Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Jeugd in Actie” voor de periode 2007-2013

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

Betreft: Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma "Jeugd in Actie" voor de periode 2007-2013 Ter voorbereiding van de vergadering van de Groep Jeugdzaken op 8 juli 2005 gaat hierbij voor de

delegaties een compromistekst van het aankomende Britse voorzitterschap, die gebaseerd is op de

besprekingen van de voorbije acht maanden.

Benadrukt wordt dat de bespreking van voorstel wordt voortgezet zonder vooruit te lopen op het

eindresultaat van het debat over de financiële vooruitzichten 2007-2013. Aangezien het

aankomende Britse voorzitterschap reeds te kennen heeft gegeven dat het tijdens de zitting van de

Raad Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur in november 2005 een partieel politiek akkoord wil

bereiken, zijn alle delen van de tekst die financiële bepalingen of implicaties hebben, tussen rechte

haken [ ] geplaatst.

Alle delegaties en de Commissie maken een algemeen voorbehoud bij de volledige tekst en een .

aantal delegaties (DK, FR, IE, SE en UK) maakt ook een voorbehoud voor parlementaire

bestudering.

Wijzigingen zijn vetgedrukt of vetgedrukt en onderstreept en geschrapte passages zijn met [...]

aangeduid.

___________

Voorstel voor een

Besluit van het Europees Parlement en de Raad

tot vaststelling van het programma "Jeugd in Actie" voor de periode 2007-2013

1

[...]

BESLUITEN:

Artikel 1

Vaststelling van het programma

  • 1. 
    Bij dit besluit wordt het communautaire actieprogramma "JEUGD IN ACTIE" (hierna "het

programma" genoemd) vastgesteld, dat tot doel heeft de samenwerking op jeugdgebied in de

Europese Unie te ontwikkelen.

  • 2. 
    Het programma wordt uitgevoerd in de periode van 1 januari 2007 tot en met

31 december 2013.

Artikel 2

Algemene doelstellingen van het programma

  • 1. 
    De algemene doelstellingen van het programma zijn:
  • a) 
    bevordering van het actief burgerschap van jongeren in het algemeen en van hun Europees burgerschap in het bijzonder;
  • b) 
    ontwikkeling van de solidariteit van jongeren, vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese Unie;
  • c) 
    stimulering van de bijdrage van de jeugd tot het wederzijds begrip tussen de volkeren;

1

De preambule zal in een later stadium worden besproken.

  • d) 
    bijdrage aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de systemen ter ondersteuning van de activiteiten van jongeren en aan die van de capaciteit van de maatschappelijke organi-

saties op jeugdgebied;

  • e) 
    stimulering van de Europese samenwerking op het terrein van het jeugdbeleid.
  • 2. 
    De algemene doelstellingen vullen de doelstellingen aan die worden nagestreefd op andere

actieterreinen van de Europese Unie, met name op het terrein van onderwijs, [ ...] beroeps opleiding en niet-formeel leren in de context van een Europa van de kennis en het levenslang

leren en op het terrein van cultuur en sport.

  • 3. 
    De algemene doelstellingen van het programma dragen bij tot de ontwikkeling van het beleid van de Unie, met name met betrekking tot de erkenning van de culturele en multiculturele

verscheidenheid van Europa, de bestrijding van alle vormen van discriminatie op grond van

geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele

geaardheid en met betrekking tot de duurzame ontwikkeling.

Artikel 3

Specifieke doelstellingen van het programma

De specifieke doelstellingen van het programma zijn:

  • 1. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Bevordering van het actief burgerschap van jongeren in het algemeen en van hun Europees burgerschap in het bijzonder»:
  • a) 
    jongeren en jeugdorganisaties [... ] de mogelijkheid bieden deel te nemen aan de ontwikkeling van de samenleving in het algemeen en van de Europese Unie in het

bijzonder;

  • b) 
    bij jongeren het gevoel ontwikkelen dat zij bij de Europese Unie horen;
  • c) 
    de mobiliteit van jongeren in Europa ontwikkelen;
  • d) 
    het intercultureel leren onder jongeren ontwikkelen;
  • e) 
    propageren van de fundamentele waarden van de Unie onder jongeren;
  • f) 
    initiatief, ondernemingszin en creativiteit bij jongeren aanmoedigen;
  • g) 
    de deelname van de meest kansarme jongeren aan het programma bevorderen;
  • h) 
    erop toezien dat het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen bij de deelname aan het programma in acht wordt genomen en dat de gelijke behandeling van beide

geslachten in de acties wordt bevorderd.

  • 2. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Ontwikkeling van de solidariteit van jongeren, vooral met het oog op de versterking van de sociale samenhang van de Europese Unie":
  • a) 
    jongeren de mogelijkheid bieden hun persoonlijke inzet tot uitdrukking te brengen door vrijwilligerswerk op Europees en internationaal niveau;
  • b) 
    jongeren betrekken bij de gemeenschapsactiviteiten van de Europese Unie;

1

  • c) 
    bijdragen tot de samenwerking tussen niet-verplichte civiele en vrijwilligersdiensten , waarbij jongeren op nationaal niveau betrokken zijn.

1

AT, BE, ES, DE: willen specificeren dat deze diensten in vele lidstaten niet bestaan.

  • 3. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Stimulering van het wederzijds begrip tussen verschillende landen via de jongeren»:
  • a) 
    de uitwisselingen en de interculturele dialoog tussen Europese jongeren en jongeren uit naburige landen ontwikkelen;
  • b) 
    in deze landen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de ondersteunings structuren voor jongeren en aan het versterken van de rol van de mensen die actief zijn

in jeugdwerk en jeugdorganisaties;

  • c) 
    met andere landen thematische samenwerking ontwikkelen waarbij jongeren en mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties zijn betrokken.
  • 4. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Bijdrage aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de systemen ter ondersteuning van de activiteiten van jongeren en aan die van de capaciteit

van de maatschappelijke organisaties op jeugdgebied»:

  • a) 
    bijdragen tot het opzetten van netwerken tussen die organisaties;;
  • b) 
    de opleiding van en de samenwerking tussen mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties ontwikkelen;
  • c) 
    stimuleren van innovatie op het terrein van activiteiten ten behoeve van jongeren;
  • d) 
    bijdragen tot een betere informatie van jongeren;
  • e) 
    de erkenning van niet-formeel leren en in het kader van dit programma verworven vaardigheden van jongeren faciliteren;
  • 5. 
    In het kader van de algemene doelstelling «Stimulering van de Europese samenwerking op het terrein van het jeugdbeleid»:
  • a) 
    de uitwisseling van goede praktijken en de samenwerking tussen overheden en politiek verantwoordelijken aanmoedigen;
  • b) 
    de gestructureerde dialoog tussen de politiek verantwoordelijken en de jongeren aan moedigen;
  • c) 
    de kennis omtrent jongerenkwesties verbeteren.

