Voor de delegaties gaat hierbij een ontwerp voor een verordening van de Raad tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging
van de procedure bij buitensporige tekorten.
Over de tekst is overeenstemming bereikt door de ad hoc Groep stabiliteits- en groeipact.
_______________
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van
de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104,
lid 14, tweede alinea,
1
Gezien het voorstel van de Commissie , 2
Gezien het advies van het Europees Parlement , 3
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank , Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het stabiliteits- en groeipact bestond aanvankelijk uit Verordening (EG) nr. 1466/97 van de
Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op
4
en de coördinatie van het economisch beleid , Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van tenuitvoerlegging van de procedure bij
5
buitensporige tekorten en de resolutie van 17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en 6
groeipact . Het stabiliteits- en groeipact heeft zijn nut bewezen bij het vestigen van begrotings discipline en op deze wijze bijgedragen tot een hoge mate van macro-economische stabiliteit
met een lage inflatie en lage rentetarieven, hetgeen noodzakelijk is voor een duurzame groei en
het scheppen van werkgelegenheid.
1
PB C [...]
2 PB C [...] 3
PB C [...] 4
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1. 5
PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. 6
PB C 236 van 2.8.1997, blz. 1.
(2) Op 20 maart 2005 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een verslag met als titel "De
uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren", dat erop gericht is de governance van
en de nationale zeggenschap in het begrotingskader te verbeteren door middel van de
versterking van de economische onderbouwing en de doeltreffendheid van het pact, zowel wat
zijn preventieve als wat zijn correctieve instrumenten betreft, de houdbaarheid van de
openbare financiën op lange termijn te waarborgen, de groei te bevorderen en buitensporige
lasten voor de toekomstige generaties te voorkomen. De Europese Raad heeft dit verslag
1
bekrachtigd in zijn conclusies van 23 maart 2005 , waarin wordt verklaard dat het verslag een bijwerking en aanvulling vormt van het stabiliteits- en groeipact, waarvan het thans integraal
deel uitmaakt.
(3) Overeenkomstig het verslag van de Raad ECOFIN van 20 maart 2005, dat de Europese Raad
in zijn voorjaarsbijeenkomst 2005 heeft onderschreven, verklaren de lidstaten, de Raad en de
Commissie dat zij zich eraan committeren het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact
effectief en te gepasten tijde uit te voeren door middel van collegiale ondersteuning en
collegiale pressie, en bij het economisch en begrotingstoezicht nauw en constructief samen te
werken, teneinde te waarborgen dat de bepalingen van het pact zeker en doeltreffend zijn.
(4) Verordening (EG) nr. 1467/97 moet worden gewijzigd om de overeengekomen verbeterde
uitvoering van het stabiliteits- en groeipact volledig te kunnen toepassen.
(5) Het grondbeginsel voor de toepassing van de buitensporigtekortprocedure is dat een buiten-
sporig tekort onmiddellijk gecorrigeerd wordt. De procedure moet eenvoudig, transparant en
billijk blijven.
(6) Het concept "uitzonderlijke overschrijding van de referentiewaarde welke door een ernstige
economische neergang wordt veroorzaakt", zou moeten worden herzien. Daarbij dient terdege
rekening te worden gehouden met de economische heterogeniteit in de Europese Unie.
1
Zie bijlage 2 bij de conclusies van de Europese Raad van 22-23 maart 2005.
(7) De Commissie zou altijd een verslag krachtens artikel 104, lid 3, van het Verdrag moeten
opstellen. In haar verslag zou zij moeten onderzoeken of een of meer van de in artikel 104,
lid 2, bedoelde uitzonderingen van toepassing zijn. Het verslag van de Commissie krachtens
artikel 104, lid 3, zou een deugdelijke afspiegeling moeten vormen van de middellange-
termijnontwikkelingen in de economische situatie alsook van de middellangetermijn-
ontwikkelingen in de begrotingssituatie. Voorts zouden andere factoren in aanmerking moeten
worden genomen die naar het oordeel van de betrokken lidstaat relevant zijn om een algemene
kwalitatieve evaluatie van de overschrijding van de referentiewaarde te kunnen maken.
