Door het voorzitterschap van het Europees Parlement niet synchroon te laten lopen met de zittingsperiode van het parlement zelf en het op te knippen in twee of meer afzonderlijke termijnen, kan de indruk gewekt worden dat de functie van voorzitter niet geheel democratisch toegewezen wordt. Omdat in plaats van de benoeming van slechts één voorzitter gekozen is voor een compromisvariant met meerdere personen aan het roer, lijkt het alsof achterkamertjespolitiek' de verkiezing van het voorzitterschap overheerst. Het zou daarom beter zijn de voorzitter voor een periode van vijf jaar te benoemen.