Artikel 4

Acties van het programma

De algemene en specifieke doelstellingen worden door middel van de volgende acties uitgevoerd,

waarvan de bijzonderheden in de bijlage worden vermeld.

  • 1) 
    Jeugd voor Europa

Deze actie beoogt de ondersteuning van uitwisselingen van jongeren ter verbetering van hun mobi-

liteit en van projecten en activiteiten die gericht zijn op hun deelname aan het democratische bestel

met het oog op de ontwikkeling van het burgerschap van en het wederzijds begrip tussen jongeren.

  • 2) 
    Europees vrijwilligerswerk

Deze actie beoogt de versterking van de deelname van jongeren aan diverse vormen van vrij-

willigerswerk binnen en buiten de Europese Unie.

  • 3) 
    Jeugd voor de wereld

Deze actie beoogt de ondersteuning van projecten met de in artikel 5 van het programma vermelde

partnerlanden, met name uitwisselingen van jongeren en mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties, ondersteuning van projecten die het wederzijdse begrip tussen jongeren en hun

solidariteitsbesef versterken en de ontwikkeling van de samenwerking op jeugdgebied en van

maatschappelijke organisaties in deze landen.

  • 4) 
    [ ..] Ondersteuningssystemen voor jongeren

Deze actie beoogt de ondersteuning van de op Europees niveau op jeugdgebied werkzame organi-

saties, met name de werking van niet-gouvernementele organisaties en het opzetten van netwerken

daarvan, de uitwisseling, opleiding en oprichting van netwerken van mensen die actief zijn in

jeugdwerk en jeugdorganisaties, de stimulering van de innovatie en de kwaliteit van de

maatregelen, de informatie van jongeren en de invoering van voor de verwezenlijking van de

programmadoelstellingen benodigde structuren en activiteiten.

  • 5) 
    Ondersteuning van beleidssamenwerking

Deze actie beoogt de organisatie van de dialoog tussen de diverse actoren op jeugdgebied, met

name jongeren, mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties en de beleidsmakers,

het bijdragen aan de ontwikkeling van de beleidssamenwerking op jeugdgebied, het faciliteren van

de nodige netwerken met het oog op het verkrijgen van een beter inzicht in jongerenkwesties.

Artikel 5

Deelname aan het programma

  • 1. 
    Aan het programma kan worden deelgenomen door de volgende landen (hierna "de programmalanden" genoemd):
  • a) 
    de lidstaten;
  • b) 
    de EVA-staten, die lid zijn van de EER, overeenkomstig de bepalingen van de EER overeenkomst;
  • c) 
    [...] De kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie in over eenstemming met de algemene beginselen en voorwaarden voor deelname van deze

landen aan de communautaire programma's, die zijn vastgelegd in de kaderovereen-

komst en de besluiten van de Associatieraden;

  • d) 
    de landen van de westelijke Balkan in overeenstemming met de met deze landen te treffen regelingen ingevolge de nog te sluiten kaderovereenkomsten betreffende hun

deelname aan de communautaire programma's;

  • e) 
    de Zwitserse Bondsstaat, als met dit land een bilaterale overeenkomst wordt gesloten.
  • 2. 
    De in de punten 2.1, 2.2 en 3 van de bijlage vermelde acties komen in aanmerking voor samenwerking met landen die associatie- of samenwerkingsovereenkomsten met de Europese

Gemeenschap hebben gesloten (hierna "de partnerlanden van het programma" genoemd).

De in de eerste alinea bedoelde samenwerking wordt ­ voor zover van toepassing ­ gefinan cierd uit aanvullende kredieten volgens door de partnerlanden van het programma nader

overeen te komen procedures.

Artikel 6

Toegang tot het programma

  • 1. 
    Het programma strekt tot ondersteuning van non-profitprojecten voor jongeren, groepen jongeren, mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties, jongerenorganisaties

en andere op jeugdgebied werkzame partners.

[2. Onverminderd de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de acties in de bijlage, is het 1

programma bestemd voor jongeren van 13 tot 30 jaar. ]

1

UK, DE, NL, SE, SI: studievoorbehoud bij de leeftijdsgroep. PL is voor 15 tot 30 jaar.

  • 3. 
    De begunstigden dienen legaal te verblijven in een land dat deelneemt aan het programma of, afhankelijk van de aard van de actie, in een partnerland van het programma.
  • 4. 
    Alle jongeren moeten zonder onderscheid toegang kunnen krijgen tot de activiteiten van het programma overeenkomstig de voorwaarden in de bijlage. De Commissie en de partnerlanden

van het programma zorgen ervoor dat bijzondere voorzieningen worden getroffen voor

jongeren die om educatieve, sociale, lichamelijke, psychische, economische of culturele [...]

redenen of omdat ze in een afgelegen gebied wonen bijzondere moeilijkheden ondervinden

om aan het programma deel te nemen.

  • 5. 
    De programmalanden en de partnerlanden van het programma streven ernaar passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat programmadeelnemers, overeenkomstig de

bepalingen van het Gemeenschapsrecht, toegang hebben tot de gezondheidszorg. Het land

van herkomst streeft ernaar passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de

deelnemers aan het Europese vrijwilligerswerk hun socialezekerheidsrechten behouden. De

programmalanden en de partnerlanden van het programma trachten in de mate van het

mogelijke de maatregelen te nemen die zij nodig en wenselijk achten om de wettelijke en

bestuursrechtelijke belemmeringen voor de toegang tot dit programma op te heffen.

De programmalanden nemen, voor zover nodig, passende maatregelen om het verblijf van begunstigden uit derde landen op hun grondgebied mogelijk te maken.

Artikel 7

Internationale samenwerking

In het kader van het programma is ook samenwerking mogelijk met op jeugdgebied bevoegde inter-

nationale organisatie, met name de Raad van Europa.

Artikel 8

Uitvoering van het programma

  • 1. 
    De Commissie zorgt voor de uitvoering van de acties van het programma overeenkomstig de bijlage.
  • 2. 
    De Commissie en de programmalanden nemen passende maatregelen voor de ontwikkeling van structuren op Europees, nationaal en, voor zover van toepassing, op regionaal of lokaal

niveau ter verwezenlijking van de doelstellingen van het programma en ter optimale benutting

van de acties van het programma.

  • 3. 
    De Commissie en de programmalanden nemen passende maatregelen ter bevordering van de erkenning van het niet-formele [...] onderwijs aan jongeren, met name door afgifte van een

getuigschrift of certificaat van nationaal of Europees niveau, waarmee met name de door de

begunstigden verworven ervaring en de directe deelname van jongeren of mensen die actief

zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties aan een actie van het programma wordt erkend.

  • 4. 
    De Commissie en de programmalanden zorgen voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie door het nemen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende maat-

regelen met het oog op fraudebestrijding.