(8) Bij alle begrotingsbeoordelingen in het kader van een buitensporigtekortprocedure moet
zorgvuldig worden gekeken naar een overschrijding die dicht bij de referentiewaarde ligt en
die het gevolg is van de toepassing van pensioenhervormingen waarbij een meerpijlersysteem
wordt ingevoerd dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat, aangezien de
uitvoering van deze hervormingen tot een verslechtering van de begrotingssituatie op de korte
termijn leidt, terwijl de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn er
duidelijk mee gebaat is. Met name bij de beoordeling op grond van artikel 104, lid 12, van de
vraag of het buitensporig tekort is gecorrigeerd, zouden de Commissie en de Raad de
ontwikkelingen in de EDP-tekorten moeten beoordelen en daarbij tevens rekening moeten
houden met de nettokosten van de hervorming van de openbaar beheerde pijler.
(9) De termijnen voor de besluitvorming door de Raad in de buitensporigtekortprocedure zouden
moeten worden verlengd om de betrokken lidstaat in staat te stellen zijn optreden beter in de
nationale begrotingsprocedure in te passen en een coherenter pakket aan maatregelen uit te
werken. Meer in het bijzonder zou de termijn waarbinnen de Raad overeenkomstig
artikel 104, lid 6, van het Verdrag moet besluiten of er al dan niet een buitensporig tekort
bestaat, doorgaans moeten worden bepaald op uiterlijk vier maanden na de data voor het
verstrekken van gegevens die zijn vastgelegd in artikel 4, leden 2 en 3, van Verordening (EG)
nr. 3605/93 van de Raad van 22 november 1993 betreffende de toepassing van het aan het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de
procedure bij buitensporige tekorten. Dit zou een oplossing bieden voor de gevallen waarin de
begrotingsgegevens vlak na de in Verordening (EG) nr. 3605/93 vastgelegde data nog niet
door de Commissie (Eurostat) zijn gevalideerd.
(10) Met het oog op een onmiddellijke correctie van buitensporige tekorten is het noodzakelijk
dat lidstaten die zich in een buitensporigtekortsituatie bevinden, effectieve maatregelen
nemen en jaarlijks een minimale verbetering van hun conjunctuurgezuiverde begrotings-
saldo, eenmalige en tijdelijke maatregelen niet meegerekend, bewerkstelligen. Landen met
een buitensporig tekort zullen, als ijkpunt, een jaarlijkse minimumbegrotingsinspanning
moeten leveren na correctie voor conjunctuurschommelingen en ongerekend eenmalige en
tijdelijke maatregelen.
(11) De maximale termijnen waarbinnen lidstaten effectieve maatregelen moeten nemen, dienen
te worden verlengd zodat zij de maatregelen beter in de nationale begrotingsprocedure
kunnen inpassen en een meer gestructureerd pakket aan maatregelen kunnen uitwerken.
(12) Indien de betrokken lidstaat effectief gevolg heeft gegeven aan een aanbeveling krachtens
artikel 104, lid 7, dan wel een aanmaning krachtens artikel 104, lid 9, en onverwachte
ongunstige economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare
financiën beletten dat het buitensporige tekort binnen de door de Raad vastgestelde termijn
wordt gecorrigeerd, zou de Raad een herziene aanbeveling krachtens artikel 104, lid 7, of
een herziene aanmaning krachtens artikel 104, lid 9, tot deze lidstaat moeten kunnen richten.
(13) De huidige totale termijn van ten hoogste tien maanden tussen de in artikel 4, leden 2 en 3,
van Verordening (EG) nr. 3605/93 vastgelegde data voor het verstrekken van gegevens en
het besluit om sancties op te leggen, sluit niet meer aan bij de gewijzigde termijnen die
gelden voor elke fase van de procedure en voor de mogelijkheid om herziene aanbevelingen
krachtens artikel 104, lid 7, of herziene aanmaningen krachtens artikel 104, lid 9, uit te
vaardigen. De totale maximumtermijn zou daarom met deze gewijzigde termijnen in
overeenstemming moeten worden gebracht.
