Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2001) 728 def.
________________________
Bijlage: COM(2001) 728 def.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 07.12.2001 COM(2001) 728 definitief
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
AAN DE EUROPESE RAAD
DE WETGEVING VERBETEREN 2001
(overeenkomstig artikel 9 van het Protocol bij het EG-Verdrag betreffende de
toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid)
INHOUD
-
1.Inleiding........................................................................................................................ 3 2. De toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid ......................... 3
2.1. De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid : het juridische kader van het Verdrag van Amsterdam .............................................................................................. 3 2.2. De inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel in 2001 ............................................ 4 2.3. De inachtneming van het evenredigheidsbeginsel in 2001 .......................................... 7 3. De wetgevende activiteit van de Gemeenschap in 2001 .............................................. 8
3.1. Raadpleging en overleg ................................................................................................ 9 4. Wetgeving van kwaliteit............................................................................................. 11
4.1. De redactionele kwaliteit............................................................................................ 11 4.2. Herschikking, consolidatie en codificatie................................................................... 12
4.3. Vereenvoudiging ........................................................................................................ 14
-
5.Conclusies .................................................................................................................. 16
-
1.I NLEIDING
Overeenkomstig de wensen van de Europese Raad van Edinburgh van december 1992 en de daaropvolgende Europese Raden, het interinstitutionele akkoord van 29.10.1993 betreffende de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, en artikel 9 van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid van het Verdrag van Amsterdam, legt de Commissie ieder jaar de Europese Raad, het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de toepassing van artikel 5 van het Verdrag. Dit jaarlijkse verslag wordt ook doorgegeven aan het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité.
Het verslag over 2001, dat bestemd is voor de Europese Raad van Laken op 14 en 15 december 2001, geeft een overzicht van de ontwikkelingen in het afgelopen jaar.
Dit verslag wil een feitelijk beeld geven van de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, aan de hand van een aantal concrete voorbeelden van de wetgevende activiteit van de Gemeenschap.
Een meer fundamenteel debat over de regelgeving in het algemeen wordt dit jaar gevoerd in het kader van de voorbereiding van het raadplegingsdocument over de vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving in vervolg op de Europese Raad van Stockholm
1 .
In het kader van het Witboek over Governance is voorgesteld dat vanaf 2002 "het jaarlijkse verslag over de toepassing van het Protocol van Amsterdam over subsidiariteit en evenredigheid" zich zou moeten concentreren op de voornaamste doelstellingen van het beleid van de Europese Unie.
-
2.D E TOEPASSING VAN DE BEGINSELEN VAN SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
2.1. De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid : het juridische kader van het Verdrag van Amsterdam
De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn omschreven in artikel 5 van het EG-Verdrag en in het Protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel dat aan het Verdrag van Amsterdam is gehecht.
Artikel 5 bepaalt dat :
· de Gemeenschap handelt binnen de grenzen van de haar door dit Verdrag
verleende bevoegdheden en toegewezen doelstellingen;
· op gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, de Gemeenschap
slechts optreedt indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden
1 Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad van Laken (COM(2001) 726).
niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt/beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt;
· het optreden van de Gemeenschap niet verder gaat dan wat nodig is om de
doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.
Het Protocol bij het Verdrag van Amsterdam bevat richtsnoeren voor de toepassing. Optreden van de Gemeenschap is gerechtvaardigd als het om transnationale kwesties gaat, als optreden van de lidstaten alleen of het niet optreden van de Gemeenschap in strijd zou zijn met de voorschriften van het Verdrag, of ook wanneer een optreden op communautair niveau vanwege de schaal of de gevolgen ervan duidelijke voordelen zou opleveren ten opzichte van een nationaal optreden.
Verder voorziet het Protocol in uitgebreider overleg, eenvoudiger wetgeving en evaluaties van de financiële en/of administratieve effecten van de maatregelen op de Gemeenschap, de nationale regeringen, de lokale overheden, het bedrijfsleven en de burgers.
2.2. De inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel in 2001
Het Protocol betreffende de toepassing van beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bij het Verdrag van Amsterdam onderstreept het dynamische karakter van het concept subsidiariteit: enerzijds dient het ter beperking of zelfs beëindiging van de actie van de Gemeenschap indien en voor zover die niet langer gerechtvaardigd is, anderzijds kan de toepassing van dit beginsel ook leiden tot uitbreiding van die actie, binnen de grenzen van de bevoegdheden van de Gemeenschap.
