Algemene oriëntatie
Doel van het bovengenoemde richtlijnontwerp is een kader te bieden voor de instelling en verdere
ontwikkeling van geharmoniseerde binnenvaartinformatiediensten (RIS) in de Gemeenschap, met
name met het oog op de verbetering van de efficiency van het vervoer over de binnenwateren en het
bevorderen van de aansluiting op andere vervoerswijzen.
Onder het Nederlandse voorzitterschap hebben de Raadsinstanties goede voortgang gemaakt met de
bestudering van dit dossier. Tijdens deze werkzaamheden werd het voorstel op verschillende punten
gewijzigd, met name op de volgende twee punten:
-
1)benadrukt werd dat bij de ontwikkeling van RIS moet worden voortgebouwd op het werk van internationale organisaties (zie overweging 3 en artikel 1); en
-
2)de werkingssfeer van het richtlijnontwerp is preciezer afgebakend (zie artikel 2).
De tekst, zoals die eruitziet na de vergadering van het COREPER van 22 september 2004, is
weergegeven in de bijlage bij dit verslag;
DK, DE en UK maken een voorbehoud voor parlementaire behandeling.
In afwachting van het resultaat van de eerste lezing van het Europees Parlement, wordt de Raad
verzocht de nog niet opgeloste problemen (voetnoot 9 op blz. 8, voetnoot 10 op blz. 9, voetnoot 13
op blz. 11 en de voetnoten 15 en 16 op blz. 14) te regelen en tot een algemene oriëntatie over de
tekst te komen. In dit verband zij opgemerkt dat het voorzitterschap, in het licht van informele
contacten die sedert de vergadering van het COREPER van 22 september hebben plaatsgevonden,
nu compromisvoorstellen doet met betrekking tot deze kwesties, zoals is weergegeven in
voetnoot 9, respectievelijk voetnoot 10.
_____________________
BIJLAGE
Ontwerp
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende geharmoniseerde binnenvaartinformatiediensten (River Information Services) op
de binnenwateren in de Gemeenschap
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71,
Gezien het voorstel van de Commissie 1 ,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité 2 , Gezien het advies van het Comité van de Regio's 3 ,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag 4 , Overwegende hetgeen volgt:
(1) Het gebruik van informatie en communicatietechnologieën op de binnenwateren draagt in
aanzienlijke mate bij tot de verbetering van de veiligheid en doeltreffendheid van het vervoer
over de binnenwateren.
1 PB C [...] van [...], blz. [...]. 2 PB C [...] van [...], blz. [...]. 3 PB C [...] van [...], blz. [...]. 4 PB C [...] van [...], blz. [...].
(2) In sommige lidstaten worden reeds nationale toepassingen van informatiediensten gebruikt op
diverse binnenwateren. Om te kunnen voorzien in geharmoniseerde, interoperabele en vrij
toegankelijke navigatiehulpmiddelen en informatiesystemen voor de binnenwateren van de
Gemeenschap, moeten gemeenschappelijke voorschriften en technische specificaties worden
opgesteld.
(3) Om veiligheidsredenen en in het belang van harmonisatie in geheel Europa, moet de inhoud
van deze gemeenschappelijke voorschriften en technische specificaties gebaseerd zijn op de
werkzaamheden die op dit gebied zijn verricht door de bevoegde internationale organisaties,
zoals de Internationale Permanente Vereniging voor Scheepvaartcongressen (PIANC), de
Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en de Economische Commissie voor Europa
van de VN (ECE).
(4) Deze voorschriften en technische specificaties zijn niet verplicht voor de bevaarbare binnen
wateren van een lidstaat die niet verbonden zijn met het bevaarbare waterwegennet van een
andere lidstaat. Niettemin wordt aanbevolen de binnenvaartinformatiediensten (River
Information Services (RIS)), zoals gedefinieerd in deze richtlijn, ook op die binnenwateren
toe te passen en de bestaande systemen interoperabel te maken met de RIS.
