    De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure en binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn vastge-

steld. In deze bepalingen wordt rekening gehouden met de desbetreffende bestaande

internationale normen en gebruikerseisen.

Artikel 6

De lidstaten stellen de in artikel 5 vermelde metagegevens op overeenkomstig het volgende

tijdsschema:

  • a) 
    uiterlijk 2 jaar na de datum van aanneming van de uitvoeringsbepalingen overeenkomstig artikel 5, lid 4, voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in

de bijlagen I en II vermelde thematische categorieën;

  • b) 
    uiterlijk 5 jaar na de datum van aanneming van de uitvoeringsbepalingen overeenkomstig artikel 5, lid 4, voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in

bijlage III vermelde thematische categorieën.

HOOFDSTUK III

INTEROPERABILITEIT VAN VERZAMELINGEN RUIMTELIJKE GEGEVENS EN

VAN DIENSTEN MET BETREKKING TOT RUIMTELIJKE GEGEVENS

Artikel 7

  • 1. 
    De uitvoeringsbepalingen met de technische voorschriften voor de interoperabiliteit en, waar mogelijk, de harmonisatie van de verzamelingen van ruimtelijke gegevens en

diensten worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure. Bij het

opstellen van de uitvoeringsbepalingen wordt rekening gehouden met gebruikerseisen,

bestaande initiatieven en internationale normen om verzamelingen ruimtelijke gegevens te

harmoniseren, alsmede met de haalbaarheid en het kosten-batenaspect. Ingeval inter-

nationaalrechtelijke organisaties normen hebben vastgesteld met het oog op inter-

operabiliteit en harmonisatie van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met

betrekking tot ruimtelijke gegevens, worden deze normen geïntegreerd en wordt, in

voorkomend geval, in de in dit lid bedoelde uitvoeringsbepalingen naar de bestaande

technische middelen verwezen.

  • 2. 
    De Commissie verricht een analyse van de haalbaarheid en de verwachte kosten en baten, die als basis zal dienen voor de ontwikkeling van voorstellen voor deze uitvoerings-

bepalingen. De lidstaten verstrekken de Commissie desgevraagd de informatie die zij

nodig heeft om deze analyse te verrichten. Wanneer de Commissie dergelijke bepalingen

voorstelt, overlegt zij in het in artikel 22, lid 1, bedoelde comité met de lidstaten over de

resultaten van haar analyse. De vaststelling van dergelijke bepalingen brengt voor de

lidstaten geen buitensporige kosten met zich mee.

  • 3. 
    Voorzover haalbaar zorgen de lidstaten ervoor dat alle nieuw verzamelde of bijgewerkte verzamelingen van ruimtelijke gegevens en de desbetreffende diensten uiterlijk twee jaar

na de aanneming van de in lid 1 bedoelde uitvoeringsbepalingen daarmee in overeen-

stemming worden gebracht en dat andere verzamelingen van ruimtelijke gegevens en

desbetreffende diensten uiterlijk zeven jaar na de aanneming van de uitvoeringsbepalingen

daarmee in overeenstemming worden gebracht.

  • 4. 
    De in lid 1 bedoelde uitvoeringsbepalingen hebben betrekking op de definitie en classificatie van ruimtelijke objecten die relevant zijn voor de verzamelingen ruimtelijke

gegevens met betrekking tot de in de bijlagen I, II en III opgesomde thematische

categorieën, en de wijze waarop deze ruimtelijke gegevens geogerefereerd zijn .

  • 5. 
    Vertegenwoordigers van de lidstaten op nationaal, regionaal en lokaal niveau alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen die wegens hun rol in de infrastructuur voor ruimte-

lijke informatie een belang hebben bij de desbetreffende ruimtelijke gegevens, zoals

gebruikers, leveranciers, verleners van diensten met toegevoegde waarde of coördinatie-

organen, krijgen de mogelijkheid om, conform de toepasselijke procedures, vóór de

bespreking door het comité deel te nemen aan de voorbereidende besprekingen over de

inhoud van de uitvoeringsbepalingen, als bepaald in lid 1.