(14) Ook de bepalingen die gelden voor de toepassing van de procedure bij buitensporige
tekorten op het Verenigd Koninkrijk en die zijn vervat in de bijlage bij Verordening (EG)
nr. 1467/97, moeten worden aangepast om met deze wijzigingen rekening te houden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt als volgt gewijzigd:
(1) In artikel 2 worden de leden 2 en 3 vervangen door: "2. De Commissie en de Raad kunnen, wanneer zij overeenkomstig artikel 104, leden 3 tot
en met 6, van het Verdrag een evaluatie maken en besluiten of er al dan niet een
buitensporig tekort bestaat, een overschrijding van de referentiewaarde welke door een
ernstige economische neergang wordt veroorzaakt, als een overschrijding van
uitzonderlijke aard in de zin van artikel 104, lid 2, onder a), tweede streepje, aanmerken
indien de overschrijding van de referentiewaarde het gevolg is van een negatief BBP-
groeipercentage in volume of van een gecumuleerd productieverlies tijdens een langdurige
periode van zeer geringe BBP-groei in volume ten opzichte van de potentiële groei.
-
3.Bij de opstelling van een verslag krachtens artikel 104, lid 3, EG-Verdrag houdt de
Commissie rekening met alle andere relevante factoren als vermeld in dat artikel. Het
verslag dient een deugdelijke afspiegeling te vormen van de middellangetermijn-
ontwikkelingen in de economische situatie (met name potentiële groei, heersende
conjunctuuromstandigheden, uitvoering van beleidsmaatregelen in het kader van de agenda
van Lissabon en beleidsmaatregelen om O&O en innovatie te bevorderen) en van de
middellangetermijnontwikkelingen in de begrotingssituatie (met name begrotings-
consolidatie in "goede tijden", houdbaarheid van de schuldpositie, overheidsinvesteringen
en de algemene kwaliteit van de overheidsfinanciën). Bovendien houdt de Commissie
terdege rekening met alle andere factoren die naar het oordeel van de betrokken lidstaat
relevant zijn om een uitvoerige kwalitatieve evaluatie van de overschrijding van de
referentiewaarde te kunnen maken die deze lidstaat aan de Commissie en de Raad kenbaar
heeft gemaakt. In dat verband moet bijzondere aandacht uitgaan naar begrotings-
inspanningen om financiële bijdragen op een hoog niveau te brengen of te handhaven die
gericht zijn op bevordering van de internationale solidariteit en verwezenlijking van
Europese beleidsdoelstellingen, met name de eenmaking van Europa, indien de groei en de
begrotingslast van een lidstaat daardoor nadelig worden beïnvloed. Een evenwichtige
algehele evaluatie omvat al deze factoren.
-
4.Indien volledig is voldaan aan de tweeledige voorwaarde van het overkoepelende principe
dat, voordat de in lid 3 genoemde relevante factoren in aanmerking worden genomen, het
algemene overheidstekort dicht bij de referentiewaarde blijft en de overschrijding van de
referentiewaarde slechts van tijdelijke aard is, worden deze factoren ook in aanmerking
genomen bij de in artikel 104, leden 4, 5 en 6, van het EG-Verdrag genoemde stappen die
leiden naar een besluit over het al dan niet bestaan van een buitensporig tekort. De
evenwichtige algehele evaluatie door de Raad omvat al deze factoren.
-
5.Bij alle begrotingsevaluaties in het kader van de buitensporigtekortprocedure zien de
Commissie en de Raad zorgvuldig toe op de toepassing van pensioenhervormingen waarbij
een meerpijlersysteem wordt ingevoerd dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking
omvat.
-
6.Indien de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, EG-Verdrag, heeft besloten dat in een
lidstaat een buitensporig tekort bestaat, houden de Commissie en de Raad in de daarop-
volgende fasen van de procedure van artikel 104 EG-Verdrag rekening met de in lid 3
bedoelde relevante factoren, inclusief die welke vermeld zijn in artikel 3, lid 5, en in artikel 5,
lid 2. Deze relevante factoren worden evenwel niet in aanmerking genomen in het door de
Raad krachtens artikel 104, lid 12, EG-Verdrag, te nemen besluit tot intrekking van sommige
of alle van de in artikel 104, leden 6 tot en met 9 en lid 11, EG-Verdrag, bedoelde besluiten
-
7.In het geval van lidstaten waarvan het tekort de referentiewaarde overschrijdt, doch dicht
bij de referentiewaarde ligt, en wanneer dat tekort het gevolg is van de toepassing van
pensioenhervormingen waarbij een meerpijlersysteem wordt ingevoerd dat een verplichte
pijler met volledige kapitaaldekking omvat, nemen de Commissie en de Raad bij hun
beoordeling van ontwikkelingen in de EDP-tekorten ook de kosten van de openbaar beheerde
pijler in aanmerking. Daartoe worden de nettokosten van de hervorming gedurende een
overgangsperiode van vijf jaar op een lineair degressieve basis in aanmerking genomen. Deze
nettokosten worden ook in aanmerking genomen in het door de Raad krachtens artikel 104,
lid 12, EG-Verdrag, te nemen besluit tot intrekking van sommige of alle van de in artikel 104,
leden 6 tot en met 9 en lid 11, EG-Verdrag, bedoelde besluiten, indien het tekort in aanzien-
lijke mate en voortdurend is afgenomen en een niveau heeft bereikt dat de referentiewaarde
benadert."