(5) De ontwikkeling van binnenvaartinformatiediensten (River Information Services (RIS)) heeft
tot doel de veiligheid, de doeltreffendheid en de milieuvriendelijkheid van de binnenvaart te
verbeteren door middel van verkeers en vervoersmanagement, bescherming van het milieu en
de infrastructuur en door het opleggen van specifieke regels.
(6) De RIS voorschriften moeten minstens betrekking hebben op de informatiediensten die de
lidstaten moeten verlenen.
(7) De technische specificaties moeten onder meer betrekking hebben op systemen zoals elek
tronische navigatiekaarten, elektronische scheepsrapportering, berichten aan schippers en
tracking en tracing van schepen.
(8) De invoering van RIS brengt verwerking van persoonsgegevens met zich mee. Deze
verwerking moet plaatsvinden overeenkomstig de Europese regels zoals vastgesteld in onder
meer Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betref
fende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoons
gegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens 5 en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoons
gegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische
communicatie 6 . (9) Aangezien de doelstelling van de voorgenomen maatregel, te weten de invoering van
geharmoniseerde RIS in de Gemeenschap, niet voldoende door de lidstaten kan worden
verwezenlijkt en derhalve vanwege de Europese dimensie beter door de Gemeenschap kan
worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag
neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde
artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om
deze doelstelling te verwezenlijken.
(10) Overeenkomstig punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven" dient de Raad
de lidstaten aan te sporen, voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap, hun eigen
tabellen op te stellen, die voorzover mogelijk het verband weergeven tussen de richtlijnen en
de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken.
(11) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld
overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de
voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoerings
bevoegdheden 7 . HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
5 PB L 281 van 23.11.95, blz. 31. 6 PB L 201 van 31.07.02, blz. 37. 7 PB L 184 van 17.07.99, blz. 23.
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze richtlijn wordt een kader vastgesteld voor de invoering en het gebruik van gehar moniseerde binnenvaartinformatiediensten (River Information Services (RIS)) in de Gemeenschap, dat tot doel heeft het vervoer over de binnenwateren te ondersteunen door de veiligheid, doel matigheid en milieuvriendelijkheid van deze vervoerswijze te verbeteren en de aansluiting op andere vervoerswijzen te vergemakkelijken.
Bij deze richtlijn wordt een kader vastgesteld voor de opstelling en verdere uitwerking van technische voorschriften, specificaties en voorwaarden, teneinde te zorgen voor geharmoniseerde, interoperabele en vrij toegankelijke RIS op de binnenwateren in de Gemeenschap. De Commissie, bijgestaan door het hiertoe ingestelde RIS comité, draagt zorg voor de opstelling en verdere uitwerking van technische voorschriften, specificaties en voorwaarden; de Commissie zal hierbij terdege rekening houden met de maatregelen die zijn vastgesteld door bevoegde internationale organisaties zoals de Internationale Permanente Vereniging voor Scheepvaartcongressen (PIANC), de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en de Economische Commissie voor Europa van de VN (ECE).
De samenhang met de verkeersbeheersdiensten van andere vervoerswijzen, in het bijzonder het verkeersbeheer en de informatiediensten met betrekking tot het maritiem scheepsverkeer, wordt gegarandeerd.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze richtlijn is van toepassing op de invoering en het gebruik van RIS op alle binnenwateren van de lidstaten van klasse IV of hoger die via een binnenwater van klasse IV of hoger verbonden zijn met een binnenwater van klasse IV of hoger van een andere lidstaat, en in de havens op die binnen wateren waarnaar wordt verwezen in Beschikking nr. 1346/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 tot wijziging van Beschikking nr. 1692/96/EG ten aanzien van zeehavens, binnenhavens en intermodale terminals, alsmede ten aanzien van project nr. 8 in bijlage III
8 . Met
het oog op de toepassing van deze richtlijn is VN/ECE resolutie nr. 30 van 12 november 1992 betreffende de classificering van de Europese binnenwateren van toepassing.