Artikel 8

  • 1. 
    In het geval van verzamelingen ruimtelijke gegevens die onder een of meer van de in bijlage I of II opgesomde thematische categorieën vallen, moeten de in artikel 7, lid 1,

vermelde uitvoeringsbepalingen aan de voorwaarden van de punten 2, 3 en 4 voldoen.

  • 2. 
    De uitvoeringsbepalingen moeten betrekking hebben op de volgende aspecten van ruimtelijke gegevens:
  • a) 
    oplossingen met het oog op eenduidige identificatie van ruimtelijke objecten, waaraan identificatoren uit de bestaande nationale systemen kunnen worden

aangepast, teneinde de onderlinge interoperabiliteit te waarborgen;

  • b) 
    het verband tussen ruimtelijke objecten;
  • c) 
    de belangrijkste kenmerken en de overeenkomstige meertalige thesauri die in het algemeen vereist zijn voor beleidsmaatregelen die van invloed zijn op het milieu;
  • d) 
    informatie over de tijdsdimensie van de gegevens; e) actualiseringen van de gegevens.
  • 3. 
    De uitvoeringsbepalingen worden zodanig opgesteld dat de samenhang wordt gegaran deerd tussen informatie-eenheden die naar dezelfde locatie verwijzen of tussen informatie-

eenheden die verwijzen naar hetzelfde object, maar op verschillende schaal.

  • 4. 
    De uitvoeringsbepalingen worden zodanig opgesteld dat de informatie uit verschillende verzamelingen ruimtelijke gegevens vergelijkbaar is voor wat de in artikel 7, lid 4, en de in

lid 2 van dit artikel genoemde aspecten betreft.

Artikel 9

De in artikel 7, lid 1, vermelde uitvoeringsbepalingen worden overeenkomstig het volgende

tijdschema aangenomen:

  • a) 
    uiterlijk 2 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in bijlage I vermelde thematische categorieën;
  • b) 
    uiterlijk 5 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn voor de verzamelingen ruimtelijke gegevens die overeenstemmen met de in bijlage II of bijlage III vermelde thematische

categorieën.

Artikel 10

  • 1. 
    De lidstaten zien er op toe dat alle informatie, waaronder gegevens, codes en technische classificaties die nodig zijn om de overeenstemming met de in artikel 7, lid 1, vermelde

uitvoeringsbepalingen tot stand te brengen, onder zodanige voorwaarden ter beschikking

van overheidsinstanties of derde partijen wordt gesteld dat die informatie zonder beperking

voor dat doel kan worden aangewend.

  • 2. 
    Om de coherentie te garanderen van ruimtelijke gegevens die betrekking hebben op een geografische entiteit die zich over twee of meer lidstaten uitstrekt, moeten de lidstaten

overeenstemming bereiken over de afbeelding en de plaats van dergelijke gemeenschap-

pelijke kenmerken.

HOOFDSTUK IV

NETWERKDIENSTEN

Artikel 11

  • 1. 
    De lidstaten dragen zorg voor de oprichting en exploitatie van een netwerk van de volgende diensten met betrekking tot de verzamelingen ruimtelijke gegevens en de

diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens waarvoor overeenkomstig deze richtlijn

metagegevens zijn opgesteld:

  • a) 
    zoekdiensten, die het mogelijk maken verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens op te zoeken op basis van de inhoud

van de overeenkomstige metagegevens, en de inhoud van de metagegevens weer te

geven;

  • b) 
    raadpleegdiensten, die het minstens mogelijk maken raadpleegbare verzamelingen ruimtelijke gegevens weer te geven, in deze verzamelingen te navigeren, in of uit te

zoomen, panoramisch of met overlays weer te geven en om de onderschriften bij de

informatie en de relevantie van de metagegevens weer te geven;

  • c) 
    downloaddiensten, die het mogelijk maken verzamelingen ruimtelijke gegevens geheel of gedeeltelijk te downloaden en er, waar mogelijk rechtstreeks toegang toe te

hebben;

  • d) 
    verwerkingsdiensten, die het mogelijk maken verzamelingen ruimtelijke gegevens te verwerken om tot interoperabiliteit te komen;
  • e) 
    diensten die het mogelijk maken diensten met betrekking tot gegevens op te roepen.