(2) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: a) lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. Overeenkomstig artikel 104, lid 6, EG-Verdrag, besluit de Raad, doorgaans uiterlijk
vier maanden na de data voor het verstrekken van gegevens die zijn vastgelegd in artikel 4,
leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 3605/93, of er al dan niet een buitensporig tekort
bestaat. Wanneer de Raad besluit dat er een buitensporig tekort bestaat, richt hij terzelfder
tijd overeenkomstig artikel 104, lid 7, EG-Verdrag, aanbevelingen tot de betrokken
lidstaat.";
-
b)lid 4 komt als volgt te luiden:
"4. In de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 7, EG-Verdrag, wordt
een termijn van ten hoogste zes maanden bepaald waarbinnen de betrokken lidstaat
daaraan effectief gevolg moet geven. In de aanbeveling van de Raad wordt tevens een
termijn bepaald voor het corrigeren van het buitensporig tekort, dat, behoudens bijzondere
omstandigheden, binnen het jaar nadat het is geconstateerd, verholpen moet zijn. In de
aanbeveling verzoekt de Raad de lidstaat een minimale jaarlijkse verbetering van het
conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen,
van ten minste 0,5% BBP als benchmark te bewerkstelligen, teneinde het buitensporige
tekort binnen de in de aanbeveling gestelde termijn te corrigeren.
-
5.Indien effectief gevolg is gegeven aan een aanbeveling krachtens artikel 104, lid 7, EG-
Verdrag, en indien zich na de goedkeuring van de aanbeveling onverwachte ongunstige
economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën
voordoen, kan de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een herziene aanbeveling
krachtens artikel 104, lid 7, EG-Verdrag, aannemen. Bij de herziene aanbeveling, waarin
rekening wordt gehouden met de in artikel 2, lid 3, genoemde relevante factoren, mag met
name de termijn die is bepaald voor het corrigeren van het buitensporige tekort met een
jaar worden verlengd. De Raad beoordeelt op basis van de in zijn aanbeveling vervatte
economische prognoses of er sprake is van onverwachte ongunstige economische
gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën.".
(3) Artikel 5 wordt vervangen door: "Artikel 5
-
1.Een besluit van de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 9, EG-Verdrag, om de
betrokken deelnemende lidstaat aan te manen maatregelen te treffen om het tekort te
verminderen, wordt genomen binnen twee maanden nadat de Raad overeenkomstig
artikel 104, lid 8, EG-Verdrag, heeft vastgesteld dat geen effectief gevolg aan zijn
aanbevelingen is gegeven. In de aanmaning verzoekt de Raad de lidstaat een minimale
jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend
eenmalige en tijdelijke maatregelen, van ten minste 0,5% BBP als benchmark te
bewerkstelligen, teneinde het buitensporige tekort binnen de in de aanmaning gestelde
termijn te corrigeren.
-
2.Indien effectief gevolg is gegeven aan een aanmaning krachtens artikel 104, lid 9, EG-
Verdrag, en indien er zich na de goedkeuring van de aanmaning onverwachte ongunstige
economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën
voordoen, kan de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een herziene aanmaning
krachtens artikel 104, lid 9, EG-Verdrag, aannemen. Bij de herziene aanmaning, waarin
rekening wordt gehouden met de in artikel 2, lid 3, genoemde relevante factoren, mag met
name de termijn die is bepaald voor het corrigeren van het buitensporige tekort met een
jaar worden verlengd. De Raad beoordeelt op basis van de in zijn aanmaning vervatte
economische prognoses of er sprake is van onverwachte ongunstige economische
gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare financiën.".
(4) In artikel 6, tweede zin, worden de woorden "twee maanden" vervangen door de woorden "vier maanden".
