Gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter verbetering van de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

BESLUIT Nr. .../2004/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT

EN DE RAAD

van

tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap

ter verbetering van de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid

van digitale inhoud in Europa

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 157,

lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

1

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité ,

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

2

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag ,

1 Advies uitgebracht op 29 april 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). 2

Advies van het Europees Parlement van 22 april 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van ... (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van het Europees Parlement van ...(nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de opkomst van breedband zullen gevolgen hebben voor het leven van elke burger in de Europese Unie, onder meer omdat zij

de toegankelijkheid van kennis en nieuwe vormen van kennisverwerving stimuleren, waar-

door de vraag naar nieuwe inhoud, toepassingen en diensten stijgt.

(2) De internetpenetratie in de Gemeenschap groeit nog steeds in hoog tempo. De door het inter net geboden mogelijkheden moeten worden benut om elk individu en elke organisatie in de

Gemeenschap de maatschappelijke en economische voordelen van informatie- en kennis-

overdracht te bieden. In Europa is nu de weg vrijgemaakt voor de benutting van het

potentieel van digitale inhoud.

(3) In de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 werd er de nadruk op gelegd dat de overgang naar een digitale kenniseconomie onder invloed van nieuwe

goederen en diensten een sterke motor zal zijn voor groei, concurrentievermogen en werk-

gelegenheid. Bovendien werd uitdrukkelijk erkend dat de inhoudindustrie een meerwaarde

schept door de Europese culturele diversiteit te exploiteren en via netwerken te verspreiden.

(4) In het Actieplan e-Europa 2005, waarin de strategie van Lissabon wordt uitgewerkt, wordt opgeroepen tot acties die de opkomst van veilige, via breedbandnetwerken te leveren

diensten, toepassingen en inhoud moeten stimuleren om aldus een gunstig klimaat voor

particuliere investeringen en het creëren van nieuwe banen te scheppen, de productiviteit te

verhogen, overheidsdiensten te moderniseren en iedereen de gelegenheid te geven een rol te

spelen in de wereldwijde informatiemaatschappij.

(5) In Europa is er een duidelijk toenemende vraag naar digitale inhoud van hoge kwaliteit, met evenwichtige toegangs- en gebruikersrechten voor een brede gemeenschap: burgers,

studenten, onderzoekers, kleine en middelgrote ondernemingen en andere zakelijke

gebruikers, of mensen met specifieke behoeften, die hun kennis willen vergroten, of

"hergebruikers" die digitale inhoudbronnen willen benutten om nieuwe diensten te creëren.

(6) Deelnemers op de markt voor digitale inhoud zijn aanbieders van inhoud (met inbegrip van openbare en particuliere organisaties en instellingen die digitale inhoud creëren, verzamelen

of bezitten) en gebruikers van inhoud (met inbegrip van organisaties en bedrijven die als

eindgebruikers digitale inhoud hergebruiken en/of daar een meerwaarde aan geven).

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de deelneming van het midden- en kleinbedrijf.

(7) Het programma e-Inhoud (2001-2004), aangenomen bij Besluit 2001/48/EG van de Raad van 1

22 december 2000 , heeft de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op internet en de taaldiversiteit van Europese websites in de informatiemaatschappij bevorderd.

In de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2003 betreffende de tussentijdse

evaluatie van het programma e-Inhoud wordt het belang van maatregelen op dit gebied

bevestigd.

(8)

Door het voortschrijden van de technologie is het mogelijk inhoud een meerwaarde te geven

in de vorm van ingebedde kennis en de interoperabiliteit op dienstenniveau te verbeteren,

hetgeen fundamenteel is voor de toegang tot en de verspreiding van digitale inhoud. Dit geldt

met name voor de sectoren van algemeen belang waarop dit programma zich moet richten.

1

PB L 14 van 18.1.2001, blz. 32.

(9) Het bevorderen van solide bedrijfsmodellen zal de continuïteit van de in het kader van het programma opgestarte projecten ten goede komen en aldus betere voorwaarden scheppen voor

een groter economisch rendement van diensten die zijn gebaseerd op toegang tot en

hergebruik van digitale inhoud.

(10) Er wordt een regelgevingskader gedefinieerd om in te spelen op de uitdagingen van digitale

1 2 3

inhoud in de informatiemaatschappij .

(11) Door uiteenlopende praktijken in de lidstaten blijven er technische belemmeringen bestaan

voor grootschalige toegang, gebruik, hergebruik en exploitatie van overheidsinformatie in de

Gemeenschap.

