-
1.De Commissie heeft het bovengenoemde voorstel 1 , dat de artikelen 42 en 308 van het VEG als rechtsgrondslag heeft, op 31 januari 2006 bij de Raad ingediend. 2 2. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 26 oktober 2006 advies uitgebracht. 3 3. Het Europees Parlement heeft op 9 juli 2008 advies in eerste lezing uitgebracht en daarbij 162 amendementen op het Commissievoorstel aangenomen. 4. De Commissie heeft op 15 oktober 2008 op grond van artikel 250, lid 2, van het VEG een 4 gewijzigd voorstel ingediend. 1 Doc. 5896/06. 2 PB C 324 van 30.12.2006, blz.59. 3 Doc. 11373/08. 4 COM(2008) 647 def.
1 5. De Raad heeft op 16 december 2008 zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld en dit samen met de bijbehorende motivering aan het Europees Parlement toegezonden. 6. Conform de bepalingen van de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering 2 van de medebeslissingsprocedure zijn er tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie informele contacten geweest om in tweede lezing tot een akkoord te komen. 7. Tijdens de vergadering van 23 april 2009 heeft het Europees Parlement in tweede lezing amendementen op het gemeenschappelijk standpunt aangenomen. Die amendementen sluiten aan bij het compromisakkoord dat tussen de drie instellingen is bereikt en zouden dus voor de 3 Raad aanvaardbaar moeten zijn. 8. De Commissie heeft op 8 juni 2009 advies uitgebracht over de amendementen van het 4 Europees Parlement. 9. Het Comité van permanente vertegenwoordigers wordt derhalve verzocht, zijn instemming met al deze amendementen te bevestigen, en de Raad in overweging te geven. - de in document 8887/09 vervatte amendementen van het Europees Parlement, zoals die na bijwerking door de juristen-vertalers zijn opgenomen in document PE-CONS 3646/09, als A-punt op de agenda van een komende zitting goed te keuren; - te besluiten de in het addendum bij deze nota vervatte verklaringen op te nemen in de notulen van die zitting. 10. Indien de Raad alle amendementen van het Europees Parlement goedkeurt, wordt de verordening overeenkomstig artikel 251, lid 3, van het EG-Verdrag geacht te zijn aangenomen in de vorm van het aldus geamendeerde gemeenschappelijk standpunt. Na ondertekening door de voorzitter van het Europees Parlement, de voorzitter van de Raad en de secretarissen-generaal van de beide instellingen, wordt dit wetgevingsbesluit bekend gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. ________________________
1 Doc. 8887/09. 2 PB C 145 van 30.6.2007, blz.5. 3 Doc 8887/09 CODEC 572 SOC 261 4 COM(2009) 264 def.