  • 5. 
    De Commissie en de programmalanden zorgen voor voldoende informatie over en publiciteit voor de door het programma ondersteunde acties.
  • 6. 
    De programmalanden moeten:
  • a) 
    maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van het programma op hun niveau door de partijen die een rol spelen bij de diverse aspecten op jeugdgebied

in overeenstemming met de nationale praktijk daarbij te betrekken;

  • b) 
    zorgen voor de oprichting of aanwijzing van en het toezicht op de nationale agent schappen voor het beheer van de uitvoering van de acties van het programma op natio-

naal niveau in overeenstemming met artikel 54, lid 2, onder c), van Verordening (EG,

Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad. Hierbij worden de volgende criteria in acht

genomen:

  • i) 
    een als nationaal agentschap opgericht of aangewezen orgaan bezit rechts 1

persoonlijkheid (en valt onder het nationaal recht van het deelnemende land). Een 2

ministerie kan niet als nationaal agentschap worden aangewezen ;

  • ii) 
    het beschikt over voldoende personeel dat beroeps- en taalvaardigheden bezit die zijn afgestemd op de werkzaamheden in het kader van internationale samen-

werking;

  • iii) 
    het beschikt over een adequate infrastructuur, met name wat betreft informatica-

voorzieningen en communicatiemiddelen;

  • iv) 
    het functioneert in een administratieve context die het in staat stelt zich naar

behoren van zijn taken te kwijten en elk belangenconflict te vermijden;

  • v) 
    het is in staat de regels voor het beheer van de financiële middelen en de contrac tuele bepalingen, als vastgesteld op communautair niveau, toe te passen;
  • vi) 
    het biedt voldoende financiële waarborgen (bij voorkeur van een overheids-

instantie) en bezit een beheerscapaciteit die berekend is op de hoeveelheid

communautaire middelen die het zal beheren.

1

DE: studievoorbehoud bij de eerste zin. 2

BE,ES, DK, IT, CY, LU: studievoorbehoud.

BE wenst dat overheidslichamen als agentschappen kunnen optreden op voorwaarde dat ze specifieke en transparante beheersprocedures hanteren.

  • c) 
    de verantwoordelijkheid dragen voor het degelijke beheer door de onder b) hierboven bedoelde agentschappen van de aan deze overgedragen kredieten die voor de subsi-

diëring van projecten zijn bestemd. Met name zijn zij er verantwoordelijk voor dat de

nationale agentschappen de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en niet-

cumulatie met andere communautaire middelen en de verplichting tot terugvordering

van middelen die de begunstigden eventueel schuldig zijn, naleven;

  • d) 
    de nodige maatregelen nemen om audits uit te voeren en toezicht te houden op de finan ciën van de onder b) hierboven genoemde nationale agentschappen, en zij moeten met

name:

  • i) 
    de Commissie, voordat het nationale agentschap met zijn werkzaamheden begint, de noodzakelijke garanties bieden ten aanzien van het bestaan, de relevantie en de

goede werking van de toegepaste procedures, de controle- en boekhoudsystemen

en de procedures voor het plaatsen van opdrachten en het toekennen van subsidies

binnen het nationale agentschap overeenkomstig de regels van goed financieel

beheer.

  • ii) 
    de Commissie aan het einde van elk begrotingsjaar verzekeren dat de financiële systemen en de procedures van de nationale agentschappen betrouwbaar en hun

rekeningen correct zijn.

  • iii) 
    de aansprakelijkheid op zich nemen voor de niet-ingevorderde middelen bij aan

het onder b) hierboven bedoelde nationaal agentschap toe te schrijven gevallen

van onregelmatigheid, nalatigheid of fraude, waardoor de Commissie de fondsen

bij het nationale agentschap moet terugvorderen.

  • 7. 
    In het kader van de in artikel 9, lid 1, vermelde procedure kan de Commissie voor elke actie in de bijlage richtsnoeren opstellen om het programma aan te passen aan de ontwikkeling van

de prioriteiten van de Europese samenwerking in jeugdzaken.

Artikel 9

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit nr. 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee

maanden.

  • 3. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
  • 4. 
    Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

1

Artikel 10 Uitvoeringsmaatregelen

  • 1. 
    De noodzakelijke maatregelen voor de uitvoering van dit besluit, voor zover het de volgende kwesties betreft, worden overeenkomstig de in artikel 10, lid 2, bedoelde beheersprocedure

vastgesteld.

  • a) 
    De uitvoeringsbepalingen van het programma, met inbegrip van het jaarlijkse werk programma;
  • b) 
    Het algemene evenwicht tussen de verschillende acties van het programma;
  • c) 
    De toe te passen criteria op financieel terrein (met name de jongerenpopulatie, het BBP en de geografische afstand tussen landen) voor de indicatieve verdeling van de middelen

tussen de lidstaten ten behoeve van de gedecentraliseerd beheerde acties.

1

IT studievoorbehoud bij dit artikel.

  • d) 
    De regelingen voor de evaluatie van het programma;
  • e) 
    De regelingen betreffende de certificering van de deelname van jongeren aan de acties;
  • f) 
    De regelingen voor de aanpassing van de acties van het programma, als bedoeld in artikel 8, lid 7.
  • 2. 
    De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen met betrekking tot andere kwesties worden goedgekeurd overeenkomstig de raadplegingsprocedure van artikel 10, lid 3.

Artikel 11

Complementariteit met andere communautaire instrumenten

  • 1. 
    De Commissie zorgt voor de samenhang tussen het programma en andere communautaire actieterreinen, met name onderwijs, beroepsopleiding, cultuur, sport, talen, sociale integratie,

gelijkheid van mannen en vrouwen, bestrijding van discriminatie, onderzoek en het onder-

nemings- en buitenlands beleid van de Unie.

  • 2. 
    Middelen van het programma en van andere communautaire instrumenten kunnen tezamen worden bestemd voor de uitvoering van maatregelen die zowel aan de doelstellingen van het

programma als van deze instrumenten beantwoorden.

  • 3. 
    De Commissie en de lidstaten van de Europese Unie zorgen voor de valorisatie van de acties van het programma die bijdragen aan de ontwikkeling van de doelstellingen van andere

communautaire actieterreinen zoals met name onderwijs, opleiding, cultuur en sport.

Artikel 12

Complementariteit met nationale beleidsmaatregelen en instrumenten

  • 1. 
    De programmalanden kunnen bij de Commissie een verzoek indienen om aan nationale of regionale acties die met de in artikel 4 bedoelde acties overeenkomen een Europese

kwaliteitsmerk te mogen toekennen.

  • 2. 
    Een programmaland kan aan de begunstigden van het programma nationale middelen ter beschikking stellen, die volgens de voorschriften van het programma beheerd worden, en

daartoe gebruik maken van de gedecentraliseerde structuren van het programma, voor zover

dit land naar evenredigheid deelneemt in de financiering daarvan.

[Artikel 13

Algemene financiële bepalingen

  • 1. 
    De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma voor de in artikel 1 bedoelde periode worden vastgesteld op 915 miljoen euro.
  • 2. 
    De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegewezen binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.]