Deze diensten moeten rekening houden met relevante gebruikerseisen en gemakkelijk

bruikbaar, beschikbaar voor het brede publiek en via internet of via andere telecommuni-

catiemiddelen toegankelijk zijn.

  • 2. 
    De diensten van lid 1, onder a), moeten ten minste de volgende zoekcriteria omvatten: a) trefwoorden;
  • b) 
    classificering van ruimtelijke gegevens en diensten;
  • c) 
    de kwaliteit van ruimtelijke gegevens, inclusief de validiteit ervan;
  • d) 
    mate van overeenstemming met de uitvoeringsbepalingen bedoeld in artikel 7; e) geografische locatie;
  • f) 
    voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens;
  • g) 
    de overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor de oprichting, het beheer, het onderhoud en de verspreiding van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten

met betrekking tot ruimtelijke gegevens.

  • 3. 
    De in lid 1, onder d), vermelde verwerkingsdiensten moeten op zodanige wijze met de andere diensten van lid 1 worden gecombineerd dat al deze diensten overeenkomstig de in

artikel 7 vermelde uitvoeringsbepalingen kunnen worden geëxploiteerd.

Artikel 12

De lidstaten dragen er zorg voor dat de overheidsinstanties de technische mogelijkheid krijgen

om hun verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens

te koppelen aan het in artikel 11, lid 1, bedoelde netwerk. Deze dienst wordt op verzoek ook ter

beschikking van derde partijen gesteld wier verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met

betrekking tot ruimtelijke gegevens voldoen aan de uitvoeringsbepalingen waarin eisen zijn

vastgesteld voor, met name, metagegevens, netwerkdiensten en interoperabiliteit.

Artikel 13

  • 1. 
    In afwijking van artikel 11, lid 1, mogen de lidstaten de publieke toegang tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens

via de in artikel 11, lid 1, onder a) tot en met e), vermelde diensten of tot de in artikel 14,

lid 2, vermelde e-commercediensten beperken indien de toegang afbreuk zou doen aan:

  • a) 
    het vertrouwelijke karakter van handelingen van overheidsinstanties, indien deze vertrouwelijkheid bij wet is voorzien;
  • b) 
    internationale betrekkingen, defensie en openbare veiligheid;
  • c) 
    de rechtsgang, de mogelijkheid voor een persoon om een eerlijk proces te krijgen of de mogelijkheid voor een overheid om een strafrechtelijk of disciplinair onderzoek in te

stellen;

  • d) 
    de vertrouwelijkheid van commerciële of industriële informatie, wanneer deze vertrouwe lijkheid in de nationale of de communautaire wetgeving voorgeschreven wordt om een

rechtmatig economisch belang te beschermen, met inbegrip van het algemeen belang dat

met statistische en fiscale geheimhouding is gediend;

  • e) 
    intellectuele eigendomsrechten;
  • f) 
    de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en/of -dossiers met betrekking tot een natuurlijk persoon wanneer die persoon niet heeft ingestemd met bekendmaking van de

informatie aan het publiek, wanneer het nationaal of het Gemeenschapsrecht daarin

voorziet.

  • g) 
    de belangen of de bescherming van diegene die de gevraagde informatie vrijwillig heeft verstrekt zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn of te kunnen worden tenzij die persoon

met het vrijgeven van de betrokken informatie heeft ingestemd;

  • h) 
    de bescherming van het milieu waarop die informatie betrekking heeft, zoals de habitat van zeldzame soorten.
  • 2. 
    De in lid 1 vermelde redenen voor het beperken van de toegang dienen restrictief te worden geïnterpreteerd, waarbij rekening moet worden gehouden met het openbaar belang

van de toegang. In alle gevallen moet het openbaar belang van de toegang worden afge-

wogen tegen het belang dat wordt nagestreefd door het beperken van de toegang of het

stellen van voorwaarden aan de toegang. Overeenkomstig lid 1, onder a), d), f), g) en h),

mogen de lidstaten de toegang tot informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu

niet beperken.