8 PB L 185 van 6.7.2001, blz. 1.
Artikel 3
Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
-
a)Binnenvaartinformatiediensten (River Information Services (RIS)): de geharmoniseerde informatiediensten ter ondersteuning van het verkeers en vervoersbeheer voor de binnen
vaart, inclusief, indien technisch mogelijk, de aansluiting op andere vervoerswijzen. RIS heeft
geen betrekking op interne commerciële activiteiten van een of meer betrokken bedrijven,
maar kan wel aan commerciële activiteiten worden gekoppeld. RIS omvat diensten als vaar
weginformatie, verkeersinformatie, verkeersbeheer, ondersteuning van calamiteiten
bestrijding, informatie voor vervoersbeheer, statistieken en douanediensten, alsmede water
wegheffingen en havengelden.
b)
Vaarweginformatie: geografische, hydrologische en bestuurlijke informatie over de waterweg
(vaarweg). Vaarweginformatie is informatie in één richting: van de wal naar het schip of van
de wal naar kantoor.
c)
Tactische verkeersinformatie: informatie waarop onmiddellijke navigatiebeslissingen in de
actuele verkeerssituatie en de nabije geografische omgeving zijn gebaseerd.
d)
Strategische verkeersinformatie: informatie waarop de RIS gebruikers hun middellange en
langetermijnbeslissingen baseren.
-
e)RIS toepassing: het verlenen van binnenvaartinformatiediensten via specifieke systemen. RIS centrum: de plaats waar de diensten worden beheerd door de operatoren.
RIS gebruikers: alle gebruikersgroepen, waaronder schippers, RIS operatoren, sluis en
brugwachters, waterwegautoriteiten, haven en terminalexploitanten, operatoren in
calamiteitencentra van nooddiensten, vlootbeheerders, vrachtverschepers en tussenpersonen in
het goederenvervoer.
f)
Interoperabiliteit: de diensten, de inhoud van de gegevens, de formaten voor gegevens
uitwisseling en de frequenties worden zodanig geharmoniseerd dat RIS gebruikers in heel
Europa toegang kunnen krijgen tot dezelfde diensten en informatie, [...] 9 . Artikel 4
Het opzetten van binnenvaartinformatiediensten
-
1.De lidstaten nemen de nodige maatregelen om RIS op de binnenwateren toe te passen overeen
komstig artikel 2.
-
2.Voor het opzetten van RIS moeten de lidstaten:
-
a)aan de RIS gebruikers alle gegevens verstrekken die relevant zijn voor de planning van een reis over de binnenwateren. Deze gegevens moeten ten minste in een toegankelijk
elektronisch formaat worden meegedeeld;
-
b)voor alle Europese binnenwateren die overeenkomstig de classificering van Europese binnenwateren tot klasse Va of hoger behoren, naast de onder a) vermelde gegevens ook
elektronische navigatiekaarten ter beschikking stellen van de RIS gebruikers;
-
c)de bevoegde instanties in staat stellen om elektronische rapporten met de van schepen verlangde gegevens te ontvangen, voorzover scheepsrapportering krachtens de nationale
of internationale regelgeving vereist is. In het geval van grensoverschrijdend vervoer
wordt deze informatie doorgestuurd naar de bevoegde instanties van de naburige lidstaat.
Dit dient te gebeuren voordat de schepen de grens bereiken.
9 Het voorzitterschap stelt voor vier woorden aan het einde van deze zin te schrappen.
-
d)de berichten aan de schippers, waaronder meldingen van de waterstand (of de maximaal toelaatbare diepgang) en van ijsvorming op hun binnenwateren, doorgeven in
gestandaardiseerde, gecodeerde en downloadbare vorm. Het gestandaardiseerde bericht
moet in elk geval de informatie bevatten die nodig is om veilige navigatie mogelijk te
maken. De berichten aan schippers moeten in elk geval in een toegankelijk elektronisch
formaat worden meegedeeld.
Aan de in dit lid vermelde verplichtingen moet worden voldaan overeenkomstig de specificaties
van de bijlagen I en II.
