I. VERKLARING VAN DE RAAD AD TITEL II De Raad is van oordeel dat voor zover op grond van titel II van de ontwerp-toepassings verordening informatie beschikbaar moet worden gesteld, ervan wordt uitgegaan dat deze informatie onverwijld zal worden verstrekt wanneer het orgaan van de betrokken lidstaat daarom verzoekt, maar dat dit niet automatisch zal gebeuren. II. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 16 Met betrekking tot artikel 16 is de Raad van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is in gevallen waarin een in een andere lidstaat uitgeoefende activiteit als marginaal wordt beschouwd in de zin van artikel 14, lid 5, onder b).
III. VERKLARINGEN VAN DE SPAANSE DELEGATIE 1. Ad artikel 25, leden 5, 6 en 7 Spanje is van oordeel dat artikel 25, leden 5, 6 en 7, van het gemeenschappelijk stand punt samenhangt met artikel 19 van Verordening (EG) nr. 883/2004 en aldus moet worden opgevat en uitgelegd. Indachtig het feit dat de Spaanse gezondheidszorg diensten, conform de Spaanse wetgeving, behandelingen van particuliere gezondheids instellingen niet vergoeden, behalve in uitzonderlijke dringende gevallen van levens belang, zullen de Spaanse socialezekerheidsdiensten derhalve lid 7 toepassen en in deze gevallen geen nationale vergoedingstarieven kunnen bieden. Voor behandelingen door artsen en ziekenhuizen die van overheidsinstellingen afhankelijk zijn, en rekening houdend met het feit dat de verzekerde persoon niet in de kosten deelt, corresponderen de door de artsen en ziekenhuizen in overheidsdienst opgestelde facturen met het werkelijke bedrag, bedoeld in artikel 62 van het gemeen schappelijk standpunt. 2. Ad artikel 30 Spanje is van oordeel dat in artikel 30 van deze verordening punt 2 van het arrest in zaak C-50/05, Maija T I Nikula, had moeten worden opgenomen: " Artikel 39 EG verzet zich er evenwel tegen dat het bedrag van de van organen van een andere lidstaat ontvangen pensioenen in aanmerking wordt genomen, indien in deze andere lidstaat reeds bijdragen of premies werden betaald over de in die lidstaat ontvangen inkomsten uit arbeid. Het staat aan de betrokkenen om aan te tonen dat deze vroegere bijdragen of premies daadwerkelijk zijn betaald."
Met het oog op de noodzakelijke consensus en eenparigheid van stemmen kan de Spaanse delegatie aanvaarden dat in artikel 30 niet een specifiek lid wordt ingevoegd dat naar punt 2 van dit arrest verwijst, in de overtuiging dat in elk geval de inhoud van dit arrest geldig zal blijven en instellingen en begunstigden derhalve de toepassing ervan zouden kunnen eisen. In dit verband behoudt de Spaanse overheid zich het recht voor de vorderingen van de uiteindelijke begunstigden van dit arrest te ondersteunen. Voorts verbindt de Spaanse overheid zich ertoe, in geval een lidstaat artikel 30 van Verordening (EG) nr. 883/2004 toepast en dienovereenkomstig bijdragen van de Spaanse pensioenen aftrekt om zijn ziektekostenverzekering te financieren, met die lid staat overeenkomsten en regelingen te treffen voor de rechtstreekse overname en over dracht van de bedragen van die bijdragen. De Spaanse overheid is voornemens finan ciële verliezen te voorkomen die ten koste gaan van migrerende werknemers die begunstigden zijn van Spaanse pensioenen en die verblijven op het grondgebied van andere lidstaten die de inning van de bijdragen betreffende deze pensioenen verrichten. IV. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 33 Met betrekking tot artikel 33 is de Raad van oordeel dat · in het document dat door de Administratieve Commissie wordt opgesteld tot vast stelling van de toepasselijke wetgeving, duidelijk wordt verzocht melding te maken van een eventueel recht op prestaties ingevolge arbeidsongevallen en beroepsziekten; · ten aanzien van het in artikel 36, leden 1 en 2, van de basisverordening bedoelde geval, de leden 1 en 2 van artikel 33 gezamenlijk in aanmerking dienen te worden genomen.
V. GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE OOSTENRIJKSE, DE DUITSE, DE ITALIAANSE, DE NEDERLANDSE EN DE SPAANSE DELEGATIE AD ARTIKEL 45, LID 6, EN ARTIKEL 46, LEDEN 2 EN 3 Erkennend dat het van belang is dat de toepassingsverordening · het recht van een persoon om te verzoeken om uitstel van een pensioen krachtens de wetgeving van een of meer lidstaten (artikel 46, lid 2, van het gemeenschappelijk standpunt), of om een pensioenvraag niet in alle betrokken lidstaten in te trekken (artikel 46, lid 3, van het gemeenschappelijk standpunt), onverlet laat; · lidstaten niet verplicht met terugwerkende kracht pensioen toe te kennen indien de betrokkene informatie over de in die staat voltooide tijdvakken achterhoudt bij het doen gelden van pensioenaanspraken in andere lidstaten (artikel 45, lid 6, van het gemeenschappelijk standpunt); kunnen Oostenrijk, Duitsland, Italië, Nederland en Spanje met deze bepalingen alleen instemmen mits deze geen belemmering vormen voor de toepassing van de nationale wet geving of de rechtsbeginselen volgens welke het feit dat afstand wordt gedaan van aanspraken geen last kan veroorzaken voor instellingen die socialezekerheidsuitkeringen toekennen of instellingen die inkomenssteun of een vorm van sociale bijstand toekennen. VI. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 54 De Raad is van oordeel dat de Administratieve Commissie zich verder zal moeten beraden om de concrete uitvoeringsmaatregelen vast te stellen, met name voor de technische aspecten van de berekening van werkloosheidsuitkeringen voor anders dan in loondienst verrichte werk zaamheden.