Wanneer de toegang evenwel wordt beperkt op grond van de punten d) of f) van lid 1, is de

vorige alinea alleen van toepassing als de in lid 1 bedoelde toegang betrekking heeft op

milieu-informatie als omschreven in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2003/4/EG.

  • 3. 
    Binnen dit kader en voor de toepassing van lid 1, onder f), zorgen de lidstaten ervoor dat aan de vereisten van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van

24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de

verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens is

voldaan.

Artikel 14

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat:
  • a) 
    het publiek kosteloos gebruik kan maken van de in artikel 11, lid 1, onder a), vermelde diensten;
  • b) 
    de in artikel 11, lid 1, onder b), bedoelde diensten in de regel kosteloos voor het publiek toegankelijk zijn. Ingeval kosten en/of vergunningen evenwel een essentiële

voorwaarde zijn om de verzamelingen ruimtelijke gegevens en de diensten met

betrekking tot ruimtelijke gegevens instand te houden of om duurzaam aan de

vereisten van reeds bestaande internationale infrastructuur voor ruimtelijke gegevens

te voldoen, kunnen de lidstaten kosten aanrekenen aan en/of vergunningen verlangen

van, hetzij, de persoon die de dienst aan het publiek aanbiedt, hetzij, wanneer de

dienstverlener daarvoor kiest, het publiek.

  • 2. 
    De gegevens die beschikbaar worden gesteld via de in artikel 11, lid 1, punt b), vermelde raadpleegdiensten mogen worden geleverd in een vorm die hun hergebruik voor

commerciële doeleinden verhindert.

  • 3. 
    Indien de overheidsinstanties de in artikel 11, lid 1, onder b), c) of e), vermelde diensten tegen betaling ter beschikking stellen, moeten de lidstaten er op toezien dat e-commerce-

diensten beschikbaar zijn. Aan deze diensten kunnen bewijzen van afstand, klikvergun-

ningen of vergunningen worden gekoppeld.

Artikel 15

  • 1. 
    De Commissie zal op communautair niveau een INSPIRE-geoportaal opzetten en exploiteren.
  • 2. 
    De lidstaten zullen via het in lid 1 bedoelde INSPIRE-geoportaal toegang verlenen tot de in artikel 11, lid 1, vermelde diensten. De lidstaten mogen ook via hun eigen toegangspunten

toegang verlenen tot deze diensten.

Artikel 16

Overeenkomstig de procedure van artikel 22, lid 2, worden bepalingen ter uitvoering van dit

hoofdstuk aangenomen, die met name het volgende omvatten:

  • a) 
    technische specificaties voor de in de artikelen 11 en 12, vermelde diensten en minimale prestatiecriteria voor deze diensten, rekening houdende met de bestaande rapportage-

voorschriften en de in het kader van de communautaire milieuwetgeving aangenomen

aanbevelingen, de bestaande e-commercediensten en de technologische vooruitgang;

  • b) 
    de in artikel 12 vermelde verplichtingen.

HOOFDSTUK V

GEGEVENSUITWISSELING

Artikel 17

  • 1. 
    Elke lidstaat stelt maatregelen vast voor het uitwisselen van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens tussen zijn overheidsinstanties

als bedoeld in artikel 3, lid 9, onder a) en b). Deze maatregelen stellen die overheidsinstanties

in staat om toegang te verkrijgen tot verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met

betrekking tot ruimtelijke gegevens en om deze verzamelingen en diensten uit te wisselen en te

gebruiken voor overheidstaken die van invloed zijn op het milieu.

  • 2. 
    De in lid 1 vermelde maatregelen verhinderen dat beperkingen op het gebruik worden opge legd die praktische belemmeringen kunnen opwerpen voor de uitwisseling van verzamelingen

ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. *

  • 3. 
    Lid 2 belet de overheidsdiensten die verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens verstrekken niet om een vergunning of betaling te

verlangen van de overheidsdiensten of instellingen en instanties van de Gemeenschap die deze

verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens

gebruiken. **

*

Aanvullende overweging: "De overheidsdiensten moeten bij de uitoefening van hun taken vlot toegang hebben tot de benodigde verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. Die toegang kan worden belemmerd, indien telkens wanneer om toegang wordt verzocht de betrokken instanties vooraf overleg moeten plegen. De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen om deze praktische belemmeringen voor de uitwisseling van gegevens tegen te gaan, bijvoorbeeld door middel van vooraf door de overheidsinstanties gemaakte afspraken.".