-
3.De lidstaten moeten deze diensten op zodanige wijze ontwikkelen dat de RIS toepassing doel
treffend, uitbreidbaar en interoperabel is, zodat ze aan andere RIS toepassingen en eventueel op
systemen voor andere vervoerswijzen kan worden aangesloten. Het moet ook mogelijk zijn de
toepassing op vervoersbeheerssystemen aan te sluiten en aan commerciële activiteiten te
koppelen.
-
4.De bevoegde instanties van de lidstaten richten RIS centra op, waarbij zij uitgaan van regionale
behoeften.
-
5.Voor het gebruik van de automatische identificatiesystemen (AIS) geldt de regionale regeling
betreffende de radiotelefoondienst op binnenwateren die op 6 april 2000 in Basel is gesloten in
het kader van de radioreglementen van de Internationale Telecommunicatie unie (ITU). 10 10 Het voorzitterschap stelt nu deze alternatieve tekst voor artikel 4, lid 5, voor.
-
6.De lidstaten, in voorkomend geval in samenwerking met de Europese Unie, sporen de schippers,
de exploitanten en reders van de schepen die op hun binnenwateren varen, alsmede de
verschepers en eigenaars van de vracht die aan boord van die schepen wordt vervoerd, aan om
volop gebruik te maken van de diensten die krachtens deze richtlijn worden verleend. 11 7. De Commissie neemt passende maatregelen om de interoperabiliteit, de betrouwbaarheid en de
veiligheid van RIS te controleren.
Artikel 5
Technische richtsnoeren en specificaties
-
1.Om de in artikel 4, lid 2, vermelde diensten te ondersteunen en, overeenkomstig artikel 4, lid 3, de interoperabiliteit van deze diensten te garanderen, stelt de Commissie overeen
komstig lid 2 technische richtsnoeren voor de planning, de toepassing en het gebruik van de
diensten (RIS richtsnoeren) vast; zij stelt ook technische specificaties vast op de volgende
gebieden:
-
a)Electronic Chart Display and Information System for Inland Navigation (Inland ECDIS) (elektronische weergave van binnenvaartkaarten en de daaraan verbonden informatie),
-
b)elektronische scheepsrapportering, c) berichten aan schippers,
-
d)tracking en tracingsystemen.
Deze richtsnoeren en specificaties zijn gebaseerd op de technische beginselen van bijlage II
en houden rekening met de werkzaamheden die op dit gebied door bevoegde internationale
organisaties zijn verricht.
11 In verband met artikel 4, lid 6, zal de Commissie de volgende verklaring voor de Raadsnotulen afleggen: "De Commissie bevestigt dat wanneer lidstaten voorstellen steun te verlenen, ook via medefinanciering, teneinde (potentiële) gebruikers aan te sporen om ten volle gebruik te maken van de diensten die krachtens deze richtlijn ter beschikking worden gesteld, de voorgestelde steun zal worden getoetst aan de geldende communautaire voorschriften. De Commissie onderstreept dat artikel 4, lid 6, van de richtlijn niet zo mag worden uitgelegd dat de lidstaten verplicht worden staatssteun te verlenen.".
-
2.De in lid 1 bedoelde technische richtsnoeren en specificaties worden door de Commissie vastgesteld en in voorkomend geval gewijzigd volgens de procedure van artikel 11, lid 3.
12 geldt het volgende tijdschema: Daarvoor
-
a)de RIS richtsnoeren: uiterlijk negen maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn; b) de technische specificaties voor Inland ECDIS, de elektronische scheepsrapportering en de berichten aan schippers: uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze
richtlijn;
-
c)de technische specificaties voor de tracking en tracingsystemen: uiterlijk vijftien maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
-
3.De RIS richtsnoeren en specificaties worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. 13
Artikel 6
Plaatsbepaling per satelliet
Voor RIS waarvoor exacte plaatsbepaling nodig is, wordt het gebruik van technologie voor plaats
bepaling per satelliet aanbevolen .
