I.
INLEIDING
De rapporteur, de heer De Rossa (PSE - IE), die tijdens zijn afwezigheid werd vertegen-
woordigd door de heer Andersson (PSE - SE), presenteerde namens de Commissie werk-
gelegenheid en sociale zaken een verslag waarin het gemeenschappelijk standpunt van de
Raad wordt goedgekeurd. De fracties hebben 2 amendementen op dit verslag ingediend.
Tijdens het debat in de plenaire vergadering verklaarde de heer Andersson dat de rapporteur
de tekst van het door de Raad aangenomen gemeenschappelijk standpunt steunt. Hij
benadrukte het fundamentele karakter van Verordening (EEG) nr. 1408/71 voor het vrije
verkeer van personen binnen de Gemeenschap en het belang van de regelmatige bijwerking
van dit instrument. Tevens verdedigde hij amendement 1 van het verslag, dat alleen
betrekking had op de wetgevingsresolutie van het EP en niet op de tekst van het gemeen-
schappelijk standpunt. Hij uitte daarentegen zware kritiek op amendement 2, waarin wordt
gepleit voor het verwerpen van het gemeenschappelijk standpunt vanwege de opneming van
bepaalde prestaties in bijlage II bis van de tekst.
Wat betreft de standpunten van de fracties voerde de vertegenwoordigster van de PPE-DE ter
verdediging van amendement 2 aan dat zij van oordeel was dat het gemeenschappelijk
standpunt niet zou mogen worden goedgekeurd voordat het Hof van Justitie de gelegenheid
heeft gehad zich uit te spreken over het probleem van de prestaties die in bijlage II bis
vermeld staan. De vertegenwoordigster van de fractie Verts/ALE steunde daarentegen het
standpunt van de rapporteur, al achtte hij de oplossing voor het vraagstuk van bijlage II bis tot
op zekere hoogte onbevredigend.
Namens de Commissie benadrukte de heer Barrot dat het van groot belang is dat Verordening
(EEG) nr. 1408/71 regelmatig wordt bijgewerkt, zodat wijzigingen in de nationale wet-
gevingen terzake - die zich ieder jaar voordoen - en de nieuwe arresten van het Hof van
Justitie erin kunnen worden verwerkt. De Commissaris wees erop dat de tekst van het
gemeenschappelijk standpunt ertoe zal leiden dat de rechten van de burgers die zich binnen de
Gemeenschap verplaatsen, worden versterkt.
Tijdens de stemming heeft de plenaire vergadering amendement 1 op het ontwerp van
wetgevingsresolutie van het EP aangenomen, doch amendement 2, waarmee de verwerping
van het gemeenschappelijk standpunt werd beoogd, verworpen. Na deze stemming heeft de
voorzitter van het Europees Parlement verklaard dat het gemeenschappelijk standpunt van de
Raad aangenomen was.
De tekst van de resolutie van het Parlement staat in de bijlage.
II. AANNEMING VAN WETGEVINGSBESLUITEN NA DE TWEEDE LEZING DOOR HET EUROPEES PARLEMENT
Aangezien het Europees Parlement het gemeenschappelijk standpunt van de Raad heeft
goedgekeurd, wordt het betrokken instrument geacht te zijn aangenomen overeenkomstig het
gemeenschappelijk standpunt, als bepaald in artikel 251, lid 2, onder a), van het EG-Verdrag.
Na ondertekening door de voorzitter van het Europees Parlement, de voorzitter van de Raad
en de secretarissen-generaal van beide instellingen wordt het instrument in het Publicatieblad
van de Europese Unie bekendgemaakt.
_______________
BIJLAGE
(8.3.2005)
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (12062/3/2004 C6-0189/2004 2003/0184(COD))
(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)
Het Europees Parlement ,
gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (12062/3/2004 C6-0189/2004),
1
gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2003)0468) 2 , 3
gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2004)0314) , gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,
gelet op artikel 67 van zijn Reglement,
gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie werkgelegenheid en sociale
zaken (A6-0003/2005),
-
1.hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt;
4
-
2.neemt kennis van de verklaring van de Commissie over Bijlage II bis bij Verordening (EEG) nr. 1408/71 met betrekking tot het gemeenschappelijk standpunt van de Raad;
-
3.constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt; 4. verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig
artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;
-
5.verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle
procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
-
6.verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de
Commissie.
_______________
1
PB C 102 E van 28.4.2004, blz. 804. 2
Nog niet in het PB gepubliceerd. 3
Nog niet in het PB gepubliceerd. 4
13940/2004, ADD 1.
- 31 jul '03COM(2003)468 - Wijziging van Verordening 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de EG verplaatsen, en van Verordening 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71
-
Toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkende en hun gezinnen, die zich binnen de EG verplaatsen
-
Wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de EG verplaatsen