**

Drie aanvullende overwegingen:

  • 1) 
    "De mechanismen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens tussen de centrale overheid en andere overheidsinstellingen en natuurlijke of rechtspersonen die openbare bestuursfuncties naar nationaal recht vervullen, kunnen wetten, reglementen, vergunningen, financiële regelingen of administratieve procedures omvatten, bijvoorbeeld om de financiële levensvatbaarheid te beschermen van overheidsinstanties die verplicht zijn inkomsten te genereren." 2) "De uitvoering en toepassing van de artikelen 13, lid 1, punt e), en artikel 17, lid 1, geschiedt in volledige overeenstemming met de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens." 3) "De lidstaten zouden in de maatregelen die zij aannemen voor hun omzettingswetgeving de mogelijkheid kunnen inbouwen voor overheidsinstanties die verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens verstrekken om van andere overheidsinstanties die deze gegevens en diensten gebruiken, een vergunning of een betaling te verlangen.".
  • 4. 
    De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde regelingen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens staan met het oog

op overheidstaken die van invloed zijn op het milieu open voor de in artikel 3, lid 9,

onder a) en b), bedoelde overheidsdiensten van de andere lidstaten en voor de instellingen

en instanties van de Gemeenschap.

  • 5. 
    De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde regelingen voor de uitwisseling van verzamelingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens staan, met het

oog op de uitvoering van taken die van invloed zijn op het milieu, op basis van weder-

kerigheid en gelijkwaardigheid open voor organen die zijn opgericht bij internationale

overeenkomsten waarbij de Gemeenschap en de lidstaten partij zijn.

  • 6. 
    Indien de regelingen voor de uitwisseling van de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde verzame lingen ruimtelijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens overeen-

komstig de leden 4 en 5 ter beschikking worden gesteld, kunnen de lidstaten voorwaarden

vaststellen met betrekking tot het gebruik daarvan.

  • 7. 
    In afwijking van dit artikel kunnen de lidstaten de uitwisseling beperken wanneer deze de rechtsgang, de openbare veiligheid, de nationale defensie of de internationale betrekkingen

in gevaar brengt.

  • 8. 
    Onverminderd lid 3, verlenen de lidstaten de instellingen en organen van de Gemeenschap overeenkomstig geharmoniseerde voorwaarden toegang tot verzamelingen ruimtelijke

gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. De uitvoeringsbepalingen

met betrekking tot deze voorwaarden worden overeenkomstig de procedure van artikel 22,

lid 2, vastgesteld.

  • 9. 
    Dit artikel laat het bestaan of de eigendom van intellectuele eigendomsrechten van over heidsdiensten onverlet.

HOOFDSTUK VI

COÖRDINATIE EN AANVULLENDE MAATREGELEN

Artikel 18

De lidstaten zien erop toe dat passende structuren en mechanismen worden ingesteld voor de

coördinatie van de bijdragen van iedereen die een belang heeft in hun infrastructuren voor

ruimtelijke informatie.

Deze structuren coördineren de bijdragen van onder meer gebruikers, leveranciers, verleners van

diensten met toegevoegde waarde en coördinatie-instanties met betrekking tot het opsporen van

nuttige verzamelingen gegevens, de vaststelling van de behoeften van gebruikers, het ver-

strekken van informatie over bestaande werkwijzen en het verstrekken van feedback over de

tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

Artikel 19

  • 1. 
    De Commissie is verantwoordelijk voor de coördinatie van de infrastructuur voor ruimtelijke informatie, als bedoeld in deze richtlijn, in de Gemeenschap op communautair

niveau, en wordt hierin bijgestaan door bevoegde organisaties, met name het Europees

Milieuagentschap.

  • 2. 
    Elke lidstaat duidt een contactpunt aan, in de regel een overheidsinstantie, dat verant woordelijk is voor de contacten met de Commissie in verband met deze richtlijn.