12 Met instemming van de Commissie werden de vetgedrukte woorden ingevoegd om de tekst nauwkeuriger te maken.
13 DE stelt de volgende alternatieve tekst voor: "Indien nodig worden de in lid 1 bedoelde technische richtsnoeren en specificaties getoetst overeenkomstig de in artikel 11, lid 3, bedoelde procedures en met medewerking van de gezamenlijke werkgroep welke is ingesteld en gehandhaafd in het kader van de samenwerkingsovereenkomst die op 3 maart 2003 is gesloten tussen de Europese Commissie en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart. (CCNR)." CIE is van mening dat een verklaring voor de Raadsnotulen hier meer op zijn plaats is, en stelde de volgende tekst voor: "De Commissie verklaart dat zij waar nodig andere bevoegde internationale organisaties zal raadplegen over de verdere ontwikkeling en toetsing van de technische richtsnoeren en specificaties." DE
vraagt zich af of met dergelijke verklaring ook
aan zijn bezwaren tegemoetgekomen wordt.
Artikel 7
Typegoedkeuring van RIS apparatuur
-
1.Voorzover nodig voor de veiligheid van de binnenvaart en indien de relevante technische
specificaties dit voorschrijven, moet voor RIS terminal en netwerkapparatuur en software toepassingen een typegoedkeuring worden afgegeven, waarbij wordt gecertificeerd dat die met voornoemde specificaties overeenstemmen; dit is een voorwaarde voor ingebruikneming op de binnenwateren.
-
2.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de nationale instanties die bevoegd zijn voor de
typegoedkeuring; De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis.
-
3.Alle lidstaten erkennen de typegoedkeuringen die door de bevoegde instanties van de andere
lidstaten worden afgegeven.
Artikel 8
Bevoegde instanties
De lidstaten wijzen de instanties aan die bevoegd zijn voor de RIS toepassingen en voor de inter nationale uitwisseling van gegevens. Deze instanties moeten aan de Commissie worden gemeld.
Artikel 9
Voorschriften inzake persoonsgegevens, veiligheid en het hergebruik van informatie
-
1.De lidstaten zien er op toe dat de verwerking van persoonsgegevens die gepaard gaat met het
gebruik van RIS, plaatsvindt overeenkomstig de Europese regels ter bescherming van de indivi duele vrijheden en grondrechten, die onder meer zijn vastgelegd in Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG.
-
2.De lidstaten treffen en handhaven veiligheidsmaatregelen om de RIS berichten en archieven te
beschermen tegen ongewenste gebeurtenissen of misbruik, zoals illegale toegang en wijziging of verlies van de gegevens.
-
3.Richtlijn 2003/98/EG inzake het hergebruik van overheidsinformatie is van toepassing.
Artikel 10
Wijzigingsprocedure
De bijlagen I en II kunnen volgens de procedure van artikel 11, lid 3, worden gewijzigd in het licht
van de ervaring die met de toepassing van de richtlijn is opgedaan en kunnen worden aangepast aan
de technische vooruitgang.
Artikel 11 14 RIS comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het krachtens artikel 7 van Richtlijn 91/672/EEG opge
richte comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van
toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van
toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit. De in artikel 5, lid 6, van Besluit
1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
14 In verband met artikel 11 zal de Commissie de volgende verklaring voor de Raadsnotulen afleggen: "De Commissie verklaart dat zij wanneer nodig de andere comités zal raadplegen die bevoegd zijn op het gebied van electronische communicatie in het kader van de communautaire regelgeving."
Artikel 12
Omzetting
-
1.De lidstaten met binnenwateren vallend binnen de werkingssfeer van artikel 2, doen de nodige
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [...] aan deze
richtlijn te voldoen [uiterlijk 24 15 maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn]. Zij stellen
de Commissie onverwijld in kennis van de tekst van deze bepalingen.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële
bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden
vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten nemen de nodige maatregelen om uiterlijk 36 16 maanden na de inwerkingtreding van de in artikel 5 vermelde relevante technische richtsnoeren en specificaties aan de voor
schriften van artikel 4 te voldoen. De technische richtsnoeren en specificaties treden in werking
op de dag volgende op die van hun bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
-
3.Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie volgens de procedure van artikel 11, lid 2, de in
lid 2 vermelde termijn voor de toepassing van een of meer voorschriften van artikel 4 verlengen
met betrekking tot de in artikel 2 vermelde binnenwateren, voorzover de verkeersdichtheid op
deze waterwegen laag is, alsmede met betrekking tot binnenwateren waarvoor de toepassing van
de voorschriften in verhouding tot de baten onevenredig kostbaar zou zijn. Deze termijn kan bij
besluit van de Commissie worden verlengd; de verlenging kan worden herhaald. In de moti
vering die de lidstaat samen met zijn verzoek moet indienen, wordt verwezen naar de lage
verkeersdichtheid en naar de economische omstandigheden op de desbetreffende waterweg.
