- Instelling nieuw Comitologie-comité
- Subsidiariteit en proportionaliteit
- Subsidiariteit
- Proportionaliteit
- Consequenties voor de EU-begroting
- Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
- Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
- Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
- Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling
- Onderdeel van
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71
27 augustus 2003
12 094/03
COM(2003) 468 definitief
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid i.o.m. VWS, FIN en OCW
Raadswerkgroep Sociale Vraagstukken, Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken.
Het voorstel betreft een wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen en hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening 1408/71. Met deze verordeningen wordt de sociale zekerheid binnen de Europese Unie gecoördineerd. Recente uitspraken van het Hof van Justitie in diverse arresten en veranderingen in de nationale wetgeving van de verschillende lidstaten maken deze wijziging noodzakelijk. Hieruit is onder andere gebleken dat het nodig is te preciseren wat niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties (oftewel uitkeringen) zijn. Dit criterium geldt namelijk voor prestaties die in bijlage II bis zijn opgenomen. Een strikte uitleg is noodzakelijk omdat het beginsel van exporteerbaarheid van socialezekerheidsuitkeringen niet op de in bijlage II bis opgenomen prestaties van toepassing is.
De volgende onderdelen zijn vooral van belang.
-
1.Aanpassing van bepalingen over «bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties».
Voor dergelijke prestaties is een apart regime gecreëerd; deze prestaties kunnen worden uitgezonderd van de algemene exportverplichting van de Verordening 1408/71. Daartoe moeten ze worden ingeschreven op Bijlage II bis. Het Hof van Justitie (EG) heeft in een aantal arresten een nadere specificatie gegeven van deze prestaties. Het eerste element is in essentie de «bijzondere» aard die de prestatie moet hebben. De prestaties zijn verwant met de bijstand en moeten de betrokkene in staat stellen om in zijn levensonderhoud te voorzien. De prestatie moet kortom in verhouding staan tot het minimumbedrag dat gebruikelijk is. Gehandicaptenprestaties met als doel de bevordering van sociale integratie kunnen eveneens op bijlage II bis worden vermeld en dus uitgezonderd worden van de exportverplichting. Ten aanzien van het criterium dat de prestatie niet op premieof bijdragebetaling rust, geldt dat het beslissende criterium is of een bijdrage specifiek is bestemd voor de financiering van het socialezekerheidsstelsel van een lidstaat. Deze prestaties hebben kortom zowel kenmerken van de sociale zekerheid als van de sociale bijstand. Het kenmerk van de sociale bijstand heeft betrekking op het feit dat ze uit de algemene middelen van de nationale begroting worden gefinancierd, onafhankelijk zijn van de verzekeringsloopbaan van betrokkene. De prestaties geven aan de andere kant een wettelijk recht op uitkering aan betrokkene die verband houdt met een van de takken van de sociale zekerheid (ziekte, ouderdom, invaliditeit, werkloosheid) die onder de materiele werkingssfeer van de Verordening vallen.
Dit betekent voor Nederland dat de toeslagenwet (TW) in de bijlage kan worden opgenomen. De TW voorziet in een inkomensgetoetste aanvulling (toeslag) op o.a. de WAO-uitkering als het bedrag daarvan onder het Nederlandse sociale minimum uitkomt.
De bepalingen worden aan deze specificaties aangepast. Bijlage II bis wordt herzien. In de herziene tekst zijn een aantal oude inschrijvingen op deze Bijlage niet meer opgenomen omdat de betreffende prestatie niet voldoet aan de door het Hof van Justitie geformuleerde criteria.
-
2.Aantal bepalingen op het terrein van verstrekkingen bij ziekte.
a. De fiscus of de uitkeringsverstrekkende instantie kan zich volgens het
bij het inhouden van premies voor de ziektekostenverzekering, in
het vervolg baseren op het totaalbedrag aan pensioenen of uitkeringen
dat de betrokkene ontvangt. De situatie nu is (in de opvatting van de
Commissie1) dat bij het inhouden van premies uitsluitend mag worden
uitgegaan van het pensioen dat in het betrokken land zelf wordt uitbe-
taald. Pensioenen of uitkeringen uit andere lidstaten mogen (in de opvat-
ting van de Commissie) niet bij deze premie-inhouding worden betrokken.
De Commissie stelt dat dit een passend en evenredig vereiste is in de
context van de coördinatie om de eventuele problemen die zich in bepaalde grensoverschrijdende situaties zouden kunnen voordoen ingevolge de verschillen tussen socialezekerheidsstelsels en meer in het bijzonder de financieringswijzen in de verschillende lidstaten. Om de premiegrondslag te verbreden moet artikel 33 van Verordening 1408/71 gewijzigd worden.
b. Artikel 35 lid 2 bepaald welk stelsel moet worden toegepast op actieve of pensioentrekkende zelfstandigen in het land waar ze (tijdelijk) verblijven wanneer er in het bevoegde land (waar betrokkenen verzekerd zijn) één of meer speciale ziekte- en moederschapsverzekeringsregelingen bestaan die van toepassing zijn op zelfstandigen en die minder gunstige uitkeringen verlenen dan die waarop werknemers recht hebben. Deze bepaling heeft geen bestaansreden meer, aangezien België de enige lidstaat is die voor zelfstandigen nog een bijzondere regeling voor uitkeringen bij ziekte en moederschap kent die hen een minder ruime bescherming biedt dan die welke werknemers genieten. Dit lid wordt dan ook geschrapt
-
3.Tussen EU-lidstaten onderling bestaan bilaterale verdragen die tot doel hebben de sociale zekerheid te coördineren.
Bijlage III van de Verordening bevat de bepalingen van bilaterale verdragen tussen lidstaten die reeds voor de inwerkingtreding van de verordening bestonden en die na de inwerkingtreding van de Verordening van toepassing zijn gebleven. Mede als gevolg van jurisprudentie van het Hof van Justitie zijn criteria geformuleerd waaraan moet worden voldaan om een bepaling op deze bijlage te kunnen inschrijven: de bepalingen zijn gunstig voor de personen op wie de overeenkomst van toepassing is of de bepalingen beantwoorden aan specifieke, uitzonderlijke, meestal historische omstandigheden, waarvan de gevolgen beperkt zijn in de tijd. De Commissie heeft alle bestaande inschrijvingen aan deze criteria getoetst en stelt voor om een aantal te schrappen.
artikel 42 en 308 EG-Verdrag
Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: Co-decisie, Raad beslist met eenparigheid van stemmen
n.v.t.
De bevoegdheid tot het treffen van deze Verordening vloeit rechtstreeks voort uit artikel 42 EG-Verdrag.
positief. Het waarborgen van sociale zekerheid voor werknemers en zelfstandigen die gebruik maken van het recht op vrij verkeer kan niet enkel op nationaal niveau worden bereikt. Europees optreden heeft hierbij meerwaarde.
positief. De Verordening wordt aangepast aan gewijzigde nationale regels en recente rechtspraak.
geen
Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
Indien er budgettaire consequenties ontstaan worden deze binnen de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement gedekt.
Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
Het voorstel heeft consequenties voor de uitvoeringspraktijk van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) en het College Voor Zorgverzekeringen (CVZ).
Qua volume is moeilijk in te schatten hoe groot de besparing zal zijn. Er treedt in ieder geval een kleine besparing op in uitvoeringslasten voor de UWV omdat de Toeslagenwet niet meer geëxporteerd hoeft te worden. Wat betreft het CVZ is de kostenbesparing in volume evenmin aan te geven. De verwachting is echter dat de consequenties gering zullen zijn.
Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
het voorstel treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad.
Nederland staat overwegend positief tegenover deze wijzigingsverordening. Bij sommige voorstellen moeten echter een aantal kanttekeningen worden geplaatst.
-
1.Aanpassing van de bepalingen in de beide Verordeningen die betrekking hebben op «bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties».
In het voorstel wordt het Nederlandse verzoek om de Toeslagenwet op de Bijlage te plaatsen gehonoreerd (zie voor toelichting onder 8.1 «Aanpassing van bepalingen over «bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties»). Door middel van de Wet Beperking Export Uitkeringen is in alle sociale verzekeringswetten, waaronder de Toeslagenwet, een exportverbod opgenomen. Omdat de Toeslagenwet voldoet aan de criteria om aangemerkt te kunnen worden als een «bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties» kan het exportverbod in de Toeslagenwet ook binnen de Europese Unie worden doorgevoerd, mits het is ingeschreven op Bijlage II bis. Nederland heeft daartoe een voorstel ingediend, wat door de Commissie in dit voorstel is overgenomen.
-
2.Aantal bepalingen op het terrein van verstrekkingen bij ziekte. a. Met de wijziging van art. 33 (zie toelichting onder 8, 2a) kan worden ingestemd. De Europese «praktijk» wordt hiermee in lijn gebracht met de Nederlandse «praktijk». In Nederland wordt bij het inhouden van bijdragen namelijk al rekening gehouden met pensioenen of renten die betrokkene uit andere lidstaten ontvangt. Niettemin lijkt er, voor wat de interpretatie betreft, een probleem te zijn bij het uitgangspunt waar in het nieuwe artikel 33, eerste lid, vanuit wordt gegaan, namelijk dat premieheffing dient te geschieden over de netto-pensioenen. Dit uitgangspunt lijkt allereerst strijdig met het beginsel dat regelgeving niet moet leiden tot een grotere administratieve lastendruk. Het is bovendien, anders dan de Europese Commissie stelt, niet noodzakelijk, gelet op het arrest Sehrer (C-30298) van 15 juni 2000. b. Met het schrappen van het tweede lid van artikel 35 kan worden ingestemd (zie voor toelichting 8, 2b).
-
3.Wijziging van Bijlage III.
Het voorstel om een aantal inschrijvingen in Bijlage III te schrappen betekent voor Nederland dat alleen de bepalingen uit de Bilaterale Verdragen met Duitsland en Portugal gehandhaafd blijven. Nederland kan met het schrappen van de inschrijvingen instemmen. De bepalingen die geschrapt worden hebben daar met name betrekking op de export naar derde landen (de Verordening is in beginsel niet van toepassing op export naar derde landen) en de beperking van de verdragsbepalingen tot wederzijdse onderdanen (deze zijn nl. in strijd met jurisprudentie van het Hof van Justitie).
- 19 feb '04Brief staatssecretaris met twaalf fiches nieuwe Commissievoorstellen - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Buitenlandse Zaken (BUZA)
22112, nr. 307