(12) Wanneer digitale inhoud ook betrekking heeft op persoonsgegevens, dienen de Richtlijnen

4 5

95/46/EG en 2002/58/EG in acht te worden genomen en moet de technologie de privacy eerbiedigen en, waar mogelijk, verhogen.

(13) Acties van de Gemeenschap ten aanzien van de inhoud van informatie dienen het meertalige

en multiculturele karakter van de Gemeenschap te versterken.

1

Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90). 2

Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10). 3

Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20). 4

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31). Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). 5

Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

(14) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen worden vastgesteld

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

1

uitvoeringsbevoegdheden .

(15) De Commissie dient zorg te dragen voor de complementariteit en synergie met verwante

initiatieven en programma's van de Gemeenschap, in het bijzonder die op het gebied van

onderwijs en cultuur en het Europese interoperabiliteitskader.

(16) Bij dit besluit wordt voor de totale duur van het programma een financieel kader vastgesteld

dat voor de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voor-

naamste referentiepunt zal zijn in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel Akkoord van

6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de

2

begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure .

(17) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde actie, namelijk de verbetering van de

toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa, wegens het

transnationale karakter van de onderliggende vraagstukken niet voldoende door de lidstaten

kunnen worden verwezenlijkt en derhalve, wegens de Europese dimensie en gevolgen van de

actie, beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap

maatregelen vaststellen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 van het

Verdrag. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel als opgenomen in dat artikel gaat dit

besluit niet verder dan hetgeen nodig is om deze doelstellingen te bereiken,

BESLUITEN:

1

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. 2

PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1. Akkoord gewijzigd bij Besluit 2003/429/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 147 van 14.6.2003, blz. 25).

Artikel 1

Doelstelling van het programma

  • 1. 
    Bij dit besluit wordt een programma van de Gemeenschap voor de periode 2005-2008 vastgesteld

dat de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa moet

verbeteren om aldus de ontwikkeling en verspreiding van informatie - op gebieden van algemeen

belang - op het niveau van de Gemeenschap te bevorderen.

Het programma wordt het "e-Inhoud-plus"-programma genoemd ("het programma").

  • 2. 
    Om de algemene doelstelling van het programma te verwezenlijken, worden de volgende

actielijnen gevolgd:

(a) bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie van digitale inhoud;

(b) bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en gebruikers, in alle sectoren;

(c) verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan marktdeelnemers op het gebied van digitale inhoud.

Zoals aangegeven in bijlage I zijn de in het kader van deze actielijnen te verrichten activiteiten

gericht op de doelgebieden overheidsinformatie, ruimtelijke informatie, en educatieve, culturele en

wetenschappelijke inhoud. Het programma wordt uitgevoerd overeenkomstig bijlage II.

Artikel 2

Deelname

  • 1. 
    Deelname aan het programma staat open voor in de lidstaten gevestigde juridische eenheden. In

de kandidaat-lidstaten gevestigde juridische eenheden kunnen eveneens aan het programma

deelnemen overeenkomstig bestaande of te sluiten bilaterale overeenkomsten met die landen.

  • 2. 
    Deelname aan het programma is mogelijk voor juridische eenheden die gevestigd zijn in EVA-

landen die partij zijn bij de EER-overeenkomst, zulks in overeenstemming met het bepaalde in die

overeenkomst.

  • 3. 
    Deelname aan het programma zonder financiële steun van de Gemeenschap is mogelijk voor in

derde landen gevestigde juridische eenheden en internationale organisaties, op voorwaarde dat deze

deelname werkelijk bijdraagt tot de uitvoering van het programma. Een besluit daarover wordt

genomen overeenkomstig de in artikel 4, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 3

Bevoegdheden van de Commissie

  • 1. 
    De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma.
  • 2. 
    De Commissie stelt op basis van dit besluit een werkprogramma op.
  • 3. 
    Bij de uitvoering van het programma zorgt de Commissie in nauwe samenwerking met de

lidstaten voor de algehele samenhang en complementariteit met andere communautaire

beleidsmaatregelen, programma's en acties die van invloed zijn op de ontwikkeling en het gebruik

van Europese digitale inhoud en de bevordering van taalkundige verscheidenheid in de

informatiemaatschappij, meer in het bijzonder met de communautaire programma's voor onderzoek

en technologische ontwikkeling IDA, eTen, e-insluiting, e-leren, MODINIS en veiliger internet.