Artikel 20

In de in deze richtlijn bedoelde uitvoeringsbepalingen wordt naar behoren rekening gehouden

met door Europese normalisatie-instellingen overeenkomstig de procedure van Richtlijn

98/34/EG vastgestelde normen en met internationale normen.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

  • 1. 
    De lidstaten houden toezicht op de uitvoering en het gebruik van hun infrastructuren voor

ruimtelijke gegevens. Zij verstrekken de Commissie en het publiek permanente toegang tot het resultaat van dit toezicht.

  • 2. 
    Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn doen de lidstaten aan de Commissie een verslag toekomen met een korte beschrijving van:
  • a) 
    de coördinatie tussen openbare leveranciers en gebruikers van verzamelingen ruimte lijke gegevens en diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens en intermediaire

organen, alsook een beschrijving van de relaties met derde partijen en van de

organisatie van de kwaliteitsbewaking, voorzover haalbaar;

  • b) 
    de bijdrage die overheidsinstanties of derde partijen leveren tot de werking en coördinatie van de infrastructuur voor ruimtelijke informatie;
  • c) 
    de informatie over het gebruik van de infrastructuur voor ruimtelijke gegevens;
  • d) 
    de overeenkomsten over gegevensuitwisseling tussen overheidsinstanties;
  • e) 
    de kosten en baten van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.
  • 3. 
    Om de drie jaar en voor het eerst uiterlijk zes jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn doen de lidstaten aan de Commissie een verslag toekomen met bijgewerkte informatie over

de in lid 2 vermelde onderwerpen.

  • 4. 
    Overeenkomstig de procedure van artikel 22, lid 2, worden nadere bepalingen voor de uitvoering van dit artikel vastgesteld.

Artikel 22

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, wat het bepaalde in artikel 8 van dat besluit betreft.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde termijn bedraagt drie maanden.

  • 3. 
    Het comité stelt zijn procedureregels vast.

Artikel 23

Uiterlijk 7 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn en daarna om de zes jaar dient de

Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag over de toepassing van deze

richtlijn in, dat onder meer gebaseerd is op de verslagen van de lidstaten uit hoofde van

artikel 21, leden 2 en 3.

Voorzover nodig gaat het verslag vergezeld van voorstellen voor communautaire maatregelen.

Artikel 24

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden *

om uiterlijk 3 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing

worden vastgesteld door de lidstaten.

*

Standaardoverweging: "Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven" worden de lidstaten aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen die voorzover mogelijk het verband weergeven tussen de richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.".

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 25

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 26

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter

____________________

Bijlage I bij de BIJLAGE

IN ARTIKEL 6, ONDER A), ARTIKEL 8, LID 1, EN ARTIKEL 9, ONDER A),

VERMELDE THEMATISCHE CATEGORIEËN RUIMTELIJKE GEGEVENS

  • 1. 
    Systemen voor verwijzing door middel van coördinaten Systemen om aan ruimtelijke informatie een unieke reeks coördinaten (x, y,z) en/of

breedte, lengte en hoogte toe te kennen, gebaseerd op een horizontaal en verticaal

geodetisch datum.

  • 2. 
    Geografisch gridsysteem

Geharmoniseerde multiresolutiegrid met een gemeenschappelijk beginpunt en

gestandaardiseerde plaats en grootte van de gridcellen.

  • 3. 
    Geografische namen

Namen van gebieden, regio's, plaatsen, steden, voorsteden, gemeenten, nederzettingen, of

geografische of topografische kenmerken van openbaar of historisch belang.

  • 4. 
    Administratieve eenheden

Door administratieve grenzen gescheiden lokale, regionale en nationale bestuurlijke

eenheden die deel uitmaken van gebieden waarover de lidstaten zeggenschap hebben en/of

uitoefenen.

  • 5. 
    Vervoersnetwerken

Netwerken voor vervoer over de weg, per spoor, in de lucht en over het water en de aan-

verwante infrastructuur. Dit omvat koppelingen tussen verschillende netwerken en het

*

trans-Europees vervoersnet, zoals gedefinieerd in Beschikking nr. 1692/96/EG en de latere herzieningen van deze beschikking.