Artikel 14

Financiële bepalingen betreffende de begunstigden

  • 1. 
    Overeenkomstig artikel 114, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de 1

Raad kunnen de begunstigden van het programma natuurlijke personen zijn.

  • 2. 
    Overeenkomstig artikel 176, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de 2

Commissie , kan de Commissie afhankelijk van de eigenschappen van de begunstigden en de aard van de acties besluiten de begunstigden vrij te stellen van de verificatie van de

beroepsbekwaamheden en ­kwalificaties die vereist zijn om de actie of het werkprogramma

tot een goed einde te brengen.

1

PB L 248 van 16.09.2002, blz. 1. 2

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

Naargelang de aard van de actie kan de financiële steun de vorm van een subsidie of een beurs

aannemen. De Commissie kan ook prijzen toekennen voor in het kader van het programma

uitgevoerde activiteiten of projecten. Overeenkomstig artikel 181 van Verordening (EG, Euratom)

nr. 2342/2002 van de Commissie en afhankelijk van de aard van de actie kunnen ook forfaitaire

financieringen en/of de toepassing van tarieven voor eenheidskosten toegestaan worden.

  • 3. 
    De exploitatiesubsidies die in het kader van dit programma worden toegekend aan op Europees niveau werkzame organen, als bedoeld in artikel 162 van Verordening nr.

2342/2002 van de Commissie, hebben overeenkomstig artikel 113, lid 2, van Verordening nr.

1605/2002 geen verplicht degressief karakter in geval van verlenging.

  • 4. 
    Overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder c) van Verordening nr. 1605/2002 kan de Commissie overheidstaken en met name taken tot uitvoering van de begroting aan de in artikel 8, lid 2,

bedoelde structuren toevertrouwen.

  • 5. 
    Overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening nr. 2342/2002 geldt de in lid 5 hierboven beschreven mogelijkheid ook voor de structuren van de programmalanden die niet onder het

recht van de lidstaten, de staten van de Europese Economische Ruimte (EER) of de kandi-

daat-lidstaten van de Europese Unie vallen.

Artikel 15

Toezicht en evaluatie

  • 1. 
    De Commissie ziet erop toe dat dit programma regelmatig getoetst wordt aan de doelstellingen ervan. Dit toezicht heeft ook betrekking op de in lid 3 vermelde verslagen en

specifieke activiteiten.

  • 2. 
    De Commissie zorgt voor een regelmatige, onafhankelijke en externe evaluatie van het programma.
  • 3. 
    De programmalanden doen de Commissie uiterlijk op 30 juni 2010 een verslag over de tenuit voerlegging van het programma en uiterlijk op 30 juni 2015 een verslag over het effect van

het programma toekomen.

  • 4. 
    De Commissie legt aan het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's het volgende voor:
  • a) 
    uiterlijk op 31 maart 2011, een tussentijds evaluatieverslag over de behaalde resul taten en over de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de uitvoering van dit

programma;

  • b) 
    uiterlijk op 31 december 2011, een mededeling over de voortzetting van dit programma;
  • c) 
    uiterlijk op 31 maart 2016, een ex post-evaluatieverslag .

Artikel 16

Overgangsbepaling

De vóór 31 december 2006 op grond van Besluit nr. 1031/2000/EG en Besluit nr. 790/2004/EG van

21 april 2004 begonnen werkzaamheden worden tot de afronding ervan in overeenstemming met de

bepalingen van deze besluiten beheerd. Het in artikel 8 van Besluit nr. 1031/2000/EG bedoelde

comité wordt vervangen door het in artikel 10 van dit besluit bedoelde comité.

Artikel 17

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter

_______________

BIJLAGE

In het kader van de acties ter verwezenlijking van de algemene en specifieke doelstellingen van het

programma worden kleinschalige projecten ondersteund, die de actieve participatie van jongeren

bevorderen.

Voor de deelname van jongeren aan de diverse acties van het programma zijn geen voorafgaande

ervaring of kwalificaties vereist, behalve in bepaalde bijzondere gevallen die in de acties nader aan-

gegeven worden.

De acties omvatten de volgende maatregelen:

ACTIE 1 ­ Jeugd voor Europa

Deze actie heeft tot doel het actieve burgerschap van en het wederzijdse begrip tussen jongeren te

bevorderen via de volgende maatregelen:

1.1. Uitwisseling van jongeren

Jongerenuitwisselingen maken het mogelijk dat een groep of meer groepen jongeren als gast van

een groep uit een ander land gezamenlijk gemeenschappelijke activiteiten uitvoeren. [Het gaat hier-

1

bij in beginsel om jongeren tussen 13 en 25 jaar.]

Deze activiteiten, die berusten op transnationale partnerschappen tussen de verschillende bij een

project betrokken actoren, beogen de actieve participatie van jongeren en hebben tot doel hen in

staat te stellen de uiteenlopende sociale en culturele realiteiten te ontdekken en te leren kennen, van

elkaar te leren en het besef dat zij Europese burgers zijn te stimuleren. De ondersteuning is in eerste

instantie bedoeld voor multilaterale mobiliteitsactiviteiten voor groepen.

1

IT wil de verzekering ook hier vermelden (als in punt 2.1).

Bilaterale uitwisselingen van jongerengroepen komen vooral dan in aanmerking als het om een

eerste activiteit gaat op Europees niveau of om een activiteit van kleine of lokale organisaties

zonder Europese ervaring. Deze uitwisselingen zijn eveneens geschikt voor kansarme jongeren, die

zo intensiever bij het programma worden betrokken.

Deze maatregel ondersteunt ook voorbereidende en follow-upactiviteiten, met name op taal- en

intercultureel gebied, die bedoeld zijn om de jongeren actiever bij de projecten te betrekken en

internationale ontmoetingen van jongeren die onderwerpen die voor hun toekomst en die van

Europa van belang zijn willen bespreken.

1.2. Ondersteuning van jongereninitiatieven

Bij deze maatregel worden projecten ondersteund, in het kader waarvan jongeren actief en direct

door henzelf opgezette activiteiten uitvoeren en waarbij zij de hoofdrol spelen om zo eigen

initiatief, ondernemingszin en creativiteit te kunnen ontwikkelen. [Deze maatregel is in principe

1

bestemd voor jonge mensen tussen 18 en 30 jaar, hoewel ook jongeren vanaf 16 jaar ­ mits onder adequate begeleiding ­ aan bepaalde initiatieven kunnen deelnemen.]

Door deze maatregel kunnen op lokaal, regionaal en nationaal niveau opgezette groepsprojecten en

de netwerkvorming met soortgelijke projecten in andere landen ondersteund worden, zodat het

Europese karakter daarvan versterkt wordt en de samenwerking en de uitwisseling van ervaringen

tussen jongeren bevorderd worden.