Met het oog op de verwezenlijking van de in het Verdrag van Amsterdam aangegeven nieuwe doelstellingen heeft de Gemeenschap veel wetgevende inspanningen verricht, met inachtneming van haar bevoegdheden, om de noodzakelijke regels vast te stellen op deze nieuwe terreinen of om haar activiteiten doelmatiger te organiseren.
Met het oog op de verwezenlijking van een "ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid", zoals voorzien in het Verdrag van Amsterdam en overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van Tampere van 15-16 oktober 1999 en het "scorebord"
2 voor het bijhouden van de geboekte vooruitgang, heeft de
Commissie omvangrijke wetgevende actie op dit terrein voorgesteld 3 . De
2 COM(2000) 167 van 24.3.2000, COM(2001) 628 van 30.10.2001.
3 Zie bijvoorbeeld: COM(2001) 388, Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de voorwaarden waaronder onderdanen van derde landen gedurende een periode van ten hoogste drie maanden vrij kunnen reizen op het grondgebied van de lidstaten, alsmede tot invoering van een specifieke reisvergunning en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang met het oog op een bezoek van ten hoogste zes maanden (Publicatieblad Nr. C 270E van 25.9.2001). Er zij op gewezen dat de Gemeenschap, voor het verwezenlijken van de doelstellingen die zijn vastgelegd in Titel VI van het EU-Verdrag met betrekking tot "politiële en justitiële samenwerking in strafzaken", in het kader van artikel 61 van het EG-Verdrag maatregelen kan voorstellen voor preventie en bestrijding van criminaliteit "in overeenstemming met artikel 31, punt e), van het EU-Verdrag":
voornaamste initiatieven betreffen een gemeenschappelijk juridisch kader betreffende toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op arbeid in loondienst of als zelfstandige
4 , de status van langdurig ingezeten onderdanen van
derde landen 5 , alsmede de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese asielregeling 6 . Om de in het Verdrag aangegeven doelstellingen inzake
asielverlening en ander beleid in verband met het vrije verkeer van personen te verwezenlijken, is communautaire actie gerechtvaardigd voor zover de doelstellingen van de geplande actie niet afdoende verwezenlijkt kunnen worden door de lidstaten, en gezien de omvang of het effect van de actie beter op communautair niveau verwezenlijkt kunnen worden. Dat is het geval bij het voorstel betreffende het vaststellen van minimumnormen voor het opnemen van asielaanvragers in de lidstaten. Gemeenschappelijke minimumnormen in het kader van het asielbeleid zijn een essentieel instrument voor het concreet vorm geven aan het gemeenschappelijke Europese asielbeleid. Het idee dat één enkele lidstaat verantwoordelijk is en blijft voor een asielaanvraag zou door de aanvragers als rechtvaardiger en redelijker ervaren worden als alle lidstaten dezelfde minimumnormen voor toelating zouden toepassen.
Bovendien zullen deze minimumnormen ertoe bijdragen de secundaire bewegingen van asielaanvragers als gevolg van uiteenlopende toelatingsvoorwaarden in de lidstaten te beperken, en zullen, aldus een positief effect hebben op de doelmatigheid van de nationale stelsels voor asiel.
De doelstellingen van het Verdrag op het terrein van milieu- en sociaal beleid zijn gericht op het bereiken van een gelijk niveau van veiligheid en sociale zekerheid op communautair niveau.
In dat verband heeft de Commissie een voorstel voor communautaire wetgeving ingediend betreffende de traceerbaarheid en etikettering van GGO
7 in alle fasen van
het op de markt brengen daarvan. Dit voorstel, dat gericht is op het invoeren van een geharmoniseerd kader voor de traceerbaarheid van deze producten, vertegenwoordigt een bron van juridische zekerheid, en ook een logische en coherente benadering, die zullen bijdragen tot het goede functioneren van de interne markt.
Op het terrein van het sociale beleid rechtvaardigt een communautaire actie die gericht is op het bereiken van een gelijk niveau van gezondheid en veiligheid van de werknemers op Communautair niveau een wetgevingsvoorstel waardoor
COM(2001) 259 van 23.5.2001, Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende
de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en met betrekking tot straffen op het gebied van de illegale drugshandel
COM (2001) 521 van 19.9.2001, Voorstel voor een Kaderbesluit van de Raad inzake
terrorismebestrijding.
4 COM (2001) 386 van 11.7.2001. 5 COM(2001) 127 van 13.3.2001.
6 COM(2001) 181 van 3.4.2001, COM(2001) 447 van 26.7.2001.
7 COM(2001)182, Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG.
minimumvoorschriften worden ingevoerd inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik van arbeidsmiddelen ("steigers")
8 .
Het Verdrag van Amsterdam voorziet ook in nieuwe doelstellingen op het gebied van de bestrijding van fraude en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad (artikel 280 van het Verdrag).
Het voorstel voor een richtlijn betreffende de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap
9 behelst het in een communautair
wetgevingsinstrument opnemen van een deel van de bepalingen van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1995
10 , die nog niet door alle lidstaten is geratificeerd,
en dus nog niet van toepassing is op Europees niveau. Dit voorstel voorziet in onderlinge aanpassing van het materiële strafrecht van de lidstaten wat betreft de definities van fraude, corruptie en het witwassen van geld waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad, en ook inzake de strafrechtelijke aansprakelijkheid en de strafrechtelijke sancties. Een en ander moet verzekeren dat het strafrecht de financiële belangen van de Gemeenschap in alle lidstaten een gelijk niveau van bescherming biedt.
Op het terrein van het regionale beleid worden systemen voor beheer en controle ingevoerd, in het kader van de structuurfondsen, onverminderd de bevoegdheden van de institutionele, juridische en financiële systemen van de lidstaten
11 .
De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de verificatie en, in de eerste plaats, het correcte en doelmatige gebruik van de communautaire fondsen, en ook voor het strafrechtelijk vervolgen van onregelmatigheden, en dienen op te treden wanneer er een belangrijke wijziging wordt geconstateerd die van invloed is op de wijze of de omstandigheden van de tenuitvoerlegging.
Op het terrein van de statistiek leidt de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel tot de invoering van een gemeenschappelijke statistische nomenclatuur van de territoriale eenheden (NUTS) met het oog op het opstellen en verspreiden van vergelijkbare regionale statistieken in de Gemeenschap
12 . Verder is er een voorstel betreffende de
statistiek van het vervoer per spoor 13 en een voorstel betreffende de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor de productie, indiening en analyse van vergelijkbare indexcijfers van de loonkosten in de Gemeenschap
14 .
8 Richtlijn 2001/45/EG van het EP en de Raad van 27 juni 2001. 9 COM (2001) 272.
10 Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gebaseerd op artikel K3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van 26 juli 1995, PB C 316 van 27 november 1995. 11 Verordeningen 438/2001 en 448/2001 van de Raad. 12 COM(2001) 83.
13 PB C 180E van 26.6.2001, blz. 108. 14 PB C 304 van 30.10.2001, blz. 184.
Op het gebied van de energiebesparing heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn betreffende energiebesparende gebouwen dat tot een discussie over de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel heeft geleid
15 .
2.3. De inachtneming van het evenredigheidsbeginsel in 2001
Subsidiariteit en evenredigheid - anders uitgedrukt, de kwesties van opportuniteit en schaal - houden nauw verband. Maar in tegenstelling tot het subsidiariteitsbeginsel, dat alleen van toepassing is op terreinen waar de lidstaten en de Gemeenschap bevoegdheden delen, is het evenredigheidsbeginsel van toepassing op alle terreinen waar de Gemeenschap actie onderneemt. Dit beginsel vereist dat het optreden van de Gemeenschap niet verder gaat dan wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken (artikel 5 van het EG-Verdrag, derde alinea).
Het evenredigheidsbeginsel vereist verder dat bij het ontwikkelen van beleid de Gemeenschap slechts wetgevend optreedt voorzover dat nodig is (Protocol, punt 6) en dat de maatregelen van de Gemeenschap zoveel mogelijk ruimte laten voor de gevestigde besluitvormings- en wettelijke regelingen van de lidstaten. Waar dat zinvol is, en behoudens de noodzaak van correcte tenuitvoerlegging, dienen de communautaire maatregelen de lidstaten alternatieve mogelijkheden te bieden om de doelstellingen van de Gemeenschap te verwezenlijken (Protocol, punt 7).
In 2001 heeft the Commissie, wat het algemene niveau betreft, zich geconcentreerd op thema's in verband met de reikwijdte en de methode van de actie van de Gemeenschap, in het kader van twee documenten: haar Interim-verslag aan de Europese Raad van Stockholm over verbetering en vereenvoudiging van de regelgeving
16 en haar Witboek over Europese governance 17 . In het interimverslag
over de EG-regelgeving heeft de Commissie een kader aangegeven voor een diepgaand en systematisch onderzoek van de manier waarop de Gemeenschap haar regelgevende bevoegdheden uitoefent. Het Witboek over governance gaat in op doelmatige besluitvorming, en op het gebruik van uiteenlopende beleidsinstrumenten om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken
18 . Beide initiatieven zullen
ertoe bijdragen dat de Commissie actuele, goed geïnformeerde en gefundeerde standpunten kan innemen ten aanzien van de schaal van het optreden van de Gemeenschap.
Intussen is de Commissie ook voortgegaan met het onderzoeken en toepassen van het evenredigheidsbeginsel op verschillende specifieke terreinen. In combinatie met de beoordeling betreffende subsidiariteit heeft de Commissie bijvoorbeeld bestudeerd hoe het evenredigheidsbeginsel zou moeten worden toegepast op het terrein van energiebesparing. Haar voorstel voor een Richtlijn van het Parlement en de Raad betreffende de energieprestaties van gebouwen
19 is gebaseerd op de noodzaak van
ingrijpende maatregelen om de doelstellingen te kunnen verwezenlijken die de Gemeenschap zichzelf gesteld heeft in termen van het terugdringen van de
15 Zie 2.3, "De inachtneming van het evenredigheidsbeginsel in 2001". 16 COM(2001) 130. 17 COM(2001) 428.
18 De raadpleging over de in het Witboek aangesneden thema's duurt nog tot het voorjaar van 2002. 19 COM(2001) 226.
afhankelijkheid van energie, en op de aangegane internationale verplichtingen met betrekking het beperken van de uitstoot van broeikasgassen (protocol van Kyoto), en tenslotte op de bestaande belangrijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft de inspanningen op dit terrein tot nu toe.
De Commissie heeft geconcludeerd dat ieder initiatief van de Gemeenschap dat geen verplichting tot handelen inhield, of tot het bereiken van een bepaald resultaat, nauwelijks zou bijdragen tot de verwezenlijking van het aanzienlijke energiebesparingspotentieel. De voorgestelde richtlijn alweer overeenkomstig de eis van evenredigheid blijft beperkt tot het vastleggen van algemene beginselen en doelstellingen (minimumnormen, certificeringsprocedures, enz.) en omvat geen details betreffende tenuitvoerlegging en monitoring, die aan het initiatief van de lidstaten worden overgelaten.
Het beginsel van evenredigheid werd overigens wel in de context van een voorgestelde herschikking in omgekeerde zin ingeroepen ten aanzien van een specifieke terrein van de internemarktwetgeving. Het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake meststoffen
20 is
gericht op het verzekeren van het vrije verkeer van deze producten binnen de EU en specificeert de voorwaarden (samenstelling, etikettering en verpakking) waaraan die producten moeten voldoen. Het voorstel is met name gericht op grote chemische bedrijven die minerale meststoffen produceren, en op importeurs van minerale meststoffen die buiten de EU worden geproduceerd. De voorgestelde actie behelst het herschikken van 18 bestaande richtlijnen
21 in één enkele verordening, en wordt
gerechtvaardigd door de behoefte van de Gemeenschap aan geharmoniseerde tenuitvoerlegging, monitoring en controle op de naleving van de communautaire wetgeving op dit terrein.
-
3.D E WETGEVENDE ACTIVITEIT VAN DE G EMEENSCHAP IN 2001 Een analyse van de wetgevende activiteit van de Commissie 22 laat zien dat sinds 1990 het totale aantal voorstellen is afgenomen, ondanks het feit dat in het Verdrag nieuwe doelstellingen zijn opgenomen.
20 COM(2001) 508. 21 Zie deel 4.2.
22 In 2001 heeft de Commissie, op basis van haar werkprogramma, 139 wetgevende voorstellen goedgekeurd. Ongeveer 90% van alle voorstellen van de Commissie vloeit voort uit externe factoren, namelijk: de internationale verplichtingen van de Gemeenschap (ongeveer 30%)
de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag en het afgeleide recht (10-15%)
de noodzakelijke aanpassing van de bestaande communautaire wetgeving (ongeveer 20%)
resoluties van de Raad of van het Europees Parlement, of verzoeken van de sociale partners en de
economische actoren (20-25%).
Ontwikkeling van het aantal voorstellen van de Commissie
*situatie op 26/10/2001
1990 787 1991 704 1992 702 1993 667 1994 596 1995 622 1996 528 1997 549 1998 569 1999 405 2000 493
2001 400 *
0 100 200 300 400 500 600 700 800 900 Aantal voorstellen voor verordeningen, richtlijnen, besluiten,
beschikkingen en aanbevelingen
3.1. Raadpleging en overleg
In het proces van de communautaire besluitvorming, dat gericht is op de totstandbrenging van "een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa", moeten besluiten "zo dicht mogelijk bij de burger" worden genomen (artikel 1 van het EG-Verdrag). Het subsidiariteitsbeginsel draagt ertoe bij te voldoen aan deze in het Verdrag vastgelegde democratische eis.
In dat verband wordt in artikel 9, eerste streepje, van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bepaald dat de Commissie, alvorens wetgevende acties voor te stellen, en onverminderd haar initiatiefrecht, "breed overleg (dient) te voeren"
23 .
Raadplegingsdocumenten en verslagen 2000-2001
situatie op 13.10.01
115 120 99
100
89
Groenboeken Witboeken Mededelingen Verslagen
80
67
60
40
20
3
4 0
5 2 Verslagen
2000 bron: database Witboeken
2001
Mededelingen Eur-Lex Groenboeken
23 Zie deel II.1.
Het Witboek over governance 24 van de Commissie stelt voor om het proces van de beleidsvorming van de Europese Unie meer open te stellen, zodat burgers en maatschappelijke organisaties er meer bij betrokken kunnen worden.
Verder zij er op gewezen dat het EG-Verdrag (artikel 138) bepaalt dat over ieder voorstel op het gebied van de sociale politiek vooraf overleg gepleegd dient te worden met de sociale partners. In dat verband is in 2001 advies gevraagd aan de sociale partners betreffende de richting van eventuele communautaire actie op het terrein van de bescherming van persoonlijke gegevens van werknemers, en ook over de inhoud van voorstellen betreffende modernisering en verbetering van de arbeidsverhoudingen, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van zelfstandigen, en de risico's van blootstelling aan asbest op het werk.
In deze context moet worden vermeld dat de onderhandelingen tussen de sociale partners over het thema uitzendwerk in 2001 niet tot resultaat hebben geleid.
De voorafgaande raadpleging van belanghebbenden, waaraan de Commissie in de loop van dit jaar veel aandacht heeft besteed, is bedoeld om de transparantie en de betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties en de economische actoren te verbeteren.
Dat is ook het geval bij het Europese Forum van energie en vervoer, dat de Commissie op 12 juli 2001 heeft opgericht. Dit Forum, dat bestaat uit operators, gebruikers, consumenten, vakbonden, vertegenwoordigers van de milieubeweging, veiligheidsdeskundigen en academici, zal advies kunnen uitbrengen over de toekomstige voorstellen van de Commissie, of ook in een later stadium, om feedback te geven over het effect van de communautaire wetgeving, in welk geval het Forum als een soort waarnemingscentrum voor communautair beleid zal functioneren.
Enkele raadplegingsdocumenten zijn bijvoorbeeld:
· Het Witboek over Europese governance 25 , waarin verzocht wordt om reacties
van de EU-instellingen, de lidstaten, lokale overheden en maatschappelijke organisaties met betrekking tot openheid, deelname, accountability, doelmatigheid en coherentie bij de activiteiten van de instellingen van de EU.
· Het Groenboek over de bescherming van de consumenten in de Europese
Unie 26 , dat de aanzet geeft tot een brede raadpleging met het oog op het bepalen
van de hoofdlijnen voor het toekomstige beleid ter bescherming van de consument, en ter beperking van de belemmeringen van het functioneren van de interne markt als gevolg van uiteenlopende nationale regelgeving op dit terrein.
· Witboek sur "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: Tijd om te
kiezen" 27 , waarin voorstellen worden gedaan voor communautaire actie om een nieuw evenwicht in het Europese vervoerssysteem tot stand te brengen, ten voordele van vervoer dat het milieu meer ontziet, om een betere koppeling tussen
24 COM(2001) 428.
25 Zie noot 16 en 22.
26 COM(2001) 531 van 3.10.2001.
27 COM(2001) 370 van 12.09.2001.
verschillende wijzen van vervoer aan te moedigen, en om de gebruikers meer doelmatigheid en kwaliteit te bieden.
Verhouding tussen wetgeving en raadpleging
63% 37% 2001
62% 38% 2000
57% 43% 1999
66% 34% 1998
65% 35% 1997
0% 20% 40% 60% 80% 100% Bron: Algemeen Verslag over de werkzaamheden van de EU 1997, 1998, 1999, 2000 ontwerpverslag over 2001 d.d. 26.10.2001
Wetgevingsvoorstellen Raadplegingen
-
4.W ETGEVING VAN KWALITEIT 4.1. De redactionele kwaliteit
De Gemeenschappelijke Praktische Handleiding ten behoeve van eenieder die binnen de Gemeenschapsinstellingen bij de opstelling van wetteksten is betrokken, die de instellingen hebben opgesteld naar aanleiding van het Interinstitutioneel Akkoord
28 , is in alle officiële talen vertaald en te vinden op het
Web (europaTEAM). De Handleiding geeft iedereen die betrokken is bij de opstelling van wetsteksten praktische, begrijpelijke en duidelijke aanwijzingen. Tegelijkertijd is, ingevolge de instructie onder punt b) van de intern-organisatorische maatregelen die in het Akkoord zijn overeengekomen: "b) regelen (de instellingen) hun respectieve interne procedures zodanig dat de juridische diensten, met inbegrip van hun juridisch-linguïstische deskundigen, tijdig en elk binnen het kader van zijn instelling, met het oog op de toepassing van deze richtsnoeren redactionele voorstellen kunnen doen", de controle van de wetgevingstechnische kwaliteit van ontwerpteksten naast de controle van de inhoudelijke kwaliteit versterkt door systematische medewerking van de groep juristen-reviseurs van de Juridische Dienst in het stadium van het overleg tussen de diensten van de Commissie.
28 Gepubliceerd in PB C 73 van 17.3.1999, blz. 1.
4.2. Herschikking, consolidatie en codificatie
De toegankelijkheid van het Gemeenschapsrecht is een belangrijke politieke doelstelling van de Gemeenschap, zoals die naar voren komt uit de conclusies van de Europese Raad van Edinburgh van december 1992.
In het Witboek over Europese governance wordt bevestigd dat de Europese Unie voortdurend dient toe te zien op de verbetering van de kwaliteit, de doelmatigheid en de eenvoud van de wetgeving.
Herschikking is een wetgevende techniek die in die zin werkt. Een meer systematische herschikking zal de toegankelijkheid van de wetgeving verbeteren.
De Europese Raad van Helsinki in december 1999 heeft de wens geuit dat er zo snel mogelijk een interinstitutioneel akkoord zou worden gesloten betreffende een meer gestructureerd gebruik van de herschikkingstechniek.
De Commissie heeft op 12 september 2001 een interinstitutioneel akkoord tussen de drie Instellingen goedgekeurd betreffende een meer gestructureerd gebruik van de techniek van herschikking van wetsbesluiten
29 .
Door meer herschikking van wetsbesluiten zal het mogelijk worden één enkele wetstekst goed te keuren die de gewenste wijzigingen aanbrengt, zorgt voor codificatie daarvan met de onveranderde bepalingen van de voorafgaande tekst, en de voorafgaande tekst vervangt. Deze aanpak voorkomt dus een wildgroei van geïsoleerde wetsteksten met wijzigingen waardoor de regelgeving vaak moeilijk te overzien en te begrijpen is, en zal aldus ook bijdragen tot de doorzichtigheid van de wetgeving voor de nieuwe lidstaten en hun burgers.
Bovendien heeft de Commissie een belangrijk initiatief voorgesteld betreffende de herschikking op het terrein van meststoffen:
· de voorgestelde verordening 30 integreert 4 richtlijnen plus de teksten tot wijziging van die richtlijnen.
Op het terrein van de landbouw heeft de Commissie 9 voorstellen 31 voor herschikking gedaan, die 29 bestaande wetsbesluiten betreffen.
29 SEC(2001) 1364.
30 COM(2001) 508 van 14.09.2001.
31 Verordening (EG) nr. 213/2001 van de Commissie van 9 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999, wat betreft de referentiemethoden voor de analyse en de kwaliteitsbeoordeling van melk en zuivelproducten, en houdende wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2771/1999 en (EG) nr. 2799/1999; Verordening (EG) nr. 214/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad ten aanzien van de interventiemaatregelen op de markt voor mageremelkpoeder; Verordening (EG) nr. 449/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft; Verordening (EG) nr. 609/2001 van de Commissie van 28 maart 2001 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad voor wat de operationele programma's, de actiefondsen en de toekenning van communautaire
Codificatie is een wetgevende techniek die meer duidelijkheid kan scheppen in wetsteksten die een reeks ingrijpende wijzigingen hebben ondergaan, door een geactualiseerde tekst te bieden.
De Commissie heeft dit jaar 7 voorstellen voor codificatie ingediend, ter vervanging van 78 wetsbesluiten, en er zijn 3 andere goedgekeurd, ter vervanging van 13 wetsbesluiten.
Ingediende voorstellen voor codificatie
· Richtlijn betreffende het in de handel brengen van bietenzaad COM(2001) 177
· Richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van
groenvoedergewassen - COM(2001)193
· Richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaigranen - COM(2001)196
· Richtlijn betreffende het in de handel brengen van pootaardapppelen -
COM(2001)192
· Richtlijn betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende
planten en vezelgewassen - COM(2001)195
· Richtlijn betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen -
COM(2001)191
· Richtlijn betreffende het in de handel brengen van groentezaad - COM(2001)194
Goedgekeurde voorstellen voor codificatie
· Richtlijn 2001/23/EG van 12.3.2001 betreffende het behoud van de rechten van de
werknemers bij de overgang van ondernemingen
financiële steun betreft, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 411/97; Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie van 24 april 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen; Verordening (EG) nr. 884/2001 van de Commissie van 24 april 2001 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de in de wijnsector bij te houden registers; Verordening (EG) nr. 1282/2001 van de Commissie van 28 juni 2001 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1493/1999 ten aanzien van de vaststelling van de gegevens voor de kennis van de producten en het toezicht op de markt in de wijnsector, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1623/2000; Verordening (EG) nr. 1554/2001 van de Commissie van 30 juli 2001 tot vaststelling van de toepassingsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad wat betreft de afzet van in de Franse overzeese departementen geproduceerde suiker en de egalisatie van de prijsvoorwaarden met die voor preferentiële ruwe suiker; Verordening (EG) nr. 1557/2001 van de Commissie van 30 juli 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 814/2000 van de Raad betreffende voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
· Richtlijn 2001/25/EG van 4.4.2001 betreffende het minimumopleidingsniveau van
zeevarenden
· Richtlijn 2001/34/EG van 28.5.2001 betreffende de toelating van effecten
Er wordt ijverig verder gewerkt aan de consolidering; het aantal geconsolideerde wetsbesluiten zal naar verwachting 1240 bedragen aan het einde van het jaar 2001, tegen 1030 aan het einde van 2000.
4.3. Vereenvoudiging
De Commissie heeft haar inspanningen met betrekking tot de vereenvoudiging van de wetgeving voortgezet, met het doel de communautaire wetgeving toegankelijker te maken voor de burger:
Verordening (EG) nr. 993/2001 van de Commissie 32 , die gericht is op het rationaliseren en vereenvoudigen van de economische douaneregelingen;
Verordening (EG) nr. 1557/2001 33 , betreffende harmonisatie van de wijze van toepassing van voorlichtingsacties op het terrein van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid voor de verschillende sectoren van producten;
Verordening (EG) nr. 973/2001 van de Raad van 14 mei 2001 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden
34 ;
Richtlijn 2001/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2001 tot wijziging van de Richtlijnen 89/48/EEG en 92/51/EEG van de Raad betreffende het algemeen stelsel van erkenning van beroepskwalificaties
35 ;
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van de burgers van de Unie en hun familieleden zich op het grondgebied van de lidstaten vrij te verplaatsen en er vrij te verblijven
36 ;
Mededeling over de voltooiing van de interne markt van energie en aardgas 37 , met een pakket wetgevende voorstellen waardoor een reeks teksten op dit terrein kunnen worden ingetrokken;
Voorstel voor een verordening betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markten in de sector schapen- en geitenvlees
38 , die inhoudt dat de compensaties
vervangen zullen worden door een vast bedrag, om de premieregeling voor lammeren te vereenvoudigen: de invoering van een vast en van te voren bekend bedrag zal het beheer van het premiestelsel vergemakkelijken, en moeizame procedures voor de prijsbepaling en ingewikkelde berekeningen zullen vermeden kunnen worden.
32 Verordening (EG) nr. 993/2001 van de Commissie van 4 mei 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, PB L 141 van 28.5.2001.
In de afgelopen jaren was voor de Commissie vereenvoudiging een van de leidende beginselen bij haar werkzaamheden inzake de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
In die context heeft de Commissie een verslag over de vereenvoudiging van de landbouwwetgeving
39 ingediend waarin wordt aangegeven welke vooruitgang op dat
terrein is geboekt sinds de goedkeuring van het eerste verslag over de vereenvoudiging in april 1999.
De Commissie heeft besloten zich hierbij te concentreren op twee aspecten, namelijk:
· de landbouwwetgeving duidelijker, doorzichtiger en toegankelijker te
maken;
· de administratieve belasting die het GLB met zich brengt voor de
landbouwers en de andere betrokken partijen, alsook voor de nationale en communautaire autoriteiten, terug te brengen tot het absoluut onvermijdelijke minimum.
De Commissie heeft haar inspanningen in het kader van het SLIM-programma 40
(Simplifying the Legislation of the Internal Market: vereenvoudiging van de regelgeving voor de interne markt) geïntensiveerd: in april 2001 is de vijfde fase van SLIM
41 van start gegaan.
Deze vijfde fase zal betrekking hebben op de volgende sectoren:
· transporten van radioactief afval;
· cosmetica;
· de residugehalten van pesticiden.
33 Verordening (EG) nr. 1557/2001 van de Commissie van 30 juli 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 814/2000 van de Raad betreffende voorlichtingsacties op het gebied van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, Publicatieblad L 205 van 31.7.2001, blz. 25-32. 34 PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1 35 PB L 206 van 31.7.2001, blz. 1 36 COM (2001) 257 van 23.5.2001. 37 COM (2001) 125 van 13.3.2001. 38 COM(2001) 247. 39 COM(2001) 48. 40 COM(96) 204.
41 SEC(2001) 575.
Conclusies
Uit dit verslag kan worden opgemaakt hoe de Commissie de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid heeft toegepast in haar wetgevende activiteit in 2001.
Met ingang van 2002 zal dit jaarlijkse verslag over de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid betrekking hebben op de voornaamste beleidsdoelstellingen van de Europese Unie, zoals voorgesteld in het Witboek over governance.
- 7 dec '01COM(2001)728 - Wetgeving verbeteren 2001 (overeenkomstig artikel 9 van het Protocol bij het EG-Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid)
- 5 dec '01COM(2001)726 - Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving.
- 30 okt '01COM(2001)628 - Halfjaarlijkse bijwerking van het scorebord van de vorderingen op het gebied van de totstandbrenging van een ruimte van "vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid" in de EU (tweede halfjaar 2001)
- 2 okt '01COM(2001)531 - Groenboek over de consumentenbescherming in de EU
- 19 sep '01COM(2001)521 - Terrorismebestrijding
- 14 sep '01COM(2001)508 - Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen
- 12 sep '01COM(2001)370 - Witboek - Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen
- 26 jul '01COM(2001)447 - Criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend
- 26 jul '01COM(2001)182 - Traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG
- 25 jul '01COM(2001)428 - Europese governance - Een witboek

