Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende gewasstatistieken
Basisgegevens
Datum Commissiedocument: 21 april 2008
Nr. Commissiedocument: COM(2008) 210
Pre-lex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl& DosId=196945
Impact assessment CIE: niet opgesteld
Behandelingstraject Raad: Raadswerkgroep Statistiek. Het is nog onduidelijk in welke Raad het Franse voorzitterschap dit zal willen behandelen.
Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Economische Zaken in nauwe samenwerking met Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Rechtsbasis: Artikel 285 EG-verdrag
Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: gekwalificeerde meerderheid, medebeslissingsprocedure
Comitologie: Permanent Comité voor de landbouwstatistiek. Voor de vaststelling van de uitvoeringsmaatregelingen wordt de beheersprocedure en de regelgevingsprocedure met toetsing, voorgesteld.
Essentie voorstel
In het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt de gemeenschappelijke markt voor landbouwproducten op EU-niveau aan de hand van geharmoniseerde en vergelijkbare nationale gegevens geanalyseerd. De statistische informatie is van belang voor de ontwikkeling, het beheer en de evaluatie van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en voor analyse van de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkt. De voorgestelde maatregelen geven op de langere termijn nieuwe mogelijkheden om de lastendruk voor de agrarische sector te verminderen, door de lidstaten toe te staan gebruik te gaan maken van andere waarnemingsmethoden dan enquêtes. Verder heeft het voorstel tot doel bestaande wetgeving in te trekken. Nederland verwelkomt het voorstel. Nederland beoordeelt de subsidiariteit en proportionaliteit van het voorstel als positief.
In het kader van het GLB wordt de gemeenschappelijke markt voor landbouwproducten van het bodemgebruik en de gewasproductie op EU-niveau aan de hand van geharmoniseerde en vergelijkbare nationale gegevens geanalyseerd. Dit gebeurt thans volgens twee bestaande verordeningen . Op basis van deze verordeningen dienen de lidstaten reeds gegevens in over o.m. de productie van graan. De voorgestelde verordening zal deze twee verordeningen doen vervallen.
Dit voorstel heeft tot doel om de verzameling en de opstelling van communautaire statistieken van het bodemgebruik en de gewasproductie te vereenvoudigen. Het voorstel is in overeenstemming met de vereenvoudigingsacties die de Commissie heeft aangekondigd in het kader van de mededeling betreffende de verlichting van de responslast, vereenvoudiging en prioritering op het gebied van communautaire statistieken . Het voorstel maakt deel uit van het EU-actieprogramma ter vermindering van administratieve lasten in de Europese Unie .
In dat kader wordt voorgesteld om voor bepaalde gegevens de indieningsfrequentie te verlagen en worden minder gedetailleerde gegevens naar regio gevraagd. Daarnaast biedt de verordening de mogelijkheid gebruik te maken van bestaande registraties door daar waar mogelijk statistische enquêtes te vervangen door administratieve bronnen. Vervolgens worden bepalingen voorgesteld die leiden tot meer flexibiliteit voor eventuele latere wijzigingen van de in de bijlagen omschreven indieningstabellen van de gegevens door middel van de comitologie.
Ten slotte heeft het voorstel tot doel een juridisch kader te scheppen voor de jaarlijkse productie en verspreiding van statistieken over groenten en fruit, zonder dat er extra rapportageverplichtingen aan de desbetreffende sector worden opgelegd. Op dit moment stellen de lidstaten deze statistieken samen op grond van een gentlemen’s agreement.
Subsidiariteit en proportionaliteit
-
a)Bevoegdheid: De Commissie baseert haar voorstel voor de Europese statistiekwet op artikel 285 van het EG-verdrag. Er is hier sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EG en de lidstaten.
-
b)Functionele toets
Subsidiariteit: positief
Proportionaliteit: positief
Onderbouwing:
Het uitwerken en vaststellen van gemeenschappelijke standaarden voor de productie en systematische indiening van geharmoniseerde en vergelijkbare statistieken over gewassen kan enkel op Europees niveau worden gerealiseerd om vergelijking op dat niveau mogelijk te maken ten behoeve van verdere beleidsvorming. Het verder vereenvoudigen van de aanpak van de bestaande communautaire wetgeving op dit terrein kan slechts op EU niveau geschieden. De verordening beperkt zich tot de relevante maatregelen om vergelijkbare statistieken op Europees niveau te kunnen verwerzenlijken. Daarnaast zal het leiden tot meer beleidsvrijheid bij de lidstaten voor de inzameling van gegevens.
-
c)Nederlands oordeel
Nederland onderschrijft het oordeel van de Commissie ten aanzien van de subsidiariteit en proportionaliteit. Nederland acht het van belang dat de Commissie dient te beschikken over geharmoniseerde en onderling vergelijkbare statistische gegevens over het bodemgebruik en gewasproductie omdat deze een belangrijke basis vormen voor de ontwikkeling, beheer, evaluatie en monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Nederland vindt het verder van belang dat er een (vernieuwde) juridische basis komt voor de productie en de verspreiding van statistische informatie, waarin de lidstaten zelf kunnen bepalen welke waarnemingsmethoden zij gebruiken voor de opstelling van de statistieken en dat gewassen die weinig of niet voorkomen worden uitgesloten van de rapportageverplichting aan de Europese Commissie (Eurostat). Ten slotte verwelkomt Nederland de maatregelen die de Commissie voorstelt om de bestaande communautaire wetgeving te vereenvoudigen en de administratieve lastendruk te verminderen.
Consequenties
-
a)Consequenties EG-begroting: Geen
-
b)Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en / of decentrale overheden:
De financiële consequenties zijn zeer beperkt omdat de in de verordening gevraagde informatie reeds voorhanden is in bestaande registraties en CBS steekproefenquêtes. Vrijwel alle informatieverplichtingen zijn al opgenomen in het bestaande werkprogramma van het CBS en kunnen daardoor met bestaande middelen en capaciteit worden uitgevoerd. Wel zal de samenstelling van “vroege oogstramingcijfers” leiden tot zeer beperkte additionele kosten. Eventuele nationale financiële gevolgen dienen te worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline.
-
c)Financiële, consequenties (incl. personele) bedrijfsleven en burger: geen
-
d)Administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden en/ of bedrijfsleven en burger:
Omdat de waarneming in Nederland al vrij efficiënt is ingericht en voor een groot deel gebaseerd is op registerdata, zullen de administratieve lasten op de korte termijn gelijk blijven.
De verordening biedt de mogelijkheid voor de lidstaten dat zij zelf kunnen bepalen welke waarnemingsmethoden worden gebruikt. In dit kader valt niet uit te sluiten dat op de langere termijn een vermindering van de administratieve lastendruk zou kunnen plaatsvinden. Om te kunnen vaststellen of er een vermindering van de administratieve lastendruk op de langere termijn te realiseren is, zal eerst onderzoek moeten plaatsvinden naar vernieuwde en efficiëntere waarnemingsmethoden en het effect daarvan op de administratieve lasten
Implicaties juridisch
-
a)Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid: geen
-
b)Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen en kaderbesluiten), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid:
Tot en met de inwerkingtreding blijft het huidige juridisch kader, zoals vastgelegd in verordening (EEG) nr. 837/90 en Verordening (EEG) nr. 959/93, van kracht. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie, thans voorzien op 1 januari 2010. Voor Nederland lijkt dit haalbaar.
-
c)Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling: niet van toepassing
Implicaties voor uitvoering en handhaving
Uitvoerbaarheid en b) Handhaafbaarheid
In artikel 4 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek is bepaald dat het CBS op nationaal niveau belast is met de productie van communautaire statistieken. Nederland voorziet geen complicaties bij de uitvoering van het onderhavige voorstel. Het CBS dient de statistische resultaten in bij de Commissie (Eurostat)
Implicaties voor ontwikkelingslanden
-
a)Geen
Nederlandse positie
Nederlandse belangen en eerste algemene standpunt:
Het voorstel sluit in zijn geheel aan bij bestaand Nederlands beleid. Daarnaast acht Nederland het van belang dat er voor het evalueren en monitoren van het GLB, zowel op nationaal alsmede op communautair niveau, onderling vergelijkbare statistische gegevens over de gemeenschappelijke marktordeningen beschikbaar zijn, waaronder statistische gegevens over bodemgebruik en gewasproductie. In dit kader ondersteunt Nederland het verzamelen van de gegevens zoals wordt voorgesteld.
Dit voorstel past in het kader van het nationale beleid om de administratieve lasten voor het bedrijfsleven te verminderen. De voorgestelde maatregelen met betrekking tot het verminderen van de administratieve lasten zijn op dit moment zowel op technisch niveau en gelet op het krachtenveld, het maximaal haalbare. Voor sommige lidstaten zal dit leiden tot een aanzienlijke reductie van de administratielasten. Omdat de huidige gegevensverzameling en -verwerking in Nederland zeer efficiënt is ingericht, zal dit voor Nederland op de korte termijn naar alle waarschijnlijk tot weinig reductie in de administratieve lasten leiden.
Daarnaast plaatst Nederland kanttekeningen bij de voorstellen die leiden tot meer flexibiliteit voor eventuele latere wijzigingen van de in de bijlagen van de verordening omschreven indieningstabellen van de gegevens. Voorgesteld wordt door middel van het verlenen van bevoegdheden aan de Commissie om de indieningstabellen van de gegevensleveranties aan te passen. Dit leidt weliswaar tot meer flexibiliteit, maar Nederland zal erop wijzen dat kleine aanpassingen van de indieningstabellen door middel van toekomstige uitvoeringsmaatregelen niet mogen leiden tot additionele lasten en kosten.
Gelet hierop zal Nederland voorstellen dat de toekomstige uitvoeringsverordeningen dienen te worden voorzien van een kosten/baten-analyse. Hierbij is voor Nederland van belang dat de administratieve belasting voor de agrarische sector, andere belanghebbenden en het statistisch systeem expliciet in kaart wordt gebracht, voordat de uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld.
