Richtlijn overheidsinformatie

Inhoud

Delen

enveloppe

1.

Tekst

2.

Titel

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad, inzake het hergebruik en de commerciële exploitatie van overheidsdocumenten.

3.

Datum Raadsdocument

17 juli 2002

4.

nr. Raadsdocument

11093/02

5.

nr. Commissiedocument

COM(2002)207 def.

6.

Eerstverantwoordelijke ministerie

BZK i.o.m. EZ, JUST

7.

Behandelingstraject in Brussel

Raadswerkgroep Telecommunicatie

8.

Consequenties voor EG-begroting in EURO (per jaar)

n.v.t.

9.

Korte inhoud en doelstelling van het voorstel

Het voorstel maakt deel uit van het eEurope-Actieplan 2002. Doel van de richtlijn: de Europese informatiemarkt door middel van hergebruik van overheidsinformatie een stevige impuls geven. Vooral kleine, middelgrote en startende ondernemingen zouden baat hebben bij lage prijzen voor de verveelvoudiging en openbaarmaking van overheidsinformatie.Verwezen wordt naar een aantal studies waarin geconcludeerd wordt dat naarmate de prijzen voor overheidsinformatie lager zijn, de baten voor de samenleving als geheel hoger zijn. In het richtlijnvoorstel is opgenomen dat de lidstaten de openbare lichamen dienen te stimuleren om documenten beschikbaar te stellen tegen tarieven die niet hoger zijn dan de marginale kosten van vermenigvuldiging en verspreiding van de betrokken documenten. De richtlijn staat een redelijke winstmarge toe; deze eventuele redelijke winst komt ten goede aan het betrokken bestuursorgaan. De Commissie wil met de richtlijn een algemeen recht neerleggen om overheidsinformatie die algemeen toegankelijk is commercieel te hergebruiken. De nationale overheden dienen wel steeds toestemming te verlenen voor het hergebruik.

10.

Rechtsbasis van het voorstel

Artikel 95 van het EG-verdrag.

11.

Comitologie

geen

12.

Subsidiariteit, proportionaliteit, deregulering

subsidiariteit: positief. Een richtlijn zou een antwoord vormen op de internationalisering van de informatiebehoeften en de pan-Europese aard van verscheidene informatieproducten en -diensten. Het kan van belang zijn dat alle landen in hetzelfde tempo een minimumverzameling van gemeenschappelijke voorwaarden vaststellen. Aangezien de problematiek van de exploitatie van overheidsinformatie al in een groot deel van de lidstaten aan de orde is kan het als niet-wenselijk worden ervaren dat verschillende lidstaten individuele oplossingen vaststellen. Het antwoord op de vraag welke informatie publiekelijk toegankelijk is verschilt per lidstaat en ook het antwoord op de vraag of toestemming voor hergebruik wordt verleend kan uiteenlopen.

13.

proportionaliteit

positief. De lidstaten kunnen verder vrij kiezen hoe zij de bepalingen ervan aan de locale omstandigheden aanpassen.

14.

Nederlandse belangen

Het Nederlandse beleid inzake de exploitatie van overheidsinformatie strekt verder dan het de richtlijnvoorstel beoogt. De richtlijn vormt een antwoord op de internationalisering van de informatiebehoeften en de pan-Europese aard van verscheidene informatieproducten en -diensten. NL acht het van belang dat alle landen in hetzelfde tempo een minimumverzameling van gemeenschappelijke voorwaarden vaststellen.

15.

Consequenties voor nationale regelgeving/beleid c.q. decentrale overheden (betrokkenheid IPO/VNG)

De thematische insteek van het voorstel (het voorstel raakt verschillende rechtsgebieden) kan wat praktische problemen met zich meebrengen. Zo is het denkbaar dat er huidige wet- en regelgeving aangepast zal moeten worden. BZK en Justitie onderzoeken of de richtlijn zal ingrijpen in nationale regelgeving/beleid. Vooralsnog gaan we er van uit dat dit niet het geval is.

16.

Rol EP in de besluitvormingsprocedure

Co-decisie.

17.

Onderdeel van