  • 4. 
    De Commissie neemt volgens de procedure van artikel 4, lid 2, een besluit over de volgende

aangelegenheden:

(a) goedkeuring en wijziging van het werkprogramma;

(b) bepaling van de criteria voor en de inhoud van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen overeenkomstig de doelstelling van artikel 1;

(c) beoordeling van de projecten die in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voor stellen worden ingediend voor communautaire financiering met een geraamde communautaire

bijdrage van EUR 1 miljoen of meer;

(d) afwijkingen van de regels van bijlage II.

  • 5. 
    De Commissie houdt het comité van artikel 4 op de hoogte van de voortgang bij de uitvoering

van het programma.

Artikel 4

Comité

toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

  • 3. 
    Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 5

Toezicht en evaluatie

  • 1. 
    Om te waarborgen dat de steun van de Gemeenschap doeltreffend wordt aangewend, draagt de

Commissie er zorg voor dat de acties uit hoofde van dit besluit vooraf beoordeeld, tijdens de

uitvoering gevolgd en achteraf geëvalueerd worden.

  • 2. 
    De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van projecten in het kader van dit programma. De

Commissie evalueert de wijze waarop de projecten zijn uitgevoerd en het effect ervan om na te gaan

of de oorspronkelijke doelstellingen zijn bereikt.

  • 3. 
    De Commissie legt uiterlijk medio 2006 een verslag over de uitvoering van de in artikel 1, lid 2,

bedoelde actielijnen voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en

Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Daarin deelt de Commissie mee of de bedragen voor

2007-2008 binnen de financiële vooruitzichten blijven. In voorkomend geval neemt de Commissie

de nodige maatregelen in het kader van de begrotingsprocedures voor 2007-2008 om te waarborgen

dat de jaarlijkse toewijzingen binnen de financiële vooruitzichten blijven. De Commissie dient na

afloop van het programma een definitief evaluatieverslag in.

  • 4. 
    De Commissie doet het Europees Parlement en de Raad de resultaten van haar kwantitatieve en

kwalitatieve evaluaties toekomen tezamen met alle passende voorstellen tot wijziging van dit

besluit. De resultaten worden voorgelegd vóór de indiening van de ontwerp-begrotingen voor de

jaren 2007 en 2009.

Artikel 6

Financieel kader

  • 1. 
    Het financiële kader voor de uitvoering van de acties van de Gemeenschap krachtens dit besluit

voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008 bedraagt 135 miljoen EUR,

waarvan EUR 55,6 miljoen voor de periode tot en met 31 december 2006.

  • 2. 
    Voor de periode na 31 december 2006 wordt het bedrag geacht te zijn bevestigd indien het in

deze fase binnen de financiële vooruitzichten blijft die gelden voor de periode die in 2007 begint.

  • 3. 
    De jaarlijkse toewijzingen voor de periode van 2005 tot en met 2008 worden door de begrotings-

autoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. In bijlage III staat een

indicatieve verdeling van de uitgaven.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad De voorzitter De voorzitter ___________________

BIJLAGE I

ACTIES

I. INLEIDING

De algemene doelstelling van e-Inhoud-plus is de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa te verbeteren om aldus de ontwikkeling en

verspreiding van informatie - op gebieden van algemeen belang - op het niveau van de

Gemeenschap te bevorderen.

Het moet betere voorwaarden scheppen voor de ontsluiting en het beheer van digitale inhoud en diensten in een meertalige en multiculturele omgeving. Het moet de keuzemogelijkheden

van de gebruiker verruimen en ondersteuning bieden voor de nieuwe interactieve gebruiks-

mogelijkheden van digitale inhoud waarin extra kennisniveaus verwerkt zijn, een inmiddels

welhaast essentieel element om inhoud dynamischer te maken en beter op een specifieke

context (leren, cultuur, mensen met specifieke behoeften, enz.) af te stemmen.

Het programma moet de weg effenen voor een gestructureerd kader voor digitale inhoud van hoge kwaliteit in Europa - de Europese digitale-inhoudruimte - door de uitwisseling van

ervaringen en goede praktijken en kruisbestuiving tussen inhoudsectoren, aanbieders van

inhoud en gebruikers te stimuleren.

Er staan drie soorten maatregelen op het programma:

  • a) 
    bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie van digitale inhoud;
  • b) 
    bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en gebruikers, in alle sectoren;
  • c) 
    verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan marktdeelnemers op het gebied van digitale inhoud.