Bijzondere aandacht zal worden geschonken aan kansarme jongeren.

1

EE,FI kunnen hier de categorie 13-30 jaar accepteren.

Verscheidene delegaties hadden twijfels bij de maximumleeftijd van 30. Cie legde uit dat de voorgestelde leeftijdscategorie het resultaat is van de tussentijdse evaluatie van het huidige jeugdprogramma.

1.3. Projecten inzake participatieve democratie

Via deze maatregel worden projecten of activiteiten ondersteund die bedoeld zijn om de participatie

van jongeren aan het democratische bestel te bevorderen. Deze projecten en activiteiten zijn gericht

op de actieve deelname van jongeren aan het leven in hun lokale, regionale of nationale gemeen-

schap.

[Het gaat hierbij in beginsel om jongeren tussen 13 en 30 jaar.]

Deze activiteiten of projecten worden uitgevoerd door transnationale partnerschappen, waardoor op

Europees niveau ideeën, uitwisselingen van ervaringen en goede praktijkvoorbeelden van projecten

of activiteiten op lokaal of regionaal niveau kunnen worden gebundeld met de bedoeling de partici-

patie van jongeren op verschillende niveaus te verbeteren. In het kader van deze activiteiten kunnen

onder meer raadplegingen van jongeren betreffende hun behoeften en verlangens worden georgani-

seerd, zodat nieuwe benaderingen ten aanzien van de actieve participatie van jongeren aan een

democratisch Europa kunnen worden ontwikkeld.

1

ACTIE 2 ­ Europees vrijwilligerswerk

Het vrijwilligerswerk beoogt de ontwikkeling van de solidariteit onder de jongeren, de bevordering

van hun actieve burgerschap en de stimulering van het wederzijdse begrip tussen de jongeren via de

volgende maatregelen:

2.1. Individueel Europees vrijwilligerswerk

De jonge vrijwilliger neemt in een ander land dan dat waarin hij/zij verblijft deel aan een niet-

winstgevende en onbezoldigde activiteit die voor de gemeenschap van belang is. Het Europese

vrijwilligerswerk mag niet tot gevolg hebben dat het aantal potentiële of bestaande betaalde banen

afneemt of daardoor wordt verdrongen.

1

LU, met de steun van FI, wil dat ook kleine groepen jongeren, met name kansarme, kortetermijnprojecten kunnen opzetten. Cie: zal een nieuwe tekst voorstellen.

De duur van het Europese vrijwilligerswerk bedraagt niet minder dan twee maanden tot uiterlijk

één jaar. In naar behoren gemotiveerde gevallen zijn ook kortere periodes toegestaan, met name om

de deelname van kansarme jongeren te bevorderen.

[Deze maatregel is in principe bestemd voor jonge mensen tussen 18 en 30 jaar, hoewel ook

jongeren vanaf 16 jaar ­ mits onder adequate begeleiding ­ aan bepaalde initiatieven kunnen deel-

nemen.]

Deze maatregel dekt geheel of gedeeltelijk met name de vergoeding voor de vrijwilliger, zijn/haar

verzekering en verblijfs- en reiskosten en ­ zo nodig ­ wordt een extra toelage gegeven aan kans-

arme jongeren.

Ook worden via deze maatregel de activiteiten in verband met de opleiding en begeleiding van de

jonge vrijwilligers [...] en de activiteiten ter coördinatie van de diverse partners ondersteund,

alsmede initiatieven die voortbouwen op de ervaring die jongeren tijdens het verrichten van

Europees vrijwilligerswerk hebben opgedaan.

De lidstaten en de Commissie zien toe op de naleving van bepaalde kwaliteitsnormen: het vrij-

willigerswerk omvat ook een element van niet-formeel onderwijs dat bestaat uit scholings-

activiteiten ter voorbereiding van de jongeren op het persoonlijke vlak en in intercultureel en

technisch opzicht en uit een voortdurende persoonlijke begeleiding. Het partnerschap tussen de

diverse bij het project betrokken actoren en de risicopreventie worden van bijzonder belang geacht.

2.2. Europees vrijwilligerswerk in groepsverband

Door middel van deze maatregel worden vrijwilligersprojecten ondersteund die dezelfde kenmerken

hebben als de in punt 2.1 beschreven projecten en worden groepen jongeren in staat gesteld

gemeenschappelijk deel te nemen aan activiteiten van Europees of internationaal belang op de

terreinen cultuur, sport, civiele bescherming, milieu, ontwikkelingshulp, enz.

1

[Het gaat hierbij in beginsel om jongeren tussen 18 en 30 jaar. ]

1

MT, SK: kunnen 16-30 jaar accepteren.

Afhankelijk van de uit te voeren taken en de situaties waarin de vrijwilligers worden ingezet, kan

het noodzakelijk zijn dat voor bepaalde soorten projecten kandidaten met specifieke vaardigheden

1

worden geselecteerd.

2

2.3. Samenwerking tussen civiele en vrijwilligersdiensten

In het kader van deze maatregel wordt de samenwerking tussen nationale en internationale vrijwil-

ligersdiensten voor jongeren ondersteund. De versterking van de synergiëen tussen en het op elkaar

afstemmen van de diverse vormen van vrijwilligersdiensten op Europees en nationaal niveau

kunnen door het programma ondersteund worden met het oog op de bevordering van de Europese

dimensie.

ACTIE 3 ­ Jeugd voor de wereld

Deze actie beoogt de totstandbrenging van wederzijds begrip in een klimaat van openheid. Zij wil

gelijktijdig een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige systemen ter

ondersteuning van de activiteiten van jongeren in de betrokken landen. De partnerlanden van het

programma komen in aanmerking voor deelname aan deze actie.

3.1. Samenwerking met de nabuurlanden van het uitgebreide Europa

Via deze maatregelen worden partnerlanden van het programma ondersteund, die nabuurlanden van

3

het uitgebreide Europa zijn .

1

EE: voorbehoud bij deze beperking. 2

DK,FI,IE,SE: wijzen erop dat het begrip "nationaal vrijwilligerswerk" slechts in enkele lidstaten bestaat, deze maatregel zou dus buiten het programma uitgevoerd kunnen worden. 3

Onder voorbehoud van toekomstige ontwikkelingen worden als nabuurlanden beschouwd: Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Egypte, Georgië, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Moldavië, Oekraïne, de Palestijnse gebieden, de Russische Federatie, Syrië, Tunesië en WitRusland.

In het kader van deze maatregel worden ­ in beginsel multilaterale ­ uitwisselingen van jongeren

ondersteund, waardoor verscheidene groepen jongeren uit programmalanden en naburige landen

van Europa in de gelegenheid worden gesteld samen een activiteitenprogramma uit te voeren. [Het

gaat hierbij in beginsel om jongeren tussen 13 en 25 jaar.] Deze activiteiten, die op transnationale

partnerschappen tussen de diverse actoren van een project berusten, omvatten voorafgaande

scholing van leidinggevend personeel en veronderstellen een actieve participatie van de jongeren;

beoogd wordt hun de mogelijkheid te bieden verschillende sociale en culturele realiteiten te ont-

dekken en verder te leren kennen. Activiteiten ter bevordering van de actieve participatie van deze

jongeren bij de projecten komen in aanmerking voor financiering, met name als het gaat om de

voorbereiding op taal- en intercultureel terrein.

