Verordening nieuwe voedingsmiddelen

1.

Tekst

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen en tot wijziging van Verordening (EG)

Basisgegevens

Nr. Commissiedocument: COM (2007) 872

Datum Commissiedocument: 14 januari .2007

Pre-lex: http://ec.europa.eu/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl &DosId=196620

Nr. Impact-assessment Commissie en Opinie Impact-assessment Board:SEC(2008)12 en SEC(2008)13

Behandelingstraject Raad: Raadswerkgroep Levensmiddelen, Raad voor Werkgelegenheid, Sociaal beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (10 juni)

Eerstverantwoordelijk ministerie: VWS

Rechtsbasis: Artikel 95 van het EG-Verdrag

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: gekwalificeerde meerderheid en co-decisie

Comitologie: Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (bestaand comité)

Essentie voorstel

De bestaande Verordening nieuwe voedingsmiddelen wordt herzien om de werking van de verordening te verbeteren. Daarnaast wordt een vereenvoudigde toelatingsprocedure voor traditionele producten uit derde landen mogelijk gemaakt.

De voorgestelde maatregelen zijn toereikend om de voedselveiligheid en de werking van de interne markt voor levensmiddelen te waarborgen en gaan niet verder dan noodzakelijk. Een verordening is het juiste middel om harmonisatie te bereiken en bescherming te waarborgen.

Nederland steunt de herziening.

  • a) 
    Inhoud voorstel: De Verordening nieuwe voedingsmiddelen heeft tot doel de menselijke gezondheid te beschermen door de voedselveiligheid te waarborgen, en te zorgen voor een goed werkende interne markt. De bestaande verordening wordt op de volgende punten herzien:
  • • 
    de toelatingsprocedure wordt gestroomlijnd;
  • • 
    het veiligheidsbeoordelingssysteem wordt beter afgestemd op traditionele voedingsmiddelen uit derde landen;
  • • 
    de definitie van nieuwe voedingsmiddelen wordt geherformuleerd (i.v.m. nieuwe technologieën zoals nanotechnologie en kloneren van dieren);
  • • 
    het toepassingsgebied van de verordening wordt beter afgebakend;
  • • 
    het toelatingssysteem wordt doeltreffender en transparanter.
  • b) 
    Impact-assessment Commissie:

Uit het impact assessment komt naar voren dat de huidige richtlijn niet goed werkt. De aanvraagprocedure is te lang en onvoorspelbaar. Daardoor is een aanvraag te kostbaar en is er bij producenten weinig bereidheid een aanvraag in te dienen.

Het impact assessment richt zich specifiek op:

  • a) 
    Aangepast risicobeoordeling en -management voor traditionele producten uit derde landen

De veiligheidsbeoordeling van traditionele producten is van belang, aangezien de producten natuurlijke toxinen, allergenen of anti-nutriënten kunnen bevatten. Deze stoffen zouden bij de Europese consument problemen kunnen veroorzaken. Aan de andere kant moeten er geen onnodige handelsbarrières voor ontwikkelingslanden zijn. Hierin moet een balans worden gevonden. Nederland kan zich hierin goed vinden. Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat een verlicht regime voor de toelating van traditionele producten ten goede komt aan de ontwikkelingslanden, en niet aan multinationals die goed in staat zijn een veiligheidsdossier op te bouwen.

  • b) 
    Verbetering van de veiligheidsbeoordeling en de toelatingsprocedures

Het voorstel om de decentrale procedure om te zetten in een centrale wordt breed gedragen. Ook Nederland kan zich hierin vinden.

  • c) 
    Toelatingsbesluit

Een generieke toelating, i.p.v. een toelating op naam van de aanvrager, zal leiden tot minder administratieve lasten. Nederland ondersteunt dit. Hierbij moet wel aandacht zijn voor adequate gegevensbescherming. Een ander aandachtspunt is of er in een toelatingsbesluit wordt gespecificeerd in welke levensmiddelen het wordt toegelaten. In sommige gevallen is het vanuit veiligheidsoogpunt nodig dit te specificeren, in andere niet.

  • d) 
    Eén aanvraag voor meerdere toepassingen in levensmiddelen

Het voordeel van het indienen van één aanvraag voor dezelfde stof die verschillende toepassingen kent, is dat er meer samenhang in de beoordelingen zal optreden. Ook zal het leiden tot minder administratieve lasten. Nederland steunt dit.

Subsidiariteit en proportionaliteit

  • a) 
    Bevoegdheid: Artikel 95 van het EG-verdrag. Het betreft een gedeelde bevoegdheid.
  • b) 
    Functionele toets

· Subsidiariteit: positief

· Proportionaliteit: positief

· Onderbouwing: Individueel optreden door de lidstaten kan leiden tot uiteenlopende niveaus van voedselveiligheid en bescherming van de menselijke gezondheid. Door harmonisatie wordt een gelijk niveau voor de voedselveiligheid gewaarborgd. Dit kan alleen op EU niveau geregeld worden. De gecentraliseerde toelatingsprocedure zorgt voor een soepele werking van de interne markt.

De voorgestelde maatregelen zijn toereikend om de voedselveiligheid en de werking van de interne markt voor levensmiddelen te waarborgen en gaan niet verder dan noodzakelijk. Een verordening is het juiste middel om harmonisatie te bereiken en bescherming te waarborgen.

  • c) 
    Nederlands oordeel: Nederland acht met name de efficiëntere toelatingsprocedure en het voordeel voor ontwikkelingslanden van belang. Verbeteringen van de werking van de huidige verordening, die de herziening en wijziging beoogd, zijn hard nodig. De ervaring met de huidige verordening heeft geleerd dat het bedrijfsleven zeer terughoudend is met het indienen van nieuwe aanvragen. Dit schrijven zij toe aan de lange doorlooptijd van de toelatingsprocedure en de onzekere uitkomst van de aanvraag.

Consequenties

Implicaties financieel

  • a) 
    Consequenties EG-begroting: geen
  • b) 
    Financiële, consequenties (incl. personele) voor Rijksoverheid en / of decentrale overheden: Er zijn consequenties voor de beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen bij het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (A-CBG). Naar verwachting zal het A-CBG de beoordelingen straks in opdracht van de European Food Safety Authority (EFSA) gaan doen en niet langer in opdracht van het ministerie van VWS. Dit heeft consequenties voor de financiering van het A-CBG. Eventuele budgettaire gevolgen zullen worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline.
  • c) 
    Financiële, consequenties (incl. personele) bedrijfsleven en burger: De kosten voor het bedrijfsleven zullen verminderen door een efficiëntere toelatingsprocedure.
  • d) 
    Administratieve lasten voor Rijksoverheid, decentrale overheden en/ of bedrijfsleven en burger: Minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de overheid door een efficiëntere toelatingsprocedure. Voor de overheid is er minder dubbel werk. Bovendien is er voor het bedrijfsleven de mogelijkheid één aanvraag in te dienen voor levensmiddelen die onder verschillende sectorale besluiten vallen (zoals additieven).

Implicaties juridisch

  • a) 
    Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid: Het Warenwetbesluit Nieuwe Voedingsmiddelen moet worden aangepast.
  • b) 
    Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen en kaderbesluiten), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid: De verordening treedt na 6 maanden in werking. Dit is haalbaar.
  • c) 
    Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling: De werking van de verordening wordt in 2015 geëvalueerd. Nederland acht dit wenselijk.

Implicaties voor uitvoering en handhaving

Informatie over het inschakelen van nationale agentschappen, zelfstandige bestuursorganen e.d.

  • a) 
    Uitvoerbaarheid: Het is mogelijk dat A-CBG ingeschakeld zal worden bij de uitvoering.
  • b) 
    Handhaafbaarheid: De Voedsel en Waren Autoriteit blijft verantwoordelijk voor de handhaving.

Implicaties voor ontwikkelingslanden

  • a) 
    Wel
  • b) 
    Toelichting implicaties: Voor ontwikkelingslanden wordt het gemakkelijker traditionele levensmiddelen op de Europese markt te brengen. Van belang is dat ook bij de nadere uitwerking van criteria en richtlijnen t.a.v. de in te dienen kennisgeving en daarbij te overleggen documentatie rekening wordt gehouden met de positie van ondernemers uit ontwikkelingslanden door o.a. consultatie van betreffende autoriteiten in ontwikkelingslanden. Hetzelfde geldt voor de nadere uitwerking van de definities van “geschiedenis van veilig gebruik” en “een groot deel van de bevolking van een land”.

Nederlandse positie

Nederlandse belangen en eerste algemene standpunt:

Nederland ondersteunt het voorstel. Dit geldt met name voor de efficiëntere toelatingsprocedure en de bijzondere aandacht voor de positie van ontwikkelingslanden. Verbeteringen van de huidige werking van de verordening zijn hard nodig. Dit voorstel zal leiden tot een sterk verbeterde werking van de verordening.

Nederland zal er bij de Commissie op aandringen in de huidige tekst een limitatieve opsomming te geven van de niet-traditionele kweek- of foktechnieken die beoogd worden in artikel 3.2. II. Dit is relevant voor Nederland, gelet op de vele plantveredelingstechnieken die sinds 1997 in Nederland gangbaar zijn en andere die nog in ontwikkeling zijn. Vanuit het oogpunt van voedselveiligheid is het niet zinvol dat deze onder de verordening zouden moeten vallen aangezien de betreffende levensmiddelen niet afwijken in structuur, voedingswaarde, metabolisme of gehalte aan ongewenste stoffen van traditionele varianten, en dus in het algemeen wezenlijk gelijkwaardig zijn aan de traditionele varianten. De bepaling is dan ook nauwelijks handhaafbaar of uitvoerbaar en kan opgevat worden als oneigenlijke handelsbarrière.