Mededeling inzake MDG's, de Europese bijdrage

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

2.

Titel

Communication from the Commission to the Council, the European Parliament and the Economic and Social Committee: Speeding up progress towards the Millennium Development Goals, The European Contribution

3.

Datum Raadsdocument

18 april 2005

4.

Nr Raadsdocument

8138/05

5.

Nr. Commissiedocument

COM (2005) 132 def.

6.

Eerstverantwoordelijk ministerie

: Buitenlandse Zaken i.o.m. VROM, V&W, LNV, FIN, EZ,

DEF

7.

Behandelingstraject in Brussel

Raadswerkgroep Ontwikkelingssamenwerking, RAZEB

8.

Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel

In september van dit jaar vindt in New York het UN High Level Event2 plaats waar onder andere een tussentijdse evaluatie (`stocktaking') zal plaats vinden ten aanzien van de Millennium Development Goals (MDG's) die in 2015 verwezenlijkt moeten zijn. In het kader hiervan hebben de EU lidstaten nationale MDG rapporten uitgebracht en heeft de Commissie een EU synthese rapport opgesteld, aangevuld met drie beleidsgerichte mededelingen. De onderhavige Mededeling heeft als titel `De bijdrage van de EU'. In kort bestek wordt ingegaan op de onderwerpen die in beide andere mededelingen uitvoerig aan de orde komen, nl. financiering van ontwikkeling (o.a.

ODA-doelstellingen), effectiviteit van de hulp en coherentiebeleid. Daarnaast wordt vooral aandacht besteed aan mogelijkheden om de focus op Afrika te versterken. De mededeling bouwt voort op reeds bestaande activiteiten en initiatieven en gaat sterk uit van het ownership principe.

In concreto stelt de Commissie voor om in EU-verband zes afspraken te maken:

  • Het ondersteunen van capaciteitsopbouw van de Afrikaanse Unie, zodat de organisatie op het gebied van vrede en veiligheid de rol kan spelen die het ambieert;
  • Het stimuleren van `twinning partnerships' tussen de EU en AU instituties;
  • Het opzetten van een gezamenlijk financieringsmechanisme met de AU/NEPAD ter

ondersteuning van hervormingen die voortkomen uit het Africa Peer Review Mechanism:

  • Het aanvullen van de financiële middelen voor de African Peace Facility;

2

Zie Kamerbrief getiteld VN-top/Reactie op SGVN rapport "In larger freedom", kenmerk DVF/CI-112/05 van 26 april 2005

  • Het opzetten van een partnerschap voor infrastructuur, teneinde meer politieke steun en betrokkenheid te creëren voor toekomstige projecten en meer publiek-private samenwerking te genereren;
  • Het verlenen van stimuli voor de totstandkoming van een rechtvaardige en duurzame samenleving. Voorgesteld wordt bij het (her)verdelen van ODA middelen speciale aandacht te besteden aan de mate waarin er in de partnerlanden oog is voor sociale cohesie in de samenleving, gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, gelijke kansen op werk en

duurzame ontwikkeling.

Als bijlage bevat deze mededeling het EU MDG synthese-rapport, dat de Commisie op verzoek van de Raad heeft opgesteld en dat een overzic ht bevat van de inspanningen van de lidstaten en de Commissie tot nu toe. Dit rapport zal een van de bijdragen vormen van de EU aan het UN High Level Event.

9.

Rechtsbasis van het voorstel

n.v.t., betreft een mededeling

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: n.v.t.

10.

Instelling nieuw Comitologie-comité

n.v.t.

11.

Subsidiariteit en proportionaliteit

n.v.t., betreft een mededeling

12.

Consequenties voor de EU-begroting

Geen, de voorstellen inzake ODA-doelstellingen betreffen een verhoging van het hulpvolume van individuele lidstaten. Voor de financiering van de voorstellen inzake de grotere focus op Afrika wordt in eerste instantie naar de mogelijkheden binnen het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) gekeken.

13.

Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger

Financiële en personele gevolgen: voor Nederland geen (Nederland voldoet reeds aan de ODAdoelstelling van 0,7 % BNP);

14.

Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)

Geen

15.

Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

n.v.t., het betreft een mededeling.

16.

Consequenties voor ontwikkelingslanden

De mededeling is geheel gericht op maatregelen die de EU zou kunne n treffen om de

verwezenlijking van de Millennium Development Goals te bespoedigen. Besluitvorming over deze en de twee aanverwante mededelingen kan belangrijke (positieve) gevolgen hebben voor ontwikkelingslanden.

Daarnaast zal de EU, indien ze erin slaagt tijdens de RAZEB van mei een aantal substantiële besluiten te nemen (o.a. over ODA-doelstellingen), ontwikkelingslanden het signaal geven de ontwikkelingscomponent van het High Level Event serieus te nemen. Bovendien kan van deze besluitvorming peer pressure uitgaan naar andere grote donorlanden, zoals de VS en Japan.

17.

Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling

In het algemeen heeft Nederland waardering voor het feit dat de Commissie gevolg heeft gegeven aan de verzoeken van de Raad, in het bijzonder op het gebied van ODA-doelstellingen en coherentie. Duidelijk is wel dat de drie mededelingen in samenhang beoordeeld moeten worden. De onderhavige mededeling heeft weliswaar de titel `De bijdrage van de Europese Unie', maar dit is enigszins misleidend, aangezien het stuk m.n. operationele voorstellen m.b.t. Afrika bevat. De uitgewerkte voorstellen t.a.v. financiering en effectiviteit van de hulp en coherentiebeleid zijn in de beide andere mededelingen opgenomen.

T.a.v. ODA-doelstellingen pr esenteert de Commissie dezelfde voorstelen als in de mededeling over financiering van ontwikkeling, nl. dat de vijftien oude lidstaten (voorzover deze de doelstelling van 0,7% BNP nog niet hebben bereikt) zich individueel voor 2010 op 0,51 % vastleggen, de tien nieuwe lidstaten op 0,17 % en dat het EU-gemiddelde in 2010 op 0,56% uitkomt. De regering zal zich ervoor inzetten dat de EU zich voorafgaand aan de Top minimaal vastlegt op deze interim ODA-doelstellingen. Vanuit overwegingen van duurzaamheid en voorspelbaarheid van ontwikkelingsfinanciering heeft de regering een voorkeur voor een structurele verhoging van nationale ODA-prestaties uit lopende middelen. Nederland steunt dan ook het uitgangspunt van de Commissie dat eventuele innovatieve financieringmechanismen additioneel dienen te zijn aan afspraken over hogere ODA-doelstellingen voor 2010.

Nederland verwelkomt voorts de specifieke aandacht voor Afrika in deze mededeling. De omvang van de problemen in Sub-Sahara Afrika maakt een verhoging van de inspanningen juist daar noodzakelijk. De EU speelt hierbij als grootste donor een belangrijke rol.

Nederland heeft een aantal algemene opmerkingen over het stuk van de Commissie:

  • In de voorliggende mededeling wordt naar het idee van Nederland nog geen coherent

raamwerk geboden voor de rol die de Commissie en lidstaten spelen in de ontwikkeling van Afrika. Een dergelijk raamwerk zou m.n. gericht moeten zijn op de vraag hoe de EU dat wat zij voor Afrika doet beter, intensiever en integraal kan doen. Wellicht zullen de vervolgvoorstellen, die de Commissie later in het jaar zal presenteren, hier wel in voorzien.

  • Verder zou de kernboodschap (`meer en gerichter aandacht voor Afrika') naar het idee van Nederland beter uit de verf kunnen komen. De Commissie verwijst in de laatste voetnoot van de mededeling naar de uitspraak van de G8 in 2002 dat ten minste 50% van de toegezegde additionele ODA aan Afrika ten goede zou moeten komen. De follow-up van deze uitspraak had wat Nederland betreft in de mededeling wat verder uitgewerkt mogen worden.
  • Voorts is onderbelicht dat de problemen in Afrika een integrale benadering vereisen, waarin gebruik moet worden gemaakt van middelen voor ontwikkelingssamenwerking, alsmede van politieke, economische, sociale diplomatieke of veiligheidsinstrumenten. Met name de strategie ten aanzien van post-conflict situaties krijgt onvoldoende aandacht. Een belangrijk uitgangspunt voor Nederland is dat een stabiele situatie van vrede en veiligheid een voorwaarde vormt voor duurzame ontwikkeling. D is het meest duidelijk in landen en it

regio's waar net een gewelddadig conflict is beëindigd. Zonder adequate hulp bestaat er een grote kans dat in deze landen het geweld weer oplaait.

  • De sectie `Trade at the Service of Development' is inhoudelijk onder de maat. Hierin wordt, ondanks de titel, geen concrete invulling aan de relatie handel-ontwikkeling gegeven. Aan de belangrijke rol die de EU voor Afrika kan spelen op het terrein van de internationale handel dient meer aandacht gegeven te worden. Dat geldt zowel voor de onderhandelingen in het kader van de Doha -ronde, als voor de vormgeving van de EPA's. De mededeling legt terecht nadruk op het belang voor Afrika van handelsfacilitatie, capaciteit, gerichte steun in sectoren als katoen, suiker en textiel en het ter beschikking stellen van aanpassingsfinanciering. Dit mag echter niet ten koste gaan van de noodzakelijke, substantiële concessies die de ontwikkelde landen, waaronder de EU, dienen te doen in het kader van de Doha-ronde op het gebied van reductie van binnenlandse steun, afschaffing van exportsubsidies en niet-tariffaire belemmeringen.
  • Nederland vindt dat in de mededeling weinig aandacht wordt besteed aan milieu en duurzame ontwikkeling. De realisatie van milieudoelen is cruciaal voor de verwezenlijking van de MDG's. Duidelijk is dat de ontwrichting van milieu een veiligheidsrisico vormt en daarmee toekomstige ontwikkeling en stabiliteit kan ondermijnen. Door een versterking van de environmental governance en capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden zal bevorderd moeten worden dat er voor cruciale milieuthema's operationele tijdsgebonden doelen geformuleerd worden. Daarnaast is versterkte stroomlijning van milieu in de

beleidsformulerende en operationele activiteiten van de VN noodzakelijk.

  • Nederland zou graag meer informatie ontvangen over het financieel beslag van de voorstellen inzake de focus op Afrika.

T.a.v. de concrete voorstellen van de Commissie zal Nederland de volgende standpunten inbrengen:

  • Het voorstel om op het terrein van conflictpreventie en conflictbeheersing de African Union en de sub-regionale organisaties te ondersteunen, wordt door Nederland van harte gesteund.

Daarbij dient te worden vermeld dat deze ondersteuning onderdeel is van een bredere benadering t.a.v. vrede en veiligheid in Afrika, zoals vastgelegd in de Common Position on Conflict Prevention, Management and Resolution.

  • Het twinning partnership tussen de EU instituties en aanverwante Afrikaanse instituties kan eveneens op steun van Nederland rekenen. De regering steunt het partnerschapprincipe in ontwikkelingssamenwerking. Er dient echter voorkomen te worden dat excessief veel energie en middelen in samenwerkingsverbanden wordt gestoken die slechts in geringe mate aan armoedebestrijding ten goede komen.
  • De aanvulling v de African Peace Facility tot 2007 behoeft naar het idee van Nederland an

inderdaad aandacht. De PF blijkt in een grote behoefte te voorzien en is reeds in Soedan en Centraal Afrika ingezet. Bij de oprichting van de PF is besloten dat de EU zou zoeken naar alternatieve financieringsbronnen. De PF wordt nu nog uit het EOF betaald. In de Commissievoorstellen voor de nieuwe Financiële Perspectieven is financiering van de PF vanuit het Stabiliteitsinstrument voorzien. Nederland is van mening dat er voor de tussenliggende periode ook een oplossing gevonden dient te worden.

  • Het Europa-Afrika partnerschap voor infrastructuur beoogt meer ownership bij de Afrikaanse belanghebbenden te leggen en in een later stadium private investeerders aan te trekken.

Nederland staat hier positief tegenover, maar acht het wel van belang dat de Afrikaanse landen zelf ook zorgdragen voor een stabiel regelgevend kader (bijvoorbeeld op het gebied van telecommunicatie). Daarnaast dienen de milieu-aspecten van ieder project kritisch onder de loep te worden genomen.

18.

Onderdeel van