Zolang de Commissie geen besluit heeft genomen, mag de lidstaat die om verlenging heeft
verzocht zijn activiteiten voortzetten alsof de verlenging was toegekend.
15 CIE maakt een voorbehoud en wenst vast te houden aan een termijn van 18 maanden zoals zij had voorgesteld. 16 CIE maakt een voorbehoud en wenst vast te houden aan een termijn van 24 maanden zoals zij had voorgesteld.
-
4.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee
die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
-
5.Voorzover nodig, verlenen de lidstaten elkaar steun bij de toepassing van deze richtlijn.
Artikel 13
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 14
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten die beschikken over binnenwateren welke onder het toe
passingsgebied van artikel 2 vallen.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter
BIJLAGE I bij de BIJLAGE
Minimumvereisten voor de gegevens
Zoals aangegeven in artikel 4, lid 4, onder a), worden met name de volgende gegevens verstrekt:
as van de waterweg, met kilometeraanduiding,
beperkingen met betrekking tot de lengte, breedte, diepgang en hoogte boven de waterlijn van schepen en konvooien,
bedieningstijd van sluizen, bruggen en andere structuren die de binnenvaart belemmeren, plaats van havens en overslaginstallaties,
referentiegegevens voor waterstanden met betrekking tot de binnenvaart.
Bijlage II bij de BIJLAGE
Beginselen voor de RIS-richtsnoeren en technische specificaties
-
1.RIS richtsnoeren
Bij het opstellen van de in artikel 5 bedoelde RIS richtsnoeren moeten de volgende beginselen in
acht worden genomen:
-
a)de technische vereisten voor de planning, de toepassing en het gebruik van de diensten en aanverwante systemen moeten worden aangegeven;
-
b)de architectuur en organisatie van RIS;
-
c)met het oog op de individuele diensten en de stapsgewijze ontwikkeling van RIS, moeten schepen worden aangemoedigd om deel te nemen aan RIS.
-
2.Inland ECDIS
Bij het opstellen van de in artikel 5 bedoelde technische specificaties voor een Electronic Chart
Display and Information System (Inland ECDIS) (elektronische weergave van binnenvaartkaarten
en de daaraan verbonden informatie) moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
-
a)Inland ECDIS moet compatibel zijn met maritieme ECDIS om het verkeer van binnenschepen in gemengde verkeerszones van riviermondingen en het zee binnenwaterverkeer te faciliteren;
-
b)er moeten minimumvoorschriften met betrekking tot Inland ECDIS apparatuur en de inhoud van elektronische navigatiekaarten worden vastgesteld om de veiligheid van de binnenvaart te
bevorderen, met name met betrekking tot:
een hoog niveau van betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de gebruikte Inland
ECDIS apparatuur,
de mate waarin de Inland ECDIS apparatuur bestand is tegen de omstandigheden aan
boord van een schip, zonder dat de kwaliteit of de betrouwbaarheid achteruitgaat,
het opnemen in de elektronische navigatiekaarten van diverse soorten geografische
objecten (bv. vaarweggrenzen, walconstructies, bakens) die bijdragen tot de veiligheid,
de controle van de elektronische kaart aan de hand van radarbeeld overlay, wanneer het
schip op basis van deze kaart wordt bestuurd,
het opnemen van informatie over de diepte van de vaarweg in de elektronische navigatie
kaart en het weergeven tot een vooraf bepaald of werkelijk waterpeil,
het opnemen van aanvullende informatie (bv. van andere partijen dan de bevoegde instan
ties) in de elektronische navigatiekaart en het weergeven van deze informatie op de
Inland ECDIS, zonder dat dit ten koste gaat van de informatie die nodig is om de veilig
heid van de navigatie te garanderen.