*

Beschikking nr. 1692/96/EG betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een transeuropees vervoersnet.

  • 6. 
    Hydrografie

Hydrografische elementen, waaronder mariene gebieden en alle andere waterlichamen en

daarmee verband houdende elementen, met inbegrip van stroomgebieden en deelstroom-

*

gebieden. In voorkomend geval zoals gedefinieerd in Richtlijn 2000/60/EG en in de vorm van netwerken.

  • 7. 
    Beschermingzones

Gebieden die worden aangeduid of beheerd in het kader van internationale en commu-

nautaire wetgeving of wetgeving van de lidstaten om specifieke doelstellingen op het vlak

van milieubescherming te verwezenlijken.

______________________

*

Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

Bijlage II bij de BIJLAGE

IN ARTIKEL 6, ONDER A), ARTIKEL 8, LID 1, EN ARTIKEL 9, ONDER B),

VERMELDE THEMATISCHE CATEGORIEËN RUIMTELIJKE GEGEVENS

  • 1. 
    Hoogte

Digitale hoogtemodellen voor land-, ijs- en oceaanoppervlakken, inclusief landhoogte,

bathymetrie en kustlijn.

  • 2. 
    Adressen

Locatie van eigendommen, gebaseerd op adresaanduidingen, gewoonlijk aan de hand van

de straatnaam, het huisnummer en de postcode.

  • 3. 
    Kadastrale percelen

Gebieden die worden afgebakend door kadastrale registers of een equivalent daarvan.

  • 4. 
    Bodemgebruik

Fysieke en biologische bedekking van het aardoppervlak, met inbegrip van artificiële

oppervlakken, landbouwgebieden, bossen, halfnatuurlijke gebieden, moeraslanden en

wateroppervlakken.

  • 5. 
    Orthoimagery

Geogerefereerde beeldgegevens van het aardoppervlak, afkomstig van sensoren op

satellieten of vliegtuigen.

  • 6. 
    Geologie

Geologie, gekenmerkt volgens samenstelling en structuur, inclusief vast gesteente,

waterhoudende grondlagen en geomorfologie.

____________________

Bijlage III bij de BIJLAGE

IN ARTIKEL 6, ONDER B), EN ARTIKEL 9, ONDER B), VERMELDE THEMATISCHE

CATEGORIEËN RUIMTELIJKE GEGEVENS

  • 1. 
    Statistische eenheden

Eenheden voor verspreiding en gebruik van statistische informatie.

  • 2. 
    Gebouwen Geografische locatie van gebouwen.
  • 3. 
    Bodem

Bodem en ondergrond, gekenmerkt volgens diepte, textuur, structuur en inhoud van partikels

en organisch materiaal, steenachtigheid, erosie en, voorzover nodig, gemiddelde hellingsgraad

en verwachte wateropslagcapaciteit.

  • 4. 
    Landgebruik

Het grondgebied, gekenmerkt volgens zijn huidige en geplande toekomstige functionele

dimensie of sociaal-economische bestemming (bv. residentieel, industrieel, commercieel,

landbouw, bosbouw, recreatie).

  • 5. 
    Menselijke gezondheid en veiligheid

De geografische spreiding van ziekten (allergieën, kankers, ademhalingsziekten, enz.),

informatie over de gevolgen voor de gezondheid (biomarkers,vruchtbaarheidsdaling,

epidemieën) of het welzijn van de mens (vermoeidheid, stress, enz.) die direct (lucht-

vervuiling, chemicaliën, aantasting van de ozonlaag, lawaai, enz.) of indirect (voedsel,

genetisch gemodificeerde organismen, enz.) samenhangen met de kwaliteit van het milieu.

  • 6. 
    Nutsdiensten en overheidsdiensten

Omvat nutsvoorzieningen zoals riolering, afvalbeheer, energievoorziening en watervoor ziening, bestuurlijke en maatschappelijke instanties van de overheid, zoals bestuurlijke

overheden, civiele bescherming, scholen en ziekenhuizen.

