- Rechtsbasis van het voorstel
- Instelling nieuw Comitologie-comité
- Subsidiariteit en proportionaliteit
- Consequenties voor de EU-begroting
- Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
- Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
- Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
- Consequenties voor ontwikkelingslanden
- Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling
- Onderdeel van
voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid
voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten
22 april 2005 en 22 april 2005
8192/05 en 8193/05
COM(2005)154, COM(2005)155
Financiën i.o.m. SZW, BZ, EZ
Ad-hoc Groep SGP
Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) geeft uitwerking aan artikelen 99 en 104 van het EG Verdrag en bestaat uit twee verordeningen (1466/97 en 1467/97) en een door de Europese Raad aangenomen resolutie (1998). Verordening 1466/97 bevat de zogenoemde preventieve kant van het Pact. Deze verordening legt onder andere de verplichting neer voor lidstaten om jaarlijks een stabiliteits- of convergentieprogramma te presenteren en biedt de Raad de mogelijkheid om een lidstaat een vroegtijdige waarschuwing te geven in het geval van een dreigende overschrijding van de 3%-grens uit het Verdrag. Verordening 1467/97 bevat de zogenoemde correctieve kant van het Pact en geeft een nadere uitwerking van de buitensporigtekortprocedure zoals vastgelegd in artikel 104 van het Verdrag. Deze verordening schetst onder andere de tijdstermijnen waarbinnen een lidstaat maatregelen moet nemen indien het EMU-tekort groter dan 3% is.
Op 20 maart 2005 heeft de Ecofin akkoord bereikt over de nadere invulling van het Stabiliteits- en Groeipact. Het rapport van de Ecofin Raad is op 22 maart 2005 bekrachtigd door de Europese Raad en zal worden toegevoegd aan het Stabiliteits- en Groeipact. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer bij brief van 23 maart 2005, vormen de afspraken een balans tussen enerzijds meer budgettaire discipline in goede economische tijden en anderzijds de mogelijkheden om in het geval van tegenvallende economische omstandigheden de regels met enige flexibiliteit toe te passen. Het betrof hierbij overeenstemming op hoofdlijnen, die nader moest worden uitgewerkt door de zogenoemde Ad hoc groep SGP. Een belangrijke vraag daarbij was welke elementen van het rapport van de Ecofin Raad worden opgeschreven in de artikelen van verordeningen 1466 en 1467, die juridisch bindend zijn, en voor welke elementen zou kunnen worden volstaan met een vermelding in de zogenoemde Code-ofConduct, die niet juridisch-bindend is, dan wel de preambules van de verordeningen.
De Ad hoc groep SGP heeft op 8 juni akkoord bereikt over de nieuwe verordeningen. De groep heeft ervoor gekozen om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij het akkoord van de ministers, door vrijwel alle wezenlijke punten uit het Ecofin-rapport over te nemen in de verordeningen. Dat betekent dat de gehele passage uit het Ecofin-rapport over de relevante factoren is opgenomen in verordening 1467. De verordening bevat daarbij echter ook de voorwaarden die gelden voor het al dan niet rekening houden met de relevante factoren. Zo doen bij de beslissing of een buitensporig tekort bestaat, de relevante factoren slechts ter zake indien de overschrijding klein en tijdelijk is en mogen bij de beslissing over beëindiging van de procedure de relevante factoren niet in beschouwing worden genomen. In Verordening 1467 is eveneens de verplichting opgenomen voor een land met een buitensporig tekort om in de regel het conjunctuurgeschoonde saldo exclusief eenmalige maatregelen met minimaal 0,5% per jaar te verbeteren.
In Verordening 1466 zijn de versterkingen aan de preventieve kant van het Stabiliteits- en Groeipact opgenomen.
Zo dienen lidstaten die nog niet hun middellange-termijn-doelstelling hebben bereikt in de regel te streven naar een verbetering van het conjunctuurgeschoonde saldo exclusief eenmalige maatregelen met 0,5% per jaar. In de verordeningen is opgenomen dat lidstaten in goede tijden een grotere inspanning dienen te leveren, terwijl de inspanning in economisch slechte tijden wat beperkter kan zijn. In de verordening is tevens opgenomen dat de middellange-termijn-doelstelling voor het conjunctuurgeschoonde saldo exclusief eenmalige maatregelen maximaal 1% mag bedragen voor landen met een lage schuld/hoge groei, terwijl de doelstelling voor hoge schuld/lage groei landen wordt aangescherpt tot begrotingsevenwicht of een overschot.
Met deze wijzigingen in de verordeningen is het Ecofin-rapport op adequate wijze vertaald in juridisch bindende teksten. Na het akkoord in de Ad hoc groep heeft de Raad op 13 juni een gemeenschappelijke positie aangenomen. Afhankelijk van de stemming in het Europese Parlement, dat bij verordening 1466 is betrokken via de samenwerkingsprocedure, kan de Raad de verordeningen nog voor de zomer aannemen.
Wijziging Verordening 1466/97: artikel 99, lid 5, EG en wijziging Verordening 1467/97: artikel 104, lid 14, EG.
Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: Samenwerkingsprocedure bij verordening 1466/97 en eenparigheid in de Raad met consultatieprocedure bij verordening 1467/97
n.v.t.
Positief, gezien de negatieve grensoverschrijdende effecten van hoge overheidstekorten zijn begrotingsregels op Europees niveau van groot belang voor het goed functioneren van de Economische en Monetaire Unie.
geen
Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
Zowel de bestaande als de nieuwe verordeningen specificeren de regels die gelden voor de overheid als geheel wat betreft het maximale EMU-tekort en de maximale EMU-schuldquote.
Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
n.v.t.
Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
Luxemburg streeft ernaar nog onder zijn voorzitterschap overeenstemming te bereiken over de wijzigingen die naar mening van de Raad dienen te worden doorgevoerd in verordening 1466/97 en verordening 1467/97.
geen
Verordeningen 1466/97 en 1467/97 vormen de kern van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Het SGP levert een belangrijke bijdrage aan het goed functioneren van de Economische en Monetaire Unie. Nederland heeft zich daarom altijd ingezet voor een strikte naleving van het SGP. Wat betreft de nieuwe afspraken was het streven om de balans die zich bevindt in het Ecofin-rapport enerzijds een versterking van de discipline in economische goede tijden, anderzijds een vergrote flexibiliteit in slechte tijden te doen terugkeren in de verordeningen. Dat was geen vanzelfsprekendheid omdat de vergrootte flexibiliteit bij tegenvallende economische omstandigheden veelal vraagt om wijziging van de bestaande artikelen van verordening 1467/97, daar waar de versterkingen in economisch goede tijden vooral aanvullingen betreffen in verordening 1466/97. Met de inkadering van de flexibiliteit in verordening 1467/97 en het opnemen van de inspanningsverplichting van 0,5% en de grens aan de middellange-termijn-doelstelling in 1466/97 is de balans behouden.
- 18 jul '05Brief staatssecretaris met vijftien BNC-fiches - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Buitenlandse Zaken (BUZA)
22112, nr. 387