II. ACTIELIJNEN

A. Bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie van digitale inhoud

De in het kader van deze actielijnen te verrichten activiteiten omvatten de vorming van

netwerken en allianties tussen de diverse marktdeelnemers om de ontwikkeling van

nieuwe diensten te bevorderen.

Doelgebieden zijn overheidsinformatie, ruimtelijke informatie, leren en culturele inhoud.

De nadruk zal komen te liggen op:

  • a) 
    bevordering van een groter bewustzijn van het belang, de commerciële waarde en de maatschappelijke implicaties van overheidsinformatie. De activiteiten zullen

het daadwerkelijk gebruik en de exploitatie van overheidsinformatie over de

grenzen heen tussen openbare instanties en particuliere organisaties, met inbegrip

van het MKB, voor informatieproducten en -diensten met een toegevoegde

waarde bevorderen;

  • b) 
    bevordering van een ruimer gebruik van ruimtelijke informatie door overheids instanties, particuliere bedrijven, met inbegrip van het MKB, en burgers door

middel van samenwerkingsmechanismen op Europees niveau. Bij de activiteiten

dient zowel op de technische als op de organisatorische aspecten te worden

ingegaan en te worden vermeden dat territoriale gegevensbestanden elkaar

overlappen of onvoldoende ontwikkeld worden. Daarbij dient de grens-

overschrijdende interoperabiliteit te worden gestimuleerd zodat coördinatie tussen

cartografische bureaus mogelijk wordt en op Europees niveau nieuwe diensten

voor mobiele gebruikers kunnen worden ontwikkeld. Zij dienen ook het gebruik

van open normen te ondersteunen;

  • c) 
    bevordering van de toename van het aantal open Europese kennispools voor digitale objecten ten behoeve van onderwijs- en onderzoekgemeenschappen en particulieren. Deze activiteiten

moeten bijdragen tot het ontstaan van trans-Europese bemiddelingsdiensten voor digitale

leerinhoud, met bijbehorende bedrijfsmodellen. Deze activiteiten dienen ook het gebruik van

open normen te bevorderen, alsmede de vorming van grote gebruikersgroepen die de norm-

voorbereidings- en specificatieschema's analyseren en testen, zodat bij de definitie van

wereldwijde normen voor digitale leerinhoud rekening wordt gehouden met de Europese

meertaligheid en multiculturaliteit;

  • d) 
    bevordering van het ontstaan van trans-Europese informatie-infrastructuren voor het toegankelijk maken en benutten van hoogwaardige Europese digitale culturele en

wetenschappelijke hulpbronnen door de koppeling van virtuele bibliotheken,

gemeenschapsgeheugens, enz. De activiteiten dienen mede betrekking te hebben op

gecoördineerde werkwijzen voor het digitaliseren en opbouwen van verzamelingen, het

bewaren van digitale objecten en het inventariseren van culturele en wetenschappelijke

hulpbronnen. Zij dienen de toegang tot digitale culturele en wetenschappelijke hulpbronnen te

verbeteren door doeltreffende licentieformules en collectieve voorafgaande vereffening van

rechten.

B. Bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en gebruikers, in alle sectoren

De in het kader van deze actielijnen te verrichten activiteiten moeten de inventarisatie en

brede verspreiding van beste praktijken op het gebied van methoden, processen en operaties

vergemakkelijken teneinde een hogere kwaliteit, efficiëntie en doeltreffendheid bij

ontwikkeling, gebruik en verspreiding van digitale inhoud te bereiken.

Deze activiteiten omvatten experimenten om de zoekmogelijkheden, bruikbaarheid,

herbruikbaarheid, combinatiemogelijkheden en interoperabiliteit van digitale inhoud mee aan

te tonen binnen de context van het huidige wetgevingskader, waarbij van meet af aan wordt

voldaan aan de eisen van de verschillende doelgroepen en -markten in een steeds meertaliger

en multiculturelere omgeving, waardoor deze experimenten verder gaan dan gewone

lokaliseringstechnologieën.

Deze activiteiten moeten gebruik maken van de voordelen van de verrijking van digitale inhoud met machineleesbare data (semantisch goed gedefinieerde metagegevens op basis van

beschrijvende terminologie, woordenlijsten en ontologieën).

De experimenten worden themagewijs uitgevoerd. De verzameling, verspreiding en inter sectoriële kruisbestuiving van de verworven kennis zijn een integrerend onderdeel van de

experimenten.

De doelgebieden zijn overheidsinformatie, ruimtelijke informatie, digitaal leren en culturele inhoud en wetenschappelijke digitale inhoud.

C. Verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan marktdeelnemers op het gebied van digitale inhoud.

De in het kader van deze actielijnen te verrichten activiteiten omvatten onder meer flankerende maatregelen voor wetgeving op het gebied van digitale inhoud, maatregelen voor

meer samenwerking tussen marktdeelnemers op het gebied van digitale inhoud en

voorlichting. Zij dienen bij te dragen tot de ontwikkeling van instrumenten voor

benchmarking, toezicht en analyse, de evaluatie van de invloed van het programma en de

verspreiding van de resultaten daarvan. Nieuwe mogelijkheden en problemen (zoals

vertrouwen, kwaliteitsmerken, intellectuele eigendomsrechten in de educatieve sector)

worden in kaart gebracht en geanalyseerd en zo nodig worden er voorstellen voor oplossingen

aangedragen.

_____________________

BIJLAGE II

INSTRUMENTEN VOOR DE UITVOERING VAN HET PROGRAMMA

  • 1. 
    De Commissie voert het programma uit met inachtneming van de technische specificaties van bijlage I.
  • 2. 
    Het programma wordt uitgevoerd door middel van onder meer de onderstaande werkzaam heden onder contract:
  • a) 
    werkzaamheden voor gezamenlijke rekening

(i) projecten met het oog op kennisverruiming om bestaande producten, processen en/of diensten te verbeteren en/of te voorzien in de behoeften van

het Gemeenschapsbeleid. De bijdrage van de Gemeenschap bedraagt doorgaans niet meer dan 50% van de kosten van het project. Overheidslichamen kunnen in

aanmerking komen voor een vergoeding op basis van 100% van de extra kosten.

(ii) activiteiten op het gebied van beste praktijken voor kennisverspreiding. Deze vinden gewoonlijk themagewijs plaats en worden onderling gekoppeld door

thematische netwerken. De bijdrage van de Gemeenschap voor de onder dit

punt bedoelde maatregelen beperkt zich tot de directe uitgaven die nood-

zakelijk of wenselijk worden geacht voor de specifieke doelstellingen van de

actie.

(iii) thematische netwerken: netwerken van uiteenlopende marktdeelnemers rond een bepaalde technologische en organisatorische doelstelling om coördinatie

en kennisoverdracht te verbeteren. Deze kunnen samenhangen met

activiteiten op het gebied van beste praktijken. Steun wordt verleend voor

subsidiabele meerkosten voor het coördineren en opzetten van het netwerk.

De bijdrage van de Gemeenschap kan de subsidiabele meerkosten van deze

maatregelen dekken.

  • b) 
    begeleidende maatregelen

begeleidende maatregelen dragen bij tot de uitvoering van het programma of de

voorbereiding van toekomstige activiteiten. Maatregelen die gericht zijn op het in de

handel brengen van producten, processen of diensten, marketingactiviteiten en

verkoopbevordering zijn uitgesloten.

(i) studies ter ondersteuning van het programma, met inbegrip van de voor bereiding van toekomstige activiteiten;

(ii) informatie-uitwisseling, conferenties, seminars, workshops of andere vergaderingen en het beheer van thematische activiteiten;

(iii) verspreidings-, voorlichtings- en communicatieactiviteiten.

  • 3. 
    De selectie van de werkzaamheden voor gezamenlijke rekening geschiedt op basis van op de website van de Commissie te publiceren uitnodigingen tot het indienen van voorstellen,

conform de geldende financiële bepalingen.

  • 4. 
    Aanvragen voor een bijdrage van de Gemeenschap dienen waar zulks van toepassing is vergezeld te gaan van een financieel plan met een uitsplitsing van de kosten per project-

onderdeel, onder vermelding van de bijdrage die van de Gemeenschap wordt verlangd en

eventuele andere verzoeken om subsidies of toegekende subsidies uit andere bronnen.

  • 5. 
    Begeleidende maatregelen worden uitgevoerd op basis van aanbestedingen conform de geldende financiële bepalingen.

___________________

BIJLAGE III

INDICATIEVE VERDELING VAN DE UITGAVEN

1 Bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en 40 ­ 50 % de exploitatie van digitale inhoud

2 Bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste 45 - 55 % praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en

gebruikers, in alle sectoren

3 Verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan markt- 8 ­ 12 % deelnemers op het gebied van digitale inhoud

___________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie