Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter verbetering van de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa (e-inhoud-plus) - Politiek akkoord

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

I. INLEIDING

  • 1. 
    Op 17 februari 2004 heeft de Commissie bovengenoemd voorstel aan de Raad toegezonden.

Doel van dit voorstel is voorwaarden te scheppen voor een ruimere toegang tot en een breder gebruik van digitale inhoud alsmede, wanneer nodig, voor grotere economische

opbrengsten van diensten die gebaseerd zijn op toegang tot en (her)gebruik van digitale

inhoud; dit zou moeten gebeuren via een aanzienlijke bijdrage aan de strategie eEuropa

in sectoren zoals e-leren, e-overheid enz. (een programma als opvolger van het huidige

e-inhoud-programma, dat eind 2004 afloopt.)

  • 2. 
    Het Europees Parlement heeft over dit voorstel advies uitgebracht op 22 april 2004. Het Economisch en Sociaal Comité heeft zijn advies uitgebracht op 29 april 2004, en het

Comité van de Regio's heeft ervan afgezien een advies uit te brengen.

De Commissie heeft op 30 april 2004 haar gewijzigd voorstel aangenomen.

II. RESULTAAT VAN DE BESPREKINGEN IN HET COMITÉ VAN PERMANENTE VERTEGENWOORDIGERS EN NOG OP TE LOSSEN VRAAGSTUKKEN

Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft het voorstel op 19 mei 2004 behandeld

en heeft een beginselakkoord bereikt over de in de bijlage bij dit document opgenomen tekst.

In dit stadium moet er afgezien van de taalkundige en parlementaire voorbehouden, nog

slechts één vraagstuk worden opgelost. Verder maakte de Commissie twee voorbehouden bij

de tekst. Deze worden hieronder toegelicht.

Het Comité van permanente vertegenwoordigers kon het niet eens worden over het financieel

kader van het programma. Momenteel zijn de delegaties grosso modo twee standpunten

toegedaan: sommige delegaties kunnen zich vinden in een bedrag van circa 145 miljoen euro,

andere delegaties voelen meer voor een bedrag van circa 130 miljoen euro. Het

voorzitterschap stelt de Raad als compromis 135 miljoen euro voor.

Het Comité van permanente vertegenwoordigers stelt voor dat de Raad zich buigt over het

nog hangende vraagstuk en over de voorbehouden zodat van de Raad een politiek akkoord

over het toekomstige gemeenschappelijk standpunt kan worden bereikt, dat dan voor

bijwerking zal worden voorgelegd aan de juristen/vertalers met het oog op aanneming en

bekendmaking in het Publicatieblad.

  • 1. 
    Taalkundig voorbehoud: ES en PT.
  • 2. 
    Voorbehoud voor parlementaire behandeling: UK. 3. De Commissie maakt een voorbehoud bij de artikelen 3 en 4 (comitologie) en bij artikel 6 (financieel kader).

______________

BIJLAGE

COMPROMISVOORSTEL VAN HET VOORZITTERSCHAP

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter verbetering van de

toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 157,

lid 3,

1

Gezien het voorstel van de Commissie , 2

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité , 3

Gezien het advies van het Comité van de Regio's , 4

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag , Overwegende hetgeen volgt:

(1) De ontwikkeling van de informatiemaatschappij en de opkomst van breedband zullen gevolgen hebben voor het leven van elke burger in de Europese Unie, onder meer omdat zij

de toegankelijkheid van kennis en nieuwe vormen van kennisverwerving stimuleren, waar-

door de vraag naar nieuwe inhoud, toepassingen en diensten stijgt.

1

PB C [...] van [...], blz. [...]. 2

PB C [...] van [...], blz. [...]. 3

PB C [...] van [...], blz. [...]. 4

PB C [...] van [...], blz. [...].

(2) De internetpenetratie in de Gemeenschap groeit nog steeds in hoog tempo. De door het inter net geboden mogelijkheden moeten worden benut om elk individu en elke organisatie in de

Gemeenschap de maatschappelijke en economische voordelen van informatie- en kennis-

overdracht te bieden. In Europa is nu de weg vrijgemaakt voor de benutting van het

potentieel van digitale inhoud.