  • 7. 
    Milieubewakingsvoorzieningen

Locatie en werking van milieubewakingsvoorzieningen omvatten observatie en meting van

emissies, de stand van de milieucompartimenten en van andere ecosysteemparameters

(biodiversiteit, ecologische omstandigheden van vegetatie, enz.) door of namens de overheid.

  • 8. 
    Faciliteiten voor productie en industrie

Industriële productievestigingen, met inbegrip van installaties die onder Richtlijn 96/61/EC

(IPPC) vallen en waterontrekkingsfaciliteiten, mijnbouw, opslagplaatsen.

  • 9. 
    Faciliteiten voor landbouw en aquacultuur

Landbouwuitrusting en productiefaciliteiten (met inbegrip van irrigatiesystemen, serres en

stallen).

  • 10. 
    Spreiding van de bevolking - demografie

Geografische spreiding van de bevolking, met inbegrip van bevolkingskenmerken en

activiteitsniveaus, per grid, regio, administratieve eenheid of andere analytische eenheid.

  • 11. 
    Gebiedsbeheer/gebieden waar beperkingen gelden/gereguleerde gebieden & rapportage-

eenheden

Gebieden die worden beheerd, gereguleerd of gebruikt voor rapportage op internationaal,

Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, met inbegrip van stortplaatsen, gebieden waar

beperkingen gelden omdat er zich drinkwaterbronnen bevinden, nitraatgevoelige gebieden,

gereguleerde vaarwegen op zee of op grote binnenwateren, gebieden voor het storten van

afval, gebieden waar geluidsbeperkingen gelden, gebieden waar toestemming vereist is voor

prospectie en mijnbouw, stoomgebieden, desbetreffende rapportage-eenheden en beheerde

kustgebieden.

  • 12. 
    Gebieden met natuurrisico's

Kwetsbare gebieden die worden gekenmerkt door natuurrisico's (alle atmosferische,

hydrologische, seismische, vulkanische fenomenen en ongecontroleerde branden die door hun

locatie, hevigheid en frequentie, mogelijk ernstige maatschappelijke gevolgen kunnen

hebben), zoals overstromingen, aardverschuivingen en -verzakkingen, lawines, bosbranden,

aardbevingen en vulkaanuitbarstingen.

  • 13. 
    Atmosferische omstandigheden

Fysische omstandigheden in de atmosfeer, met inbegrip van ruimtelijke gegevens die

gebaseerd zijn op metingen, modellen of een combinatie daarvan, en met inbegrip van

meetlocaties.

  • 14. 
    Meteorologische geografische kenmerken

Weersomstandigheden en de meting daarvan; neerslag, temperatuur, evapotranspiratie,

windsnelheid en windrichting.

  • 15. 
    Oceanografische geografische kenmerken

Fysische kenmerken van oceanen (stroming, zoutgehalte, golfhoogte, enz.).

  • 16. 
    Zeegebieden

Fysische kenmerken van zeeën en zoutwateroppervlakken, ingedeeld in regio's en subregio's

met gemeenschappelijke kenmerken.

  • 17. 
    Biogeografische gebieden

Gebieden met betrekkelijk homogene ecologische omstandigheden die gemeenschappelijke

kenmerken vertonen.

  • 18. 
    Habitats en biotopen

Geografische gebieden die worden gekenmerkt door specifieke ecologische omstandigheden,

processen, structuren en (natuurlijke) functies die het leefgebied vormen van bepaalde

organismen, met inbegrip van land- en wateroppervlakken met - volledig natuurlijke of semi-

natuurlijke - geografische, abiotische en biotische kenmerken.

  • 19. 
    Spreiding van soorten

Geografische spreiding van dier- en plantensoorten per grid, regio, administratieve eenheid of

andere analytische eenheid.

  • 20. 
    Energiebronnen

Energiebronnen waaronder koolwaterstof, waterkracht, bio-energie, zon, wind enz., waar passend met inbegrip van diepte/hoogte-informatie over de omvang van de bron.

  • 21. 
    Minerale bronnen

Minerale bronnen waaronder metaalertsen, industriële mineralen enz., waar passend met inbegrip van diepte/hoogte-informatie over de omvang van de bron.

________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie