- Rechtsbasis van het voorstel
- Instelling nieuw Comitologie-comité
- Subsidiariteit en proportionaliteit
- Subsidiariteit
- Consequenties voor de EU-begroting
- Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
- Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen/zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
- Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
- Consequenties voor ontwikkelingslanden
- Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling
- Onderdeel van
voor een beschikking van het Europees parlement en de Raad tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied (A)
voor een beschikking van het Europees Parement en de Raad tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels (B)
14 september 2005
12123/05
COM(2005) 381
Buitenlandse Zaken i.o.m. JUST
RWG Visa, SCIFA, JBZ-Raad
Voorstel [A] beoogt een oplossing te bieden voor belemmeringen van het personenverkeer voor vreemdelingen die in een van de oude lidstaten een verblijfsrecht hebben en die via het grondgebied van een nieuwe lidstaat over land wensen door te reizen naar een derde land. Het probleem doet zich vooral voor t.a.v. Turkse onderdanen die in lidstaten als NL en DUI een visum of een vergunning tot verblijf hebben. De Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO) kent als hoofdregel dat dergelijke visa door andere lidstaten worden erkend, waardoor de betrokkene niet hoeft te beschikken over een visum voor de lidstaat waar doorreis plaatsvindt. Echter, bij de toetreding van de nieuwe lidstaten op 1 mei 2004 is in de Toetredingsakte bepaald dat deze erkenningsregels pas van toepassing zijn op de nieuwe lidstaten zodra deze zijn toegetreden tot het Verdrag van Schengen en de uitvoeringsbepalingen van dit Verdrag ook door hen kunnen worden uitgevoerd. Het gevolg is dat de betrokken derdelanders bij doorreis altijd moeten beschikken over een door het betrokken nieuwe lidstaat afgegeven nationaal visum. Vóór toetreding tot de EU erkenden sommige nieuwe lidstaten de door Schengenstaten afgegeven visa als evenwaardig met hun nationale visa en was afgifte van een nationaal visum niet nodig. Door de sinds 1 mei 2004 ontstane situatie de invoering van een verplicht nationaal visum worden de nieuwe lidstaten geconfronteerd met grote extra administratieve handelingen en zijn de betrokken derdelanders genoodzaakt vele nationale visa aan te vragen. Het onderhavige voorstel beoogt dit op te lossen door de nieuwe lidstaten de eenmalige mogelijkheid te bieden de door lidstaten die Schengen al wel toepassen, afgegeven visa en verblijfsvergunningen te erkennen als gelijkwaardig document voor nationale visa. De oplossing zal gelden gedurende de overgangsperiode. Op het moment dat de nieuwe lidstaten volledig zijn geïntegreerd in het Schengengebied, zijn de in het acquis vastgestelde regels inzake wederzijdse erkenning ook op hen van toepassing.
[B]: een soortgelijk probleem doet zich voor t.a.v. verblijfsgerechtigden in Zwitserland en Liechtenstein. Ook deze verblijfshouders zijn gehouden voor doorreis naar een ander derde land via EU-grondgebied, nationale of Schengen-visa aan te vragen. Voor de consulaire posten van de EU in Zwitserland en Liechtenstein betekent dit een grote administratieve last, zeker in vergelijking tot het feit dat dergelijke verblijfsgerechtigden uit oogpunt van illegale migratie geen grote risicofactor vormen. Ook in dit geval wordt voorgesteld in een door de Raad vast te stellen beschikking lidstaten de mogelijkheid te bieden deze verblijfstitels te erkennen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen lidstaten die het Schengen acquis al wel volledig toepassen en de nieuwe lidstaten die zulks nog niet doen. Voor de eerste categorie is de erkenning verplicht, voor de tweede groep lidstaten betreft het een optionele erkenningsmogelijkheid.
[A] Artikel 62(2) EG-Verdrag
[B] Artikel 62(2), onder (a) EG-Verdrag
Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: Het EP heeft medebeslissingsrecht ingevolge art. 251 EG-Verdrag.
n.v.t.
T.a.v. beide voorstellen: positief. De doelstelling van het overwogen optreden heeft rechtstreeks betrekking op het communautaire «acquis» inzake visa. De implementatie van het voorstel kan niet voldoende door de lidstaten zelf worden verwezenlijkt. De omvang en de gevolgen van het optreden kunnen beter door de gemeenschap worden verwezenlijkt. Proportionaliteit:
T.a.v. beide voorstellen: positief. Voor beide voorstellen wordt uitsluitend beoogd de doorreis voor derdelanders in de EU c.q. Zwitserland en Liechtenstein over het grondgebied van de nieuwe lidstaten respectievelijk alle EU-lidstaten te vereenvoudigen.
geen.
Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
De voorstellen hebben geen of nauwelijks gevolgen voor de afgifte van visa door Nederland.
Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen/zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
[A] geen
[B] De erkenningsregeling is verplicht voor lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen. Ambassades en consulaire diensten dienen op de hoogte te worden gebracht van hetgeen voorgesteld is in de beschikking en dragen de verantwoordlijkheid voor de implementatie ervan.
Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
[A] Zo snel mogelijk. De beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het publicatieblad van de Europese Unie.
[B] Zo snel mogelijk. De beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het publicatieblad van de Europese Unie.
geen.
Het belang van onderhavige voorstellen is gelegen in de vereenvoudiging van het personenverkeer voor in Nederland verblijvende verblijfsgerechtigden. Deze groep loopt in de praktijk tegen problemen op indien het via het grondgebied van de nieuwe lidstaten over land wenst te reizen naar een derde land. Hierboven werd al het voorbeeld van Turkije genoemd. Voor hier te lande verblijvende vreemdelingen kunnen de voorstellen derhalve positief werken. De potentiële risico's zijn gering. Uit oogpunt van illegale migratie vormt deze categorie vreemdelingen geen risico omdat zij rechtmatig en veelal langdurig op het grondgebied van een EU-lidstaat verblijven. Dit geldt ook voor de groep vreemdelingen afkomstig uit Zwitserland en Liechtenstein.
Het enige nadeel aan de voorstellen lijkt gelegen te zijn in het feit dat de Commissie geen erkenning heeft willen mogelijk maken voor in Zwitserland en Liechtenstein verblijvende onderdanen die naar het Schengengrondgebied wensen te reizen voor een bezoek tot drie maanden. Deze erkenning zal v.w.b. Zwitserland echter beslag krijgen indien en zodra dit land toetreedt tot het Verdrag van Schengen.
- 1 nov '05Brief staatssecretaris met 7 nieuwe BNC-fiches - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Buitenlandse Zaken (BUZA)
22112, nr. 397