-
c)de beschikbaarheid van elektronische navigatiekaarten voor alle RIS gebruikers;
-
d)het beschikbaar stellen van de gegevens van elektronische navigatiekaarten aan alle fabri kanten van toepassingen, in voorkomend geval tegen een redelijke bijdrage in de kosten.
-
3.Elektronische scheepsrapportering,
Bij het opstellen van de technische specificaties voor elektronische scheepsrapportering in de
binnenvaart, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
-
a)de elektronische uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde instanties van de lidstaten, de deelnemers aan binnenvaart, de zeevaart en het multimodaal vervoer, voorzover de binnen
vaart er deel van uitmaakt, moet mogelijk zijn,
-
b)om informatie over het vervoer door te zenden van het schip naar de bevoegde instantie, van de bevoegde instantie naar het schip en van de ene bevoegde instantie naar de andere moet
gebruik worden gemaakt van gestandaardiseerde berichten, die compatibel moeten zijn met de
berichten die in de zeevaart worden gebruikt,
-
c)er dienen internationaal aanvaarde codelijsten en classificaties te worden gehanteerd, even tueel met aanvullende informatie om tegemoet te komen aan specifieke behoeften van de
binnenvaart,
-
d)er dient een uniek Europees scheepsidentificatienummer te worden gebruikt. 4. Berichten aan schippers,
Bij het opstellen van de technische specificaties voor berichten aan schippers, overeenkomstig
artikel 5, met name wat vaarweginformatie, verkeersinformatie, verkeersbeheer en reisplanning
betreft, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
-
a)de gestandaardiseerde gegevensstructuur moet gebruik maken van vooraf gedefinieerde tekstmodules die in grote mate gecodeerd zijn, zodat de belangrijkste informatie automatisch
in andere talen kan worden vertaald en de berichten aan schippers gemakkelijk in reis
planningssystemen kunnen worden geïntegreerd,
-
b)de gestandaardiseerde gegevensstructuur moet compatibel zijn met de gegevensstructuur van Inland ECDIS, om de integratie van de berichten aan schippers in Inland ECDIS mogelijk te
maken.
-
5.Tracking en tracingsystemen
Bij het opstellen van de technische specificaties voor tracking en tracingssystemen overeenkomstig
artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:
-
a)er dient te worden nagegaan welke eisen tracking en tracingssystemen stellen aan systemen en er moeten standaardberichten en procedures worden vastgesteld, zodat deze automatisch
kunnen worden doorgegeven,
-
b)er moet onderscheid worden gemaakt tussen systemen die aan de vereisten van tactische verkeersinformatie voldoen en systemen die aan de vereisten van strategische verkeers
informatie voldoen, zowel wat de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling als de vereiste
actualiseringssnelheid betreft,
-
c)er moet een omschrijving worden opgesteld van de relevante technische tracking en tracings systemen, zoals Inland AIS (automatisch identificatiesysteem),
-
d)gegevensformaten moeten compatibel zijn met het AIS systeem voor de zeevaart. _______________
- 25 mei '04COM(2004)392 - Geharmoniseerde River Traffic Information Services op de binnenwateren in de EG
- 5 jun '02COM(2002)207 - Hergebruik en de commerciële exploitatie van overheidsdocumenten
- 12 jul '00COM(2000)385 - Verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie
- 24 jun '98COM(1998)380 - Voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden
- 18 jul '90COM(1990)314 - Bescherming van personen in verband met de behandeling van persoonsgegevens
- 6 apr '88COM(1988)171 - Onderlinge erkenning van nationale vaarbewijzen voor het besturen van schepen in het beroepsgoederenvervoer over de binnenwateren

