Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het
hergebruik van overheidsinformatie bevat regels over de wijze waarop hergebruik van
overheidsdocumenten door lidstaten dient te worden geregeld. In de uitoefening van zijn taak
verzamelt, verwerkt en verspreidt de publieke sector grote hoeveelheden informatie. Burgers en
ondernemingen kunnen veel baat hebben bij een goede verstrekking van deze
overheidsinformatie. Het vergemakkelijkt de communicatie met overheidsinstellingen en kan
hun betrokkenheid bij het democratisch proces vergroten. Daarnaast heeft overheidsinformatie
ook een aanzienlijk economisch potentieel. Met deze richtlijn hoopt de Commissie te bereiken
dat op de Europese informatiemarkt voor alle marktdeelnemers dezelfde basisvoorwaarden
gelden voor hergebruik van overheidsinformatie, dat deze voorwaarden doorzichtiger zijn en dat
er een einde komt aan ongerechtvaardigde marktverstoringen. Verder verwacht de Commissie
dat de richtlijn investeringen en innovatie op de informatiemarkt zal stimuleren, dat deze zal
leiden tot groei en verhoging van het concurrentievermogen van de digitale-inhoudindustrie en
dat deze uiteindelijk tot voordeel zal strekken van consumenten.
Uitdrukkelijk wordt in de richtlijn gesteld dat geen inbreuk wordt gemaakt op de
toegankelijkheidsregimes van de lidstaten. Slechts waar volgens deze toegankelijkheidsregimes
van de lidstaten hergebruik van overheidsdocumenten is toegestaan, stelt de richtlijn bepaalde
eisen aan de wijze waarop de documenten beschikbaar worden gesteld.
De richtlijn is gericht op een minimumharmonisatie. Lidstaten die verdergaande bepalingen in
nationale wetgeving willen opnemen mogen dit. Het huidige Nederlands beleid inzake de
exploitatie van overheidsinformatie strekt verder dan het voorstel voor de richtlijn beoogt.
Nederland is zich reeds bewust van de economische en sociale betekenis van het
overheidsinformatiebeleid en heeft het wetgevingskader voor een groot deel reeds aangepast,
teneinde een ruimer gebruik van overheidsinformatie mogelijk te maken.
Uitgangspunten Nederlands beleid
In de beleidslijn "Naar optimale beschikbaarheid van overheidsinformatie" zijn de
uitgangspunten voor het Nederlands beleid geformuleerd:
overheidsinformatie moet tegen maximaal de verstrekkingskosten beschikbaar worden
-
gesteld;
tussen het gebruik van bestanden door andere overheidsorganen en het (al dan niet commercieel
-
gebruik) door particulieren mag in beginsel geen onderscheid worden gemaakt.
voor het verstrekken van overheidsinformatie geldt het non-discriminatie beginsel.
-
In het kader van deze beleidslijn is onderzoek gedaan met het oog implementatiewetgeving. Over
het onderzoek is begin dit jaar gerapporteerd. De belangrijkste conclusie van het onderzoek zijn:
-
1.Het is wenselijk in de Wet openbaarheid bestuur (Wob) een bepaling op te nemen waarin het
vrije gebruiksrecht van overheidsinformatie wordt geregeld. De Wob zou zich, behalve op de
openheid en openbaarheid van het bestuur met het oog op "een goede en democratische
bestuursvoering", ook moeten richten op een vrij gebruik van informatie van bestuursorganen
(dit betekent een verruiming van de werkingssfeer van de Wob).
-
2.Thans worden in de Wob tarieven genoemd inzake verstrekking van informatie. Het is wenselijk
huidige bepalingen om te zetten een verstrekkingskostenregime waarbij centraal staat dat voor
alle informatie die bestuursorganen op verzoek onder de Wob moeten verstrekken, de verzoeker
maximaal de verstrekkingskosten mag berekenen met inbegrip van kosten voor eventueel
noodzakelijke bewerkingen. Alleen in het geval dat op informatie die bestuursorganen op
verzoek onder de Wob verstrekken rechten van derden rusten, zou nog van exploitatie sprake
kunnen zijn. Hiermee wordt een vrij gebruiksrecht voor een ieder gevestigd ten aanzien van
verstrekte informatie die door een bestuursorgaan zelf is geproduceerd.
-
3.Bij de verstrekking van bestanden in bewerkbare vorm moeten voorwaarden kunnen worden
gesteld aan het gebruik ter bescherming van twee publieke belangen:
juiste en volledige doorgifte van informatie aan derden
-
voorkomen van verwarring omtrent de herkomst van de informatie. (Door bijvoorbeeld met
-
een licentie te werken die gratis worden verleend. Het bezit van een licentie is dan een
voorwaarde voor de verstrekking van de informatie).
Hoofdlijnen van voorgenomen implementatie
De implementatie van de richtlijn zal in hoofdzaak geschieden door middel van wijziging van de
Wob. Uitgangspunt bij de implementatie is dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het
huidige systeem van de Wob. Ook wordt getracht zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de
definities van de Wob en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het voordeel van
implementatie in de Wob is dat de voor de burger zeer belangrijke informatie over openbaarheid
van documenten en het hergebruik ervan in een wet opgenomen is.
De richtlijn heeft slechts in beperkte mate wijziging van de Wob ten gevolge. De Wob stelt
reeds voor vele aspecten van de richtlijn, zoals kosten, de behandelingsperiode en het format
waarin de informatie wordt verstrekt, regels, waardoor de implementatie van deze richtlijn
aanzienlijk vereenvoudigd wordt. Tevens gaat de richtlijn in op bezwaar tegen besluiten van
overheidsorganen en stelt zij een motiveringsvereiste bij een negatieve beslissing op een verzoek
om hergebruik. Dergelijke bepalingen van de richtlijn worden reeds in de Awb geregeld en
behoeven dus geen implementatie.
Een lastig punt bij de implementatie vormt het vinden van aansluiting in definities tussen het
begrip overheidsorganen die de richtlijn centraal stelt en het begrip `bestuursorgaan' waar de
Wob en de Awb over spreken.
Een aantal documenten zal expliciet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de
ontwerprichtlijn.
documenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de openbare taak
-
-van de betrokken openbare lichamen
documenten of delen van documenten waarvoor de intellectuele eigendomsrechten bij
-
-derden berusten
documenten die persoonsgegevens bevatten
-
documenten in het bezit van onderwijs- en onderzoeksinstellingen (universiteiten,
-
-bibliotheken en onderzoeksinstituten)
documenten in het bezit van culturele instellingen (musea, theaters)
-
______________________