VII. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 55, LID 4 Artikel 55, lid 4, bevat de vereiste dat het orgaan van de plaats waarheen de werkloze zich heeft begeven om werk te zoeken op verzoek elke maand relevante informatie verstrekt. De Raad is van oordeel dat het niet nodig is om in de tekst te expliciteren dat de verlangde infor matie details bevat over de vraag of de werkloze actief werk zoekt, omdat de bevoegde instantie in de lidstaat waar de werkloze werk zoekt, deze persoon gelijk behandelt als werk zoekenden onder zijn wetgeving, en ervoor zorgt dat de werkloze aan dezelfde verplichtingen en controleprocedures onderworpen wordt. Daarnaast dient duidelijk te zijn dat, als het orgaan van de lidstaat waarheen de werkloze zich heeft begeven niet maandelijks informatie verschaft, dit niet automatisch leidt tot schorsing van de uitkeringen door de bevoegde lid staat. VIII. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 59 De Raad is van oordeel dat artikel 59 zodanig te interpreteren is dat het zowel slaat op veranderingen van bevoegdheid van de lidstaten als op veranderingen in de volgorde van de prioriteit van de wetgeving van de lidstaten. IX. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 60 De Raad is van oordeel dat in verband met artikel 60 en de prioriteitsregels van artikel 68 van de basisverordening dient te worden verduidelijkt dat de zinsnede "rechten die verkregen zijn op grond van werkzaamheden, al dan niet in loondienst" voor de toepassing van artikel 68 verwijst naar rechten op grond van de wetgeving van een lidstaat waarvan de wetgeving over eenkomstig titel II van de basisverordening van toepassing is op grond van de uitoefening van een werkzaamheid in loondienst of een werkzaamheid anders dan in loondienst, inclusief de in artikel 11, lid 2, van de basisverordening bedoelde gevallen. X. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 64 Wat artikel 64 betreft, is de Raad van oordeel dat een lidstaat voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon in elk van de in dat artikel genoemde leeftijds klassen, totale gemiddelden mag bepalen op basis van hun statistische gegevens, wanneer deze gegevens in kleinere leeftijdsklassen zijn uitgesplitst.
XI. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 70 Met betrekking tot artikel 70 is de Raad van oordeel dat de Administratieve Commissie zich verder zal moeten beraden op terugbetalingswijzen. Uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de verordening moet deze bepaling derhalve worden geëvalueerd om na te gaan of zij tot een billijke en evenwichtige verdeling van de kosten tussen de lidstaten leidt. Daarnaast is de Raad overeengekomen dat dit artikel geen gevolgen heeft voor de inhoud van artikel 86 van de basisverordening. XII. VERKLARING VAN DE RAAD AD ARTIKEL 72, LID 3 De Raad is het erover eens dat de verplichting het bedrag onverwijld over te maken niet van toepassing dient te zijn op kleine bedragen, teneinde onevenredige kosten te vermijden. XIII. VERKLARING VAN DE COMMISSIE INZAKE DE GEGEVENS DIE WORDEN VERZONDEN VIA HET EESSI-NETWERK (SYSTEEM VOOR DE ELEK TRONISCHE UITWISSELING VAN GEGEVENS BETREFFENDE DE SOCIALE ZEKERHEID) De gegevens die worden verzonden via het EESSI-netwerk (systeem voor de elektronische uitwisseling van gegevens betreffende sociale zekerheid) in het kader van de bij Verordening (EEG) nr. 883/2004 en de desbetreffende toepassingsverordening vastgelegde coördinatie van de sociale zekerheid, worden uitsluitend uitgewisseld tussen de bevoegde organen en voor de doeleinden van genoemde verordeningen. De Commissie herinnert eraan dat momenteel overeenkomstig de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en 574/72 dezelfde gegevens tussen de bevoegde organen worden uitgewisseld, meestal met gebruikmaking van papieren formulieren. De lijst bevat geen gevoelige gegevens wanneer zij de nadere gegevens verstrekt van de organen die zich bezig houden met alle takken van sociale zekerheid, aangezien zo'n lijst nu reeds bestaat voor de ziekteverzekeringsorganen ten behoeve van de Europese ziekteverzekeringskaart.
De Commissie bevestigt dat de gegevens die via het EESSI-netwerk worden verzonden, versleuteld zijn wanneer zij onderweg zijn tussen de toegangspunten. De Commissie heeft geen toegang tot de via het EESSI-netwerk uitgewisselde gegevens voor andere doeleinden dan vanuit technisch oogpunt de operationele werking, het onderhoud en de ontwikkeling van het EESSI-netwerk te garanderen. ________________________
- 31 jan '06Coördinatie van sociale-zekerheidsstelsels: wijze van toepassing
- 31 jan '06COM(2006)16 - Wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
- 21 dec '98COM(1998)779; - Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels
-
Toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkende en hun gezinnen, die zich binnen de EG verplaatsen
-
Wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de EG verplaatsen

