Economische groei

Economen en journalisten hebben het vaak over economische groei. Wat is dat eigenlijk? Over de groei waarvan gaat het?

Doorgaans wordt met economische groei de groei van het bruto binnenlands product (BBP) bedoeld. De economische groei geeft weer met hoeveel procent het BBP is gegroeid ten opzichte van de voorgaande periode.

Als de economie in 2008 bijvoorbeeld 2% groeide, betekent dat dat het BBP in 2008 2% groter was dan in 2007. In het algemeen worden de economische groeicijfers gecorrigeerd voor inflatie. Door prijsstijgingen groeit het BBP in nominale termen meestal wat meer, maar een groei door hogere prijzen is natuurlijk geen ‘echte’, reële groei. Wij kijken hier dan ook naar de reële economische groei, waarin prijsontwikkelingen niet meetellen.

De economie kan ook krimpen. De economische groei is in dat geval negatief. Dit komt niet zo heel vaak voor, maar door de gevolgen van de kredietcrisis krijgen veel landen hier in 2009 mee te maken.

Zo raamt het Centraal Planbureau in het voorjaar van 2009 bijvoorbeeld een krimp van de Nederlandse economie van ca. 3½% in 2009. In geval van economische krimp wordt ook wel van een recessie gesproken. ‘Officieel’ moet er volgens de statistici sprake zijn van een aantal opeenvolgende kwartalen met negatieve groei om een recessie te hebben.

Laten we eens naar de economische groeicijfers in de Europese Unie kijken. Door de economische crisis zijn de prognoses voor 2009 en 2010 omgeven met onzekerheid, en focussen op één jaar kan ertoe leiden dat incidentele factoren het beeld vertekenen. Daarom concentreren we ons op de gemiddelde economische groei in de jaren 2004 tot en met 2008. Door naar het gemiddelde over een aantal jaren te kijken, voorkomen we dat het beeld vertekend wordt door toevallige uitschieters voor landen in een bepaald jaar.

De top van de ranglijst wordt gevormd door landen in Oost-Europa. Opvallend is dat de top-drie van de EU bestaat uit Slowakije en twee van de drie Baltische staten, namelijk Letland en Litouwen. Slowakije en Letland kenden in 2004-2008 een gemiddelde economische groei van maar liefst 7,4% per jaar. In 2008 kregen Letland en Estland wel te maken met een forse economische krimp. De kredietcrisis laat deze landen kennelijk niet ongemoeid.

Uit de cijfers blijkt dus dat in Oost-Europa de afgelopen jaren sprake is geweest van een catching up effect. De Oost-Europese economieën zijn harder gegroeid dan de West-Europese en hebben dus iets van hun achterstand ingehaald. Overigens valt Hongarije daarbij, met slechts een zeventiende plaats, wel wat uit de toon.

Vier van de zes oorspronkelijke oprichters van de (voorlopers van) de EU (België, Nederland, Duitsland en Italië) zijn terug te vinden in de staart van het klassement. Het definitieve groeicijfer voor Frankrijk in 2008 is helaas nog niet beschikbaar, maar in eerdere jaren gold voor dat land ongeveer hetzelfde als voor de vier genoemde mede-EU-oprichters. Deze overwegend ‘Rijnlands’ georiënteerde landen deden het met uitzondering van Nederland (2,6%) gemiddeld slechter dan de economie van de VS (2,5%). Overigens groeide de Japanse economie gemiddeld ook slechts 1,7% per jaar.

Opvallend ten slotte is dat Portugal op de op één na laatste plaats in de EU staat. Ook in Portugal zou je nog wel enig inhaaleffect ten opzichte van de rijkere West-Europese landen verwachten.

Delen

enveloppe