Op voorwaarde dat in deze nabuurlanden adequate nationale beheersstructuren worden opgericht,

komen deze initiatieven die door jongeren of groepen jongeren op lokaal, regionaal en nationaal

niveau in deze landen worden opgezet in aanmerking voor ondersteuning, indien zij in samen-

werking met soortgelijke initiatieven in de programmalanden worden uitgevoerd. Het betreft hier

door jongeren zelf opgezette activiteiten, waarbij zij de hoofdrol spelen. [Deze maatregel is in

principe bestemd voor jonge mensen tussen 18 en 30 jaar, hoewel ook jongeren vanaf 16 jaar ­ mits

onder adequate begeleiding ­ aan bepaalde initiatieven kunnen deelnemen.]

Via deze maatregel worden activiteiten ondersteund ter versterking van de capaciteit van de niet-

gouvernementele organisaties op het gebied van jeugdzaken en ter bevordering van de vorming van

netwerken daarvan, waardoor de belangrijke rol die deze organisaties bij de ontwikkeling van het

maatschappelijk middenveld in nabuurlanden kunnen spelen wordt erkend. De maatregel beoogt

ook de scholing van mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties en de uitwisseling

van ervaringen, expertise en goede praktijken tussen deze jongerenwerkers. Voorts worden activiteiten gesteund om duurzame en kwalitatief hoogwaardige projecten en partnerschappen te

ontwikkelen.

Ook wordt er steun verleend aan projecten die innovatie en kwaliteit stimuleren om zo op jeugd-

gebied vernieuwende benaderingen ingang te doen vinden, in de praktijk te brengen en te bevor-

deren.

Aan activiteiten voor op jongeren en op mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties gerichte informatie kan financiële steun worden verleend.

Deze maatregel ondersteunt ook activiteiten waardoor de samenwerking op jeugdgebied met

nabuurlanden mogelijk wordt gemaakt. Met name beogen deze activiteiten de bevordering van de

samenwerking en de uitwisseling van ideeën en goede praktijken op jeugdgebied en andere maat-

regelen met het oog op de valorisatie en de verspreiding van de resultaten van de projecten en

activiteiten op jeugdterrein van de betrokken landen.

3.2. Samenwerking met andere landen

Door middel van deze maatregel worden samenwerkingsactiviteiten op jeugdgebied ondersteund,

met name de uitwisseling van goede praktijken met de andere partnerlanden van het programma.

De uitwisseling en scholing van mensen die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties en de

totstandbrenging van partnerschappen en netwerken van jongerenorganisaties worden

aangemoedigd.

Tussen deze landen en de programmalanden kunnen op thematische basis multilaterale uitwis-

selingen plaatsvinden.

De steun is bestemd voor activiteiten met een potentieel multiplicatoreffect.

In het kader van de samenwerking met geïndustrialiseerde landen komen bij deze maatregel alleen

Europese begunstigden van de projecten voor financiering in aanmerking.

ACTIE 4 ­ [...] Ondersteuningssystemen voor jongeren

Deze actie beoogt de ontwikkeling van de kwaliteit van de ondersteuningsstructuren voor jongeren,

de ondersteuning van de werkzaamheden van mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties, de ontwikkeling van de kwaliteit van het programma en de aanmoediging van

jongeren om zich als burgers op Europees niveau in te zetten door steun te verlenen aan organisaties

die op Europees niveau op jeugdgebied werkzaam zijn.

4.1. Ondersteuning van organisaties die op Europees niveau op jeugdgebied werkzaam zijn

In het kader van deze maatregel worden op Europees niveau op jeugdgebied werkzame niet-

gouvernementele organisaties ondersteund, die doelstellingen van algemeen Europees belang

nastreven. De activiteiten van deze organisaties dienen vooral een bijdrage te leveren aan de actieve

deelname van jongeren aan het openbare leven en de samenleving en aan de ontwikkeling en uit-

voering van Europese samenwerkingactiviteiten op jeugdterrein in de breedste zin van het woord.

Een organisatie die in aanmerking wil komen voor een exploitatiesubsidie, dient aan de volgende

bepalingen te voldoen:

­ de organisatie moet juridisch minstens een jaar bestaan; ­ de organisatie mag geen winstoogmerk hebben

­ de organisatie dient in een van de programmalanden overeenkomstig artikel 5, lid 1, of in bepaalde Oost-Europese landen gevestigd te zijn 1

­ de organisatie dient haar activiteiten op Europees niveau uit te oefenen, hetzij alleen of binnen een of meer gecoördineerde verbanden, en haar structuur en deze activiteiten dienen ten minste 8 programmalanden te bestrijken; het kan een Europees netwerk betreffen, dat op het terrein van jongerenkwesties werkzame organisaties vertegenwoordigt ­ de activiteiten van de organisatie moeten stroken met de basisbeginselen van het communautaire optreden op het gebied van jeugdzaken

­ de organisatie kan haar activiteiten uitsluitend ten gunste van jongeren uitvoeren of de organisatie heeft een bredere doelstelling en voert een deel van haar activiteiten ten behoeve van jongeren uit ­ de organisatie dient de jongeren bij de ten behoeve van hen ontwikkelde activiteiten te betrekken.

De organisaties die in aanmerking komen voor een exploitatiesubsidie, worden aan de hand van

oproepen tot het indienen van voorstellen geselecteerd. Met de aldus geselecteerde organisaties

kunnen meerjarige partnerschaps-kaderovereenkomsten worden gesloten. Deze kaderovereen-

komsten sluiten evenwel niet de mogelijkheid uit dat er jaarlijkse oproepen tot het indienen van

voorstellen voor nog verdere begunstigden worden georganiseerd.

1

Wit-Rusland, Moldavië, de Russische Federatie, Oekraïne

Activiteiten van jongerenorganisaties die kunnen bijdragen aan de versterking en de doelmatigheid

van het communautaire optreden betreffen met name:

­ vertegenwoordiging van de standpunten en de belangen van de jongeren in al hun

diversiteit op Europees niveau

­ uitwisselingen van jongeren en vrijwilligerswerk

­ niet-formeel en informeel leren en activiteitenprogramma's voor jongeren

­ bevordering van het interculturele leren en begrip

­ debatten over Europese vraagstukken, het beleid van de Europese Unie of het jongeren-

beleid

­ verspreiding van informatie over de communautaire activiteiten

­ activiteiten ter bevordering van de participatie en het initiatief van jongeren.