(3) In de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 werd er de nadruk op gelegd dat de overgang naar een digitale kenniseconomie onder invloed van nieuwe

goederen en diensten een sterke motor zal zijn voor groei, concurrentievermogen en werk-

gelegenheid. Bovendien werd uitdrukkelijk erkend dat de inhoudindustrie een meerwaarde

schept door de Europese culturele diversiteit te exploiteren en via netwerken te verspreiden.

5,

(4) In het Actieplan e-Europa 2005 waarin de strategie van Lissabon wordt uitgewerkt, wordt opgeroepen tot acties die de opkomst van veilige, via breedbandnetwerken te leveren

diensten, toepassingen en inhoud moeten stimuleren om aldus een gunstig klimaat voor

particuliere investeringen en het creëren van nieuwe banen te scheppen, de productiviteit te

verhogen, overheidsdiensten te moderniseren en iedereen de gelegenheid te geven een rol te

spelen in de wereldwijde informatiemaatschappij.

(5) In Europa is er een duidelijk toenemende vraag naar digitale inhoud van hoge kwaliteit, met evenwichtige toegangs- en gebruikersrechten voor een brede gemeenschap: burgers,

studenten, onderzoekers, kleine en middelgrote ondernemingen en andere zakelijke

gebruikers, of mensen met specifieke behoeften, die hun kennis willen vergroten, of

"hergebruikers" die digitale inhoudbronnen willen benutten om nieuwe diensten te creëren.

(6) Deelnemers op de markt voor digitale inhoud zijn aanbieders van inhoud (met inbegrip van openbare en particuliere organisaties en instellingen die digitale inhoud creëren, verzamelen

of bezitten) en gebruikers van inhoud (met inbegrip van organisaties en bedrijven die als

eindgebruikers digitale inhoud hergebruiken en/of daar een meerwaarde aan geven).

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de deelneming van het midden- en kleinbedrijf.

5

COM(2002) 263.

6

(7) Het programma e-inhoud (2001-2004) heeft de ontwikkeling en het gebruik van Europese digitale inhoud op internet en de taaldiversiteit van Europese websites in de informatiemaat-

schappij bevorderd. In de mededeling van de Commissie betreffende de tussentijdse evaluatie

7

van het programma e-inhoud wordt het belang van maatregelen op dit gebied bevestigd. (8)

Door het voortschrijden van de technologie is het mogelijk inhoud een meerwaarde te geven

in de vorm van ingebedde kennis en de interoperabiliteit op dienstenniveau te verbeteren,

hetgeen fundamenteel is voor de toegang tot en de verspreiding van digitale inhoud. Dit geldt

met name voor de sectoren van algemeen belang waarop dit programma zich moet richten.

(9)

Het bevorderen van solide bedrijfsmodellen zal de continuïteit van de in het kader van het

programma opgestarte projecten ten goede komen en aldus betere voorwaarden scheppen voor

een groter economisch rendement van diensten die zijn gebaseerd op toegang tot en

hergebruik van digitale inhoud.

(10) Er wordt een regelgevingskader gedefinieerd om in te spelen op de uitdagingen van digitale

8 9 10

inhoud in de informatiemaatschappij .

(11) Door uiteenlopende praktijken in de lidstaten blijven er technische belemmeringen bestaan

voor grootschalige toegang, gebruik, hergebruik en exploitatie van overheidsinformatie in de

Gemeenschap.

(12) Wanneer digitale inhoud ook betrekking heeft op persoonsgegevens, dienen de Richtlijnen

95/46/EG en 2002/58/EG in acht te worden genomen en moet de technologie de privacy

beschermen en, waar mogelijk, verhogen.

(13) Acties van de Gemeenschap ten aanzien van de inhoud van informatie dienen het meertalige

en multiculturele karakter van de Gemeenschap te versterken.

6

PB L 14 van 18.1.2001, blz. 32. 7

COM(2003) 591.

8 COM(2002) 207: voorstel voor een richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie, door de Commissie op 5 juni 2002 aangenomen. 9

Richtlijn 2001/29/EG betreffende het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, aangenomen op 22 juni 2001. 10

Richtlijn 96/9 van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken.

(14) De maatregelen die de Commissie mag treffen uit hoofde van de uitvoeringsbevoegdheden

die haar bij dit besluit worden verleend, zijn voornamelijk beheersmaatregelen inzake de

uitvoering van een programma met aanzienlijke budgettaire gevolgen in de zin van artikel 2,

onder a), van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegd-

11

heden . Deze maatregelen moeten worden vastgesteld volgens de beheersprocedure van artikel 4 van dat besluit.