(5) Artikel 7 wordt vervangen door: "Artikel 7
Indien een deelnemende lidstaat zich niet voegt naar de opeenvolgende besluiten van de
Raad overeenkomstig artikel 104, leden 7 en 9, EG-Verdrag, wordt het besluit van de Raad
om sancties op te leggen, overeenkomstig artikel 104, lid 11, EG-Verdrag, doorgaans
genomen binnen zestien maanden na de in artikel 4, leden 2 en 3, van Verordening (EG)
nr. 3605/93 vastgelegde data voor het verstrekken van gegevens. Ingeval artikel 3, lid 5, of
artikel 5, lid 2, wordt toegepast, wordt de termijn van zestien maanden dienovereenkomstig
gewijzigd. In geval van een opzettelijk tekort, waarvan de Raad besluit dat het buitensporig
is, wordt een spoedprocedure gevolgd.".
(6) Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: a) lid 2 komt als volgt te luiden:
"2. De periode gedurende welke de procedure is opgeschort, wordt niet meegerekend bij de
in artikel 6 bedoelde periode, noch bij de in artikel 7 bedoelde periode.";
-
b)het volgende lid 3 wordt toegevoegd:
"3. Indien de Commissie na het verstrijken van de in artikel 3, lid 4, eerste zin, bedoelde
termijn en na het verstrijken van de in artikel 6, tweede zin, bedoelde termijn van oordeel
is dat de getroffen maatregelen, mits zij volledig ten uitvoer worden gelegd en op
voorwaarde dat de economische ontwikkelingen sporen met de prognoses, lijken te
volstaan voor het boeken van voldoende vooruitgang om het buitensporige tekort binnen
de door de Raad vastgestelde termijn te corrigeren, stelt zij de Raad daarvan in kennis. De
kennisgeving van de Commissie wordt openbaar gemaakt.".
(7) De in de verordening voorkomende verwijzingen naar de artikelen 104 C, 109 E, 109 F en 201 van het EG-Verdrag worden respectievelijk gelezen als verwijzingen naar de
artikelen 104, 116, 117 en 269. Een verwijzing naar artikel D van het Verdrag betreffende
de Europese Unie wordt gelezen als een verwijzing naar artikel 4.
(8) De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1467/97 wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in
het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Bijlage
Tijdslimieten die gelden voor het Verenigd Koninkrijk
-
1.Om een gelijke behandeling van alle lidstaten te waarborgen, houdt de Raad bij het nemen van
besluiten uit hoofde van de afdelingen 2, 3 en 4 van deze verordening op zodanige wijze rekening
met het afwijkende begrotingsjaar van het Verenigd Koninkrijk, dat de besluiten met betrekking tot
het Verenigd Koninkrijk worden genomen op een tijdstip in het begrotingsjaar dat aansluit bij het
tijdstip waarop de besluiten met betrekking tot de andere lidstaten genomen zijn of zullen worden.
-
2.De bepalingen in kolom I worden vervangen door de bepalingen in kolom II.
Kolom I Kolom II
"doorgaans binnen vier maanden na de in "doorgaans zes maanden na afloop van het artikel 4, leden 2 en 3, van Verordening begrotingsjaar waarin het tekort optrad" (EG) nr. 3605/93 van de Raad bepaalde
data voor het verstrekken van gegevens"
(artikel 3, lid 3)
"het jaar nadat het is geconstateerd" "het begrotingsjaar nadat het is (artikel 3, lid 4) geconstateerd"
"doorgaans binnen zestien maanden na de "doorgaans binnen 18 maanden na afloop in artikel 4, leden 2 en 3, van van het begrotingsjaar waarin het tekort Verordening (EG) nr. 3605/93 van de optrad" Raad bepaalde data voor het verstrekken
van gegevens"
(artikel 7)
"het voorgaande jaar" "het voorgaande begrotingsjaar" (artikel 12, lid 1)
_______________
- 20 apr '05COM(2005)155 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 okt '96COM(1996)496 - Bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
- 16 okt '96COM(1996)496 - Versterking van het toezicht op en de coordinatie van begrotingssituaties
- 22 jul '93COM(1993)371 - Toepassing van het aan het verdrag tot oprichting van de EG gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten
- 22 jul '93COM(1993)371 - Afgeleid recht voor de tweede fase van de economische en monetaire unie