Bij deze maatregel wordt bij de vaststelling van de exploitatiesubsidies alleen rekening gehouden

met kosten die noodzakelijk zijn voor de goede afwikkeling van de normale activiteiten van de

geselecteerde organisatie, met name personeelskosten, algemene kosten (huur, andere kosten van

huisvesting, uitrusting, kantoorbenodigdheden, telecommunicatie, portokosten, enz.), kosten van

interne vergaderingen en kosten voor publicatie, voorlichting en verspreiding.

De subsidie wordt toegekend met inachtneming van de onafhankelijkheid van de organisatie ten

aanzien van de selectie van haar leden en haar autonomie wat de gedetailleerde vaststelling van haar

activiteiten betreft.

Minstens 20% van de begroting van de betrokken organisaties moet uit andere dan communautaire

bronnen worden medegefinancierd.

4.2. Ondersteuning van het Europees Jeugdforum

In het kader van deze maatregel kunnen onder de volgende voorwaarden subsidies worden toege-

kend voor de ondersteuning van de permanente activiteiten van het Europees Jeugdforum, dat een

organisatie is die een doelstelling van algemeen Europees belang nastreeft:

­ onafhankelijkheid van het Europees Jeugdforum bij de toelating van zijn leden, waarbij

een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de verschillende soorten jeugdorganisaties moet worden gegarandeerd

­ autonomie van het Europees Jeugdforum bij de gedetailleerde vaststelling van zijn

activiteiten

­ een zo groot mogelijke betrokkenheid bij de activiteiten van het Europees Jeugdforum

van de jongerenorganisaties die niet bij het Forum zijn aangesloten en van de jongeren die geen lid zijn van een organisatie

­ een actieve bijdrage van het Europees Jeugdforum aan de politieke processen die de

jongeren op Europees niveau betreffen, met name door te reageren op verzoeken van de Europese instellingen wanneer deze de maatschappelijke organisaties willen raadplegen en door de standpunten van deze instellingen aan zijn leden uit te leggen

De voor subsidiëring in aanmerking komende uitgaven van het Europees Jeugdforum betreffen

zowel zijn exploitatiekosten als de uitgaven die nodig zijn voor de uitvoering van zijn acties. [Om

de continuïteit van het Europees Jeugdforum te garanderen, wordt bij de toekenning van de

middelen van het programma rekening gehouden met de volgende richtsnoer: de jaarlijks aan het

1

Europees Jeugdforum toegekende middelen bedragen niet minder dan 2 miljoen euro. ]

De subsidies kunnen aan het Europees Jeugdforum worden toegekend tegen overlegging van een

passend werkprogramma en een passende begroting. De subsidies kunnen uit hoofde van een

partnerschaps-kaderovereenkomst met de Commissie jaarlijks of op verlengbare basis worden toe-

gekend.

Minstens 20% van de begroting van het Forum moet uit andere dan communautaire bronnen

worden medegefinancierd.

De activiteiten van het Europees Jeugdforum omvatten met name:

­ vertegenwoordiging van de jeugdorganisaties bij de Europese Unie

­ coördinatie van de standpunten van de aangesloten organisaties ten aanzien van de

Europese Unie

­ doorgeven van informatie over jeugdzaken aan de Europese instellingen

­ doorgeven van informatie van de Europese Unie aan nationale jeugdraden en niet-

gouvernementele organisaties

1 BE,FR,SK zetten een vraagteken bij het vermelden van een bepaald bedrag ( 2 miljoen).

Cie wees erop dat dit ook het geval was in het huidige besluit inzake de ondersteuning van organisaties die actief zijn op jeugdgebied (2004-2006). BE : stelt voor om het programmacomité te belasten met de vaststelling van de jaarlijkse toewijzing.

­ bevordering van en voorbereiding op de deelname door jongeren aan het democratische

leven

­ bijdragen aan het nieuwe samenwerkingskader op het gebied van jeugdzaken waartoe

op het niveau van de Europese Unie besloten is

­ bijdrage aan de ontwikkeling van het jongerenbeleid, het jongerenwerk, onderwijs-

kansen, aan het doorgeven van informatie over jongeren en aan de ontwikkeling van vertegenwoordigende structuren voor jongeren in geheel Europa

­ discussies en bezinning over jongeren in Europa en andere delen van de wereld en over

de maatregelen van de Unie voor jongeren

4.3. Scholing en vorming van netwerken van mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties

Door middel van deze maatregel worden werkzaamheden ondersteund die de scholing van mensen

die actief zijn in jeugdwerk en jeugdorganisaties, met name [...]projectleiders, jongerenadviseurs

en supervisors tot doel hebben. Ook wordt hierbij steun verleend aan de uitwisseling van

ervaringen, expertise en goede praktijken tussen mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties. Deze maatregel ondersteunt ook activiteiten om de ontwikkeling van duurzame en kwalitatief hoogwaardige projecten en partnerschappen te vergemakkelijken.

Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan activiteiten die de deelname stimuleren van

jongeren die de meeste moeilijkheden ondervinden bij de deelname aan communautaire acties.

4.4. Projecten ter stimulering van innovatie en kwaliteit

Deze maatregel beoogt de ondersteuning van projecten die bedoeld zijn vernieuwende benaderingen

op jeugdgebied ingang te doen vinden, in de praktijk te brengen en te bevorderen. Deze

vernieuwende benaderingen kunnen betrekking hebben op de inhoud en de doelstellingen in samen-

hang met de ontwikkeling van het Europese samenwerkingskader op jeugdgebied, de deelname van

partners van uiteenlopende aard of de verspreiding van informatie.

4.5. Informatieactiviteiten voor jongeren en mensen die actief zijn in jeugdwerk en

jeugdorganisaties

In het kader van deze maatregel worden de informatie en communicatie ten behoeve van jongeren

ondersteund door de verbetering van hun toegang tot relevante informatie en communicatiediensten,

zodat zij in grotere mate kunnen deelnemen aan het openbare leven en hun potentieel als actieve en

verantwoordelijke burgers beter kunnen verwezenlijken. Met het oog hierop wordt steun verleend

aan activiteiten op Europees en nationaal niveau waardoor jongeren beter toegang verkrijgen tot

informatie en communicatiediensten, waardoor de verspreiding van kwalitatief hoogwaardige

informatie en de deelname van jongeren aan de voorbereiding en verspreiding van informatie

worden bevorderd.

Met name draagt deze maatregel bij aan de totstandkoming van Europese, nationale, regionale en

lokale jongerenportalen ter verspreiding van voor jongeren bestemde informatie via allerlei ­ in het

bijzonder de door jongeren meest gebruikte ­ informatiekanalen. Ook kunnen op deze wijze maat-

regelen worden ondersteund ter bevordering van de medewerking van jongeren bij de formulering

en verspreiding van begrijpelijke, gebruikersvriendelijke en gerichte adviezen en informatie ter

verbetering van de kwaliteit van de informatie en de toegang van jongeren hiertoe.