(15) De Commissie dient zorg te dragen voor de complementariteit en synergie met verwante

initiatieven en programma's van de Gemeenschap, in het bijzonder die op het gebied van

onderwijs en cultuur en het Europese interoperabiliteitskader.

(16) Bij dit besluit wordt voor de totale duur van het programma een financieel kader vastgesteld

dat voor de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voor-

naamste referentiepunt zal zijn in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel Akkoord van

6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de

12

begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure .

(17) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde acties wegens het transnationale karakter

van de onderliggende vraagstukken niet voldoende door de lidstaten kunnen worden

verwezenlijkt en derhalve, wegens de Europese dimensie en gevolgen van de acties, beter

door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen voor-

stellen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag. Overeen-

komstig het evenredigheidsbeginsel van dat artikel gaat dit besluit niet verder dan wat nodig

is om deze doelstellingen te bereiken,

BESLUITEN:

11

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. 12

PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1. Akkoord gewijzigd bij Besluit 2003/429/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 147 van 14.6.2003, blz. 25).

Artikel 1

Doelstelling van het programma

  • 1. 
    Bij dit besluit wordt een programma van de Gemeenschap voor de periode 2005-2008 vastgesteld dat de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in

Europa moet verbeteren om aldus de ontwikkeling en verspreiding van informatie - op

gebieden van algemeen belang - op het niveau van de Gemeenschap te bevorderen.

Het programma wordt het "e-inhoud-plus"-programma genoemd (hierna "het programma").

  • 2. 
    Om de in lid 1 vermelde algemene doelstelling van het programma te verwezenlijken, worden de volgende actielijnen gevolgd:

­ bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie van digitale inhoud;

­ bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en gebruikers, in alle sectoren;

­ verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan marktdeelnemers op het gebied van digitale inhoud.

Zoals aangegeven in bijlage I zijn de in het kader van deze actielijnen te verrichten activiteiten

gericht op de doelgebieden overheidsinformatie, ruimtelijke informatie, en educatieve, culturele en

wetenschappelijke inhoud. Het programma wordt uitgevoerd overeenkomstig bijlage II.

Artikel 2

Deelname

  • 1. 
    Deelname aan het programma staat open voor in de lidstaten gevestigde juridische eenheden. In de kandidaat-lidstaten gevestigde juridische eenheden kunnen eveneens aan het programma

deelnemen overeenkomstig bestaande of te sluiten bilaterale overeenkomsten met die landen.

  • 2. 
    Deelname aan het programma is mogelijk voor juridische eenheden die gevestigd zijn in EVA-landen die partij zijn bij de EER-Overeenkomst, zulks in overeenstemming met het

bepaalde in die overeenkomst.

  • 3. 
    Deelname aan het programma zonder financiële steun van de Gemeenschap is mogelijk voor in derde landen gevestigde juridische eenheden en internationale organisaties, op voorwaarde

dat deze deelname werkelijk bijdraagt tot de uitvoering van het programma. Een besluit daar-

over wordt genomen overeenkomstig de in artikel 4, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 3

Bevoegdheden van de Commissie

  • 1. 
    De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma.
  • 2. 
    De Commissie stelt op basis van dit besluit een werkprogramma op.
  • 3. 
    Bij de uitvoering van het programma zorgt de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten voor de algehele samenhang en complementariteit met andere communautaire

beleidsmaatregelen, programma's en acties die van invloed zijn op de ontwikkeling en het

gebruik van Europese digitale inhoud en de bevordering van taalkundige verscheidenheid in

de informatiemaatschappij, meer in het bijzonder met de communautaire programma's voor

onderzoek en technologische ontwikkeling IDA, eTen, e-insluiting, e-leren, MODINIS en

veiliger internet.

  • 4. 
    De Commissie neemt volgens de procedure van artikel 4, lid 2, een besluit over de volgende aangelegenheden:

(a) goedkeuring en wijziging van het werkprogramma;

(b) bepaling van de criteria voor en de inhoud van uitnodigingen tot het indienen van voor stellen overeenkomstig de doelstelling van artikel 1;

(c) beoordeling van de projecten die in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden ingediend voor communautaire financiering met een geraamde

communautaire bijdrage van 1 miljoen euro of meer;

(d) afwijkingen van de regels van bijlage II.

  • 5. 
    De Commissie houdt het comité van artikel 4 op de hoogte van de voortgang bij de uitvoering van het programma.

Artikel 4

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit. De in artikel 4, lid 3, van Besluit

1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

  • 3. 
    Het comité stelt zijn reglement van orde vast. Artikel 5

Toezicht en evaluatie

  • 1. 
    Om te waarborgen dat de steun van de Gemeenschap doeltreffend wordt aangewend, draagt de Commissie er zorg voor dat de acties uit hoofde van dit besluit vooraf beoordeeld, tijdens

de uitvoering gevolgd en achteraf geëvalueerd worden.

  • 2. 
    De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van projecten in het kader van dit programma. De Commissie evalueert de wijze waarop de projecten zijn uitgevoerd en het effect ervan om

na te gaan of de oorspronkelijke doelstellingen zijn bereikt.

  • 3. 
    De Commissie legt uiterlijk medio 2006 een verslag over de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde actielijnen voor aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en

Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Daarin deelt de Commissie mee of de bedragen

voor 2007-2008 binnen de financiële vooruitzichten blijven. In voorkomend geval neemt de

Commissie de nodige maatregelen in het kader van de begrotingsprocedures voor 2007-2008

om te waarborgen dat de jaarlijkse toewijzingen binnen de financiële vooruitzichten blijven.

De Commissie dient na afloop van het programma een definitief evaluatieverslag in.

  • 4. 
    De Commissie doet het Europees Parlement en de Raad de resultaten van haar kwantitatieve en kwalitatieve evaluaties toekomen tezamen met alle passende voorstellen tot wijziging van

dit besluit. De resultaten worden voorgelegd vóór de indiening van de ontwerp-begrotingen

voor de jaren 2007 en 2009.

Artikel 6

Financieel kader

  • 1. 
    Het financiële kader voor de uitvoering van de acties van de Gemeenschap krachtens dit besluit voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008 bedraagt

[135] miljoen euro, waarvan 55,6 miljoen euro voor de periode tot en met 31 december 2006.

  • 2. 
    Voor de periode na 31 december 2006 wordt het bedrag geacht te zijn bevestigd indien het in deze fase binnen de financiële vooruitzichten blijft die gelden voor de periode die in 2007

begint.

  • 3. 
    De jaarlijkse toewijzingen voor de periode van 2005 tot en met 2008 worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten. In

bijlage III staat een indicatieve verdeling van de uitgaven.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter ___________________

Bijlage I bij de BIJLAGE

ACTIES

I. I NLEIDING De algemene doelstelling van e-inhoud-plus is de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa te verbeteren om aldus de ontwikkeling en

verspreiding van informatie en kennis - op gebieden van algemeen belang - op het niveau van

de Unie te bevorderen.

Het moet betere voorwaarden scheppen voor de ontsluiting en het beheer van digitale inhoud en diensten in een meertalige en multiculturele omgeving. Het moet de keuzemogelijkheden

van de gebruiker verruimen en ondersteuning bieden voor de nieuwe interactieve gebruiks-

mogelijkheden van digitale inhoud waarin extra kennisniveaus verwerkt zijn, een inmiddels

welhaast essentieel element om inhoud dynamischer te maken en beter op een specifieke

context (leren, cultuur, mensen met specifieke behoeften, enz.) af te stemmen.

Het programma moet de weg effenen voor een gestructureerd kader voor digitale inhoud van hoge kwaliteit in Europa - de Europese digitale-inhoudruimte - door de uitwisseling van

ervaringen en goede praktijken en kruisbestuiving tussen inhoudsectoren, aanbieders van

inhoud en gebruikers te stimuleren.

Er staan drie soorten maatregelen op het programma:

bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie ·

van digitale inhoud;

· bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en gebruikers, in alle sectoren;

verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan marktdeelnemers op het ·

gebied van digitale inhoud.

II. ACTIELIJNEN

A. Bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en de exploitatie van digitale inhoud

Deze activiteiten omvatten de vorming van netwerken en allianties tussen de diverse marktdeelnemers om de ontwikkeling van nieuwe diensten te bevorderen.

Doelgebieden zijn overheidsinformatie, ruimtelijke informatie, leren en culturele inhoud.

De nadruk zal komen te liggen op:

­ bevordering van een groter bewustzijn van het belang, de commerciële waarde en de maatschappelijke implicaties van overheidsinformatie. De activiteiten zullen

het daadwerkelijk gebruik en de exploitatie van overheidsinformatie over de

grenzen heen tussen openbare instanties en particuliere organisaties, met inbegrip

van het MKB, voor informatieproducten en -diensten met een toegevoegde

waarde bevorderen;

­ bevordering van een ruimer gebruik van ruimtelijke informatie door overheids instanties, particuliere bedrijven, met inbegrip van het MKB, en burgers door

middel van samenwerkingsmechanismen op Europees niveau. Bij de activiteiten

dient zowel op de technische als op de organisatorische aspecten te worden

ingegaan en te worden vermeden dat territoriale gegevensbestanden elkaar

overlappen of onvoldoende ontwikkeld worden. Daarbij dient de grens-

overschrijdende interoperabiliteit te worden gestimuleerd zodat coördinatie tussen

cartografische bureaus mogelijk wordt en op Europees niveau nieuwe diensten

voor mobiele gebruikers kunnen worden ontwikkeld. Zij dienen ook het gebruik

van open normen te ondersteunen;

­ bevordering van de toename van het aantal open Europese kennispools voor digitale objecten ten behoeve van onderwijs- en onderzoekgemeenschappen en

particulieren. Deze activiteiten moeten bijdragen tot het ontstaan van trans-

Europese bemiddelingsdiensten voor digitale leerinhoud, met bijbehorende

bedrijfsmodellen. Deze activiteiten dienen ook het gebruik van open normen te

bevorderen, alsmede de vorming van grote gebruikersgroepen die de norm-

voorbereidings- en specificatieschema's analyseren en testen, zodat bij de definitie

van wereldwijde normen voor digitale leerinhoud rekening wordt gehouden met

de Europese meertaligheid en multiculturaliteit;

­ bevordering van het ontstaan van trans-Europese informatie-infrastructuren voor het toegankelijk maken en benutten van hoogwaardige Europese digitale culturele

en wetenschappelijke hulpbronnen door de koppeling van virtuele bibliotheken,

gemeenschapsgeheugens, enz. De activiteiten dienen mede betrekking te hebben

op gecoördineerde werkwijzen voor het digitaliseren en opbouwen van

verzamelingen, het bewaren van digitale objecten en het inventariseren van

culturele en wetenschappelijke hulpbronnen. Zij dienen de toegang tot digitale

culturele en wetenschappelijke hulpbronnen te verbeteren door doeltreffende

licentieformules en collectieve voorafgaande vereffening van rechten.

B. Bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en gebruikers, in alle sectoren

Deze activiteiten moeten de inventarisatie en brede verspreiding van beste praktijken op het

gebied van methoden, processen en operaties vergemakkelijken teneinde een hogere kwaliteit,

efficiëntie en doeltreffendheid bij ontwikkeling, gebruik en verspreiding van digitale inhoud

te bereiken.

Zij omvatten experimenten om de zoekmogelijkheden, bruikbaarheid, herbruikbaarheid,

combinatiemogelijkheden en interoperabiliteit van digitale inhoud mee aan te tonen binnen de

context van het huidige wetgevingskader, waarbij van meet af aan wordt voldaan aan de eisen

van de verschillende doelgroepen en -markten in een steeds meertaliger en multiculturelere

omgeving, waardoor deze experimenten verder gaan dan gewone lokaliseringstechnologieën.

De experimenten moeten gebruik maken van de voordelen van de verrijking van digitale inhoud met machineleesbare data (semantisch goed gedefinieerde metagegevens op basis van

beschrijvende terminologie, woordenlijsten en ontologieën).

De experimenten worden themagewijs uitgevoerd. De verzameling, verspreiding en inter sectoriële kruisbestuiving van de verworven kennis zijn een integrerend onderdeel van de

experimenten.

De doelgebieden zijn overheidsinformatie, ruimtelijke informatie, digitaal leren en culturele inhoud en wetenschappelijke digitale inhoud.

C. Verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan marktdeelnemers op het gebied van digitale inhoud.

De activiteiten omvatten onder meer flankerende maatregelen voor wetgeving op het gebied van digitale inhoud, maatregelen voor meer samenwerking tussen marktdeelnemers op het

gebied van digitale inhoud en voorlichting. Zij dienen bij te dragen tot de ontwikkeling van

instrumenten voor benchmarking, toezicht en analyse, de evaluatie van de invloed van het

programma en de verspreiding van de resultaten daarvan. Nieuwe mogelijkheden en

problemen (zoals vertrouwen, kwaliteitsmerken, intellectuele eigendomsrechten in de

educatieve sector) worden in kaart gebracht en geanalyseerd en zo nodig worden er voor-

stellen voor oplossingen aangedragen.

_____________________

Bijlage II bij de BIJLAGE

INSTRUMENTEN VOOR DE UITVOERING VAN HET PROGRAMMA

(1)

De Commissie voert het programma uit met inachtneming van de technische specificaties van bijlage I.

(2) Het programma wordt uitgevoerd door middel van onder meer de onderstaande werkzaam heden onder contract:

werkzaamheden voor gezamenlijke rekening

­ projecten met het oog op kennisverruiming om bestaande producten, processen en/of diensten te verbeteren en/of te voorzien in de behoeften van

het Gemeenschapsbeleid. De bijdrage van de Gemeenschap bedraagt doorgaans niet meer dan 50% van de kosten van het project. Overheidslichamen kunnen in

aanmerking komen voor een vergoeding op basis van 100% van de extra kosten.

­ activiteiten op het gebied van beste praktijken voor kennisverspreiding. Deze vinden gewoonlijk themagewijs plaats en worden onderling gekoppeld door

thematische netwerken. De bijdrage van de Gemeenschap voor de onder dit

streepje bedoelde maatregelen beperkt zich tot de directe uitgaven die nood-

zakelijk of wenselijk worden geacht voor de specifieke doelstellingen van de

actie.

­ thematische netwerken: netwerken van uiteenlopende marktdeelnemers rond een bepaalde technologische en organisatorische doelstelling om coördinatie

en kennisoverdracht te verbeteren. Deze kunnen samenhangen met

activiteiten op het gebied van beste praktijken. Steun wordt verleend voor

subsidiabele meerkosten voor het coördineren en opzetten van het netwerk.

De bijdrage van de Gemeenschap kan de subsidiabele meerkosten van deze

maatregelen dekken.

begeleidende maatregelen

­ begeleidende maatregelen dragen bij tot de uitvoering van het programma of de voorbereiding van toekomstige activiteiten. Maatregelen die gericht zijn

op het in de handel brengen van producten, processen of diensten, marketing-

activiteiten en verkoopbevordering zijn uitgesloten.

· studies ter ondersteuning van het programma, met inbegrip van de voor bereiding van toekomstige activiteiten;

informatie-uitwisseling, conferenties, seminars, workshops of andere ·

vergaderingen en het beheer van thematische activiteiten;

verspreidings-, voorlichtings- en communicatieactiviteiten. ·

(3) De selectie van de werkzaamheden voor gezamenlijke rekening geschiedt op basis van op de website van de Commissie te publiceren uitnodigingen tot het indienen van voorstellen,

conform de geldende financiële bepalingen.

(4) Aanvragen voor een bijdrage van de Gemeenschap dienen waar zulks van toepassing is vergezeld te gaan van een financieel plan met een uitsplitsing van de kosten per project-

onderdeel, onder vermelding van de bijdrage die van de Gemeenschap wordt verlangd en

eventuele andere verzoeken om subsidies of toegekende subsidies uit andere bronnen.

(5) Begeleidende maatregelen worden uitgevoerd op basis van aanbestedingen conform de geldende financiële bepalingen.

___________________

Bijlage III bij de BIJLAGE

INDICATIEVE VERDELING VAN DE UITGAVEN

  • 1) 
    Bevordering op communautair niveau van de toegankelijkheid, het nut en 40 ­ 50 % de exploitatie van digitale inhoud
  • 2) 
    Bevordering van kwaliteitsverbetering en stimulering van de beste 45 - 55 % praktijken in verband met digitale inhoud onder aanbieders van inhoud en

gebruikers, in alle sectoren

  • 3) 
    Verbetering van de samenwerking tussen en voorlichting aan markt- 8 ­ 12 % deelnemers op het gebied van digitale inhoud

___________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie