Richtlijn bescherming van merken

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

2.

Titel

Proposal for a directive of the European Parliament and of the Council amending Directive 98/71/EC on the legal protection of designs

3.

Datum Raadsdocument

20 september 2004

4.

Nr Raadsdocument

12555/04

5.

Nr. Commissiedocument

(2004) 582

6.

Eerstverantwoordelijk ministerie

Economische Zaken i.o.m. VWS en V&W

7.

Behandelingstraject in Brussel

Raadswerkgroep Merken en Modellen, Raad voor Concurrentievermogen

8.

Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel

De richtlijn tot wijziging van Modellenrichtlijn 98/71/EG strekt tot liberalisering van de markt voor zichtbare auto-onderdelen. Tot op heden rusten op deze «spare parts» nationale modellen-rechten die de werking van de interne markt belemmeren. In 1998 kon over deze liberalisering geen overeenstemming worden bereikt. Uiteindelijk werd toen in de richtlijn een zogenaamde «freeze plus» bepaling opgenomen in artikel 14. Dit betekent dat de lidstaten hun huidige regelgeving alleen kunnen wijzigen ten faveure van liberalisering. De Commissie heeft de afgelopen jaren tevergeefs getracht om een overeenkomst tot liberalisatie met de branche te sluiten. Toen dit niet haalbaar bleek, is de Commissie overgegaan tot het onderhavige voorstel tot wijziging van Modellenrichtlijn 98/71.

9.

Rechtsbasis van het voorstel

Artikel 95 EG

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: Co-decisie

10.

Instelling nieuw Comitologie-comité

neen

11.

Subsidiariteit

en prportionaliteit:

12.

Subsidiariteit

Positief. Alleen harmonisatie van het nationale modellenrecht ook op het specifieke terrein van de zichtbare auto-onderdelen leidt tot instelling en werking van de interne markt voor spare parts. Proportionaliteit: Twijfelachtig. Artikel 14 lid 2 van het voorstel stelt dat consumenten geïnformeerd dienen te worden over de herkomst van de reparatie-onderdelen. Dit zou voor een toename van de administratieve lasten voor branche voor reparatie-onderdelen kunnen zorgen. Daarnaast is artikel 14 van het voorstel niet beperkt tot auto-onderdelen. Het artikel noemt «a component part of a complex product». Dat reikt dus veel verder dan alleen auto's.

13.

Consequenties voor de EU-begroting

Geen.

14.

Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger

Nederland heeft de markt voor auto-onderdelen al geliberaliseerd, dus daarmee voldoet Nederland aan artikel 14 lid 1. Het tweede lid van artikel 14 zal echter consequenties kunnen hebben voor het Nederlandse bedrijfsleven. Immers, de consument dient op grond van dit artikel goed geïnformeerd te worden over de herkomst van de producten, zodat de consument op basis van deze informatie een keuze kan maken tussen de verschillende aangeboden reserve-onderdelen. Het voldoen aan deze informatieplicht ten behoeve van de consument zal voor een stijging van de administratieve lasten in het bedrijfsleven kunnen zorgen met als gevolg wellicht een kostenstijging voor de consument.

15.

Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)

De consequenties voor regelgeving zijn afhankelijk van de uiteindelijke reikwijdte van lid 2 van het voorgestelde artikel 14 van de richtlijn. Bij de huidige, zeer ruime, reikwijdte ligt implementatie door middel van lagere regelgeving op grond van de Warenwet voor de hand. Indien de reikwijdte zou worden beperkt tot reserve-onderdelen van auto's, zou implementatie mogelijk zijn door middel van specifieke regelgeving van het ministerie van V&W.

16.

Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

Twee jaar na aanneming van de richtlijn dient de regelgeving geïmplementeerd te zijn. Nederland heeft, samen met België en Luxemburg, de Beneluxmarkt voor reparatie-onderdelen al geliberaliseerd door middel van artikel 14ter, lid 3, van de Beneluxwet inzake Tekeningen of Modellen (BTMW). Regeling van een verplichting consumenten te informeren over de herkomst van een product zal waarschijnlijk door middel van lagere regelgeving kunnen plaatsvinden. De implementatietermijn van twee jaar is daarvoor toereikend.

17.

Consequenties voor ontwikkelingslanden

Een mogelijke consequentie zou kunnen zijn, dat door liberalisering van de Interne Markt, reparatie-onderdelen van buiten de EU makkelijker binnen de EU in het verkeer kunnen worden gebracht. Het is denkbaar dat dit voor een (verdere) ontwikkeling van de markt voor auto-onderdelen van buiten de EU zou kunnen zorgen.

18.

Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling

Nederland is voor liberalisering en heeft ook zelf de (Benelux-)markt eerder al geliberaliseerd. Het Nederlandse belang bestaat uit optimale werking van de Europese markt, teneinde een breed aanbod van reserveonderdelen tegen een redelijke prijs te kunnen bewerkstelligen. Hier hoort niet bij dat autofabrikanten en hun merkdealers de markt voor reserveonderdelen kunnen segmenteren door inroeping van nationale modellenrechten. Een geliberaliseerde interne markt voor reserve-onderdelen is goed voor de werkgelegenheid (met name in het Midden en Klein Bedrijf) en voor de economische groei. Ook de (eind)gebruiker is gebaat bij een geliberaliseerde markt.

19.

Onderdeel van

 

20.

Meer informatie