Arbeidsparticipatie

Een hoge werkloosheid wordt in de regel ervaren als een groot maatschappelijk probleem. Werken is voor veel mensen de manier om in hun levensonderhoud te voorzien, en om ‘mee te doen’ in de samenleving zonder al te zeer afhankelijk te zijn van uitkeringen en subsidies.

Hoewel de werkloosheid een belangrijke indicator is voor de gezondheid van de arbeidsmarkt, geeft zij geen volledig beeld. Toen in het verleden de werkloosheid opliep, vloeiden veel werknemers af via arbeidsongeschiktheidsregelingen en regelingen voor vervroegd pensioen. Ook bestaat het risico dat veel potentiële werknemers (zoals huisvrouwen) worden ontmoedigd en niet eens meer de moeite nemen de arbeidsmarkt te betreden. Kortom, zogenaamde verborgen werkloosheid blijft op die manier buiten beeld. Daarom kijken we hier naar de arbeidsparticipatie.

Eurostat houdt cijfers bij over de arbeidsparticipatie van de bevolking tussen de 15 en 64 jaar. Criterium is dat ten minste één uur per week betaald werk wordt verricht (in Nederland is het criterium meestal dat er ten minste 12 uur per week betaald werk wordt verricht).

De arbeidsparticipatie in Nederland bedroeg eind 2011 75,3%.  Dat is veel hoger dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar de arbeidsparticipatie in 2011 58,4% bedroeg.

Binnen de Europese Unie staat Nederland daarmee aan de top. Maar ook Zweden en Denemarken doen het met circa 74% resp. 73% goed. Buiten de EU (maar binnen Europa) heeft Zwitserland een hoge arbeidsparticipatie van 79,7%.

Vergeleken met het begin van de jaren ‘70 van de vorige eeuw is de arbeidsparticipatie in Nederland enorm gestegen doordat er veel meer vrouwen zijn gaan werken. Overigens wordt er in Nederland wel veel in deeltijd gewerkt. Als gekeken wordt naar de arbeidsparticipatie gemeten in het aantal gewerkte uren, scoort Nederland minder goed.

Niet alleen sociaal, maar ook macro-economisch heeft arbeidsparticipatie grote betekenis. De economische groei wordt min of meer bepaald door het aantal uren arbeid dat wordt verricht en door de productiviteit die in die uren wordt geleverd. Het aantal mensen met werk, en de arbeidsuren die zij maken, is dus een belangrijke factor voor de omvang en groei van de economie. Oost-Europese landen als Polen en Hongarije, maar ook West-Europese als Italië, België en Frankrijk hebben hier duidelijk nog veel te winnen.

Ten slotte is een hoge arbeidsparticipatie ook gunstig voor de betaalbaarheid van de vergrijzing. Als meer mensen een betaalde baan hebben, kunnen er namelijk meer mensen meebetalen aan het financieren van de AOW-uitkeringen.

Delen

enveloppe