4.6. Partnerschappen

Deze maatregel maakt het mogelijk partnerschappen met regionale en lokale instanties te

financieren met de bedoeling op den duur projecten te ontwikkelen, waarin diverse maatregelen van

het programma gecombineerd zijn. De financiering is bestemd voor projecten en

coördinatieactiviteiten.

4.7 Ondersteuning van de structuren van het programma

Deze maatregel maakt de financiering mogelijk van de in artikel 8, lid 2, bedoelde structuren, met

name de nationale agentschappen. De ondersteuning kan plaatsvinden in de vorm van een

exploitatiesubsidie van ten hoogste 50% van de in het werkprogramma van het agentschap goedge-

keurde totale subsidiabele kosten. Via deze maatregel kunnen ook gelijkgestelde instanties gefinan-

cierd worden, zoals de nationale coördinatoren, de "resource centres", het EURODESK-netwerk,

het Euro-mediterrane platform voor jongeren en de Europese organisaties van jonge vrijwilligers,

die op nationaal niveau optreden als uitvoerend agentschap overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder

c), en lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

4.8 Valorisatie

De Commissie kan seminars, colloquia of bijeenkomsten organiseren om de uitvoering van het

programma te vergemakkelijken. Zij kan ook de nodige maatregelen ten behoeve van informatie,

publicatie en verspreiding nemen en werkzaamheden in verband met de evaluatie en controle van

het programma uitvoeren. Deze activiteiten kunnen worden gefinancierd uit subsidies die verkregen

zijn door middel van overheidsopdrachten of zij kunnen rechtstreeks door de Commissie georgani-

seerd en gefinancierd worden.

ACTIE 5 ­ Ondersteuning van Europese samenwerking inzake jongerenbeleid

Door middel van deze actie wordt beoogd de Europese samenwerking op het terrein van het

jongerenbeleid te bevorderen.

5.1. Ontmoetingen van jongeren en politiek verantwoordelijken op jeugdgebied

Via deze maatregel worden activiteiten ondersteund waardoor samenwerking en de gestructureerde

dialoog tussen jongeren en hun organisaties en de politiek verantwoordelijken mogelijk worden

gemaakt. Met name beogen deze activiteiten de bevordering van de samenwerking en de uitwis-

seling van ideeën en goede praktijken op jeugdgebied, de door de voorzitterschappen van de Unie

georganiseerde conferenties en andere maatregelen ter benutting en verspreiding van de resultaten

van de projecten en activiteiten op jeugdterrein van de Europese Unie.

5.2. Ondersteuning van activiteiten ter verbetering van het begrip en de kennis van jongeren-

kwesties

Deze maatregel ondersteunt specifieke projecten ter identificatie van de bestaande kennis over de in

het kader van de open coördinatiemethode vastgestelde prioritaire thema's en projecten ter aan-

vulling en actualisering van deze kennis en ter vereenvoudiging van de toegang ertoe.

Deze maatregel beoogt ook de ondersteuning van de ontwikkeling van methoden voor de analyse en

vergelijking van de resultaten van studies en de kwaliteitsborging daarvan.

Eveneens kan in het kader van het programma steun worden verleend aan activiteiten ten behoeve

van het opzetten van netwerken van de diverse bij jongerenkwesties betrokken actoren.

5.3. Samenwerking met internationale organisaties

Door middel van deze maatregel kan de samenwerking van de voor jongerenkwesties bevoegde

internationale organisaties, met name de Raad van Europa en de Organisatie van de Verenigde

Naties of haar gespecialiseerde instellingen, ondersteund worden.

  • 6. 
    PROGRAMMABEHEER

Uit de financiële middelen van het programma kunnen ook de uitgaven worden gedekt ten behoeve

van maatregelen in verband met voorbereidende werkzaamheden, follow-up, controle, audits en

evaluatie, die voor het beheer van het programma en de verwezenlijking van de doelstellingen

rechtstreeks noodzakelijk zijn, met name uitgaven voor studies, bijeenkomsten, informatie- en

publicatieactiviteiten en onkosten in verband met IT-netwerken voor de uitwisseling van informatie

en verdere uitgaven voor administratieve en technische bijstand, waarvan de Commissie bij het

beheer van het programma gebruik kan maken.

  • 7. 
    CONTROLES EN AUDITS

Voor de volgens de procedure van artikel 13, lid, 2, van dit besluit geselecteerde projecten wordt

een op steekproeven gebaseerd auditsysteem ingevoerd.

De begunstigde van een exploitatiesubsidie houdt alle bewijsstukken van gemaakte onkosten

gedurende vijf jaar na de laatste betaling ter beschikking van de Commissie. De begunstigde van

een exploitatiesubsidie zorgt ervoor dat eventuele bewijsstukken in het bezit van partners of leden

ter beschikking van de Commissie worden gesteld.

De Commissie heeft het recht om de aanwending van de subsidie aan een audit te onderwerpen via

haar tussenpersonen of via een bevoegde externe organisatie naar keuze. Deze audits kunnen

worden uitgevoerd tijdens de volledige looptijd van de overeenkomst, en tijdens een periode van

vijf jaar vanaf de datum waarop het saldo van de subsidie is betaald. De auditresultaten kunnen er

eventueel toe leiden dat de Commissie besluiten tot terugvordering neemt.

Het personeel van de Commissie en de door de Commissie gemachtigde externe personen hebben

op passende wijze toegang tot met name de kantoren van de begunstigde, evenals tot alle

noodzakelijke gegevens, ook in elektronische vorm, om deze audits tot een goed einde te brengen.

De Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) hebben dezelfde

rechten als de Commissie, en met name het recht van toegang.

De overeenkomstig artikel 10 door de Commissie genomen besluiten, de overeenkomsten met de

nationale agentschappen, de overeenkomsten met de deelnemende derde landen en de daaruit

voortvloeiende overeenkomsten en contracten voorzien met name in het toezicht en de financiële

controle door de Commissie (of een bevoegde vertegenwoordiger van de Commissie), met inbegrip

van OLAF, en audits ­ zo nodig ter plaatse ­ door de Europese Rekenkamer. Deze controles kunnen

bij de nationale agentschappen en, zo nodig, ook bij de ontvangers van de subsidies plaatsvinden.

De Commissie kan bovendien overeenkomstig Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de

Raad controles en onderzoeken ter plaatse uitvoeren.

Voor de in dit besluit bedoelde communautaire acties dient onder het in artikel 1, lid 2, van Veror-

dening (EG, Euratom) nr. 2988/95 genoemde begrip "onregelmatigheid" elke inbreuk op het

Gemeenschapsrecht of een niet-nakoming van een contractuele verplichting te worden verstaan als

gevolg van een handeling of nalatigheid van een rechtspersoon waardoor de algemene begroting

van de Gemeenschappen of de door de Gemeenschappen beheerde begrotingen worden of zouden

kunnen worden benadeeld door een onverschuldigde uitgave.

___________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie